Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Hygiënebesluit kalkoenkuikenbroederijen (PPE) 2011[Regeling vervallen per 01-01-2015.]

Geldend van 23-09-2012 t/m 31-12-2014

Besluit van het bestuur van het Productschap van Pluimvee en Eieren van 15 september 2011 tot uitwerking van de voorschriften inzake de bestrijding van Salmonella in kalkoenkuikenbroederijen (Hygiënebesluit kalkoenkuikenbroederijen (PPE) 2011)

Het bestuur van het Productschap Pluimvee en Eieren;

Gelet op de artikelen 6, 7, 8, 14, 15 en 16 van de Verordening hygiënemaatregelen en bestrijding zoönosen in de kalkoensector (PPE) 2011;

Besluit:

Artikel 1 [Vervallen per 01-01-2015]

Dit besluit neemt de terminologie, als omschreven in artikel 1 van de Verordening hygiënemaatregelen en bestrijding zoönosen in de kalkoensector (PPE) 2011 (hierna: de Verordening), over en verstaat daarnaast onder:

  • 1. ondernemer: een natuurlijk persoon of rechtspersoon die een kalkoenkuikenbroederij uitoefent, en

  • 2. Salmonella Typhimurium mede: monofasische Salmonella Typhimurium met de antigene formule 1,4,[5],12:i:-.

Hygiëneonderzoek [Vervallen per 01-01-2015]

Artikel 2 [Vervallen per 01-01-2015]

  • 1 De ondernemer laat zes keer per kalenderjaar een hygiëneonderzoek door GD uitvoeren, overeenkomstig Bijlage I.

  • 2 De ondernemer mag onderdelen van het hygiëneonderzoek zelf uitvoeren. overeenkomstig Bijlage II.

  • 3 De ondernemer neemt op grond van de uitslag van het hygiëneonderzoek de maatregelen die zijn opgenomen in Bijlage I, hoofdstuk C, onderdelen 1., 2. en 3.

Monsterneming in het kader van artikel 7 van de Verordening (reguliere monsterneming) [Vervallen per 01-01-2015]

Artikel 3 [Vervallen per 01-01-2015]

De ondernemer neemt de monsters als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de Verordening overeenkomstig de werkvoorschriften opgenomen in Bijlage III (dons, meconium of liggenblijvers).

Detectie en serotypering monsters [Vervallen per 01-01-2015]

Artikel 4 [Vervallen per 01-01-2015]

  • 1 De ondernemer zorgt ervoor dat de monsters als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de Verordening binnen 24 uur na de monsterneming zijn verzonden naar een voor detectie van Salmonella erkend laboratorium.

  • 2 Indien het voor detectie van Salmonella erkende laboratorium Salmonella in een monster heeft gedetecteerd, dan zorgt de ondernemer ervoor dat dit monster onverwijld na de detectie wordt geserotypeerd door een voor serotypering erkend laboratorium.

Melding uitslagen onderzoek naar Salmonella [Vervallen per 01-01-2015]

Artikel 5 [Vervallen per 01-01-2015]

  • 1 Indien uit de uitslag van de serotypering blijkt dat in een monster Salmonella Enteritidis of Salmonella Typhimurium, Salmonella Hadar, Salmonella Infantis of Salmonella Virchow is aangetoond, dan zorgt de ondernemer ervoor dat dit binnen één werkdag nadat deze uitslag bij hem bekend is, is gemeld aan de voorzitter, aan GD, aan het fokbedrijf of vermeerderingsbedrijf dat de broedeieren heeft geproduceerd waarvan de monsters afkomstig zijn en aan het bedrijf dat de kalkoenen afneemt die uit deze broedeieren zijn geboren (opfokbedrijf, fokbedrijf, vermeerderingsbedrijf of vleeskalkoenbedrijf).

  • 2 Indien uit de uitslag van de detectie blijkt dat geen Salmonella in een monster is aangetoond of indien uit de uitslag van de serotypering blijkt dat in een monster een ander serotype Salmonella dan Salmonella Enteritidis, Salmonella Typhimurium, Salmonella Hadar, Salmonella Infantis, Salmonella Virchow is aangetoond, dan zorgt de ondernemer ervoor dat dit binnen tien werkdagen nadat de uitslag bij hem bekend is, is gemeld aan de voorzitter, aan het fokbedrijf of vermeerderingsbedrijf dat de broedeieren heeft geproduceerd waarvan de monsters afkomstig zijn en aan het bedrijf dat de kalkoenen afneemt die uit deze broedeieren zijn geboren (opfokbedrijf, fokbedrijf, vermeerderingsbedrijf of vleeskalkoenbedrijf).

