Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Regeling aanwijzing ex artikel 7 Wet marktordening gezondheidszorg (invoering prestatiebekostiging geneeskundige geestelijke gezondheidszorg)

Geldend van 01-09-2012 t/m heden

Aanwijzing van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 11 juli 2012, op grond van artikel 7 van de Wet marktordening gezondheidszorg, inzake invoering prestatiebekostiging geneeskundige geestelijke gezondheidszorg

De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,

Gelet op artikel 7 van de Wet marktordening gezondheidszorg;

Na op 21 februari 2012 schriftelijk mededeling te hebben gedaan aan de Eerste en Tweede Kamer der Staten-Generaal (Kamerstukken II 2011/12, 25 424, nr. 160) als bedoeld in artikel 8 van de Wet marktordening gezondheidzorg;

Gelet op het verslag van een schriftelijk overleg van de vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport van de Tweede Kamer der Staten-Generaal (Kamerstukken II 2011/12, 25 424, nr. 175) van 16 april 2012;

Gelet op het voortgezet schriftelijk overleg en het voortgezet algemeen overleg van de vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport van de Tweede Kamer der Staten-Generaal van 26 april 2012 (Handelingen II 2011/2012, nr. 82, item 8 en item 32);

Gelet op het handelingen van de Eerste Kamer der Staten-Generaal van 6 maart 2012 (Handelingen I 2011/12, nr. 21);

Besluit:

Hoofdstuk I. Algemene bepalingen

Artikel 1. definities

In deze aanwijzing wordt verstaan onder:

  • a. minister: Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport;

  • b. wet: Wet marktordening gezondheidszorg;

  • c. zorgautoriteit: Nederlandse Zorgautoriteit, genoemd in artikel 3 van de wet;

  • d. AWBZ: Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten;

  • e. geneeskundige geestelijke gezondheidszorg: zorg als bedoeld in de wet van 2 november 2006 tot wijziging van het tijdstip waarop die zorg deel uitmaakt van de aanspraken ingevolge een zorgverzekering als bedoeld in de Zorgverzekeringswet (Stb. 2006, 630, artikel III);

  • f. bestuurlijk akkoord: Bestuurlijk Akkoord toekomst GGZ 2013–2014 (Bijlage bij Kamerstukken II 2011/12, 25 424, nr. 183);

  • g. dbc: diagnose behandeling combinatie;

  • h. gebudgetteerde instelling: instelling voor geneeskundige geestelijke gezondheidszorg waarvoor de zorgautoriteit de aanvaardbare kosten op basis van AWBZ-parameters heeft vastgesteld;

  • i. gespecialiseerde instelling: zeer gespecialiseerde gebudgetteerde instelling als omschreven in afspraak xiv van het bestuurlijk akkoord;

  • j. zorg: zorg als bedoeld in artikel 2.

Artikel 2. werkingssfeer

Deze aanwijzing is van toepassing op de geneeskundige geestelijke gezondheidszorg. Van deze aanwijzing is uitgezonderd zorg waarvoor vrije tarieven gelden als bedoeld in artikel 50, eerste lid, aanhef en onder a, van de wet.

Artikel 3. uitvoering van de aanwijzing

Ter uitvoering van deze aanwijzing stelt de zorgautoriteit tijdig vóór 1 januari 2013 regels en beleidsregels vast.

Hoofdstuk II. Prestatiebekostiging

Artikel 4. tarieven en prestaties

  • 1 De zorgautoriteit stelt met ingang van 1 januari 2013 voor zorg maximumtarieven als bedoeld in artikel 50, eerste lid, aanhef en onder c, van de wet vast, waarbij zij de maximumtarieven voor het geval van een overeenkomst tussen een zorgaanbieder en zorgverzekeraar 10% hoger vaststelt dan zonder dergelijke overeenkomst.

  • 2 De zorgautoriteit stelt met ingang van 1 januari 2013 voor dbc’s van 18.000 minuten en langer hogere tarieven vast dan die gelden voor dbc’s met dezelfde diagnose van 12.000 tot en met 17.999 minuten.

Artikel 5. overgang geopende dbc’s

Voor prestaties die zijn omschreven als diagnose behandeling combinaties en die zijn geopend vóór aanvang van het jaar 2013 blijven de prestatiebeschrijvingen en tarieven van toepassing zoals die luidden op het moment van openen van de dbc.

Hoofdstuk III. Transitiemodel

Artikel 6. grens

  • 2 De vaste instellingsgrens voor het jaar 2013 bestaat uit de som van:

    • a. de som van de dbc-tarieven die met betrekking tot zorg voor het jaar 2013 zijn overeengekomen tussen de gebudgetteerde instelling en zorgverzekeraar(s) met toepassing van de beleidsregels die gelden in het jaar 2013 en

    • b. het verrekenbedrag.

Artikel 7. transitiebedrag

  • 1 De zorgautoriteit stelt voor de overgang van budgettering naar prestatiebekostiging eenmalig een transitiebedrag vast per gebudgetteerde instelling op basis van de productieafspraken 2013 die vóór 1 januari 2013 bij de zorgautoriteit zijn ingediend dan wel op een nader door de zorgautoriteit te bepalen tijdstip.

