Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Regeling beveiliging radioactieve stoffen[Regeling vervallen per 01-01-2014.]

Geldend van 01-04-2013 t/m 31-12-2013

Regeling van de Minister van Economische Zaken van 3 december 2012, nr. WJZ / 12311250, houdende regels inzake de beveiliging van radioactieve stoffen (Regeling beveiliging radioactieve stoffen)

De Minister van Economische Zaken;

Gelet op artikel 20ca van het Besluit stralingsbescherming;

Besluit:

Artikel 1 [Vervallen per 01-01-2014]

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • bijlage: bij deze regeling behorende bijlage;

  • categorie 1-stof: radioactieve stof, die is aangewezen als categorie 1 in de bijlage, of die op grond van de in die bijlage genoemde voorwaarden behoort tot categorie 1;

  • categorie 2-stof: radioactieve stof, die is aangewezen als categorie 2 in de bijlage of die op grond van de in die bijlage genoemde voorwaarden behoort tot categorie 2;

  • categorie 3-stof: radioactieve stof, die is aangewezen als categorie 3 in de bijlage, of die op grond van de in die bijlage genoemde voorwaarden behoort tot categorie 3;

  • vergunninghouder: houder van een vergunning als bedoeld in artikel 24 of 25 van het Besluit stralingsbescherming voor het verrichten van handelingen met categorie 1-, 2-, of 3-stoffen, met uitzondering van de houder van een vergunning uitsluitend voor het vervoeren, het voorhanden hebben bij opslag in verband met vervoer of het binnen of buiten Nederlands grondgebied brengen of doen brengen.

Artikel 2 [Vervallen per 01-01-2014]

Een vergunninghouder treft de beveiligingsmaatregelen die noodzakelijk zijn om categorie 1-, 2-, of 3-stoffen redelijkerwijs te beveiligen tegen diefstal of misbruik.

Artikel 3 [Vervallen per 01-01-2014]

  • 1 Een vergunninghouder houdt op persoonlijke of elektronische wijze toezicht op categorie 1-, 2-, of 3-stoffen.

  • 2 Diegene die persoonlijk toezicht houdt, is hiertoe geautoriseerd door de vergunninghouder.

Artikel 4 [Vervallen per 01-01-2014]

Wanneer categorie 1-, 2-, of 3-stoffen niet onder persoonlijk toezicht staan, zijn de beveiligingsmaatregelen van een vergunninghouder zodanig, dat elektronische detectie van een poging tot diefstal of misbruik plaatsvindt en dat vanaf dat moment maatregelen werkzaam zijn die leiden tot:

  • a. ten minste 10 minuten vertraging in de tijd die iemand nodig heeft om wederrechtelijk beschikking te krijgen over een categorie 1-stof;

  • b. ten minste 5 minuten vertraging in de tijd die iemand nodig heeft om wederrechtelijk beschikking te krijgen over een categorie 2-stof;

  • c. ten minste 3 minuten vertraging in de tijd die iemand nodig heeft om wederrechtelijk beschikking te krijgen over een categorie 3-stof.

Artikel 5 [Vervallen per 01-01-2014]

De beveiligingsmaatregelen, bedoeld in de artikelen 2, 3 en 4 worden afgestemd op:

  • a. de aard van de categorie 1-, 2-, of 3-stof;

  • b. de manier waarop de categorie 1-, 2-, of 3-stof wordt gebruikt of opgeslagen;

  • c. de verplaatsbaarheid van de categorie 1-, 2-, of 3-stof;

  • d. de mogelijke gevolgen voor mensen, dieren, planten en goederen door blootstelling aan ioniserende straling of het vrijkomen van de categorie 1-, 2-, of 3-stof in geval van diefstal of misbruik;

  • e. de maatregelen die zijn of worden getroffen om de nadelige gevolgen van ioniserende straling voor mensen, dieren, planten en goederen te voorkomen of te beperken.

Artikel 6 [Vervallen per 01-01-2014]

  • 1 Een vergunninghouder beschikt over een beveiligingsplan met een beschrijving van de wijze waarop de categorie 1-, 2-, of 3-stof wordt beveiligd.