  • 4 De in het eerste en tweede lid bedoelde melding aan de voorzitter bevat naast de uitslag van het serotype Salmonella of de negatieve uitslag van de detectie de volgende gegevens:

    • Naam of KIP-nummer van het fokbedrijf of vermeerderingsbedrijf dat de broedeieren heeft geproduceerd waarvan de monsters afkomstig zijn,

    • Activiteit: kalkoenkuikenbroederij,

    • Geboortedatum kalkoenkuikens,

    • Kastnummer,

    • Datum monsterneming,

    • Type monster (dons, meconium of liggenblijvers),

    • Type onderzoek (regulier + Salmonella),

    • In geval van een negatieve uitslag de datum van de uitslag van de detectie,

    • In geval van een positieve uitslag de datum van de uitslag van de serotypering.

Maatregelen bij een besmetting met Salmonella [Vervallen per 01-01-2015]

Artikel 6 [Vervallen per 01-01-2015]

Indien de voorzitter op grond van het onderzoek naar Salmonella als bedoeld in artikel 4, tweede lid, of artikel 7, tweede lid, dan wel het verificatieonderzoek als bedoeld in artikel 4, vierde lid, of artikel 7, vierde lid van de Verordening, een besmetting met Salmonella Enteritidis of Salmonella Typhimurium heeft vastgesteld bij het stalkoppel fokkalkoenen of vermeerderingskalkoenen dat de broedeieren heeft geproduceerd waarvan de monsters als bedoeld in artikel 7 afkomstig zijn, dan is de ondernemer verplicht om de maatregelen als bedoeld in artikel 8 van de Verordening uit te voeren.

Hygiëne-eisen inrichting kalkoenkuikenbroederij [Vervallen per 01-01-2015]

Artikel 7 [Vervallen per 01-01-2015]

  • 1 De ondernemer werkt overeenkomstig een door de voorzitter goedgekeurd plan dat voldoet aan het bepaalde in Bijlage IV, waarin is beschreven op welke wijze de kalkoenkuikenbroederij wordt ingericht en op welke wijze in de kalkoenkuikenbroederij wordt gewerkt, zodat in de kalkoenkuikenbroederij en tijdens het transport geen kruisbesmetting van Salmonella kan ontstaan.

  • 2 De ondernemer legt broedeieren in overeenkomstig de indeling zoals opgenomen in Bijlage V, teneinde kruisbesmetting van Salmonella te voorkomen.

Bewaarplicht [Vervallen per 01-01-2015]

Artikel 8 [Vervallen per 01-01-2015]

  • 1 De ondernemer bewaart de uitslagen van het hygiëneonderzoek, de detectie en de serotypering gedurende ten minste twee jaren na ontvangst van de uitslagen.

  • 2 De ondernemer registreert de uitslagen van de ingevolge de artikelen 4 en 7 van de Verordening uitgevoerde onderzoeken naar Salmonella per kalkoenkuikenbroederij, per fokbedrijf, per vermeerderingsbedrijf en per stal van het fokbedrijf of vermeerderingsbedrijf. De ondernemer bewaart deze uitslagen gedurende ten minste twee jaren nadat het betreffende stalkoppel is geruimd.

Slotbepaling [Vervallen per 01-01-2015]

Artikel 9 [Vervallen per 01-01-2015]

  • 1

Dit besluit kan worden aangehaald als Hygiënebesluit kalkoenkuikenbroederijen (PPE) 2011.

  • 2

Dit besluit wordt gepubliceerd in het Verordeningenblad Bedrijfsorganisatie en het treedt in werking met ingang van 1 januari 2012.

Zoetermeer, 15 september 2011

B.J. Krouwel

voorzitter

B.M. Dellaert

secretaris

Bijlage I. Hygiëneonderzoeken in de kalkoenkuikenbroederij [Vervallen per 01-01-2015]

Procedure [Vervallen per 01-01-2015]

In deze bijlage wordt de procedure voor het uitvoeren van hygiëneonderzoeken in de kalkoenkuikenbroederij omschreven. Het hygiëneonderzoek bestaat uit een bepaling van de hygiënestatus door middel van het bepalen van het aantal kolonie vormende eenheden (kve) met Rodacplaatjes (zie onderdeel A. van deze bijlage) en een onderzoek naar Salmonella door middel van swabs (zie onderdeel B. van deze bijlage).

Er zijn twee typen hygiëneonderzoeken:

  • 1. Een standaard hygiëneonderzoek, vier keer per kalenderjaar;

  • 2. Een uitgebreid hygiëneonderzoek, twee keer per kalenderjaar.

Beide typen hygiëneonderzoek worden uitgevoerd door GD. Het standaard hygiëne onderzoek wordt onaangekondigd uitgevoerd. Voor het uitgebreide hygiëneonderzoek dient de ondernemer van tevoren een afspraak met GD te maken. Onder bepaalde voorwaarden kan de ondernemer het standaard hygiëneonderzoek zelf uitvoeren. Deze voorwaarden staan beschreven in Bijlage II van dit besluit. Het standaard hygiëneonderzoek en het uitgebreide hygiëneonderzoek zijn beschreven in tabel 2.

