Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Regeling relatieve zuinigheid personenauto’s

Geldend van 28-02-2015 t/m heden

Regeling van de Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu van 31 oktober 2012, nr. IenM/BSK-2012/219507, houdende regels voor de bepaling van de energie-efficiëntieklasse, en voor de vaststelling van de constanten en waarden ten behoeve van de berekening van de relatieve zuinigheid van personenauto’s (Regeling relatieve zuinigheid personenauto´s)

De Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu,

Gelet op de artikelen 6a en 8, eerste lid, van het Besluit etikettering energieverbruik personenauto’s;

Besluit:

Artikel 1

  • 1 De energie-efficiëntieklasse van een nieuw model personenauto wordt bepaald aan de hand van de relatieve energiezuinigheid van de personenauto volgens de volgende tabel:

    Bijlage 251298.png
  • 2 Bij de vaststelling van de energie-efficiëntieklasse wordt de relatieve energiezuinigheid uitgedrukt als een percentage en niet afgerond. Wanneer verscheidene varianten of uitvoeringen onder één model zijn gegroepeerd, is de op te geven energie-efficiëntieklasse van het model gebaseerd op de minst zuinige variant of uitvoering binnen die groep. De relatieve energiezuinigheid wordt berekend volgens de volgende zes stappen:

    • a. Berekening van de gemiddelde lengte met behulp van regressieformule voor de lengte:

      lengtegem.= C1, lengte+ C2, lengtex breedte + C3, lengtex [breedte]2

    • b. Berekening van de gecorrigeerde lengte x breedte:

      (lengte x breedte)cor. = [0,7 x lengte + 0,3 x lengtegem.] x breedte

    • c1. Controle van het toepassingsgebied van de regressieformule voor de gemiddelde CO2- uitstoot van auto's met benzine als brandstof:

      Als: (lengte x breedte)cor. < -0,5 x C2, benzine/ C3, benzine

      dan: (lengte x breedte)cor.= -0,5 x C2, benzine/ C3, benzine

    • c2. Controle van het toepassingsgebied van de regressieformule voor de gemiddelde CO2- uitstoot van auto's met diesel als brandstof:

      Als: (lengte x breedte)cor. < -0,5 x C2, diesel/ C3, diesel

      dan: (lengte x breedte)cor. = -0,5 x C2, diesel/ C3, diesel

    • d1. Berekening van de gemiddelde CO2-uitstoot met behulp van regressieformule voor auto's met benzine als brandstof:

      CO2-uitstootgem. = C1, benzine+ C2, benzinex [(lengte x breedte)cor.] + C3, benzine x [(lengte x breedte)cor.]2

    • d2. Berekening van de gemiddelde CO2-uitstoot met behulp van regressieformule voor auto's met diesel als brandstof:

      CO2-uitstootgem. = C1, diesel+ C2, dieselx [(lengte x breedte)cor.] + C3, dieselx [(lengte x breedte)cor.]2

    • e1. Berekening van referentie CO2-uitstoot voor etikettering van auto's met benzine als brandstof:

      CO2-uitstootref. = 0,75 x CO2-uitstootgem. + 0,25 x CO2-uitstoottotaal gem. benzine

    • e2. Berekening van referentie CO2-uitstoot voor etikettering van auto's met diesel als brandstof:

      CO2-uitstootref. = 0,75 x CO2-uitstootgem. + 0,25 x CO2-uitstoottotaal gem. diesel

    • f. Berekening van de relatieve energiezuinigheid:

      Relatieve energiezuinigheid = [CO2-uitstoot - CO2-uitstootref.]/ CO2-uitstootref. x 100%

  • 3 Voor het bepalen van de energie-efficiëntieklasse voor personenauto’s waarvoor de test als bedoeld in Verordening (EG) 692/2008 van de Commissie van 18 juli 2008 tot uitvoering en wijziging van Verordening (EG) nr. 715/2007 van het Europees Parlement en de Raad betreffende de typegoedkeuring van motorvoertuigen met betrekking tot emissies van lichte personen- en bedrijfsvoertuigen (Euro 5 en Euro 6) en de toegang tot reparatie- en onderhoudsinformatie (PbEG 2008, L 199) (mede) met LPG, aardgas of E-85 als brandstof is uitgevoerd, wordt de CO2-uitstoot van de auto met respectievelijk LPG, aardgas en E-85 als brandstof gehanteerd. Hierbij wordt voor deze auto’s daar waar sprake is van de referentie CO2-uitstoot (CO2-uitstootref.) uitgegaan van de referentiewaarden voor auto’s met benzine als brandstof.

