Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Subsidieregeling Fietsersbond 2013[Regeling vervallen per 01-01-2017.]

Geldend van 01-10-2012 t/m 31-12-2016

Regeling van de Minister van Infrastructuur en Milieu, van 22 augustus 2012, nr. IenM/BSK-2012/160558, houdende verstrekking van subsidie aan de vereniging Fietsersbond (Subsidieregeling Fietsersbond 2013)

Artikel 1. Begripsbepaling [Vervallen per 01-01-2017]

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • forfaitair uurtarief: kostendekkend tarief per uur voor een boekjaar dat wordt gehanteerd voor de uitvoering van subsidiabele projecten, en dat wordt berekend op basis van gemiddelde salariskosten en een opslag voor de overheadkosten, waarbij wordt aangesloten bij de systematiek van de Handleiding Overheidstarieven 2012;

  • kosten derden: op factuur aantoonbare aan derden verschuldigde kosten die direct voor de subsidiabele projecten worden gemaakt;

  • minister: Minister van Infrastructuur en Milieu;

  • subsidieontvanger: Vereniging Fietsersbond, statutair gevestigd te Utrecht;

  • wet: Algemene wet bestuursrecht.

Artikel 2. Doel subsidie [Vervallen per 01-01-2017]

  • 1 De minister kan op aanvraag per boekjaar een subsidie verstrekken aan de subsidieontvanger voor het uitvoeren van projecten, gericht op:

    • a. de behartiging van belangen van fietsers in de besluitvorming van overheden, openbaar vervoersbedrijven en marktpartijen, en

    • b. het verkrijgen van gegevens over de lokale, regionale of landelijke staat van de fietsvoorzieningen of over het beleid van overheden en vervoerbedrijven ten gunste van de belangenbehartiging.

  • 2 Geen subsidie wordt verstrekt voor zover voor een project als bedoeld in het eerste lid, een subsidie is of wordt verstrekt door een ander bestuursorgaan dan wel andere inkomsten van derden zonder tegenprestatie zijn of worden verkregen.

Artikel 4. Subsidieplafond en subsidiabele kosten [Vervallen per 01-01-2017]

  • 1 Het subsidieplafond bedraagt €573.436,-.

  • 2 Het in het eerste lid genoemde bedrag is exclusief de compensatie voor de arbeidskostenontwikkeling, bedoeld in artikel 8, eerste lid.

  • 3 Als subsidiabele kosten worden uitsluitend in aanmerking genomen het totaal aantal uren dat daadwerkelijk aan de uitvoering van de subsidiabele projecten is besteed onder toepassing van het door de minister goedgekeurde forfaitair uurtarief, alsmede de kosten derden.

  • 4 Het goedgekeurde forfaitair uurtarief geldt voor de looptijd van deze regeling.

Artikel 5. Concept-activiteitenplan [Vervallen per 01-01-2017]

  • 1 Uiterlijk op 1 oktober van het jaar voorafgaand aan het boekjaar waarvoor subsidie wordt aangevraagd, zendt de subsidieontvanger een concept van het activiteitenplan, bedoeld in artikel 6, tweede lid, onder a, aan de minister.

  • 2 Het concept-activiteitenplan gaat vergezeld van:

    • a. een indicatie van het tijdstip waarop de subsidieontvanger gehouden is de projecten te hebben afgerond voor zover van toepassing, en

    • b. het geraamde aantal uren per project, het forfaitair uurtarief en de geraamde kosten derden per project.

Artikel 6. Aanvraag tot subsidieverlening [Vervallen per 01-01-2017]

  • 1 De subsidieontvanger dient de aanvraag tot subsidieverlening in bij de minister, uiterlijk op 1 november van het jaar voorafgaand aan het boekjaar waarvoor subsidie wordt aangevraagd. De aanvraag bevat het bedrag van de gevraagde subsidie.

