Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Instellingsbesluit Landelijke Commissie Valorisatie[Regeling vervallen per 01-01-2014.]

Geldend van 14-06-2013 t/m 31-12-2013

Besluit van de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 9 december 2011, nr. OWB/349288, houdende instelling van de Landelijke Commissie Valorisatie (Instellingsbesluit Landelijke Commissie Valorisatie)

De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

Handelende in overeenstemming met de Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie;

Gelet op artikel 2 van de Wet vergoedingen adviescolleges en commissies;

Besluit:

Artikel 1. Begripsbepalingen [Vervallen per 01-01-2014]

In dit besluit wordt verstaan onder:

  • a. minister: Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

  • b. commissie: commissie als bedoeld in artikel 2;

  • c. valorisatieagenda: de op 3 december 2008 door vijftien partijen onderschreven overeenkomst ter stimulering en professionalisering van valorisatie getiteld ‘Kennis moet circuleren’;

  • d. valorisatiepartijen: de vijftien partijen die de valorisatieagenda hebben onderschreven.

Artikel 2. Instelling en taak [Vervallen per 01-01-2014]

  • 1 Er is een Landelijke Commissie Valorisatie.

  • 2 De commissie heeft tot taak:

    • a. de visie en de doelstelling van valorisatie door en voor de valorisatiepartijen verder te ontwikkelen;

    • b. de samenhang van de afspraken en acties voortvloeiend uit de valorisatieagenda te coördineren en te bewaken;

    • c. de voortgang van de valorisatieagenda te monitoren;

    • d. de voortgang van de valorisatieagenda te evalueren;

    • e. gevraagd en ongevraagd voorstellen te doen aan de valorisatiepartijen om valorisatie te bevorderen.

Artikel 3. Instellingsduur [Vervallen per 01-01-2014]

  • 1 De commissie wordt met terugwerkende kracht ingesteld met ingang van 1 augustus 2009 en wordt opgeheven op 1 mei 2013.

  • 2 De minister kan, in overeenstemming met zijn ambtsgenoot van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie, de instellingsduur van de commissie verlengen.

Artikel 4. Informatieplicht [Vervallen per 01-01-2014]

De commissie verstrekt aan de minister desgevraagd de door hem gewenste inlichtingen.

Artikel 5. Leden [Vervallen per 01-01-2014]

  • 1 Tot leden van de commissie worden per 1 december 2011 benoemd:

    • a. de heer prof. dr. ir. A.W. Veenman, te Laren, tevens voorzitter, benoemd per 1 augustus 2009;

    • b. de heer prof. dr. P.M.G. Apers, te Hengelo namens de Technologiestichting STW;

    • c. de heer dr. B. Leeftink, te Amsterdam, namens de minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie;

    • d. de heer ir. H.M. le Clercq, te ’s-Gravenhage, namens de Nederlandse Federatie van Universitair Medische Centra;

    • e. de heer prof. dr. R.H. Dijkgraaf, te Amsterdam, namens de Koninklijke Nederlandse Academie van Wetenschappen;

    • f. de heer prof. dr. ir. A.A. Dijkhuizen, te Wijk bij Duurstede, namens Wageningen UR;

    • g. de heer prof. dr. J.J. Engelen, te Muiderberg, namens de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijke Onderzoek;

    • h. mevrouw dr. C.M. Hooymans, te Ede, namens TNO;

    • i. de heer prof. mr. dr. H. de Jong, te Hengelo, namens de HBO-raad;

    • j. de heer dr. ir. W. Jouwsma, te Lochem, namens MKB-Nederland;

    • k. de heer A. Kraaijeveld, te Haarlem, namens de Grote Technologische Instituten;

    • l. de heer dr.ir. A.J.H.M. Peels te Wijchen, namens de Vereniging van Universiteiten;

    • m. de heer dr. L.J. Roborgh, te Moergestel, namens de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;

    • n. de heer dr. R.M. Smit, te Monster;

    • o. de heer prof. dr. M. Waas, te Zeist;

    • p. vacature, namens VNO-NCW.

