Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Regeling Verplichte accountantscontrole kostprijzen curatieve GGZ[Regeling vervallen per 01-01-2014.]

Geldend van 08-12-2012 t/m 31-12-2013

Regeling Verplichte accountantscontrole kostprijzen GGZ (NR/CU-527)

Ingevolge artikel 68 van de Wmg besluit de NZa tot vaststelling van de navolgende regeling.

Artikel 1. Reikwijdte [Vervallen per 01-01-2014]

Deze regeling is van toepassing op instellingen die tweedelijns1 curatieve geestelijke gezondheidszorg (GGZ) leveren en die door de NZa via een schriftelijk informatieverzoek op grond van artikel 61 Wmg en met inachtneming van de beleidsregel ‘Kostprijsberekening curatieve GGZ’ (BR/CU-5078) verplicht zijn gesteld om kostprijzen aan te leveren.

Deze regeling is niet van toepassing op vrijgevestigde zorgaanbieders die tweedelijns curatieve geestelijke gezondheidszorg leveren.

Artikel 2. Doel van de regeling [Vervallen per 01-01-2014]

Doel van deze regeling is te borgen dat kostprijsgegevens die door instellingen op grond van artikel 61 Wmg en met inachtneming van de beleidsregel ’Kostprijsberekening curatieve GGZ’ (BR/CU-5078) aan de NZa moeten worden aangeleverd, betrouwbaar en bruikbaar zijn voor de vaststelling van tarieven voor de tweedelijns curatieve GGZ.

Artikel 3. Begripsbepalingen [Vervallen per 01-01-2014]

In de regeling wordt verstaan onder:

  • a. accountant: een accountant als bedoeld in artikel 393 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek;

  • b. curatieve geestelijke gezondheidszorg: geneeskundige (op genezing gerichte) geestelijke gezondheidszorg;

  • c. geneeskundig geestelijke gezondheidszorg: zorg als bedoeld in de Wet van 2 november 2006 tot wijziging van het tijdstip waarop die zorg deel uitmaakt van de aanspraken ingevolge een zorgverzekering als bedoeld in de Zorgverzekeringswet (Stb. 2006, 630, Artikel III);

  • d. instelling: instelling als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder f, van de Wet toelating zorginstellingen (WTZi);

  • e. zorgaanbieder: natuurlijke persoon of rechtspersoon die beroeps- of bedrijfsmatig tweedelijns curatieve geestelijke gezondheidszorg verleent;

  • f. vrijgevestigde zorgaanbieder: zorgaanbieder als bedoeld onder e, niet zijnde een instelling, als bedoeld onder d;

  • g. kostprijs: de kosten in verband met het verrichten of leveren van bepaalde zorgactiviteiten of zorgproducten waarbij de toerekening plaatsvindt conform het kostprijsmodel als beschreven in de beleidsregel ’Kostprijsberekening curatieve GGZ’ (BR/CU-5078).

Artikel 4. Bijlagen [Vervallen per 01-01-2014]

Van deze regeling maken twee bijlagen deel uit:

  • Bijlage 1: ‘Onderzoeksprotocol aanlevering kostprijzen DBC GGZ op basis van kostprijsmodel DBC GGZ versie 14’;

  • Bijlage 2: ‘Voorbeeldtekst goedkeurend assurance-rapport kostprijsinformatie DBC GGZ’.

Artikel 5. Assurance rapport [Vervallen per 01-01-2014]

  • 1 Instellingen die onder de reikwijdte van deze regeling vallen dragen er zorg voor dat een accountant als bedoeld in artikel 393 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek de juistheid van de op grond van de aanleververplichting, waaraan wordt gerefereerd in artikel 4.2.2. van de beleidsregel ‘Kostprijsberekening curatieve GGZ’ (BR/CU-5078), verstrekte gegevens en inlichtingen bevestigt door middel van een assurance rapport, dat is opgesteld overeenkomstig de eisen van het onderzoeksprotocol dat als bijlage 1 bij deze regeling is opgenomen.

    In bijlage 2, behorend bij deze regeling, is een voorbeeldtekst van een (goedkeurend) assurance rapport opgenomen.

  • 2 Instellingen die onder de reikwijdte van deze regeling vallen, dienen het in het vorige lid genoemde assurance rapport mee te zenden tezamen met de overige gegevens die in het schriftelijke informatieverzoek, genoemd in artikel 1, worden opgevraagd. Voor de indiening van de hiervoor genoemde gegevens, inclusief het assurance rapport, geldt een uiterlijke aanleverdatum, die in het hiervoor genoemde schriftelijke informatieverzoek zal worden vermeld.

