Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Wet bekostiging financieel toezicht

Geldend van 01-01-2017 t/m heden

Wet van 24 mei 2012, houdende regels met betrekking tot de financiering van het toezicht op de financiële markten (Wet bekostiging financieel toezicht)

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging hebben genomen, dat het wenselijk is om de bekostiging van het financieel toezicht helder en in samenhang met andere bepalingen omtrent het financieel beheer van dit toezicht, overzichtelijk in één wet vast te leggen;

Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Artikel 1

In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt, voor zover niet anders is bepaald, verstaan onder:

Artikel 1a

Tot de betrokkenheid van de Nederlandsche Bank bij de uitvoering van taken ingevolge de in artikel 1, onderdeel c, genoemde wetten en de in dat onderdeel bedoelde EU-rechtshandelingen, wordt voor de toepassing van deze wet niet gerekend:

  • a. het toezicht door de Nederlandsche Bank ten aanzien van afwikkelondernemingen als bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht;

  • b. de uitvoering en handhaving, bedoeld in artikel 1:24, derde lid, van de Wet op het financieel toezicht, van regels gesteld bij of krachtens:

    • verordening (EU) nr. 260/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 14 maart 2012 tot vaststelling van technische en bedrijfsmatige vereisten voor overmakingen en automatische afschrijvingen in euro en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 924/2009 (PbEU 2012 L 94);

    • de titels III, IV en V van verordening (EU) nr. 648/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 4 juli 2012 betreffende otc-derivaten, centrale tegenpartijen en transactieregisters (PbEU 2012, L 201).

Artikel 2

  • 2 In de begroting neemt de toezichthouder een overzicht op waaruit de berekeningswijze van de overige kosten blijkt.

  • 3 In het overzicht, bedoeld in het tweede lid, maakt de Nederlandsche Bank onderscheid tussen:

    • a. de overige kosten voor het toezicht op personen die behoren tot de in bijlage II, onderdeel «Toezichthouder: De Nederlandsche Bank», opgenomen toezichtcategorieën, met uitzondering van de kosten, bedoeld in onderdeel c;

    • b. de overige kosten voor het toezicht op personen die behoren tot de in bijlage III, onderdeel «Toezichthouder: De Nederlandsche Bank», opgenomen toezichtcategorie, met uitzondering van de kosten, bedoeld in onderdeel c;

    • c. de overige kosten die verband houden met het voorbereiden van de afwikkeling van kredietinstellingen en beleggingsondernemingen in de zin van verordening (EU) nr. 806/2014 van het Europees parlement en de Raad van 15 juli 2014 betreffende de afwikkeling van kredietinstellingen en bepaalde beleggingsondernemingen (PbEU 2014, L 225) en het Deel Bijzondere maatregelen financiële ondernemingen van de Wet op het financieel toezicht.

  • 4 De hoogte van de begroting, bedoeld in het eerste lid, is niet hoger dan de totale kosten van het toezicht zoals die blijken uit de laatst goedgekeurde begroting van de toezichthouder exclusief de kosten die verband houden met de betrokkenheid van de toezichthouder bij de uitvoering van verordening (EU) nr. 1024/2013 van de Raad van 15 oktober 2013 waarbij aan de Europese Centrale Bank specifieke taken worden opgedragen betreffende het beleid inzake het prudentieel toezicht op kredietinstellingen (PbEU 2013, L 287) met daarbij opgeteld:

    • a. de kosten die verband houden met de betrokkenheid van de toezichthouder bij de uitvoering van verordening (EU) nr. 1024/2013 van de Raad van 15 oktober 2013 waarbij aan de Europese Centrale Bank specifieke taken worden opgedragen betreffende het beleid inzake het prudentieel toezicht op kredietinstellingen (PbEU 2013, L 287);

    • b. loon- of prijsmutatie; en

    • c. de naar kosten herleide mutaties in het takenpakket.

    Onze Ministers kunnen in bijzondere omstandigheden afwijken van hetgeen in dit artikel is bepaald en informeren de beide kamers der Staten-Generaal hier tijdig over.

  • 6 De begroting van de Nederlandsche Bank heeft slechts betrekking op het toezicht.

Artikel 3

  • 2 De toezichthouder doet na goedkeuring van de begroting onverwijld mededeling van de begroting in de Staatscourant en houdt de begroting gedurende ten minste twee jaar na goedkeuring op elektronische wijze ter inzage.

  • 3 Indien de begroting niet voor 1 januari van het begrotingsjaar waarop zij betrekking heeft, is goedgekeurd, kan de toezichthouder, zolang de begroting niet is goedgekeurd, voor het aangaan van verplichtingen en het verrichten van uitgaven beschikken over ten hoogste vier twaalfde gedeelten van de bedragen die bij de overeenkomstige onderdelen van de begroting van het voorafgaande jaar waren toegestaan.

Artikel 4

Bij ministeriële regeling van Onze Ministers gezamenlijk kunnen regels worden gesteld voor de inrichting van de begroting.

Artikel 5

  • 4 De toezichthouder zendt de jaarrekening of verantwoording na goedkeuring door de Raad van toezicht, onderscheidenlijk de Raad van commissarissen, onverwijld aan Onze Ministers.

Artikel 6

  • 2 De toezichthouder doet na goedkeuring van de jaarrekening, onderscheidenlijk de verantwoording, onverwijld mededeling van die jaarrekening of verantwoording in de Staatscourant en houdt de jaarrekening of verantwoording gedurende ten minste vijf jaar na goedkeuring op elektronische wijze ter inzage.

Artikel 7

  • 1 De jaarrekening, bedoeld in artikel 5, eerste lid, en de verantwoording, bedoeld in artikel 5, tweede lid, bevatten een opgave van het over het desbetreffende jaar gerealiseerde exploitatiesaldo, welk saldo overeenkomt met het verschil tussen de gerealiseerde baten en lasten.

  • 2 Tot de in een jaar gerealiseerde baten worden mede gerekend de in dat jaar verkregen opbrengsten uit verbeurde dwangsommen of opgelegde bestuurlijke boetes, met dien verstande dat, indien de beschikking waarbij de last onder dwangsom of de bestuurlijke boete is opgelegd nog niet onherroepelijk is, de uit een verbeurde dwangsom of opgelegde bestuurlijke boete verkregen opbrengsten worden gerekend tot de gerealiseerde baten in het jaar waarin die beschikking onherroepelijk wordt.

  • 3 Voor zover de tot de gerealiseerde baten in een jaar te rekenen opbrengsten uit dwangsommen of bestuurlijke boetes het bedrag van € 2.500.000 te boven gaan, komen die opbrengsten toe aan de Staat. De toezichthouder draagt het aan de Staat verschuldigde bedrag af, zodra het besluit tot vaststelling van de desbetreffende jaarrekening overeenkomstig artikel 34, tweede lid, van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen is goedgekeurd.

  • 4 De door de toezichthouder verkregen opbrengsten uit dwangsommen of bestuurlijke boetes worden, voor zover zij ingevolge het tweede lid tot de in het desbetreffende jaar gerealiseerde baten worden gerekend en na aftrek van de ingevolge het derde lid aan de Staat toekomende opbrengsten, aan de in bijlage II, III en IV opgenomen toezichtcategorieën van die toezichthouder toegerekend waarbij de toerekening aan de toezichtcategorieën van de Nederlandsche Bank geschiedt naar rato van de voor dat jaar naar die bijlagen te herleiden verkregen opbrengsten uit dwangsommen of bestuurlijke boetes.

  • 5 In de opgave, bedoeld in het eerste lid, wordt vastgelegd:

    • a. het deel van het exploitatiesaldo dat is voortgekomen uit de betrokkenheid van de toezichthouder bij het toezicht ingevolge de wetten bedoeld in artikel 1, onderdeel c, onder 6° en 15°, en

    • b. het deel van de opbrengsten verkregen uit dwangsommen of opgelegde bestuurlijke boetes, bedoeld in het derde lid, dat het bedrag van € 2.500.000 te boven gaat.

  • 6 De Nederlandsche Bank legt in de opgave, bedoeld in het eerste lid, tevens vast:

    • a. het deel van het exploitatiesaldo dat is voortgekomen uit het toezicht op de personen die behoren tot de in bijlage II, onderdeel «Toezichthouder: De Nederlandsche Bank», opgenomen toezichtcategorieën met uitzondering van het exploitatiesaldo, bedoeld in de onderdelen c en d;

    • b. het deel van het exploitatiesaldo dat is voortgekomen uit het toezicht op de personen die behoren tot de in bijlage III, onderdeel «Toezichthouder: De Nederlandsche Bank», opgenomen toezichtcategorie met uitzondering van het exploitatiesaldo, bedoeld in de onderdelen c en d;

    • c. het deel van het exploitatiesaldo dat is voortgekomen uit het voorbereiden van de afwikkeling van kredietinstellingen en beleggingsondernemingen in de zin van verordening (EU) nr. 806/2014 van het Europees parlement en de Raad van 15 juli 2014 betreffende de afwikkeling van kredietinstellingen en bepaalde beleggingsondernemingen (PbEU 2014, L 225) en het Deel Bijzondere maatregelen financiële ondernemingen van de Wet op het financieel toezicht;

    • d. het deel van het exploitatiesaldo dat verband houdt met het afwikkelen van kredietinstellingen en beleggingsondernemingen in de zin van de verordening (EU) nr. 806/2014 van het Europees parlement en de Raad van 15 juli 2014 betreffende de afwikkeling van kredietinstellingen en bepaalde beleggingsondernemingen (PbEU 2014, L 225) en het Deel Bijzondere maatregelen financiële ondernemingen van de Wet op het financieel toezicht.

Artikel 8

  • 2 De toezichthouder houdt het jaarverslag dan wel de verantwoording gedurende ten minste vijf jaren op elektronische wijze ter inzage.

  • 3 Bij ministeriële regeling van Onze Ministers gezamenlijk kunnen nadere regels worden gesteld voor de inrichting van het jaarverslag dan wel de verantwoording.

Artikel 9

  • 1 De toezichthouder organiseert tweemaal per jaar overleg met een daarvoor in aanmerking komende representatieve vertegenwoordiging van de onder zijn toezicht staande personen. De toezichthouder kan tevens daarvoor in aanmerking komende cliëntenorganisaties toelaten tot het overleg. Ambtenaren kunnen namens Onze Ministers het overleg bijwonen.

  • 2 De toezichthouder maakt het verslag van het overleg binnen een redelijke termijn na het overleg openbaar.

Artikel 10 [Vervallen per 01-01-2015]

Artikel 11

  • 1 De toezichthouder brengt de kosten van het toezicht, uitgezonderd de kosten van zijn betrokkenheid bij de in artikel 1, onderdeel c, onder 6° en 15° bedoelde wetten en de kosten, bedoeld in artikel 1, onderdeel f, subonderdeel 3°, in rekening bij:

    • a. personen die bij hem een aanvraag of melding hebben gedaan als gevolg waarvan de toezichthouder overgaat tot het verrichten van een eenmalige toezichthandeling zoals vastgelegd in bijlage I;

    • b. personen die behoren tot een van de toezichtcategorieën, genoemd in bijlage II, III of IV.

  • 2 Tot de in rekening te brengen kosten, bedoeld in het eerste lid, behoren mede de kosten die de toezichthouder maakt ter voorbereiding op een taak voordat deze aan hem werd opgedragen en de kosten die aan de toezichthouder zijn doorberekend.

Artikel 12

  • 1 De door de toezichthouder te hanteren tarieven voor eenmalige toezichthandelingen zijn vastgelegd in bijlage I.

  • 2 De toezichthouder brengt het tarief, bedoeld in het eerste lid, voor zover mogelijk direct na ontvangst van de aanvraag of melding in rekening.

  • 3 De toezichthouder kan het tweede lid buiten toepassing laten of daarvan afwijken voor zover toepassing, gelet op het belang van een reële en rechtvaardige kostendoorberekening, zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard.

  • 4 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot het tweede en derde lid.

Artikel 12a

  • 1 Voor de toepassing van bijlage I wordt verstaan onder mkb-onderneming:

    • a. een onderneming die op grond van de laatste vastgestelde jaarrekening op het moment van de aanvraag of melding van de eenmalige toezichthandeling aan ten minste twee van de volgende drie criteria voldoet:

      • 1°. een gemiddeld aantal werknemers gedurende het boekjaar van minder dan 250;

      • 2°. een balanstotaal van ten hoogste € 43.000.000;

      • 3°. een jaarlijkse netto-omzet van ten hoogste € 50.000.000.

  • 2 In afwijking van het eerste lid wordt voor de toepassing van onderdeel A9 emissies van bijlage I onder een mkb-onderneming verstaan: een uitgevende instelling waarvan op het moment van de aanvraag van de eenmalige toezichthandeling nog geen vastgestelde jaarrekening beschikbaar is, indien de totale tegenwaarde van de onder het prospectus aan te bieden effecten ten hoogste € 25.000.000 bedraagt.

  • 3 Indien de onderneming deel uitmaakt van een groep als bedoeld in artikel 2:24b van het Burgerlijk Wetboek, wordt bij de beoordeling of sprake is van een mkb-onderneming uitgegaan van de vastgestelde geconsolideerde jaarrekening van de uiteindelijke moeder.

  • 4 In afwijking van het eerste lid wordt een special purpose entity voor securitisatiedoeleinden als bedoeld in verordening (EU) nr. 575/2013 van het Europees parlement en de Raad van 26 juni 2013 betreffende prudentiële vereisten voor kredietinstellingen en beleggingsondernemingen en tot wijziging van verordening (EU) nr. 648/2012 (PbEU 2013, L176) niet aangemerkt als mkb-onderneming.

Artikel 13

  • 1 De toezichthouder brengt jaarlijks een bedrag in rekening aan de personen die behoren tot de in bijlage II, III en IV opgenomen toezichtcategorieën.

