Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Tijdelijke regeling uitkering aan voormalig WWIK-gerechtigden[Regeling vervallen per 01-07-2012.]

Geldend van 24-03-2012 t/m 30-06-2012

Tijdelijke regeling van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 18 januari 2012, IVV/I/2012/438, tot verstrekking van een uitkering aan de kunstenaar die op 31 december 2011 recht had op een uitkering op grond van de Wet werk en inkomen kunstenaars (Tijdelijke regeling uitkering aan voormalig WWIK-gerechtigden)

De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

Gelet op de artikelen 3, eerste lid, en 9 van de Kaderwet SZW-subsidies en artikel 17, vijfde lid, van de Financiële-verhoudingswet;

Besluit:

Artikel 1. Het recht op uitkering [Vervallen per 01-07-2012]

  • 1 De persoon:

    • a. die op 31 december 2011 recht had op een uitkering op grond van de Wet werk en inkomen kunstenaars;

    • b. die voor 1 januari 2012 een uitkering op grond van de Wet werk en inkomen kunstenaars heeft aangevraagd waarop na die datum begunstigend is beslist; of

    • c. die met ingang van een datum gelegen voor 1 januari 2012 een uitkering op grond van de Wet werk en inkomen kunstenaars toegekend heeft gekregen en nog niet gedurende vier jaar recht op uitkering op grond van die wet heeft gehad, heeft recht op een uitkering overeenkomstig die wet en de daarop berustende bepalingen, zoals die luidden op 31 december 2011, tot het tijdstip waarop het recht op die uitkering op grond van die bepalingen zou eindigen, doch niet langer dan tot 1 juli 2012.

  • 4 Bij de toepassing van deze regeling wordt ten aanzien van de persoon, bedoeld in het eerste lid, artikel 16, eerste, tweede en derde lid, van de Wet werk en inkomen kunstenaars als volgt gelezen:

    • 1. De uitkering, bedoeld in artikel 15, wordt binnen acht weken nadat de kunstenaar de benodigde gegevens na de beëindiging heeft verstrekt, en uiterlijk vóór 31 december 2012, definitief vastgesteld.

    • 2. Bij de definitieve vaststelling van de hoogte van de uitkering wordt van het volgende uitgegaan:

    • 3. In afwijking van het eerste en tweede lid en artikel 5, eerste lid, onderdeel b, wordt bij een kunstenaar wiens uitkering vóór 1 juli 2012 is beëindigd in verband met het bereiken van de maximale uitkeringsduur op grond van artikel 19, het inkomen van die kunstenaar of zijn gezin slechts in aanmerking genomen over de periode van de looptijd van deze regeling voorafgaand aan het tijdstip met ingang waarop de uitkering is beëindigd, voor zover dat inkomen tezamen met het van toepassing zijnde bedrag, genoemd in artikel 15, eerste lid, over deze periode per kalendermaand meer bedraagt dan het van toepassing zijnde bedrag, genoemd in het tweede lid, onderdeel b.

  • 5 In afwijking van het eerste lid is artikel 22, derde lid, van de Wet werk en inkomen kunstenaars niet van overeenkomstige toepassing. De verordeningen zoals die luidden op 31 december 2011, opgesteld door de gemeenteraad op grond van artikel 22, derde lid, onderdelen a en b, van de Wet werk en inkomen kunstenaars zoals dat artikel luidde op 31 december 2011, zijn van overeenkomstige toepassing.

Artikel 2. Mandaat [Vervallen per 01-07-2012]

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente jegens wie het recht op uitkering van de persoon, bedoeld in artikel 1, eerste lid, zou bestaan op grond van artikel 16 van het Uitvoeringsbesluit WWIK, zoals dat luidde op 31 december 2011, is bevoegd om namens de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid met betrekking tot die persoon besluiten te nemen en handelingen te verrichten ter uitvoering van deze regeling. Het college kan deze bevoegdheden in een door hem te bepalen omvang mandateren of doorverlenen met inbegrip van de mogelijkheid van ondermandaat en verdere doorverlening.

Artikel 3. Rijksbijdrage [Vervallen per 01-07-2012]

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid verstrekt ten laste van ’s Rijks kas aan het college, bedoeld in artikel 2, een eenmalige specifieke uitkering voor de lasten voortvloeiend uit deze regeling. Artikel 47, tweede lid, van de Wet werk en inkomen kunstenaars en de daarop berustende bepalingen, zoals deze luidden op 31 december 2011, zijn van overeenkomstige toepassing.