Beide typen hygiëneonderzoek worden uitgevoerd op een tijdstip dat de ruimten van de kalkoenkuikenbroederij na het ontsmetten zijn opgedroogd, het desinfectans zijn werk heeft gedaan en het oppervlak nog niet bezoedeld is door de uitvoering van de werkzaamheden.

A. Bepalen hygiënestatus [Vervallen per 01-01-2015]

Indien één of meerdere onderdelen genoemd in tabel 2 niet bemonsterd kunnen worden dan dient dit met redenen omkleed vermeld te worden op het uitslagformulier. Van elk onderdeel wordt een individueel gemiddelde berekend. Het totale gemiddelde wordt berekend door de gemiddelden van alle onderdelen op te tellen en te delen door de som van het aantal onderdelen (dit vormt het gemiddelde van de gemiddelden).

De monsters worden genomen met Rodacplaatjes met een diameter van 5,5 cm. Tabel 1 wordt aangehouden bij het bepalen van de score per Rodacplaatje. Tabel 2 bepaalt hoeveel Rodacplaatjes worden gebruikt bij het uitvoeren van het hygiëneonderzoek.

De verwerking van de monsters voor het hygiëneonderzoek in kalkoenkuikenbroederijen dient plaats te vinden volgens het onderzoek zoals beschreven in het Besluit erkenningsvoorwaarden en werkwijzen HOSOWO-instanties (PPE) 2011.

Tabel 1 Bepalen score Rodacplaatje

Aantal kolonie vormende eenheden (kve) op het Rodacplaatje

Score

0

0

1 t/m 40

1

41 t/m 120

2

121 t/m 400

3

> 400

4

Ontelbaar

5

Tabel 2 Monsterschema
   

Standaard hygiëneonderzoek

Uitgebreide hygiëneonderzoek

Onderdeel

Locatie monsterneming

Aantal afdrukken

Aantal afdrukken

Aanvoerlokaal + eiersorteer

Vloer

Inventaris

Transportkar

2

1

1

2

1

Hygiënesluis

Vloer

Wand

1

1

Afraaplokaal

Vloer

Inventaris

2

2

Kantine

Vloer

Tafel

1

1

2

1

Spoelruimte

Vloer

Inventaris

Bak

2

1

2

2

2

Kleedlokaal

Vloer

 

2

Schouwlokaal

Vloer

Inventaris

1

1

1

2

Gang

Vloer

 

2

Afvoergarage

Vloer

 

2

1 voorbroedlokaal

Vloer

Wand

2

2

1

1 uitkomstlokaal

Vloer

Wand

2

2

1

2 voorbroedkasten

Vloer

Wand

Eieren

2 x 2

2 x 1

2 x 2

2 x 1

2 x 1

1 uitkomstkast

Vloer

Wand

Plafond

1 x 2

1 x 2

1 x 1

1 x 1

Negatieve controle

 

1

1

Totaal

 

24

49

       

B. Onderzoek naar Salmonella [Vervallen per 01-01-2015]

In de kalkoenkuikenbroederij moet tijdens elk hygiëneonderzoek een onderzoek naar Salmonella worden uitgevoerd. Doel van dit onderzoek is om te controleren of eventueel Salmonella in de kalkoenkuikenbroederij aanwezig is. Het doel is niet om aan te tonen dat de broedeieren en de kalkoenen besmet zijn met Salmonella. Daarvoor dient het onderzoek naar dons, meconium of liggenblijvers.

Het onderzoek naar Salmonella bestaat uit een monsterneming van 60 swabs. De swabs worden tijdens de monsterneming bevochtigd met Pepton/Fysiologisch zout. Per swab wordt een oppervlakte van 25 cm2 bemonsterd. De swabs worden, per 20 stuks, verzameld in één pot. De swabs moeten worden onderzocht door een door de voorzitter voor detectie van Salmonella erkend laboratorium.

De locaties genoemd in tabel 3 dienen te worden bemonsterd.

Tabel 3 Locatie onderzoek naar Salmonella

Locatie

Locatie monsterneming

Aantal swabs

Pot-nummer

Aanvoerlokaal + eiersorteer

Vloer

Inventaris

Containers

5

2

2

1

Kleedlokaal

Vloer

Inventaris

wc

3

2

1

1

Kantine

Vloer

Inventaris

3

2

1

       

Voorbroedlokalen

Vloer

6

2

Voorbroedkasten en gereinigde uitkomstkasten

Vloer

14

2

       

Spoelruimte

Vloer

Krattenwasser

Inventaris

3

1

2

3

Schouwlokaal

Vloer

Inventaris

3

3

3

Afraaplokaal

Vloer

Inventaris

5

3

3

C. Beoordeling uitslagen en maatregelen [Vervallen per 01-01-2015]

De beoordeling van de uitslagen is gebaseerd op het hoogste individuele gemiddelde van de onderdelen en een totaal gemiddelde van de kalkoenkuikenbroederij. Op basis van de gemiddelden en de aanwezigheid van Salmonella dient de ondernemer al dan niet maatregelen te nemen.

