Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Regeling materieelbeheer museale voorwerpen 2013[Regeling vervallen per 01-07-2016.]

Geldend van 01-01-2013 t/m 30-06-2016

Regeling van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 6 december 2012, nr. WJZ/466339(10178), houdende regels omtrent het materieelbeheer en de ten behoeve daarvan bijgehouden administraties van museale voorwerpen die aan het Rijk toebehoren dan wel zijn toevertrouwd (Regeling materieelbeheer museale voorwerpen 2013)

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

Gelet op artikel 38, derde lid, van de Comptabiliteitswet 2001;

Besluit:

Artikel 1. Begripsbepalingen [Vervallen per 01-07-2016]

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • a. Minister: Minister wie het aangaat;

  • b. college: college, genoemd in artikel 1, eerste lid, onderdelen e, f, g of h, van de Comptabiliteitswet 2001, dat het aangaat;

  • c. Minister van OCW: Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;

  • d. Staat: Staat der Nederlanden;

  • e. museaal voorwerp: roerende zaak van bijzondere artistieke, culturele of wetenschappelijke waarde waarvan de Staat eigenaar is of waarvan het beheer door een derde aan de Staat is toevertrouwd;

  • f. museale instelling: instelling die geen onderdeel is van de Staat en die mede als doel heeft het op professionele wijze beheren, behouden en tentoonstellen van een collectie waarvan museale voorwerpen het zwaartepunt vormen;

  • g. inspecteur: inspecteur als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel f, van de Wet tot behoud van cultuurbezit.

Artikel 2. Beheer [Vervallen per 01-07-2016]

  • 1 De Minister of het college bevordert dat museale voorwerpen worden getoond.

  • 2 De Minister of het college zorgt ervoor dat museale voorwerpen in goede staat zijn.

  • 3 De Minister of het college doet een museaal voorwerp slechts restaureren na overleg met de Minister van OCW.

  • 4 De Minister of het college treft maatregelen ter voorkoming van vermissing, diefstal, verlies, beschadiging of vernietiging van museale voorwerpen.

  • 5 De Minister of het college beëindigt het beheer van een museaal voorwerp slechts in overleg met de Minister van OCW.

Artikel 3. Registratie en controle [Vervallen per 01-07-2016]

  • 1 De Minister of het college zorgt ervoor dat de verblijfplaats van een museaal voorwerp zodanig wordt geregistreerd dat het aan de hand van de registratie vindbaar is, en dat de aanwezigheid van een museaal voorwerp op de geregistreerde verblijfplaats regelmatig wordt gecontroleerd.

  • 2 De Minister of het college zorgt ervoor dat verwerving, vermissing, diefstal, verlies, beschadiging of vernietiging van een museaal voorwerp wordt geregistreerd.

  • 3 De Minister of het college informeert de Minister van OCW desgevraagd over de registraties, bedoeld in het eerste en tweede lid.

Artikel 4. Administratieve organisatie [Vervallen per 01-07-2016]

De Minister of het college zorgt ervoor dat de administratieve organisatie van het beheer van museale voorwerpen met inachtneming van deze regeling wordt beschreven en dat de procedures die in de administratieve organisatie zijn vastgelegd, worden toegepast.

Artikel 5. Kunstcontactpersoon [Vervallen per 01-07-2016]

De Minister of het college wijst ten behoeve van de communicatie met de Minister van OCW over het beheer van museale voorwerpen ten minste één functionaris aan.

Artikel 6. Schade en aansprakelijkstelling [Vervallen per 01-07-2016]

  • 1 Museale voorwerpen worden zodanig beheerd dat het risico van schade aan derden of van aansprakelijkstelling van de Staat door derden zo klein mogelijk wordt gehouden.

  • 2 De Minister of het college inventariseert het risico dat met de museale voorwerpen aanzienlijke schade aan derden kan worden toegebracht of dat het beheer van die voorwerpen aanleiding kan zijn tot aansprakelijkstelling van de Staat door derden met aanzienlijke financiële gevolgen.

