Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Regeling Periodiek Evaluatieonderzoek[Regeling vervallen per 01-01-2015.]

Geldend van 01-01-2013 t/m 31-12-2014

Regeling Periodiek Evaluatieonderzoek

De Minister van Financiën,

Gelet op artikel 38, tweed lid, onder a, van de Comptabiliteitswet 2001;

Besluit:

Artikel 1. Begripsbepalingen [Vervallen per 01-01-2015]

  • 1 In deze regeling wordt verstaan onder:

    • a. Onderzoek naar de doeltreffendheid en doelmatigheid: het periodieke onderzoek zoals bedoeld in artikel 20 van de Comptabiliteitswet;

    • b. Subsidie-evaluatie: evaluatie van een subsidie zoals bedoeld in artikel 4:24 van de Algemene Wet Bestuursrecht;

    • c. Beleidsdoorlichting: een onderzoek naar de doeltreffendheid en doelmatigheid van (een samenhangend deel van) het beleid dat valt onder een algemene doelstelling van een beleidsartikel uit de Rijksbegroting;

    • d. Doeltreffendheid van beleid: de mate waarin de beleidsdoelstelling dankzij de inzet van de onderzochte beleidsinstrumenten wordt gerealiseerd;

    • e. Doelmatigheid van beleid: de relatie tussen de effecten van het beleid en de kosten van het beleid.

Artikel 2. Onderzoek naar de doeltreffendheid en doelmatigheid [Vervallen per 01-01-2015]

  • 1 Het onderzoek naar de doeltreffendheid en doelmatigheid kent de volgende kwaliteitseisen:

    • a. Het onderzoek maakt duidelijk welk beleid wordt onderzocht en wat de doelstellingen van dat beleid zijn;

    • b. Het onderzoek beoogt de vraag te beantwoorden, in hoeverre het beleid doeltreffend en/of doelmatig is;

    • c. De conclusies van het onderzoek worden onderbouwd door onderliggende bevindingen;

    • d. De in het onderzoek gebruikte onderzoeksmethode is valide en betrouwbaar, het rapport geeft inzicht in de gebruikte evaluatiemethode en de (on-)mogelijkheden om de doeltreffendheid en/of doelmatigheid van het betreffende beleid vast te stellen.

  • 2 Bij de uitvoering van onderzoek naar de doeltreffendheid en doelmatigheid wordt minimaal één onafhankelijke deskundige betrokken. Dit om te waarborgen dat het onderzoek voldoet aan de kwaliteitseisen uit het eerste lid. Met de term onafhankelijke deskundige wordt iemand bedoeld die inhoudelijk deskundig is maar geen verantwoordelijkheid draagt voor het te onderzoeken beleid, of in de onderzochte periode verantwoordelijkheid heeft gedragen voor het te onderzoeken beleid. Van de onafhankelijk deskundige kan dus een onafhankelijk oordeel worden verwacht. De manier waarop een of meer onafhankelijke deskundigen bij het onderzoek betrokken is / zijn geweest wordt beschreven in het onderzoeksrapport.

Artikel 3. De beleidsdoorlichting [Vervallen per 01-01-2015]

  • 1 Al het beleid dat valt onder de beleidsartikelen in de begroting wordt periodiek (bijvoorbeeld eens per vier jaar en ten minste eens in de zeven jaar) geëvalueerd in een beleidsdoorlichting. In begroting en jaarverslag wordt aangegeven welke beleidsdoorlichtingen in welk jaar zijn of worden uitgevoerd.

  • 2 Een beleidsdoorlichting is een syntheseonderzoek naar zowel de doeltreffendheid als de doelmatigheid van al het beleid van een geheel beleidsartikel of van een substantieel, samenhangend deel van een beleidsartikel.

  • 3 Een beleidsdoorlichting bevat in ieder geval de volgende onderdelen:

    • a. Een afbakening van het te onderzoeken beleidsterrein;

    • b. De gehanteerde motivering voor het beleid en de met het beleid beoogde doelen;

    • c. Een beschrijving van het beleidsterrein en onderbouwing van de daarmee gemoeide uitgaven;

    • d. Een overzicht van eerder uitgevoerd onderzoek naar doeltreffendheid en doelmatigheid en een onderbouwing van de gekozen evaluatieprogrammering;

    • e. De effecten van het gevoerde beleid en een analyse en beoordeling van de doeltreffendheid en doelmatigheid van het gevoerde beleid, dat wil zeggen alle instrumenten in hun onderlinge samenhang.

  • 4 De minister zendt de beleidsdoorlichting aan de Tweede Kamer.

  • 5 Bij elke beleidsdoorlichting geeft ten minste één van de betrokken onafhankelijke deskundigen zijn of haar oordeel over de kwaliteit van de beleidsdoorlichting en een toelichting op zijn of haar betrokkenheid en inbreng bij de totstandkoming van de beleidsdoorlichting. Deze toelichting wordt opgenomen in de beleidsdoorlichting of als bijlage meegestuurd naar de Tweede Kamer.

  • 6 In aanvulling op het bepaalde in artikel 2, tweede lid, gelden voor beleidsdoorlichtingen strengere eisen voor de onafhankelijkheid van deskundigen(n). De onafhankelijke deskundige(n) mogen niet afkomstig zijn uit de kring van departementen. Medewerkers van inspectiediensten, de Auditdienst Rijk en departementale onderzoeksinstellingen met een onafhankelijke status kunnen wel als onafhankelijke deskundige optreden.

Artikel 4. Subsidie-evaluaties [Vervallen per 01-01-2015]

Ook op subsidie-evaluaties zijn, met inachtneming van de eisen uit de Algemene Wet Bestuursrecht, de kwaliteitseisen uit artikel 2, eerste lid, van toepassing.

Artikel 5. Inwerkingtreding [Vervallen per 01-01-2015]

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2013.

Deze regeling wordt met toelichting in de Staatscourant geplaatst.

Den Haag, 31 augustus 2012

De

Minister

van Financiën,

J.C. de Jager