  • 4 Personenauto's met een achteraf ingebouwde LPG- of aardgas installatie hebben de test van Verordening (EG) 692/2008 van de Commissie van 18 juli 2008 tot uitvoering en wijziging van Verordening (EG) nr. 715/2007 van het Europees Parlement en de Raad betreffende de typegoedkeuring van motorvoertuigen met betrekking tot emissies van lichte personen- en bedrijfsvoertuigen (Euro 5 en Euro 6) en de toegang tot reparatie- en onderhoudsinformatie (PbEG 2008, L 199) met benzine als brandstof ondergaan en worden beschouwd als personenauto's met benzine als brandstof.

  • 5 De bij toepassing van de formules in te vullen lengte is de voor de variant waartoe de personenauto behoort, laagste lengtewaarde die is vermeld in de aan het EG-typegoedkeuringscertificaat gehechte bijlage I bij richtlijn 2007/46/EG. Indien de variant waartoe de personenauto behoort uitvoeringen met verschillende wielbases kent, dan wordt per wielbasisversie de laagste lengtewaarde van de desbetreffende uitvoeringen genomen die is vermeld in de aan het EG-typegoedkeuringscertificaat gehechte bijlage I bij richtlijn 2007/46/EG.

  • 6 De bij toepassing van de formules in te vullen breedte is de voor de variant waartoe de personenauto behoort, laagste breedtewaarde die is vermeld in de, aan het EG-typegoedkeuringscertificaat gehechte, bijlage I bij richtlijn 2007/46/EG. De breedte is gemeten overeenkomstig richtlijn 92/21/EEG.

  • 7 De waarden voor de lengte en de breedte worden ingevuld in meters, met een nauwkeurigheid van drie cijfers achter de komma. De waarde voor de specifieke CO2-uitstoot wordt ingevuld in gram/km, afgerond op het dichtstbijzijnde gehele cijfer.

Artikel 2

  • 1 De constanten, bedoeld in artikel 8 van het Besluit etikettering energiegebruik personenauto’s, C1, lengte, C2, lengte, C3, lengte, C1, benzine, C2, benzine, C3, benzine, C1, diesel, C2, diesel en C3, dieselworden berekend met behulp van de zogenoemde kleinste-kwadraten-methode. Bij de berekening van deze constanten worden buiten beschouwing gelaten:

    • varianten van voertuigtypen met een lengte x breedte groter dan 11 m2, en

    • uitvoeringen van voertuigtypen met een CO2-uitstoot kleiner of gelijk aan 50 gram per kilometer.

  • 2 De in artikel 1 bedoelde waarden CO2-uitstoottotaal gem. benzine en CO2-uitstoottotaal gem. diesel hebben betrekking op de gemiddelde CO2-uitstoot van nieuwe benzine- en dieselpersonenauto’s bij een voertuiggrootte behorend bij de gemiddelde CO2-uitstoot van alle auto’s. De waarden CO2-uitstoottotaal gemiddelde benzine en CO2-uitstoottotaal gemiddelde diesel worden bepaald met behulp van de formules in artikel 1, tweede lid, onderdelen D1 en D2. De voertuiggrootte behorend bij de gemiddelde CO2-uitstoot van alle auto’s wordt gevonden in de vorm van de gecorrigeerde lengte x breedte waarde, waarbij het gewogen gemiddelde van de met behulp van de formules in artikel 1, tweede lid, , onderdelen D1 en D2 gevonden gemiddelde CO2-waarden voor benzineauto's resp. dieselauto's gelijk is aan de gemiddelde CO2-uitstoot van alle verkochte nieuwe personenauto’s.

  • 3 De constanten en waarden worden berekend op basis van de gegevens omtrent CO2-uitstoot, de lengte, de breedte en de aantallen nieuwe personenauto’s, die zijn verkocht in de twee kalenderjaren voorafgaand aan het kalenderjaar, waarin de constanten en waarden worden vastgesteld.

Artikel 3

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2013.

Artikel 4

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling relatieve zuinigheid personenauto’s.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De

Staatssecretaris

van Infrastructuur en Milieu,

J.J. Atsma.