Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Deelreglement Distributie van de Stichting Nederlands Fonds voor de film[Regeling vervallen per 01-01-2014.]

Geldend van 01-01-2013 t/m 31-12-2013

Deelreglement Distributie van de Stichting Nederlands Fonds voor de film

De Stichting Nederlands Fonds voor de Film,

Gelet op het bepaalde in de Algemene Wet Bestuursrecht;

Gelet op artikel 10, lid 4, van de Wet op het specifiek cultuurbeleid;

Gelet op artikel 2 van het Algemeen Reglement;

Besluit:

Algemeen [Vervallen per 01-01-2014]

Artikel 1. – Definities – [Vervallen per 01-01-2014]

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • A filmtheater: een groot filmtheater zoals bedoeld in het jaarboek van de Nederlandse Vereniging van Bioscoopexploitanten en de Nederlandse Vereniging van Filmdistributeurs;

  • arthouse film: een speelfilm waarbij de nadruk op de artistieke kwaliteit ligt en het eindresultaat dusdanig bijzonder is dat dit nationaal en/of internationaal herkend en gewaardeerd wordt;

  • bestuur: de directeur/bestuurder van het Fonds;

  • bioscoopexploitant: de rechtspersoon die op continue basis bedrijfsactiviteiten ontplooit met als hoofddoel de exploitatie van één of meer bioscopen in Nederland;

  • bioscoopuitbreng: de landelijke distributie van een filmproductie, die na de première minimaal drie weken gelijktijdig in drie of meer bioscopen of filmtheaters (in Nederland) met een dagelijkse vertoning voor een betalend publiek wordt uitgebracht;

  • buitenlandse distributeur: een rechtspersoon die op continue basis bedrijfsactiviteiten ontplooit met als hoofddoel de uitbreng en exploitatie van filmproducties via de bioscoop en andere distributiekanalen in het buitenland;

  • crossmediaal marketing & distributieplan: een gedetailleerd plan van alle activiteiten op het gebied van marketing en distributie, waarbij gebruik gemaakt wordt van alle mogelijke vormen van promotie, publiciteit en (social) media, ten behoeve van de bioscoopuitbreng en verdere exploitatie van de filmproductie;

  • cross trailering: de plaatsing van de trailer voor vergelijkbare filmproducties die vooraf aan de bioscoopuitbreng in de bioscopen of filmtheaters draaien;

  • DCP (digital cinema print): de digitale kopie van de filmprint;

  • distributie: de professionele uitbreng en exploitatie van filmproducties;

  • documentaire: een non-fictie filmproductie geschikt voor bioscoopvertoning die een aspect van de werkelijkheid belicht waarbij de eigen visie van de regisseur wordt vormgegeven met creatieve gebruikmaking van filmische middelen in een persoonlijke stijl;

  • dubbing: het proces van opname en bewerking van het geluid van een filmproductie waarbij de oorspronkelijke stemmen van de acteurs of karakters worden vervangen;

  • encoderingkosten: digitale omzetting van een filmproductie ten behoeve van een digitale bioscoopuitbreng;

  • estimates: verwachtingen van de bruto en netto inkomsten afkomstig uit alle vormen van exploitatie in een laag (low), gemiddeld (medium) en hoog (high) exploitatiemodel.met daarin tevens opgenomen de bezoekersprognose en aantal verkochte eenheden DVD en BluRay in de verschillende exploitatiemodellen;

  • filmdistributeur: een rechtspersoon die op continue basis bedrijfsactiviteiten ontplooit met als hoofddoel de uitbreng en exploitatie van filmproducties in de Nederlandse bioscoop en via andere distributiekanalen. De rechtspersoon is ten tijde van de subsidieaanvraag minimaal twee jaar gevestigd en actief geweest in Nederland, een Lidstaat van de Europese Unie, of in een Staat die partij is bij de overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, of in Zwitserland;

  • filmprint: het negatief van de filmproductie c.q. de definitieve (digitale) eindversie waarvan later (digitale) kopieën worden gemaakt;

  • filmproductie: een cinematografisch werk;

  • filmtheater: een bioscoop die zich onderscheid door een divers aanbod waarin prioriteit wordt gegeven aan de arthouse film;

  • het Fonds: Stichting Nederlands Fonds voor de Film;

  • internationale sales: de internationale verkoop van filmproducties;

  • jeugdfilm: een speelfilm voor kinderen en/of jongeren;

  • korte filmproductie: een filmproductie met een maximale lengte van 10 minuten;

  • marketing: Activiteiten die zijn gericht op het maximaliseren van het publieksbereik en een heldere positionering van de filmproductie aansluitend op de doelgroep beogen en ondermeer bestaan uit de invulling en uitvoering van de filmproductie zelf, het opstellen van een marketing en distributieplan met uitwerking van de plaats van uitbreng, het opstellen van een media en publiciteitsplan, de promotie, het opzetten van eventuele merchandising en het vaststellen van de prijsstrategie.

