Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Regeling verankering academische opleidingsschool 2012–2016[Regeling vervalt per 01-01-2018.]

Geldend van 23-01-2014 t/m heden

Regeling van de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 16 november 2011, nr. DL/313324, houdende tijdelijke voorschriften betreffende de verstrekking van subsidie voor de verankeringsfase van de academische opleidingsschool in de periode 2012–2016 (Regeling verankering academische opleidingsschool 2012–2016)

De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

Gelet op de artikelen 2 en 4 van de Wet overige OCW-subsidies;

Besluit:

Hoofdstuk 1. Inleidende bepalingen

Artikel 1. Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

Artikel 2. Te subsidiëren activiteiten

  • 1 De Minister kan in aanloop naar structurele financiering van de academische opleidingsschool in de periode 1 januari 2012 tot en met maximaal 31 december 2016 aan een beperkt aantal academische opleidingsscholen en opleidingsscholen subsidie verstrekken met het oog op de verankering van het concept ‘academische opleidingsschool’ in de opleidingsschool.

  • 2 De subsidie wordt verstrekt als tegemoetkoming in de uitgaven die zijn verbonden aan de activiteiten die de academische opleidingsscholen of opleidingsscholen ondernemen om te komen tot verankering van het concept ‘academische opleidingsschool’ in de opleidingsschool. De subsidie kan ook worden gebruikt voor andere activiteiten van de scholen waarvoor bekostiging wordt verstrekt.

  • 3 Onder concept ‘academische opleidingsschool’ wordt verstaan een goed functionerende academische opleidingsschool met een duurzame onderzoekinfrastructuur waar opleiding, praktijkgericht onderzoek en schoolontwikkeling optimaal verbonden zijn.

Artikel 3. Geen activiteitenplan en begroting

Artikel 4 van de Regeling OCW-subsidies is niet van toepassing op subsidieverstrekking op grond van deze regeling.

Artikel 4. Subsidieontvanger

Subsidie wordt slechts verstrekt aan een rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid waarvan de statutaire doelstelling in elk geval betrekking heeft op de te subsidiëren activiteiten, bedoeld in artikel 2.

Artikel 5. Subsidieplafond

Voor subsidieverstrekking op grond van deze regeling is voor de jaren 2012 tot en met 2016 een bedrag van € 17.500.000 beschikbaar.

Artikel 6. Subsidiebedrag

De subsidie per subsidieontvanger bedraagt € 350.000, onverminderd artikel 14, tweede lid.

Hoofdstuk 2. Subsidieaanvraag

Artikel 7. Subsidieaanvraag

  • 1 Subsidie wordt aangevraagd door de penvoerder van de academische opleidingsschool of opleidingsschool. De penvoerder is de door de partijen van het partnerschap aangewezen rechtspersoon die namens de partijen van de academische opleidingsschool of opleidingsschool optreedt.

  • 2 Bij de aanvraag wordt een door alle partijen van de academische opleidingsschool of opleidingsschool getekende verklaring gevoegd waaruit blijkt dat de rechtspersoon, bedoeld in het eerste lid, gemachtigd is de academische opleidingsschool of opleidingsschool in en buiten rechte te vertegenwoordigen.

Artikel 8. Vereisten subsidieaanvraag

  • 1 Een aanvraag wordt ingediend bij het Agentschap NL te Den Haag met behulp van het formulier, bedoeld in bijlage 1.

Artikel 9. Termijn indiening aanvraag

  • 1 De aanvraag wordt uiterlijk 31 december 2011 ingediend.

  • 2 Een aanvraag die voorafgaand aan het tijdstip van inwerkingtreding van deze regeling is ingediend, wordt aangemerkt als een aanvraag die op het tijdstip van inwerkingtreding van deze regeling is ingediend.

Hoofdstuk 3. Subsidievaststelling

Artikel 10. Weigeringsgronden

De subsidie kan worden geweigerd, indien de subsidieaanvrager in onvoldoende mate voldoet aan de criteria, bedoeld in bijlage 2.

Artikel 11. Criteria verdeling subsidie

  • 1 De Minister voorziet in een gelijktijdige beslissing op de aanvragen op basis van een vergelijking van hun geschiktheid om bij te dragen aan de doelstellingen van de subsidie.

  • 2 Bij overschrijding van het subsidieplafond en bij gelijke geschiktheid verdeelt de Minister het beschikbare bedrag op basis van een evenwichtige spreiding van de academische opleidingsscholen of opleidingsscholen over de sectoren po, vo en bve en een evenwichtige spreiding over Nederland.

Artikel 12. Advies voorafgaand aan de subsidieverstrekking

Het Agentschap NL adviseert de Minister over de subsidieaanvraag bedoeld in artikel 8, op basis van de criteria, bedoeld in bijlage 2.

