Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Regeling Beroepservaringperiode

Geldend van 21-12-2012 t/m heden

Regeling Beroepservaringperiode

Het bestuur van het bureau architectenregister,

Gelet op de artikelen 8, onderdeel a, en 12e, tweede lid, van de Wet op de architectentitel;

Gezien de goedkeuring van de Minister voor Wonen en Rijksdienst d.d. 5 december 2012, de Minister van Economische Zaken d.d. 10 december 2012 en de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap d.d. 5 december 2012;

Besluit:

Hoofdstuk I. Definities

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • a. wet: Wet op de architectentitel;

  • b. register: architectenregister als bedoeld in artikel 2 van de wet;

  • c. bureau architectenregister: bureau architectenregister als bedoeld in artikel 2a van de wet;

  • d. architect: in het register als zodanig ingeschreven architect, stedenbouwkundige, tuin- en landschapsarchitect of interieurarchitect;

  • e. beroepservaringperiode: periode als bedoeld in artikel 12e van de wet;

  • f. kandidaat: persoon die de beroepservaringperiode doorloopt;

  • g. mentor: architect, blijkens inschrijving in het register ten minste drie jaar beroepsmatig werkzaam in de discipline van de desbetreffende kandidaat, onder wiens begeleiding de kandidaat het beroep van architect uitoefent;

  • h. geïntegreerd beroepservaringprogramma: tweejarig programma waarin werken onder begeleiding van een mentor en het volgen van beroepservaringmodules door één aanbieder worden verzorgd;

  • i. beroepservaringmodules: trainingen, cursussen en andere bijeenkomsten die zijn gericht op de ontwikkeling van de kennis, het inzicht en de vaardigheden die staan beschreven in de eindtermen voor de disciplines architectuur, stedenbouw, tuin- en landschapsarchitectuur en interieurarchitectuur in de bijlage bij deze regeling.

Hoofdstuk II. Doel en inhoud van de beroepservaringperiode

Artikel 2

  • 1 De beroepservaringperiode moet er toe leiden dat de kandidaat aan het einde van deze periode beschikt over de kennis, het inzicht en de vaardigheden die staan beschreven in de eindtermen voor de disciplines architectuur, stedenbouw, tuin- en landschapsarchitectuur en interieurarchitectuur in de bijlage bij deze regeling.

  • 2 Om te bevorderen dat de kandidaat beschikt over de in het eerste lid genoemde kennis, inzicht en vaardigheden doorloopt hij een individueel traject, waarin hij gedurende twee jaar het beroep van architect uitoefent onder begeleiding van een mentor, alsmede gelijktijdig een aanvullend traject, waarin hij beroepservaringmodules volgt.

  • 3 De kandidaat doet in het individueel traject beroepsmatig ervaring op in een aantal te onderscheiden fases in het ontwerp- en realisatieproces, welke fases staan genoemd in de bijlage bij deze regeling.

Artikel 3

  • 1 De kandidaat die met goed gevolg een door het bureau architectenregister erkend geïntegreerd beroepservaringprogramma heeft doorlopen, wordt geacht te beschikken over de kennis, het inzicht en de vaardigheden die staan beschreven in de eindtermen voor de disciplines architectuur, stedenbouw, tuin- en landschapsarchitectuur en interieurarchitectuur in de bijlage bij deze regeling.

  • 2 De kandidaat die deelneemt aan een geïntegreerd beroepservaringprogramma voert het startgesprek, bedoeld in artikel 10 en de in de artikelen 12, tweede lid, en 24, tweede lid, bedoelde gesprekken bij de aanbieder van het programma en levert in dat kader bij die aanbieder, op de door die aanbieder te bepalen momenten, de bescheiden als bedoeld in de artikelen 8, 11 en 24 in.

Hoofdstuk III. Commissie beroepservaringperiode

Artikel 4

  • 1 Er is een commissie beroepservaringperiode voor elk van de disciplines architectuur, stedenbouw, tuin- en landschapsarchitectuur en interieurarchitectuur, die bestaat uit ten minste drie personen.

  • 2 Een commissie als bedoeld in het eerste lid heeft in elk geval tot taak het boordelen van persoonlijke ontwikkelingsplannen van kandidaten, het evalueren en beoordelen van de vorderingen van kandidaten en het adviseren van het bureau architectenregister omtrent de vraag of de kandidaat die niet een geïntegreerd beroepservaringprogramma doorloopt, de beroepservaringperiode met goed gevolg heeft doorlopen.

  • 3 De voorzitter en leden van een commissie als bedoeld in het eerste lid, worden benoemd en ontslagen door het bureau architectenregister. Het bureau architectenregister kan plaatsvervangend leden benoemen. Benoemingen geschieden gehoord de Rijksbouwmeester.