  • mainstream film: een speelfilm waarbij de nadruk ligt op de publiekspotentie, dat wil zeggen de grootte van het publieksbereik in samenhang met de beoogde commerciële resultaten;

  • minimum garantie: een voorschot op exploitatieopbrengsten dat geïnvesteerd wordt in de realisering of aankoop van een filmproductie en niet terugvorderbaar, maar verrekenbaar is met opbrengsten die een filmproductie kan genereren door vertoning in bioscopen en verdere exploitatie in de ruimste zin des woords;

  • minoritair coproductie: een in de Nederlandse bioscoop en/of filmtheaters uit te brengen (internationale) filmproductie, waarvoor de Nederlandse producent in beperkte mate beslissingsbevoegd en verantwoordelijk is en waarvoor deze ook minder dan vijftig procent van de financiering van de filmproductie bijeen heeft gebracht;

  • non theatrical release: alle mogelijke vormen van distributie van een filmproductie, uitgezonderd die via bioscopen en filmtheaters, waaronder in ieder geval wordt begrepen de distributie op DVD en Blu ray, via televisie, Video On Demand, pay per view- en online distributiekanalen;

  • press kit: promotioneel materiaal over de filmproductie ten behoeve van de internationale pers- en promotionele activiteiten;

  • printkosten: de kosten voor het verveelvoudigen van de filmprint en/of vervaardigen van een DCP voor vertoning van de filmproductie;

  • prints & advertising (P&A): de directe kosten na de fase van realisering die samenhangen met de bioscoopuitbreng en promotie van de voor vertoning gereed zijnde filmproductie, inclusief VPF en de kosten van de uitbrengkopieën (printkosten/DCP);

  • producent: de natuurlijke persoon die de productiemaatschappij rechtsgeldig vertegenwoordigt en binnen de organisatie van de productiemaatschappij beleidsmatig, bedrijfsmatig en inhoudelijk eindverantwoordelijk is;

  • productiekosten: de kosten gemoeid met de realisering van een filmproductie;

  • productiemaatschappij: een rechtspersoon die op continue basis bedrijfsactiviteiten ontplooit met als hoofddoel de productie en exploitatie van filmproducties en/of mediaproducties. De rechtspersoon is ten tijde van de subsidieaanvraag minimaal twee jaar gevestigd en actief geweest in Nederland, een Lidstaat van de Europese Unie, of in een Staat die partij is bij de overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, of in Zwitserland;

  • publicist: een persoon, die zich richt op de internationale promotie van en communicatie over een filmproductie;

  • sales deliveries: de (promotie) materialen die een internationale sales agent nodig heeft ten behoeve van de internationale verkoop van de filmproductie;

  • slate funding: de financiering van een pakket van projecten;

  • speelfilm: een filmproductie in het genre fictie met een vertoningduur van tenminste 60 minuten, die primair bestemd is voor bioscoopuitbreng;

  • SWOT analyse: een analyse van de sterktes, zwaktes, reële kansen en bedreigingen ten aanzien van de uitbreng van de filmproductie;

  • theatrical release: de distributie van de filmproductie in de bioscoop of filmtheater;

  • VPF: de virtual print fee is een bedrag dat een filmdistributeur bijdraagt per DCP voor de uitbreng in de bioscoop of het filmtheater.

Artikel 2. – Toepasselijkheid reglementen – [Vervallen per 01-01-2014]

  • 1 Dit deelreglement is van toepassing op financiële bijdragen die het bestuur verstrekt voor de marketing en/of distributie van Nederlandse filmproducties en de distributie van buitenlandse arthousefilms waaronder buitenlandse jeugdfilms en minoritaire coproducties.

Artikel 3. – Subsidiesoorten – [Vervallen per 01-01-2014]

  • 1 Het bestuur hanteert de volgende subsidiesoorten:

    • a.) projectsubsidies

    • b.) slate funding

  • 2 Ten behoeve van alle in artikel 2 genoemde filmproducties verstrekt het bestuur projectsubsidies.

  • 3 Onverminderd het bepaalde in het vorige lid kan het bestuur slate funding verstrekken ten behoeve van de bioscoopuitbreng van buitenlandse arthouse films.

Artikel 4. – Slate funding – [Vervallen per 01-01-2014]

  • 1 Het bestuur kan een aanvraagronde uitschrijven met betrekking tot slatefundingten behoeve van de bioscoopuitbreng van buitenlandse arthouse films. Het bestuur maakt deze aanvraagronde en de daaraan verbonden voorwaarden, de periode waarop deze van toepassing is, alsmede de termijnen waarbinnen hierop kan worden ingeschreven, bekend op de website van het Fonds: www.filmfonds.nl.

