Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Regeling Bouwbesluit 2012

Geldend van 01-07-2012 t/m 28-02-2013

Regeling van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 22 december 2011, nr. 2011-2000589667, tot vaststelling van nadere voorschriften voor bouwwerken (Regeling Bouwbesluit 2012)

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

Gelet op de artikelen 1.5, 1.9, vierde lid, 1.10, 1.11, tweede lid, 2.108, tweede lid, 5.9, derde lid, 6.23, tweede lid, 6.29, tweede lid, en 8.9 van het Bouwbesluit 2012, op richtlijn nr. 89/106/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 21 december 1988 betreffende de onderlinge aanpassing van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen der Lid-Staten inzake voor de bouw bestemde producten (PbEG L 40), zoals gewijzigd bij richtlijn nr. 93/68/EEG van de Raad van 22 juli 1993 (PbEG L 220) en verordening (EU) nr. 305/2011 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 9 maart 2011 tot vaststelling van geharmoniseerde voorwaarden voor het verhandelen van bouwproducten en tot intrekking van Richtlijn 89/106/EEG van de Raad (PbEU L 88);

Besluit:

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen

Paragraaf 1.1. Begripsbepalingen

Artikel 1.1

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • aangemelde instantie: instantie als bedoeld in artikel 39 van de verordening bouwproducten;

  • aanmeldende autoriteit: autoriteit als bedoeld in artikel 40 van de verordening bouwproducten;

  • bedreigd subbrandcompartiment: subbrandcompartiment waarin een brand begint;

  • besluit: Bouwbesluit 2012;

  • conformiteitscertificaat: verklaring als bedoeld in artikel 14, eerste lid, onderdeel b, van de richtlijn bouwproducten;

  • conformiteitsverklaring: verklaring als bedoeld in artikel 14, eerste lid, onderdeel a, van de richtlijn bouwproducten;

  • Europese goedkeuringsrichtlijn: richtlijn als bedoeld in artikel 11 van de richtlijn bouwproducten;

  • Europese technische goedkeuring: Europese technische specificatie als bedoeld in artikel 8, eerste lid, van de richtlijn bouwproducten;

  • geharmoniseerde norm: Europese technische specificatie als bedoeld in artikel 4, eerste lid, van de richtlijn bouwproducten;

  • minister: Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties;

  • prestatieverklaring: verklaring als bedoeld in artikel 6 van de verordening bouwproducten;

  • technische beoordelingsinstantie: instantie als bedoeld in artikel 29 van de verordening bouwproducten.

Paragraaf 1.2. NEN

Artikel 1.2

  • 1 Waar bij het besluit of deze regeling is verwezen naar een NEN, NEN-EN, NVN, of V, is in bijlage I en voor zover het een in de afdelingen 2.1 en 2.2 van het besluit aangewezen NEN-EN betreft in bijlage II bij deze regeling bepaald welke uitgave daarvan van toepassing is.

  • 2 Van de in het eerste lid bedoelde normen met een verwijzing naar een andere norm of een onderdeel van een andere norm zijn de verwijzingen van toepassing voor zover deze betrekking hebben op normen die in bijlage I respectievelijk bijlage II bij deze regeling zijn opgenomen.

  • 3 In afwijking van het tweede lid zijn van de in de afdelingen 6.2 en 6.3 van het besluit aangewezen normen, met uitzondering van NEN 1010, alle verwijzingen van toepassing.

Paragraaf 1.3. CE-markeringen

Artikel 1.3

  • 1 Een bouwproduct dat in overeenstemming is met een geharmoniseerde norm is met ingang van de datum, die is aangegeven in het Publicatieblad van de Europese Unie, overeenkomstig de daarop betrekking hebbende voorschriften van de richtlijn bouwproducten voorzien van de CE-markering en de daarbij behorende opschriften die op dat product betrekking hebben.

  • 2 De fabrikant van een bouwproduct of zijn in een lidstaat gevestigde gemachtigde is bevoegd na een bekendmaking van een Europese goedkeuringsrichtlijn de CE-markering en de daarbij behorende opschriften die op dat product betrekking hebben, overeenkomstig de daarop betrekking hebbende voorschriften van de richtlijn bouwproducten aan te brengen op een bouwproduct, op een aan het product bevestigd label, op de verpakking ervan of op een begeleidend handelsdocument, indien het product in overeenstemming is met een voor dat product verleende Europese technische goedkeuring.

  • 3 De fabrikant van een bouwproduct of zijn in een lidstaat gevestigde gemachtigde is bevoegd na een bekendmaking van een Europese technische goedkeuring de CE-markering en de daarbij behorende opschriften die op dat product betrekking hebben, overeenkomstig de daarop betrekking hebbende voorschriften van de richtlijn bouwproducten aan te brengen op een aan het bouwproduct bevestigd label, op de verpakking ervan, of op een begeleidend handelsdocument, indien het product in overeenstemming is met een voor dat product verleende Europese technische goedkeuring.

  • 4 Indien voor een bouwproduct overeenkomstig hoofdstuk V van de richtlijnbouwproducten een conformiteitsverklaring dan wel een conformiteitscertificaat is afgegeven staat dat gelijk aan het in overeenstemming zijn van dat product met:

    • a. een geharmoniseerde norm of

    • b. een Europese technische goedkeuring.

Artikel 1.4

  • 1 De minister wijst een instelling aan die adviezen uitbrengt over de geschiktheid van technische beoordelingsinstanties.

  • 2 Een technische beoordelingsinstantie toont aan de instelling, bedoeld in het eerste lid, aan dat zij voor de productgebieden, genoemd in bijlage IV, tabel 1, van de verordening bouwproducten, voldoet aan de eisen die zijn opgenomen in tabel 2 van die bijlage.

  • 3 De instelling, bedoeld in het eerste lid, stelt een procedure op voor de aanmelding van, de beoordeling van en het toezicht op technische beoordelingsinstanties en maakt jaarlijks een actueel overzicht van aangemelde technische beoordelingsinstanties bekend.

Artikel 1.5

  • 1 De aanmeldende autoriteit brengt advies uit aan de minister over de geschiktheid van aangemelde instanties.

  • 2 Een bij de aanmeldende autoriteit aangemelde instantie toont aan dat zij voldoet aan de eisen, bedoeld in artikel 43 van de verordening bouwproducten.