  • 2 De kosten die aan de in bijlage II, onderdeel «Toezichthouder: Autoriteit Financiële Markten» opgenomen toezichtcategorieën worden doorberekend, zijn gelijk aan de som van:

    • a. het totaal van de overige kosten zoals opgenomen in de voor het desbetreffende jaar vastgestelde en goedgekeurde begroting van de Autoriteit Financiële Markten, en

    • b. het exploitatiesaldo, bedoeld in artikel 7, eerste lid, over het jaar dat voorafgaat aan het jaar waarop de in onderdeel a bedoelde begroting betrekking heeft, verminderd met:

  • 3 De kosten die aan de in bijlage II, onderdeel «Toezichthouder: de Nederlandsche Bank» opgenomen toezichtcategorieën, worden doorberekend, zijn in enig jaar gelijk aan de som van:

    • a. het totaal van de overige kosten bedoeld in artikel 2, derde lid, onderdeel a, zoals opgenomen in de voor het desbetreffende jaar vastgestelde en goedgekeurde begroting van de Nederlandsche Bank, verminderd met

    • b. het deel van de opbrengsten uit dwangsommen of bestuurlijke boetes dat overeenkomstig artikel 7, vierde lid, is toegerekend aan de in bijlage II opgenomen toezichtcategorie, en verminderd of verhoogd met

    • c. het deel van het exploitatiesaldo, bedoeld in artikel 7, zesde lid, onderdeel a.

  • 4 De kosten die aan de in bijlage III, onderdeel «Toezichthouder: de Nederlandsche Bank» opgenomen toezichtcategorieën, worden doorberekend, zijn in enig jaar gelijk aan de som van:

    • a. het totaal van de overige kosten bedoeld in artikel 2, derde lid, onderdeel b, zoals opgenomen in de voor het desbetreffende jaar vastgestelde en goedgekeurde begroting van de Nederlandsche Bank, verminderd met

    • b. het deel van de opbrengsten uit dwangsommen of bestuurlijke boetes dat overeenkomstig artikel 7, vierde lid, is toegerekend aan de in bijlage III opgenomen toezichtcategorie, en verminderd of verhoogd met

    • c. het deel van het exploitatiesaldo, bedoeld in artikel 7, zesde lid, onderdeel b.

  • 5 De kosten die aan de in bijlage IV, onderdeel «Toezichthouder: de Nederlandsche Bank» opgenomen toezichtcategorieën, worden doorberekend, zijn in enig jaar gelijk aan de som van:

    • a. het totaal van de overige kosten, bedoeld in artikel 2, derde lid, onderdeel c, zoals opgenomen in de voor het desbetreffende jaar vastgestelde en goedgekeurde begroting van de Nederlandsche Bank, verminderd met

    • b. het deel van de opbrengsten uit dwangsommen of bestuurlijke boetes dat overeenkomstig artikel 7, vierde lid, is toegerekend aan de in bijlage IV opgenomen toezichtcategorie, en verminderd of verhoogd met

    • c. het deel van het exploitatiesaldo, bedoeld in artikel 7, zesde lid, onderdeel c.

  • 6 Het deel van het exploitatiesaldo, bedoeld in artikel 7, zesde lid, onderdeel d, brengt de toezichthouder in rekening op een of meer van de wijzen die zijn vastgelegd in artikel 22, zesde lid, van verordening (EU) nr. 806/2014 van het Europees parlement en de Raad van 15 juli 2014 betreffende de afwikkeling van kredietinstellingen en bepaalde beleggingsondernemingen (PbEU 2014, L 225).

  • 7 De kosten, bedoeld in het tweede tot en met vijfde lid, worden aan de hand van de procentuele aandelen, zoals vastgesteld in bijlage II, III en IV, toegerekend aan de toezichtcategorieën, bedoeld in het eerste lid.

  • 8 De hoogte van een jaarlijks in rekening te brengen bedrag, bedoeld in het eerste lid, wordt bepaald aan de hand van de maatstaven zoals vastgelegd in bijlage II, III en IV.

  • 9 Uiterlijk per 1 juni van ieder jaar worden, op voorstel van de toezichthouder, bij ministeriële regeling van Onze Ministers gezamenlijk, voor iedere te onderscheiden toezichtcategorie de bandbreedtes en tarieven vastgesteld. Bij de vaststelling van de bandbreedtes en de tarieven wordt rekening gehouden met het bedrag dat op grond van het tweede tot en met het vijfde en zevende lid is toegerekend aan de desbetreffende categorie.

  • 10 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot het eerste lid.

Artikel 14

  • 1 Het in artikel 13, eerste lid, bedoelde bedrag is evenredig met de overeenkomstig het tweede tot en met het vijfde lid te bepalen periode dat de betrokkene in het desbetreffende jaar deel uitmaakt van een van de in bijlage II, III of IV opgenomen toezichtcategorieën.

  • 2 Met uitzondering van de toezichtcategorieën «Effectenuitgevende instellingen: markt» en «Effectenuitgevende instellingen: verslaggeving» is de periode, bedoeld in het eerste lid, gelijk aan de tijdsduur dat die persoon over een door de toezichthouder afgegeven vergunning of verklaring van ondertoezichtstelling beschikt dan wel dat die persoon op grond van een wettelijke verplichting bij de toezichthouder is geregistreerd.

  • 3 Voor een persoon die behoort tot de in bijlage II opgenomen toezichtcategorie «Effectenuitgevende instellingen: markt» is de periode, bedoeld in het eerste lid, gelijk aan de tijdsduur waarin zijn effecten zijn toegelaten tot de handel op een gereglementeerde markt, bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht, of op een met een gereglementeerde markt vergelijkbaar systeem uit een staat die geen lidstaat is als bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht.

  • 4 Voor een persoon die op enig moment in een jaar behoort tot de in bijlage II opgenomen toezichtcategorie «Effectenuitgevende instellingen: verslaggeving» is de periode, bedoeld in het eerste lid, gelijk aan een heel kalenderjaar.

Artikel 15

  • 1 Indien de toezichthouder een ingevolge artikel 13 in rekening te brengen bedrag vanwege een fusie als bedoeld in artikel 309 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek van een persoon niet langer in rekening kan brengen aan die persoon, brengt de toezichthouder het bedrag in rekening bij de persoon die bij die fusie het vermogen van eerstgenoemde persoon heeft verkregen.

  • 3 Indien een persoon als bedoeld in bijlage IV in afwikkeling wordt geplaatst en in dat kader vermogen overgaat, zal de toezichthouder een ingevolge artikel 13 oorspronkelijk in rekening te brengen dan wel gebracht bedrag bij die persoon naar rato van de omvang van het vermogen dat is overgegaan, en rekening houdend met het tijdstip per wanneer de overgang van het vermogen heeft plaatsgevonden, verrekenen met de persoon die dat vermogen heeft verkregen.

Artikel 16

  • 1 De toezichthouder kan aan de betrokken financiële onderneming een bedrag in rekening brengen ter vergoeding van de kosten die hij maakt voor de toepassing van de artikelen 1:76 en 1:76a van de Wet op het financieel toezicht.

  • 2 De hoogte van het bedrag, bedoeld in het eerste lid, wordt per geval vastgesteld door de toezichthouder en wordt op een zodanige wijze gespecificeerd dat daaruit blijkt dat het is gebaseerd op de voor het toezicht op de desbetreffende financiële onderneming werkelijk gemaakte kosten.

Artikel 17

  • 1 De Nederlandsche Bank brengt de kosten verband houdend met haar betrokkenheid bij de beoordeling, bedoeld in artikel 33, vierde lid, van verordening (EU) nr. 1024/2013 van de Raad van 15 oktober 2013 waarbij aan de Europese Centrale Bank specifieke taken worden opgedragen betreffende het beleid inzake het prudentieel toezicht op kredietinstellingen (PbEU 2013, L 287), in rekening bij de banken die onderwerp zijn van de in dat artikel bedoelde beoordeling.

  • 2 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld met betrekking tot de doorberekening van de in het eerste lid bedoelde kosten.

Artikel 18

[Red: Wijzigt Wet inzake de geldtransactiekantoren.]

Artikel 19

[Red: Wijzigt de Wet op het financieel toezicht.]

Artikel 20

[Red: Wijzigt de Wet toezicht accountantsorganisaties.]

Artikel 21

[Red: Wijzigt de Wet toezicht effectenverkeer 1995.]

Artikel 22

[Red: Wijzigt de Wet toezicht financiële verslaggeving.]

Artikel 23

[Red: Wijzigt de Wet toezicht trustkantoren.]

Artikel 24

[Red: Wijzigt de Wet verplichte beroepspensioenregeling.]

Artikel 25

[Red: Wijzigt de Invoerings- en aanpassingswet Pensioenwet.]

Artikel 26

[Red: Wijzigt de Wet verplichte deelneming in een bedrijfstakpensioenfonds 2000.]

Artikel 27

[Red: Wijzigt de Wet privatisering FVP.]

Artikel 28 [Vervallen per 01-01-2013]

Artikel 29

[Red: Wijzigt deze wet.]

Artikel 30

  • 1 Van een op het moment van inwerkingtreding van deze wet nog niet verrekend exploitatiesaldo van de toezichthouder, wordt:

    • a. het op grond van het voormalige bekostigingssysteem aan de Staat der Nederlanden toe te rekenen deel van het exploitatiesaldo alsnog met de Staat der Nederlanden verrekend;

    • b. het op grond van het voormalige bekostigingssysteem aan personen toe te rekenen deel van het exploitatiesaldo alsnog met deze personen verrekend.

  • 2 Onze Minister van Financiën kan beslissen om het eerste lid, onderdeel b, niet van toepassing te verklaren op een door hem nader aan te duiden deel van het exploitatiesaldo dat op grond van het voormalige bekostigingssysteem voor toerekening aan personen in aanmerking zou komen, in welk geval dat nader aangeduide deel wordt verrekend met de Staat der Nederlanden.

  • 3 De toezichthouder brengt de kosten van eenmalige toezichthandelingen waarvoor de aanvraag dan wel de melding is ontvangen voor het moment van inwerkingtreding van deze wet overeenkomstig het voormalige bekostigingssysteem in rekening.

  • 4 De toezichthouder brengt zijn kosten, niet zijnde de kosten, bedoeld in het derde lid, die betrekking hebben op een periode die voorafgaat aan het jaar waarin deze wet in werking treedt, overeenkomstig het voormalige bekostigingssysteem in rekening.

  • 5 De bedragen die de toezichthouder op grond van gemaakte afspraken gespreid over meerdere jaren met onder toezicht staande ondernemingen verrekent, worden voor zover zij bij de inwerkingtreding van deze wet nog niet zijn verrekend, verrekend op een wijze zoals oorspronkelijk is afgesproken.

  • 6 Ingeval een gerechtelijke uitspraak leidt tot een onherroepelijke neerwaartse bijstelling van een door de toezichthouder opgelegde heffing, zal de toezichthouder het als gevolg van die uitspraak te restitueren bedrag verrekenen met de Staat der Nederlanden ingeval de heffing betrekking heeft op een periode die gelegen is voor het tijdstip waarop deze wet in werking treedt.

Artikel 31

Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.

Artikel 32

Deze wet wordt aangehaald als: Wet bekostiging financieel toezicht.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven te

’s-Gravenhage, 24 mei 2012

Beatrix

De Minister van Financiën,

J. C. de Jager

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

H. G. J. Kamp

Uitgegeven de veertiende juni 2012

De Minister van Veiligheid en Justitie,

I. W. Opstelten

Bijlage I. Behorend bij de artikelen 11 en 12

Toezichthouder: AFM

Categorie

Code

Eenmalige toezichthandeling

Tarief

Onderdeel Wft.A1: aanvraag vergunning

Wft.A1.00

De behandeling van een aanvraag tot verlening van een vergunning als bedoeld in artikel 2:3g, eerste lid, van de Wet op het financieel toezicht voor het uitoefenen van het bedrijf van bewaarder

€ 5.500

 

Wft.A1.01

De behandeling van een aanvraag tot verlening van een vergunning als bedoeld in artikel 2:55, eerste lid, van de Wet op het financieel toezicht voor het aanbieden van beleggingsobjecten

€ 5 500

 

Wft.A1.02

De behandeling van een aanvraag tot verlening van een vergunning als bedoeld in artikel 2:60, eerste lid, van de Wet op het financieel toezicht voor het aanbieden van krediet

€ 5 500

 

Wft.A1.03

De behandeling van een aanvraag tot verlening van een vergunning als bedoeld in artikel 2:65 van de Wet op het financieel toezicht voor het aanbieden van rechten van deelneming in beleggingsinstellingen

€ 5 500

 

Wft.A1.04

De behandeling van een aanvraag tot verlening van een vergunning als bedoeld in artikel 2:69b, van de Wet op het financieel toezichtvoor het aanbieden van rechten van deelneming in een instelling voor collectieve beleggingen in effecten

€ 5.500

 

Wft.A1.05a

De behandeling van een aanvraag tot verlening van een vergunning als bedoeld in artikel 2:75, eerste lid, van de Wet op het financieel toezicht voor een adviseur voor zover het niet alleen de inbreng van een vergunninghoudende adviseur in een andere rechtspersoon betreft

€ 2.000

 

Wft.A1.05b

De behandeling van een aanvraag tot verlening van een vergunning als bedoeld in artikel 2:75, eerste lid, van de Wet op het financieel toezicht voor een adviseur voor zover het enkel de inbreng van een vergunninghoudende adviseur in een andere rechtspersoon betreft

€ 1.000

 

Wft.A1.06a

De behandeling van een aanvraag tot verlening van een vergunning als bedoeld in artikel 2:80, eerste lid, van de Wet op het financieel toezicht voor een bemiddelaar voor zover het niet alleen de inbreng van een vergunninghoudende bemiddelaar in een andere rechtspersoon betreft

€ 2.000

 

Wft.A1.06b

De behandeling van een aanvraag tot verlening van een vergunning als bedoeld in artikel 2:80, eerste lid, van de Wet op het financieel toezicht voor een bemiddelaar voor zover het enkel de inbreng van een vergunninghoudende bemiddelaar in een andere rechtspersoon betreft

€ 1.000

 