Artikel 3a. Taak en vergoeding Stichting Cultuur – Ondernemen [Vervallen per 01-07-2012]

  • 2 De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid vergoedt ten laste van ’s Rijks kas de door de Stichting Cultuur – Ondernemen gemaakte uitvoeringskosten, voor de uitgebrachte adviezen, bedoeld in het eerste lid, overeenkomstig de in artikel 3b gestelde regels.

  • 3 De Stichting Cultuur – Ondernemen declareert de gedurende de looptijd van deze regeling gemaakte uitvoeringskosten bij het Rijk door middel van een kostenopgave over die periode. Deze opgave is voorzien van een verklaring van een registeraccountant of een Accountant-Administratieconsulent ten aanzien van wie bij de inschrijving in het in artikel 36, eerste lid, van de Wet op de Accountants-Administratieconsulenten bedoelde register een aantekening is geplaatst als bedoeld in artikel 36, derde lid, van die wet.

Artikel 3b. Uitvoeringskosten Stichting Cultuur – Ondernemen [Vervallen per 01-07-2012]

  • 1 Ter zake van de uitvoeringskosten voor de taak, bedoeld in artikel 3a, eerste lid, vergoedt het Rijk aan de Stichting Cultuur – Ondernemen € 680,00 per uitgebracht advies ten aanzien van wie gedurende de looptijd van deze regeling op verzoek van het college advies is uitgebracht.

  • 2 In afwijking van het eerste lid wordt, indien blijkens de kostenopgave, bedoeld in artikel 3a, derde lid, het aantal gerealiseerde adviezen gedurende de looptijd van deze regeling lager is dan het verwachte aantal uit te brengen adviezen, bedoeld in artikel 3d, eerste lid, de vergoeding ter zake van de uitvoeringskosten vastgesteld op de som van de helft van het gerealiseerde aantal adviezen maal het vergoedingsbedrag, bedoeld in het eerste lid, en het budget, bedoeld in artikel 3d, tweede lid.

Artikel 3c. Kostenopgave Stichting Cultuur – Ondernemen [Vervallen per 01-07-2012]

  • 1 De kostenopgave en de verklaring van de accountant, bedoeld in artikel 3a, derde lid, worden uiterlijk op 1 november 2012 door de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid ontvangen.

  • 2 De kostenopgave wordt ingericht overeenkomstig het model van bijlage 1 bij deze regeling.

  • 3 De verklaring van de accountant wordt ingericht overeenkomstig het model van bijlage 2 bij deze regeling. Het onderzoek dat resulteert in de verklaring wordt uitgevoerd overeenkomstig het als bijlage 3 bij deze regeling opgenomen controle- en rapportageprotocol.

Artikel 3d. Voorschot Stichting Cultuur – Ondernemen [Vervallen per 01-07-2012]

  • 1 De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid stelt gedurende de looptijd van de regeling eenmalig een voorschot vast ten behoeve van de uitvoeringskosten van de Stichting Cultuur – Ondernemen op basis van het te verwachten aantal uit te brengen adviezen en de kosten daarvan.

  • 2 Het voorschot, bedoeld in het eerste lid, wordt voor de helft als budget toegekend.

  • 3 Het vastgestelde budget wordt gedurende de looptijd van deze regeling betaalbaar gesteld.

Artikel 3e. Vaststelling vergoeding Stichting Cultuur – Ondernemen [Vervallen per 01-07-2012]

  • 1 De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid stelt de vergoeding vast binnen een half jaar na ontvangst van de kostenopgave, bedoeld in artikel 3a, derde lid.

  • 2 Indien de kostenopgave niet is ontvangen binnen de in artikel 3a, eerste lid, gestelde termijn dan wel niet is voorzien van de verklaring, bedoeld in artikel 3a, derde lid, kan de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid de vergoeding over de looptijd van de regeling ambtshalve vaststellen.

Artikel 4. Inwerkingtreding [Vervallen per 01-07-2012]

  • 1 Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst, werkt terug tot en met 1 januari 2012 en vervalt met ingang van 1 juli 2012.

  • 2 In afwijking van het eerste lid blijft deze regeling, zoals deze luidde op 30 juni 2012 van toepassing op de financiële afwikkeling van deze regeling.