  • 2 Het bestuur verbindt aan een slate voor buitenlandse arthouse films in ieder geval de volgende voorwaarden:

    • a.) eenslatebestaat uit tenminste drie filmproducties;

    • b.) de filmproducties binnen de slate voldoen aan minimaal zeven punten van de voor deze subsidiesoort gehanteerde puntentelling opgenomen in de bijlage bij dit deelreglement.

  • 3 Het bestuur stelt per aanvraagronde het subsidieplafond voor slate funding vast.

  • 4 Een aanvrager die slatefunding toegewezen heeft gekregen komt gedurende een in de aanvraagronde aangegeven periode niet meer in aanmerking voor een bijdrage voor buitenlandse arthouse films zoals bedoeld in artikel 3, tweede lid.

Artikel 5. – Aanvrager – [Vervallen per 01-01-2014]

  • 1 Een aanvraag in de zin van dit reglement wordt gedaan door een filmdistributeur.

  • 2 Een aanvraag voor slate fundingvoor buitenlandse arthouse films wordt gedaan door een filmdistributeur die gedurende de voorliggende drie kalenderjaren of langer op continue basis en overwegend buitenlands arthouse films uitbrengt.

  • 3 In uitzondering op het eerste lid kan ter stimulering van de internationale distributie van een Nederlandse filmproductie (artikelen 12 tot en met 15) een aanvraag worden gedaan door een productiemaatschappij, die door een producent wordt vertegenwoordigd en/of buitenlandse distributeur en/of sales agent.

Artikel 6. – Aanvraag – [Vervallen per 01-01-2014]

  • 1 Een aanvraag wordt digitaal ingediend, waarbij een schriftelijke, door de aanvrager ondertekende, kopie van deze digitale aanvraag aan het Fonds wordt overgelegd.

  • 2 De aanvrager overlegt bij de aanvraag in ieder geval een verklaring waarin hij garandeert, al dan niet door middel van een licentie, over de voor subsidieverlening noodzakelijke vertoningsrechten op de filmproductie(s) te beschikken.

Bijzondere bepalingen [Vervallen per 01-01-2014]

1. Nederlandse filmproductie [Vervallen per 01-01-2014]

§ 1.1. . Bioscoopuitbreng in Nederland [Vervallen per 01-01-2014]

Artikel 7. – Subsidiabele activiteit – [Vervallen per 01-01-2014]

  • 1 Nederlandse filmproducties met de nadruk op arthouse films en documentaires die tot stand zijn gekomen met een realiseringsbijdrage van het Fonds komen in aanmerking voor een financiële bijdrage ter tegemoetkoming aan de kosten voor marketing, prints & advertising zoals opgenomen in de lijstsubsidiabele kosten marketing, prints & advertising en vastgelegd in het Financieel & Productioneel Protocol van het Fonds.

  • 2 Een bijdrage in de vorm van een minimum garantie of een andersoortige bijdrage van de filmdistributeur in de productiekosten van de filmproductie wordt niet gerekend tot de subsidiabele kosten voor marketing, prints & advertising, evenmin als de interne en overheadkosten van de filmdistributeur of productiemaatschappij voor zover deze het door het Fonds goedgekeurde percentage overstijgen.

  • 3 Het bestuur kan een bijdrage verlenen voor de bioscoopuitbreng van een korte filmproductie van maximaal 10 minuten die tot stand is gekomen met een realiseringsbijdrage van het Fonds, die vertoond wordt als voorfilm bij een hoofdfilm met een bioscoopuitbreng. Deze bijdrage bestaat uitsluitend uit een vergoeding van de printkosten of encoderingkosten.

Artikel 8. – Subsidievorm– [Vervallen per 01-01-2014]

  • 1 De financiële bijdrage van het Fonds ten behoeve van bioscoopuitbreng wordt verstrekt in de vorm van een lening.

  • 2 Aan deze lening verbindt het bestuur nadere voorwaarden.

Artikel 9. – Vereisten aanvraag – [Vervallen per 01-01-2014]

  • 1 Aanvragen worden gelijktijdig met een (gefaseerde) aanvraag voor realiseringssubsidie bij het bestuur ingediend.

  • 2 Bij de aanvraag voor projectsubsidie wordt in een door de filmdistributeur en productiemaatschappij gezamenlijk opgesteld cross mediaal marketing- en distributieplan overgelegd dat gericht dient te zijn op het behalen van een optimaal publieksbereik via een theatrical en non theatrical release.

