Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Aanwijzing verlaten plaats ongeval (art. 7 wvw 1994)[Regeling vervallen per 01-06-2015.]

Geldend van 01-04-2012 t/m 31-05-2015

Aanwijzing verlaten plaats ongeval (art. 7 wvw 1994)

Samenvatting [Vervallen per 01-06-2015]

Deze aanwijzing geeft regels voor de opsporing en vervolging van personen die, hoewel betrokken bij of veroorzaker van een ongeval, toch de plaats van dat ongeval verlaten.

Achtergrond [Vervallen per 01-06-2015]

De bepaling van artikel 7 WVW 1994 is tweeledig. Na een ongeval moeten de gelaedeerde of iemand die geacht kan worden diens belangen behoorlijk waar te nemen in staat worden gesteld om de veroorzaker aansprakelijk te stellen voor hun schade. Hiervoor is vereist dat behoorlijk de gelegenheid wordt geboden tot vaststelling van de identiteit van het voertuig of de bestuurder. Daarnaast mag de betrokkene door of bij het ongeval gewonde personen niet in hulpeloze toestand achterlaten.

Opsporing [Vervallen per 01-06-2015]

Artikel 7 WVW 1994 richt zich zowel tot degene door wiens gedraging een verkeersongeval is veroorzaakt als tot degene die (anderszins) bij een verkeersongeval is betrokken.

1.1. Degene die betrokken is bij een verkeersongeval [Vervallen per 01-06-2015]

De formulering ‘degene die betrokken is bij een verkeersongeval’ duidt op bestuurders en andere verkeersdeelnemers, zoals voetgangers en ruiters,1 die betrokken zijn bij het verkeersongeval. Ook degene die geen bestuurder of (actieve) verkeersdeelnemer is, kan aangemerkt worden als ‘betrokkene’ in de zin van art. 7 WVW 1994.2 De strekking van dit wetsartikel is immers dat zoveel mogelijk wordt bevorderd dat degene aan wie door een ongeval schade is toegebracht, kan beschikken over de voor de civielrechtelijke afwikkeling van de schade benodigde gegevens van de veroorzaker van de schade.

Ten aanzien van degene die na het ongeval het stuur overneemt van de bij het ongeval betrokken bestuurder en vervolgens wegrijdt zonder dat de identiteit kenbaar is gemaakt, wordt in de MvT opgemerkt dat deze niet onder het bereik van art. 7 WVW 1994 valt, maar dat hem in sommige gevallen toch laakbaar gedrag kan worden verweten. Toepassing van de deelnemingsbepalingen in het WvSr zou dan uitkomst kunnen bieden om deze bestuurder ten minste als medeplichtige aan te spreken, aldus de MvT.3 4

Van betrokkenheid bij een verkeersongeval in de zin van artikel 7, eerste lid aanhef en onder a, WVW1994 is in een geval waarin het gaat om een bestuurder van een motorrijtuig sprake, indien dat motorrijtuig rechtstreeks bij het verkeersongeval is betrokken. Is die bestuurder tevens veroorzaker van het ongeval, dan kan hij niet alleen gelden als te zijn betrokken bij dat ongeval, maar ook als degene door wiens gedraging dat ongeval is veroorzaakt. 5 6

Ook in een arrest van het Hof Den Bosch7 ziet het Hof, gelet op de omstandigheden van het geval, onvoldoende aanknopingspunten om de verdachte ( in casu de passagier en tevens echtgenote van de bestuurder die de plaats van het ongeval verliet) aan te merken als betrokkene in de zin van artikel 7 WVW 1994.

Volgens het Hof in dit arrest zou die betrokkenheid van de passagier wellicht anders hebben gelegen zodra sprake is van een of meer van de volgende situaties waarbij de passagier

  • a. aanwijzingen met betrekking tot het rijden aan de bestuurder geeft;

  • b. op andere wijze zich bemoeit met het rijden van de auto;

  • c. voordat de bestuurder wegreed na het ongeval met de bestuurder heeft besproken dat hij en/of zij zouden weggaan zonder de gegevens in de zin van artikel 7 WVW1994 te verstrekken;

  • d. op andere wijze de bestuurder heeft gestimuleerd om weg te rijden.

Het is van belang dat de politie in het geval van een mogelijke betrokkenheid van een passagier in het proces-verbaal aan een of meer van deze omstandigheden specifiek aandacht besteed, tenminste wanneer daar voor aanwijzingen zijn.

1.2. Door wiens gedraging een verkeersongeval is veroorzaakt [Vervallen per 01-06-2015]

Met de formulering 'door wiens gedraging een verkeersongeval is veroorzaakt’ wordt aangegeven dat degene tot wie de bepaling zich richt, niet zelf direct betrokken behoeft te zijn bij het verkeersongeval.8. Er is geen direct contact tussen voertuigen, doch aan het verkeersongeval ligt wel (verkeers)gedrag ten grondslag, toe te schrijven aan de veroorzaker. Daarbij valt te denken aan een bestuurder die ten onrechte geen voorrang verleent waardoor een voorrangsgerechtigde bestuurder moet uitwijken ten gevolge waarvan hij tegen een ander voertuig botst, of de bestuurder die in strijd met een uitdrukkelijk keerverbod keert waardoor achter hem een kettingbotsing ontstaat. Ook de veroorzaker heeft dan een civielrechtelijke relatie ten opzichte van het ongeval.