Artikel 5. Citeertitel [Vervallen per 01-07-2012]

Deze regeling wordt aangehaald als: Tijdelijke regeling uitkering aan voormalig WWIK-gerechtigden.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Den Haag, 18 januari 2012

De

Staatssecretaris

van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

P. de Krom

Bijlage 1. als bedoeld in artikel 3c, tweede lid, van de Tijdelijke regeling uitkering aan voormalig WWIK-gerechtigden [Vervallen per 01-07-2012]

Bijlage 249996.png

Bijlage 2. als bedoeld in artikel 3c, derde lid, van de Tijdelijke regeling uitkering aan voormalig WWIK-gerechtigden [Vervallen per 01-07-2012]

Bijlage 249997.png

Bijlage 3. als bedoeld in artikel 3c, derde lid, van de Tijdelijke regeling uitkering aan voormalig WWIK-gerechtigden [Vervallen per 01-07-2012]

De krachtens artikel 3a, derde lid, van de Tijdelijke regeling uitkering aan voormalig WWIK-gerechtigden te stellen regels inzake de accountantsverklaring bij de kostenopgave van de Stichting Cultuur – Ondernemen, bedoeld in artikel 3a, eerste lid, van de Tijdelijke regeling uitkering aan voormalig WWIK-gerechtigden en het onderzoek dat resulteert in de accountantsverklaring

Controle- en rapportageprotocol [Vervallen per 01-07-2012]

1. Inleiding [Vervallen per 01-07-2012]

De Stichting Cultuur – Ondernemen (SC-O) is belast met de advisering als bedoeld in artikel 3a, eerste lid, van de Tijdelijke regeling uitkering aan voormalig WWIK-gerechtigden.

Het bestuur van de SC-O verantwoordt de over de looptijd van de regeling voor rijksvergoeding in aanmerking komende declarabele adviezen door middel van een door haar ondertekende kostenopgave, als bedoeld in artikel 3a, derde lid, van de Tijdelijke regeling uitkering aan voormalig WWIK-gerechtigden.

Het bestuur van de SC-O draagt zorg voor de tijdige inzending van de kostenopgave en de daarop betrekking hebbende accountantsverklaring. Deze verklaring wordt afgegeven op basis van een onderzoek dat met inachtneming van dit controle- en rapportageprotocol is uitgevoerd.

2. Het accountantsonderzoek [Vervallen per 01-07-2012]

Het onderzoek door de accountant omvat de juistheid en rechtmatigheid van de in de kostenopgave verantwoorde uitvoeringskosten.

Ten behoeve van de juistheid en rechtmatigheid van de aantallen stelt de accountant vast dat adviezen alleen op verzoek van het college zijn uitgebracht, gelet op artikel 3b, eerste lid, van de Tijdelijke regeling uitkering aan voormalig WWIK-gerechtigden.

De controle van de kostenopgave wordt afgesloten met een accountantsverklaring. De accountantsverklaring omvat een oordeel over de juistheid en rechtmatigheid van de in de kostenopgave opgenomen informatie. Voor de verklaring moet worden gebruikgemaakt van het door het ministerie verstrekte formulier van het model dat is opgenomen in bijlage 2 bij de Tijdelijke regeling uitkering aan voormalig WWIK-gerechtigden.

De goedkeuringstolerantie is 1%. Indien de onjuistheden/onrechtmatigheden groter zijn dan 1%, dan mag geen goedkeurende accountantsverklaring worden afgegeven. In deze situatie wordt op het vervolgblad bij de accountantsverklaring de reden en de omvang van de fout (geëxtrapoleerd naar de massa) aangegeven.

3. Kostenopgave ten behoeve van de Stichting Cultuur – Ondernemen [Vervallen per 01-07-2012]

Met betrekking tot de kostenopgave dienen de volgende taken te worden uitgevoerd:

  • vaststellen dat per uitgebracht advies ten aanzien van wie gedurende de looptijd van de regeling op verzoek van het college advies is uitgebracht, het bedrag wordt gedeclareerd genoemd in artikel 3b, eerste lid, van de Tijdelijke regeling uitkering aan voormalig WWIK-gerechtigden;

  • vaststellen dat de advisering heeft plaatsgevonden op verzoek van het college, gelet op artikel 3b, eerste lid, van de Tijdelijke regeling uitkering aan voormalig WWIK-gerechtigden, waarbij de datum van het afgegeven advies is gelegen in de looptijd van de regeling.