Wft.A1.07a

De behandeling van een aanvraag tot verlening van een vergunning als bedoeld in artikel 2:86, eerste lid, van de Wet op het financieel toezicht voor een herverzekeringsbemiddelaar voor zover het niet alleen de inbreng van een vergunninghoudende herverzekeringsbemiddelaar in een andere rechtspersoon betreft

€ 2.000

 

Wft.A1.07b

De behandeling van een aanvraag tot verlening van een vergunning als bedoeld in artikel 2:86, eerste lid, van de Wet op het financieel toezicht voor een herverzekeringsbemiddelaar voor zover het enkel de inbreng van een vergunninghoudende herverzekeringsbemiddelaar in een andere rechtspersoon betreft

€ 1.000

 

Wft.A1.08a

De behandeling van een aanvraag tot verlening van een vergunning als bedoeld in artikel 2:92, eerste lid, van de Wet op het financieel toezicht voor een gevolmachtigde agent of ondergevolmachtigde agent voor zover het niet alleen de inbreng van een vergunninghoudende gevolmachtigde agent of ondergevolmachtigde agent in een andere rechtspersoon betreft

€ 2.000

 

Wft.A1.08b

De behandeling van een aanvraag tot verlening van een vergunning als bedoeld in artikel 2:92, eerste lid, van de Wet op het financieel toezicht voor een gevolmachtigde agent of ondergevolmachtigde agent voor zover het enkel de inbreng van een vergunninghoudende gevolmachtigde agent of ondergevolmachtigde agent in een andere rechtspersoon betreft

€ 1.000

 

Wft.A1.09a

De behandeling van een aanvraag tot verlening van een vergunning als bedoeld in artikel 2:96, eerste lid, van de Wet op het financieel toezicht, voor zover het betreft een beleggingsonderneming die ingevolge artikel 11, vierde lid, van de Vrijstellingsregeling Wft, is vrijgesteld van artikel 2:99, eerste lid, onderdelen c, d en f tot en met j, van de Wet op het financieel toezicht en voor zover het niet alleen de inbreng van een vergunninghoudende beleggingsonderneming in een andere rechtspersoon betreft

€ 2.000

 

Wft.A1.09b

De behandeling van een aanvraag tot verlening van een vergunning als bedoeld in artikel 2:96, eerste lid, van de Wet op het financieel toezicht, voor zover het betreft een beleggingsonderneming die ingevolge artikel 11, vierde lid, van de Vrijstellingsregeling Wft, is vrijgesteld van artikel 2:99, eerste lid, onderdelen c, d en f tot en met j, van de Wet op het financieel toezicht en voor zover het enkel de inbreng van een vergunninghoudende beleggingsonderneming in een andere rechtspersoon betreft

€ 1.000

 

Wft.A1.10

De behandeling van een aanvraag tot verlening van een vergunning als bedoeld in artikel 2:96, eerste lid, van de Wet op het financieel toezicht, voor het in de uitoefening van beroep of bedrijf exploiteren van een multilaterale handelsfaciliteit

€ 175 per uur dat de AFM werkzaamheden verricht met een maximum van € 100 000

 

Wft.A1.11

De behandeling van een aanvraag tot verlening van een vergunning als bedoeld in artikel 2:96, eerste lid, van de Wet op het financieel toezicht voor het verlenen van beleggingsdiensten of verrichten van beleggingsactiviteiten, niet zijnde een aanvraag als bedoeld onder Wft.A1.09 of Wft.A1.10

€ 5 500

 

Wft.A1.12

De behandeling van een aanvraag tot verlening van een vergunning als bedoeld in artikel 5:26, eerste lid, van de Wet op het financieel toezicht voor het beheren of exploiteren van een gereglementeerde markt

€ 175 per uur dat de AFM werkzaamheden verricht met een maximum van € 150 000

Onderdeel Wft.A2: aanvraag wijziging vergunning

Wft.A2.00

De behandeling van een aanvraag om wijziging van een vergunning als bedoeld in artikel 2:3g, eerste lid, van de Wet op het financieel toezicht voor het uitoefenen van het bedrijf van bewaarder

€ 2.700

 

Wft.A2.01

De behandeling van een aanvraag om wijziging van een vergunning als bedoeld in artikel 2:55, eerste lid, van de Wet op het financieel toezicht voor het aanbieden van beleggingsobjecten

€ 2 700

 

Wft.A2.02

De behandeling van een aanvraag om wijziging van een vergunning als bedoeld in artikel 2:60, eerste lid, van de Wet op het financieel toezicht voor het aanbieden van krediet

€ 2 700

 

Wft.A2.03

De behandeling van een aanvraag om wijziging van een vergunning als bedoeld in artikel 2:65 van de Wet op het financieel toezicht voor het aanbieden van rechten van deelneming in beleggingsinstellingen

€ 2 700

 

Wft.A2.03a

De behandeling van een aanvraag van een wijziging van een vergunning als bedoeld in artikel 2:69b van de Wet op het financieel toezicht voor het aanbieden van rechten van deelneming in een icbe

€ 2.700

 

Wft.A2.04

De behandeling van een aanvraag om wijziging van een vergunning als bedoeld in artikel 2:75, eerste lid, van de Wet op het financieel toezicht voor een adviseur

€ 300

 

Wft.A2.05

De behandeling van een aanvraag om wijziging van een vergunning als bedoeld in artikel 2:80, eerste lid, van de Wet op het financieel toezicht voor een bemiddelaar

€ 300

 

Wft.A2.06

De behandeling van een aanvraag om wijziging van een vergunning als bedoeld in artikel 2:86, eerste lid, van de Wet op het financieel toezicht voor een herverzekeringsbemiddelaar

€ 300

 

Wft.A2.07

De behandeling van een aanvraag om wijziging van een vergunning als bedoeld in artikel 2:92, eerste lid, van de Wet op het financieel toezicht voor een gevolmachtigde agent of ondergevolmachtigde agent

€ 300

 

Wft.A2.08

De wijziging van een vergunning als bedoeld in artikel 2:96, eerste lid, van de Wet op het financieel toezicht, voor zover het betreft een beleggingsonderneming die ingevolge artikel 11, vierde lid, van de Vrijstellingsregeling Wft is vrijgesteld van artikel 2:99, eerste lid, onderdelen c, d en f tot en met j, van de Wet op het financieel toezicht

€ 300

 

Wft.A2.09

De behandeling van een aanvraag om wijziging van een vergunning als bedoeld onder Wft.A1.10 of Wft.A1.11, in die zin dat deze mede zal strekken tot het in de uitoefening van een beroep of bedrijf exploiteren van een multilaterale handelsfaciliteit

€ 175 per uur dat de AFM werkzaamheden verricht met een maximum van € 100 000

 

Wft.A2.10

De behandeling van een aanvraag om wijziging van een vergunning als bedoeld in artikel 2:96, eerste lid, van de Wet op het financieel toezicht voor het verlenen van beleggingsdiensten of verrichten van beleggingsactiviteiten niet zijnde een wijziging als bedoeld onder Wft.A2.08 of Wft.A2.09

€ 2 700

 

Wft.A2.11

De behandeling van een aanvraag om wijziging van een vergunning als bedoeld in artikel 5:26, eerste lid, van de Wet op het financieel toezicht, voor het beheren of exploiteren van een gereglementeerde markt

€ 175 per uur dat de AFM werkzaamheden verricht met een maximum van € 150 000

 

Wft.A2.12

De behandeling van een aanvraag om wijziging van een verklaring van geen bezwaar als bedoeld in artikel 5:32d, eerste lid, van de Wet op het financieel toezicht om een gekwalificeerde deelneming te houden, te verwerven dan wel enige zeggenschap verbonden aan een gekwalificeerde deelneming uit te oefenen in een marktexploitant waaraan een vergunning als bedoeld in artikel 5:26, eerste lid, van de Wet op het financieel toezicht is verleend

€ 175 per uur dat de AFM werkzaamheden verricht met een maximum van € 150 000

Onderdeel Wft.A3: aanvraag verlening ontheffing

Wft.A3.01

De behandeling van een aanvraag van een ontheffing als bedoeld in artikel 2:55, tweede lid, van de Wet op het financieel toezicht, voor het aanbieden van beleggingsobjecten

€ 5 500

 

Wft.A3.02

De behandeling van een aanvraag van een ontheffing als bedoeld in artikel 2:60, tweede lid, van de Wet op het financieel toezicht voor het aanbieden van krediet

€ 5 500

 

Wft.A3.03

De behandeling van een aanvraag van een ontheffing als bedoeld in artikel 2:67b, vierde lid, van de Wet op het financieel toezicht voor het aanbieden van rechten van deelneming in beleggingsinstellingen

€ 5 500

 

Wft.A3.03a

De behandeling van een aanvraag van een ontheffing in het kader van een vergunning als bedoeld in artikel 2:69b van de Wet op het financieel toezicht voor het aanbieden van rechten van deelneming in een icbe

€ 5.500

 

Wft.A3.04

De behandeling van een aanvraag van een ontheffing als bedoeld in artikel 2:75, tweede lid, van de Wet op het financieel toezicht voor een adviseur

€ 5 500

 

Wft.A3.05

De behandeling van een aanvraag van een ontheffing als bedoeld in artikel 2:80, tweede en derde lid, van de Wet op het financieel toezicht voor een bemiddelaar

€ 5 500

 

Wft.A3.06

De behandeling van een aanvraag van een ontheffing als bedoeld in artikel 2:86, tweede lid, van de Wet op het financieel toezicht voor een herverzekeringsbemiddelaar

€ 5 500

 

Wft.A3.07

De behandeling van een aanvraag van een ontheffing als bedoeld in artikel 2:92, tweede lid, van de Wet op het financieel toezicht voor een gevolmachtigde agent of ondergevolmachtigde agent

€ 5 500

 

Wft.A3.08

De behandeling van een aanvraag van een ontheffing als bedoeld in artikel 2:96, tweede lid, van de Wet op het financieel toezicht, voor zover het betreft een beleggingsonderneming die ingevolge artikel 11, vierde lid, van de Vrijstellingsregeling Wft is vrijgesteld van artikel 2:99, eerste lid, onderdelen c, d en f tot en met j, van de Wet op het financieel toezicht

€ 5 500

 

Wft.A3.09

De behandeling van een aanvraag van een ontheffing als bedoeld in artikel 2:96, tweede lid, van de Wet op het financieel toezicht voor het in de uitoefening van beroep of bedrijf exploiteren van een multilaterale handelsfaciliteit

€ 175 per uur dat de AFM werkzaamheden verricht met een maximum van € 100 000

 

Wft.A3.10

De behandeling van een aanvraag van een ontheffing als bedoeld in artikel 2:96, tweede lid, van de Wet op het financieel toezicht voor het verlenen van beleggingsdiensten of verrichten van beleggingsactiviteiten niet zijnde een aanvraag als bedoeld onder Wft.A3.08 of Wft.A3.09

€ 5 500

 

Wft.A3.11

De behandeling van een aanvraag van een ontheffing als bedoeld in artikel 4:3, vierde lid, van de Wet op het financieel toezicht om in de uitoefening van een beroep of bedrijf als tussenpersoon werkzaamheden te verrichten ten behoeve van het van het publiek aantrekken of ter beschikking verkrijgen van opvorderbare gelden

€ 5 500

 

Wft.A3.12

De behandeling van een aanvraag van een ontheffing als bedoeld in artikel 5:26, derde lid van de Wet op het financieel toezicht voor het beheren of exploiteren van een gereglementeerde markt

€ 175 per uur dat de AFM werkzaamheden verricht met een maximum van € 150 000

Onderdeel Wft.A4: aanvraag verklaring van geen bezwaar

Wft.A4.01

De behandeling van een aanvraag tot verlening van een verklaring van geen bezwaar als bedoeld in artikel 5:32d, eerste lid, van de Wet op het financieel toezicht om een gekwalificeerde deelneming te houden, te verwerven dan wel enige zeggenschap verbonden aan een gekwalificeerde deelneming uit te oefenen in een marktexploitant waaraan een vergunning als bedoeld in artikel 5:26, eerste lid, van de Wet op het financieel toezicht is verleend

€ 175 per uur dat de AFM werkzaamheden verricht met een maximum van € 150 000

Onderdeel Wft.A5: aanvraag ondertoezichtstelling

Wft.A5.01

De behandeling van een aanvraag tot verlening van een verklaring van ondertoezichtstelling als bedoeld in artikel 2:69a, eerste lid, van de Wet op het financieel toezicht

€ 5 500

Onderdeel Wft.A6: inschrijving/aanmelding

Wft.A6.01

Een inschrijving als bedoeld in artikel 1:107, tweede lid, aanhef en onderdeel a, onder 2°, van de Wet op het financieel toezicht van een beleggingsonderneming waarop een vrijstelling van toepassing is

€ 1 500

 

Wft.A6.02

Een inschrijving als bedoeld in artikel 1:107, tweede lid, aanhef en onderdeel a, onder 3°, van de Wet op het financieel toezicht, van een icbe met zetel in een andere lidstaat

€ 1 500

 

Wft.A6.03

Een inschrijving als bedoeld in artikel 1:107, tweede lid, aanhef en onderdeel a, onder 3°, van de Wet op het financieel toezicht, van een beleggingsinstelling of een beheerder van een beleggingsinstelling met zetel in een aangewezen staat

€ 1 500

 

Wft.A6.03a

Een inschrijving als bedoeld in artikel 1:107, tweede lid, aanhef en onderdeel a, onder 5° van de Wet op het financieel toezicht van een beheerder van een beleggingsinstelling

€ 1.500

 

Wft.A6.04

Een inschrijving als bedoeld in artikel 1:107, tweede lid, aanhef en onderdeel a, onder 6°, van de Wet op het financieel toezicht van een bij een aanbieder van krediet aangesloten onderneming

€ 200

 

Wft.A6.05

Een inschrijving als bedoeld in artikel 1:107, tweede lid, aanhef en onderdeel a, onder 6°, van de Wet op het financieel toezicht bij een gelijktijdige digitale aanmelding door een aanbieder van krediet van 20 of meer bij hem aangesloten ondernemingen

