Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Beleidsregel trillinghinder spoor

Geldend van 27-03-2014 t/m heden

Besluit tot vaststelling van beleidsregels ten aanzien van trillinghinder ten behoeve van de vaststelling van tracébesluiten voor de aanleg, wijziging of het opnieuw in gebruik nemen van een landelijke spoorweg (Beleidsregel trillinghinder spoor)

De Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu,

Gelet op artikel 9, eerste lid, van de Tracéwet en artikel 4:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht;

Besluit:

Artikel 1. definitiebepalingen

In deze beleidsregel wordt verstaan onder:

  • A1: streefwaarde voor de trillingssterkte Vmax;

  • A2: grenswaarde voor de trillingssterkte Vmax;

  • A3: grenswaarde voor de trillingssterkte Vper;

  • bestaande situatie: referentiesituatie waarin reeds sprake is van trillingen als gevolg van railverkeer;

  • nieuwe situatie: referentiesituatie waarin geen sprake is van trillingen als gevolg van railverkeer;

  • plansituatie: situatie als gevolg van de ingebruikneming van de infrastructuur die aangelegd of gewijzigd is of opnieuw in gebruik is genomen op basis van het tracébesluit;

  • referentiesituatie: situatie voor uitvoering van het tracébesluit;

  • SBR-richtlijn B: Meet- en beoordelingsrichtlijn trillingen van de Stichting Bouwresearch, deel B, Hinder voor personen in gebouwen, uitgave augustus 2002;

  • tracébesluit: een besluit tot aanleg, wijziging of het opnieuw in gebruik nemen van een landelijke spoorweg als bedoeld in de Tracéwet;

  • Vmax: de maximale trillingssterkte zoals gedefinieerd in paragraaf 5.3 van de SBR-richtlijn B en nader omschreven in hoofdstuk 9 van die richtlijn, met dien verstande dat voor de meettechnische bepaling van de waarde van Vmax de procedure wordt gevolgd, die opgenomen is in de bijlage bij deze beleidsregel;

  • Vper: de gemiddelde trillingssterkte zoals gedefinieerd in de SBR-richtlijn B.

Artikel 2. toepasselijkheid SBR-richtlijn B

  • 1 Bij de vaststelling van een tracébesluit is de SBR-richtlijn B van toepassing met uitzondering van paragraaf 9.6, hoofdstuk 10 en bijlage V alsmede van de verwijzingen naar die paragraaf, dat hoofdstuk en die bijlage.

  • 2 De omschrijving van de begrippen, bedoeld in artikel 1, komt in de plaats van de omschrijving van die begrippen, opgenomen in paragraaf 5.3 van de SBR-richtlijn B.

Artikel 3. uitgangspunten

  • 1 Welke streefwaarde of grenswaarde, genoemd in de artikelen 5 tot en met 7, met betrekking tot een gebouw van toepassing is, hangt af van de functie van dat gebouw en het tijdstip waarop de trillingen voorkomen.

  • 2 Voor het bepalen van het tijdstip wordt uitgegaan van de volgende perioden:

    • a. dag: de periode van 07.00 tot 19.00 uur;

    • b. avond: de periode van 19.00 tot 23.00 uur;

    • c. nacht: de periode van 23.00 tot 07.00 uur.

Artikel 4. toelichting tracébesluit

  • 1 De toelichting bij het tracébesluit, waarbij sprake is van een nieuwe situatie, bevat een beschrijving van de Vmax in de plansituatie.

  • 2 De toelichting bij het tracébesluit, waarbij sprake is van een bestaande situatie, bevat:

    • a. de Vmax en de Vper in de bestaande situatie;

    • b. de Vmax en de Vper in de plansituatie;

    • c. de toename van de Vmax in de plansituatie ten opzichte van de bestaande situatie; en

    • d. een beschrijving van de methode voor de meettechnische bepaling van de Vmax, bedoeld in de bijlage, waarin de statistische verwerking van de meetresultaten in relatie tot de statistische verwerking als bedoeld in paragraaf 9.6 van de SBR-richtlijn B wordt toegelicht en ingegaan wordt op de uitkomsten van de gehanteerde formule, de milieuhygiënische aspecten, de samenhang van effecten, de reproduceerbaarheid, de plausibiliteit van de methode en de compatibiliteit met de bestaande praktijk.

