Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Regeling eisen praktijkexamens rijbewijscategorieën A1, A2 en A

Geldend van 01-04-2015 t/m heden

Regeling van de Minister van Infrastructuur en Milieu, van 27 maart 2012, nr. IENM/BSK-2012/20626, houdende vaststelling van de eisen voor de praktijkexamens voor de rijbewijscategorieën A1, A2 en A (Regeling eisen praktijkexamens rijbewijscategorieën A1, A2 en A)

De Minister van Infrastructuur en Milieu,

Gelet op richtlijn nr. 2006/126/EG van het Europees Parlement en de Raad van 20 december 2006 betreffende het rijbewijs (PbEU L 403) en artikel 111, vierde lid, van de Wegenverkeerswet 1994;

Besluit:

§ 1. Eisen voor de praktijkexamens voor de rijbewijscategorie A1

Artikel 1

  • 1 De aanvrager van het praktijkexamen Voertuigbeheersing voor de rijbewijscategorie A1 dient er blijk van te geven een selectie van de hierna genoemde vaardigheiden te beheersen:

    • a. het voertuig zonder hulp van de motor aan de hand voorwaarts voeren, dit vervolgens achteruit in een (denkbeeldig) parkeervak manoeuvreren en op de juiste wijze op de standaard plaatsen. De motor vervolgens van de standaard halen en verder lopen;

    • b. het op juiste wijze rijden van een slalom met geringe snelheid;

    • c. het op juiste wijze rijden van een denkbeeldige acht;

    • d. het op juiste wijze maken van een halve draai in een vloeiende beweging binnen een beperkte ruimte;

    • e. het op juiste wijze stapvoets rijden in een rechte lijn;

    • f. het op juiste wijze wegrijden, direct gevolgd door een haakse bocht;

    • g. het op juiste wijze binnen een aangegeven afstand wegrijden, versnellen, vertragen, onmiddellijk gevolgd door het op juiste wijze uitvoeren van een slalom;

    • h. het op juiste wijze uitvoeren van een uitwijkmanoeuvre;

    • i. het op juiste wijze uitvoeren van een slalom met hogere snelheid;

    • j. het op juiste wijze uitvoeren van een maximale remming (noodstop);

    • k. het op juiste wijze uitvoeren van een remming met vooraf bepaalde lengte (precisiestop);

    • l. het op juiste wijze stoppen bij een aangegeven snelheid (stopproef).

  • 2 Bij de selectie behoren ten minste de volgende verrichtingen:

    • a. ten minste twee verrichtingen uitgevoerd bij een lagere snelheid, waaronder een slalom, ter beoordeling van de bediening van de koppeling in combinatie met de rem, balans, kijkrichting en de houding op het motorrijwiel en de positie van de voeten op de voetsteunen,

    • b. ten minste twee verrichtingen uitgevoerd bij een hogere snelheid, waaronder één verrichting in tweede of derde versnelling, minimaal 30 km per uur, en één verrichting voor het ontwijken van obstakels bij een snelheid van ten minste 50 km per uur, ter beoordeling van de houding op het motorrijwiel, kijkrichting, balans, stuurtechniek en schakeltechniek, en

    • c. ten minste twee remoefeningen, waaronder een noodstop bij een snelheid van ten minste 50 km per uur, ter beoordeling van de bediening van de voor- en achterrem, kijkrichting en de houding op het motorrijwiel.

Artikel 2

De aanvrager van het praktijkexamen Verkeersdeelneming voor de rijbewijscategorie A1 moet in staat zijn een selectie van de hierna genoemde handelingen uit te voeren bij aanvang van dat examen:

  • a. controle op juiste bevestiging van de helm;

  • b. controle op de juiste afstelling van de spiegels;

  • c. controle van de banden en bandenspanning;

  • d. controle van de verlichting, reflectoren en richtingaanwijzers;

  • e. controle van de stuurinrichting;

  • f. controle van de positie en functie van de diverse bedieningsorganen, schakelaars, controlelampjes en meters;

  • g. controle van de remmen, vloeistofniveaus en accu;

  • h. controle van het oliepeil;

  • i. controle van de claxon;

  • j. controle van de wielophanging en aandrijving.