€ 4 000

 

Wft.A6.06

Een inschrijving als bedoeld in artikel 1:107, tweede lid, aanhef en onderdeel a, onder 6°, van de Wet op het financieel toezicht van een bij een aanbieder van beleggingsobjecten aangesloten onderneming

€ 200

 

Wft.A6.07

Een inschrijving als bedoeld in artikel 1:107, tweede lid, aanhef en onderdeel a, onder 6°, van de Wet op het financieel toezicht van een bij een beleggingsonderneming aangesloten onderneming

€ 200

 

Wft.A6.08

Een inschrijving als bedoeld in artikel 1:107, tweede lid, aanhef en onderdeel a, onder 6°, van de Wet op het financieel toezicht van een bij een adviseur en bemiddelaar aangesloten onderneming

€ 200

 

Wft.A6.09

Een inschrijving als bedoeld in artikel 1:107, tweede lid, aanhef en onderdeel a, onder 6°, van de Wet op het financieel toezicht bij een gelijktijdige digitale aanmelding door een adviseur of bemiddelaar van 20 of meer bij hem aangesloten ondernemingen

€ 4 000

 

Wft.A6.10

Een inschrijving als bedoeld in artikel 1:107, tweede lid, aanhef en onderdeel a, onder 9° of 10°, met uitzondering van een inschrijving van een financiële onderneming naar aanleiding van een melding als bedoeld in artikel 2:66a, derde lid, onderdeel a

€ 1 500

 

Wft.A6.11

Een inschrijving als bedoeld in artikel 1:107, tweede lid, aanhef en onderdeel a, onder 12°, van de Wet op het financieel toezicht van een aan een beleggingsonderneming verbonden agent

€ 200

 

Wft.A6.12

De behandeling van een aanmelding of wijziging van een aanmelding van een verbonden bemiddelaar als bedoeld in artikel 2:81, tweede lid, aanhef en onderdeel b, van de Wet op het financieel toezicht

€ 200

 

Wft.A6.13

Een aanmelding als bedoeld in artikel 2:81, tweede lid, aanhef en onderdeel b, van de Wet op het financieel toezicht bij een gelijktijdige digitale aanmelding van 20 of meer verbonden bemiddelaars

€ 4 000

 

Wft.A6.14

Een inschrijving van een persoon als bedoeld in artikel 4:9 of 4:10 van de Wet op het financieel toezicht die reeds is getoetst voor de betrouwbaarheid of geschiktheid

€ 200

Onderdeel Wft.A7: toetsing persoon in combinatie met een aanvraag/wijziging vergunning, een aanvraag verklaring van geen bezwaar of een aanvraag ondertoezichtstelling In onderstaande gevallen Wft.A7.01 t/m Wft.A7.04, waarbij sprake is van een aanvraag/wijziging van een vergunning, een aanvraag van een verklaring van geen bezwaar of een aanvraag tot verlening van een verklaring van ondertoezichtstelling, brengt de AFM aanvullend een bedrag in rekening voor de toetsing van een persoon  
 

Wft.A7.01

Het op grond van artikel 4:10 van de Wet op het financieel toezicht vaststellen van de betrouwbaarheid van een persoon ten behoeve van de behandeling van een aanvraag tot verlening van een vergunning of tot de verklaring van geen bezwaar of wijziging van een vergunning als bedoeld in de onderdelen Wft.A1 en Wft.A2

€ 1 000

 

Wft.A7.02

Het op grond van artikel 4:9 van de Wet op het financieel toezicht vaststellen van de geschiktheid van een persoon ten behoeve van de behandeling van een aanvraag tot verlening van een vergunning, de verlening van een vergunning of een verzoek om wijziging van een vergunning als bedoeld onder Wft.A1.01, Wft.A1.12, Wft.A2.01, Wft.A2.11, Wft.A2.12 en Wft.A4.01

€ 1 800

 

Wft.A7.03

Het op grond van artikel 4:9 van de Wet op het financieel toezicht vaststellen van de geschiktheid van een persoon ten behoeve van de behandeling van een aanvraag tot verlening van een vergunning, een verzoek om wijziging van een vergunning, een melding van een nieuwe beleidsbepaler of medebeleidsbepaler of een aanvraag tot verlening van een verklaring van ondertoezichtstelling, als bedoeld onder Wft.A1.00, Wft.A1.02, Wft.A1.03, Wft.A1.10, Wft.A1.11, Wft.A2.02, Wft.A2.03, Wft.A2.09, Wft.A2.10 en Wft.A5.01

€ 1 500

 

Wft.A7.04

Het op grond van artikel 4:9 van de Wet op het financieel toezicht vaststellen van de geschiktheid van een persoon ten behoeve van de behandeling van een aanvraag tot verlening van een vergunning of een verzoek om wijziging van een vergunning als bedoeld onder Wft.A1.05 tot en met Wft.A1.09 en Wft.A2.04 tot en met Wft.A2.08

€ 1 200

Onderdeel Wft.A8: toetsing persoon niet in combinatie met een aanvraag/wijziging vergunning of aanvraag verklaring van geen bezwaar In onderstaande gevallen Wft.A8.01 t/m Wft.A8.05, waarbij geen sprake is van een aanvraag/wijziging van een vergunning of van een aanvraag van een verklaring van geen bezwaar, brengt de AFM een bedrag in rekening voor de toetsing van een persoon  
 

Wft.A8.01

De toetsing van de betrouwbaarheid van een persoon als bedoeld in artikel 4:10 of 5:29 van de Wet op het financieel toezicht of van een persoon als bedoeld in artikel 2 van het Besluit gedragstoezicht financiële ondernemingen Wft

€ 1 000

 

Wft.A8.02

De toetsing van de geschiktheid van een persoon als bedoeld in artikel 4:9 van de Wet op het financieel toezicht van een aanbieder van beleggingsobjecten als bedoeld in artikel 2:55, eerste lid, het beheren of exploiteren van een gereglementeerde markt als bedoeld in artikel 5:26 eerste lid, of het verkrijgen van een verklaring van geen bezwaar als bedoeld in artikel 5:32d van de Wet op het financieel toezicht

€ 1 800

 

Wft.A8.03

De toetsing van de geschiktheid van een persoon als bedoeld in artikel 4:9 van de Wet op het financieel toezicht van een persoon die het bedrijf van bewaarder uitoefent als bedoeld in artikel 2:3g een aanbieder van krediet als bedoeld in artikel 2:60, een aanbieder van rechten van deelneming in belegginginstellingen als bedoeld in artikel 2:65, een persoon die beleggingsdiensten verleent of beleggingsactiviteiten verricht als bedoeld in artikel 2:96 van de Wet op het financieel toezicht, met uitzondering van een persoon van een beleggingsonderneming die ingevolge artikel 11, vierde lid, van de Vrijstellingsregeling Wft, is vrijgesteld van artikel 2:99, eerste lid, onderdelen c, d en f tot en met j, van de Wet op het financieel toezicht

€ 1 500

 

Wft.A8.04

De toetsing van de geschiktheid van een persoon als bedoeld in artikel 4:9 van de Wet op het financieel toezicht die het dagelijks beleid bepaalt van een financiële dienstverlener als bedoeld in artikel 2:75, eerste lid, artikel 2:80, eerste lid, artikel 2:86, eerste lid en 2:92, eerste lid, van de Wet op het financieel toezicht of van een persoon als bedoeld in artikel 2a van het Besluit gedragstoezicht financiële ondernemingen Wft

€ 1 200

 

Wft.A8.05

De toetsing van de geschiktheid van een persoon als bedoeld in artikel 4:9 van de Wet op het financieel toezicht van een beleggingsonderneming die ingevolge artikel 11, vierde lid, van de Vrijstellingsregeling Wft, is vrijgesteld van artikel 2:99, eerste lid, onderdelen c, d en f tot en met j, van de Wet op het financieel toezicht

€ 1 200

Onderdeel Wft.A9: emissies

Wft.A9.01a

De behandeling van een aanvraag, ingediend door een mkb-onderneming, tot goedkeuring van een prospectus dat bestaat uit een enkel document als bedoeld in artikel 5:15, eerste lid, onderdeel a, van de Wet op het financieel toezicht en dat betrekking heeft op effecten met een aandelenkarakter, niet zijnde effecten die rechten van deelneming betreffen in een beleggingsinstelling als bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht die niet op verzoek van de houder ten laste van de activa direct of indirect worden ingekocht of terugbetaald

€ 22.500

 

Wft.A9.01b

De behandeling van een aanvraag, ingediend door een onderneming, niet zijnde een mkb-onderneming, tot goedkeuring van een prospectus dat bestaat uit een enkel document als bedoeld in artikel 5:15, eerste lid, onderdeel a, van de Wet op het financieel toezicht en dat betrekking heeft op effecten met een aandelenkarakter, niet zijnde effecten die rechten van deelneming betreffen in een beleggingsinstelling als bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht die niet op verzoek van de houder ten laste van de activa direct of indirect worden ingekocht of terugbetaald

€ 65.000

 

Wft.A9.02a

De behandeling van een aanvraag, ingediend door een mkb-onderneming, tot goedkeuring van het registratiedocument van een prospectus dat bestaat uit drie afzonderlijke documenten als bedoeld in artikel 5:15, eerste lid, onderdeel b, van de Wet op het financieel toezicht en dat betrekking heeft op effecten met een aandelenkarakter, niet zijnde effecten die rechten van deelneming betreffen in een beleggingsinstelling als bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht die niet op verzoek van de houder ten laste van de activa direct of indirect worden ingekocht of terugbetaald

€ 15.000

 

Wft.A9.02b

De behandeling van een aanvraag, ingediend door een onderneming, niet zijnde een mkb-onderneming, tot goedkeuring van het registratiedocument van een prospectus dat bestaat uit drie afzonderlijke documenten als bedoeld in artikel 5:15, eerste lid, onderdeel b, van de Wet op het financieel toezicht en dat betrekking heeft op effecten met een aandelenkarakter, niet zijnde effecten die rechten van deelneming betreffen in een beleggingsinstelling als bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht die niet op verzoek van de houder ten laste van de activa direct of indirect worden ingekocht of terugbetaald

€ 40.000

 

Wft.A9.03a

De behandeling van een aanvraag, ingediend door een mkb-onderneming, tot goedkeuring van de verrichtingsnota en de samenvatting van een prospectus dat bestaat uit drie afzonderlijke documenten als bedoeld in artikel 5:15, eerste lid, onderdeel b, van de Wet op het financieel toezicht en dat betrekking heeft op effecten met een aandelenkarakter, niet zijnde effecten die rechten van deelneming betreffen in een beleggingsinstelling als bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht die niet op verzoek van de houder ten laste van de activa direct of indirect worden ingekocht of terugbetaald

€ 7.500

 

Wft.A9.03b

De behandeling van een aanvraag, ingediend door een onderneming, niet zijnde een mkb-onderneming, tot goedkeuring van de verrichtingsnota en de samenvatting van een prospectus dat bestaat uit drie afzonderlijke documenten als bedoeld in artikel 5:15, eerste lid, onderdeel b, van de Wet op het financieel toezicht en dat betrekking heeft op effecten met een aandelenkarakter, niet zijnde effecten die rechten van deelneming betreffen in een beleggingsinstelling als bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht die niet op verzoek van de houder ten laste van de activa direct of indirect worden ingekocht of terugbetaald

€ 25.000

 

Wft.A9.04a

De behandeling van een aanvraag, ingediend door een mkb-onderneming, tot goedkeuring van een prospectus dat bestaat uit een enkel document, bedoeld in artikel 5:15, eerste lid, onderdeel a, van de Wet op het financieel toezicht en dat betrekking heeft op effecten zonder aandelenkarakter of effecten die rechten van deelneming betreffen in een beleggingsinstelling als bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht die niet op verzoek van de houder ten laste van de activa direct of indirect worden ingekocht of terugbetaald

€ 7.500

 

Wft.A9.04b

De behandeling van een aanvraag, ingediend door een onderneming, niet zijnde een mkb-onderneming, tot goedkeuring van een prospectus dat bestaat uit een enkel document, bedoeld in artikel 5:15, eerste lid, onderdeel a, van de Wet op het financieel toezicht en dat betrekking heeft op effecten zonder aandelenkarakter of effecten die rechten van deelneming betreffen in een beleggingsinstelling als bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht die niet op verzoek van de houder ten laste van de activa direct of indirect worden ingekocht of terugbetaald

€ 15.000

 

Wft.A9.05a

De behandeling van een aanvraag, ingediend door een mkb-onderneming, tot goedkeuring van het registratiedocument van een prospectus dat bestaat uit drie afzonderlijke documenten als bedoeld in artikel 5:15, eerste lid, onderdeel b, van de Wet op het financieel toezicht en dat betrekking heeft op effecten zonder aandelenkarakter of effecten die rechten van deelneming betreffen in een beleggingsinstelling als bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht die niet op verzoek van de houder ten laste van de activa direct of indirect worden ingekocht of terugbetaald

€ 5.000

 

Wft.A9.05b

De behandeling van een aanvraag, ingediend door een onderneming, niet zijnde een mkb-onderneming, tot goedkeuring van het registratiedocument van een prospectus dat bestaat uit drie afzonderlijke documenten als bedoeld in artikel 5:15, eerste lid, onderdeel b, van de Wet op het financieel toezicht en dat betrekking heeft op effecten zonder aandelenkarakter of effecten die rechten van deelneming betreffen in een beleggingsinstelling als bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht die niet op verzoek van de houder ten laste van de activa direct of indirect worden ingekocht of terugbetaald

€ 10.000

 

Wft.A9.06a

De behandeling van een aanvraag, ingediend door een mkb-onderneming, tot goedkeuring van de verrichtingsnota en de samenvatting van een prospectus dat bestaat uit drie afzonderlijke documenten als bedoeld in artikel 5:15, eerste lid, onderdeel b, van de Wet op het financieel toezicht en dat betrekking heeft op effecten zonder aandelenkarakter of effecten die rechten van deelneming betreffen in een beleggingsinstelling als bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht die niet op verzoek van de houder ten laste van de activa direct of indirect worden ingekocht of terugbetaald