  • 2 Het beveiligingsplan bevat ten minste een beschrijving van:

    • a. de categorie-indeling van de te beveiligen radioactieve stoffen overeenkomstig de bijlage;

    • b. de manier waarop de categorie 1-, 2-, of 3-stof wordt gebruikt of opgeslagen;

    • c. de plaats waar de categorie 1-, 2-, of 3-stof wordt gebruikt of opgeslagen;

    • d. de getroffen en te treffen beveiligingsmaatregelen;

    • e. diegenen die geautoriseerd zijn persoonlijk toezicht te houden als bedoeld in artikel 3;

    • f. de taken en bevoegdheden van de medewerkers, belast met de beveiliging van de categorie 1-, 2-, of 3-stof;

    • g. de procedures die de medewerkers, belast met de beveiliging van de categorie 1-, 2-, of 3-stof moeten volgen, waarbij in ieder geval wordt beschreven hoe zij moeten handelen in geval van diefstal of misbruik van de categorie 1-, 2-, of 3-stof of een poging daartoe;

    • h. afspraken met de politie of met een particuliere beveiligingsdienst;

    • i. een evaluatieprogramma om de beveiligingsmaatregelen te beoordelen.

  • 3 Een vergunninghouder handelt in overeenstemming met het beveiligingsplan.

Artikel 7 [Vervallen per 01-01-2014]

  • 1 Een vergunninghouder zorgt ervoor dat van het beveiligingsplan, bedoeld in artikel 6, slechts kennis nemen de personen voor wie dit noodzakelijk is voor het goed uitvoeren van hun functie.

Artikel 8 [Vervallen per 01-01-2014]

  • 1 Een vergunninghouder voert jaarlijks en ten minste na elke inbreuk op de beveiliging het evaluatieprogramma, bedoeld in artikel 6, tweede lid, onder i, uit. Daarbij worden in ieder geval de beveiligingsmaatregelen gecontroleerd en getest en wordt het beveiligingsplan in een oefening toegepast.

  • 2 Een vergunninghouder wijzigt het beveiligingsplan voor zover de resultaten van het evaluatieprogramma, bedoeld in het eerste lid, daartoe aanleiding geven.

Artikel 9 [Vervallen per 01-01-2014]

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 april 2013.

Artikel 10 [Vervallen per 01-01-2014]

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling beveiliging radioactieve stoffen.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

's-Gravenhage, 3 december 2012

De

Minister

van Economische Zaken,

H.G.J. Kamp.

Bijlage behorende bij artikel 1 van de Regeling beveiliging radioactieve stoffen [Vervallen per 01-01-2014]

In deze bijlage wordt verstaan onder:

A: activiteit als bedoeld in artikel 1 van het Besluit stralingsbescherming;

D: D-waarde, bepaald overeenkomstig tabel 1 van het document ‘Dangerous Quantities of Radioactive Material (D-Values)’, EPR-D-Values 2006, van het Internationaal Atoomenergie Agentschap (IAEA)1, waarbij de laagste waarde wordt genomen.

Indeling van radioactieve stoffen in categorieën als bedoeld in artikel 1

Categorie

radioactieve stoffen:

1

Kunstmatige radioactieve stoffen ten behoeve van:

– nucleaire batterijen

– sterilisatie, onderzoek en bloedbestraling

– teletherapie apparatuur

– vaste, multibundel teletherapie

of

Overige kunstmatige radioactieve stoffen waarvan:

A/D > 1000

2

Kunstmatige radioactieve stoffen ten behoeve van:

– industriële gammagrafie

– brachytherapie (stralingsdosistempo van 2,0 Gy of hoger)

of

Overige kunstmatige radioactieve stoffen waarvan:

1000 > A/D > 10

3

Kunstmatige radioactieve stoffen ten behoeve van:

– Hoogactieve bronnen in vaste industriële meetapparatuur

– bron bemetingsapparatuur t.b.v. olie- en gaswinning (well logging)

of

Overige kunstmatige radioactieve stoffen waarvan:

10 > A/D > 1

Voor de toepassing van deze tabel wordt de indeling in een categorie slechts bepaald met behulp van de A/D waarde indien:

  • a. de desbetreffende radioactieve stof niet is ingedeeld in een categorie door expliciete aanwijzing in de tabel; of

  • b. verschillende radioactieve stoffen worden gebruikt of opgeslagen in één ruimte, zonder aparte beveiligingsmaatregelen per stof en de gesommeerde A/D-waarde niet leidt tot indeling in een categorie die lager is dan de categorie waarin de afzonderlijke stoffen zijn ingedeeld op basis van expliciete aanwijzing.

In de situatie, bedoeld onder b, wordt de totale activiteit van de radioactieve stoffen bij de categorie-indeling beschouwd als één geheel. Hiertoe wordt de A/D-waarde bepaald volgens de formule:

Bijlage 251469.png

Waarbij:

Ai,n = activiteit van iedere radioactieve stof of ingekapselde bron i met radionuclide n

Dn = D waarde voor radionuclide n

  • ^ [1]

    http://www-pub.iaea.org/MTCD/publications/PDF/EPR_D_web.pdf