Artikel 3

Tijdens het praktijkexamen Verkeersdeelneming voor de rijbewijscategorie A1 dient de aanvrager in staat te zijn om in verkeerssituaties op veilige wijze:

  • a. de kant van de weg of de parkeerruimte te verlaten;

  • b. op het juiste weggedeelte en met aanpassing van de snelheid aan de weg- en verkeersomstandigheden aan het verkeer deel te nemen;

  • c. te rijden op rechte weggedeelten;

  • d. bochten te rijden;

  • e. van rijstrook te veranderen en andere zijdelingse verplaatsingen uit te voeren;

  • f. andere weggebruikers in te halen, alsook obstakels voorbij te rijden;

  • g. juist te handelen ten opzichte van tegenliggers, ook bij wegversmallingen;

  • h. door overige weggebruikers tegemoet gekomen en ingehaald worden;

  • i. een overweg te naderen en veilig over te steken;

  • j. te rijden nabij en op bijzondere weggedeelten, zoals erven, in- en uitritten, voetgangersoversteekplaatsen, tram- en bushaltes;

  • k. een kruispunt te naderen en over te steken;

  • l. rechts of links af te slaan op kruispunten;

  • m. via de invoegstrook de doorgaande rijbaan op te rijden (invoegen) en via de uitvoegstrook de doorgaande rijbaan te verlaten (uitvoegen);

  • n. een rotonde te berijden;

  • o. te rijden in tunnels.

Artikel 4

De aanvrager dient tijdens het praktijkexamen Verkeersdeelneming voor de rijbewijscategorie A1 blijk te geven inzicht te hebben ten aanzien van de in artikel 3 genoemde handelingen en manoeuvres door middel van:

  • a. het letten op tekens en overige aanduidingen op de weg;

  • b. het tijdig en op juiste wijze geven van signalen aan de overige weggebruikers en tijdig en op juiste wijze te reageren op signalen van de overige weggebruikers;

  • c. het adequaat reageren in gevaarlijke situaties en op onjuist gedrag van derden;

  • d. het tijdig en op juiste wijze reageren op tekens en aanwijzingen van bevoegde personen;

  • e. het permanent rekening te houden met (mogelijke) andere weggebruikers, in het bijzonder kwetsbare weggebruikers als bijvoorbeeld voetgangers en fietsers;

  • f. rekening te houden met weg- en weersomstandigheden;

  • g. het op de juiste wijze verlenen van voorrang aan bestuurders en het voor laten gaan van weggebruikers die daar recht op hebben;

  • h. het innemen van de juiste plaats op de weg voor het uitvoeren van voorgenomen handelingen zoals inhalen, afslaan en stoppen, en het daarvoor geschikte dan wel bestemde weggedeelte te kiezen;

  • i. het houden van voldoende volgafstand ten opzichte van de overige weggebruikers;

  • j. te rijden met een veilige, aan de verkeersomstandigheden aangepaste snelheid en daarbij de geldende maximumsnelheid niet te overschrijden.

Artikel 5

De aanvrager van het praktijkexamen Verkeersdeelneming voor de rijbewijscategorie A1 dient bij het uitvoeren van de in de artikelen 3 en 4 genoemde examenonderdelen blijk te geven:

  • a. het ontkoppelings- en schakelmechanisme van het voertuig op juiste wijze te bedienen;

  • b. op juiste en economische wijze zowel versnellend als vertragend over te schakelen;

  • c. de gastoevoer van het voertuig op juiste en economische wijze te bedienen;

  • d. de remmen van het voertuig op juiste wijze te bedienen;

  • e. de verlichtings-, waarschuwings- en andere hulpapparatuur tijdig en op de juiste wijze te bedienen;

  • f. het voertuig behoorlijk te beheersen;

  • g. onder alle omstandigheden rekening houden met de aard en omvang van het voertuig en de beperkingen van het gezichtsveld;

  • h. tijdig en op doelmatige wijze de snelheid van het voertuig te vertragen, te remmen en te stoppen;

  • i. van defensief rijgedrag in verband met de eigen kwetsbaarheid en beperkte zichtbaarheid.

