Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Uitvoeringsbesluit voorwaardelijke veroordeling

Geldend van 01-04-2012 t/m heden

Besluit van 14 december 2011, houdende regels inzake het uit te oefenen toezicht bij voorwaardelijke veroordeling (Uitvoeringsbesluit voorwaardelijke veroordeling)

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie van 28 september 2011, directie Wetgeving, nr. 5710248/11/6;

Gelet op de artikelen 14d, derde lid, 15a, achtste lid, 15b, derde lid, 22e, 22k en 77ff, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht;

De Afdeling advisering van de Raad van State gehoord (advies van 20 oktober 2011, nr. W03.11.0406/II);

Gezien het nader rapport van de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie van 8 december 2011, directie Wetgeving, nr. 5718315/11/6;

Hebben goedgevonden en verstaan:

§ 1. Begripsbepaling

Artikel 1

In dit besluit wordt verstaan onder:

§ 2. Het toezicht op de naleving van de voorwaarden

Artikel 2

Het openbaar ministerie kan de reclasseringsinstelling die belast is met het toezicht, aanwijzingen geven omtrent het toezicht op de naleving van de voorwaarden.

Artikel 3

  • 1 De reclasseringsinstelling die belast is met het toezicht, draagt er zorg voor dat de aard en de intensiteit van het toezicht en de verplichtingen waaraan de veroordeelde zich in het kader van het toezicht heeft te houden, worden vastgelegd.

  • 2 De reclasseringsinstelling draagt er zorg voor dat het toezicht aanvangt binnen een termijn van dertig dagen na het ingaan van de proeftijd, dan wel binnen een termijn van zeven dagen na het ingaan van de proeftijd, indien de rechter een bevel als bedoeld in artikel 14e, eerste lid, van de wet heeft gegeven.

Artikel 4

  • 1 De veroordeelde volgt de aanwijzingen en opdrachten op die door de reclasseringsinstelling worden gegeven in het kader van het toezicht.

  • 2 De veroordeelde geeft veranderingen in de woon- of werksituatie onmiddellijk door aan de reclasseringsinstelling.

Artikel 5

Zo spoedig mogelijk na de melding, bedoeld in artikel 14d, tweede lid, van de wet, brengt de reclasseringsinstelling advies uit aan het openbaar ministerie of de melding naar haar oordeel aanleiding zou kunnen geven tot een van de navolgende maatregelen:

Artikel 6

Met het oog op het beëindigen van het toezicht, stuurt de reclasseringsinstelling zo spoedig mogelijk een afloopbericht aan het openbaar ministerie. In het afloopbericht wordt het feitelijk verloop van het toezicht aangegeven.

§ 3. Wijziging van enkele besluiten

Artikel 7

[Red: Wijzigt het Besluit tenuitvoerlegging taakstraffen.]

Artikel 8

[Red: Wijzigt het Uitvoeringsbesluit voorwaardelijke invrijheidstelling.]

§ 4. Slotbepalingen

Artikel 9

Dit besluit treedt in werking op het tijdstip waarop de wet van 17 november 2011 tot wijziging van het Wetboek van Strafrecht in verband met wijzigingen van de regeling van de voorwaardelijke veroordeling en de regeling van de voorwaardelijke invrijheidstelling (Stb. 2011, 545) in werking treedt.

Artikel 10

Dit besluit wordt aangehaald als: Uitvoeringsbesluit voorwaardelijke veroordeling.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

’s-Gravenhage, 14 december 2011

Beatrix

De Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie,

F. Teeven

Uitgegeven de tiende januari 2012

De Minister van Veiligheid en Justitie,

I. W. Opstelten