Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Algemeen reglement van het Fonds voor Cultuurparticipatie[Regeling vervallen per 01-01-2017.]

Geldend van 01-01-2012 t/m 31-12-2016

Algemeen reglement van het Fonds voor Cultuurparticipatie

De Stichting Fonds voor Cultuurparticipatie,

Gelet op artikel 10 vierde lid van de Wet op het specifiek cultuurbeleid;

Met goedkeuring van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 26 oktober 2011;

Besluit vast te stellen het navolgende Algemeen reglement:

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen [Vervallen per 01-01-2017]

Artikel 1. Definities [Vervallen per 01-01-2017]

In dit reglement wordt verstaan onder:

  • a. Project: Een activiteit met een incidenteel en in tijd beperkt karakter op het terrein van amateurkunst, cultuureducatie en volkscultuur en in het kader van de bevordering van actieve cultuurparticipatie;

  • b. Subsidie: De aanspraak op financiële middelen, door het bestuur van de stichting verstrekt met het oog op bepaalde activiteiten van de aanvrager, anders dan als betaling voor aan het bestuur van de stichting geleverde goederen en diensten;

  • c. Het fonds: Het bestuur van de Stichting Fonds voor Cultuurparticipatie als bedoeld in artikel 5 van de Statuten. De Stichting Fonds voor Cultuurparticipatie is een stichting als bedoeld in artikel 9 van de Wet op het specifieke cultuurbeleid;

  • d. Adviescommissie: Een commissie als bedoeld in artikel 8 van het huishoudelijk reglement ingesteld door het bestuur van het fonds en belast met het adviseren van het bestuur van het fonds over subsidieaanvragen;

  • e. De Minister: De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;

  • f. De Wet: De Wet op het specifieke cultuurbeleid, wet van 11 maart 1993 Stb. 1993, 193, in werking getreden 16 april 1993 (Stb. 1993, 204);

  • g. Deelregeling: Een op basis van de Wet vastgestelde regeling, waarin nadere regels worden gesteld over de aard, omvang en samenstelling van subsidies alsmede over het aanvragen, beoordelen en verlenen van subsidies;

  • h. Aanvrager: De aanvrager van subsidie;

  • i. Ontvanger: De ontvanger van subsidie;

  • j. Subsidieplafond: Het bedrag dat gedurende een bepaald tijdvak ten hoogste beschikbaar is voor de verstrekking van subsidies krachtens een deelregeling;

  • k. Begrotingstekort: Nadelig verschil tussen de geraamde inkomsten en uitgaven;

  • l. Subsidieverlening: Het besluit tot voorlopige verlening van een subsidie;

  • m. Subsidievaststelling: Het besluit tot definitieve verstrekking van een subsidie;

  • n. Begrotingsvoorbehoud: Een voorbehoud op het verlenen van een subsidie in de zin van artikel 4:34 van de Algemene wet bestuursrecht

Artikel 2. Doel [Vervallen per 01-01-2017]

Het bestuur van het fonds kan, in overeenstemming met artikel 3 van zijn statuten en volgens de bepalingen vastgesteld in de wet en dit reglement subsidie verstrekken ten behoeve van een project indien het project naar het oordeel van het fonds een positieve bijdrage levert aan het bevorderen van actieve participatie aan het culturele leven van burgers in het Koninkrijk der Nederland ongeacht leeftijd, herkomst, opleiding en woonplaats, indien is voldaan aan alle formele en materiële vereisten zoals in dit reglement vermeld. Met het verstrekken van subsidies richt het bestuur zich op het ontwikkelen, stimuleren, spreiden of anderszins bevorderen of verbreiden van uitingen op het gebied van amateurkunst, cultuureducatie en volkscultuur.

Artikel 3. Subsidiesoorten [Vervallen per 01-01-2017]

Ter verwezenlijking van zijn doelstelling kan het bestuur van het fonds bij beschikking als bedoeld in artikel 11 van de Wet op het specifiek cultuurbeleid de volgende subsidies verstrekken:

  • a. projectsubsidies met een looptijd van maximaal drie jaar aan in het Koninkrijk der Nederlanden gevestigde rechtspersonen zonder winstoogmerk;

  • b. vierjarige subsidies aan in het Koninkrijk der Nederlanden gevestigde rechtspersonen zonder winstoogmerk.