  • 2 Het transitiebedrag is gebaseerd op:

    • a. de som van de tarieven die met betrekking tot zorg voor het jaar 2013 zijn overeengekomen tussen de gebudgetteerde instelling en zorgverzekeraars met toepassing van de door de zorgautoriteit in 2012 gehanteerde beleidsregels ter vaststelling van de aanvaardbare kosten met uitzondering van de budgetcomponent voor kapitaallasten en met uitzondering van de individuele componenten waarvoor de zorgautoriteit aan de gebudgetteerde instelling op grond van artikel 11 een beschikbaarheidbijdrage voor 2013 toekent, minus;

    • b. de som van de dbc-tarieven die met betrekking tot die zorg voor het jaar 2013 zijn overeengekomen tussen gebudgetteerde instelling en zorgverzekeraars met toepassing van de beleidsregels die gelden in het jaar 2013.

Artikel 8. verrekenbedrag

  • 1 De zorgautoriteit stelt per gebudgetteerde instelling voor het jaar 2013 een verrekenbedrag vast.

  • 2 Het verrekenbedrag is de resultante van de vermenigvuldiging van het op basis van artikel 7 vastgestelde transitiebedrag met een verrekenfactor.

  • 3 De verrekenfactor voor het jaar 2013 is vastgesteld op 0,7, met dien verstande dat de verrekenfactor voor gespecialiseerde instellingen is vastgesteld op 0,95.

Artikel 9. afwikkeling transitie via beschikbaarheidbijdrage en afdracht aan het Zorgverzekeringsfonds

  • 1 In geval de vaststelling van het verrekenbedrag als bedoeld in artikel 8 door de zorgautoriteit leidt tot een positief bedrag voor de desbetreffende instelling kent de zorgautoriteit een beschikbaarheidbijdrage toe.

  • 2 Indien de vaststelling van het verrekenbedrag als bedoeld in artikel 8 door de zorgautoriteit leidt tot een negatief bedrag voor de desbetreffende instelling geeft de zorgautoriteit de desbetreffende instelling een aanwijzing dit bedrag af te dragen aan het Zorgverzekeringsfonds.

Hoofdstuk IV. Beschikbaarheidbijdrage

Artikel 10. beschikbaarheidbijdrage transitie

  • 1 Voor zorg die is aangewezen in onderdeel B, nummer 12, van de bijlage behorende bij de artikelen 2 en 4 van het Besluit beschikbaarheidbijdrage WMG, kent de zorgautoriteit een beschikbaarheidbijdrage toe in de vorm van compensatie voor diensten van algemeen economisch belang.

  • 2 De zorgautoriteit belast met het beschikbaar hebben van de in het eerste lid genoemde vorm van zorg alleen instellingen die recht hebben op een positief verrekenbedrag als bedoeld in artikel 9, eerste lid.

  • 3 De zorgautoriteit voorziet erin dat haar beleidsregel vordert dat zij de beschikbaarheidbijdrage ambtshalve vaststelt overeenkomstig het bepaalde in de artikelen 6 tot en met 9.

  • 4 De verlening van de beschikbaarheidbijdrage geschiedt op aanvraag van een zorgaanbieder. De zorgautoriteit voorziet daarbij in de verlening van voorschotten vanaf het moment van de aanvraag, met dien verstande dat de bevoorschotting is gemaximeerd op 15% van het budget 2012.

Artikel 11. beschikbaarheidbijdrage gespecialiseerde psychotraumazorg aan specifieke doelgroepen en zorg aan Joodse oorlogsslachtoffers

  • 1 Voor zorg die is aangewezen in onderdeel B, nummers 10 en 11, van de bijlage behorende bij de artikelen 2 en 4 van het Besluit beschikbaarheidbijdrage WMG, kent de zorgautoriteit een beschikbaarheidbijdrage toe in de vorm van compensatie voor diensten van algemeen economisch belang.

  • 2 De zorgautoriteit wijst uitsluitend zorgaanbieders aan die belast zijn met het beschikbaar hebben van deze vorm van zorg die in 2012 voor de betreffende vorm van zorg bekostigd werden op grond van de individuele budgetcomponenten oorlogsslachtoffers, vluchtelingen/asielzoekers, bestendig beleid of bijzonderheid organisatie die door de zorgautoriteit werden vastgesteld.

  • 3 De zorgautoriteit berekent de hoogte van de beschikbaarheidbijdrage 2013 overeenkomstig de berekeningswijze en de parameters die van toepassing zijn in 2012.

  • 4 De zorgautoriteit voorziet erin dat haar beleidsregel vordert dat het verlenen en het vaststellen van de beschikbaarheidbijdrage ambtshalve geschiedt. Bij de verlening van de beschikbaarheidbijdrage voorziet de zorgautoriteit in de verlening van maandelijkse voorschotten.

Van deze aanwijzing wordt mededeling gedaan door plaatsing in de Staatscourant.

De

minister

van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,

E.I. Schippers