  • 3 Zowel de aanvrager als de betrokken productiemaatschappij overlegt bij de aanvraag in ieder geval een verklaring waarin hij garandeert dat zijn financiële positie, en dan met name de relatie tussen beschikbare middelen en aangegane verplichtingen, voorafgaand aan de aanvraag geen negatieve ontwikkeling heeft gekend die bedreigend is geweest voor de stabiliteit en solvabiliteit van de aanvragers en, naar reële verwachting, deze ook niet zal kennen.

Artikel 10. – Verplichtingen – [Vervallen per 01-01-2014]

Aan de verlening van een financiële bijdrage worden de volgende verplichtingen verbonden:

  • a. er dient sprake te zijn van een gedegen landelijke bioscoopuitbreng, waarbij de filmproductie na de première minimaal 3 weken in beginsel gelijktijdig in 3 of meer bioscopen of filmtheaters met een dagelijkse vertoning voor een betalend publiek in Nederland wordt uitgebracht;

  • b. De filmdistributeur dient daarnaast een non-theatrical release van de filmproductie te realiseren;

  • c. de distributie dient aan te vangen binnen 24 maanden na de start van de filmproductie;

  • d. mocht een filmprint cruciaal zijn voor distributie dan dient deze in de begroting en het financieringsplan van de filmdistributeur te worden meegenomen;

  • e. een deel van de begrote kosten voor marketing, prints & advertising dient aantoonbaar door de filmdistributeur en producent te worden gefinancierd.

Artikel 11. – Weigeringsgronden – [Vervallen per 01-01-2014]

In aanvulling op artikel 14 van het Algemeen Reglement wordt een aanvraag voor een financiële bijdrage afgewezen indien sprake is van een filmproductie:

  • a. met een productiebudget van meer dan 2 miljoen euro;

  • b. waarvoor een subsidie is verleend op grond van het programma Screen NL Plus en/of de Suppletieregeling van het Fonds;

  • c. waarvoor een subsidie is verleend in het kader van het samenwerkingsproject Telescoop;

  • d. die een minoritaire coproductie betreffen;

  • e. met een budget voor prints & advertising van meer dan € 150.000,–;

  • f. waarvoor geen crossmediaal marketing & distributieplan is opgeleverd dat voldoet aan de eisen van het Fonds;

  • g. die is afgewezen voor realiseringssubsidie;

§ 1.2. . Internationale distributie [Vervallen per 01-01-2014]

Artikel 12. – Subsidiabele activiteit – [Vervallen per 01-01-2014]

  • 1 Nederlandse filmproducties in de categorieën speelfilm en documentaire met een bioscoopuitbreng die tot stand zijn gekomen met een realiseringsbijdrage van het Fonds, kunnen in aanmerking komen voor een financiële bijdrage voor internationale distributie.

  • 2 De financiële bijdrage zoals bedoeld in het eerste lid is bedoeld ter tegemoetkoming in de kosten van reis- en verblijf van de producent indien de filmproductie is geselecteerd voor een toonaangevend internationaal festival zoals opgenomen in de lijst internationale filmfestivals van het Fonds (www.filmfonds.nl) voor zover deze kosten niet reeds door het Fonds, het EYE Filminstituut Nederland of derden worden vergoed. Zowel majoritaire als minoritaire Nederlandse coproducties komen hiervoor in aanmerking.

  • 3 Voor de internationale distributie via de bioscoop van een majoritaire Nederlandse speelfilm of documentaire met een beperkt productiebudget of in het geval van een selectie voor een toonaangevend internationaal festival zoals opgenomen in de lijst internationale filmfestivals vastgelegd in het Financieel & productioneel Protocol van het Fonds (www.filmfonds.nl) kan naast de in het tweede lid bedoelde bijdragen nog een financiële bijdrage van het Fonds worden aangevraagd ter tegemoetkoming in de kosten voor:

    • a) de vervaardiging van sales deliveries ten behoeve van internationale sales waaronder een internationale presskit/publicist; en/of

    • b) de uitbreng in bioscopen in het buitenland door een buitenlandse distributeur; en/of

    • c) de dubbing van speelfilms ten behoeve van de verdere distributie in het buitenland door een buitenlandse distributeur of sales agent.

    voor zover deze kosten niet reeds door het Fonds of derden vergoed worden of onder de bestaande coproductieafspraken vallen.

  • 4 De bijdrage van het Fonds ten behoeve van sales deliveries waaronder een internationale presskit/publicist voor internationale sales zoals bedoeld in het vorige lid worden vergoed aan de hand van de oplevering van een financieel kostenoverzicht en fotokopieën van nota’s boven een bepaalt bedrag.