§ 2. Eisen praktijkexamen rijbewijscategorie A2

Artikel 5a

Artikel 6

De aanvrager van het praktijkexamen voor de rijbewijscategorie A2, bedoeld in artikel 53, derde lid, onderdeel a, van het Reglement rijbewijzen voor de rijbewijscategorie A2 is in staat een selectie van de hierna genoemde handelingen uit te voeren bij aanvang van dat examen:

  • a. controle op juiste bevestiging van de helm;

  • b. controle op de juiste afstelling van de spiegels;

  • c. controle van de banden en bandenspanning;

  • d. controle van de verlichting, reflectoren en richtingaanwijzers;

  • e. controle van de stuurinrichting;

  • f. controle van de positie en functie van de diverse bedieningsorganen, schakelaars, controlelampjes en meters;

  • g. controle van de remmen, vloeistofniveaus en accu;

  • h. controle van het oliepeil;

  • i. controle van de claxon;

  • j. controle van de wielophanging en aandrijving.

Artikel 7

Tijdens het praktijkexamen voor de rijbewijscategorie A2, bedoeld in artikel 53, derde lid, onderdeel a, van het Reglement rijbewijzen wordt getoetst of de aanvrager van het praktijkexamen voor de rijbewijscategorie A2 een selectie van de hierna genoemde vaardigheden beheerst:

  • a. het voertuig zonder hulp van de motor aan de hand voorwaarts voeren, dit vervolgens achteruit in een (denkbeeldig) parkeervak manoeuvreren en op de juiste wijze op de standaard plaatsen. De motor vervolgens van de standaard halen en verder lopen;

  • b. het op juiste wijze rijden van een slalom met geringe snelheid;

  • c. het op juiste wijze rijden van een denkbeeldige acht;

  • d. het op juiste wijze maken van een halve draai in een vloeiende beweging binnen een beperkte ruimte;

  • e. het op juiste wijze stapvoets rijden in een rechte lijn;

  • f. het op juiste wijze wegrijden, direct gevolgd door een haakse bocht;

  • g. het op juiste wijze binnen een aangegeven afstand wegrijden, versnellen, vertragen, onmiddellijk gevolgd door het op juiste wijze uitvoeren van een slalom;

  • h. het op juiste wijze uitvoeren van een uitwijkmanoeuvre;

  • i. het op juiste wijze uitvoeren van een slalom met hogere snelheid;

  • j. het op juiste wijze uitvoeren van een maximale remming (noodstop);

  • k. het op juiste wijze uitvoeren van een remming met vooraf bepaalde lengte (precisiestop);

  • l. het op juiste wijze stoppen bij een aangegeven snelheid (stopproef).

Artikel 8

Tijdens het praktijkexamen voor de rijbewijscategorie A2, bedoeld in artikel 53, derde lid, onderdeel a, van het Reglement rijbewijzen voor de rijbewijscategorie A2 dient de aanvrager blijk te geven in staat te zijn om in verkeerssituaties op veilige wijze:

  • a. de kant van de weg of de parkeerruimte te verlaten;

  • b. op het juiste weggedeelte en met aanpassing van de snelheid aan de weg- en verkeersomstandigheden aan het verkeer deel te nemen;

  • c. te rijden op rechte weggedeelten;

  • d. bochten te rijden;

  • e. van rijstrook te veranderen en andere zijdelingse verplaatsingen uit te voeren;

  • f. andere weggebruikers in te halen, alsook obstakels voorbij te rijden;

  • g. juist te handelen ten opzichte van tegenliggers, ook bij wegversmallingen;

  • h. door overige weggebruikers tegemoet gekomen en ingehaald worden;

  • i. een overweg te naderen en veilig over te steken;

  • j. te rijden nabij en op bijzondere weggedeelten, zoals erven, in- en uitritten, voetgangersoversteekplaatsen, tram- en bushaltes;

  • k. een kruispunt te naderen en over te steken;

  • l. rechts of links af te slaan op kruispunten;

  • m. via de invoegstrook de doorgaande rijbaan op te rijden (invoegen) en via de uitvoegstrook de doorgaande rijbaan te verlaten (uitvoegen);

  • n. een rotonde te berijden;

  • o. te rijden in tunnels.

