Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Regeling nazorgmiddelen pepperspray

Geldend van 01-01-2013 t/m heden

Regeling van de Minister van Veiligheid en Justitie van 13 december 2012, nr. 330705, houdende regels voor de technische specificaties van nazorgmiddelen (Regeling nazorgmiddelen pepperspray)

De Minister van Veiligheid en Justitie,

Gelet op artikel 15, derde lid, van het Besluit bewapening en uitrusting politie;

Besluit:

1. Eisen inzake het nazorgmiddel

Artikel 1

  • 1 Gebruik van het nazorgmiddel moet snel leiden tot verlichting van het sterk branderige gevoel en pijn aan oogleden en huid en tot het weer kunnen openen van de ogen.

2. Eisen ter zake van schadelijke bijwerkingen van het nazorgmiddel:

Artikel 2

  • 1 Het nazorgmiddel mag op zichzelf geen schadelijke bijwerkingen, zoals irritatie, op huid, ogen, luchtwegen en andere delen van het lichaam hebben. Onder niet schadelijk wordt verstaan: niet carcinogeen, teratogeen of mutageen en niet giftig of irriterend voor huid of ogen. Als richtlijn voor de giftigheid dient een letale dosis (LD50) van > l gram per kg lichaamsgewicht, ongeacht de toedieningsroute.

  • 2 Als richtlijn voor irritatie van de ogen en huid dient een milde reactie in dierproeven bij een expositie van enkele dagen in hoeveelheden van 50 mg of groter.

  • 3 Het eerste en tweede is ook van toepassing op het oplosmiddel. De toegepaste oplosmiddelen dienen van een zodanige kwaliteit te zijn dat het totale oplosmiddelmengsel niet meer dan 0,5 gewichtsprocent bevat van relatief ongevaarlijke verbindingen, zoals butanol of methanol. Het gebrek aan gevaarlijke eigenschappen dient aantoonbaar te zijn middels een veiligheidsblad.

Artikel 3

  • 1 Het nazorgmiddel mag niet zodanig met pepperspray reageren dat daardoor een ander schadelijk middel ontstaat.

  • 2 Bij het gebruik van het nazorgmiddel, inclusief eventueel oplosmiddel, mag het nazorgmiddel op zichzelf geen blijvend persoonlijk letsel tot gevolg hebben dan wel zaakschade aan kleding of aan het interieur van een politievoertuig veroorzaken.

3. Eisen met betrekking tot de houdbaarheid van het nazorgmiddel:

Artikel 4

  • 1 Het nazorgmiddel dient houdbaar en bruikbaar te zijn bij uiteenlopende wisselende temperaturen van -5°C tot +50°C. )

  • 2 Het nazorgmiddel dient vanaf het moment van levering voor een langere periode houdbaar te zijn in die zin dat zich geen chemische veranderingen ten opzichte van de oorspronkelijk samenstelling of de vereiste eigenschappen voordoen.

4. Eisen met betrekking tot de gebruiksvriendelijkheid van het nazorgmiddel:

Artikel 5

  • 1 Het nazorgmiddel dient op eenvoudige wijze aangebracht te kunnen worden in een politievoertuig en op eenvoudige wijze ter hand te kunnen worden genomen.

  • 2 Het nazorgmiddel dient ook bruikbaar te zijn in een rijdend politievoertuig.

  • 3 Het nazorgmiddel dient in zodanige hoeveelheid aanwezig te zijn dat meerdere personen een behandeling kunnen krijgen.

  • 4 Indien het nazorgmiddel eenmaal is gebruikt, dient dat duidelijk herkenbaar te zijn in verband met steriliteit.

  • 5 Het nazorgmiddel mag het interieur van het politievoertuig niet besmeuren dan wel tijdelijk onbruikbaar maken.

  • 6 Op het nazorgmiddel dient met duidelijk zichtbare kenmerken te zijn aangeven dat het een eerste hulpmiddel betreft en geen peppersprayspuitbus.

  • 7 De verpakking van het nazorgmiddel dient zodanig solide te zijn dat door het uit de handen laten vallen van het nazorgmiddel op de grond geen scherpe delen kunnen ontstaan dan wel het uit elkaar springen van het nazorgmiddel kan worden veroorzaakt. Dientengevolge mag de verpakking niet uit glas of hard plastic bestaan.

  • 8 Het nazorgmiddel dient geleverd te worden met een Nederlandstalige gebruiksaanwijzing.

Artikel 6

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2013.

Artikel 7

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling nazorgmiddelen pepperspray.

Deze regeling zal met toelichting worden geplaatst in de Staatscourant.

De

Minister

van Veiligheid en Justitie,

I.W. Opstelten