1.3. Bewijsmiddelen [Vervallen per 01-06-2015]

In de delictsomschrijving is opgenomen dat degene die de plaats van het ongeval verlaat ‘weet of redelijkerwijs moet weten’ dat hij de gevolgen uit artikel 7, eerste lid 1, onder a of b, WVW 1994 heeft veroorzaakt. Dit brengt voor de politie altijd mee dat in het verhoor van de verdachte zeer specifiek aandacht moet zijn voor de beantwoording van de vraag of verdachte zich van het verkeersongeval bewust is geweest. Maar ook uit andere bewijsmiddelen dan de verklaring van de verdachte kan de bewustheid van de verdachte worden afgeleid. Te denken valt dan aan getuigen, die op enige afstand een geluid, duidend op een ongeval, hoorden of getuigen die zagen dat de bestuurder in de richting keek van de plaats waar dat geluid vandaan kwam.

Met betrekking tot behoorlijk de gelegenheid bieden tot vaststelling van de identiteit en voor zover een motorrijtuig is bestuurd, tevens van de identiteit van dat motorrijtuig, moet worden opgemerkt dat de wet de betrokkene bij of de veroorzaker van een ongeval niet verplicht zijn identiteit of die van het motorrijtuig uit zichzelf bekend te maken. 9

Er is geen sprake van behoorlijk de gelegenheid bieden ter vaststelling van de identiteit in de situatie dat de ook bij het ongeval betrokken bestuurder zeer kort stopt, omdat niet kan worden gevergd dat de ander direct uit diens voertuig springt, een sprintje trekt naar de auto die kort stopte, teneinde aldus te voorkomen dat hij de hem door de wet geboden gelegenheid tot vaststelling van de identiteit van de bedoelde bestuurder verspeelt.10

1.4. Onbekend gebleven dader/bestuurder [Vervallen per 01-06-2015]

Indien sprake is van een onbekende dader/bestuurder kunnen de gegevens worden vastgelegd conform het bepaalde in punt 2 van de ‘Aanwijzing aangifte opmaken proces-verbaal tegen onbekende daders’. In deze aanwijzing wordt gesteld dat bij overige misdrijven, waar overtreding van art. 7 WVW 1994 onder valt, de politie de aangiften, getuigenverklaringen en onderzoeksgegevens zodanig vastlegt – hetzij bij proces-verbaal, hetzij op andere wijze – dat deze beschikbaar zijn om bij ontdekking van de dader (aanvullend) proces-verbaal te kunnen opmaken.

1.5. De cautie en artikel 165, lid 1 WVW1994 [Vervallen per 01-06-2015]

De verdachte die is gehoord ter zake een verkeersmisdrijf aan wie de cautie is gedaan kan niet daarna een vordering worden gedaan ex artikel 165, lid 1 WVW1994. Het maakt daarbij niet uit of de verdachte van zijn zwijgrecht gebruik maakt11 In verband hiermee is het van belang dat de politie in de gevallen van verlaten plaats ongeval van de kentekenhouder eerst vordert dat hij binnen een termijn van tenminste 48 uur de bestuurder bekend maakt (ex artikel 165 WVW1994) en niet de vordering doet nadat de kentekenhouder als verdachte eerder op diens zwijgrecht is gewezen.

Vervolging [Vervallen per 01-06-2015]

2.1. Inleiding [Vervallen per 01-06-2015]

Het misdrijf van artikel 7, eerste lid, onder a, WVW 1994 omvat vele gradaties van ‘verlaten van de plaats van het ongeval’. Ten aanzien van dit delict geldt in het algemeen: hoe ernstiger het gevolg, des te strafwaardiger is het gedrag van degene, die zich daaraan probeert te onttrekken. Voor het strafvorderingsbeleid wordt dit gevolg van het ongeval – dat objectief kan worden vastgesteld – dan ook als uitgangspunt genomen12 13.

De motieven om de plaats van het ongeval te verlaten zijn velerlei – bijvoorbeeld het onttrekken van andere strafbare feiten aan opsporing door de politie – en leiden in beginsel niet tot het vorderen van een hogere straf. Indien tevens andere strafbare feiten worden opgespoord, kunnen deze eventueel cumulatief ten laste worden gelegd. Omdat er bij een verkeersongeval altijd sprake is van letsel aan personen of schade aan goederen is de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wet Mulder) op grond van het gestelde in artikel 2, tweede lid niet van toepassing op gedragingen die hebben geleid tot het verkeersongeval14.