Artikel 13. Beschikking tot subsidievaststelling

  • 2 De minister beslist uiterlijk 31 maart 2012 op een aanvraag.

  • 3 In afwijking van het tweede lid beslist de minister op een aanvraag als bedoeld in artikel 9, tweede lid, uiterlijk 31 december 2011.

  • 4 De subsidie wordt vastgesteld zonder voorafgaande subsidieverlening.

Artikel 14. Tijdvak subsidieverstrekking

  • 1 Subsidie wordt verstrekt met ingang van 1 januari 2012 en eindigt uiterlijk per 31 december 2016.

Hoofdstuk 4. Verplichtingen subsidieontvanger

Artikel 15. Informatieplicht

  • 1 De subsidieontvanger werkt mee aan door de Minister ingestelde onderzoeken die erop gericht zijn de Minister inlichtingen te verschaffen voor de ontwikkeling van het door de Minister te voeren beleid.

  • 2 De academische opleidingsscholen werken in de periode 2012 tot 2014 de vragen, bedoeld in bijlage 3, uit. Over de resultaten doen zij schriftelijk verslag.

Artikel 16. Verantwoording en controle

  • 2 De verantwoording van de subsidie geschiedt in de jaarverslaggeving, bedoeld in de Regeling jaarverslaggeving onderwijs.

  • 3 De accountantsverklaring bij de jaarrekening, bedoeld in de Regeling jaarverslaggeving onderwijs, omvat tevens een oordeel over de rechtmatige besteding van de subsidie.

Hoofdstuk 5. Betaling

Artikel 17. Betaling per jaar

Het subsidiebedrag wordt in gelijke gedeelten van € 70.000 per jaar aan de subsidieontvanger betaald, onverminderd artikel 14, tweede lid. Het eerste gedeelte wordt betaald binnen zes weken na de subsidievaststelling. De daarop volgende gedeelten worden jaarlijks betaald in de maand februari.

Hoofdstuk 6. Slotbepalingen

Artikel 18. Inwerkingtreding

  • 1 Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij is geplaatst.

  • 2 Deze regeling vervalt met ingang van 1 januari 2018.

Artikel 19. Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling verankering academische opleidingsschool 2012–2016.

Deze regeling zal met de bijlagen en toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De

Staatssecretaris

van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

H. Zijlstra

Bijlage 1. , behorend bij artikel 8

Aanvraagformulier en aan te leveren documenten

1. Algemene gegevens

Administratieve gegevens penvoerende instantie

Naam instelling:

Postadres, postcode, plaats:

Bezoekadres, postcode, plaats:

BRIN-nummer:

Status inspectie:

Gegevens contactpersoon (naam, telefoonnummer, e-mail):

Bankrekeningnummer, tenaamstelling en plaats:

Handtekening:

Administratieve gegevens partners, weergegeven per partner

Naam instelling:

BRIN-nummer:

Gegevens contactpersoon (naam, telefoonnummer, e-mail):

Handtekening:

Einddatum accreditatietermijn, weergegeven per lerarenopleiding

Lerarenopleiding:

Einddatum accreditatie:

2. Aan te leveren documenten

De samenwerkingsovereenkomst van de (academische) opleidingsschool met daarin of als addendum minimaal:

  • een gezamenlijke visie op de academische opleidingsschool en de te bereiken doelen;

  • afspraken over de manier waarop kennis wordt gedeeld;

  • afspraken over een regelmatige evaluatie van processen en opbrengsten.

Het onderzoeksprogramma met daarin minimaal:

  • een gezamenlijke visie op onderzoek en de ambitie van het partnerschap;

  • de onderzoeksthema’s op hoofdlijnen;

  • een heldere verdeling van de taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden van de partners.

Overige relevante documentendie beknopte informatie bieden over de academische opleidingsschool die van belang is voor de beoordeling van de aanvraag. Deze documenten zijn niet verplicht.

Aantal exemplaren en adresgegevens

De opleidingsschool dient de aanvraag schriftelijk in enkelvoud in op het volgende adres:

Agentschap NL

o.v.v. Academische opleidingsscholen

Postbus 93144

2509 AC Den Haag

Een digitale versie (in format Word of Adobe-pdf) dient te worden gemaild naar aos@agentschapnl.nl

Bijlage 2. , behorend bij artikel 10 en 12

Criteria voor de beoordeling van een subsidieaanvraag

De onderstaande criteria zijn opgesteld ter beoordeling van de subsidieaanvraag voor de Regeling verankering academische opleidingsschool 2012–2016. De criteria zijn gebaseerd op het ‘Advies verankering Academische opleidingsscholen’ (Agentschap NL, mei 2011) en zijn aanvullend op de voorwaarden van het bestaande toetsingskader van de NVAO voor de Regeling tegemoetkoming kosten opleidingsschool.