Artikel 4. Toepasselijkheid Algemeen reglement [Vervallen per 01-01-2017]

  • 1 Dit reglement is van toepassing op alle subsidies die het bestuur van het fonds verstrekt met uitzondering van die subsidies waarvan het relatiebeheer op grond van het mandaatsbesluit FCP aan het fonds is opgedragen.

  • 2 Indien een subsidie wordt verstrekt op grond van een deelregeling, is dit reglement van toepassing naast en in aanvulling op een deelregeling.

Artikel 5. Begrotingsvoorbehoud [Vervallen per 01-01-2017]

Het bestuur van het fonds verstrekt slechts subsidie voor zover de Minister daartoe in enig tijdvak financiële middelen aan het fonds ter beschikking stelt.

Artikel 6. Subsidieplafond [Vervallen per 01-01-2017]

  • 1 Het bestuur van het fonds kan in een deelregeling een of meer subsidieplafonds opnemen.

  • 2 Het bestuur van het fonds kan in een deelregeling binnen verschillende sectoren afzonderlijke subsidieplafonds vaststellen.

  • 3 Indien het bestuur van het fonds toepassing geeft aan het bepaalde in de vorige leden, wordt in de desbetreffende deelregeling tevens bepaald hoe het beschikbare bedrag of de beschikbare bedragen verdeeld worden.

  • 4 Een aanvraag voor subsidie wordt afgewezen indien door het verlenen van de subsidie het bedrag of de bedragen, bedoeld in het eerste lid, worden overschreden.

  • 5 Het subsidieplafond kan per kalenderjaar verschillen en wordt voor het betreffende jaar gepubliceerd in de Staatscourant en op www.cultuurparticipatie.nl

Hoofdstuk 2. Werkingsfeer en vereisten [Vervallen per 01-01-2017]

Artikel 7 [Vervallen per 01-01-2017]

  • 1 Voor subsidie komen uitsluitend in het Koninkrijk der Nederlanden gevestigde publiekrechtelijke rechtspersonen of organen daarvan in aanmerking dan wel in het Koninkrijk der Nederlanden gevestigde privaatrechtelijke rechtspersonen zonder winstoogmerk.

  • 2 Geen financiële ondersteuning wordt verstrekt aan die rechtspersonen of organen daarvan,

    • a. die zich blijkens hun statutaire doelstellingen of feitelijke activiteiten ten doel stellen uitsluitend de belangen te behartigen van één of enkele personen, dan wel;

    • b. ten aanzien waarvan het bestuur van het fonds gegronde redenen heeft om aan te nemen dat de desbetreffende rechtspersoon of orgaan daarvan zich in overwegende mate richt op verkrijging van financiële ondersteuning als bedoeld in dit reglement ten behoeve van één of enkele bepaalde personen;

    • c. die in het verleden subsidieverplichtingen voortvloeiende uit een eerdere subsidieverlening door het bestuur van het fonds of rechtsvoorgangers van het fonds niet correct hebben nageleefd.

  • 3 In afwijking van artikel 3 en het eerste lid kan het bestuur van het fonds in bijzondere gevallen besluiten een subsidie te verstrekken aan organisaties zonder rechtspersoonlijkheid, een natuurlijke persoon of groep van natuurlijke personen, indien dit voortvloeit uit de aard van de activiteit waarvoor subsidie is aangevraagd.

Artikel 8 [Vervallen per 01-01-2017]

  • 1 Subsidie kan slechts worden verstrekt, voor zover:

    • a. er sprake is van een begrotingstekort en de behoefte aan ondersteuning door het Fonds voor Cultuurparticipatie naar genoegen van het bestuur van het fonds is aangetoond; en

    • b. er sprake is van aanzienlijke cofinanciering, hetzij door de aanvrager zelf hetzij door derden; en

    • c. de aanvrager, rekening houdend met de aard van het project, de mogelijkheid van het behalen van eigen inkomsten uit entreegelden, sponsoring en dergelijke in de aanvraag heeft betrokken; en

    • d. de aanvrager aannemelijk heeft gemaakt dat de beschikbare financiële middelen, met inbegrip van de financiële ondersteuning verstrekt door het Fonds voor Cultuurparticipatie, voldoende zijn om het project in overeenstemming met de in artikel 2 en 9 bepaalde vereisten uit te voeren; en

    • e. de activiteiten van de aanvrager openbaar toegankelijk zijn.