  • 4 Benoemingen gelden voor een periode van ten hoogste vier jaar en kunnen, na het verstrijken daarvan, één keer voor ten hoogste vier jaar worden verlengd.

  • 5 Een commissie als bedoeld in het eerste lid, bestaat in meerderheid uit personen die werkzaam zijn of zijn geweest op het gebied van de desbetreffende discipline.

Hoofdstuk IV. Begin van de beroepservaringperiode

Artikel 5

  • 1 De beroepservaringperiode vangt aan op de dag waarop de kandidaat begint met de uitoefening van het beroep van architect onder begeleiding van de mentor.

  • 2 De kandidaat is zelf verantwoordelijk voor het vinden van een mentor.

Artikel 6

De kandidaat werkt gedurende de beroepservaringperiode op het bureau waar de mentor werkzaam is of met een mentor die elders werkzaam is.

Artikel 7

  • 1 Ten minste vier weken vóór de beoogde aanvang van de beroepservaringperiode dienen de kandidaat en de beoogde mentor gezamenlijk bij het bureau architectenregister een aanmelding in.

  • 2 Op de in het eerste lid bedoelde aanmelding staan onder meer vermeld:

    • personalia van de kandidaat en van de mentor;

    • de datum van ingang van de samenwerking tussen de mentor en de kandidaat;

    • het aantal uren dat de kandidaat per week zal werken;

    • het door de kandidaat behaalde diploma;

    • een verklaring van de beoogde mentor dat deze gedurende zijn begeleiding van de kandidaat zal voldoen aan zijn verplichtingen uit hoofde van deze regeling.

Artikel 8

Bij de in artikel 7 bedoelde aanmelding dient de kandidaat een door hem opgesteld persoonlijk ontwikkelingsplan in, waarin staat beschreven hoe hij zijn beroepservaringperiode zal inrichten om te bewerkstelligen dat hij aan het einde van de beroepservaringperiode beschikt over de kennis, het inzicht en de vaardigheden die staan beschreven in de eindtermen voor de disciplines architectuur, stedenbouw, tuin- en landschapsarchitectuur en interieurarchitectuur in de bijlage bij deze regeling.

Artikel 9

  • 1 De in artikel 7 bedoelde aanmelding wordt door het bureau architectenregister geweigerd indien de kandidaat minder dan 20 uur per week als architect werkzaam zal zijn.

  • 2 Indien de kandidaat minder dan 32 uur per week wil werken, verlengt het bureau architectenregister de beroepservaringperiode naar evenredigheid.

Artikel 10

Voor de aanvang van de beroepservaringperiode vindt een startgesprek plaats tussen de kandidaat en de commissie beroepservaringperiode waarin het in artikel 8 bedoelde persoonlijk ontwikkelingsplan van de kandidaat wordt besproken en, indien dit naar het oordeel van de commissie noodzakelijk is, wordt aangepast.

Hoofdstuk V. Verloop van de beroepservaringperiode

§ 1. Logboek en evaluaties

Artikel 11

De kandidaat houdt tijdens de beroepservaringperiode een logboek bij, waarin hij zijn ontwikkelingen van de kennis, het inzicht en de vaardigheden die staan beschreven in de eindtermen voor de disciplines architectuur, stedenbouw, tuin- en landschapsarchitectuur of interieurarchitectuur in de bijlage bij deze regeling, beschrijft.

Artikel 12

  • 1 De mentor brengt halverwege de beroepservaringperiode door middel van een door het bureau architectenregister verstrekt evaluatieformulier aan het bureau architectenregister schriftelijk verslag uit van het verloop van de beroepservaringperiode en de vorderingen van de kandidaat.

  • 2 Na indiening van het in het eerste lid bedoelde evaluatieformulier vindt een tussengesprek plaats tussen de kandidaat, de mentor en de commissie beroepservaringperiode, waarin mede aan de hand van het in artikel 11 bedoelde logboek de vorderingen van de kandidaat worden besproken.

  • 3 Indien het tussengesprek naar het oordeel van de commissie beroepservaringperiode daartoe aanleiding geeft, wordt het persoonlijk ontwikkelingsplan door de kandidaat aangepast overeenkomstig de aanwijzingen van de commissie.

