Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Vennootschapsbelasting, artikel 10d; concernratio bij ontbreken geconsolideerde jaarrekening; vergeten keuze voor concernratio

Geldend van 18-12-2012 t/m heden

Vennootschapsbelasting, artikel 10d; concernratio bij ontbreken geconsolideerde jaarrekening; vergeten keuze voor concernratio

De staatssecretaris van Financiën heeft het volgende besloten.

Dit besluit is een actualisering van het besluit van 5 juli 2007, nr.CPP 2006/2514M over de zogenoemde thincapregeling. Vervallen is het onderdeel over het groepsvereiste bij ontbreken van een geconsolideerde jaarrekening. Dit vanwege het overeenkomstige arrest van de Hoge Raad d.d. 18 november 2011, 10/01719. Toegevoegd is een passage over een abusievelijk achterwege gelaten keuze voor de concernratio.

1. Inleiding

Artikel 10d van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 (hierna 10d) beperkt onder omstandigheden de renteaftrek bij een teveel aan vreemd vermogen. Of sprake is van een teveel aan vreemd vermogen wordt in beginsel bepaald op basis van de zogenoemde vaste ratio van 3:1 van artikel 10d, vierde lid. Op verzoek van belastingplichtige kan het teveel aan vreemd vermogen ook worden bepaald op basis van de zogenoemde concernratio, zoals deze kan worden afgeleid uit – kort gezegd – de geconsolideerde jaarrekening (artikel 10d, vijfde en zesde lid). Dit besluit bevat goedkeurend beleid voor twee bijzondere situaties met betrekking tot de concernratio.

2. Concernratio bij afwezigheid van een geconsolideerde jaarrekening

Onder omstandigheden vindt artikel 10d toepassing zonder dat een geconsolideerde jaarrekening is opgesteld ( HR d.d. 18 november 2011, 10/01719). Toepassing van de concernratio lijkt dan niet mogelijk. Artikel 10d, vijfde jo. zesde lid, vereist immers dat de concernratio wordt afgeleid uit de geconsolideerde groepsjaarrekening. Doel en strekking van de concernratio rechtvaardigen echter dat in een dergelijk geval de concernratio wordt gesteld op de factor zoals die zou luiden, indien wel een geconsolideerde jaarrekening zou zijn opgesteld.

3. Kiezen voor de concernratio bij de aangifte, uitzondering

Artikel 10d, vijfde lid, bepaalt dat de keuze voor de concerntoets bij de aangifte moet worden gemaakt. In beginsel geldt mijn beleidsregel dat een dergelijke keuze niet meer (succesvol) kan worden gemaakt nadat de aanslag onherroepelijk is komen vast te staan (besluit ambtshalve verminderen of teruggeven, 16 december 2010, nr. DGB2010/6799M, § 3).

Goedkeuring

In een geval waarin niet bij de aangifte om toepassing van de concernratio was verzocht heb ik besloten een toepassing van de concernratio toe te staan. Deze goedkeuring achtte ik gerechtvaardigd vanwege de volgende bijzondere omstandigheden.

Als de concernratio hoger is dan vaste ratio van 3:1 is het voor belastingplichtige altijd voordelig om te kiezen voor de concernratio. De keuze geldt namelijk slechts voor het betreffende jaar. Als het volgende jaar de concernratio lager is dan de vaste ratio dan hoeft niet opnieuw voor de concernratio te worden gekozen. Ook overigens zijn er geen mogelijk nadelige fiscale gevolgen verbonden aan de keuze voor de hogere concernratio.

Dit brengt mee dat het niet kiezen voor de hogere concernratio per definitie berust op een abuis en in die zin van een bewuste keuze geen sprake is.

Deze goedkeuring is gebaseerd op artikel 63 van de Algemene wet inzake Rijksbelastingen.

Belastingplichtigen die per abuis niet hebben gekozen voor de concernratio kunnen zich wenden tot Belastingdienst/Landelijk Kantoor Belastingregio’s, Brieven en beleidsbesluiten, cluster Vennootschapsbelasting IB-Winst, Postbus 20201, 2500 EE Den Haag.

4. Ingetrokken besluit

Het besluit van 5 juli 2007, nr.CPP2006/2514M, is ingetrokken met ingang van de datum van inwerkingtreding van dit besluit.

5. Inwerkingtreding

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en werkt terug tot en met de datum van het besluit.

Dit besluit zal in de Staatscourant worden geplaatst.

Den Haag, 4 december 2012

De

staatssecretaris

van Financiën,

F.H.H. Weekers.