  • 3 Indien binnen tien jaar na de vaststelling van een tracébesluit, bedoeld in het tweede lid, opnieuw een tracébesluit wordt vastgesteld dat betrekking heeft op hetzelfde gedeelte van de landelijke spoorweg als waarop het eerste tracébesluit betrekking had, wordt voor de beschrijving van de Vmax, en de Vper, in de bestaande situatie uitgegaan van de Vmax en de Vper in de bestaande situatie van het eerste tracébesluit.

Artikel 5. Vmax (artikel 4, eerste lid: tracébesluit nieuwe situatie)

  • 1 In een tracébesluit als bedoeld in artikel 4, eerste lid, kunnen maatregelen ter voorkoming of beperking van de trillinghinder achterwege blijven indien de Vmax in de plansituatie voldoet aan de in de tabel 1 opgenomen streefwaarde.

  • 2 Indien de Vmax in de plansituatie niet voldoet aan de streefwaarde, bedoeld in het eerste lid, bevat het tracébesluit maatregelen waarmee beoogd wordt te voldoen aan de streefwaarde maar waarmee voldaan wordt aan de in de tabel 1 opgenomen grenswaarde.

  • 3 Tabel 1 luidt als volgt:

    Tabel 1

    Gebouwfunctie

    dag en avond

    nacht

     

    A1

    A2

    A1

    A2

    gezondheidszorg en wonen

    0,1

    0,4

    0,1

    0,2

    onderwijs, kantoor en bijeenkomst

    0,15

    0,6

    0,15

    0,6

    kritische werkruimte

    0,1

    0,1

    0,1

    0,1

Artikel 6. Vmax (artikel 4, tweede lid: tracébesluit bestaande situatie)

  • 1 In een tracébesluit als bedoeld in artikel 4, tweede lid, kunnen maatregelen ter voorkoming of beperking van de trillinghinder met betrekking tot de Vmaxachterwege blijven indien:

    • a. de Vmax in de plansituatie voldoet aan de in tabel 2 opgenomen streefwaarde; of

    • b. de toename van de trillingssterkte in de plansituatie ten opzichte van de bestaande situatie 30 procent of minder bedraagt.

  • 2 Indien de Vmax in de plansituatie niet voldoet aan de streefwaarde, bedoeld in het eerste lid, en de toename van de trillingssterkte meer dan 30 procent bedraagt maar de in tabel 2 opgenomen grenswaarde niet wordt overschreden, bevat het tracébesluit maatregelen waarmee de toename tot in ieder geval 30 procent wordt teruggebracht.

  • 3 Indien de Vmax in de plansituatie niet voldoet aan de streefwaarde, bedoeld in het eerste lid, de toename van de trillingssterkte meer dan 30 procent bedraagt maar de in tabel 2 opgenomen grenswaarde wel wordt overschreden, bevat het tracébesluit maatregelen waarmee de toename tot in ieder geval 30 procent wordt teruggebracht of zoveel meer als nodig is om overschrijding van die grenswaarde te voorkomen.

  • 4 Tabel 2 luidt als volgt:

    Tabel 2

    Gebouwfunctie

    dag en avond

    nacht

     

    A1

    A2

    A1

    A2

    gezondheidszorg en wonen

    0,2

    0,8

    0,2

    0,4

    onderwijs, kantoor en bijeenkomst

    0,3

    1,2

    0,3

    1,2

    kritische werkruimte

    0,1

    0,1

    0.1

    0,1

Artikel 7. Vper (artikel 4, tweede lid: tracébesluit bestaande situatie)

  • 1 In een tracébesluit als bedoeld in artikel 4, tweede lid, kunnen maatregelen ter voorkoming of beperking van de trillinghinder met betrekking tot de Vper achterwege blijven indien de Vper in de plansituatie voldoet aan de in tabel 3 opgenomen grenswaarde.