  • 3 Voor het boekjaar 2013 wordt bij de aanvraag tevens overlegd een rapport van feitelijke bevindingen van een accountant ten aanzien van de berekening van het forfaitair uurtarief waarbij minimaal het volgende wordt aangegeven:

    • 1°. bij de berekening is de begroting gehanteerd;

    • 2°. de berekening is gebaseerd op de systematiek van de Handleiding Overheidstarieven 2012, en

    • 3°. het gehanteerde tarief is gebaseerd op de in de cao voor de welzijnssector vastgelegde salarisschalen.

Artikel 7. Beschikking tot subsidieverlening [Vervallen per 01-01-2017]

  • 1 De minister neemt de beschikking tot subsidieverlening binnen dertien weken na ontvangst van de aanvraag.

  • 2 In de beschikking worden vermeld:

    • a. de te subsidiëren projecten;

    • b. het tijdstip waarop de subsidieontvanger de projecten waarvoor subsidie is verleend uiterlijk moet hebben verricht voor zover van toepassing;

    • c. de wijze waarop het subsidiebedrag wordt bepaald en het bedrag waarop de subsidie ten hoogste kan worden vastgesteld;

    • d. het geraamde aantal uren per project, het goedgekeurde forfaitair uurtarief alsmede de geraamde kosten derden per project, en

    • e. de inhoud van het controleprotocol.

Artikel 8. Compensatie voor de arbeidskostenontwikkeling [Vervallen per 01-01-2017]

  • 1 Zolang de subsidie niet is vastgesteld, kan de minister ambtshalve het maximale subsidiebedrag, genoemd in artikel 4, eerste lid, verhogen met een bedrag dat ten hoogste bedraagt het bedrag dat wordt verkregen door het bedrag van de looncomponent in de subsidie te indexeren met het percentage voor de arbeidskostenontwikkeling, genoemd in de desbetreffende loonbijstellingsbrief van het Ministerie van Financiën met betrekking tot compensatie voor de arbeidskostenontwikkeling van B3-instellingen in de g&g-sector (code 905).

  • 2 De looncomponent bedraagt 68 procent van het goedgekeurde forfaitair uurtarief, vermenigvuldigd met het aantal uren dat aan de gesubsidieerde projecten is besteed.

Artikel 9. Weigeringsgronden [Vervallen per 01-01-2017]

In aanvulling op artikel 4:35 van de wet kan de minister de subsidieverlening geheel of gedeeltelijk weigeren indien naar zijn oordeel:

  • a. de aanvraag tot subsidieverlening niet in overeenstemming is met de wensen die de minister naar aanleiding van het concept, bedoeld in artikel 5, heeft kenbaar gemaakt;

  • b. de aanvraag niet voldoet aan artikel 6, of

  • c. er in voorgaande boekjaren ten aanzien van de subsidieverlening dan wel subsidievaststelling toepassing is gegeven aan de artikelen 4:48, 4:49 en 4:50 van de wet.

Artikel 10. Voorwaarde begrotingsvoorbehoud [Vervallen per 01-01-2017]

Voor zover de subsidie wordt verleend ten laste van de nog niet door de Staten-Generaal aangenomen rijksbegroting, onderdeel Infrastructuur en Milieu, wordt in de beschikking tot subsidieverlening vermeld dat de subsidieverlening plaatsvindt onder de voorwaarde dat voldoende gelden ter beschikking worden gesteld in de wet tot vaststelling van de rijksbegroting, onderdeel Infrastructuur en Milieu.

Artikel 11. Voorschotverlening [Vervallen per 01-01-2017]

  • 1 De minister kan ambtshalve en gelijktijdig met de beschikking tot subsidieverlening een beschikking tot bevoorschotting nemen.

  • 2 Het voorschot wordt uitgekeerd in termijnen waarvan de hoogte en de tijdstippen in de beschikking tot bevoorschotting worden bepaald met dien verstande dat de voorschotverlening ten hoogste 95 procent van de verleende subsidie per boekjaar bedraagt.