€ 2.500

 

Wft.A9.06b

De behandeling van een aanvraag, ingediend door een onderneming, niet zijnde een mkb-onderneming, tot goedkeuring van de verrichtingsnota en de samenvatting van een prospectus dat bestaat uit drie afzonderlijke documenten als bedoeld in artikel 5:15, eerste lid, onderdeel b, van de Wet op het financieel toezicht en dat betrekking heeft op effecten zonder aandelenkarakter of effecten die rechten van deelneming betreffen in een beleggingsinstelling als bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht die niet op verzoek van de houder ten laste van de activa direct of indirect worden ingekocht of terugbetaald

€ 5.000

 

Wft.A9.07

De behandeling van een aanvraag tot goedkeuring van een prospectus dat betrekking heeft op effecten zonder een aandelenkarakter of effecten die rechten van deelneming betreffen in een beleggingsinstelling als bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht die niet op verzoek van de houder ten laste van de activa direct of indirect worden ingekocht of terugbetaald en waarvan het registratiedocument op grond van artikel 21, tweede lid, van de Prospectusverordening1 is opgesteld met inachtneming van Bijlage 1 van die verordening

€ 15.000

 

Wft.A9.08

De behandeling van een aanvraag tot goedkeuring van een registratiedocument van een prospectus dat betrekking heeft op effecten zonder een aandelenkarakter of effecten die rechten van deelneming betreffen in een beleggingsinstelling als bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht, die niet op verzoek van de houder ten laste van de activa direct of indirect worden ingekocht of terugbetaald en dat op grond van artikel 21, tweede lid, van de Prospectusverordening1 is opgesteld met inachtneming van Bijlage I van die verordening

€ 10.000

 

Wft.A9.09a

De behandeling van een aanvraag, ingediend door een mkb-onderneming, tot goedkeuring van een basisprospectus als bedoeld in artikel 5:16 van de Wet op het financieel toezicht waarin op grond van artikel 26, vierde lid, van de Prospectusverordening1 wordt verwezen naar een eerder goedgekeurd registratiedocument

€ 7.500

 

Wft.A9.09b

De behandeling van een aanvraag, ingediend door een onderneming, niet zijnde een mkb-onderneming, tot goedkeuring van een basisprospectus als bedoeld in artikel 5:16 van de Wet op het financieel toezicht waarin op grond van artikel 26, vierde lid, van de Prospectusverordening1 wordt verwezen naar een eerder goedgekeurd registratiedocument

€ 15.000

 

Wft.A9.10

De behandeling van een aanvraag tot goedkeuring van een document ter aanvulling van een prospectus als bedoeld in artikel 5:23 van de Wet op het financieel toezicht

€ 2.500

Onderdeel Wft.A10: openbare biedingen op effecten

Wft.A10.01

De behandeling van een biedingsbericht als bedoeld in artikel 5:77, eerste lid, van de Wet op het financieel toezicht

€ 25 000

 

Wft.A10.02

De behandeling van een aanvraag van een ontheffing als bedoeld in artikel 5:81, derde lid, van de Wet op het financieel toezicht

€ 5 500

 

Wft.A10.03

De aankondiging van een openbaar bod op de wijze, voorzien in artikel 5, eerste, tweede of derde lid, van het Besluit openbare biedingen Wft

€ 4 500

 

Wft.A10.04

Het doen van een openbare mededeling als bedoeld in artikel 16, eerste lid, van het Besluit openbare biedingen Wft, door een bieder omtrent de gestanddoening van een openbaar bod, en, voor zover zich dat voordoet, het doen van een openbare mededeling als bedoeld in artikel 17, vierde lid, van voornoemd besluit, door een bieder

0,0075% van het totale bedrag dat door de bieder wordt betaald voor het aantal effecten dat door hem wordt verkregen vanaf de aankondiging van een openbaar bod als bedoeld in artikel 5 van het Besluit openbare biedingen Wft tot het moment van gestanddoening, bedoeld in artikel 16 van voornoemd besluit, of, indien van toepassing, tot het einde van de termijn, bedoeld in artikel 17 van voornoemd besluit, met een maximum van € 650 000

Onderdeel Wta.A1: aanvraag vergunning

Wta.A1.01

De behandeling van een aanvraag tot verlening van een vergunning als bedoeld in artikel 5 van de Wet toezicht accountantsorganisaties welke mede strekt tot het verrichten van wettelijke controles bij organisaties van openbaar belang

€ 16 000

 

Wta.A1.02

De behandeling van een aanvraag tot verlening van een vergunning als bedoeld in artikel 5 van de Wet toezicht accountantsorganisaties welke niet mede strekt tot het verrichtingen van wettelijke controles bij organisaties van openbaar belang

€ 4 000

 

Wta.A1.03

De behandeling van een aanvraag tot verlening van een vergunning als bedoeld in artikel 5 van de Wet toezicht accountantsorganisaties voor zover het betreft de inbreng van een vergunninghoudende accountantsorganisatie in een andere rechtspersoon zonder wijziging in de organisatiestructuur, werkwijze en activiteiten van de accountantsorganisatie.

€ 2 500

Onderdeel Wta.A2: aanvraag vermelding in vergunning

Wta.A2.01

Voor de behandeling van een aanvraag tot opname van een vermelding als bedoeld in artikel 6, tweede lid, van de Wet toezicht accountantsorganisaties in een vergunning als bedoeld in artikel 5 van de Wet toezicht accountantsorganisaties welke mede strekt tot het verrichten van wettelijke controles bij organisaties van openbaar belang

€ 12 000

Onderdeel Wta.A3: inschrijving

Wta.A3.01

De verwerking van de ontvangst van de een aanvraag tot inschrijving in het register, bedoeld in artikel 12c, eerste lid, van de Wet toezicht accountantsorganisaties

€ 1 000

 

Wta.A3.01a

De verwerking van de ontvangst van een aanvraag tot inschrijving in het register, bedoeld in artikel 12e, tweede lid, van de Wet toezicht accountantsorganisaties.

€ 5.000

 

Wta.A3.02

De inhoudelijke beoordeling van een aanvraag als bedoeld onder Wta.A3.01 van een auditorganisatie van een derde land die niet onder toezicht staat in een derde land ten aanzien waarvan de Commissie van de Europese Gemeenschappen een uitvoeringshandeling heeft vastgesteld als bedoeld in artikel 46, tweede lid, van richtlijn nr. 2006/43/EG inhoudende dat het stelsel van toezicht en handhaving van het desbetreffende derde land gelijkwaardig is

€ 4 000

 

Wta.A3.02a

De inhoudelijke beoordeling van een aanvraag als bedoeld onder Wta.A3.01 van een auditorganisatie van een derde land die onder toezicht staat in een derde land ten aanzien waarvan de Commissie van de Europese Gemeenschappen een uitvoeringshandeling heeft vastgesteld als bedoeld in artikel 46, tweede lid, van richtlijn nr. 2006/43/EG inhoudende dat het stelsel van toezicht en handhaving van het desbetreffende derde land gelijkwaardig is

€ 4.000

 

Wta.A3.03

Een inschrijving van een persoon als bedoeld in artikel 15 van de Wet toezicht accountantsorganisaties die reeds is getoetst voor de betrouwbaarheid of geschiktheid

€ 200

Onderdeel Wta.A4: toetsing persoon in combinatie met een aanvraag/wijziging vergunning In het onderstaande geval Wta.A4.01, waarbij sprake is van een aanvraag/wijziging van een vergunning of van een inschrijving, brengt de AFM aanvullend een bedrag in rekening voor de toetsing van een persoon  
 

Wta.A4.01

De toetsing van de betrouwbaarheid van een persoon die het dagelijks beleid bepaalt of mede bepaalt van een auditorganisatie van een derde land als bedoeld in artikel 12c, eerste lid, onderdeel b, van de Wet toezicht accountantsorganisaties of een accountantsorganisatie als bedoeld in artikel 15, eerste lid, van die wet, ten behoeve van de behandeling van een aanvraag tot verlening van een vergunning of inschrijving in het register als bedoeld in de onderdelen Wta.A1.01, Wta.A1.02, Wta.A1.03, Wta.A3.02 en Wta.A3.02a, of ten behoeve van de behandeling van een aanvraag tot opname van een vermelding in een vergunning als bedoeld in onderdeel Wta.A2.01

€ 1 000

Onderdeel Wta.A5: toetsing persoon niet in combinatie met een aanvraag/wijziging vergunning In het onderstaande geval Wta.A5.01, waarbij geen sprake is van een aanvraag/wijziging van een vergunning of van een inschrijving, brengt de AFM een bedrag in rekening voor de toetsing van een persoon  
 

Wta.A5.01

De toetsing van de betrouwbaarheid van een persoon die het dagelijks beleid bepaalt of mede bepaalt van een auditorganisatie van een derde land als bedoeld in artikel 12c, eerste lid, onderdeel b, van de Wet toezicht accountantsorganisaties of van een accountantsorganisatie als bedoeld in artikel 15, eerste lid, van die wet

€ 1 000

Onderdeel EU.A1: aanvraag vergunning

EU.A1.01

De behandeling van een aanvraag tot verlening van een vergunning als bedoeld in artikel 18, tweede of derde lid, van verordening (EU) nr. 1031/2010 (veiling van broeikasgasemissierechten)

€ 5.500

 

EU.A1.02

De behandeling van een aanvraag tot verlening van een vergunning als bedoeld in artikel 16, eerste lid, of artikel 19, eerste lid, van verordening (EU) nr. 909/2014 (centrale effectenbewaarinstellingen)

€ 175 per uur dat de AFM werkzaamheden verricht met een maximum van € 150.000

Onderdeel EU.A2: aanvraag wijziging vergunning

EU.A2.01

De behandeling van een aanvraag van een wijziging van een vergunning als bedoeld in artikel 18, tweede of derde lid, van verordening (EU) nr. 1031/2010 (veiling van broeikasgasemissierechten)

€ 2.700

 

EU.A2.02

De behandeling van een aanvraag van een wijziging van een vergunning als bedoeld in artikel 16, eerste lid, of artikel 19, eerste lid, van verordening (EU) nr. 909/2014 (centrale effectenbewaarinstellingen)

€ 175 per uur dat de AFM werkzaamheden verricht met een maximum van € 150.000

Onderdeel EU.A7: toetsing persoon in combinatie met een aanvraag/ wijziging vergunning In onderstaande gevallen, waarbij sprake is van een aanvraag/wijziging van een vergunning, brengt de AFM aanvullend een bedrag in rekening voor de toetsing van een persoon  
 

EU.A7.01

De toetsing, overeenkomstig artikel 59, vijfde lid, van verordening (EU) nr. 1031/2010 (veiling van broeikasgasemissierechten), van de betrouwbaarheid van een persoon die het dagelijks beleid bepaalt van een bieder als bedoeld in artikel 18, tweede lid, van verordening (EU) nr. 1031/2010 (veiling van broeikasgasemissierechten)

€ 1.000

 

EU.A7.02

De toetsing, overeenkomstig artikel 59, vijfde lid, van verordening (EU) nr. 1031/2010 (veiling van broeikasgasemissierechten), van de geschiktheid van een persoon die het dagelijks beleid bepaalt van een bieder als bedoeld in artikel 18, tweede lid, van verordening (EU) nr. 1031/2010 (veiling van broeikasgasemissierechten)

€ 1.500

 

EU.A7.03

De toetsing van de geschiktheid van een lid van een leidinggevend orgaan als bedoeld in artikel 27, vierde lid, van verordening (EU) nr. 909/2014 (centrale effectenbewaarinstellingen)

€ 1.500

Onderdeel EU.A8: toetsing persoon niet in combinatie met een aanvraag/ wijziging vergunning In onderstaande gevallen, waarbij geen sprake is van een aanvraag/wijziging van een vergunning, brengt de AFM een bedrag in rekening voor de toetsing van een persoon  
 

EU.A8.01

De toetsing, overeenkomstig artikel 59, vijfde lid, van verordening (EU) nr. 1031/2010 (veiling van broeikasgasemissierechten), van de betrouwbaarheid van een persoon die het dagelijks beleid bepaalt van een bieder als bedoeld in artikel 18, tweede lid, van verordening (EU) nr. 1031/2010 (veiling van broeikasgasemissierechten)

€ 1.000

 

EU.A8.02

De toetsing, overeenkomstig artikel 59, vijfde lid, van verordening (EU) nr. 1031/2010 (veiling van broeikasgasemissierechten), van de geschiktheid van een persoon die het dagelijks beleid bepaalt van een bieder als bedoeld in artikel 18, tweede lid, van verordening (EU) nr. 1031/2010 (veiling van broeikasgasemissierechten)

€ 1.500

 

EU.A8.03

De toetsing van de betrouwbaarheid van een lid van een leidinggevend orgaan als bedoeld in artikel 27, vierde lid, van verordening (EU) nr. 909/2014 (centrale effectenbewaarinstellingen)

€ 1.000

1 Verordening (EG) nr. 809/2004
Toezichthouder: DNB

Categorie

Code

Eenmalige toezichthandeling

Tarief

Onderdeel Wft.D1: aanvraag vergunning

Wft.D1.02

De behandeling van een aanvraag tot verlening van een vergunning voor de uitoefening van het bedrijf van betaaldienstverlener als bedoeld in artikel 2:3a, eerste lid, van de Wet op het financieel toezicht

€ 6 800

 

Wft.D1.03

De behandeling van een aanvraag tot verlening van een vergunning voor de uitoefening van het bedrijf van clearinginstelling als bedoeld in artikel 2:4, eerste lid, van de Wet op het financieel toezicht

€ 44 300

 

Wft.D1.04

De behandeling van een aanvraag tot verlening van een vergunning voor de uitoefening van het bedrijf van clearinginstelling vanuit een in Nederland gelegen bijkantoor als bedoeld in artikel 2:6, eerste lid, van de Wet op het financieel toezicht