Artikel 6. Inwerkingtreding en citeerregel [Vervallen per 01-01-2014]

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin de regeling ingevolge artikel 20, tweede lid, onderdeel a, van de Wet marktordening gezondheidszorg wordt geplaatst.

Deze regeling kan worden aangehaald als: ‘Regeling Verplichte accountantscontrole kostprijzen curatieve GGZ’.

De Raad van Bestuur van de Nederlandse Zorgautoriteit,

T.W. Langejan,

voorzitter Raad van Bestuur.

Bijlage 1 [Vervallen per 01-01-2014]

Onderzoeksprotocol aanlevering kostprijzen DBC GGZ op basis van kostprijsmodel versie 14 [Vervallen per 01-01-2014]

1. Uitgangspunten [Vervallen per 01-01-2014]

1.1. Doelstelling [Vervallen per 01-01-2014]

Voor de op genezing gerichte Geestelijke Gezondheidszorg (GGZ) stelt de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) tarieven vast van DBC-zorgproducten.

Voor de tarieven van de DBC-zorgproducten stelt de NZa de maximumtarieven vast op basis van kostprijzen die gebaseerd zijn op werkelijke kosten die worden uitgevraagd op basis van het kostprijsmodel versie 142 (hierna ‘kostprijsmodel’). Het kostprijsmodel, dat als bijlage is gekoppeld aan de beleidsregel ’Kostprijsberekening curatieve GGZ’ (BR/CU-5078), geeft inzicht in de totstandkoming van de kostprijzen en de wijze waarop deze berekend en aangeleverd worden door de GGZ instelling. De aanlevering van de kostprijsinformatie gebeurt door middel van een aanleversjabloon met bijbehorende instructie.

Deze nadere regel (NR/CU-527) van de NZa verplicht instellingen, die door de NZa zijn aangewezen, om een externe accountant onderzoek te laten verrichten naar de juistheid van de door die instelling berekende kostprijsgegevens.

Deze nadere regel (zie artikel 1: reikwijdte) is van toepassing op instellingen die tweedelijns curatieve GGZ leveren. Daartoe behoren (voorheen) gebudgetteerde en niet-gebudgetteerde instellingen, inclusief PAAZ- en PUK’en.

Dit onderzoeksprotocol geeft richtlijnen voor het door een externe accountant van de GGZ-instelling uit te voeren onderzoek naar de juistheid van de aangeleverde gegevens door de GGZ-instelling inzake de kostprijzen.

1.2. Definities [Vervallen per 01-01-2014]

Voor zover dit protocol begrippen bevat, die een nadere definiëring behoeven, zijn deze opgenomen in artikel 3 van de Regeling ‘Verplichte accountantscontrole kostprijzen curatieve GGZ’ (kenmerk: NR/CU-527).

1.3. Procedures [Vervallen per 01-01-2014]

De werkwijze van het onderzoek naar de kostprijzen ziet er als volgt uit:

De GGZ-instelling vult het door de NZa beschikbaar gestelde aanleversjabloon, dat als bijlage deel uitmaakt van de beleidsregel ’Kostprijsberekening curatieve GGZ’ (BR/CU-5078), in overeenkomstig het kostprijsmodel en de instructie bij het aanleversjabloon. Instellingen die onder de reikwijdte van de Regeling ‘Verplichte accountantscontrole kostprijzen curatieve GGZ’ vallen, geven een externe accountant opdracht tot het uitvoeren van een onderzoek naar de juistheid van de in het sjabloon opgenomen gegevens.

Deze externe accountant hanteert het onderzoeksprotocol als kader voor zijn werkzaamheden. Hij laat zich daarbij leiden door de geldende beroepsvoorschriften, in het bijzonder de Verordening Gedragscode (VGC) en de Nadere voorschriften controle- en overige Standaarden (NV COS).

De instelling levert het definitieve door de externe accountant gewaarmerkte aanleversjabloon, voorzien van een assurance-rapport, vóór de uiterlijke aanleverdatum aan bij een door de NZa aangewezen partij. De uiterlijke aanleverdatum en de aangewezen partij staan beschreven in de schriftelijke aanleververplichting die de instelling heeft ontvangen.

1.4. Leeswijzer [Vervallen per 01-01-2014]

Hoofdstuk 1 geeft de uitgangspunten weer van het onderzoeksprotocol. Hoofdstuk 2 bevat de kern van het onderzoeksprotocol en geeft het toetsingskader voor de externe accountant van de GGZ-instelling weer.