1. Maatregelen na beoordeling van het gemiddelde per bemonsterde ruimte [Vervallen per 01-01-2015]

Het gemiddelde van de uitslagen van de hygiëneonderzoeken per onderdeel mag niet hoger zijn dan 3, tenzij de monsternemer heeft aangegeven dat tijdens de monsterneming dusdanige werkzaamheden werden uitgevoerd dat deze de uitslag beïnvloedden. In dat geval wordt het genoemde gemiddelde niet meegenomen in de totale beoordeling. In het geval een individueel gemiddelde meer dan 3 is, dient de uitslag bij het volgende onderzoek ten minste voldoende te zijn. Indien het betreffende onderdeel wederom een gemiddelde van 3 of hoger scoort, dient de ondernemer binnen een tijdsbestek van twee maanden een extra uitgebreid hygiëneonderzoek te laten uitvoeren.

Tabel 4 Maatregelen na beoordeling van het gemiddelde per onderdeel (individuele beoordeling)
Gemiddelde van individueel onderdeel Beoordeling Maatregelen

Kleiner dan of gelijk aan 1

Zeer goed

Geen

Groter dan 1 en kleiner dan of gelijk aan 2

Goed

Geen

Groter dan 2 en kleiner dan of gelijk aan 3

Voldoende

Geen

Groter dan 3

Onvoldoende

Gemiddelde van de volgende bemonstering van het betreffende onderdeel minimaal voldoende, anders een extra uitgebreid hygiëneonderzoek binnen twee maanden.

2. Maatregelen na beoordeling van het gemiddelde van de totale kalkoenkuikenbroederij [Vervallen per 01-01-2015]

lokalen of kasten in een kalkoenkuikenbroederij mag niet hoger zijn dan 3. In het geval het gemiddelde van een kalkoenkuikenbroederij groter dan 3 is, dient de ondernemer binnen een periode van één maand een extra uitgebreid hygiëneonderzoek te laten uitvoeren. Wanneer het gemiddelde van een kalkoenkuikenbroederij groter is dan 2 en kleiner is dan 3 dan dient de ondernemer binnen een periode van twee maanden een extra uitgebreid hygiëneonderzoek te laten uitvoeren. Als het gemiddelde van een kalkoenkuikenbroederij groter is dan 1,5 en kleiner dan 2, dan dient het gemiddelde van de kalkoenkuikenbroederij bij een volgende bemonstering ten minste voldoende te zijn. Wanneer bij een volgende bemonstering wederom het gemiddelde tussen de 1,5 en 2 bedraagt dient de ondernemer binnen een periode van twee maanden, een extra uitgebreid hygiëneonderzoek te laten uitvoeren.

Tabel 5 Maatregelen na beoordeling van het gemiddelde per kalkoenkuikenbroederij (totale beoordeling)
Kalkoenkuikenbroederij gemiddelde Beoordeling Maatregelen

0

Uitstekend

Geen

Groter dan 0 en kleiner dan of gelijk aan 0,5

Zeer goed

Geen

Groter dan 0,5 en kleiner dan of gelijk aan 1

Goed

Geen

Groter dan 1 en kleiner dan of gelijk aan 1,5

Voldoende

Geen

Groter dan 1,5 en kleiner dan of gelijk aan 2

Onvoldoende

Kalkoenkuiken-broederij gemiddelde van de volgende bemonstering dient minimaal voldoende te zijn, anders een extra uitgebreid hygiëneonderzoek binnen twee maanden

Groter dan 2 en kleiner dan of gelijk aan 3

Slecht

extra uitgebreid hygiëneonderzoek binnen twee maanden

Groter dan 3

Zeer slecht

extra uitgebreid hygiëneonderzoek binnen één maand

3. Maatregelen uitkomst onderzoek naar Salmonella [Vervallen per 01-01-2015]

Een isolatie van een Salmonella leidt tot een extra uitgebreid hygiëneonderzoek binnen één maand na het bekend worden van de positieve isolatie.

Bijlage II. Voorwaarden voor het uitvoeren van onderdelen van het hygiëneonderzoek door de ondernemer zelf [Vervallen per 01-01-2015]

Het hygiëneonderzoek zoals beschreven in Bijlage I bestaat uit een aangekondigd uitgebreid hygiëneonderzoek dat twee maal per kalenderjaar plaatsvindt en uit korte hygiëneonderzoeken die vier maal per kalenderjaar plaatsvinden: de zogenaamde standaard hygiëneonderzoeken. Het standaard hygiëneonderzoek kan door de ondernemer zelf worden uitgevoerd, mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden:

  • 1. Het hygiëneonderzoek en de maatregelen worden uitgevoerd op de wijze zoals beschreven in bijlage I; en

  • 2. De uitslagen van de uitgebreide hygiëneonderzoeken zoals beschreven in tabel 4 en tabel 5 van Bijlage I tenminste voldoende zijn; en

  • 3. Op basis van het onderzoek naar Salmonella als bedoeld in bijlage I is geen Salmonella in de kalkoenkuikenbroederij aangetoond.