  • 2 Het bestuur van het fonds kan besluiten het eerste lid, onderdeel e, buiten toepassing te laten ten aanzien van een aanvraag die betrekking heeft op activiteiten gericht op doelgroepen waarvoor het fonds speciale aandacht wenst ter opheffing van een maatschappelijke of culturele achterstand.

  • 3 Bij deelreglement kan het bestuur van het fonds bepalen dat de totale projectkosten een bepaalde financiële omvang moeten hebben alvorens ondersteuning kan worden verstrekt.

  • 4 Bij deelreglement kunnen kwantitatieve eisen worden gesteld aan de te behalen eigen inkomsten.

  • 5 De subsidie bedraagt niet meer dan 50% van de totale voor subsidie in aanmerking komende projectkosten, tenzij bij deelreglement anders is bepaald.

Hoofdstuk 3. Aanvraagprocedure subsidieverlening [Vervallen per 01-01-2017]

Artikel 9 [Vervallen per 01-01-2017]

De aanvraag voor subsidie wordt uiterlijk drie maanden voor de aanvang van het project ingediend. Het bestuur van het fonds kan bij deelreglement een andere indieningtermijn vaststellen. Een aanvraag die te laat is ingediend wordt afgewezen.

Artikel 10 [Vervallen per 01-01-2017]

  • 1 De aanvraag voor subsidie (zie artikel 18 t/m 23 van dit reglement) wordt ingediend bij het Fonds voor Cultuurparticipatie.

  • 2 Het Fonds voor Cultuurparticipatie kan voor het indienen van de aanvraag als bedoeld in dit artikel een formulier vaststellen, hetgeen in voorkomende gevallen te downloaden is via de website www.cultuurparticipatie.nl. Een dergelijk formulier dient volledig en volgens de in de toelichting bij het formulier vermelde richtlijnen te zijn ingevuld alvorens de aanvraag in behandeling zal worden genomen.

  • 3 Het Fonds voor Cultuurparticipatie kan bij deelregeling nadere regels stellen ten aanzien van het digitaal aanvragen.

  • 4 In geval de aanvraag kennelijk ongegrond is, kan het Fonds voor Cultuurparticipatie besluiten de aanvraag onmiddellijk af te wijzen zonder nader onderzoek.

  • 5 Indien sprake is van onvolledige invulling van een formulier als bedoeld in het tweede lid dan wel indien op enige andere manier blijkt dat de verstrekte gegevens en bescheiden onvoldoende zijn voor de beoordeling van de aanvraag dan wel voor de voorbereiding van de beslissing dienaangaande, kan het bestuur van het fonds besluiten de aanvraag niet te behandelen. De aanvrager wordt tevoren in de gelegenheid gesteld de bescheiden binnen twee weken aan te vullen.

  • 6 Het bestuur van het fonds kan beslissen een aanvraag niet in behandeling te nemen wanneer deze aanvraag niet in de Nederlandse taal is gesteld. De aanvrager wordt tevoren in de gelegenheid gesteld de bescheiden met de vertaling aan te vullen.

Artikel 11 [Vervallen per 01-01-2017]

  • 1 De schriftelijke aanvraag voor subsidie wordt ondertekend en bevat tenminste:

    • a. naam en adres aanvrager;

    • b. de dagtekening; en

    • c. een aanduiding van de aard en de hoogte van de financiële ondersteuning die wordt gevraagd.

  • 2 Overeenkomstig artikel 10 lid 3 kan het Fonds voor Cultuurparticipatie bij deelregeling nadere regels stellen over de wijze waarop de authenticiteit van de indiener van een digitale aanvraag wordt vastgesteld en over het gebruik van een elektronische handtekening.