  • 3 Aan de hand van de schatting van de kans dat de risico’s, bedoeld in het eerste en tweede lid, zich zullen voordoen, wordt besloten over maatregelen ter voorkoming of beperking van deze risico’s, dan wel tot herstel van de schade of de opvang van de gevolgen van aansprakelijkstelling.

  • 4 De Minister of het college zorgt voor het administreren van gegevens met betrekking tot gevallen van schade of aansprakelijkstelling in verband met het beheer van museale voorwerpen.

  • 5 De gegevens, bedoeld in het vierde lid, worden desgevraagd aan de Minister van OCW overgelegd.

Artikel 7. Verzekering [Vervallen per 01-07-2016]

  • 1 De risico’s van schade voor of aansprakelijkheid van de Staat, bedoeld in artikel 6, eerste en tweede lid, worden om redenen van doelmatigheid in het algemeen niet verzekerd.

  • 2 Een besluit tot verzekeren van risico als bedoeld in het eerste lid, wordt genomen in overeenstemming met de Minister van Financiën.

  • 3 In overleg tussen de Minister of het college en de Minister van Financiën kan worden besloten dat de afwikkeling van een schade of een aansprakelijkheid namens de Staat gebeurt door de Minister van Financiën.

Artikel 8. De Minister van OCW; waardering en advies [Vervallen per 01-07-2016]

  • 1 De Minister van OCW stelt desgevraagd of uit eigen beweging vast of een roerende zaak waarvan de Staat eigenaar is of waarvan het beheer door een derde aan de Staat is toevertrouwd bijzondere artistieke, culturele of wetenschappelijke waarde heeft.

  • 2 De Minister van OCW adviseert desgevraagd of uit eigen beweging over het beheer van museale voorwerpen, zowel in algemene zin als ten aanzien van een specifiek museaal voorwerp.

Artikel 9. De Minister van OCW; lijst [Vervallen per 01-07-2016]

De Minister van OCW houdt een lijst bij van alle bij de Ministers en de colleges bestaande registraties van museale voorwerpen.

Artikel 10. De Minister van OCW; aanwijzingen en overnemen beheer [Vervallen per 01-07-2016]

  • 1 De Minister van OCW kan een Minister of college aanwijzingen geven met betrekking tot het beheer of de restauratie van museale voorwerpen.

  • 2 De Minister van OCW kan in een specifiek geval het beheer van een museaal voorwerp overnemen van een Minister of college.

Artikel 11. Toezicht [Vervallen per 01-07-2016]

  • 2 De Minister of het college is gehouden desgevraagd de inlichtingen te verstrekken die de toezichthouders, bedoeld in het eerste lid, voor de uitoefening van het toezicht nodig hebben.

  • 3 De Minister of het college verleent de toezichthouders, bedoeld in het eerste lid, desgevraagd toegang tot de museale voorwerpen die hij beheert en verleent hen desgevraagd inzage in alle daartoe bijgehouden administraties, documenten en andere informatiedragers.

  • 4 De toezichthouders, bedoeld in het eerste lid, melden hun bevindingen aan de Minister of het college en geven daarbij zo nodig aan welke voorzieningen naar hun oordeel dienen te worden getroffen.

  • 5 De inspecteur legt periodiek een samenvatting van de bevindingen, bedoeld in het vierde lid, over aan de Minister van OCW.

Artikel 12. Museale instellingen en andere derden [Vervallen per 01-07-2016]

De Minister of het college zorgt ervoor dat museale instellingen of andere derden die voor hem museale voorwerpen beheren:

Artikel 13. Inwerkingtreding [Vervallen per 01-07-2016]

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2013.

Artikel 14. Citeertitel [Vervallen per 01-07-2016]

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling materieelbeheer museale voorwerpen 2013.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De

Minister

van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

M. Bussemaker.