De uitslagen van het hygiëneonderzoek worden meegenomen in de controle van de kalkoenkuikenbroederijen als bedoeld in artikel 17, tweede lid, van de Verordening. Wanneer uit de resultaten van de controle blijkt dat de standaard hygiëneonderzoeken niet correct zijn uitgevoerd of dat na de beoordeling niet de juiste maatregel is genomen dan worden de standaard hygiëneonderzoeken gedurende één jaar wederom uitgevoerd door GD.

Het halfjaarlijkse uitgebreide hygiëneonderzoek wordt door GD uitgevoerd. Wanneer de resultaten van het uitgebreide hygiëneonderzoek onvoldoende of slecht zijn dan voert GD de standaard hygiëneonderzoeken opnieuw uit, totdat uit twee opeenvolgende uitgebreide hygiëneonderzoeken blijkt dat de kalkoenkuikenbroederij tenminste voldoende scoort voor de uitgebreide hygiëneonderzoeken.

Bijlage III. Werkvoorschrift voor het nemen van monsters in de kalkoenkuikenbroederij [Vervallen per 01-01-2015]

Doel [Vervallen per 01-01-2015]

Dit werkvoorschrift beschrijft de monsterneming van dons, meconium en liggenblijvers uit uitkomstladen in kalkoenkuikenbroederijen als bedoeld in artikel 7 van de Verordening en artikel 3 van dit besluit. De monsters van dons, meconium en liggenblijvers worden genomen door of in opdracht van de ondernemer.

Werkvoorschriften monsterneming [Vervallen per 01-01-2015]

Algemeen
  • 1. De monsters worden genomen van iedere uitkomst in iedere uitkomstkast van de kalkoenkuikenbroederij;

  • 2. Monsters genomen van de broedeieren in één uitkomstkast worden beschouwd als zijnde afkomstig van één partij, ook indien de broedeieren geproduceerd zijn door meerdere stalkoppels fokkalkoenen of vermeerderingskalkoenen;

  • 3. Indien een monster positief wordt bevonden draagt de kalkoenkuikenbroederij zorg voor een tijdige melding aan alle leveranciers die broedeieren hebben geleverd voor de betreffende partij broedeieren.

De kalkoenkuikenbroederij moet een protocol hebben waarin staat vermeld:

  • 1. Wie verantwoordelijk is voor de monsterneming,

  • 2. Hoe, waar en wanneer de monsterneming wordt uitgevoerd,

  • 3. Hoe de monsters kunnen worden getraceerd naar het bedrijf/de stal(len) van herkomst.

Benodigdheden voor het nemen van monsters
  • 1. Steriele goed afsluitbare plastic zak of pot;

  • 2. Etiketten;

  • 3. Steriele plastic handschoenen;

  • 4. Inzendformulier.

A. Uitvoering monsterneming dons [Vervallen per 01-01-2015]

  • 1. Per uitkomstkast worden ten minste 5 donsmonsters genomen.

  • 2. Elk donsmonster moet een monster zijn van minimaal 5 gram natte dons, genomen op de dag dat de kuikens worden afgeraapt, nadat de laatste kuikens uit de kast zijn verwijderd.

  • 3. De monsters dienen op verschillende plaatsen in de uitkomstkast genomen te worden waarbij bij voorkeur een monster van de ventilator of grond genomen moet worden en monsters genomen dienen te worden van de linker-, rechter-, boven- en onderkant van de koelbuizen.

  • 4. De monsters (in totaal 25 gram dons) kunnen in één pot of zak verzameld worden.

  • 5. Het monster wordt genomen zonder het dons met de handen aan te raken of anderszins risico van kruisbesmetting te lopen.

B. Uitvoering monsterneming meconium [Vervallen per 01-01-2015]

  • 1. Van één leverantie broedeieren dienen ten minste 250 meconiummonsters te worden verzameld.

  • 2. De monsters dienen op verschillende plaatsen in de uitkomstkasten te worden genomen.

  • 3. Monsterneming dient te geschieden zonder het meconium met de handen aan te raken of anderszins risico van kruisbesmetting te lopen.

  • 4. Het monster wordt zodanig genomen dat het monster niet met iets anders in aanraking kan komen, om een eventuele besmetting van/vanuit de omgeving te voorkomen.

  • 5. De monsters kunnen in één plastic pot of zak worden verzameld.

C. Uitvoering monsterneming liggenblijvers [Vervallen per 01-01-2015]

  • 1. Van één leverantie broedeieren dienen karkassen van 60 niet aangepikte liggenblijvers (broedeieren) die in de schaal zijn gestorven te worden bemonsterd.

  • 2. De monsters dienen op verschillende plaatsen in de uitkomstkasten genomen te worden.