  • 2 Indien de Vper in de bestaande situatie voldoet aan de in tabel 3 opgenomen grenswaarde, maar in de plansituatie daaraan niet voldoet, bevat het tracébesluit maatregelen waarmee de toename van de trillingssterkte tot die grenswaarde wordt teruggebracht.

  • 3 Indien de Vper in de bestaande situatie en in de plansituatie niet voldoet aan de in tabel 3 opgenomen grenswaarde, bevat het tracébesluit maatregelen waarmee toename van de trillingssterkte wordt voorkomen.

  • 4 Tabel 3 luidt als volgt:

    Tabel 3

    Gebouwfunctie

    dag en avond

    nacht

     

    A3

    A3

    gezondheidszorg en wonen

    0,1

    0,1

    onderwijs, kantoor en bijeenkomst

    0,15

    0,15

Artikel 8. opleveringstoets en het treffen van (aanvullende) maatregelen

  • 1 Het tracébesluit voorziet in een opleveringstoets als bedoeld in artikel 23 van de Tracéwet, waarin de gevolgen van de ingebruikneming van de aangelegde, gewijzigde of opnieuw in gebruik genomen landelijke spoorweg ten aanzien van in ieder geval het aspect trillinghinder worden onderzocht.

  • 3 Indien uit de opleveringstoets blijkt dat er op grond van de daarbij vastgestelde trillingssterkte aanleiding zou zijn geweest voor het treffen van maatregelen indien die trillingssterkte was meegenomen in de plansituatie of dat de getroffen maatregelen onvoldoende effectief zijn, worden maatregelen of aanvullende maatregelen getroffen.

Artikel 9. doelmatigheid

  • 2 Het treffen van maatregelen blijft niet achterwege als de Vmax zonder maatregelen meer dan 3.2 bedraagt.

  • 3 In de toelichting bij het tracébesluit of, indien van toepassing, de opleveringstoets wordt gemotiveerd ingegaan op:

    • a. de geraamde kosten van een maatregel;

    • b. de geraamde opbrengsten van de maatregel in termen van trillinghinderreductie en het aantal woningen;

    • c. het gehanteerde normbedrag per woning; en

    • d. de gemaakte doelmatigheidsafweging.

Artikel 10. inwerkingtreding

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst.

Artikel 11. citeertitel

Deze beleidsregel kan worden aangehaald als: Beleidsregel trillinghinder spoor.

Deze beleidsregel wordt met toelichting in de Staatscourant geplaatst.

De

Staatssecretaris

van Infrastructuur en Milieu,

J.J. Atsma

Bijlage behorend bij artikel 1 van de Beleidsregel trillinghinder spoor

Voor de meettechnische bepaling van de waarde van Vmax wordt de volgende procedure gevolgd:

  • Bij keuze, gebruik en toepassing van meetapparatuur wordt toepassing gegeven aan hoofdstuk 7 en de paragrafen 8.1 en 8.2 van de SBR-richtlijn B. In aanvulling op paragraaf 8.2.4. kan ook de fundering van het pand, conform de indicatieve methode van SBR richtlijn A, als positie voor een meetpunt in overweging worden genomen.

  • De meetduur T (paragraaf 8.4.3.) bedraagt ten minste een week.

  • De meetresultaten worden uitgewerkt conform paragraaf 9.1 tot en met 9.4 van de SBR-richtlijn B.

  • Alle resultaten voor intervallen waarin geen spoorverkeer aanwezig was, worden uit de set verwijderd.

  • Uit de dan verkregen dataset wordt het weekmaximum bepaald alsmede de onzekerheid van dat resultaat uitgedrukt in een percentage. Indien de onzekerheid 10% of minder bedraagt komt de toetswaarde overeen met het weekmaximum. Indien de onzekerheid meer dan 10% bedraagt wordt bij bepaling van de toetswaarde rekening gehouden met die onzekerheid.

  • De waarde per dataset (voor dag en nachtperiode) die vervolgens de hoogste is, is de toetswaarde.

  • De toetswaarde wordt vergeleken met de streef- en grenswaarde voor de dag- en avondperiode en die voor de nachtperiode.