In bijlage 2 is een modeltekst opgenomen voor een goedkeurend assurance-rapport. Bij een andersluidend rapport past de accountant de inhoud van het rapport aan overeenkomstig de voorschriften van de NV COS van de NBA.

2. Onderzoeksaanpak [Vervallen per 01-01-2014]

2.1. Doel en reikwijdte [Vervallen per 01-01-2014]

De externe accountant onderzoekt in hoeverre de GGZ-instelling het kostprijsmodel op een juiste wijze heeft gehanteerd en in hoeverre de gegevens zoals door de instelling opgenomen in het aanleversjabloon voldoen aan het geldende normenkader zoals dat is benoemd in het kostprijsmodel.

De externe accountant voert de assurance opdracht uit met inachtneming van dit onderzoeksprotocol. Het kostprijsmodel geeft in samenhang met de instructie bij het aanleversjabloon, aanwijzingen die zijn gericht op een controleerbare totstandkoming van de in het aanleversjabloon opgenomen kostprijsinformatie.

Het onderzoek van de accountant mondt uit in een assurance-rapport bij het aanleversjabloon, met een redelijke mate van zekerheid.

Het aanleversjabloon bevat een door de instelling opgestelde opgave, waarin onder andere inzicht wordt gegeven in het aantal gerealiseerde eenheden productie in het boekjaar en de nacalculatorische kostprijzen per kostendrager, uitgesplitst in de voorgedefinieerde kostencategorieën.

In het assurance-rapport geeft de accountant een oordeel over de juistheid van de gegevens zoals opgenomen in het aanleversjabloon. De eisen die daaraan worden gesteld dient de accountant op toereikende wijze in zijn werkprogramma op te nemen.

2.2. Onderzoeksaanpak [Vervallen per 01-01-2014]

De onderzoeksaanpak is de primaire verantwoordelijkheid van de externe accountant. Dit onderzoeksprotocol beoogt dan ook niet een aanpak van de assurance-opdracht voor te schrijven. Veelal baseert de externe accountant zich bij zijn onderzoek op een (risico)analyse en komt hij op basis daarvan tot een optimale afweging van de in te zetten onderzoeksmiddelen. Aangezien deze aanpak leidt tot maatwerk per instelling is het voorschrijven van een aanpak ook niet mogelijk.

De accountant voert zijn onderzoek uit in overeenstemming met Nederlands recht, waaronder Standaard 3000 ‘Assurance-opdrachten anders dan opdrachten tot controle of beoordeling van historische financiële informatie’.

De accountant belast met het onderzoek van het aanleversjabloon dient zorg te dragen voor een adequate onderzoeksaanpak en een op de instelling toegesneden werkprogramma.

2.3. Referentiekader [Vervallen per 01-01-2014]

Als referentiekader voor de onderzoeksopdracht gelden de volgende documenten:

  • De beleidsregel ‘Kostprijsberekening curatieve GGZ’ (BR/CU-5078) met daarbij als bijlage 1 het kostprijsmodel versie 14;

  • Nadere regel ‘Verplichte accountantscontrole kostprijzen curatieve GGZ’ (NR/CU-527);

  • Aanleversjabloon met bijbehorende instructie.

Deze documenten zijn te vinden op de website van de NZa (www.nza.nl/regelgeving/beleidsregels/geneeskundige-ggz/BR-CU-5078)

2.4. Betrouwbaarheid en nauwkeurigheid (materialiteit) [Vervallen per 01-01-2014]

De accountant dient zijn onderzoek zodanig in te richten dat een redelijke mate van zekerheid wordt bereikt dat het aanleversjabloon geen afwijkingen van materieel belang vertoont. Dit wil voor het onderhavige onderzoek zeggen dat het onderzoek met een zodanig zekerheidsniveau moet worden uitgevoerd dat met 95% betrouwbaarheid gesteld moet kunnen worden dat niet meer dan 3% van de aangeleverde gegevens onjuist of onzeker is.

Voor de strekking van het assurance-rapport gelden de volgende toleranties, die uitgedrukt zijn in een percentage van het totaal van de toegerekende kosten, volgens het kostprijsmodel:

 

Goedkeurend

Beperking

Oordeelonthouding

Afkeurend

Fouten in het aanleversjabloon

≤ 3%

> 3% en ≤ 6%

n.v.t.

> 6%

Onzekerheden in het onderzoek

≤5%

> 6% en ≤ 10%

> 10%

n.v.t.

Gelet op de directe relatie van aantallen en geld is voor de in het aanleversjabloon opgenomen aantallen eenheden kostendrager dezelfde materialiteit voor het totaal van de verantwoorde aantallen eenheden kostendrager van toepassing.