€ 44 300

 

Wft.D1.06

De behandeling van een aanvraag tot verlening van een vergunning voor de uitoefening van het bedrijf van bank als bedoeld in artikel 2:11, eerste lid, van de Wet op het financieel toezicht waarop het bepaalde ten aanzien van de solvabiliteit, de bedrijfsvoering, bedoeld in artikel 3:269 van de Wet op het financieel toezicht, en de liquiditeit op basis van subconsolidatie of op individuele basis van toepassing is

€ 44 300

 

Wft.D1.07

De behandeling van een aanvraag tot verlening van een vergunning voor de uitoefening van het bedrijf van elektronischgeldinstelling als bedoeld in artikel 2:10a van de Wet op het financieel toezicht

€ 6 800

 

Wft.D1.08

De behandeling van een aanvraag tot verlening van een vergunning voor de uitoefening van het bedrijf van bank als bedoeld in artikel 2:11, eerste lid, van de Wet op het financieel toezicht, anders dan bedoeld onder Wft.D1.06

€ 31 500

 

Wft.D1.10

De behandeling van een aanvraag tot verlening van een vergunning voor de uitoefening van het bedrijf van bank vanuit een in Nederland gelegen bijkantoor als bedoeld in artikel 2:20, eerste lid, van de Wet op het financieel toezicht waarop het bepaalde ten aanzien van de solvabiliteit, de bedrijfsvoering, bedoeld in artikel 3:269 van de Wet op het financieel toezicht, en de liquiditeit op basis van subconsolidatie of op individuele basis van toepassing is

€ 44 300

 

Wft.D1.12

De behandeling van een aanvraag tot verlening van een vergunning voor de uitoefening van het bedrijf van bank vanuit een in Nederland gelegen bijkantoor als bedoeld in artikel 2:20, eerste lid, van de Wet op het financieel toezicht, anders dan bedoeld onder Wft.D1.10

€ 31 500

 

Wft. D1.12a

De behandeling van een aanvraag tot verlening van een vergunning voor de uitoefening van het bedrijf van kredietunie als bedoeld in artikel 2:54o van de Wet op het financieel toezicht

€ 8.500,–

 

Wft.D1.13

De behandeling van een aanvraag tot verlening van een vergunning voor de uitoefening van het bedrijf van herverzekeraar als bedoeld in artikel 2:26a, eerste lid, van de Wet op het financieel toezicht

€ 26 000

 

Wft.D1.14

De behandeling van een aanvraag tot verlening van een vergunning voor de uitoefening van het bedrijf van herverzekeraar vanuit een in Nederland gelegen bijkantoor als bedoeld in artikel 2:26d, eerste lid, van de Wet op het financieel toezicht

€ 22 400

 

Wft.D1.15

De behandeling van een aanvraag tot verlening van een vergunning voor de uitoefening van het bedrijf van levensverzekeraar of schadeverzekeraar als bedoeld in artikel 2:27, eerste lid, van de Wet op het financieel toezicht

€ 26 000

 

Wft.D1.16

De behandeling van een aanvraag tot verlening van een vergunning voor de uitoefening van het bedrijf van levensverzekeraar of schadeverzekeraar vanuit een in Nederland gelegen bijkantoor als bedoeld in artikel 2:40 van de Wet op het financieel toezicht

€ 22 400

 

Wft.D1.16a

De behandeling van een aanvraag tot verlening van een vergunning voor de uitoefening van het bedrijf van levensverzekeraar of schadeverzekeraar met beperkte risico-omvang als bedoeld in artikel 2:48, eerste lid, van de Wet op het financieel toezicht

€ 5.000

 

Wft.D1.17

De behandeling van een aanvraag tot verlening van een vergunning voor de uitoefening van het bedrijf van natura-uitvaartverzekeraar als bedoeld in artikel 2:48, eerste lid, van de Wet op het financieel toezicht

€ 1 800

 

Wft.D1.17a

De behandeling van een aanvraag tot verlening van een vergunning voor de uitoefening van het bedrijf van levensverzekeraar of schadeverzekeraar met beperkte risico-omvang als bedoeld in artikel 2:50, eerste lid, van de Wet op het financieel toezicht

€ 5.000

 

Wft.D1.18

De behandeling van een aanvraag tot verlening van een vergunning voor de uitoefening van het bedrijf van natura-uitvaartverzekeraar vanuit een in Nederland gelegen bijkantoor als bedoeld in artikel 2:50, eerste lid, van de Wet op het financieel toezicht

€ 1 500

 

Wft.D1.19

De behandeling van een aanvraag tot verlening van een vergunning voor de uitoefening van het bedrijf van entiteit voor risico-acceptatie als bedoeld in artikel 2:54a, eerste lid, van de Wet op het financieel toezicht

€ 26 000

 

Wft.D1.20

De behandeling van een aanvraag tot verlening van een vergunning voor de uitoefening van het bedrijf van entiteit voor risico-acceptatie als bedoeld in artikel 2:54d, eerste lid, van de Wet op het financieel toezicht

€ 22 400

 

Wft.D1.20a

De behandeling van een aanvraag tot verlening van een vergunning voor de uitoefening van het bedrijf van wisselinstelling als bedoeld in de artikelen 2:54i en 2:54l van de Wet op het financieel toezicht

€ 1 800

 

Wft.D1.21

De behandeling van een aanvraag tot verlening van een vergunning voor het uitoefenen van het bedrijf van premiepensioeninstelling als bedoeld in artikel 2:54g, eerste lid, van de Wet op het financieel toezicht

€ 26 000

 

Wft.D1.22

De behandeling van een aanvraag tot verlening van een vergunning als bedoeld in artikel 3:4, eerste lid, van de Wet op het financieel toezicht waarop het bepaalde ten aanzien van de solvabiliteit, de bedrijfsvoering, bedoeld in artikel 3:269 van de Wet op het financieel toezicht, en de liquiditeit op basis van subconsolidatie of op individuele basis van toepassing is

€ 44 300

 

Wft.D1.23

De behandeling van een aanvraag tot verlening van een vergunning als bedoeld in artikel 3:4, eerste lid, van de Wet op het financieel toezicht, anders dan bedoeld onder Wft.D1.22

€ 31 500

Onderdeel PW.D1:aanvraag vergunning

PW.D1.01

Eenmalige toezichthandeling: De behandeling van een aanvraag tot verlening van een vergunning voor de uitoefening van het bedrijf van algemeen pensioenfonds als bedoeld in artikel 112a van de Pensioenwet

€ 26.000

Onderdeel Wft.D2: aanvraag wijziging vergunning

Wft.D2.01

De behandeling van een aanvraag tot wijziging van een vergunning als bedoeld onder Wft.D1.02 of Wft. D1.12a of Wft.D1.07

€ 1 800

 

Wft.D2.02

De behandeling van een aanvraag tot wijziging van een vergunning als bedoeld onder Wft.D1.13, Wft.D1.14, Wft.D1.15, Wft.D1.16, Wft.D1.19, Wft.D1.20 of Wft.D1.21

€ 9 600

 

Wft.D2.03

De behandeling van een aanvraag tot wijziging van een vergunning als bedoeld onder Wft.D1.03, Wft.D1.04, Wft.D1.06, Wft.D1.10 of Wft.D1.22

€ 44.300

 

Wft.D2.04

De behandeling van een aanvraag tot wijziging van een vergunning als bedoeld onder Wft.D1.08, Wft.D1.12 of Wft.D1.23

€ 31.500

Onderdeel Wft.D3: aanvraag verlening ontheffing

Wft.D3.01

De behandeling van de aanvraag tot verlening van een ontheffing als bedoeld in de artikelen 2:23, tweede lid, 3:2, derde lid, 3:5, vierde lid, 3:6, vierde lid, of 3:7 vierde lid, van de Wet op het financieel toezicht

€ 3 600

Onderdeel Wft.D4: aanvraag verklaring van geen bezwaar

Wft.D4.01

De behandeling van een aanvraag tot verlening van een verklaring van geen bezwaar als bedoeld in artikel 3:95, eerste lid, aanhef en onderdeel b, van de Wet op het financieel toezicht, indien DNB voor de behandeling van de aanvraag niet meer dan 15 uur nodig heeft

€ 1.600

 

Wft.D4.01a

De behandeling van een aanvraag tot verlening van een verklaring van geen bezwaar als bedoeld in artikel 3:95, eerste lid, aanhef en onderdeel b, van de Wet op het financieel toezicht, indien DNB voor de behandeling van de aanvraag meer dan 15 uur en niet meer dan 150 uur nodig heeft

€ 5.000

 

Wft.D4.02

De behandeling van een aanvraag tot verlening van een verklaring van geen bezwaar als bedoeld in artikel 3:95, eerste lid, aanhef en onderdeel b, van de Wet op het financieel toezicht, indien DNB voor de behandeling van de aanvraag meer dan 150 uur nodig heeft

€ 30 500

 

Wft.D4.03

De behandeling van een aanvraag tot verlening van een verklaring van geen bezwaar als bedoeld in artikel 3:95, eerste lid, aanhef en onderdeel c, van de Wet op het financieel toezicht

€ 1 600

 

Wft.D4.04

De behandeling van een aanvraag tot verlening van een verklaring van geen bezwaar als bedoeld in artikel 3:95, eerste lid, aanhef en onderdeel d, van de Wet op het financieel toezicht

€ 1 600

 

Wft.D4.05

De behandeling van een aanvraag tot verlening van een verklaring van geen bezwaar als bedoeld in artikel 3:95, eerste lid, aanhef en onderdeel e, van de Wet op het financieel toezicht, indien DNB voor de behandeling van de aanvraag niet meer dan 15 uur nodig heeft

€ 1.600

 

Wft.D4.05a

De behandeling van een aanvraag tot verlening van een verklaring van geen bezwaar als bedoeld in artikel 3:95, eerste lid, aanhef en onderdeel e, van de Wet op het financieel toezicht, indien DNB voor de behandeling van de aanvraag meer dan 15 uur en niet meer dan 150 uur nodig heeft

€ 5.000

 

Wft.D4.06

De behandeling van een aanvraag tot verlening van een verklaring van geen bezwaar als bedoeld in artikel 3:95, eerste lid, aanhef en onderdeel e, van de Wet op het financieel toezicht, indien DNB voor de behandeling van de aanvraag meer dan 150 uur nodig heeft

€ 30 500

 

Wft.D4.06a

De behandeling van een aanvraag tot verlening van een verklaring van geen bezwaar als bedoeld in artikel 3:95, eerste lid, aanhef en onderdeel f, van de Wet op het financieel toezicht, indien DNB voor de behandeling van de aanvraag niet meer dan 15 uur nodig heeft

€ 1.600

 

Wft.D4.06b

De behandeling van een aanvraag tot verlening van een verklaring van geen bezwaar als bedoeld in artikel 3:95, eerste lid, aanhef en onderdeel f, van de Wet op het financieel toezicht, indien DNB voor de behandeling van de aanvraag meer dan 15 uur en niet meer dan 150 uur nodig heeft

€ 5.000

 

Wft.D4.06c

De behandeling van een aanvraag tot verlening van een verklaring van geen bezwaar als bedoeld in artikel 3:95, eerste lid, aanhef en onderdeel f, van de Wet op het financieel toezicht, indien DNB voor de behandeling van de aanvraag meer dan 150 uur nodig heeft

€ 30.500

 

Wft.D4.07

De behandeling van een aanvraag tot verlening van een verklaring van geen bezwaar als bedoeld in artikel 3:95, eerste lid, aanhef en onderdeel g, van de Wet op het financieel toezicht, indien DNB voor de behandeling van de aanvraag niet meer dan 15 uur nodig heeft

€ 1.600

 

Wft.D4.07a

De behandeling van een aanvraag tot verlening van een verklaring van geen bezwaar als bedoeld in artikel 3:95, eerste lid, aanhef en onderdeel g, van de Wet op het financieel toezicht, indien DNB voor de behandeling van de aanvraag meer dan 15 uur en niet meer dan 150 uur nodig heeft

€ 5.000

 

Wft.D4.08

De behandeling van een aanvraag tot verlening van een verklaring van geen bezwaar als bedoeld in artikel 3:95, eerste lid, aanhef en onderdeel g, van de Wet op het financieel toezicht, indien DNB voor de behandeling van de aanvraag meer dan 150 uur nodig heeft

€ 30 500

 

Wft.D4.09

De behandeling van een aanvraag tot verlening van een verklaring van geen bezwaar als bedoeld in artikel 3:96, eerste lid, van de Wet op het financieel toezicht, indien DNB voor de behandeling van de aanvraag niet meer dan 15 uur nodig heeft

€ 1.600

 

Wft.D4.09a

De behandeling van een aanvraag tot verlening van een verklaring van geen bezwaar als bedoeld in artikel 3:96, eerste lid, van de Wet op het financieel toezicht, indien DNB voor de behandeling van de aanvraag meer dan 15 uur en niet meer dan 150 uur nodig heeft

€ 5.000

 

Wft.D4.10

De behandeling van een aanvraag tot verlening van een verklaring van geen bezwaar als bedoeld in artikel 3:96, eerste lid, van de Wet op het financieel toezicht, indien DNB voor de behandeling van de aanvraag meer dan 150 uur nodig heeft

€ 30 500

Onderdeel Wft.D5: aanvraag ondertoezichtstelling

Wft.D5.01

De behandeling van een aanvraag tot verlening van een verklaring van ondertoezichtstelling als bedoeld in artikel 3:110, eerste lid, van de Wet op het financieel toezicht

€ 44 300

Onderdeel Wft.D6: inschrijving

Wft.D6.01

Een inschrijving als bedoeld in 1:107, tweede lid, aanhef en onderdeel a, onder 2°, van de Wet op het financieel toezicht van een onderlinge waarborgmaatschappij die een verklaring als bedoeld in artikel 3 of 4 van het Besluit reikwijdtebepalingen Wft heeft aangevraagd

€ 1 800

Onderdeel Wft.D7: toetsing persoon niet in combinatie met een aanvraag/vergunning

Wft.D7.01

De toetsing van een persoon van een elektronischgeldinstelling, betaaldienstverlener, natura-uitvaartverzekeraar of vrijgestelde onderlinge waarborgmaatschappij, van wie de geschiktheid op grond van artikel 3:8 van de Wet op het financieel toezicht dient te worden vastgesteld

€ 800

 

Wft.D7.02

De toetsing van een persoon, anders dan bedoeld onder Wft.D7.01, van wie de geschiktheid op grond van artikel 3:8 van de Wet op het financieel toezicht dient te worden vastgesteld

€ 2 000

 

Wft.D7.03

De toetsing van een persoon van wie de betrouwbaarheid op grond van artikel 3:9 van de Wet op het financieel toezicht dient te worden vastgesteld

€ 1 100

Onderdeel Wtt.D1: aanvraag vergunning

Wtt.D1.01

De behandeling van een aanvraag tot verlening van een vergunning als bedoeld in artikel 2 van de Wet toezicht trustkantoren

€ 3 200

Onderdeel Wtt.D2: aanvraag verlening ontheffing

Wtt.D2.01

De behandeling van een aanvraag tot verlening van een ontheffing als bedoeld in artikel 2 van de Wet toezicht trustkantoren

€ 1 600

Bijlage II. Behorend bij de artikelen 11 en 13

Toezichthouder: Autoriteit Financiële Markten

Toezichtcategorie

Procentueel aandeel

Personen

Wetsverwijzing

Maatstaf

Aanbieders van krediet

2,2%

Aanbieders van krediet waaraan een vergunning is verleend als bedoeld in artikel 2:60 van de Wft.

artikel 2:60 Wft

Particuliere cliënten:

Aantal particuliere cliënten dat met de aanbieder rechtstreeks of middellijk als wederpartij een overeenkomst is aangegaan inzake krediet

Accountantsorganisaties

10,3%

  • a. Accountantsorganisaties zonder OOB controlecliënten.

