Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Besluit eindproductenmonsterneming in de slachterij (PPE) 2011[Regeling vervallen per 01-01-2015.]

Geldend van 09-03-2014 t/m 31-12-2014

Besluit van het bestuur van het Productschap Pluimvee en Eieren van 3 november 2011, houdende regels voor het nemen van monsters van eindproducten in de slachterij (Besluit eindproductenmonsterneming in de slachterij (PPE) 2011)

Begripsbepalingen [Vervallen per 01-01-2015]

Artikel 1 [Vervallen per 01-01-2015]

Dit besluit verstaat onder ondernemer een natuurlijk persoon of rechtspersoon die een onderneming uitoefent waarin pluimvee wordt geslacht, en neemt voor het overige de terminologie als omschreven in artikel 1 van de Verordening hygiënemaatregelen en bestrijding zoönosen pluimveeslachterijen en -uitsnijderijen (PPE) 2011 over.

Salmonellaonderzoek in de slachterij [Vervallen per 01-01-2015]

Artikel 2 [Vervallen per 01-01-2015]

  • 1 De ondernemer neemt dagelijks van elk slachtkoppel en slachtuitlaadkoppel monsters van het eindproduct van de slachterij volgens het werkvoorschrift opgenomen in de bijlage.

  • 2 De ondernemer zorgt ervoor dat de monsters binnen 48 uur na de monsterneming zijn verzonden naar een voor detectie van Salmonella erkend laboratorium, en in geval van de aanwezigheid van Salmonella in het monster, aan het voor serotypering erkende laboratorium.

Slotbepalingen [Vervallen per 01-01-2015]

Artikel 3 [Vervallen per 01-01-2015]

  • 1 Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit eindproductenmonsterneming in de slachterij (PPE) 2011.

  • 2 Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dag van dagtekening van het Verordeningenblad Bedrijfsorganisatie, waarin het wordt geplaatst.

Zoetermeer, 3 november 2011

B.J. Krouwel

voorzitter

B.M. Dellaert

secretaris

Bijlage Werkvoorschrift voor de eindproductmonsterneming in de slachterij [Vervallen per 01-01-2015]

1. Definitie [Vervallen per 01-01-2015]

Volgens de in dit werkvoorschrift beschreven methode wordt een monster genomen om de aan- of afwezigheid van Salmonella te bepalen.

2. Aantal monsters [Vervallen per 01-01-2015]

  • 1. [Red: Vervallen.]

  • 2. Salmonella:

    • a. Per slachtkoppel/slachtuitlaadkoppel één monster van 25 gram vel van de borstkap van één dier;

    • b. Per dag één monster van 25 gram filet (van het filet oppervlak) van één dier. De filetbemonstering is niet verplicht als op dezelfde bedrijfslocatie tevens de uitsnijderij is gevestigd en aldaar de monsterneming wordt uitgevoerd overeenkomstig het Besluit eindproductenmonsterneming in de uitsnijderij (PPE) 2011.

3. Werkwijze [Vervallen per 01-01-2015]

Alle monsters worden genomen in de koel- of expeditieruimte met gebruikmaking van steriel gereedschap. De monsternemer draagt voor het nemen van elk monster nieuwe steriele kunststof handschoenen.

4. Verzending [Vervallen per 01-01-2015]

De monsters worden binnen 48 uur nadat zij zijn genomen, verzonden naar een door de voorzitter voor detectie erkend laboratorium. De monsters moeten zodanig zijn verpakt dat onderweg geen lekkage kan optreden en zodanig zijn geadresseerd dat voor de transporteur en het ontvangend laboratorium geen verwarring ontstaat.

De volgende informatie wordt per monster vermeld:

  • 1. Naam + EG-nummer slachterij

  • 2. Type monster: vel van borstkap dan wel filet

  • 3. Naam + kipnummer van pluimveehouder waarvan het slachtkoppel/slachtuitlaadkoppel afkomstig is

  • 4. Nummer van de stal waaruit het slachtkoppeljslachtuitlaadkoppel afkomstig is

  • 5. Koppelnummer van het slachtkoppel/slachtuitlaadkoppel (facultatief)

  • 6. Soort koppel: uitladers of wegladers

  • 7. Geboortedatum van het slachtkoppel

  • 8. Slachtdatum

  • 9. Soort onderzoek: regulier Salmonella (inclusief eventuele serotypering)

5. Laboratorium [Vervallen per 01-01-2015]

De monsters dienen te worden gedetecteerd door een voor detectie van Salmonella erkend laboratorium, en in geval van de aanwezigheid van Salmonella, te worden geserotypeerd op alle typen Salmonella door een voor serotypering van Salmonella erkend laboratorium. De ondernemer zorgt ervoor dat het monster onverwijld na de detectie van Salmonella wordt geserotypeerd. Als het voor detectie erkende laboratorium niet tevens is erkend voor serotypering van Salmonella of als dit laboratorium het serotype Salmonella niet kan bepalen, dan zal dit laboratorium het monster verzenden naar een voor serotypering erkend laboratorium, eventueel zonder actieve tussenkomst van de ondernemer. De ondernemer dient daarom het voor detectie erkende laboratorium duidelijk opdracht te geven dat indien de detectie van een monster Salmonella aantoont, dit monster onverwijld wordt geserotypeerd.