De externe accountant rapporteert aan de instelling naar aanleiding van zijn bevindingen en informeert de instellinginstelling daarbij over alle (eventueel) tijdens het onderzoek geconstateerde onjuistheden en onzekerheden. De instelling brengt op basis hiervan correcties aan in het aanleversjabloon. Het kan voorkomen dat het doorvoeren van correcties niet mogelijk is, omdat bijvoorbeeld onzekerheden niet of niet voldoende nauwkeurig kunnen worden gekwantificeerd. Het is van belang dat de instelling de gehanteerde veronderstellingen en onzekerheden toelicht.

Er is sprake van een fout in het aanleversjabloon wanneer uit het verrichte onderzoek is gebleken dat (een gedeelte van) de opgenomen gegevens niet in overeenstemming zijn met één of meer van de voorschriften.

Er is sprake van een onzekerheid in het onderzoek wanneer onvoldoende en/of ongeschikte assurance-informatie aanwezig is om te bepalen of (een gedeelte van) de gegevens wel of niet in overeenstemming zijn met de voorschriften.

2.5. Nadere invulling toetsingscriteria [Vervallen per 01-01-2014]

De accountant dient vast te stellen dat de aangeleverde kostprijsinformatie op de juiste wijze, overeenkomstig het kostprijsmodel, deze nadere regel (NR/CU-527) en de aanleverinstructie is opgenomen in het aanleversjabloon en dat de aansluitingen met de bronsystemen en eventuele bijzonderheden zijn toegelicht. Daarbij stelt hij vast dat de gebruikte informatie zoveel mogelijk is ontleend aan, dan wel aangesloten met de door de externe accountant gecontroleerde verantwoordingen over het boekjaar 2012:

  • De jaarrekening 2012

  • De nacalculatie(s) 2012

  • De verantwoording inzake de gerealiseerde opleidingsplaatsen in 2012

De accountant stelt vast dat bij deze verantwoordingen een goedkeurende controleverklaring (in het geval van de opleidingsplaatsen een assurancerapport) is verstrekt. Indien dat niet het geval is stelt hij vast dat dit door de GGZ instelling is toegelicht en overweegt hij de gevolgen hiervan voor het assurancerapport bij het aanleversjabloon kostprijsinformatie.

Voor de informatie die niet rechtstreeks aan deze gecontroleerde stukken kan worden ontleend dient door de accountant te worden vastgesteld dat de GGZ-instelling op totaalniveau een aansluiting heeft gemaakt waarbij de verschillen zijn geanalyseerd en toegelicht.

Belangrijke aansluitingen zijn in dit kader:

  • Het totaal van de gerealiseerde Fte’s en de daarin opgenomen aantallen FTe per CONO beroep of VOV.

  • Het totaal van de gerealiseerde verblijfdagen en de samenstelling per verblijfdagcategorie (A t/m G). Aandachtspunt hierbij is het juist onderscheiden van aanwezigheid en afwezigheid.

  • Het totaal van de gerealiseerde uren dagbesteding en de samenstelling per categorie van dagbesteding.

  • Het totaal van de geregistreerde werkelijk bestede patiëntgebonden tijd en de verdeling over directe en indirect cliëntgebonden tijd.

  • Het totaal van de kosten die in aanmerking worden genomen en de aansluiting daarvan met de jaarrekening, rekening houdend met de uit te sluiten kosten.

  • De aansluiting van de aantallen gerealiseerde opleidingen met de verantwoording inzake de gerealiseerde opleidingsplaatsen in 2012.

Voor een deel van de kostprijsinformatie geldt dat deze niet specifiek is gecontroleerd op het aggregatieniveau en/of ten aanzien van de aspecten die voor het kostprijsonderzoek worden uitgevraagd. Als voorbeeld noemen wij de juiste invulling van de CONO beroepen in de personeels- en salarisadministratie. Het is niet de bedoeling dat naar deze aspecten ten behoeve van dit protocol een nader onderzoek wordt verricht. De accountant kan in het kader van de toepassing van dit procotol uitgaan van de juistheid van dergelijke gegevens in bronsystemen die voor jaarrekeningdoeleinde zijn getoetst, tenzij hij indicaties heeft dat de bronsystemen op het punt van de uitgevraagde kostprijsinformatie onvoldoende betrouwbaar zijn.

Als wel sprake is van dergelijke indicaties, zal de accountant deze aspecten nader onderzoeken, of als dit niet mogelijk is de gevolgen voor de betrouwbaarheid van de kostprijsinformatie tot uitdrukking brengen in het assurance-rapport.

