Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Organisatie-, mandaat- en volmachtbesluit directie Arbeidsomstandigheden 2012

Geldend van 02-12-2015 t/m heden

Regeling van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 21 augustus 2012, INSP/2012/11432, houdende de inrichting van de directie Arbeidsomstandigheden, alsmede de toedeling van taken en doorverlening van vertegenwoordigingsbevoegdheden aan de onder de directeur ressorterende functionarissen (Organisatie-, mandaat- en volmachtbesluit directie Arbeidsomstandigheden 2012)

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

Gelet op de artikelen 4, onderdeel l, en 14 van het Organisatie-, mandaat- en volmachtbesluit inspecteur-generaal SZW 2012;

Besluit:

§ 1. Begripsbepaling

Artikel 1. Begrippen

In deze regeling en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

  • a. de directie: de directie Arbeidsomstandigheden van de inspectie;

  • b. de directeur: de directeur van de directie Arbeidsomstandigheden.

§ 2. De organisatie en taken van de afdelingen

Artikel 2. Organisatie directie

  • 1 De directie bestaat uit de volgende afdelingen:

    • a. de inspectieafdeling A;

    • b. de inspectieafdeling B;

    • c. de inspectieafdeling C;

    • d. de afdeling Expertisecentrum.

  • 2 Aan het hoofd van iedere afdeling staat een afdelingshoofd.

  • 3 De afdelingshoofden worden allen bijgestaan door onder hen ressorterende teamleiders.

§ 3. Verantwoordelijkheden

Artikel 3. Verantwoordelijkheden afdelingshoofden

De afdelingshoofden zijn verantwoordelijk voor de volgende algemene taken:

  • a. het leiding geven aan de eigen afdeling, waaronder begrepen de HRM-taken ten aanzien van de medewerkers, de coaching van de medewerkers en het bevorderen van de sociale cohesie van de eigen afdeling;

  • b. het afleggen van verantwoording en het rapporteren aan de directeur over bijdragen van de eigen afdeling aan de uitvoering van het jaarplan van de inspectie;

  • c. het doen van voorstellen aan het IG-team met betrekking tot het aantrekken en ontslaan van personeel;

  • d. het bijdragen aan de totstandkoming van inspectiebrede producten als bedoeld in artikel 5, eerste lid, onderdelen a, e, f, h en j, en artikel 8, onderdeel d, van het Organisatie-, mandaat- en volmachtbesluit inspecteur-generaal SZW 2012, binnen de daarvoor geldende departementale kaders dan wel volgens door de inspecteur-generaal dan wel de directeur gegeven richtlijnen.

Artikel 4. Verantwoordelijkheden inspectieafdelingen A, B en C

De inspectieafdelingen A, B en C zijn verantwoordelijk voor:

  • a. het toezicht op de naleving door werkgevers en werknemers van wet- en regelgeving op het gebied van arbeidstijden en arbeidsomstandigheden, met inbegrip van stralingsbescherming, gewasbeschermingsmiddelen en biociden, gevaarlijke werktuigen en stoffen, en daaraan gerelateerd milieubeheer, alsmede het in verband daarmee opsporen van strafbare feiten;

  • b. het toezicht op de naleving van wet- en regelgeving ten aanzien van het in de handel brengen van producten, genoemd in artikel 1, eerste lid, onderdeel d, onder 2°, van de Warenwet, die bestemd zijn voor de Europese Economische Ruimte alsmede het in verband daarmee opsporen van strafbare feiten;

  • c. het behandelen van klachten, meldingen, signalen, verzoeken om onderzoek als bedoeld in artikel 24, zevende lid, van de Arbeidsomstandighedenwet, en verzoeken tot vrijstelling of ontheffing als bedoeld in artikel 30 van de Arbeidsomstandighedenwet;

  • d. het verrichten van onderzoek bij arbeidsongevallen.

Artikel 5. Verantwoordelijkheden afdeling Expertisecentrum

De afdeling Expertisecentrum is verantwoordelijk voor:

  • a. het vanuit de deskundigheid van de afdeling bieden van ondersteuning en advies aan de directies van de inspectie en desgevraagd aan de beleidsdirectie Gezond en Veilig Werken;

  • b. de aan de minister opgedragen toezichtswerkzaamheden op grond van wet- en regelgeving op het terrein van arbeidsveiligheid, arbeidsgezondheid en productveiligheid aangewezen certificatie- en keuringsinstellingen, die zijn belast met het verstrekken van certificaten dan wel het verrichten van keuringen in het belang van veiligheid en gezondheid in de arbeid;

  • c. het voorbereiden van beslissingen betreffende aanwijzing van certificatie- en keuringsinstellingen als genoemd in onderdeel b, waaronder mede zijn begrepen beslissingen tot wijziging, schorsing en intrekking van aanwijzingen.

§ 4. Bevoegdheden

Artikel 6. Algemeen

  • 1 De afdelingshoofden en de onder hen ressorterende teamleiders zijn bevoegd om namens een bewindspersoon besluiten te nemen en handelingen te verrichten die noch een besluit, noch een privaatrechtelijke rechtshandeling zijn, voor zover zij verband houden met het werkterrein van hun organisatieonderdeel en voor zover zij niet zijn voorbehouden aan een bewindspersoon, de secretaris-generaal, de plaatsvervangend secretaris-generaal, de inspecteur-generaal of de directeur.