  • 3. Monsterneming dient te geschieden zonder de dode kuikens met de handen aan te raken of anderszins risico van kruisbesmetting te lopen.

  • 4. Het monster wordt zodanig genomen dat het monster niet met iets anders in aanraking kan komen, om een eventuele besmetting van/vanuit de omgeving te voorkomen.

  • 5. De monsters kunnen in één plastic pot of zak worden verzameld.

Voor de monsters genomen onder A., B. en C. geldt vervolgens: [Vervallen per 01-01-2015]

Iedere pot of plastic zak dient direct na het vullen zorgvuldig gesloten te worden. Elke pot of plastic zak moet van een etiket met daarop de volgende gegevens worden voorzien:

  • 1. datum van monsterneming,

  • 2. registratie-nummer (KIP-nummer) en naam van de broederij,

  • 3. uitkomstkastnummer(s).

Verzenden monsters [Vervallen per 01-01-2015]

Bij de verzending van de monsters houdt de ondernemer of degene die de monsterneming uitvoert zich aan het volgende:

  • 1. De monsters moeten binnen 24 uur verzonden zijn naar een voor detectie van Salmonella erkend laboratorium.

  • 2. De monsters moeten zo zijn verpakt dat onderweg geen lekkage kan optreden en zo geadresseerd dat voor de transporteur en de ontvanger geen verwarring ontstaat.

Inzendformulier [Vervallen per 01-01-2015]

Elke inzending van monsters naar het voor detectie erkende laboratorium moet vergezeld gaan van een inzendformulier met ten minste de volgende, duidelijk leesbare, gegevens. Indien deze gegevens geheel of gedeeltelijk op een andere manier al bij het laboratorium bekend zijn, dan hoeven deze niet opnieuw te worden doorgegeven.

  • 1. Afzender (n.a.w. + KIP-nummer);

  • 2. Activiteit: kalkoenkuikens;

  • 3. Kastnummer (indien meerdere monsters in één zending worden verstuurd dan moet duidelijk worden aangegeven welk monster bij welke kast hoort);

  • 4. Koppelnummer (niet verplicht);

  • 5. Geboortedatum kalkoenkuikens;

  • 6. Type monster;

  • 7. Type onderzoek: regulier (als bedoeld in artikel 7 van de Verordening) + Salmonella;

  • 8. Monsternemer: dierenarts / GD / HOSOWO-instantie / broederij;

  • 9. Datum monsterneming.

Laboratorium [Vervallen per 01-01-2015]

Monsters dienen te worden onderzocht door een voor detectie erkend laboratorium, en in geval van de aanwezigheid van Salmonella, te worden geserotypeerd op alle typen Salmonella door een voor serotypering erkend laboratorium. De ondernemer zorgt ervoor dat het monster onverwijld na de detectie wordt geserotypeerd. Als het voor detectie erkende laboratorium niet tevens is erkend voor serotypering of het serotype Salmonella niet kan bepalen, dan zal dit laboratorium het monster verzenden naar een voor serotypering erkend laboratorium, zonder actieve tussenkomst van de ondernemer. De ondernemer dient daarom het voor detectie erkende laboratorium duidelijk opdracht te geven dat indien de detectie van een monster Salmonella aantoont, dit monster onverwijld wordt geserotypeerd.

Na ontvangst van de uitslag van het laboratorium meldt de ondernemer deze uitslag aan de voorzitter. Deze melding dient binnen één werkdag te gebeuren indien het Salmonella Enteritidis, Salmonella Typhimurium, Salmonella Hadar, Salmonella Infantis of Salmonella Virchow betreft. Uitslagen van overige serotypen Salmonella of een negatieve uitslag dient de ondernemer binnen tien werkdagen na ontvangst van het laboratorium aan de voorzitter te melden.

Bijlage IV. Leidraad voor het opzetten van een bedrijfsplan voor kalkoenkuikenbroederijen [Vervallen per 01-01-2015]

Om te komen tot een kalkoenkuikenbroederij waarin kruisbesmetting met Salmonella wordt voorkomen, zal aan een aantal eisen voldaan dienen te worden.

Volgens artikel 5 van dit besluit dient iedere kalkoenkuikenbroederij over een door de Voorzitter van het Productschap goedgekeurd plan te beschikken. Bijgaande leidraad is bedoeld als hulpmiddel en model bij het opstellen van dit bedrijfsplan.

Onderdelen bedrijfsplan.

Het bedrijfsplan dient betrekking te hebben op zowel de inrichting als de werkwijze in de kalkoenkuikenbroederij. De volgende indeling wordt aanbevolen:

  • 1. Hygiënebewustzijn en persoonlijke hygiëne;

  • 2. Hygiënemanagement in de kalkoenkuikenbroederij, waaronder reinigings- en desinfectieplan;

  • 3. Logistiek van het broeden;

  • 4. Afvalverwerking.