§ 2. Tussentijds einde en opschorting

Artikel 13

  • 1 De beroepservaringperiode eindigt tussentijds:

    • a. na opzegging van de begeleiding door de kandidaat aan de mentor,

    • b. na opzegging van de begeleiding door de mentor aan de kandidaat,

    • c. met beëindiging van de begeleiding met wederzijds goedvinden van de kandidaat en de mentor,

    indien niet binnen drie maanden na de opzegging, bedoeld onder a of b, of de beëindiging met wederzijds goedvinden de kandidaat met een andere mentor een aanmelding als bedoeld in artikel 7 indient.

  • 2 Een beëindiging van de samenwerking met een mentor wordt door de kandidaat en de mentor onverwijld schriftelijk doorgegeven aan het bureau architectenregister.

Artikel 14

  • 1 Het bureau architectenregister kan de beroepservaringperiode opschorten gedurende de tijd dat de kandidaat geen mentor heeft.

  • 2 Het bureau architectenregister schort de beroepservaringperiode op verzoek van de kandidaat op indien de kandidaat de beroepservaringperiode om hem moverende redenen tijdelijk wenst te staken.

§ 3. Verplichtingen mentor en kandidaat

Artikel 15

  • 1 De mentor staat de kandidaat gedurende de gehele beroepservaringperiode bij met voorlichting en raad met betrekking tot de beroepsuitoefening in de breedste zin van het woord.

  • 2 De mentor ziet erop toe en bevordert dat de kandidaat zich dusdanig ontwikkelt dat deze aan het einde van de beroepservaringperiode beschikt over de kennis, het inzicht en de vaardigheden, bedoeld in artikel 2, eerste lid.

  • 3 De mentor zorgt dat de kandidaat, voor zover die bij hem in loondienst is, gedurende de normale werktijden kan deelnemen aan beroepservaringmodules en voorziet de kandidaat van passend werk.

  • 4 De mentor dient tijdig en zorgvuldig de door hem in te vullen evaluaties van de kandidaat in bij het bureau architectenregister.

Artikel 16

  • 1 De kandidaat dient zich gedurende de beroepservaringperiode zodanig te ontwikkelen dat hij aan het einde van de beroepservaringperiode beschikt over de kennis, het inzicht en de vaardigheden, bedoeld in artikel 2, eerste lid.

  • 2 De kandidaat volgt tijdens de beroepservaringperiode het door hem opgestelde persoonlijk ontwikkelingsplan, bedoeld in artikel 8.

  • 3 De kandidaat stelt de mentor in staat te voldoen aan zijn verplichting om de kandidaat te begeleiden.

  • 4 De kandidaat stelt de commissie beroepservaringperiode in staat te evalueren op de daartoe bestemde tijdstippen.

§ 4. Geschillen tussen mentor en kandidaat

Artikel 17

Het bureau architectenregister, althans een door hem aan te wijzen persoon of in te stellen geschillencommissie, bemiddelt of adviseert op verzoek daartoe van de meest gerede partij in geschillen tussen de mentor en de kandidaat.

§ 5. Aanvullend traject

Artikel 18

  • 1 De kandidaat volgt, naast het in artikel 2, tweede lid, genoemde individueel traject, een aanvullend traject met beroepservaringmodules, voor zover hij daarvan geen vrijstelling als bedoeld in artikel 21 heeft verkregen.

  • 2 Tijdens het in artikel 10 bedoelde startgesprek en, indien dit naar het oordeel van de commissie beroepservaringperiode noodzakelijk is, tijdens het tussengesprek, bedoeld in artikel 12, tweede lid, wordt vastgesteld welke beroepservaringmodules de kandidaat tijdens de beroepservaringperiode doorloopt.

  • 3 De beroepservaringmodules worden gevolgd bij een door het bureau architectenregister overeenkomstig artikel 28 als zodanig erkende aanbieder van beroepservaringmodules.

  • 4 De kandidaat dient zich op de door de aanbieder van beroepservaringmodules voorgeschreven wijze op de modules voor te bereiden.

  • 5 De kandidaat is vrij in de keuze van de volgorde waarin hij de beroepservaringmodules doorloopt, doch dient zich ervan te vergewissen dat deze zoveel mogelijk aansluit bij zijn ontwikkelingen in het individueel traject.

Artikel 19

De kandidaat dient de door hem te volgen beroepservaringmodules te hebben afgerond vóór het in artikel 24, tweede lid, bedoelde eindgesprek.

Artikel 20

Certificaten van deelname aan beroepservaringmodules zijn tot zes jaar na afgifte geldig.

§ 6. Vrijstellingen

Artikel 21

  • 1 Van de verplichting om deel te nemen aan (een deel van) het individueel traject of (een deel van) het aanvullend traject kan door het bureau architectenregister, nadat deze de commissie beroepservaringperiode heeft gehoord, vrijstelling worden verleend.