In de aanleverinstructie bij het controleprotocol zijn de door de GGZ instelling in te vullen gegevens en de daarbij te maken aansluitingen per onderdeel weergegeven. De accountant onderzoekt of het aanleversjabloon overeenkomstig de aanwijzingen in het kostprijsmodel en de aanleverinstructie is ingevuld en dat aansluitingen met de brongegevens zijn vastgelegd en eventuele verschillen en bijzonderheden zijn toegelicht.

Bijlage 2 [Vervallen per 01-01-2014]

Voorbeeldtekst goedkeurend assurance rapport kostprijsinformatie DBC GGZ [Vervallen per 01-01-2014]

Hieronder is een voorbeeldtekst opgenomen voor het goedkeurende assurance-rapport bij de aangeleverde kostprijsinformatie DBC GGZ. Als sprake is van relevante bevindingen dienen deze bevindingen en de gevolgen daarvan voor de conclusie in het rapport te worden vermeld overeenkomstig de voorschriften van de NV COS.

Assurance-rapport [Vervallen per 01-01-2014]

Aan: opdrachtgever

Opdracht en verantwoordelijkheid [Vervallen per 01-01-2014]

Wij hebben onderzocht of het bijgevoegde, door ons gewaarmerkte, aanleversjabloon betreffende de kostprijsinformatie DBC GGZ door ..... (naam instelling) te ..... (statutaire vestigingsplaats) over het jaar 2012 in overeenstemming met het kostprijsmodel versie 14 en de nadere regel NR/CU-527, de opgenomen gegevens juist weergeeft. Het aanleversjabloon is opgesteld onder verantwoordelijkheid van het bestuur van de entiteit1. Het is onze verantwoordelijkheid een assurance-rapport inzake het sjabloon te verstrekken.

Werkzaamheden [Vervallen per 01-01-2014]

Wij hebben ons onderzoek verricht in overeenstemming met Nederlands recht, waaronder Standaard 3000, ’Assurance-opdrachten anders dan opdrachten tot controle en beoordeling van historische financiële informatie‘ en het ‘Onderzoeksprotocol aanleveringen kostprijzen DBC GGZ’. Dienovereenkomstig dienen wij ons onderzoek zodanig te plannen en uit te voeren, dat een redelijke mate van zekerheid wordt verkregen dat het aanleversjabloon geen afwijkingen van materieel belang bevat. Een assurance-opdracht omvat onder meer een onderzoek door middel van deelwaarnemingen van relevante gegevens.

Wij zijn van mening dat de door ons verkregen assurance-informatie voldoende en geschikt is als basis voor ons oordeel.

Oordeel [Vervallen per 01-01-2014]

Naar ons oordeel geeft het aanleversjabloon de gevraagde kostprijsinformatie DBC GGZ over het boekjaar 2012 van (naam instelling) in alle van materieel belang zijnde aspecten juist weer in overeenstemming met de nadere regel NR/CU-527 en het kostprijsmodel versie 14.

Overige aspecten – beperking in de verspreidingskring en het gebruik [Vervallen per 01-01-2014]

Het aanleversjabloon betreffende de kostprijsinformatie DBC GGZ is opgesteld voor de Nederlandse Zorgautoriteit met als doel (naam instelling) in staat stellen te voldoen aan de vereisten op grond van de nadere regel NR/CU-527 en het kostprijsmodel versie 14. Hierdoor is het aanleversjabloon mogelijk niet geschikt voor andere doeleinden. Ons assurance-rapport is derhalve uitsluitend bestemd voor (naam instelling) en de Nederlandse Zorgautoriteit/DBC Onderhoud en dient niet te worden verspreid aan of te worden gebruikt door anderen.

Plaats, datum

.....

Naam accountantsorganisatie

.....

Naam externe accountant en ondertekening met die naam

.....

Paraaf voor waarmerkingsdoeleinden

.....

1 Afhankelijk van de aard van de entiteit vervangen door een meer passende aanduiding, zoals ‘het bestuur van de stichting’ of ‘het bestuur van de vennootschap’.

  • ^ [1]

    De term ‘tweedelijns’ is hier bewust gekozen ter onderscheiding van de eerstelijns psychologische zorg, waarvoor vrije tarieven gelden als bedoeld in artikel 50, eerste lid, onderdeel a, van de Wmg. Op laatstgenoemde categorie zorg en de aanbieders daarvan is deze regeling derhalve niet van toepassing. Waar in deze regeling wordt gesproken van curatieve GGZ wordt steeds gedoeld op tweedelijns curatieve GGZ.

  • ^ [2]

    Momenteel versie 14. Waar in dit protocol wordt gesproken over kostprijsmodel, wordt deze versie bedoeld.