1. Hygiënebewustzijn en persoonlijke hygiëne

Het onderdeel hygiënebewustzijn en persoonlijke hygiëne dient te bevatten:

  • 1.1 procedures over de wijze waarop het personeel (intern of extern) wordt opgeleid, zodat het personeel op de hoogte is van Salmonella, de wijze van verspreiding en de interne procedures om Salmonella te beheersen;

  • 1.2 procedures over o.a. het wassen van handen, douchen, dragen van bedrijfskleding (aparte kleding/schoeisel voor vuile en schone gedeelte van de broederij), eten, drinken en roken op de werkplek, etc.

2. Hygiënemanagement in de kalkoenkuikenbroederij

Het onderdeel hygiëne management in de kalkoenkuikenbroederij dient te bevatten:

  • 2.1. procedures over het aanleveren van broedeieren waaronder het gescheiden aanleveren van gewassen eieren etc.;

  • 2.2. procedures voor de wijze van ontvangst en verwerking van de broedeieren, waaronder wijze van sorteren, behandeling en wijze van inleggen van vuile en gewassen eieren, hygiëne bij overleggen, etc.;

  • 2.3. procedures over de hygiëne in de kalkoenkuikenbroederij, waaronder de wijze waarop schone en vuile gedeelten in de kalkoenkuikenbroederij worden aangegeven, procedures voor het personeel waarin de looproutes in de kalkoenkuikenbroederij staan beschreven etc.;

  • 2.4. procedures voor reiniging en desinfectie, waarin o.a. frequentie, reinigings- en ontsmettingsmiddelen en werkwijze worden weergegeven van zowel de kalkoenkuikenbroederij als de vervoers- en transportmiddelen (kratten dan wel containers), een plattegrond van de te reinigen lokalen en de opslag van middelen, aanwijzing van de verantwoordelijke personen, persoonlijke bescherming etc.;

  • 2.5 procedures voor de controle van de hygiëne in de kalkoenkuikenbroederij, waarin o.a. staat aangegeven wanneer en op welke wijze wordt gecontroleerd en wat de acties bij afwijkingen zijn;

  • 2.6. ongediertebestrijdingsplan;

  • 2.7. andere procedures met betrekking op het algemene hygiënemanagement.

3. Logistiek van het broeden.

In onderstaande maatregelen wordt een voorzet gegeven hoe in het kader van het bedrijfsplan met broedeieren op kalkoenkuikenbroederij-niveau moet worden omgegaan. Het gaat hierbij om zowel bouwkundige en technische voorzieningen als om een aantal protocollen voor werkwijze, voor wat betreft mogelijk besmette broedeieren. Uitgangspunt voor de richtlijn is dat eieren, kuikens of afvalmateriaal en dons van kuikens van mogelijk besmette koppels niet in contact mogen komen met eieren of kuikens van vrije koppels. Wanneer dit wel gebeurt moet de hele partij als mogelijk besmet worden beschouwd.

  • 3.1. ei-transport en -bewaring

    Maatregel: niet-ontsmette eieren van mogelijk besmette koppels worden zo min mogelijk tegelijk met vrije eieren vervoerd. Na transport van mogelijk besmette eieren moet de vrachtwagen gereinigd en ontsmet worden. Het is ook mogelijk de broedeieren van mogelijk besmette koppels als laatste op te halen en de broedeieren hetzij op het vermeerderingsbedrijf zijn ontsmet, hetzij direct in de vrachtwagen te ontsmetten.

    Karakter: verplicht in het eigen bedrijfsplan aangeven hoe dit punt wordt aangepakt.

    Motivatie: eieren van mogelijk besmette koppels vormen een verhoogd risico voor horizontale transmissie, apart ophalen voorkomt transmissie via de vrachtwagen of personen, fouten in de aanvoerlogistiek (verwisselen van containers) worden beter voorkomen.

  • 3.2. logistiek was- en grondeieren

  • Maatregel: waseieren en grondeieren van mogelijk besmette koppels moeten bij voorkeur niet ingelegd worden. Wanneer ze wel ingelegd worden, worden ze bij voorkeur niet in dezelfde voorbroeder gebroed als eieren van vrije koppels (mogelijk in een aparte voorbroeder met alleen waseieren en grondeieren of in een voorbroeder met alleen besmette koppels). Wanneer dit niet mogelijk is dienen de waseieren en grondeieren altijd onderop te worden geplaatst, zodat besmetting door klapeieren zoveel mogelijk wordt voorkomen.

    Karakter: verplicht in het eigen bedrijfsplan aangeven hoe dit punt wordt aangepakt.

    Motivatie: waseieren en grondeieren vormen een verhoogd risico op klapeieren, waardoor een eventuele besmetting in de voorbroeder verspreid kan worden.

  • 3.3. ontsmetting 18 dagen

    Maatregel: eieren van mogelijk besmette koppels en van vrije koppels die in dezelfde voorbroeder zijn gebroed dienen na overleggen ontsmet te worden.

    Karakter: verplicht.