  • 2 Het bureau architectenregister beslist binnen zes weken op een verzoek om vrijstelling als bedoeld in het eerste lid.

  • 3 De kandidaat die deelneemt aan een geïntegreerd beroepservaringprogramma vraagt een vrijstelling als bedoeld in het eerste lid, aan bij de aanbieder van dat programma.

Artikel 22

  • 1 Een verzoek om vrijstelling dient door de kandidaat schriftelijk te worden ingediend bij de in artikel 7 bedoelde aanmelding.

  • 2 Het bureau architectenregister kan aan een vrijstelling voorwaarden verbinden.

Artikel 23

Een verzoek om vrijstelling wordt slechts gehonoreerd, indien de kandidaat naar het oordeel van het bureau architectenregister heeft aangetoond op grond van opleiding of opgedane beroepservaring voor aanvang van de beroepservaringperiode reeds te beschikken over (een deel van) de kennis, het inzicht en de vaardigheden die staan beschreven in de eindtermen, bedoeld in artikel 2, eerste lid.

Hoofdstuk VI. Einde van de beroepservaringperiode

Artikel 24

  • 1 Vier weken vóór het einde van de beroepservaringperiode brengt de mentor door middel van een door het bureau architectenregister verstrekt formulier aan het bureau architectenregister schriftelijk verslag uit van het verloop van de beroepservaringperiode en de vorderingen van de kandidaat.

  • 2 Na indiening van het in het eerste lid bedoelde formulier wordt de kandidaat uitgenodigd voor een eindgesprek met de commissie beroepservaringperiode.

  • 3 De commissie stelt tijdens het in het tweede lid bedoelde eindgesprek, mede aan de hand van de evaluatieformulieren, bedoeld in artikel 12, eerste lid, en in het eerste lid van dit artikel, het ingevulde logboek, bedoeld in artikel 11, en certificaten van deelname aan de door de kandidaat gevolgde beroepservaringmodules, bedoeld in artikel 18, eerste lid, vast of de beroepservaringperiode dusdanig is doorlopen dat de kandidaat geacht kan worden te beschikken over de kennis, het inzicht en de vaardigheden, bedoeld in artikel 2, eerste lid.

Artikel 25

  • 1 De kandidaat levert uiterlijk twee weken voor het in artikel 24, tweede lid, bedoelde eindgesprek het ingevulde logboek en geldige certificaten van alle door hem gevolgde beroepservaringmodules in bij het bureau architectenregister.

  • 2 Het niet (tijdig) indienen van het ingevulde logboek en de certificaten leidt ertoe dat de kandidaat niet wordt toegelaten tot het eindgesprek.

Artikel 26

Het eindgesprek, bedoeld in artikel 24, tweede lid, vindt in beginsel plaats binnen twee jaar, doch uiterlijk binnen zes jaar na aanvang van de beroepservaringperiode.

Artikel 27

  • 1 De beroepservaringperiode eindigt, buiten de gevallen, bedoeld in artikel 13, zodra het bureau architectenregister aan de kandidaat een certificaat afgeeft waaruit blijkt dat het bureau architectenregister, op basis van het advies van de commissie beroepservaringperiode, vaststelt dat de kandidaat voldoet aan de eisen die in deze regeling aan hem zijn gesteld.

  • 2 De kandidaat die heeft deelgenomen aan een geïntegreerd beroepservaringprogramma als bedoeld in artikel 3, eerste lid, verkrijgt het in het eerste lid bedoelde certificaat indien het bureau architectenregister van de aanbieder van dat programma een schriftelijke verklaring heeft ontvangen dat de kandidaat het programma met goed gevolg heeft doorlopen.

  • 3 De beroepservaringperiode eindigt in elk geval zes jaar na de aanvang daarvan.

  • 4 De periode, bedoeld in het derde lid, wordt geschorst tot door het bureau architectenregister is beslist op een door de kandidaat ingediend bezwaar tegen het besluit om de kandidaat niet het certificaat, bedoeld in het eerste lid, te verstrekken.

Hoofdstuk VII. Erkenning van aanbieders en beroepservaring-modules

Artikel 28

De erkenning van een aanbieder van beroepservaringmodules of van een geïntegreerd beroepservaringprogramma en de erkenning van beroepservaringmodules of van een geïntegreerd beroepservaringprogramma door het bureau architectenregister vindt plaats op verzoek van de aanbieder van de desbetreffende beroepservaringmodules of het desbetreffende beroepservaringprogramma.

Artikel 29

  • 1 Het bureau architectenregister kan aan een erkenning voorwaarden verbinden.

  • 2 Een erkenning kan door het bureau architectenregister te allen tijde worden ingetrokken.