  • 3 De aanmeldende autoriteit stelt een procedure op voor de aanmelding en de beoordeling van aangemelde instanties alsmede voor de uitoefening van het toezicht op de naleving van artikel 43 van de verordening bouwproducten en maakt een actueel overzicht van de aangemelde instanties bekend.

Artikel 1.6

  • 2 De instelling, bedoeld in artikel 1.4, eerste lid, en de aanmeldende autoriteit informeren de minister onverwijld indien zij van oordeel zijn dat een technische beoordelingsinstantie of een aangemelde instantie de aan de aanwijzing verbonden voorschriften niet naleeft of niet meer aan de voorwaarden voor die aanwijzing voldoet.

  • 3 Na een melding als bedoeld in het tweede lid kan de minister een aanwijzing intrekken.

Paragraaf 1.4. Kwaliteitsverklaringen

Artikel 1.7

Een instelling die overeenkomstig artikel 16 van de richtlijn bouwproducten door de lidstaat van oorsprong is erkend met het oog op het afgeven van kwaliteitsverklaringen voor andere lidstaten, wordt gelijkgesteld met een door de minister aangewezen onafhankelijk deskundig instituut als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel i, van de Woningwet.

Artikel 1.8

De voorwaarden waaronder kwaliteitsverklaringen als bedoeld in artikel 1.11 van het besluit worden afgegeven, worden vastgelegd in een overeenkomst tussen de bij het in dat artikel bedoelde stelsel betrokken partijen. De minister maakt deze overeenkomst in de Staatscourant bekend.

Artikel 1.9

De minister wijst een instelling aan die het in artikel 1.11 van het besluit bedoelde stelsel coördineert en zorgdraagt voor de bekendmaking van de in dat artikel bedoelde kwaliteitsverklaringen.

Paragraaf 1.5. Inspectieschema’s

Artikel 1.10

  • 2 Een inspectiecertificaat als bedoeld in het eerste lid heeft een geldigheidsduur van drie jaar. Indien op grond van artikel 6.20, eerste lid, van het besluit doormelding verplicht is, is de geldigheidsduur een jaar.

Artikel 1.11

  • 1 Een automatische brandblusinstallatie als bedoeld in artikel 6.32, eerste lid, van het besluit en een rookbeheersingsinstallatie als bedoeld in artikel 6.32, tweede lid, van het besluit beschikt voor ingebruikname over een inspectiecertificaat als bedoeld in artikel 6.32, eerste respectievelijk tweede lid, van het besluit.

  • 2 Een inspectiecertificaat als bedoeld in het eerste lid heeft een geldigheidsduur van een jaar.

Artikel 1.12

Bij toepassing van de CCV-inspectieschema’s, genoemd in de artikelen 6.20, zesde en zevende lid, 6.23, vierde lid, en 6.32 van het besluit wordt uitgegaan van de inspectieschema’s 2011.

Paragraaf 1.6. Veilig onderhoud

Artikel 1.13

Indien een te bouwen gebouw gebouwgebonden veiligheidsvoorzieningen als bedoeld in artikel 6.53, eerste lid, van het besluit nodig heeft om onderhoud veilig te kunnen uitvoeren, wordt om die voorzieningen te beoordelen gebruikgemaakt van de Checklist Veilig onderhoud op en aan gebouwen 2012.

Hoofdstuk 2. Brandveiligheidsvoorschriften

Paragraaf 2.1. Opvang- en doorstroomcapaciteit

Artikel 2.1

  • 1 Op een gedeelte van een vluchtroute, gelegen buiten het subbrandcompartiment waarin de vluchtroute begint, kan worden afgeweken van artikel 2.108, eerste lid, van het besluit indien de personen die zijn aangewezen op dat gedeelte en eventueel daarop volgende gedeelten van de vluchtroute het aansluitende terrein kunnen bereiken binnen:

    • a. 30 minuten indien het betreffende gedeelte van de vluchtroute een veiligheidsvluchtroute is;

    • b. 20 minuten indien het betreffende gedeelte van de vluchtroute een extra beschermde vluchtroute is die in de vluchtrichting uitsluitend wordt bereikt door een afzonderlijke ruimte waardoor een beschermde of extra beschermde vluchtroute voert met een lengte van ten minste 2 m, of

    • c. 15 minuten indien het betreffende gedeelte van de vluchtroute een andere vluchtroute is.

  • 2 De opvang- en doorstroomcapaciteit van de in het eerste lid bedoelde gedeelten van de vluchtroute is zodanig dat het bedreigde subbrandcompartiment waarin een vluchtroute begint binnen 1 minuut na aanvang van het vluchten wordt verlaten.

  • 3 De opvang- en doorstroomcapaciteit van de in het eerste lid bedoelde gedeelten van de vluchtroute is zodanig dat een ruimte, niet zijnde het trappenhuis, op dezelfde bouwlaag als het bedreigde subbrandcompartiment:

    • a. binnen 3,5 minuut na aanvang van het vluchten wordt verlaten, of

    • b. binnen 6 minuten indien tussen deze ruimte en het bedreigde subbrandcompartiment een weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag is van ten minste 30 minuten, bepaald volgens NEN 6068.

  • 4 Bij toepassing van het eerste tot en met derde lid gelden de volgende uitgangspunten:

    • a. berekeningen worden uitgevoerd in tijdstappen van 30 seconden;

    • b. bij het begin van het vluchten wordt aangenomen dat alle personen in het subbrandcompartiment zich nabij de uitgangen van dat compartiment bevinden en tegelijkertijd beginnen te vluchten;

    • c. vluchtroutes worden tijdens het vluchten slechts in een richting benut;

    • d. door doorgangen en over trappen voeren de vluchtroutes niet in tegenovergestelde richting;

    • e. bij samenkomende vluchtroutes wordt de beschikbare doorstroom- en opvangcapaciteit op de volgende wijze verdeeld:

      • i bij samenkomst in een trappenhuis wordt 50% van de beschikbare capaciteit toegedeeld aan het bovengelegen deel van het trappenhuis. De resterende 50% wordt verdeeld over de doorstroomcapaciteit van de toegangen op die betreffende bouwlaag tot het trappenhuis;

      • ii bij samenkomst in een ruimte, niet zijnde het trappenhuis, wordt de capaciteit evenredig verdeeld over de doorstroomcapaciteit van de toegangen tot die ruimte;