Artikel 12 [Vervallen per 01-01-2017]

  • 1 Op verzoek van het fonds wordt bij de aanvraag voor subsidie door een privaatrechtelijk rechtspersoon tevens overgelegd:

    • a. een afschrift van de meest recente oprichtingsakte of statuten; en

    • b. indien van toepassing: de laatst opgemaakte jaarrekening en het meest recente jaarverslag.

  • 2 Het bestuur van het fonds kan bepalen dat de bescheiden, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, vergezeld gaan van een accountantsverklaring.

Artikel 13 [Vervallen per 01-01-2017]

De aanvraag voor subsidie gaat in ieder geval vergezeld van de volgende informatie, benodigd voor de beslissing op die aanvraag:

  • a. een gemotiveerd projectplan, waarin het doel, de aard en de omvang van de voorgenomen activiteiten worden beschreven, als ook waarin wordt aangegeven in welk opzicht het aan de inhoudelijke criteria als bedoeld in deelregelingen voldoet; en

  • b. een begroting die op duidelijke en eenvoudige wijze inzicht geeft in de baten en lasten van het project.

Artikel 14 [Vervallen per 01-01-2017]

  • 1 Indien na een gehele of gedeeltelijke afwijzende beslissing een nieuwe aanvraag wordt gedaan, wordt die aanvraag binnen een periode van zes maanden na ontvangst van de eerste aanvraag zonder nader onderzoek afgewezen.

  • 2 Het bestuur van het fonds kan besluiten een aanvraag zonder nader onderzoek af te wijzen indien over een voorgaand project van dezelfde aanvrager, waarvoor het bestuur van het fonds financiële ondersteuning heeft verleend, niet naar genoegen van het bestuur van het fonds verantwoording is afgelegd overeenkomstig de voorschriften van dit reglement of van een deelregeling.

Hoofdstuk 4. Wijze van beoordeling en beslissing op de subsidieaanvraag [Vervallen per 01-01-2017]

Artikel 15 [Vervallen per 01-01-2017]

  • 1 Het bestuur van het fonds kan een aanvraag voor subsidie ter advisering voorleggen aan een adviescommissie of adviseur(s).

  • 2 In het Huishoudelijk reglement van het fonds worden nadere regels opgenomen over de samenstelling, benoeming en werkwijze van de adviescommissie of adviseurs.

  • 3 Het bestuur van het fonds neemt bij zijn beoordeling van de aanvraag in elk geval een advies als bedoeld in het eerste lid (indien gegeven) in overweging.

Artikel 16 [Vervallen per 01-01-2017]

  • 1 Een beschikking tot subsidieverlening wordt gegeven binnen 13 weken na ontvangst van de aanvraag of, indien sprake is van een subsidieplafond en de verlening plaatsvindt in volgorde van rangschikking of evenredige verdeling, binnen 13 weken na afloop van de periode waarin aanvragen kunnen worden ingediend.

  • 2 De termijn, genoemd in het eerste lid, bedraagt 22 weken indien:

    • a. over de aanvraag advies wordt ingewonnen;

    • b. een nader onderzoek naar de aanvraag wordt ingesteld.

  • 3 Indien over de aanvraag een niet bij wettelijk voorschrift voorgeschreven advies wordt ingewonnen of een nader onderzoek naar de aanvraag wordt ingesteld, deelt het fonds dit aan de aanvrager mee.

  • 4 Indien de aanvrager in de gelegenheid is gesteld zijn onvolledige aanvraag aan te vullen, geldt de datum waarop de aangevulde aanvraag is ontvangen als ontvangstdatum van de aanvraag.

  • 5 Indien niet binnen de gestelde termijn op de aanvraag kan worden beslist, stelt het bestuur van het fonds de aanvrager daarvan in kennis en noemt hij de termijn waarbinnen de beslissing tegemoet kan worden gezien.

Artikel 17 [Vervallen per 01-01-2017]

Een aanvraag voor subsidie kan naast de in de artikelen 4:25, 4:34 en 4:35 van de Algemene wet bestuursrecht genoemde gevallen worden geweigerd indien:

  • a. de aanvraag niet voldoet aan het bepaalde in dit reglement en/of de betreffende deelregeling;

  • b. de subsidieaanvrager voor dezelfde activiteiten en binnen hetzelfde tijdvlak reeds structurele subsidie van het Rijk, Rijkscultuurfondsen of andere overheden ontvangt.