    Motivatie: tegengaan van kruisbesmetting bij transport van eieren door de kalkoenkuikenbroederij. Door na overleggen te ontsmetten kan een eventuele verspreiding tegengegaan worden.

  • 3.4. logistiek van overleg

    Maatregel:eieren van mogelijk besmette koppels dienen als laatste partij van de dag te worden geschouwd en overgelegd. Na schouw en overleg dient de apparatuur gereinigd en ontsmet te worden.

    Karakter:verplicht.

    Motivatie:door schouwen en overleggen kan horizontale verspreiding via apparatuur en personen worden veroorzaakt.

  • 3.5. klimaatscheiding uitkomstkasten

    Maatregel:eieren van mogelijk besmette koppels dienen in een apart uitkomstlokaal uitgebroed te worden. De aanvoer van lucht mag van een gezamenlijke ruimte afkomstig zijn. Voor de afvoer van de lucht geldt:

    • a. De aanvoer vindt bij voorkeur volledig gescheiden plaats van de luchtkanalen van de overige uitkomstlokalen.

    • b. Wanneer de luchtafvoer plaatsvindt via hetzelfde luchtkanaal dient de luchtafvoer van het uitkomstlokaal dat gebruikt wordt voor de mogelijk besmette koppels als laatste op het afvoerkanaal worden aangesloten, zo dicht mogelijk bij de afvoer.

    • c. Wanneer de luchtafvoer plaatsvindt via hetzelfde luchtkanaal, maar het uitkomstlokaal met mogelijk besmette kuikens niet als laatste op het afvoerkanaal is aangesloten, zo dicht mogelijk bij de afvoer dan dient voldoende onderdruk aanwezig te zijn in het afvoerkanaal. Hiervoor is een automatische alarmmelding dan noodzakelijk.

    Na uitkomst van de mogelijk besmette kuikens dienen de ruimte en apparatuur gereinigd en ontsmet te worden.

    Karakter:verplicht.

    Motivatie:dons is een belangrijke factor in de horizontale verspreiding. Bij uitkomstmachines in hetzelfde lokaal is bij het openen van de deur de verspreiding van de dons niet te voorkomen.

  • 3.6 logistiek van uitkomst

    Maatregel:de kuikens van mogelijk besmette koppels dienen als laatste van de dag te worden afgeraapt en verwerkt. Bij het afrapen moeten de vrije kuikens uit het lokaal verwijderd zijn. Vrije kuikens mogen niet worden opgeslagen tezamen met mogelijk besmette kuikens. Dit betekent een aparte opslag voor vrije kuikens. Na het afrapen van de mogelijk besmette kuikens dienen de ruimte en apparatuur gereinigd en ontsmet te worden.

    Karakter:verplicht.

    Motivatie:dons vormt een belangrijke factor in de horizontale verspreiding. Door de kuikens niet ruimtelijk te scheiden kan kruisbesmetting ontstaan.

  • 3.7. kuikentransport

    Maatregel:transport van mogelijk besmette kuikens dient apart van het transport van vrije kuikens plaats te vinden, in een aparte wagen. Na transport dient de wagen gereinigd en ontsmet te worden.

    Karakter:verplicht.

    Motivatie:verspreiding van dons tijdens transport kan kruisbesmetting tot gevolg hebben.

  • 3.8. administratie

    De administratie van de kalkoenkuikenbroederij dient dusdanig te worden opgezet dat voor de medewerkers duidelijk is welke eieren mogelijk besmet zijn en welke procedure daarmee gevolgd moet worden. Tevens moet uit de administratie afgeleid kunnen worden welke route in plaats en tijd de mogelijk besmette eieren hebben gevolgd, zodat duidelijk wordt of de verschillende protocollen voor handling juist zijn uitgevoerd.

4. Afvalverwerking

Afvalverwerking dient zo plaats te vinden dat geen besmetting van schone ruimtes of producten met het vuile afval kan plaatsvinden. Hiervoor dient duidelijk te zijn op welke wijze de kalkoenkuikenbroederij het afval opslaat, verwerkt en verwijderd.

Bijlage V. Categorie-indeling voor logistiek broeden in de kalkoenkuikenbroederij [Vervallen per 01-01-2015]

De ondernemer dient broedeieren in de kalkoenkuikenbroederij gescheiden te houden volgens onderstaande categorie-indeling:

  • 1. broedeieren afkomstig van niet met Salmonella besmette stalkoppels fokkalkoenen of vermeerderingskalkoenen die behandeld zijn geweest (vanaf de derde dag van de behandeling);

  • 2. broedeieren van met Salmonella besmette stalkoppels fokkalkoenen of vermeerderingskalkoenen, waarbij het verificatieonderzoek niet of nog niet is uitgevoerd of broedeieren van stalkoppels fokkalkoenen of vermeerderingskalkoenen, waarvan de behandeling net is ingezet (tot de derde dag);

  • 3. broedeieren van met Salmonella besmette stalkoppels fokkalkoenen of vermeerderingskalkoenen.