  • b. Accountantsorganisaties met OOB controlecliënten.

  • c. Auditkantoren.

  • d. Auditorganisaties van derde landen.

artikel 5 Wta artikel 12c Wta artikel 12e Wta

Omzet:

Omzet uit wettelijke controles bij organisaties van openbaar belang en bij controlecliënten die geen organisaties van openbaar belang zijn

Adviseurs en bemiddelaars

21,2%

a. Adviseurs en bemiddelaars in een financieel product, daaronder begrepen herverzekeringsbemiddelaars, ondergevolmachtigde agenten en gevolmachtigde agenten, waaraan een vergunning is verleend als bedoeld in de artikelen 2:75, 2:80, 2:86 en 2:92 van de Wft.

b. Beleggingsondernemingen die vallen onder de Vrijstellingsregeling Wft

artikel 2:75 Wft artikel 2:80 Wft artikel 2:86 Wft artikel 2:92 Wft

artikel 2:96 Wft juncto artikel 2:104 Wft juncto artikel 11 van de Vrijstellingsregeling Wft

Fte's:

Het aantal werknemers en andere personen, die zich onder verantwoordelijkheid van de financiële dienstverlener direct of indirect bezighouden met financiële dienstverlening, waarbij het aantal deeltijdmedewerkers wordt omgerekend naar voltijdmedewerkers

Afwikkelondernemingen, betaalinstellingen en elektronischgeldinstellingen

0,1%

a. Afwikkelondernemingen waaraan een vergunning is verleend als bedoeld in de artikelen 2:3.0b, 2:3.0g en 2:3.0l van de Wft.

b. Betaaldienstverleners waaraan een vergunning is verleend als bedoeld in artikel 2:3a, eerste lid of artikel 2:3e, eerste lid, van de Wft.

c. Elektronischgeldinstelling waaraan een vergunning is verleend als bedoeld in artikel 2:10a van de Wft.

artikel 2:3.0b Wft artikel 2:3.0g Wft artikel 2:3.0l Wft artikel 2:3a, eerste lid, Wft artikel 2:3e, eerste lid, Wft artikel 2:10a Wft

Provisie-inkomsten

Banken en clearinginstellingen

18,4%

a. Clearinginstellingen waaraan een vergunning is verleend als bedoeld in artikel 2:4 van de Wft.

[Red: b. Vervallen.]

c. Banken waaraan een vergunning is verleend als bedoeld in artikel 2:11 van de Wft.

d. Banken waaraan een vergunning is verleend als bedoeld in artikel 2:16 van de Wft.

e. Banken waaraan een vergunning is verleend als bedoeld in artikel 2:20 van de Wft.

f. Financiële instellingen waaraan een verklaring van ondertoezichtstelling is verleend als bedoeld in artikel 2:97, eerste lid, onderdeel a, van de Wft.

artikel 2:4 Wft artikel 2:11 Wft artikel 2:16 Wft artikel 2:20 Wft artikel 2:97, eerste lid, onderdeel a, Wft

Minimum omvang toetsingsvermogen:

Minimum omvang toetsingsvermogen berekend conform de regels die op grond van artikel 3:57 Wft worden bepaald

Beheerders van beleggingsinstellingen en van icbe’s alsmede bewaarders alsmede aanbieders van beleggingsobjecten alsmede beleggingsondernemingen niet voor eigen rekening (exclusief exploitanten van een MTF)

14,7%

a. Bewaarders waaraan een vergunning is verleend als bedoeld in artikel 2:3g Wft.

b. Aanbieders van beleggingsobjecten waaraan een vergunning is verleend als bedoeld in artikel 2:55 Wft.

c. Beheerders van beleggingsinstellingen waaraan een vergunning is verleend als bedoeld in artikel 2:65 Wft.

d. Beheerders van icbe’s waaraan een vergunning is verleend als bedoeld in artikel 2:69b Wft.

e. Beleggingsondernemingen die in de uitoefening van beroep of bedrijf niet of niet uitsluitend voor eigen rekening in Nederland beleggingsdiensten verlenen, waaraan een vergunning is verleend als bedoeld in artikel 2:96 Wft, uitgezonderd exploitanten van een MTF

f. Personen aan wie een vergunning is verleend om te bieden overeenkomstig artikel 18, tweede lid, verordening (EU) nr. 1031/2010 (veiling van broeikasgasemissierechten)

artikel 2:3g Wft artikel 2:55 Wft artikel 2:65 Wft artikel 2:69b Wft artikel 2:96 Wft

artikel 18, tweede lid, verordening (EU) nr. 1031/2010 (veiling van broeikasgasemissierechten)

Vergunning en type beleggingsdienst of -activiteit in combinatie met vermogen:

a.

– het op grond van een vergunning als bedoeld in artikel 2:3g Wft uitoefenen van het bedrijf van bewaarder;

– het op grond van een vergunning als bedoeld in artikel 2:55 Wft aanbieden van beleggingsobjecten;

– het op grond van een vergunning als bedoeld in artikel 2:65 Wft beheren van een beleggingsinstelling in een voorkomend geval verhoogd met een bedrag per type dienst of activiteit genoemd in artikel 2:67a, tweede lid, onderdeel a,b of d, Wft of artikel 2: 97, vierde lid, Wft;

– het op grond van een vergunning als bedoeld in artikel 2:69b Wft beheren van een icbe, in een voorkomend geval verhoogd met een bedrag per type dienst genoemd in artikel 2:97, derde lid, Wft;

– het op grond van een vergunning als bedoeld in artikel 2:96 Wft verlenen van een van de beleggingsdiensten genoemd in de onderdelen a tot en met f van het in artikel 1:1 Wft gedefinieerde begrip «het verlenen van een beleggingsdienst»;

– het op grond van een vergunning overeenkomstig artikel 18, tweede lid, verordening (EU) nr. 1031/2010 aanbieden van broeikasgasemissierechten

b. de omvang van het totaal van:

– het balanstotaal van de aanbieder van beleggingsobjecten;

– het balanstotaal van de beheerde beleggingsinstelling(en);

– het balanstotaal van de beheerde icbe(’s);

– het beheerd individueel vermogen zoals omschreven in het in artikel 1:1 Wft gedefinieerde begrip «het beheren van individueel vermogen», welk begrip wordt gebruikt in onderdeel c van het in artikel 1:1 Wft gedefinieerde begrip «het verlenen van een beleggingsdienst», in artikel 2:67a, tweede lid, onderdeel a, Wft en in artikel 2:97, derde of vierde lid, Wft;

– het vermogen waarover wordt geadviseerd bij het «adviseren over financiële instrumenten» zoals genoemd in onderdeel d van het in artikel 1:1 Wft gedefinieerde begrip «het verlenen van een beleggingsdienst», in artikel 2:67a, tweede lid, onderdeel b, Wft en in artikel 2:97, derde of vierde lid, Wft.

Beleggingsondernemingen voor eigen rekening

0,4%

Beleggingsondernemingen die uitsluitend in de uitoefening van beroep of bedrijf voor eigen rekening in Nederland beleggingsactiviteiten verrichten, waaraan een vergunning is verleend als bedoeld in artikel 2:96 van de Wft.

artikel 2:96 Wft

Handelaren:

Het aantal in Nederland werkzame personen dat door de onderneming is belast met het verrichten van transacties in financiële instrumenten

Centrale effectenbewaarinstellingen

0,2%

Centrale effectenbewaarinstelling waaraan een vergunning is verleend als bedoeld in artikel 16, eerste lid, of artikel 19, eerste lid, van verordening (EU) nr. 909/2014 (centrale effectenbewaarinstellingen)

artikel 16, eerste lid, of artikel 19, eerste lid, van verordening (EU) nr. 909/2014 (centrale effectenbewaarinstellingen)

Transactievolume:

Het aantal afwikkelingsinstructies dat verwerkt wordt door de effectenbewaarinstelling

Centrale tegenpartijen

0,2%

Tegenpartij waaraan een vergunning is verleend als bedoeld in artikel 14 van Verordening (EU) Nr. 648/2012 (EMIR-verordening).

artikel 14 van Verordening (EU) Nr. 648/2012 (EMIR-verordening).

Omzet:

De aan de hand van de artikelen 41, 42 en 43 van Verordening (EU) Nr. 648/2012 (EMIR-verordening) te bepalen waarde van het geheel aan middelen dat de centrale tegenpartij aanhoudt ter dekking van de risico’s die zij loopt.

Effectenuitgevende instellingen: markt

7,9%

a. Uitgevende instelling als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel 21, van verordening (EU) nr. 596/2014 (verordening marktmisbruik) die financiële instrumenten als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel 1, van verordening (EU) nr. 596/2014 heeft uitgegeven die met haar instemming zijn toegelaten, of waarvoor met haar instemming verzocht is om toelating, tot de handel in Nederland op een handelsplatform als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel 10, van verordening (EU) nr. 596/2014.

b. Uitgevende instelling zijnde een naamloze vennootschap naar Nederlands recht waarvan aandelen als bedoeld in artikel 5:33, eerste lid, onderdeel b, onder 1° en 2°, van de Wft, zijn toegelaten tot de handel op een gereglementeerde markt, of een rechtspersoon, opgericht naar het recht van een staat die geen lidstaat van de Europese Unie is, waarvan de aandelen als bedoeld in onderdeel b, onder 1° en 2°, van de Wft, zijn toegelaten tot de handel op een gereglementeerde markt waarvoor een vergunning als bedoeld in artikel 5:26, eerste lid, van de Wft is verleend.

c. Uitgevende instelling als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel 21, van verordening (EU) nr. 596/2014 met zetel in Nederland of met zetel in een staat die geen lidstaat van de Europese Unie is waarvan Nederland de lidstaat van herkomst is als bedoeld in artikel 5:25a, eerste lid, onderdeel c, van de Wft.

artikel 3, eerste lid, jo. artikel 17, eerste lid, van verordening (EU) nr. 596/2014 (verordening marktmisbruik)

artikel 5:33, eerste lid, onderdeel a, Wft

artikel 3, eerste lid jo. artikel 19, eerste en tweede lid, van verordening (EU) nr. 596/2014

Marktkapitalisatie:

De gemiddelde marktkapitalisatie van de instelling.

Effectenuitgevende instellingen: verslaggeving

7,2%

a. Uitgevende instelling waarvan effecten zijn toegelaten tot een gereglementeerde markt en waarvan Nederland lidstaat van herkomst is.

b. Uitgevende instelling als bedoeld in artikel 1, onderdeel b, van de Wtfv die een geconsolideerde jaarrekening opstelt.

c. Uitgevende instelling als bedoeld in artikel 1, onderdeel, b van de Wtfv die geen geconsolideerde jaarrekening opstelt.

artikel 5:25b, eerste lid, Wft

artikel 1, onderdeel b, Wtfv

Marktkapitalisatie terwijl voor partijen die geen marktkapitalisatie kennen het eigen vermogen relevant is:

Marktkapitalisatie:

De gemiddelde marktkapitalisatie van de instelling.

Eigen vermogen:

Eigen vermogen.

Financiële infrastructuur: marktexploitanten en exploitanten van een MTF

2,3%

a. Marktexploitant waaraan een vergunning is verleend als bedoeld in artikel 5:26 van de Wft.

b. Beleggingsonderneming die in Nederland een multilaterale handels faciliteit exploiteert en beheert, waaraan een vergunning is verleend als bedoeld in artikel 2:96 van de Wft.

c. In Nederland actief zijnde marktexploitant waaraan een ontheffing is verleend als bedoeld in 5:26, derde lid, van de Wft.

d. In Nederland actief zijnde houder van een met een gereglementeerde markt vergelijkbaar systeem uit een staat die geen lidstaat van de Europese Unie is, waaraan een vergunning is verleend als bedoeld in artikel 5:26 van de Wft.

artikel 2:96 Wft

artikel 5:26 Wft

Transacties:

Het aantal transacties (enkele telling) in financiële instrumenten dat tot stand is gekomen volgens de regels en de systemen van de desbetreffende gereglementeerde markt of multilaterale handelsfaciliteit.