  • 5 De bijdrage van het Fonds ten behoeve van de uitbreng in bioscopen in het buitenland door een buitenlandse distributeur zoals bedoeld in het derde lid wordt bepaald aan de hand van de oplevering van de afrekening en nota's van de buitenlandse distributeur en een bewijs van uitbreng in buitenlandse bioscopen door de buitenlandse distributeur.

  • 6 De bijdrage van het Fonds ten behoeve van de kosten voor dubbing zoals bedoeld in het derde lid, wordt bepaald bij oplevering van de afrekening en nota’s voor dubbing door de Nederlandse productiemaatschappij, buitenlandse distributeur of sales agent.

Artikel 13. – Vereisten aanvraag – [Vervallen per 01-01-2014]

De aanvrager dient in de aanvraag een gedegen onderbouwing te geven van de noodzaak van de kosten die met de internationale distributie gemoeid zijn. Dat houdt in ieder geval in dat indien er een financiële bijdrage gevraagd wordt ter tegemoetkoming aan de kosten voor:

  • reis- en verblijf van de producent, zoals bedoeld in artikel 12, tweede lid wordt tot drie maanden na vertoning op het festival aangetoond voor welke toonaangevend internationaal filmfestival de filmproductie geselecteerd is c.q. was;

  • de vervaardiging van sales deliveries ten behoeve van internationale sales, zoals bedoeld in artikel 12, derde lid, onderdeel a, een duidelijke toelichting welke materialen zijn vervaardigd en wat de noodzaak en de (financiële) onderbouwing hiervan is.

  • de uitbreng in bioscopen in het buitenland door een buitenlandse distributeur, zoals bedoeld in artikel 12, derde lid, onderdeel b, de dealmemo met de buitenlandse distributeur bij de aanvraag wordt overgelegd alsmede een distributieplan voor de uitbreng in de bioscoop;

  • dubbing ten behoeve van de verdere exploitatie in het buitenland, zoals bedoeld in artikel 12, derde lid, onderdeel c, een onderbouwing waarom dubbing noodzakelijk zou zijn.

Artikel 14. – Subsidievorm– [Vervallen per 01-01-2014]

  • 1 De financiële bijdrage aan de onder artikel 12, lid 2 en artikel 12, lid 3, onderdeel a, genoemde activiteiten worden verstrekt in de vorm van een bijdrage á fonds perdu aan de productiemaatschappij.

  • 2 De financiële bijdrage aan de onder artikel 12, lid 3, onderdeel b, genoemde bijdrage wordt verstrekt in de vorm van een lening aan de buitenlandse distributeur. Aan deze lening verbindt het bestuur nadere voorwaarden.

  • 3 De financiële bijdrage aan de onder artikel 12, lid 3, onderdeel c, genoemde bijdrage wordt verstrekt in de vorm van een lening aan de productiemaatschappij, de buitenlandse distributeur of de salesagent. Aan deze lening verbindt het bestuur nadere voorwaarden.

Artikel 15. – Weigeringsgronden – [Vervallen per 01-01-2014]

Met uitzondering van artikel 12, tweede lid, van dit deelreglement wordt, in aanvulling op artikel 14 van het Algemeen Reglement, een aanvraag voor een financiële bijdrage afgewezen indien sprake is van een:

  • a. speelfilm met een productiebudget van meer dan 3 miljoen euro;

  • b. documentaire met een productiebudget van meer dan 600.000 euro;

  • c. filmproductie die een minoritaire coproductie betreft;

  • d. filmproductie die reeds enige vorm van distributiebijdrage heeft ontvangen van MEDIA, Eurimages of in het kader van een nationale distributieregeling in het betreffende land.

§ 1.3. . Bijzondere distributie [Vervallen per 01-01-2014]

Artikel 16. – subsidiabele activiteit – [Vervallen per 01-01-2014]

Subsidie kan worden verleend voor bijzondere distributieactiviteiten ter versterking van de marketing en distributie van Nederlandse arthouse films en documentaires.

2. Buitenlandse speelfilm [Vervallen per 01-01-2014]

§ 2.1. Bioscoopuitbreng Buitenlandse arthouse film in Nederland [Vervallen per 01-01-2014]

Artikel 17. – Subsidiabele activiteit – [Vervallen per 01-01-2014]

  • 1 Uitsluitend buitenlandsearthousefilms die zich kwalificeren volgens de puntentelling opgenomen in de bijlage, die onderdeel is van dit deelreglement, met een vertoningsduur van tenminste 60 minuten komen in aanmerking voor een financiële bijdrage.

  • 2 Een aanvraag kan worden gedaan voor:

    • a) een financiële bijdrage in de vorm van slatefunding ten behoeve van de aankoop van buitenlandse arthouse films ten behoeve van de Nederlandse theatrical release en bijbehorende kosten voor promotie en marketing; of

    • b) een financiële bijdrage in de vorm van projectsubsidie ten behoeve van de aankoop van een buitenlandse arthouse film op basis van de behaalde resultaten met een eerdere uitbreng van een buitenlandse arthouse film met een vertoningsduur van ten minste 60 minuten die een theatrical release in Nederland heeft gehad.