  • 2 De commissie wordt bijgestaan door een secretaris, de heer drs. N.G. Klaasen, te Oegstgeest, ambtenaar bij het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. De secretaris is geen lid van de commissie.

  • 3 De benoeming van de leden geschiedt voor de duur van de commissie.

  • 4 Bij tussentijds vertrek van een lid kan de minister, in overleg met zijn ambtsgenoot van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie, een ander lid benoemen.

Artikel 6. Werkwijze [Vervallen per 01-01-2014]

  • 1 De commissie vergadert maximaal tweemaal per jaar.

  • 2 De commissie stelt haar eigen werkwijze vast.

  • 3 De commissie kan zich door andere personen doen bijstaan voor zover dat voor de vervulling van haar taak nodig is, waaronder, op persoonlijke titel, ambtelijke deskundigen.

Artikel 7. Kerncommissie [Vervallen per 01-01-2014]

  • 1 Ten behoeve van de voorbereiding van advisering en besluitvorming van de commissie wordt een kerncommissie ingesteld.

  • 2 Deze kerncommissie bestaat tenminste uit vertegenwoordigers van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, het Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie, de Vereniging van Universiteiten, de HBO-raad en VNO-NCW en wordt voorgezeten respectievelijk ondersteund door de voorzitter en de secretaris van de commissie.

  • 3 De leden van de kerncommissie worden aangewezen door de commissieleden uit genoemde organisaties en handelen waar nodig in mandaat namens deze commissieleden.

Artikel 8. Werkgroep [Vervallen per 01-01-2014]

  • 1 De kerncommissie wordt bijgestaan door een werkgroep. De leden van deze werkgroep worden door de leden van de kerncommissie aangewezen.

  • 2 De secretaris van de commissie zit de werkgroep voor, één der leden voert het secretariaat.

Artikel 9. Vergoeding [Vervallen per 01-01-2014]

  • 2 De voorzitter en de andere leden van de commissie ontvangen een vergoeding van reis- en verblijfkosten op de voet van het Reisbesluit binnenland en het Reisbesluit buitenland. Deze vergoeding wordt door de secretaris van de commissie afgehandeld.

Artikel 10. Kosten van de commissie [Vervallen per 01-01-2014]

  • 1 De kosten van de commissie komen, voor zover goedgekeurd, voor rekening van de minister. Onder kosten worden in ieder geval verstaan:

    • a. de kosten voor vergaderingen en voor secretariële ondersteuning,

    • b. de kosten voor het inschakelen van externe deskundigheid en het laten verrichten van onderzoek, en

    • c. de kosten voor publicatie van rapportages.

  • 2 De commissie biedt jaarlijks een begroting en een planning aan de minister aan.

Artikel 11. Verantwoording [Vervallen per 01-01-2014]

De commissie biedt de minister jaarlijks een verslag aan waarin wordt gerapporteerd over de activiteiten van het voorafgaande jaar.

Artikel 12. Archiefbescheiden [Vervallen per 01-01-2014]

De commissie draagt zo spoedig mogelijk na beëindiging van haar werkzaamheden of, zo de omstandigheden daartoe aanleiding geven, zoveel eerder, de bescheiden betreffende die werkzaamheden over aan het archief van de directie Concernondersteuning van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.

Artikel 13. Inwerkingtreding [Vervallen per 01-01-2014]

  • 1 Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant, waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 augustus 2009.

  • 2 Dit besluit vervalt met ingang van 1 januari 2014.

Artikel 14. Citeertitel [Vervallen per 01-01-2014]

Dit besluit wordt aangehaald als: Instellingsbesluit Landelijke Commissie Valorisatie

Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De

Staatssecretaris

van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

H. Zijlstra