  • 2 De teamleiders, ressorterende onder de directeur Arbeidsmarktfraude, alsmede de projectleiders/coördinerend medewerkers, ressorterende onder de directeur Analyse, Programmering en Signalering, die zijn belast met de leiding van inspectieprojecten ter uitvoering van de Arbeidstijdenwet, zijn bevoegd om namens een bewindspersoon besluiten te nemen en handelingen te verrichten die noch een besluit, noch een privaatrechtelijke rechtshandeling zijn, voor zover zij verband houden met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens de Arbeidstijdenwet en voor zover zij niet zijn voorbehouden aan een bewindspersoon, de secretaris-generaal, de plaatsvervangend secretaris-generaal, de inspecteur-generaal of de directeur.

  • 3 De projectleiders/coördinerend medewerkers, ressorterende onder de directeur Analyse, Programmering en Signalering, die zijn belast met de leiding van inspectieprojecten ter uitvoering van de Warenwet, zijn bevoegd om namens een bewindspersoon besluiten te nemen en handelingen te verrichten die noch een besluit, noch een privaatrechtelijke rechtshandeling zijn, voor zover zij verband houden met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens de Warenwet en voor zover zij niet zijn voorbehouden aan een bewindspersoon, de secretaris-generaal, de plaatsvervangend secretaris-generaal, de inspecteur-generaal of de directeur.

Artikel 7. Mandaat en machtiging betreffende personeelsaangelegenheden

  • 1 Aan de afdelingshoofden en de teamleiders wordt mandaat en machtiging verleend met betrekking tot het nemen van besluiten over en het vaststellen en ondertekenen van stukken die betrekking hebben op de personeelsaangelegenheden ten behoeve van medewerkers van de eigen organisatorische eenheid, voor zover het betreft:

    • a. het opmaken, niet zijnde vaststellen, van een beoordeling van medewerkers;

    • b. het houden van manager-medewerker gesprekken;

    • c. het beslissen over verlof van medewerkers;

    • d. het toekennen van kleine beloningen, niet zijnde gratificaties, ten bedrage van minder dan € 250,– per medewerker, onder gelijktijdige mededeling daarvan aan de directeur.

  • 2 In aanvulling op het eerste lid wordt in het geval een teamleider de beoordeling van een medewerker opmaakt, aan het afdelingshoofd dat boven de teamleider ressorteert ook mandaat en machtiging verleend met betrekking tot het vaststellen van deze beoordeling.

Artikel 8. Volmachten afdelingshoofden

De afdelingshoofden zijn gevolmachtigd tot het aangaan van overeenkomsten ter waarde van ten hoogste € 15.000,– per overeenkomst betreffende:

  • a. het opleiden van medewerkers van de eigen afdeling binnen de kaders van het opleidingsplan van de directie;

  • b. activiteiten ten behoeve van sociale en functionele cohesie, representatieve aangelegenheden, vergaderingen en recepties voor de eigen afdeling binnen de daarvoor geldende departementale, dan wel door de inspecteur-generaal vastgestelde financiële kaders.

Artikel 9. Volmacht teamleiders

De teamleiders zijn gevolmachtigd tot het aangaan van overeenkomsten ter waarde van ten hoogste € 3.000,– per overeenkomst betreffende activiteiten ten behoeve van sociale en functionele cohesie, representatieve aangelegenheden, vergaderingen en recepties voor het eigen team binnen de daarvoor geldende departementale, dan wel door de inspecteur-generaal vastgestelde financiële kaders.

Artikel 9a. Machtiging stillegging in verband met recidive

De onder de directeur ressorterende ambtenaren, belast met toezicht, zijn gemachtigd om een beschikking tot stillegging van werkzaamheden in verband met recidive te effectueren door het treffen van de nodige maatregelen, het geven van de nodige aanwijzingen en het inroepen van de hulp van de sterke arm.

Artikel 10. Plaatsvervanging

  • 1 Bij afwezigheid of verhindering van de directeur worden, voor de duur van de afwezigheid of verhindering, zijn taken en bevoegdheden geheel of gedeeltelijk waargenomen door een daartoe aan te wijzen plaatsvervanger.

  • 2 Bij afwezigheid of verhindering van een afdelingshoofd worden, voor de duur van de afwezigheid of verhindering, zijn taken en bevoegdheden geheel of gedeeltelijk waargenomen door een daartoe aan te wijzen plaatsvervanger.

§ 5. Slotbepalingen

Artikel 11. Intrekking

Het Organisatie-, mandaat- en volmachtbesluit directie AI Arbeidsomstandigheden 2009 wordt ingetrokken.

Artikel 12. Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst, en werkt terug tot en met 1 januari 2012.

Artikel 13. Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Organisatie-, mandaat- en volmachtbesluit directie Arbeidsomstandigheden 2012.

Deze regeling zal in de Staatscourant worden geplaatst.

Den Haag, 21 augustus 2012

de

Minister

van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
namens deze:

M.A. Zuurbier,

directeur Arbeidsomstandigheden.