Hoofdstuk 5. Verlening van subsidie [Vervallen per 01-01-2017]

Artikel 18 [Vervallen per 01-01-2017]

  • 1 Voorafgaande aan de vaststelling van de subsidie wordt door het bestuur van het fonds een beslissing omtrent subsidieverlening gegeven.

  • 2 De beslissing tot subsidieverlening bevat een omschrijving van de activiteiten waarvoor de financiële ondersteuning is verleend alsmede het bedrag van de financiële ondersteuning.

Artikel 19 [Vervallen per 01-01-2017]

  • 1 De subsidie wordt in de vorm van een aanspraak op financiële middelen verleend voor een bepaald tijdvak, dat in de subsidiebeschikking wordt vermeld. Indien de subsidie minder dan € 25.000 bedraagt, vermeldt de beschikking tot subsidieverlening de datum waarop de activiteiten uiterlijk moeten zijn verricht en de datum waarop de subsidie uiterlijk ambtshalve wordt vastgesteld. Het bedrag aan subsidie kan in gedeelten betaalbaar worden gesteld, bij wijze van bevoorschotting, doch ook achteraf in een bedrag ineens. De wijze van betaalbaarstelling wordt bepaald in de subsidiebeschikking.

  • 2 Subsidie wordt verleend voor een maximale periode van één kalenderjaar, tenzij in een deelreglement een langere termijn is bepaald.

Artikel 20 [Vervallen per 01-01-2017]

In de beslissing tot subsidieverlening kan het bestuur van het fonds verplichtingen stellen in ieder geval ter zake van de voorbereiding en/of uitvoering van het project en de presentatie van de resultaten, onverminderd hetgeen is geregeld in artikel 27c.

Artikel 21 [Vervallen per 01-01-2017]

  • 1 De subsidieontvanger is verplicht toestemming te verlenen aan het Fonds voor Cultuurparticipatie om (delen van) het projectverslag of de overige op het project van toepassing zijnde documentatie (inclusief beeldmateriaal) openbaar te maken dan wel anderszins te presenteren of te verveelvoudigen, zonder dat de ontvanger daarvoor een vergoeding ontvangt. Voorts dient de ontvanger met een eventuele derderechthebbende op informatie neergelegd in (delen van) het projectverslag of de overige op het project van toepassing zijnde documentatie (inclusief beeldmateriaal) overeen te zijn gekomen dat het Fonds voor Cultuurparticipatie ook die informatie mag openbaar maken dan wel anderszins presenteren of te verveelvoudigen zonder dat daarvoor een vergoeding is verschuldigd aan die derderechthebbende.

  • 2 Openbaarmaking/presentatie of verveelvoudiging vindt uitsluitend plaats ter verantwoording van de werkzaamheden van het Fonds voor Cultuurparticipatie.

Artikel 22 [Vervallen per 01-01-2017]

  • 1 Zolang het bedrag van de subsidie nog niet definitief is vastgesteld kan het bestuur van het fonds de beslissing tot verlening van die subsidie intrekken of ten nadele van de ontvanger wijzigen, in ieder geval indien:

    • a. de activiteiten waarvoor de financiële ondersteuning is verleend niet of niet geheel dan wel niet conform de strekking van de wet, of de vereisten genoemd in dit reglement en/of deelregeling hebben plaatsgevonden of zullen plaatsvinden;

    • b. de ontvanger heeft gehandeld in strijd met de aan de subsidie verbonden verplichtingen;

    • c. de ontvanger onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een andere beschikking op de aanvraag tot verlening van subsidie zou hebben geleid, of

    • d. de beslissing tot verlening van subsidie onjuist was en de ontvanger dat wist of behoorde te weten.

    • e. veranderde omstandigheden of gewijzigde inzichten zich in overwegende mate tegen voortzetting of ongewijzigde voortzetting van de subsidie verzetten.