Artikel 30

Het bureau architectenregister stelt regels vast met betrekking tot de erkenning, die in elk geval betrekking hebben op

  • a. eisen waaraan het verzoek, bedoeld in artikel 28, dient te voldoen,

  • b. de wijze waarop een verzoek wordt beoordeeld en

  • c. de voorwaarden, bedoeld in artikel 29, eerste lid.

Artikel 31

  • 1 Een erkende aanbieder van beroepservaringmodules of van een geïntegreerd beroepservaringprogramma heeft het recht in eigen publicaties te vermelden dat hij door het bureau architectenregister als zodanig is erkend.

  • 2 Door het bureau architectenregister erkende beroepservaringmodules of programma’s dienen als zodanig door een erkende aanbieder te worden vermeld.

Hoofdstuk VIII. Slotbepalingen

Artikel 32

Het bureau architectenregister is bevoegd de bijlage bij deze regeling te wijzigen en doet van een wijziging mededeling aan de ministers, bedoeld in artikel 4, derde lid, van de wet.

Artikel 33

Het bureau architectenregister stelt de tarieven vast voor een vergoeding van de kosten ter zake van de uitvoering van de hoofdstukken II en IV tot en met VI van deze regeling.

Artikel 34

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Artikel 35

Deze regeling kan worden aangehaald als: Regeling Beroepservaringperiode.

Den Haag, 10 december 2012

De voorzitter van het bestuur van het bureau architectenregister,

A. Rijckenberg.

Bijlage

Eindtermen Beroepservaring

De eindtermen vormen het samenhangende geheel van kennis, inzicht en vaardigheden waarover de kandidaat aan het einde van de beroepservaringperiode moet beschikken om als architect, stedenbouwkundige, tuin- en landschapsarchitect of interieurarchitect aan het vereiste niveau van beroepsuitoefening te voldoen. Daarbij zij opgemerkt dat deze competenties niet alleen gelden vanuit het perspectief van de ontwerper als opdrachtnemer maar ook, zoals bij stedenbouwkundigen en landschapsarchitecten in ambtelijke dienst, van de ontwerper als opdrachtgever. De eindtermen en ervaringsaspecten dienen steeds in de context van de betreffende discipline te worden geïnterpreteerd. Voor een goede duiding van de eindtermen zijn bij de eindtermen bij wijze van voorbeeld ervaringsaspecten aangegeven. Deze ervaringsaspecten vormen niet limitatieve voorbeelden ter verduidelijking, voor zowel de kandidaat, de mentor, de commissie beroepservaringperiode als de aanbieder, van de wijze waarop aan de eindtermen kan worden voldaan.

Grondhouding

Eindtermen

Ervaringsaspecten

A: Attitude

Is in staat een eigen professionele positie in te nemen met een onderzoekende, reflecterende en bewuste houding binnen de relevante historische, culturele, maatschappelijke en sociale en ecologische context, nu en in de toekomst.

Bewust zijn van en kunnen reflecteren op relevante:

– historische en culturele verantwoordelijkheid;

– maatschappelijke positie, rol en verantwoordelijkheden van de ontwerper / adviseur;

– professionele positie en ontwikkeling;

– de rol van een professioneel netwerk;

– ontwikkelingen in vakgebied op ontwerp- / adviesmatig, technisch, ecologisch en maatschappelijk vlak.

B: Bedrijfsvoering

Heeft inzicht in het duurzaam in stand houden van een bedrijf of organisatie.

Inzicht krijgen in werkplekorganisatie:

– beschrijven en evalueren van (de organisatie van) de werkplek;

– beschrijven en evalueren van de organisatie van projecten; bekend worden met projectmanagement en planningsmethoden;

– bestuderen van de interne planning, budgettering, urenbewaking van projecten;

– beschrijven en evalueren van de zelf verrichte werkzaamheden in relatie tot urenbudgetten.

C: Communicatie

Beschikt over sociale, (non-) verbale, schriftelijke dan wel (audio-) visuele vaardigheden om effectief te communiceren en te overtuigen .

Deelnemen aan de ideevorming binnen verschillende (interdisciplinaire) teams:

– voorbereiden, bijwonen en rapporteren van bijeenkomsten waar idee en ontwerp /

ruimtelijk advies worden besproken met opdrachtgever en andere betrokken partijen;

– voeren van correspondentie met partners en externe partijen over een project;

– deelname aan de participatieprocessen door partijen van de opdrachtgevende zijde (ontwerpteam, planteam, begeleidingsteam klankbordgroep, stuurgroep);

– het bijdragen aan projectpresentaties voor opdrachtgevers, welstandscommissies, vergunningverleners en andere betrokkenen, zowel mondeling als schriftelijk;

– zelfstandig vervaardigen van deelpresentaties, zoals 3D-visualisaties, maquettes, doorsneden; maken van schema's; schrijven van teksten;

– opleveren van een eindproduct (bijv. boek, waarin ontwerp, advies, toelichting en onderzoek is opgenomen);

– inzicht krijgen in vergadertechniek, onderhandelingstechniek, samenwerkingsvormen.