Artikel 9

De aanvrager dient tijdens het praktijkexamen voor de rijbewijscategorie A2, bedoeld in artikel 53, derde lid, onderdeel a, van het Reglement rijbewijzen voor de rijbewijscategorie A2 blijk te geven inzicht te hebben ten aanzien van de in artikel 8 genoemde handelingen en manoeuvres door middel van:

  • a. het letten op tekens en overige aanduidingen op de weg;

  • b. het tijdig en op juiste wijze geven van signalen aan de overige weggebruikers en tijdig en op juiste wijze te reageren op signalen van de overige weggebruikers;

  • c. het adequaat reageren in gevaarlijke situaties en op onjuist gedrag van derden;

  • d. het tijdig en op juiste wijze reageren op tekens en aanwijzingen van bevoegde personen;

  • e. het permanent rekening te houden met (mogelijke) andere weggebruikers, in het bijzonder kwetsbare weggebruikers als bijvoorbeeld voetgangers en fietsers;

  • f. rekening te houden met weg- en weersomstandigheden;

  • g. het op de juiste wijze verlenen van voorrang aan bestuurders en het voor laten gaan van weggebruikers die daar recht op hebben;

  • h. het innemen van de juiste plaats op de weg voor het uitvoeren van voorgenomen handelingen zoals inhalen, afslaan en stoppen, en het daarvoor geschikte dan wel bestemde weggedeelte te kiezen;

  • i. het houden van voldoende volgafstand ten opzichte van de overige weggebruikers;

  • j. te rijden met een veilige, aan de verkeersomstandigheden aangepaste snelheid en daarbij de geldende maximumsnelheid niet te overschrijden.

Artikel 10

De aanvrager van het het praktijkexamen voor de rijbewijscategorie A2, bedoeld in artikel 53, derde lid, onderdeel a, van het Reglement rijbewijzen dient bij het uitvoeren van de in de artikelen 8 en 9 genoemde examenonderdelen blijk te geven:

  • a. het ontkoppelings- en schakelmechanisme van het voertuig op juiste wijze te bedienen;

  • b. op juiste en economische wijze zowel versnellend als vertragend over te schakelen;

  • c. de gastoevoer van het voertuig op juiste en economische wijze te bedienen;

  • d. de remmen van het voertuig op juiste wijze te bedienen;

  • e. de verlichtings-, waarschuwings- en andere hulpapparatuur tijdig en op de juiste wijze te bedienen;

  • f. het voertuig behoorlijk te beheersen;

  • g. onder alle omstandigheden rekening houden met de aard en omvang van het voertuig en de beperkingen van het gezichtsveld;

  • h. tijdig en op doelmatige wijze de snelheid van het voertuig te vertragen, te remmen en te stoppen;

  • i. van defensief rijgedrag in verband met de eigen kwetsbaarheid en beperkte zichtbaarheid.

§ 3. Eisen voor de praktijkexamens voor de rijbewijscategorie A

Artikel 11

De artikelen 6 tot en met 10 zijn van overeenkomstige toepassing op de aanvragers van het praktijkexamen voor de rijbewijscategorie A, bedoeld in artikel 53, vierde lid, onderdeel a, van het Reglement rijbewijzen.

Artikel 12

De artikelen 1 tot en met 5 zijn van overeenkomstige toepassing op de aanvragers van het praktijkexamen voor de rijbewijscategorie A, bedoeld in artikel 53, vierde lid, onderdeel b, van het Reglement rijbewijzen.

§ 4. Overige bepalingen

Artikel 13

Na afloop van het praktijkexamen Voertuigbeheersing en van het praktijkexamen Verkeersdeelneming respectievelijk van het praktijkexamen draagt het CBR er zorg voor dat het resultaat van het examen aan de aanvrager bekend wordt gemaakt. Bij een onvoldoende examen wordt tevens aangegeven aan welke exameneisen de aanvrager niet heeft voldaan.

Artikel 16

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling eisen praktijkexamens rijbewijscategorieën A1, A2 en A.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De

Minister

van Infrastructuur en Milieu,

M.H. Schultz van Haegen-Maas Geesteranus