  • 3 De bijdragen genoemd in het vorige lid in de onderdelen a en b kunnen niet beide worden toegekend voor dezelfde filmproductie.

Artikel 18. – Subsidievorm – [Vervallen per 01-01-2014]

  • 1 De financiële bijdrage van het Fonds wordt in de vorm van een lening aan de filmdistributeur verstrekt.

  • 2 Aan deze lening verbindt het bestuur nadere voorwaarden.

Artikel 19. – Subsidieplafond en beoordelingswijze – [Vervallen per 01-01-2014]

  • 1 Het bestuur stelt jaarlijks per aanvraagronde in ieder geval subsidieplafonds vast met betrekking tot de financiële bijdragen zoals bedoeld in artikel 17, tweede lid, onderdeel a onderscheidenlijk onderdeel b.

  • 3 Als een subsidieplafond ontoereikend is om alle aanvragen te honoreren, komen slechts die aanvragen voor een financiële bijdrage in aanmerking die volgens de puntentelling in de bijlage in een aanvraagronde de meeste punten hebben behaald.

  • 4 Een aanvraag voor een financiële bijdrage met betrekking tot een reeds uitgebrachte arthouse film zoals bedoeld in artikel 17, tweede lid, onderdeel b, die niet wordt gehonoreerd omdat het subsidieplafond is bereikt kan nog eenmaal en uitsluitend in de eerst volgende aanvraagronde worden ingediend.

Artikel 20. – Beoordeling en vereisten aanvraag slatefunding aankoop – [Vervallen per 01-01-2014]

  • 1 Een aanvraag voor slatefunding ten behoeve van de aankoop (minimum garantie) van buitenlandse arthouse films zoals bedoeld in artikel 17, tweede lid, onderdeel a, wordt beoordeeld op basis van de staat van dienst van de filmdistributeur.

  • 2 De staat van dienst wordt over de afgelopen drie jaar berekend aan de hand van de criteria en daaraan gekoppelde puntentelling in de bijlage van dit deelreglement.

  • 3 De drie filmdistributeurs die met door hen uitgebrachte buitenlandse arthouse films volgens de onder lid 2 benoemde puntentelling het hoogste aantal punten in de afgelopen drie jaar behaalden komen voor een financiële bijdrage in aanmerking.

  • 4 De filmproducties die een bijdrage van het Fonds ontvangen moeten binnen twaalf maanden na subsidieverlening zijn aangekocht en in Nederland zijn uitgebracht.

Artikel 21. – Beoordeling en vereisten aanvraag projectsubsidie aankoop – [Vervallen per 01-01-2014]

  • 1 Bij een aanvraag voor een bijdrage in de vorm van projectsubsidie ten behoeve van de aankoop van een buitenlandse arthouse film op basis van de behaalde resultaten met een eerdere uitbreng van een buitenlandse arthouse film dient de bioscoopuitbreng van de reeds uitgebrachte buitenlandse arthouse film te voldoen aan de volgende vereisten:

    • a) er zijn minimaal 150 voorstellingen van de filmproductie geweest;

    • b) de filmproductie is uitgebracht in minimaal 75% van de filmtheaters met minimaal 1 weekprogramma van 5 vertoningen;

    • c) de filmproductie is in minimaal 3 en maximaal 12 digitale (DCP) kopieën van de filmprint uitgebracht.

    • d) de filmproductie is direct bij de première gespreid in verschillende steden in Nederland uitgebracht.

  • 2 De aanvrager voor een projectsubsidie dient de financiële bijdrage van het Fonds aantoonbaar in de aankoop van een nieuwe buitenlandse arthouse film te investeren. Deze nieuw aangekochte arthouse film moet aan minimaal zeven punten van het aan dit deelreglement gekoppelde puntensysteem voldoen.

Artikel 22. – Weigeringsgronden projectsubsidie aankoop – [Vervallen per 01-01-2014]

In aanvulling op artikel 14 van het Algemeen Reglement wordt de aanvraag zoals bedoeld in artikel 17, tweede lid, onderdeel b, afgewezen indien het gaat om een filmproductie die:

  • a) reeds enige vorm van distributiebijdrage heeft ontvangen van MEDIA, Eurimages of in het kader van een nationale distributieregeling in het betreffende land; of

  • b) gemaakt is voor een hoger productiebudget dan 5 miljoen euro; of

  • c) indien de financiële bijdrage zal worden aangewend ten behoeve van andere kosten dan de kosten voor bioscoopuitbreng.

