Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Regeling toegankelijkheid van het openbaar vervoer

Geldend van 09-05-2012 t/m heden

Regeling van de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en van de Minister van Infrastructuur en Milieu van 4 april 2012, houdende vaststelling van regels betreffende de toegankelijkheid van het openbaar vervoer

De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en de Minister van Infrastructuur en Milieu,

Gelet op de artikelen 16, eerste lid, en 17, derde lid, van het Besluit toegankelijkheid van het openbaar vervoer;

Besluiten:

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen

§ 1. Definities en begrippen

Artikel 1.1:1

  • 1 In deze regeling wordt verstaan onder:

Artikel 1.1:2

  • 1 Nieuwe voertuigen, haltes, stations en reisinformatiesystemen als bedoeld in artikel 17, eerste lid, van het Besluit, zijn voertuigen, haltes, stations onderscheidenlijk reisinformatiesystemen die voor het eerst in gebruik worden genomen.

  • 2 Vernieuwde of verbeterde voertuigen, haltes, stations en daarvan deel uitmakende reisinformatiesystemen anders dan voor het vervoer van reizigers per trein als bedoeld in artikel 17, eerste lid, van het Besluit, zijn bestaande voertuigen, haltes, stations en reisinformatiesystemen waaraan na inwerkingtreding van deze regeling belangrijke werkzaamheden plaatsvinden waarbij die voertuigen, die haltes, die stations onderscheidenlijk die reisinformatiesystemen of een deel daarvan worden gewijzigd.

  • 3 Vernieuwde of verbeterde voertuigen, haltes of stations en daarvan deel uitmakende reisinformatiesystemen voor het vervoer van reizigers per trein als bedoeld in artikel 17, eerste lid, van het Besluit, zijn bestaande voertuigen, haltes of stations en reisinformatiesystemen waaraan na inwerkingtreding van deze regeling belangrijke werkzaamheden plaatsvinden waarbij die voertuigen, die haltes of stations onderscheidenlijk die reisinformatiesystemen of een deel daarvan worden gewijzigd, inhoudende dat de Minister van Infrastructuur en Milieu:

    • a. op grond van de Spoorwegwet voor dat voertuig of dat station in verband met die vernieuwing of verbetering een nieuwe vergunning voor indienststelling eist, en

    • b. de beschikking van de Europese Commissie van 21 december 2007 betreffende de technische specificatie inzake interoperabiliteit ‘personen met beperkte mobiliteit’ voor het conventionele trans-Europese spoorwegsysteem en het trans-Europees hogesnelheidsspoorwegsysteem (PbEU, L 64) voor die vernieuwing of verbetering niet geheel of gedeeltelijk buiten toepassing laat.

§ 2. Algemene bepalingen

Artikel 1.2:1

(nog niet opgenomen)

Hoofdstuk 2. Voertuigen

§ 1. Bus

Artikel 2.1:1

Van de bussen waarmee een concessie wordt uitgevoerd, voldoet ten minste 98 procent per concessieverlener aan artikel 4, eerste lid, van het Besluit.

Artikel 2.1:2

Onverminderd artikel 2.1:1 heeft een bus ten minste één opstelplaats voor rolstoelen met de maximale afmetingen als bedoeld in richtlijn 2001/85/EG.

§ 2. Tram

Artikel 2.2:1

  • 1 De tramvoertuigen waarmee onder concessies van de Stadsregio’s Haaglanden en Rotterdam de sneltramdienst Randstadrail en van het Bestuur Regio Utrecht de sneltramdienst Utrecht-Nieuwegein-IJsselstein wordt uitgevoerd, voldoen aan artikel 4, eerste lid, van het Besluit.

  • 2 Met uitzondering van de in het eerste lid genoemde tramvoertuigen van de sneltramdienst Randstadrail voldoet van de tramvoertuigen waarmee een concessie wordt uitgevoerd in de Stadsregio’s Amsterdam, Rotterdam en Haaglanden ten minste 72, 48 onderscheidenlijk 26 procent aan artikel 4, eerste lid, van het Besluit.

§ 3. Metro

Artikel 2.3:1

De metrovoertuigen waarmee een concessie wordt uitgevoerd, voldoen aan artikel 4, eerste lid, van het Besluit.

Artikel 2.3:2

Een metrovoertuig heeft per rijtuig ten minste één opstelplaats voor hulpmiddelen met de maximale afmetingen als bedoeld in richtlijn 2001/85/EG.

§ 4. Trein

Artikel 2.4:1

(nog niet opgenomen)

Hoofdstuk 3. Haltes en Stations

§ 1. Haltes en stations voor bussen

Artikel 3.1:1

  • 1 Van de haltes en stations op het grondgebied van de deelnemende gemeenten van een plusregio die in gebruik zijn voor de uitvoering van een concessie per bus voldoet met ingang van 1 januari 2016 ten minste 46 procent aan artikel 5, eerste, tweede en derde lid, van het Besluit. De eerste volzin is van overeenkomstige toepassing voor provincies, niet inbegrepen de haltes op het grondgebied van deelnemende gemeenten aan een plusregio.

  • 2 In afwijking van het eerste lid gelden voor de provincies Zeeland, Limburg en Friesland percentages van 40, 43 onderscheidenlijk 44 procent.

§ 2. Haltes en stations voor tram

Artikel 3.2:1

§ 3. Haltes en stations voor metro

Artikel 3.3:1

§ 4. Haltes en stations voor trein

Artikel 3.4:1

Van de haltes en stations die in gebruik zijn voor de uitvoering van een concessie per trein voldoet met ingang van 1 januari 2020 ten minste 70 procent aan artikel 5, eerste, tweede en derde lid, van het Besluit.

Hoofdstuk 4. Reisinformatie

Artikel 4.1

(nog niet opgenomen)

Hoofdstuk 5. Bejegening

Artikel 5.1

(nog niet opgenomen)

Hoofdstuk 6. Overgangs- en slotbepalingen

Artikel 6.1

  • 1 In afwijking van artikel 1.1:2 worden voertuigen, stations, haltes of reisinformatiesystemen niet als nieuw, vernieuwd of verbeterd aangemerkt indien een overeenkomst tot bouw, aankoop, verbouw of wijziging van deze voorzieningen voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze regeling is gesloten.

  • 2 In afwijking van het eerste lid worden in het geval van de bekendmaking van een aankondiging van een opdracht voor de bouw, aankoop, verbouw of wijziging van voertuigen, haltes, stations of reisinformatiesystemen, deze voorzieningen niet als nieuw, vernieuwd of verbeterd aangemerkt indien die aankondiging voorafgaand aan de inwerkingtreding van dit besluit is bekendgemaakt.

Artikel 6.2

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling toegankelijkheid van het openbaar vervoer.

Artikel 6.3

Deze regeling treedt in werking op het tijdstip waarop het Besluit toegankelijkheid van het openbaar vervoer in werking treedt.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De

Staatssecretaris

van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,

M.L.L.E. Veldhuijzen van Zanten-Hyllner

De

Minister

van Infrastructuur en Milieu,

M.H. Schultz van Haegen-Maas Geesteranus