Eindtermen en ervaringsaspecten per fase

Fase

Eindtermen

Ervaringsaspecten

00 Opdracht

1. Beheerst strategische en communicatieve vaardigheden en middelen voor het verwerven van naamsbekendheid en het overtuigend bekend maken van de eigen visie of positie, met als doel het verwerven van een opdracht;

2. Is bekend met het aangaan van zakelijke overeenkomsten en van selectie- en aanbestedingsprocedures betrekking hebbend op de praktijk van de ontwerper of adviseur.

– acquisitiegesprek (bureau- of organisatiepresentatie) inhoudelijk en strategisch voorbereiden en bijwonen;

– selectie (projectpresentatie) inhoudelijk en strategisch voorbereiden en bijwonen;

– netwerkbijeenkomst bijwonen;

– openbare lezing van een bureau- of organisatiepresentatie bijwonen en analyseren;

– meewerken aan het opstellen van een offerte (inhoudelijk betoog, projectplanning en kosten);

– kennis opdoen van (contract)onderhandelingen;

– kennis nemen van de beroepsregelingen (DNR);

– inzicht verwerven in aspecten als verzekeringen, auteursrecht, rechtsbijstand, rol en positie ontwerper;

– kennis nemen van selectievormen: Europese aanbesteding, rechtstreekse procedures, meervoudige opdrachten, prijsvragen, en de stadia, de rolverdeling, de criteria en de toetsing;

– kennis nemen van contractvormen zoals DBFMO, Design & Construct, etc.

01 Initiatief/haalbaarheid (IH)

3. Is in staat de haalbaarheid van ambities en wensen van de opdrachtgever te inventariseren en te analyseren binnen historische, sociale, maatschappelijke, culturele, ruimtelijke, ecologische, technische, esthetische, juridische en financiële context om een adequaat advies te geven.

Zelfstandig dan wel in teamverband op basis van de ambities en wensen van de opdrachtgever werken aan de analyse van de opgave en het onderzoeken en vastleggen van de mogelijkheden en haalbaarheid van de opgave aan de hand van:

– historische en culturele context;

– sociale en maatschappelijke context en gebruikerswensen;

– eventueel geografische, ecologische en fysiek bestaande situatie (kabels en leidingen, hoogtes, bodem, etc.);

– ruimtelijk kwalitatieve context;

– beleid, regels, procedures en wetgeving, verantwoordelijkheden en eigendommen;

– ambities en wensen van betrokken partijen;

– financiën, budgetten en mogelijke exploitatie;

– de eventuele keuze van locatie / situering.

02 Projectdefinitie (PD)

4. Heeft inzicht in het opstellen van (prestatie) eisen, wensen, verwachtingen en voorwaarden met betrekking tot het ontwerp en/of ruimtelijk advies en het vastleggen daarvan in een Programma van Eisen;

5. Is in staat tot het opstellen en vastleggen van het plan van aanpak van de opgave inzake producten, tijd, budget en organisatie.

Zelfstandig dan wel in teamverband werken aan:

– de interpretatie, analyse en definitie van een (concrete) opgave en het bijbehorende programma van eisen;

– opstellen en vastleggen, van het beoogde planproces met beschrijving van stappen en producten, planning, budget en projectorganisatie.

03 Structuurontwerp (SO)

6. Is in staat tot het verkennen en het overdragen van een integraal structuurontwerp- of functioneel-ruimtelijk concept in zijn context.

Zelfstandig of in teamverband ontwerpen van of adviseren over verschillende soorten opdrachten in een ruimere context, op verschillende schaalniveaus en ten aanzien van verschillend opdrachtgeverschap, waaronder:

– ontwerpen / adviseren en vastleggen van de hoofdvorm van het ontwerp / ruimtelijk advies in zijn context;

– ontwerpen / adviseren en vastleggen van de verschillende (thematische) onderdelen van het ontwerp / ruimtelijk advies;

– integreren van verschillende belangen en disciplines;

– uitwerken van eventueel meerdere (deel) oplossingsrichtingen;

– verkennen van technische aspecten en de haalbaarheid;

– presenteren van het ontwerp / ruimtelijk advies verbaal, in beeld en op schrift.