  • 2 De intrekking of wijziging werkt terug tot het tijdstip waarop de financiële ondersteuning is verleend, tenzij bij het besluit tot intrekking of wijziging anders is bepaald.

Hoofdstuk 6. Algemene verplichtingen van de subsidieontvanger [Vervallen per 01-01-2017]

Artikel 23 [Vervallen per 01-01-2017]

De subsidieontvanger zorgt ervoor dat de doelstelling van het project op doelmatige en financieel verantwoorde wijze wordt nagestreefd en uitgevoerd. In dat kader zorgt de subsidieontvanger ervoor dat hij een goed beleid en beheer voert, dat de subsidie op efficiënte wijze wordt gebruikt voor de doeleinden waarvoor zij is verleend en dat alle verplichtingen die het bestuur van het fonds aan het toekennen van de subsidie heeft verbonden, worden nageleefd.

Artikel 24 [Vervallen per 01-01-2017]

  • 2 De subsidieontvanger bewaart de administratie en de daartoe behorende bescheiden gedurende zeven jaren.

Artikel 25 [Vervallen per 01-01-2017]

  • 1 De subsidieontvanger doet onverwijld een melding bij het fonds van feiten en omstandigheden die van belang kunnen zijn voor de subsidieverstrekking. Bij de melding worden de stukken overgelegd die betrekking hebben op de gemelde feiten en omstandigheden en wordt de oorzaak van de gemelde feiten en omstandigheden toegelicht.

  • 2 Aan het eerste lid wordt in ieder geval toepassing gegeven indien het voor de subsidieontvanger aannemelijk is of zou moeten zijn dat:

    • a. de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend niet, niet tijdig of niet geheel zijn verricht of zullen worden verricht, of

    • b. niet, niet tijdig of niet geheel aan de subsidieverplichtingen wordt voldaan of zal worden voldaan.

Hoofdstuk 7. Bijzondere verplichtingen van de subsidieontvanger [Vervallen per 01-01-2017]

Artikel 26 [Vervallen per 01-01-2017]

  • 1 De ontvanger van een vierjarige subsidie die € 125.000 of meer bedraagt, neemt, indien de subsidie aan het einde van de vierjarige subsidieperiode nog niet is besteed aan de doeleinden waarvoor de subsidie is verstrekt, dit bedrag op in zijn bestemmingsfonds. Wanneer de aan de subsidie verbonden prestaties in die vier jaar kwalitatief gerealiseerd zijn, kan het bestuur van het fonds besluiten in te stemmen met de aanwending van het saldo in een volgende periode voor de doeleinden waarvoor de subsidie is verstrekt.

  • 2 De rechtspersoon die subsidie ontvangt verzekert voor vrijwilligers die werkzaamheden verrichten in het kader van de gesubsidieerde activiteiten, hun wettelijke aansprakelijkheid.

  • 3 De rechtspersoon die een subsidie ontvangt werkt overeenkomstig de richtlijnen van Cultural Governance welke te downloaden zijn via de website www.cultuur-ondernemen.nl.

Hoofdstuk 8. Verantwoording subsidies [Vervallen per 01-01-2017]

Artikel 27 [Vervallen per 01-01-2017]

Indien de subsidie minder dan € 25.000 bedraagt, toont de subsidieontvanger op verzoek van het fonds aan dat de activiteiten waarvoor de subsidie is verstrekt, zijn verricht en dat is voldaan aan de verplichtingen die aan de subsidie zijn verbonden. Bij regeling of bij beschikking wordt aangegeven op welke wijze dit wordt aangetoond.

Artikel 27a [Vervallen per 01-01-2017]

  • 1 Indien de subsidie € 25.000 of meer bedraagt, toont de subsidieontvanger aan de hand van een activiteitenverslag aan dat de activiteiten waarvoor de subsidie is verstrekt, zijn verricht en dat is voldaan aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen.

  • 2 Het activiteitenverslag bevat een overzicht van de werkzaamheden waarvoor subsidie is verstrekt en van de daarmee bereikte resultaten.

  • 3 De inrichting van het verslag komt overeen met de inrichting van het activiteitenplan.