      • iii als de beschikbare opvang- en doorstroomcapaciteit van de ruimte vanuit een of meer toegangen van die ruimte of het bovengelegen deel van het trappenhuis niet volledig wordt benut, wordt de restcapaciteit op de onder i. en ii. beschreven wijze verdeeld over de resterende toegangen en het bovengelegen deel van het trappenhuis;

    • f. het hoogteverschil tussen bouwlagen in het trappenhuis is ten minste 2,1 m en ten hoogste 4 m;

    • g. de daalsnelheid is 30 seconden per bouwlaag voor zover de vluchtroute over een trap of door een trappenhuis voert;

    • h. de opvangcapaciteit van een trap is 0,5 persoon per trede, voor zover de breedte van de trap niet groter is dan 1,1 m;

    • i. de opvangcapaciteit van een trap is 0,9 persoon per trede per meter breedte van die trede, voor zover de breedte van de trap groter is dan 1,1 m en de breedte van het tredevlak groter is dan 0,17 m;

    • j. de opvangcapaciteit van een vloer of hellingbaan is ten hoogste 4 personen per m2 vrije vloeroppervlakte, en

    • k. het gestelde in artikel 2.108, eerste lid, van het besluit, waarbij voor ‘personen’ wordt gelezen: personen per minuut.

  • 5 Bij toepassing van het tweede en derde lid gelden in aanvulling op het vierde lid de volgende uitgangspunten:

    • a. brand ontstaat niet op twee of meer plaatsen tegelijk;

    • b. in ieder subbrandcompartiment kan brand ontstaan;

    • c. de opvang- en doorstroomcapaciteit van vluchtroutes die door het bedreigde subbrandcompartiment voeren blijven buiten beschouwing.

  • 6 Bij toepassing van het vierde lid, onder j, geldt voor een bijeenkomstfunctie een opvangcapaciteit van ten hoogste twee personen per m2 vrije vloeroppervlakte indien bij een tijdstap als bedoeld in het vierde lid, onder a, in een ruimte als bedoeld in het derde lid meer dan 200 personen aanwezig zijn en die ruimte niet door alle personen binnen 3,5 minuut kan worden verlaten.

Paragraaf 2.2. Ontruimingsinstallatie en geluidssignaal

Artikel 2.2

Een in een logiesgebouw gelegen logiesfunctie, niet zijnde een logiesfunctie met 24-uurs bewaking, heeft een ontruimingsalarminstallatie als bedoeld in artikel 6.23 van het besluit, waarvan het ontruimingssignaal direct en in het gehele gebouw in werking wordt gesteld bij het activeren van de automatische melder of handbrandmelder.

Hoofdstuk 3. Duurzaam bouwen

Artikel 3.1

Waar in artikel 5.9 van het besluit wordt verwezen naar de Bepalingsmethode Milieuprestatie Gebouwen en GWW-werken is bedoeld de Berekeningswijze voor het bepalen van de milieuprestatie van gebouwen en GWW-werken gedurende hun gehele levensduur, gebaseerd op de levenscyclusanalysemethode (LCA-CML2) van 1 juli 2011.

Hoofdstuk 4. Scheiden bouw- en sloopafval

Artikel 4.1

  • 1 Onverminderd artikel 1.29, tweede lid, van het besluit worden de categorieën bouw- en sloopafval als bedoeld in artikel 8.9 van het besluit ten minste gescheiden in de volgende fracties:

    • a. als gevaarlijk aangeduide afvalstoffen als bedoeld in hoofdstuk 17 van de afvalstoffenlijst bedoeld in de Regeling Europese afvalstoffenlijst;

    • b. steenachtig sloopafval;

    • c. gipsblokken en gipsplaatmateriaal;

    • d. bitumineuze dakbedekking;

    • e. teerhoudende dakbedekking;

    • f. teerhoudend asfalt;

    • g. niet-teerhoudend asfalt;

    • h. dakgrind;

    • i. overig afval.

  • 2 Gevaarlijke stoffen als bedoeld in het eerste lid, onder a, worden niet gemengd of gescheiden.

  • 3 De fracties, bedoeld in het eerste lid, worden op het bouw- of sloopterrein gescheiden gehouden en gescheiden afgevoerd.

  • 4 Het eerste lid, onder b tot en met h, en het derde lid zijn niet van toepassing voor zover de hoeveelheid afval van de betreffende fractie minder dan 1 m3 bedraagt.

  • 5 In afwijking van het derde lid kunnen de fracties op een andere locatie worden gescheiden voor zover scheiding op het bouw- of sloopterrein naar oordeel van het bevoegd gezag redelijkerwijs niet mogelijk is.

Hoofdstuk 5. Nadere voorschriften omtrent de toepassing van normen

Paragraaf 5.1. Nieuwbouw

Artikel 5.1. NEN 1010

Bij de toepassing van NEN 1010 geldt het volgende:

  • a. De volgende onderdelen blijven buiten toepassing:

    • 132.2.5: speciale aansluitvoorwaarden van de netbeheerder;

    • 134.1.1: vakmanschap bij uitvoering van elektrische installatiewerkzaamheden;

    • 134.2: eerste inspectie;

    • 313.2: aanwezigheid van installaties voor veiligheidsdoeleinden;

    • 340.1: raadplegen toekomstige gebruiker;

    • 412.2.1.1: toegepast elektrisch materieel;

    • 422.3.5: leidingen die niet geheel zijn ondergebracht in niet-brandbaar materiaal;

    • 422.3.7: eisen aan verwarmings- en ventilatiesystemen;

    • 422.3.8: eisen aan motoren;

    • 422.3.9: eisen aan verlichtingsarmaturen;

    • 422.3.17: eisen aan verwarmingstoestellen;

    • 422.3.18: eisen aan verwarmingstoestellen;

    • 422.3.19: eisen aan verwarmingstoestellen;

    • 424.1.1: eisen aan verwarmings- en ventilatiesystemen;

    • 424.1.2: eisen aan verwarmingselementen;

    • 424.2: eisen aan toestellen;

    • 511.2: speciale overeenkomst tussen degene die de installatie specificeert en de installateur;

    • 514.5.1: aanwezigheid van schema’s en tekeningen;

    • 527: keuze en installatie van maatregelen ter beperking van brandverspreiding;

    • 529.1: kennis en ervaring van het personeel;

    • 551: laagspanningsopwekeenheden;

    • 56.5.1: elektrische voedingsbronnen voor veiligheidsvoorzieningen;