2.2. Vervolgingsuitsluitingsgrond [Vervallen per 01-06-2015]

Bij vrijwillige melding kan betrokkene zich beroepen op de vervolgingsuitsluitingsgrond van artikel 184 WVW 1994. Vervolging voor het verlaten van de plaats van het ongeval vindt niet plaats, indien betrokkene binnen 12 uur na het ongeval vrijwillig de politie van het ongeval in kennis stelt en daarbij zijn identiteit en, voor zover hij een motorrijtuig bestuurde, tevens de identiteit van dat motorrijtuig bekend maakt. Volgens de jurisprudentie is de kennisgeving niet ‘vrijwillig’ als de betrokkene zich bij de politie heeft gemeld op het moment dat de politie hem zelf benadert.

(HR 27-3-1990, VR 1990,82 en HR 24-9-2002 LJNAE 4172 VR 2003/90)

De vervolgingsuitsluitingsgrond geldt niet voor die gevallen waarbij het slachtoffer in hulpeloze toestand wordt achtergelaten (artikel 7, eerste lid, onder b WVW 1994).

2.3. Competentie/voegen van zaken [Vervallen per 01-06-2015]

Als regel kunnen overtredingen van artikel 7 WVW 1994 bij de politierechter worden aangebracht, omdat ze meestal voor wat betreft het bewijs van eenvoudige aard zijn. Als er naast het misdrijf van artikel 7 WVW 1994 sprake is van een of meer verkeersovertredingen – bijvoorbeeld het rijden zonder rijbewijs of een overtreding waarbij de veiligheid op de weg in ernstige mate in gevaar is gebracht – verdient het aanbeveling deze overtreding(en) naast het misdrijf van artikel 7 WVW 1994 ten laste te leggen, zodat deze feiten aan dezelfde rechter worden voorgelegd.

Overgangsrecht [Vervallen per 01-06-2015]

De in deze aanwijzing vervatte beleidsregels hebben onmiddellijke gelding vanaf de datum van inwerkingtreding.

  • ^ [1]

    TK 1990–1991, 22 0230, nr. 3, blz. 71.

  • ^ [2]

    HR, 01-10-2002, LJN AE4199: in dit arrest oordeelt de HR dat de verdachte, die zijn auto met daarop bevestigde ladders zodanig had geparkeerd dat een fietser daar tegenaan is gereden, ‘betrokkene’ bij dat verkeersongeval is in de zin van art. 7, eerste lid aanhef en onder a, WVW 1994.

  • ^ [3]

    TK 1990–1991, 22 0230, nr. 3, blz. 71–72.

  • ^ [4]

    Zie de conclusie van de AG in HR 20-03-2007, LJN AZ7080.

  • ^ [5]

    HR 28-9-2004, LJN AP1215.

  • ^ [6]

    HR 04-10-2011, LJN BQ4431.

  • ^ [7]

    Hof Den Bosch, 24-07-2007, LJN BB2825.

  • ^ [8]

    TK 1990–1991, 22 0230, nr. 3, blz. 72.

  • ^ [9]

    J.Remmelink, voortgezet door M. Otte, Hoofdwegen door het verkeersrecht, Deventer: W.E.J. Tjeenk Willink, vijfde druk, p 102, zie ook HR 30-6-2009, LJN BI3923.

  • ^ [10]

    HR 10-03-2009 LJN BG9962.

  • ^ [11]

    HR 26-10-1993, LJN ZC9475, NJ 1994, 629. (ook HR 16-09-2008, LJN BD1707).

  • ^ [12]

    Getuigen, die een slachtoffer van een ongeval in hulpeloze toestand achterlaten, zijn te vervolgen op basis van overtreding van artikel 450 Sr, indien de dood van de hulpbehoevende volgt.

  • ^ [13]

    HR 08-10-2002, NJ 2003,65: Het openbaar ministerie mag in afwijking van de vervolgingsrichtlijn een transactieaanbod achterwege laten en overgaan tot dagvaarden, indien zich naar zijn oordeel omstandigheden voordoen op grond waarvan niettemin gedagvaard behoort te worden.

    Het verzuim een transactie aan te bieden leidt niet altijd tot niet-ontvankelijkheid van het openbaar ministerie; het geschonden belang kan voldoende worden gecompenseerd doordat de gevorderde straf overeenkomt met het transactieaanbod en de rechter doet blijken het verzuim te hebben betrokken bij zijn strafoplegging.

    Als het openbaar ministerie niet-ontvankelijk is verklaard omdat het geen transactie heeft aangeboden, kan het alsnog een transactie aanbieden en bij niet-betaling daarvan opnieuw vervolgen.

  • ^ [14]

    Er mag dus geen administratieve sanctie worden opgelegd voor deze gedragingen, bijvoorbeeld het rijden door rood licht of geen voorrang verlenen, omdat letsel aan personen is ontstaan of schade aan goederen is toegebracht.