Slotbepalingen [Vervallen per 01-01-2014]

Artikel 23 [Vervallen per 01-01-2014]

  • 1 In alle gevallen waarin dit reglement niet voorziet, beslist het bestuur.

  • 2 Het bestuur kan om zwaarwegende redenen afwijken van dit reglement, voor zover dergelijke afwijkingen verenigbaar zijn met het beoordelingskader voor staatssteun aan de filmsector, zoals dat wordt gehanteerd door de Europese Commissie.

  • 3 Dit reglement met bijlage is vastgesteld door het bestuur met goedkeuring van de Raad van Toezicht op 24 oktober 2012.

  • 4 Dit reglement treedt in werking met ingang van 1 januari 2013

  • 6 Op alle aanvragen die door het Fonds voor 1 januari 2013 zijn ontvangen blijft het reglement genoemd in lid 5 van dit artikel zoals deze gold tot 1 januari 2013 van toepassing.

  • 7 Dit reglement wordt aangehaald als Deelreglement Distributie van de Stichting Nederlands Fonds voor de film.

  • 8 Dit reglement wordt bekendgemaakt door kennisgeving ervan in de Staatscourant en op de website van het Nederlands Fonds voor de Film (www.filmfonds.nl).

De Stichting Nederlands Fonds voor de Film

Bijlage Puntensysteem buitenlandse arthouse film in nederland [Vervallen per 01-01-2014]

Er van uitgaande dat de arthouse film in kwestie voldoet aan het bepaalde in dit reglement, wordt op basis van de volgende criteria punten toegekend.

  • A. Het land van herkomst.

  • B. De staat van dienst van de regisseur

  • C. De hoogte van de productiekosten

  • D. Vertoning op festivals

    Is op deze 4 onderdelen het puntenaantal behaald dat als drempel dient, dan komt de filmproductie in aanmerking voor de toetsing op het laatste onderdeel:

  • E. Het aantal vertoningen

A. Het land van herkomst

1. Engeland, Frankrijk, Italië, Spanje, Duitsland, Amerika

1 punt

2. Oostenrijk, België, Denemarken, Griekenland, Noorwegen, Polen,

Portugal, Zweden, Canada, Australië, Rusland

2 punten

3. Bulgarije, Cyprus, Tsjechië, Estland, Finland, Hongarije, IJsland Ierland, Litouwen, Luxemburg, Malta, Slowakije en Slovenië

Tot deze laatste landen worden eveneens alle andere niet-genoemde Europese landen die geen deel uitmaken van de EU gerekend.

3 punten

4. Landen uit Azië, Afrika, Latijns-Amerika

4 punten

B. De staat van dienst van de regisseur

1. internationaal debuterende regisseurs (eerste of tweede film)

3 punten

2. voor Nederland debuterende regisseurs (eerste of tweede film)

2 punten

3. erkende regisseurs met een internationale staat van dienst

1 punt

C. De hoogte van het productiebudget

1. arthouse films met een budget tot € 1.5 miljoen

3 punten

2. arthouse films met een budget tussen € 1.5 miljoen en €2.5 miljoen

2 punten

3. arthouse films met een budget tussen € 2.5,- en € 5 miljoen

1 punt

D. Vertoning op festivals

1. arthouse films geselecteerd voor het hoofdprogramma van Cannes, Berlijn of Venetië

2 punten

2. arthouse films geselecteerd voor de bijprogramma's van Cannes, Berlijn of Venetië, alsmede voor Rotterdam (Tiger competitie), San Sebastian (Official section / New Directors), Toronto, Locarno (competitie), Sundance Festival (Independent Film Competition/ World Cinema), Pusan.

1 punt

Via de hier genoemde onderdelen A tot en met D is een maximum aantal van 12 punten te verdienen. Als toelatingscriterium voor de Regeling dient de arthouse film 7 punten te behalen op de onderdelen A tot en met D.
E. Het aantal vertoningen

150 – 200 vertoningen

3 punten

201 – 275 vertoningen

4 punten

276 – 350 vertoningen

5 punten

351 – 400 vertoningen

6 punten

401 – 450 vertoningen

7 punten

451 vertoningen en meer

8 punten

Toelichting Puntensysteem Buitenlandse Arthouse film in Nederland [Vervallen per 01-01-2014]

A. Het land van herkomst [Vervallen per 01-01-2014]

De bijdrage van het Fonds is met name bedoeld voor arthouse films die komen uit de kleinere Europese landen en de Derde Wereldlanden. Met het land van herkomst wordt bedoeld het land van de hoofdproducent. In het puntensysteem wordt daarom aan producties uit deze landen, zoals de nieuwe Europese lidstaten, Aziatische, Afrikaanse en Latijns-Amerikaanse landen een hoger puntenaantal toegekend dan aan arthouse films die afkomstig zijn uit West-Europa en Amerika.