    • 56.6.2: veiligheidsvoorzieningen, anders dan een brandweerlift;

    • 56.6.3: veiligheidsvoorzieningen, anders dan een brandweerlift;

    • 56.6.4: veiligheidsvoorzieningen, anders dan een brandweerlift;

    • 56.6.6 veiligheidsvoorzieningen, anders dan een brandweerlift;

    • 56.6.7 veiligheidsvoorzieningen, anders dan een brandweerlift;

    • 56.6.8 veiligheidsvoorzieningen, anders dan een brandweerlift;

    • 56.6.9 veiligheidsvoorzieningen, anders dan een brandweerlift;

    • 56.7.3: verwijzing naar Bouwbesluit 2003;

    • deel 6: inspectie;

    • 704: elektrische installaties op bouw- en sloopterreinen;

    • 705: elektrische installaties op bedrijfsterreinen voor landbouw, tuinbouw en veeteelt;

    • 708: elektrische installaties op campings en vergelijkbare terreinen;

    • 709: elektrische installaties in jachthavens en op vergelijkbare terreinen;

    • 710.514.5: schema’s, documentatie en bedieningsinstructies;

    • 710.56.5.3: gedetailleerde eisen voor veiligheidsdoeleinden;

    • 710.56.7: stroomketens voor noodverlichting;

    • 710.56.8: overige voorzieningen;

    • 710.6: inspectie van elektrische installaties in medisch gebruikte ruimten;

    • 711.6: inspectie elektrische installaties van tentoonstellingen, shows en stands;

    • 713: elektrische installaties in meubilair;

    • 717: elektrische installaties voor verrijdbare of verplaatsbare eenheden;

    • 718.55.3: noodverlichting in bijeenkomst-, sport- en stationsgebouwen;

    • 718.56.7.7: veiligheidsvoorzieningen voor de voeding van noodverlichting;

    • 718.56.7.9: verlichting aanduiding uitgang;

    • 720.55.1.1: voldoende wandcontactdozen en aansluitpunten voor verlichting in woningen en logiesgebouwen;

    • 721: elektrische installaties in toercaravans en campers;

    • 722.55.2: verplaatsbare voedingsbronnen;

    • 724.55.2: verplaatsbare toestellen;

    • 725.56.7: stroomketens voor noodverlichting;

    • 740: tijdelijke elektrische installaties voor constructies, toestellen en kramen op kermissen, in attractieparken en circussen;

    • 753: systemen voor vloer- en plafondverwarming;

    • 754.55: overig materieel;

    • 761: kabels in de grond;

    • 763: grond-, wegdek- en vloerverwarming anders dan voor ruimteverwarming;

    • 773: voeding van neoninstallaties en neontoestellen;

    • 781: lasinstallaties – lascabines;

    • 783: brandpreventieve en repressieve installaties, anders dan een brandweerlift.

  • b. In onderdeel 714.11 is de bepaling dat rubriek 714 niet geldt voor openbare verlichting als bedoeld onder 1) van dat onderdeel, niet van toepassing.

Artikel 5.2. NEN 1087

Waar in artikel 3.50, tweede lid, van het besluit wordt verwezen naar NEN 1087 is bedoeld de onderdelen 5.1 en 5.3 van die norm.

Artikel 5.3. NEN 2057

Bij de toepassing van NEN 2057 geldt het volgende:

In vergelijking (1) in hoofdstuk 4 van NEN 2057 wordt ‘Ae,i = Ad,i x Cb,i x Cu,i x CLTA’ gelezen als:

A e, i = Ad,i x Cb,i x Cu,i.

Artikel 5.3a. NEN 2535 en NEN 2575

Bij de toepassing van NEN 2535 en NEN 2575 is het in die normen bedoelde akkoord van de bevoegde autoriteit verkregen met een vergunning voor het bouwen of voor brandveilig gebruik of een melding als bedoeld in artikel 1.18, eerste lid, van het besluit.

Artikel 5.4. NEN 2654 -1

Waar in artikel 6.20, zevende en achtste lid, van het besluit wordt verwezen naar NEN 2654-1 zijn bedoeld de onderdeel 5.3, met uitzondering van onderdeel 5.3.6, en de onderdelen 5.4, 5.6 en 5.7 van die norm.

Artikel 5.5. NEN 2654-2

Waar in artikel 6.23, derde en vijfde lid, van het besluit wordt verwezen naar NEN 2654-2 is bedoeld onderdeel 5.3, met uitzondering van onderdeel 5.3.5, en de onderdelen 5.4, 5.5.3 en 5.6 van die norm.

Artikel 5.6. NEN 2757

Waar in de artikelen 3.50, 3.53 en 3.54 van het besluit wordt verwezen naar NEN 2757 is bedoeld:

  • a. NEN 2757-1 voor verbrandingsinstallaties met een belasting kleiner dan of gelijk aan 130 kW op bovenwaarde, en

  • b. NEN 2757-2 voor verbrandingsinstallaties met een belasting groter dan 130 kW op bovenwaarde.

Artikel 5.7. NEN 5077

Bij de toepassing van NEN 5077 geldt het volgende:

Onderdeel 9.2.c wordt gelezen als:

c.

  • 1. Voor het meten van de karakteristieke geluidwering van de uitwendige scheidingsconstructie moeten ventilatievoorzieningen die ten dienste staan van een of meer verblijfsgebieden in een zodanige stand zijn geplaatst dat de voorgeschreven nominale ventilatiestroom ten minste aanwezig is.

  • 2. Voor het meten van het karakteristiek installatiegeluidsniveau met een bron gelegen op het aangrenzend perceel, moeten de ventilatievoorzieningen van zowel het gebouw op het aangrenzend perceel als het te beoordelen gebouw in een zodanige stand zijn geplaatst dat de voorgeschreven nominale ventilatiestromen voor een of meer verblijfsgebieden, waaronder begrepen de verhoogde ventilatie ten behoeve van een kooktoestel, de toilet- en badruimten en de overige ruimten waarvoor ventilatie is vereist, ten minste aanwezig zijn.

  • 3. Voor het meten van het karakteristiek installatiegeluidsniveau met een bron gelegen op het eigen perceel, moeten de ventilatievoorzieningen voor een of meer verblijfgebieden die gelijktijdig kunnen worden geventileerd in een zodanige stand zijn geplaatst dat de voorgeschreven nominale ventilatiestroom ten minste aanwezig is. Een mechanische bron voor warmteopwekking of warmteterugwinning moet tijdens de meting in vol bedrijf zijn.