04 Voorontwerp (VO)

7. Is in staat tot het maken, het vastleggen en het overdraagbaar maken van een globaal ontwerp en/of ruimtelijk advies, waarin alle aspecten zijn geïntegreerd;

8. Is in staat tot het maken van voorstellen voor materialisatie en techniek van het globaal ontwerp en/of ruimtelijk advies;

9. Heeft inzicht in relevante regelgeving en vergunningen en het verwerken daarvan in het globaal ontwerp en/of ruimtelijk advies;

10. Is in staat tot het geïntegreerd en globaal ontwerpen van en adviseren over alle relevante aspecten wat betreft fysica, techniek en veiligheid.

Zelfstandig dan wel in teamverband werken aan het:

– uitwerken van de hoofdvorm tot een globaal ontwerp / globaal ruimtelijk advies, met functionele en ruimtelijke indeling;

– integreren van alle relevante disciplines in een complexe ontwerpomgeving (buiten- en binnenruimte, architectuur, bouwfysica, installaties en constructie) en opereren in netwerken met verschillende disciplines;

– inzicht krijgen in demarcatie, taakafbakening en integratie met andere ontwerpende disciplines;

– verdieping van kennis en inzicht in humane factoren zoals gebruik, licht, kleur, materiaal, comfort, gezondheid en veiligheid; ontwerpen van de voorlopige materiaalkeuze, globale dimensionering en eventuele techniek;

– ontwerpen van / advies geven over architectonische/ beeldende/ visuele verschijningsvorm;

– onderzoeken en toepassen van relevante regelgeving en vergunningen;

– het ontwerpen aan / advies geven over en verwerken van gebruikseisen, (technische) deelaspecten, beheers- en onderhoudsaspecten, veiligheid- en gezondheidsaspecten;

– beeldend presenteren van het globaal ontwerp / ruimtelijk advies;

05 Definitief ontwerp (DO)

11. Is in staat tot het maken, het vastleggen en het overdraagbaar maken van een gedetailleerd ontwerp en/of ruimtelijk advies , waarin alle aspecten zijn geïntegreerd;

12. Is in staat tot het maken van voorstellen voor materialisatie en techniek van het gedetailleerde ontwerp en/of ruimtelijk advies;

13. Heeft inzicht in relevante regelgeving en vergunningen en het verwerken daarvan in het gedetailleerde ontwerp en/of ruimtelijk advies;

14. Is in staat tot het geïntegreerd en gedetailleerd ontwerpen en/of adviseren van alle benodigde aspecten voor wat betreft fysica, techniek en veiligheid.

Zelfstandig dan wel in teamverband werken aan het:

– uitwerken van de definitieve vorm tot een gedetailleerde voorstelling van het ontwerp / ruimtelijk advies;

– het vastleggen van de integratie van alle relevante disciplines in een complexe ontwerpomgeving (buiten- en binnenruimte, architectuur, bouwfysica, installaties en constructie) en opereren in netwerken met verschillende disciplines;

– inzicht krijgen in demarcatie, taakafbakening en integratie met andere ontwerpende / adviserende disciplines;

– verdieping van kennis en inzicht in afbouwaspecten, uitvoeringstechnieken, componenten, flexibiliteit en bouwvolgorde;

– ontwerpen van de definitieve materiaalkeuze; het maken van kleur- en materiaalstaten, verlichtingsplannen en beplantingsplannen;

– technisch en materieel uitwerken van de architectonische/ beeldende/ visuele verschijningsvorm, inclusief principedetaillering;

– het vastleggen van de integratie van gebruikseisen, (technische) deelaspecten, beheers- en onderhoudsaspecten, veiligheid- en gezondheidsaspecten;

– beeldend presenteren van de gedetailleerde voorstelling van het ontwerp / ruimtelijk advies.

06 Technisch ontwerp (TO)

15. Is in staat tot het uitwerken en vastleggen van het definitief ontwerp tot een technisch ontwerp en/of gespecificeerd ruimtelijk advies en heeft inzicht in het maken van technische specificaties teneinde tot uitvoering te komen;

16. Heeft inzicht in het aanvragen van benodigde vergunningen.

– zelfstandig dan wel in teamverband werken aan het uitwerken, detailleren en materialiseren van het definitief ontwerp tot een technisch ontwerp / gespecificeerd ruimtelijk advies;

– bekend worden met ruwbouwaspecten: relatie ontwerp/ uitvoering, prefab versus in situ, bouwplaatsanalyse, toleranties;

– bekend worden met afbouwaspecten: componenten en flexibiliteit, installaties en bouwvolgorde;

– bekend worden met bestekken, technische- en werkomschrijvingen en hoeveelheid- en afwerkstaten;

– het zelfstandig dan wel in teamverband opstellen en afstemmen van uitvoeringsvoorbereiding tekeningen, het begeleiden van besteksschrijvers en de controle daarvan;

– inzicht krijgen in het opstellen en interpreteren van prestatie eisen, juridische aspecten, garantieverklaringen, kwaliteitsnormen en gelijkwaardigheid;

– inzicht krijgen in en toepassen van relevante regelgeving, inzicht in procedures en in staat zijn vergunningen aan te vragen.