Pensioenfondsen en premiepensioeninstellingen

3,5%

a. Pensioenfonds als bedoeld in artikel 1 van de Pw of artikel 1 van de Wvb dat is ingeschreven in het register bedoeld in artikel 210 van de Pw of het register als bedoeld in artikel 204 van de Wvb.

b. Premiepensioeninstelling waaraan een vergunning is verleend als bedoeld in artikel 2:54g van de Wft.

artikel 1 Pw

artikel 1 Wvb

artikel 210 Pw

artikel 204 Wvb

artikel 2:54g Wft

Deze categorie kent twee heffingsmaatstaven die beide worden toegepast:

1. Deelnemers:

Aantal actieve deelnemers

2. Vermogen:

Som van de technische voorzieningen en het eigen vermogen

Verzekeraars: Leven- en pensioen

8,5%

a. Levensverzekeraars waaraan een vergunning is verleend als bedoeld in artikel 2:27, eerste lid, van de Wft dan wel waarvan De Nederlandsche Bank een kennisgeving heeft ontvangen als bedoeld in artikel 2:47 van de Wft.

b. Pensioenverzekeraars waaraan een vergunning is verleend als bedoeld in artikel 2:27, eerste lid, van de Wft dan wel waarvan de Nederlandsche Bank een kennisgeving heeft ontvangen als bedoeld in artikel 2:47 van de Wft.

artikel 1 Pw

artikel 1 Wvb

artikelen 2:27 en 2:47 Wft

Premie-inkomen:

Bruto premie-inkomen in Nederland uit pensioenverzekeringen en levensverzekeringen

Verzekeraars: Schade niet zijnde zorg

2,8%

Schade- of natura-uitvaartverzekeraars waaraan een vergunning is verleend als bedoeld in de artikelen 2:27, eerste lid, onderscheidenlijk 2:48, eerste lid, van de Wft, niet zijnde zorgverzekeraars als bedoeld in artikel 1, onderdeel b, van de Zorgverzekeringswet en verzekeraars die uitsluitend op de zorgverzekering, bedoeld in artikel 1, onderdeel d, van de Zorgverzekeringswet aanvullende ziektekostenverzekeringen aanbieden, dan wel waarvan de Nederlandsche Bank een kennisgeving heeft ontvangen als bedoeld in artikel 2:47 van de Wet op het financieel toezicht.

artikelen 2:27, 2:47 en 2:48 Wft

Premie-inkomen:

Bruto premie-inkomen in Nederland uitgezonderd het premie-inkomen uit zorgverzekeringen en aanvullende ziektekostenverzekeringen

Verzekeraars: Zorg

0,1%

Zorgverzekeraars als bedoeld in artikel 1, onderdeel b, van de Zorgverzekeringswet waaraan een vergunning is verleend als bedoeld in artikel 2:27, eerste lid van de Wft en verzekeraars die uitsluitend op de zorgverzekering, bedoeld in artikel 1, onderdeel d, van de Zorgverzekeringswet aanvullende ziektekostenverzekeringen aanbieden.

artikel 2:27, eerste lid, Wft Premie-inkomen:

Bruto premie-inkomen in Nederland voor zover afkomstig uit aanvullende ziektekostenverzekeringen

 

100,0%

     

Verklaring van de gebruikte afkortingen:

Pw : Pensioenwet Wft : Wet op het financieel toezicht Wftv : Wet toezicht financiële verslaggeving Wta : Wet toezicht accountantsorganisaties Wvb : Wet verplichte beroepspensioenregeling
Toezichthouder: de Nederlandsche Bank

Toezichtcategorie

Procentueel aandeel

Personen

Wetsverwijzing

Maatstaf

Beheerders van beleggingsinstellingen en icbe’s alsmede bewaarders alsmede beleggingsondernemingen

7,2%

a. Bewaarders waaraan een vergunning is verleend als bedoeld in artikel 2:3g Wft.

b. Beheerders van beleggingsinstellingen waaraan een vergunning is verleend als bedoeld in artikel 2:65 Wft.

c. Beheerders van icbe’s waaraan een vergunning is verleend als bedoeld in artikel 2:69b Wft.

d. Beleggingsondernemingen die in de uitoefening van beroep of bedrijf in Nederland beleggingsdiensten verlenen of beleggingsactiviteiten verrichten, waaraan een vergunning is verleend als bedoeld in artikel 2:96 Wft.

artikel 2:3g Wft artikel 2:65 Wft artikel 2:69b Wft artikel 2:96 Wft

Voor bewaarders (personen a): een vast bedrag. Voor beheerders van beleggingsinstellingen en icbe’s alsmede beleggingsondernemingen (personen b, c en d):

Vergunning en type beleggingsdienst of -activiteit in combinatie met vermogen:

a.

– het op grond van een vergunning als bedoeld in artikel 2:65 Wft beheren van een beleggingsinstelling in een voorkomend geval verhoogd met een bedrag per type dienst of activiteit als genoemd in artikel 2:67a, tweede lid, onderdeel a,b of d Wft of artikel 2: 97, vierde lid, Wft;

– het op grond van een vergunning als bedoeld in artikel 2:69b Wft beheren van een icbe, in een voorkomend geval verhoogd met een bedrag per type dienst genoemd in artikel 2:97, derde lid, Wft;

– het op grond van een vergunning als bedoeld in artikel 2:96 Wft verlenen van een van de beleggingsdiensten genoemd in de onderdelen a tot en met f van het in artikel 1:1 Wft gedefinieerde begrip «het verlenen van een beleggingsdienst»

– het op grond van een vergunning als bedoeld in artikel 2:96 Wft verrichten van een van de beleggingsactiviteiten genoemd in de onderdelen a en b van het in artikel 1:1 Wft gedefinieerde begrip «het verrichten van een beleggingsactiviteit»;

b. de omvang van het totaal van:

– het balanstotaal van de beheerde beleggingsinstelling(en);

– het balanstotaal van de beheerde icbe (’s);

– het beheerd individueel vermogen zoals omschreven in het in artikel 1:1 Wft gedefinieerde begrip «het beheren van individueel vermogen», welk begrip wordt gebruikt in onderdeel c van het in artikel 1:1 Wft gedefinieerde begrip «het verlenen van een beleggingsdienst», in artikel 2:67a, tweede lid, onderdeel a, Wft en in artikel 2:97, derde of vierde lid, Wft;

– het vermogen waarover wordt geadviseerd bij het «adviseren over financiële instrumenten» zoals genoemd in onderdeel d van het in artikel 1:1 Wft gedefinieerde begrip «het verlenen van een beleggingsdienst», in artikel 2:67a, tweede lid, onderdeel b, Wft en in artikel 2:97, derde of vierde lid, Wft;

– honderd maal het minimum aan te houden toetsingsvermogen dat door DNB is vastgesteld van degene die handelt voor eigen rekening zoals genoemd in onderdeel a van het in artikel 1:1 Wft gedefinieerde begrip «het verrichten van een beleggingsactiviteit».

Betaalinstellingen, clearinginstellingen en elektronischgeldinstellingen

4,2%

a. Betaaldienstverleners waaraan een vergunning is verleend als bedoeld in artikel 2:3a, eerste lid of artikel 2:3e, eerste lid, van de Wft.

b. Clearinginstellingen waaraan een vergunning is verleend als bedoeld in artikel 2:4 van de Wft.

c. Elektronischgeldinstelling waaraan een vergunning is verleend als bedoeld in artikel 2:10a of artikel 2:10e van de Wft.

d. Wisselinstelling waaraan een vergunning is verleend als bedoeld in artikel 2:54i, eerste lid, of artikel 2:54l, eerste lid, van de Wft.

artikel 2:3a, eerste lid, Wft artikel 2:3e, eerste lid, Wft artikel 2:4 Wft artikel 2:10a Wft artikel 2:10e Wft artikel 2:54i, eerste lid, Wft artikel 2:54l, eerste lid, Wft

Provisie-inkomsten

Pensioenfondsen en premiepensioeninstellingen

36,5%

a. Pensioenfonds als bedoeld in artikel 1 van de Pw of artikel 1 van de Wvb dat is ingeschreven in het register bedoeld in artikel 210 van de Pw of het register als bedoeld in artikel 204 van de Wvb.

b. Premiepensioeninstelling waaraan een vergunning is verleend als bedoeld in artikel 2:54g van de Wft.

c. Pensioenfonds als bedoeld in artikel 1 van de Pensioenwet BES, dat zich heeft aangemeld bij De Nederlandsche Bank, zoals bepaald in artikel 4, tweede lid, van de Pw BES.

d. De stichting als bedoeld in artikel 1 van de Wet privatisering FVP.

artikel 1 Pw

artikel 1 Wvb

artikel 210 Pw

artikel 204 Wvb

artikel 2:54g Wft artikel 1 Pensioenwet BES artikel 4, tweede lid, Pensioenwet BES artikel 1 Wet privatisering FVP

Instellingen met vereist eigen vermogen:

Som van de technische voorziening pensioenverplichting en het vereist eigen vermogen, vermenigvuldigd met een bonus/malus factor.

De bonus/malus factor is gelijk aan de som van de technische voorziening pensioenverplichting en het vereist eigen vermogen, gedeeld door de som van de technische voorziening pensioenverplichtingen en het (aanwezige) eigen vermogen.

Instellingen zonder vereist eigen vermogen:

Technische voorziening pensioenverplichting

Trustkantoren

4,4%

Een trustkantoor dat is ingeschreven in het register, bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de Wtt.

artikel 7, eerste lid, Wtt

Omzet

Verzekeraars niet zijnde zorgverzekeraars

40,9%

a. Verzekeraar waaraan een vergunning is verleend als bedoeld in artikel 2:26a, eerste lid, Wft, artikel 2:26d, eerste lid, Wft, artikel 2:27, eerste lid, Wft, artikel 2:40, eerste lid, Wft, artikel 2:48, eerste lid, Wft, niet zijnde een zorgverzekeraar als bedoeld in artikel 1, onderdeel b, van de Zorgverzekeringswet waaraan een vergunning is verleend als bedoeld in artikel 2:27, eerste lid, Wft of artikel 2:50, eerste lid, Wft.

b.Entiteiten voor risico-acceptatie waaraan een vergunning is verleend als bedoeld in de artikelen 2:54a of 2:54d van de Wft.

c. Entiteiten voor risico-acceptatie met zetel in een staat die geen aangewezen staat is, die een verklaring hebben overlegd als bedoeld in artikel 2:54f van de Wft.

artikel 1 PW artikel 1 Wvb artikel 2:26a Wft artikel 2:26d Wft artikel 2:27 Wft artikel 2:40 Wft artikel 2:48 Wft artikel 2:50 Wft artikel 2:54a Wft artikel 2:54d Wft artikel 2:54f Wft

Premie-inkomen;

Bruto premie-inkomen

Zorgverzekeraars

6,8%

Zorgverzekeraars als bedoeld in artikel 1, onderdeel b, van de Zorgverzekeringswet waaraan een vergunning is verleend als bedoeld in artikel 2:27, eerste lid, van de Wft.

artikel 2:27, eerste lid, Wft

Aantal verzekerden

 

100,0%

     

Verklaring van de gebruikte afkortingen:

Pw: Pensioenwet

Pw BES: Pensioenwet BES

Wft: Wet op het financieel toezicht

Wgt: Wet inzake de geldtransactiekantoren

Wtt: Wet toezicht trustkantoren

Wvb: Wet verplichte beroepspensioenregeling

Bijlage III. Behorend bij de artikelen 11 en 13

Toezichthouder: de Nederlandsche Bank

Toezichtcategorie

Procentueel aandeel

Personen

Wetsverwijzing

Maatstaf

Banken en kredietunies

100%

a. Banken waaraan een vergunning is verleend als bedoeld in artikel 2:11 van de Wft.

b. Banken waaraan een vergunning is verleend als bedoeld in artikel 2:20 van de Wft.

c. Kredietunies waaraan een vergunning is verleend als bedoeld in artikel 2:54o van de Wft.

d. Ondernemingen waaraan een vergunning is verleend als bedoeld in artikel 3:4, eerste lid, van de Wft en die het in de onderdelen a of b van dat lid bedoelde bedrijf uitoefenen.

e. Financiële instellingen die beschikken over een verklaring van ondertoezichtstelling als bedoeld in artikel 3:110, eerste lid, van de Wft.

f. Banken met zetel in Nederland die zijn opgenomen in een openbaar register als bedoeld in artikel 124b, eerste lid, van het Besluit prudentiële regels Wft.

artikel 2:11 Wft

artikel 2:20 Wft

artikel 2:54o Wft

artikel 3:4, eerste lid, Wft

artikel 3:110, eerste lid, Wft

artikel 124b, eerste lid, van het Besluit prudentiële regels Wft

Voor banken (personen a,b,d,e,f): minimum omvang toetsingsvermogen berekend conform de regels die op grond van artikel 3:57 Wft worden bepaald.

Voor kredietunies: een basisbedrag.

Bijlage IV. Behorend bij de artikelen 11 en 13

Toezichthouder: de Nederlandsche Bank

Toezicht-categorie

Procentueel aandeel

Personen

Wetsverwijzing

Maatstaf

Banken en beleggingsondernemingen

100%

a. Banken waaraan een vergunning is verleend als bedoeld in artikel 2:11 Wft.

b. Beleggingsondernemingen als bedoeld in artikel 3A:2 Wft, waaraan een vergunning is verleend als bedoeld in artikel 2:96 Wft.

Artikel 2:11 Wft

Artikel 2:96 Wft juncto artikel 3A:2 Wft

Total assets:

Het totaal van activa op de balans zoals door banken en beleggingsondernemingen gerapporteerd aan de Nederlandsche Bank1

1 Het betreft de rapportages op grond van de Regeling staten financiële ondernemingen Wft 2011 of de Verordening (EU) nr. 575/2013 van het Europees parlement en de Raad van 26 juni 2013 betreffende prudentiële vereisten voor kredietinstellingen en beleggingsondernemingen en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 648/2012 (CRR).