Artikel 5.8. NEN 7120

Bij de toepassing van NEN 7120 gelden voor de in onderdeel 5.3.2 opgenomen formule de volgende waarden voor de correctiefactor C EPC;i:

Bijlage 250624.png

Paragraaf 5.2. Bestaande bouw

Artikel 5.9. NEN 2057

Bij de toepassing van NEN 2057 geldt het volgende:

Onderdeel 6.1 wordt gelezen als:

Projecteer de delen van de daglichtopening loodrecht op het projectievlak.

Artikel 5.9a. NEN 2535 en NEN 2575

Bij de toepassing van NEN 2535 en NEN 2575 is het in die normen bedoelde akkoord van de bevoegde autoriteit verkregen met een vergunning voor het bouwen of voor brandveilig gebruik of een melding als bedoeld in artikel 1.18, eerste lid, van het besluit.

Artikel 5.10. NEN 8062

  • 1 Waar in artikel 2.64 van het besluit is voorgeschreven dat de brandveiligheid van een afvoervoorziening voor rookgas wordt bepaald volgens NEN 8062 geldt bij de toepassing van onderdeel 4 van die norm dat materiaal waaruit een voorziening voor de afvoer van rookgas is samengesteld onbrandbaar is, bepaald volgens NEN 6064, voor zover in dat materiaal een temperatuur kan optreden van meer dan 363 K. In afwijking van ‘onbrandbaar’ volgens NEN 6064 mogen ook materialen die voldoen aan de brandklasse A1 volgens NEN-EN 13501-1 zijn toegepast.

  • 2 Bij de toepassing van onderdeel 5 van NEN 8062 geldt dat luchtdichtheid van een voorziening voor de afvoer van rookgas kleiner is dan 25 m3/m2/h.

  • 3 Indien bij het bouwen de voorziening is gerealiseerd met toepassing van NEN 6062 en de bestaande voorziening aan dat normblad voldoet, is voldaan aan het eerste en het tweede lid.

Hoofdstuk 6. Slotbepalingen

Artikel 6.1

De Regeling Bouwbesluit 2003 wordt ingetrokken.

Artikel 6.2

Deze regeling treedt in werking op het tijdstip bedoeld in artikel 9.4, eerste lid, van het Bouwbesluit 2012.

Artikel 6.3

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling Bouwbesluit 2012.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

’s-Gravenhage, 22 december 2011

De

Minister

van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,

J.W.E. Spies

Bijlage I. , behorende bij artikel 1.2

NEN 1006+A3 2011

Algemene voorschriften voor leidingwaterinstallaties (AVWI – 2002)

NEN 1006 1981

Algemene voorschriften voor drinkwaterinstallaties (AVWI – 1981), inclusief correctieblad C1: 1990 (bestaande bouw)

NEN 1010 2007

Veiligheidsbepalingen voor laagspanningsinstallaties, inclusief

+C1 2008

wijzigingsblad met correctieblad A1+A1/C1: 2011

NEN 1010 1962

Veiligheidsvoorschriften voor laagspanningsinstallaties (Installatievoorschriften I)(bestaande bouw)

V 1041 1942

Leidraad voor den aanleg en een veilig bedrijf van electrische sterkstroominstallaties in fabrieken en werkplaatsen (Fabrieksvoorschriften) – Deel II – Hooge spanning (bestaande bouw)

NEN 1068 2001

Thermische isolatie van gebouwen – Rekenmethoden, inclusief wijzigingsblad A5: 2008

NEN 1078 2004

Voorziening voor gas met een werkdruk tot en met 500 mbar – Prestatie-eisen – Nieuwbouw

NEN 1087 2001

Ventilatie van gebouwen – Bepalingsmethoden voor nieuwbouw

NEN 1414 2007

Symbolen voor veiligheidsvoorzieningen op ontruimings- en aanvalsplattegronden

NEN 1594 2006

Droge blusleidingen in en aan gebouwen, inclusief correctieblad C1: 2007

NEN 1594 1991

Droge blusleidingen in en aan gebouwen, inclusief wijzigingsblad A1: 1997 (bestaande bouw)

NEN 1775 1991

Bepaling van de bijdrage tot brandvoortplanting van vloeren, inclusief wijzigingsblad A1: 1997 (bestaande bouw)

NEN 2057 2011

Daglichtopeningen van gebouwen – Bepaling van de equivalente daglichtoppervlakte van een ruimte, inclusief correctieblad C1: 2011

NEN 2057 2001

Daglichtopeningen van gebouwen – Bepaling van de equivalente daglichtoppervlakte van een ruimte, inclusief correctieblad C1: 2003 (bestaande bouw)

NEN 2078 1987

Voorschriften voor aardgasinstallaties GAVO 1987 – Deel 2: Aanvullende voorschriften voor grotere bijzondere installaties (bestaande bouw)

NEN 2535+C1 2010

Brandveiligheid van gebouwen – Brandmeldinstallaties – Systeem- en kwaliteitseisen en projecteringsrichtlijnen

NEN 2535 1996

Brandveiligheid van gebouwen – Brandmeldinstallaties – Systeem- en kwaliteitseisen en projecteringsrichtlijnen (bestaande bouw)

NEN 2555 2008

Brandveiligheid van gebouwen – Rookmelders voor woonfuncties

NEN 2555 2002

Brandveiligheid van gebouwen – Rookmelders voor woonfuncties, inclusief wijzigingsblad A1: 2006 (bestaande bouw)

NEN 2559 2001

Onderhoud van draagbare blustoestellen, inclusief wijzigingsblad A3: 2009 (bestaande bouw)

NEN 2575 2000

Brandveiligheid van gebouwen – Ontruimingsinstallaties – Systeem- en kwaliteitseisen en projecteringsrichtlijnen (bestaande bouw).