  • 1. De academische opleidingsschool 1 verbindt het opleiden van leraren met het verrichten van praktijkgericht onderzoek en schoolontwikkeling

    Aantoonbaar wordt gemaakt dat het onderzoek:

    • bijdraagt aan de opleiding en ontwikkeling van de student;

    • bijdraagt aan de eigen schoolontwikkeling;

    • gericht is op onderwerpen die verder gaan dan de belangen van de (eigen) organisatie en die van haar partners.

  • 2. De academische opleidingsschool beschikt over een gezamenlijke, door alle partners gedragen visie op het concept ‘academische opleidingsschool’

    Uit de visie moet blijken waar de academische opleidingsschool op dit moment staat in de ontwikkeling, wat de ambitie is en hoe wordt toegewerkt naar een helder geformuleerd eindpunt. Deze visie wordt gedeeld door alle betrokkenen.

  • 3. De academische opleidingsschool beschikt over voldoende en hoogwaardige begeleiding van studenten en een goede ondersteuning van docenten bij hun onderzoeks- en begeleidingstaken

    De hoogwaardige begeleiding van studenten en goede ondersteuning van docenten is ingebed in het personeelsbeleid en maakt onderdeel uit van het dagelijkse werk op deelnemende scholen. Dit betekent onder meer dat:

    • is vastgelegd hoe studenten worden begeleid bij het uitvoeren van hun onderzoek, zowel in tijd als in kwaliteit;

    • het begeleiden van studenten in hun onderzoek door daartoe opgeleide docenten een substantieel deel uitmaakt van de personeelsplanning van scholen;

    • de begeleidende docent is opgeleid en wordt ondersteund bij de inhoudelijke, onderwijskundige en organisatorische realisatie van het onderzoeksprogramma;

    • de partners zelf nadrukkelijk (financieel) investeren in de academische opleidingsschool, onder andere met het oogmerk om het een permanent onderdeel van de schoolprocessen te laten uitmaken.

  • 4. De academische opleidingsschool beschikt over een professioneel onderzoeksprogramma

    Het onderzoeksprogramma is een gedragen document dat is opgesteld door de partners van de academische opleidingsschool gezamenlijk. Hierin is minimaal vastgelegd:

    • een gezamenlijke visie op onderzoek, waarin de ambitie van het partnerschap is verwoord;

    • de onderzoeksthema’s op hoofdlijnen;

    • een heldere verdeling van taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden van de partners.

  • 5. De academische opleidingsschool beschikt over een goed functionerend systeem voor kwaliteitsborging

    De kwaliteit van het onderzoek in de school moet geborgd zijn en is een onderwerp van regelmatige evaluatie. De gebruikte methoden en technieken voor onderzoek dienen wetenschappelijk verantwoord te zijn. Er is sprake van een cyclisch proces van evaluatie van processen en opbrengsten op basis van beschreven criteria waaraan:

    • de opleiding van studenten moet voldoen;

    • de begeleiding van studenten en docenten moet voldoen (kwantitatief en kwalitatief);

    • het onderzoek en de resultaten moeten voldoen.

  • 6. De academische opleidingsschool zorgt voor kennisdeling tussen de partners en met de andere academische opleidingsscholen

    Er vindt regelmatige kennisdeling tussen de partners plaats en met de andere academische opleidingsscholen (bijv. consultatie, bijeenkomsten, overleggen). Daarbij gaat het niet alleen om het verspreiden van onderzoeksresultaten, maar vooral ook om het delen van kennis over en ervaringen met de ontwikkeling van het concept ‘academische opleidingsschool’.

Bijlage 3. , behorend bij artikel 15

Vragen die in de periode 2012 tot 2014 beantwoord dienen te worden:
  • Hoe worden het opleiden van leraren, het doen van onderzoek en de schoolontwikkeling zodanig met elkaar verbonden dat het onderzoek zowel bijdraagt aan de ontwikkeling van de student als de schoolontwikkeling?

  • Hoe wordt geborgd dat studenten en docenten voldoende en hoogwaardige begeleiding krijgen bij het doen en begeleiden van onderzoek?

  • Hoe ziet een professioneel onderzoeksprogramma eruit? Aan welke voorwaarden moet dit voldoen?

  • Hoe wordt de kwaliteit van het onderzoek in de academische opleidingsschool geborgd? Welk systeem van kwaliteitszorg kan daarvoor worden gehanteerd?

  • Hoe vindt optimale kennisdeling plaats binnen en tussen academische opleidingsscholen? Wat is daarvoor een goede aanpak?

  • Wat is de gewenste financieringsvorm, omvang en kostenstructuur van de academische opleidingsschool?

  • ^ [1]

    Voor deze bijlage mede begrepen opleidingsschool.