Er is voor gekozen om de indeling van MEDIA wat betreft de Europese landen hier over te nemen; de Derde Wereldlanden worden eraan toegevoegd.

B. De staat van dienst van de regisseur [Vervallen per 01-01-2014]

Het gaat met name om regisseurs die debuteren of een tweede arthouse film hebben gemaakt. Het stimuleren van jong talent is belangrijk en regisseurs die al enige naam hebben gemaakt kunnen over het algemeen hun arthouse films beter kwijt. De laatste worden niet uitgesloten maar worden in een puntensysteem lager gewaardeerd.

C. De hoogte van het productiebudget [Vervallen per 01-01-2014]

Het speelt een belangrijke rol voor welk budget de regisseur de arthouse film heeft mogen maken, hoewel de kosten in Kazachstan wel heel anders liggen dan in bijvoorbeeld Italië. Toch dienen arthouse films met een lager budget een grotere kans te krijgen, ofwel hoger gewaardeerd te worden in het puntensysteem. Het MEDIA-programma legt de grens bij een budget van € 5 miljoen.

Voor de bijdrage wordt voorgesteld alle arthouse films met een budget van meer dan € 5 miljoen uit te sluiten en een differentiatie toe te passen op alles wat daar onder zit:

D. Vertoning op festivals [Vervallen per 01-01-2014]

Indien de arthouse film geselecteerd is voor één van de toonaangevende internationale festivals dan wordt daarvoor punten.

Via de hier genoemde onderdelen A tot en met D is een maximum aantal van 12 punten te verdienen. Als toelatingscriterium voor de Regeling dient de arthouse film 7 punten te behalen op de onderdelen A tot en met D.

E. Het aantal vertoningen [Vervallen per 01-01-2014]

Als de film de grens van 7 punten heeft gehaald wordt gekeken hoe de arthouse film het gedaan heeft in de theaters. Is de filmdistributeur erin geslaagd om de arthouse film goed uit te brengen, heeft het marketingplan gewerkt? Daarvoor is een meting nodig van het aantal voorstellingen die de arthouse film in Nederland heeft gekregen. Ook kan bij het aantal voorstellingen tot uitdrukking komen of de arthouse film een goede spreiding heeft gehad over alle filmtheaters.

Er is een toelatingscriterium van 150 vertoningen, waarbij is uitgegaan van ‘ervaringscijfers’. Die ondergrens van 150 vertoningen is als volgt berekend: De arthouse films zullen vooral vertoond worden in de filmtheaters, waarvan de A filmtheaters de belangrijkste zullen zijn. Een enigszins succesvolle arthouse film moet in staat zijn om in 75% van die theaters te draaien met 5 vertoningen per week. Eveneens moet een prolongatie met nog eens 5 vertoningen mogelijk zijn, waarmee totaal 130 vertoningen geboekt kunnen worden. De kleinere B en C filmtheaters en incidentele vertoningen zouden voor de restvertoningen moeten zorgen.

Toekenning van de bijdrage in de distributierechten [Vervallen per 01-01-2014]

De hoogste score die een arthouse film kan halen is derhalve 12 punten over A t/m D en 8 punten voor het aantal geboekte vertoningen. Totaal 20 punten. Opmerking: Bij gelijk puntenaantal wordt de rangorde beslist door het aantal voorstellingen dat de arthouse film heeft gehaald. De arthouse film met de meeste voorstellingen krijgt dan een hogere rangorde. Bij de toekenning van de bijdrage in de distributierechten vanwege de behaalde prestaties wordt aldus gekeken welke 12 arthouse films het meeste aantal punten gekregen hebben zodat er een rangorde vastgesteld kan worden. De hoogte van de bijdrage in de distributierechten is vastgelegd in het Financieel & Productioneel Protocol (www.filmfonds.nl). Aan iedere arthouse film die voor een bijdrage in de distributierechten in aanmerking komt wordt hetzelfde bedrag uitgekeerd.

Aard van de bijdrage in de distributierechten [Vervallen per 01-01-2014]

De filmdistributeurs die een bijdrage in de distributierechten hebben gekregen voor hun film dienen deze te investeren in de aankoop van de rechten van een arthouse film die valt in de categorie ‘kleine arthousefilm’.

Herkansing [Vervallen per 01-01-2014]

Arthouse films die niet genoeg punten hebben behaald voor het onderdeel vertoningen, kunnen in een volgende ronde nog eenmaal worden ingediend met dezelfde arthouse film als het aantal vertoningen inmiddels tot een hoger puntenaantal heeft geleid dan bij de eerste indiening.