NEN 2580 2007

Oppervlakten en inhouden van gebouwen – Termen, definities en bepalingsmethoden, inclusief correctieblad C1: 2008

NEN 2608 2011

Vlakglas voor gebouwen – Weerstand tegen windbelasting – Eisen en bepalingsmethode

NEN 2654-1 2002

Beheer, controle en onderhoud van brandbeveiligingsinstallaties, Deel 1: Brandmeldinstallaties

NEN 2654-2 2004

Beheer, controle en onderhoud van brandbeveiligingsinstallaties, Deel 2: Ontruimingsalarminstallaties

NEN 2686 1988

Luchtdoorlatendheid van gebouwen – Meetmethode, inclusief wijzigingsblad A2: 2008

NEN 2690 1991

Luchtdoorlatendheid van gebouwen – Meetmethode voor de specifieke luchtvolumestroom tussen kruipruimte en woning, inclusief wijzigingsblad A2: 2008

NEN 2757-1 2011

Bepalingsmethoden van de geschiktheid van systemen voor de afvoer van rookgas van gebouwgebonden installaties – Deel 1: Installaties met een belasting kleiner dan of gelijk aan 130 kW op bovenwaarde

NEN 2757-2 2006

Afvoer van rook van gebouwgebonden verbrandingsinstallaties met een belasting groter dan 130 kW op bovenwaarde – Bepalingsmethoden geschiktheid afvoersystemen

NEN 2768 1998

Meterruimten en bijbehorende bouwkundige voorzieningen voor leidingaanleg in woningen

NEN 2778 1991

Vochtwering in gebouwen – Bepalingsmethoden, inclusief wijzigingsblad A4: 2011

NEN 2991 2005

Lucht – Risicobeoordeling in en rondom gebouwen of constructies waarin asbesthoudende materialen zijn verwerkt

NEN 3011 2004

Veiligheidskleuren en -tekens in de werkomgeving en in de openbare ruimte, inclusief correctieblad C1: 2007

NEN 3028 2011

Eisen voor verbrandingsinstallaties

NEN 3215 2011

Gebouwriolering en buitenriolering binnen de perceelgrenzen – Bepalingsmethoden voor de afvoercapaciteit, water- en luchtdichtheid en afstand dakuitmondingen

NEN 3215 2007

Binnenriolering – Eisen en bepalingsmethoden (bestaande bouw)

NEN 5077 2006

Geluidwering in gebouwen – Bepalingsmethoden voor de grootheden geluidwering van uitwendige scheidingsconstructies, luchtgeluidisolatie, contactgeluidisolatie, geluidniveaus veroorzaakt door installaties en nagalmtijd, inclusief correctieblad C2: 2011

NEN 5087 2007

Inbraakveiligheid van woningen – Bereikbaarheid van dak- en gevelelementen: deuren, ramen en kozijnen

NEN 5096+C2 2011

Inbraakwerendheid – Dak- of gevelelementen met deuren, ramen, luiken en vaste vullingen – Eisen, classificatie en beproevingsmethoden

NEN 6061 1991

Bepaling van de weerstand tegen het ontstaan van brand bij stookplaatsen, inclusief wijzigingsblad A2: 2002

NEN 6062 2011

Bepaling van de brandveiligheid van rookgasafvoervoorzieningen – Algemeen

NEN 6063 2008

Bepaling van het brandgevaarlijk zijn van daken

NEN 6064 1991

Bepaling van de onbrandbaarheid van bouwmaterialen, inclusief wijzigingsblad A2: 2001 (bestaande bouw)

NEN 6065 1991

Bepaling van de bijdrage tot brandvoortplanting van bouwmateriaal(combinaties), inclusief wijzigingsblad A1: 1997 (bestaande bouw)

NEN 6066 1991

Bepaling van de rookproductie bij brand van bouwmateriaal(combinaties), inclusief wijzigingsblad A1: 1997 (bestaande bouw)

NEN 6068+C1 2011

Bepaling van de weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag tussen ruimten

NEN 6069 2011

Beproeving en klassering van de brandwerendheid van bouwdelen en bouwproducten

NEN 6075 1991

Bepaling van de weerstand tegen rookdoorgang tussen ruimten, inclusief correctieblad C1: 2005

NEN 6088 2002

Brandveiligheid van gebouwen – Vluchtwegaanduiding – Eigenschappen en bepalingsmethoden

NEN 6090 2006

Bepaling van de vuurbelasting

NEN 6092 1995

Brandveiligheid van gebouwen – Eisen en bepalingsmethoden voor overdrukinstallaties in trappehuizen

NEN 6707 2011

Bevestiging van dakbedekkingen – Eisen en bepalingsmethoden

NEN 7002 1968

Centrifugaal gegoten gietijzeren afvoerbuizen (GA), inclusief correctieblad C1: 1979

NEN 7003 1968

Hulpstukken voor gietijzeren afvoerbuizen (GA), inclusief correctieblad C1: 1979

NEN 7013 1980

Expansiestukken van PVC en ABS voor binnenrioleringen

NEN 7120 2011

Energieprestatie van gebouwen – Bepalingsmethode, inclusief correctieblad C2: 2011

NEN 8062 2011

Brandveiligheid van gebouwen – Methode voor het beoordelen van de brandveiligheid van rookgasafvoervoorzieningen van bestaande gebouwen (bestaande bouw)

NEN 8078 2004

Voorziening voor gas met een werkdruk tot en met 500 mbar – Prestatie-eisen – Bestaande bouw (bestaande bouw)

NEN 8087 2001

Ventilatie van gebouwen – Bepalingsmethoden voor bestaande gebouwen (bestaande bouw)

NEN 8700 2011

Beoordeling constructieve veiligheid van een bestaand bouwwerk bij verbouw en afkeuren – Grondslagen (bestaande bouw en verbouw)

NEN 8757 2005

Afvoer van rook van verbrandingstoestellen in gebouwen – Bepalingsmethoden voor bestaande bouw

NEN-EN 179 2008

Hang- en sluitwerk – Sluitingen voor nooduitgangen met een deurkruk of een drukplaat, voor gebruik bij vluchtroutes – Eisen en beproevingsmethoden

NEN-EN 295-1 1992

Keramische buizen en hulpstukken alsmede buisverbindingen voor riolering onder vrij verval – Deel 1: Eisen, inclusief wijzigingsblad A3: 1999

NEN-EN 295-2 1992

Keramische buizen en hulpstukken alsmede buisverbindingen voor riolering onder vrij verval – Deel 2: Kwaliteitscontrole en monstername, inclusief wijzigingsblad A1: 1999

NEN-EN 295-3 1992

Keramische buizen en hulpstukken alsmede buisverbindingen voor riolering onder vrij verval – Deel 3: Beproevingsmethoden, inclusief wijzigingsblad A1: 1998