  • 4 Het verslag bevat, voor zover van toepassing, een analyse van verschillen tussen de voorgenomen activiteiten en beoogde resultaten, vermeld in het activiteitenplan, en de feitelijke realisatie.

  • 5 Bij regeling of bij beschikking kan worden bepaald dat de subsidieontvanger op een andere wijze aantoont dat de activiteiten waarvoor de subsidie is verstrekt, zijn verricht en dat is voldaan aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen.

Artikel 27b [Vervallen per 01-01-2017]

  • 1 Indien de subsidie € 25.000 of meer bedraagt, kan bij regeling of bij beschikking worden bepaald dat de subsidieontvanger op basis van een verklaring inzake werkelijke kosten en opbrengsten aantoont dat de activiteiten zijn verricht. In dat geval is artikel 27 niet van toepassing en, indien de subsidie minder dan € 125.000 bedraagt, is artikel 24 van overeenkomstige toepassing.

  • 2 In de verklaring geeft de subsidieontvanger aan:

    • a. dat de activiteiten waarvoor de subsidie is verstrekt zijn verricht, voorzien van een korte toelichting,

    • b. dat aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen is voldaan,

    • c. wat het totale bedrag van de gerealiseerde subsidiabele kosten is,

    • d. wat, in voorkomend geval, de stand van de egalisatiereserve is,

    • e. wat het totale bedrag van de gerealiseerde opbrengsten, inclusief bijdragen van derden, is, en

    • f. wat het totale bedrag van de gerealiseerde eigen bijdrage is.

Artikel 27c [Vervallen per 01-01-2017]

Indien de subsidie € 125.000 of meer bedraagt, legt de subsidieontvanger, onverminderd artikel 19, rekening en verantwoording af aan de hand van een financieel verslag. Artikel 4:76 van de Algemene wet bestuursrecht is van overeenkomstige toepassing.

Artikel 27d [Vervallen per 01-01-2017]

  • 2 De subsidieontvanger bedingt bij de accountant dat deze zijn onderzoek inricht overeenkomstig een controleprotocol indien dat door het fonds is vastgesteld.

  • 3 In de verklaring, bedoeld in het eerste lid, geeft de accountant tevens een oordeel over de naleving door de subsidieontvanger van de in het controleprotocol genoemde voorschriften.

Hoofdstuk 9. Voorschotten [Vervallen per 01-01-2017]

Artikel 28a [Vervallen per 01-01-2017]

  • 1 Het bestuur van het fonds kan voorschotten verstrekken. In het besluit tot verlening van subsidie worden de hoogte en het tempo van de bevoorschotting geregeld.

  • 2 Het bestuur van het fonds kan over de bevoorschotting nadere regels stellen in een deelregeling.

Artikel 28b [Vervallen per 01-01-2017]

  • 1 Indien de subsidie minder dan € 25.000 bedraagt en niet direct wordt vastgesteld, verleent het fonds de subsidieontvanger een voorschot van 100% van het subsidiebedrag.

  • 2 Indien de subsidie € 25.000 of meer bedraagt, geschiedt de verlening van het voorschot zodra de beschikking tot subsidieverlening is afgegeven.

  • 3 Onverminderd het eerste en het tweede lid, worden bij regeling of bij beschikking de tijdstippen en de termijnen van de betaling van het voorschot bepaald.

Hoofdstuk 10. Vaststelling van de subsidie [Vervallen per 01-01-2017]

Artikel 29 [Vervallen per 01-01-2017]

Een beschikking tot subsidievaststelling wordt gegeven:

  • a. indien de subsidie minder dan € 25.000 bedraagt en direct wordt vastgesteld: binnen 13 weken na ontvangst van de aanvraag van de subsidie,

  • b. indien de subsidie minder dan € 25.000 bedraagt en niet direct wordt vastgesteld: binnen 22 weken na de in de regeling of de beschikking opgenomen datum waarop de activiteiten waarvoor de subsidie wordt verstrekt, moeten zijn verricht, en

  • c. indien de subsidie € 25.000 of meer bedraagt: binnen 22 weken na ontvangst van de aanvraag tot vaststelling.