Artikel 12. Verplichtingen subsidieontvanger [Vervallen per 01-01-2017]

  • 1 In aanvulling op de artikelen 4:68, 4:69 en 4:70 van de wet is de subsidieontvanger verplicht tot:

    • a. voor zover van toepassing: het afronden van de uitvoering van projecten waarvoor subsidie is verleend, voor het tijdstip dat daarvoor is aangegeven in de beschikking tot subsidieverlening;

    • b. het onverwijld doen van een schriftelijke melding aan de minister van alle omstandigheden die van invloed kunnen zijn op de hoogte van de subsidie en op de rechtmatige en de doelmatige aanwending daarvan zoals financiering van projecten vanuit andere bronnen;

    • c. het onverwijld doen van een schriftelijke melding aan de minister zodra aannemelijk is dat de gesubsidieerde projecten niet, niet tijdig of niet geheel zullen worden verricht of dat niet, niet tijdig of niet geheel aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen zal worden voldaan;

    • d. het verlenen van medewerking aan een onderzoek naar de rechtmatige en doelmatige aanwending van de ontvangen subsidiegelden, dat wordt verricht namens of in opdracht van de minister of door de Algemene Rekenkamer en het verstrekken van desverlangd alle informatie aan degene die met dit onderzoek is belast;

    • e. het de minister vooraf op de hoogte stellen indien naar de media wordt getreden ten aanzien van gesubsidieerde projecten met een landelijk politiek gevoelig of belangrijk landelijk beleidsmatig karakter;

    • f. het verlenen van medewerking binnen een door de minister te stellen termijn aan een door hem ingesteld evaluatieonderzoek teneinde te beoordelen in welke mate de subsidieontvanger bij het uitvoeren van een gesubsidieerd project, een toegevoegde waarde heeft geleverd aan het in artikel 2, eerste lid omschreven doel van deze regeling;

    • g. het in acht nemen van het controleprotocol, en

    • h. het onverwijld informeren van de minister nadat:

      • 1e een verzoek tot verlening van surseance aan of faillietverklaring van de subsidieontvanger bij de rechtbank is ingediend,

      • 2e een besluit tot ontbinding bij de rechtbank is ingediend, of

      • 3e de statuten zijn gewijzigd.

  • 2 Voorts kan de minister bij de beschikking tot subsidieverlening verplichtingen opleggen met betrekking tot:

    • a. het verkrijgen van andere financiële middelen, en

    • b. andere verplichtingen die de minister wenselijk acht ter verwezenlijking van het doel van de subsidie.

  • 3 Tevens draagt de subsidieontvanger er zorg voor dat:

    • a. een administratie wordt gevoerd die zodanig is ingericht dat een gescheiden administratie van kosten en baten wordt gevoerd voor de gesubsidieerde projecten enerzijds en de overige activiteiten anderzijds, en

    • b. een onderzoek als bedoeld in artikel 4:79, eerste lid, van de wet wordt uitgevoerd en dat dit onderzoek geschiedt met inachtneming van hetgeen daarover is bepaald in het controleprotocol.

Artikel 13. Aanvraag tot subsidievaststelling [Vervallen per 01-01-2017]

  • 1 De subsidieontvanger dient de aanvraag tot subsidievaststelling in bij de minister binnen vier maanden volgend op het boekjaar waarvoor de subsidie is verleend.

Artikel 14. Beschikking tot subsidievaststelling [Vervallen per 01-01-2017]

De minister neemt de beschikking tot subsidievaststelling binnen tweeëntwintig weken na ontvangst van de aanvraag.

Artikel 15. Toezicht [Vervallen per 01-01-2017]

Met het toezicht op de naleving van de aan de subsidie verbonden verplichtingen zijn belast de directeur en medewerkers van de auditdienst van het Ministerie van Infrastructuur en Milieu en, zo nodig, andere bij besluit van de minister aangewezen personen.

Artikel 16. Inwerkingtreding [Vervallen per 01-01-2017]

  • 1 Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 oktober 2012.

  • 2 Deze regeling vervalt met ingang van 1 januari 2017, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de subsidies die voor die datum zijn verleend.

Artikel 17. Citeertitel [Vervallen per 01-01-2017]

Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling Fietsersbond 2013.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De

Minister

van Infrastructuur en Milieu,

M.H. Schultz van Haegen-Maas Geesteranus