NEN-EN 1125 2008

Hang- en sluitwerk – Panieksluitingen voor vluchtdeuren met een horizontale bedieningsstang voor het gebruik bij vluchtroutes – Eisen en beproevingsmethoden

NEN-EN 1401-1 2009

Kunststofleidingsystemen voor vrij verval buitenriolering – Ongeplastificeerd PVC (PVC-U) – Deel 1 Eisen voor buizen, hulpstukken en het systeem

NEN-EN 1838 1999

Toegepaste verlichtingstechniek – Noodverlichting

NEN-EN 1997-2 + C1: 2010

Eurocode 7: Geotechnisch ontwerp – Deel 2: Grondonderzoek en beproeving inclusief nationale bijlage NB: 2011

NEN-EN 12354-6 2004

Geluidwering in gebouwen – Berekening van de akoestische eigenschappen van gebouwen met de eigenschappen van bouwelementen – Deel 6: Geluidabsorptie in gesloten ruimten

NEN-EN 13501-1+A1 2007

Brandclassificatie van bouwproducten en bouwdelen – Deel 1: Classificatie op grond van resultaten van beproeving van het brandgedrag

NEN-EN 15001-1 2009

Gasinfrastructuur – Gasinstallatieleidingen met bedrijfsdrukken groter dan 5 bar voor industriële en niet-industriële gasinstallaties – Deel 1: Gedetailleerde functionele eisen voor ontwerp, materialen, constructie, inspectie en beproeving

NEN-EN 50522: 2010

Aarding van hoogspanningsinstallaties van meer dan 1 kV wisselspanning

NEN-EN-IEC 61936-1 2010

Sterkstroominstallaties met meer dan 1 kV wisselspanning – Deel 1: Algemene bepalingen, inclusief correctieblad C1: 2011

NEN-EN-ISO 16000-2 2006

Indoor air – Part 2: Sampling strategy for formaldehyde

NVN 7125 2011

Energieprestatienorm voor maatregelen op gebiedsniveau (EMG) – Bepalingsmethode

Bijlage II. , behorende bij artikel 1.2

NEN-EN 1990+A1+A1/C2:2011

Eurocode – Grondslagen van het constructief ontwerp, inclusief nationale bijlage NB:2011

NEN-EN 1991-1-1+C1:2011

Eurocode 1: Belastingen op constructies – Deel 1-1: Algemene belastingen – Volumieke gewichten, eigengewicht en opgelegde belastingen voor gebouwen, inclusief nationale bijlage NB:2011

NEN-EN 1991-1-2+C1:2011

Eurocode 1: Belastingen op constructies – Deel 1-2: Algemene belastingen – Belasting bij brand, inclusief nationale bijlage NB:2011

NEN-EN 1991-1-3+C1:2011

Eurocode 1: Belastingen op constructies – Deel 1-3: Algemene belastingen – Sneeuwbelasting, inclusief nationale bijlage NB:2011

NEN-EN 1991-1-4+A1+C2:2011

Eurocode 1: Belastingen op constructies – Deel 1-4: Algemene belastingen – Windbelasting, inclusief nationale bijlage NB:2011

NEN-EN 1991-1-5+C1:2011

Eurocode 1: Belastingen op constructies – Deel 1-5: Algemene belastingen – Thermische belasting, inclusief nationale bijlage NB:2011

NEN-EN 1991-1-7+C1:2011

Eurocode 1: Belastingen op constructies – Deel 1-7: Algemene belastingen – Buitengewone belastingen: stootbelastingen en ontploffingen, inclusief nationale bijlage NB:2011

NEN-EN 1991-2+C1:2011

Eurocode 1: Belastingen op constructies – Deel 2: Verkeersbelasting op bruggen, inclusief nationale bijlage NB:2011

NEN-EN 1991-3:2006

Eurocode 1: Belastingen op constructies – Deel 3: Belastingen veroorzaakt door kranen en machines

NEN-EN 1991-4:2006

Eurocode 1: Belastingen op constructies – Deel 4: Silo's en opslagtanks

NEN-EN 1992-1-1+C2:2011

Eurocode 2: Ontwerp en berekening van betonconstructies – Deel 1-1: Algemene regels en regels voor gebouwen, inclusief nationale bijlage NB:2011

NEN-EN 1992-1-2+C1:2011

Eurocode 2: Ontwerp en berekening van betonconstructies – Deel 1-2: Algemene regels – Ontwerp en berekening van constructies bij brand, inclusief nationale bijlage NB:2011

NEN-EN 1992-2+C1:2011

Eurocode 2: Ontwerp en berekening van betonconstructies – Betonnen bruggen – Regels voor ontwerp, berekening en detaillering, inclusief nationale bijlage NB:2011

NEN-EN 1992-3:2006

Eurocode 2: Ontwerp en berekening van betonconstructies – Deel 3: Constructies voor keren en opslaan van stoffen, inclusief nationale bijlage NB:2011

NEN-EN 1993-1-1+C2:2011

Eurocode 3: Ontwerp en berekening van staalconstructies – Deel 1-1: Algemene regels en regels voor gebouwen, inclusief nationale bijlage NB:2011

NEN-EN 1993-1-2+C2:2011

Eurocode 3: Ontwerp en berekening van staalconstructies – Deel 1-2: Algemene regels – Ontwerp en berekening van constructies bij brand, inclusief nationale bijlage NB:2007

NEN-EN 1993-1-3:2006

Eurocode 3: Ontwerp en berekening van staalconstructies – Deel 1-3: Algemene regels – Aanvullende regels voor koudgevormde dunwandige profielen en platen, inclusief correctieblad C3:2009 en nationale bijlage NB:2011

NEN-EN 1993-1-4:2006

Eurocode 3: Ontwerp en berekening van staalconstructies – Deel 1-4: Algemene regels – Aanvullende regels voor corrosievaste staalsoorten

NEN-EN 1993-1-5:2006

Eurocode 3: Ontwerp en berekening van staalconstructies – Deel 1-5: Constructieve plaatvelden, inclusief correctieblad C1:2009 en nationale bijlage NB:2011

NEN-EN 1993-1-6:2007

Eurocode 3: Ontwerp en berekening van staalconstructies – Deel 1-6: Algemene regels – Sterkte en Stabiliteit van Schaalconstructies, inclusief correctieblad C1:2009 en nationale bijlage NB:2011

