Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Richtlijn oplichting (polarisnummer 5.39)[Regeling vervallen per 01-03-2015.]

Geldend van 01-04-2012 t/m 28-02-2015

Richtlijn oplichting (polarisnummer 5.39)

Beschrijving [Vervallen per 01-03-2015]

Deze richtlijn ziet op de meest voorkomende vormen van oplichting, zoals omschreven in art 326, lid 1 Wetboek van strafrecht, waarbij een of meerdere slachtoffers bewogen wordt/worden tot de afgifte van geld of goederen, danwel tot het verlenen van (een) dienst(en). Het gaat daarbij om oplichting van burgers of bedrijven, niet van de overheid (verticale fraude). Indien tevens valsheid in geschrift is gepleegd (zoals vaak bij verzekeringsfraude) dient het zwaardere misdrijf van artikel 225 ev. Wetboek van strafrecht als uitgangspunt te worden genomen en niet de oplichting.

Indien een oplichting over een langere periode (stelselmatig) plaatsvindt, op professionele wijze is opgezet of meerdere slachtoffers treft, dient dit strafverzwarend te worden beoordeeld. Eveneens dient ingeval er bewust kwetsbare slachtoffers zijn uitgekozen een zwaardere sanctie gehanteerd te worden.

Als uitgangspunt geldt in deze richtlijn dat de schade door de dader is vergoed of wordt vergoed (door middel van een schadevergoedingsmaatregel) en dat wederrechtelijk verkregen voordeel wordt ontnomen.

Aard van de richtlijn [Vervallen per 01-03-2015]

Basisdelicten [Vervallen per 01-03-2015]

  • oplichting

Basisdelict oplichting nr. 5.39.01 [Vervallen per 01-03-2015]

Beschrijving [Vervallen per 01-03-2015]

Basispunten [Vervallen per 01-03-2015]

Strafbeschikking [Vervallen per 01-03-2015]

Indien van toepassing afhankelijk van beleid van het parket.

Basisfactoren [Vervallen per 01-03-2015]

Categorie economische waarde van de verleende dienst(en)/afgeven goed(eren) of bedrag afgifte

  • Tot en met € 50 of onbekend 0 pt

  • Van € 50 tot en met € 120 4 pt

  • € 120 of meer 4 pt

Indien de economische waarde van de beoogde/afgegeven goederen relatief laag is, bestaat bij een aantal delicten, zoals de winkeldiefstal, in principe de mogelijkheid om een politietransactie/strafbeschikking aan te bieden/op te leggen. Voor die delicten is gekozen voor een stapsgewijze invloed volgens een beperkt aantal schijven. Indien het bedrag echter groter is dan € 120 wordt voor het delict geen transactie/strafbeschikking meer door de politie aangeboden/opgelegd. In dat geval speelt de economische waarde van de beoogde goederen op evenredige wijze mee bij het bepalen van het aantal strafpunten. Ook voor andere delicten waar de economische waarde een rol speelt is gekozen voor deze opbouw.

Economische waarde van de verleende dienst(en)/afgeven goed(eren) of bedrag afgifte

  • Schijf 1: het gedeelte tussen € 120 en € 1.200 bedrag gedeeld door 60 pt

  • Schijf 2: het gedeelte tussen € 1.200 en € 5.000 bedrag gedeeld door 250 pt

  • Schijf 3: het gedeelte tussen € 5.000 en € 10.000 bedrag gedeeld door 500 pt

  • Schijf 4: het gedeelte tussen € 10.000 en € 25.000 bedrag gedeeld door 500 pt (M)

  • Schijf 5: het gedeelte tussen € 25.000 en € 100.000 bedrag gedeeld door 750 pt (M)

  • Schijf 6: het gedeelte boven € 100.000 bedrag gedeeld door 1000 pt (M)

(M) = maatwerk

Stelselmatigheid

  • het betreft een incidentele oplichting 0 pt

  • er is sprake van stelselmatige oplichting 60 pt

Aantal slachtoffers

Er is sprake van

Schijf 1: 1 slachtoffer 0 punten

Schijf 2: 2–10 slachtoffers 6 punten per slachtoffer

Schijf 3: 11–25 slachtoffers 1,5 punten per slachtoffer

Schijf 4: vanaf 26 slachtoffers 0,5 punten per slachtoffer

Mate van professionaliteit

  • er is geen sprake van een professioneel opgezette oplichting 0 pt

  • er is sprake van een professioneel opgezette oplichting 20 pt

Delictspecifieke factoren [Vervallen per 01-03-2015]

Medeplegen

  • er is geen sprake van medeplegen +0 %

  • er is sprake van medeplegen +25 %

Kwetsbaar slachtoffer

  • er is geen sprake van (een) kwetsba(a)r(e) slachtoffer(s) 0 %

  • er is sprake van (een) kwetsba(a)r(e) slachtoffer(s) + 25%

Wettelijke factoren [Vervallen per 01-03-2015]

Medeplichtigheid

  • Dader +0 %

  • Medeplichtige -33 %

Poging

  • Voltooid delict +0 %

  • Poging tot plegen -33 %

Recidiveregeling [Vervallen per 01-03-2015]

Mate van recidive (5 jaar)

  • Geen recidive +0 %

  • 1 maal binnen 2 jaar +50 % +naast hogere sanctie

  • 1 maal binnen 2–5 jaar +50 %

  • Meermalen +100 % +naast hogere sanctie +dagvaarden

Draagkracht [Vervallen per 01-03-2015]

Maatwerk [Vervallen per 01-03-2015]

Indien sprake is van recidive volgens beoordelingsfactor 3.01.59 of beoordelingsfactor 3.04.04 dient bepaald te worden of het delict een contraindicatie voor een taakstraf heeft op grond van art 22b lid 2 WvSr.

Taakstrafverbod als bedoeld in art 22b lid 2 WvSr

- Er is geen sprake van een taakstrafverbod als bedoeld in art 22b lid 2 WvSr

+0 %

- Er is sprake van een taakstrafverbod als bedoeld in art 22b lid 2 WvSr

+0 % (CKT)

(CKT) + contra-indicatie kale taakstraf

Speciale regelingen [Vervallen per 01-03-2015]

  • Regeling niet toepasselijkheid afnemend strafnut

Bijzonderheden [Vervallen per 01-03-2015]

De regeling afnemend strafnut is niet van toepassing. Het wettelijk strafmaximum voor dit delict is 4 jaar gevangenisstraf. Oplichting is een delict waarbij het opleggen van hoge geldboetes al dan niet in combinatie met een schadevergoedings- of ontnemingsmaatregel geïndiceerd kan zijn. Daarom wordt de mogelijkheid van het opleggen van een geldboete expliciet opengelaten.