07 Prijs- en contractvorming (PC)

17. Heeft inzicht in relevante kostensoorten en structuren opdat de haalbaarheid van het ontwerp en/of ruimtelijk advies tijdens alle fasen kan worden onderbouwd en beheerst en is in staat tot het geven van een advies hierover aan de opdrachtgever;

18. Heeft inzicht in relevante wijzen van contracteren en aanbesteden, inclusief betreffende wet- en regelgeving en is in staat tot het geven van een advies hierover aan de opdrachtgever.

– kennis van en inzicht krijgen in het maken van keuzes in relatie tot kosten en prijs-kwaliteit verhouding;

– kennis van en inzicht krijgen in begroten en kostenbewaking van een ontwerp / ruimtelijk advies, in relatie tot de uitvoeringsmethodiek, product- en materiaaltoepassing, meer- en minderwerk en dergelijke;

– op basis van kengetallen opdrachtgevers (mede) informeren over prijsvorming en budgetten;

– zelfstandig dan wel in teamverband meewerken aan het maken van een globale kostenberekening van het ontwerp / ruimtelijk advies;

– kennis krijgen van een gedetailleerde elementenbegroting van het ontwerp / ruimtelijk advies;

– zelfstandig dan wel in teamverband meewerken aan het inzichtelijk maken van de financiële haalbaarheid van een plan / advies;

– inzicht krijgen in het aanbestedingsproces, prijs- en contractvorming, en kennis van samenwerkingsvormen met uitvoerende partijen (onder meer bouwteams, design & construct).

08 Uitvoering – uitvoeringsgereed ontwerp (UO)

19. Is in staat tot het zodanig uitwerken van het ontwerp en/of ruimtelijk advies, dat aan de hand daarvan de productie van bouw- en installatiecomponenten, alsook de daadwerkelijke uitvoering en assemblage op de bouwplaats kan plaatsvinden;

20. Is in staat tot het ontwikkelen en/of begeleiden en het esthetisch controleren van gedetailleerde uitwerkingen van componenten in relatie tot het geheel van het ontwerp.

– zelfstandig dan wel in teamverband werken aan het maken van gedetailleerde tekeningen van te prefabriceren elementen (bijvoorbeeld kozijnstaten);

– kennis krijgen van uitvoeringsaspecten en knelpunten;

– omgaan met afwijkingen, kostenbesparingen en ontwerpaanpassingen tijdens de bouw;

– zelfstandig dan wel in teamverband werken aan het aansturen van aanpassingen na aanbesteding en tijdens uitvoering.

09 Uitvoering – directievoering

21. Heeft inzicht in (bouw-) uitvoeringstechnieken, -protocollen en -processen;

22. Heeft inzicht in directievoering;

23. Is in staat tot esthetisch begeleiden en controleren van de uitvoering.

– inzicht krijgen in uitvoeringstechnieken,

– protocollen en -processen;

– zelfstandig dan wel in teamverband werken aan het esthetisch begeleiden van het ontwerp / gespecificeerd ruimtelijk advies na aanbesteding en tijdens uitvoering;

– inzicht krijgen in directievoering;

– bijwonen van bouwvergaderingen;

– kennis krijgen van het houden van toezicht tijdens de bouw;

– kennis krijgen van het controleren van tekenwerk van aannemers en derden;

– kennis krijgen van het opleveren en van het nemen van een proces-verbaal.

10 Gebruik/exploitatie

24. Heeft inzicht in beheer- en onderhoudsaspecten ten behoeve van ontwikkeling en instandhouding van een duurzaam ontwerp.

– kennis krijgen van het ondersteunen van de opdrachtgever c.q. eigenaar en gebruikers bij het gebruik, het onderhoud en de exploitatie c.q. het facility management van het project;

– kennis krijgen van het adviseren inzake de onderhoudstermijn van het project;

– kennis krijgen van het opstellen onderhoud- en beheerplannen;

– kennis krijgen van het opnemen van het werk na de onderhoudsperiode en het verzorgen van het proces-verbaal daarvan.