NEN-EN 1993-1-7:2008

Eurocode 3: Ontwerp en berekening van staalconstructies – Deel 1-7: Sterkte en stabiliteit haaks op het vlak belaste platen, inclusief correctieblad C1:2009 en nationale bijlage NB:2011

NEN-EN 1993-1-8+C2:2011

Eurocode 3: Ontwerp en berekening van staalconstructies – Deel 1-8: Ontwerp en berekening van verbindingen, inclusief nationale bijlage NB:2011

NEN-EN 1993-1-9:2006

Eurocode 3: Ontwerp en berekening van staalconstructies – Deel 1-9: Vermoeiing, inclusief correctieblad C2:2009 en nationale bijlage NB:2011

NEN-EN 1993-1-10+C2:2011

Eurocode 3: Ontwerp en berekening van staalconstructies – Deel 1-10: Materiaaltaaiheid en eigenschappen in de dikterichting, inclusief nationale bijlage NB:2007

NEN-EN 1993-1-11+C1:2011

Eurocode 3: Ontwerp en berekening van staalconstructies – Deel 1-11: Ontwerp en berekening van op trek belaste componenten, inclusief nationale bijlage NB:2011

NEN-EN 1993-1-12+C1:2011

Eurocode 3: Ontwerp en berekening van staalconstructies – Deel 1-12: Aanvullende regels voor de uitbreiding van EN 1993 voor staalsoorten tot en met S 700, inclusief nationale bijlage NB:2011

NEN-EN 1993-2+C1:2011

Eurocode 3: Ontwerp en berekening van staalconstructies – Deel 2: Stalen bruggen, inclusief nationale bijlage NB:2011

NEN-EN 1993-3-1:2007

Eurocode 3: Ontwerp en berekening van staalconstructies – Deel 3-1: Torens, masten en schoorstenen – Torens en masten, inclusief correctieblad C1:2009

NEN-EN 1993-3-2:2007

Eurocode 3: Ontwerp en berekening van staalconstructies – Deel 3-2: Torens, masten en schoorstenen – Schoorstenen

NEN-EN 1993-4-1:2007

Eurocode 3: Ontwerp en berekening van staalconstructies – Deel 4-1: Silo's, inclusief C1:2009

NEN-EN 1993-4-2:2007

Eurocode 3: Ontwerp en berekening van staalconstructies – Deel 4-2: Opslagtanks, inclusief C1:2009

NEN-EN 1993-4-3:2009

Eurocode 3 – Ontwerp en berekening van staalconstructies – Deel 4-3: Buisleidingen, inclusief C1:2009

NEN-EN 1993-5:2008

Eurocode 3: Ontwerp en berekening van staalconstructies – Deel 5: Palen en damwanden, inclusief C1:2009

NEN-EN 1993-6:2008

Eurocode 3: Ontwerp en berekening van staalconstructies – Deel 6: Kraanbanen, inclusief correctieblad C1:2009

NEN-EN 1994-1-1+C1:2011

Eurocode 4: Ontwerp en berekening van staal-betonconstructies – Deel 1-1: Algemene regels en regels voor gebouwen, inclusief nationale bijlage NB:2007

NEN-EN 1994-1-2+C1:2011

Eurocode 4: Ontwerp en berekening van staal-betonconstructies – Deel 1-2: Algemene regels – Ontwerp en berekening van constructies bij brand, inclusief nationale bijlage NB:2007

NEN-EN 1994-2+C1:2011

Eurocode 4: Ontwerp en berekening van staal-betonconstructies – Deel 2: Algemene regels en regels voor bruggen, inclusief nationale bijlage NB:2011

NEN-EN 1995-1-1+C1+A1:2011

Eurocode 5: Ontwerp en berekening van houtconstructies – Deel 1-1: Algemeen – Gemeenschappelijke regels en regels voor gebouwen, inclusief nationale bijlage NB:2011

NEN-EN 1995-1-2+C2:2011

Eurocode 5: Ontwerp en berekening van houtconstructies – Deel 1-2: Algemeen – Ontwerp en berekening van constructies bij brand, inclusief nationale bijlage NB:2011

NEN-EN 1995-2:2005

Eurocode 5: Ontwerp en berekening van houtconstructies – Deel 2: Bruggen, inclusief nationale bijlage NB:2011

NEN-EN 1996-1-1+C1:2011

Eurocode 6: Ontwerp en berekening van constructies van metselwerk – Deel 1-1: Algemene regels voor constructies van gewapend en ongewapend metselwerk, inclusief nationale bijlage NB:2011

NEN-EN 1996-1-2+C1:2011

Eurocode 6: Ontwerp en berekening van constructies van metselwerk – Deel 1-2: Algemene regels – Ontwerp en berekening van constructies bij brand, inclusief nationale bijlage NB:2011

NEN-EN 1996-2+C1:2011

Eurocode 6: Ontwerp en berekening van constructies van metselwerk – Deel 2: Ontwerp, materiaalkeuze en uitvoering van constructies van metselwerk, inclusief nationale bijlage NB:2011

NEN-EN 1996-3+C1:2011

Eurocode 6: Ontwerp en berekening van constructies van metselwerk – Deel 3: Vereenvoudigde berekeningsmodellen voor constructies van ongewapend metselwerk, inclusief nationale bijlage NB:2011

NEN-EN 1997-1+C1:2012

Eurocode 7: Geotechnisch ontwerp – Deel 1: Algemene regels, inclusief nationale bijlage NB:2012.

NEN-EN 1999-1-1+A1:2011

Eurocode 9: Ontwerp en berekening van aluminiumconstructies – Deel 1- 1: Algemene regels, inclusief nationale bijlage NB:2011

NEN-EN 1999-1-2+C1:2011

Eurocode 9: Ontwerp en berekening van aluminiumconstructies – Deel 1 – 2: Ontwerp en berekening van constructies bij brand, inclusief nationale bijlage NB:2011

NEN-EN 1999-1-3:2007

Eurocode 9: Ontwerp en berekening van aluminiumconstructies – Deel 1 – 3: Vermoeiing, inclusief A1:2011

NEN-EN 1999-1-4+C1+A1:2011

Eurocode 9: Ontwerp en berekening van aluminiumconstructies – Deel 1 – 4: Koudgevormde dunne platen, inclusief nationale bijlage NB:2011

NEN-EN 1999-1-5:2007

Eurocode 9: Ontwerp en berekening van aluminiumconstructies – Deel 1 – 5: Schaalconstructies, inclusief correctieblad C1:2009