Hoofdstuk 11. Betaling [Vervallen per 01-01-2017]

Artikel 30 [Vervallen per 01-01-2017]

Binnen acht weken na dagtekening van de beschikking tot vaststelling van de subsidie wordt het subsidiebedrag betaald of verrekend met betaalde voorschotten; tenzij in het besluit tot vaststelling anders is bepaald.

Hoofdstuk 12. Intrekking en terugvordering subsidie [Vervallen per 01-01-2017]

Artikel 31 [Vervallen per 01-01-2017]

  • 1 Het bestuur van het fonds kan de subsidievaststelling intrekken of ten nadele van de Subsidieontvanger wijzigen indien:

    • a. op grond van feiten of omstandigheden waarvan het bij de vaststelling van de subsidie niet op de hoogte kon zijn en op grond waarvan de subsidie lager dan overeenkomstig de subsidieverlening zou zijn vastgesteld;

    • b. indien de vaststelling van de subsidie onjuist was en de ontvanger van de subsidie dit wist of kon dan wel behoorde te weten;

    • c. indien de ontvanger van de subsidie niet heeft voldaan aan verplichtingen die aan de subsidie zijn verbonden.

  • 2 De intrekking of wijziging werkt terug tot en met het tijdstip waarop de subsidie is vastgesteld, tenzij bij de intrekking of wijziging anders is bepaald.

  • 3 De vaststelling van de subsidie kan niet meer worden ingetrokken of ten nadele van de ontvanger worden gewijzigd indien vijf jaren zijn verstreken sinds de dag waarop zij is bekendgemaakt dan wel, in het geval bedoeld in het eerste lid onder c. sinds de dag waarop de handeling in strijd met de verplichting is verricht of de dag waarop aan de verplichting had moeten zijn voldaan.

Artikel 32 [Vervallen per 01-01-2017]

Onverschuldigd betaalde subsidiebedragen en voorschotten kunnen worden teruggevorderd voor zover na de dag waarop de subsidie is vastgesteld, dan wel de handeling als bedoeld in artikel 31 lid 1 sub d heeft plaatsgevonden, nog geen vijf jaren zijn verstreken.

Hoofdstuk 13. Ontheffing en hardheidsclausule [Vervallen per 01-01-2017]

Artikel 33 [Vervallen per 01-01-2017]

Het bestuur van het fonds kan in individuele gevallen en in bijzondere gevallen voor één of meerdere verplichtingen van deze regeling ontheffing verlenen.

Artikel 34 [Vervallen per 01-01-2017]

Het bestuur van het fonds kan in bijzondere gevallen ten gunste van de belanghebbende van het bepaalde in dit reglement of de daarop gebaseerde beleidsregels afwijken, indien de toepassing van de betreffende bepaling tot onbillijkheden van overwegende aard leidt.

Hoofdstuk 14. Slotbepalingen [Vervallen per 01-01-2017]

Artikel 35 [Vervallen per 01-01-2017]

In alle gevallen waarin de wet, de statuten, het Huishoudelijk reglement, dit reglement of deelreglementen niet voorzien, beslist het bestuur van het fonds.

Artikel 36 [Vervallen per 01-01-2017]

Dit Algemeen reglement treedt in werking met ingang van 1 januari 2012 en vervangt het voorgaande Algemeen reglement van het Fonds voor Cultuurparticipatie dat na 31 december 2011 komt te vervallen.

Artikel 37 [Vervallen per 01-01-2017]

Ten aanzien van het nemen van beslissingen die zijn aangevraagd voor de inwerkingtreding van dit Algemeen reglement maar waarop nog niet is beslist ten tijde van de inwerkingtreding van dit reglement, geldt hetgeen in dit reglement is bepaald indien dit voor betrokkenen tot een gunstiger uitkomst leidt.

Artikel 38 [Vervallen per 01-01-2017]

Van toepassing op dit reglement is de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

Artikel 39 [Vervallen per 01-01-2017]

Deze regeling wordt aangehaald als: Algemeen reglement van het Fonds voor Cultuurparticipatie.

Het bestuur van Stichting Fonds voor Cultuurparticipatie,

J.J.K. Knol