Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Omzetbelasting, uitvoer van goederen als reizigersbagage[Regeling vervallen per 07-05-2013.]

Geldend van 16-11-2011 t/m 06-05-2013

Omzetbelasting, uitvoer van goederen als reizigersbagage

De Staatssecretaris van Financiën heeft het volgende besloten.

Dit besluit is een actualisering van onderdeel 7, paragraaf 5, van het besluit VB 94/2257 (Voorschrift in- en uitvoer) en ziet op de heffing van omzetbelasting bij de uitvoer van goederen als reizigersbagage. Actualisering is nodig in verband met een wijziging in wetgeving (verlaging van de grens van € 135 naar € 50), aanpassing van de voorwaarden bij uitvoer van goederen als reizigersbagage en een uitbreiding van de toestemming voor toepassing van het cheque-systeem tot alle faciliterende ondernemers. Bij dit besluit worden alle nog van kracht zijnde onderdelen van het Voorschrift in- en uitvoer (onderdeel 7.1, 7.2, 7.3, 7.4, 7.5 en 7.6) ingetrokken.

1. Inleiding [Vervallen per 07-05-2013]

Dit besluit is een actualisering van het beleid op het gebied van de heffing van omzetbelasting bij de uitvoer van reizigersbagage. In het besluit is opgenomen onder welke voorwaarden de leverancier het nultarief voor deze reizigersbagage kan toepassen. Tevens wordt de handelwijze bij toepassing door de leverancier van de teruggaafprocedure en het zogenoemde cheque-systeem toegelicht.

1.1. Gebruikte begrippen en afkortingen [Vervallen per 07-05-2013]

2. Uitvoer van goederen als reizigersbagage [Vervallen per 07-05-2013]

In het internationale reizigersverkeer kan het nultarief worden toegepast op de levering van goederen aan particulieren, die hun normale verblijfplaats hebben in een land dat niet tot de EU behoort (artikel 24, lid 2 van de wet, juncto artikel 23a van de uitvoeringsbeschikking). Deze regeling is ook van toepassing op de levering van goederen aan particulieren die hun normale woonplaats in de EU hebben en aantonen dat zij zich vóór het einde van de derde maand na de aanschaf buiten de EU vestigen. Hierbij gelden de volgende voorwaarden:

  • de particulier moet de goederen uiterlijk vóór het einde van de derde maand na de maand van aankoop in zijn/haar persoonlijke bagage meenemen naar een derde-land;

  • de totale waarde van de op een factuur vermelde goederen moet tenminste € 50 (inclusief omzetbelasting) bedragen;

  • de normale verblijfplaats van de particulier moet aan de hand van een legitimatiebewijs worden aangetoond.

2.1. Aantonen aanspraak toepassing nultarief [Vervallen per 07-05-2013]

De aanspraak op toepassing van het nultarief moet door de leverancier aan de hand van boeken en bescheiden worden aangetoond. In elk geval is vereist dat de leverancier beschikt over de volgende bescheiden:

  • een afschrift van de op naam van de koper gestelde verkoopfactuur. In plaats van de verkoopfactuur kan ook een ander bescheid dienen mits hierop dezelfde gegevens zijn vermeld als op de factuur en de aard en de hoeveelheid van de goederen duidelijk is vermeld. Het opmaken van een bescheid (factuur, cheque (zie 2.2) of dergelijke) waarop de leveringen van een ondernemer op verschillende data zijn samengevat, kan er niet toe leiden dat het nultarief toepassing vindt in de gevallen waarin die verschillende, individuele leveringen niet voldoen aan de voorwaarden voor toepassing van het nultarief. Hetzelfde geldt als één bescheid is opgemaakt van leveringen door verschillende leveranciers. Het vermelden van de gegevens op de factuur geschiedt bij levering en niet achteraf;

  • een afschrift van het legitimatiebewijs van de koper;

  • een door de douane voor uitvoer uit de EU afgetekende (kopie)factuur of een daarmee gelijk te stellen bescheid (origineel). De leverancier kan de uitvoer ook aantonen aan de hand van een door bemiddeling van de koper verkregen bewijsstuk waaruit blijkt dat de geleverde goederen in een land buiten de Gemeenschap definitief zijn ingevoerd, zoals een afschrift van een in een dergelijk land gedane definitieve aangifte ten invoer.

Op het moment van levering beschikt de leverancier niet over alle bovengenoemde bescheiden, met name niet over een door de douane voor uitvoer uit de EU afgetekend bescheid. Om te bereiken dat hij alsnog daarover de beschikking krijgt, past de leverancier in de praktijk het nultarief toe door wel omzetbelasting in rekening te brengen, maar die belasting aan de reiziger terug te geven zodra hij beschikt over alle bescheiden die noodzakelijk zijn voor toepassing van het nultarief. Daarmee bereikt de leverancier dat de reiziger zich inspant om het bewijs van uitvoer uit de EU aan hem te doen toekomen. De leverancier vraagt het omzetbelastingbedrag op zijn beurt terug van de Belastingdienst. De inspecteur zal ambtshalve teruggaaf verlenen als wordt voldaan aan de hiervoor beschreven voorwaarden voor toepassing van het nultarief.

Wanneer de teruggaafprocedure wordt toegepast dient de leverancier op het moment van levering minimaal vast te stellen dat het een koper betreft die is gevestigd buiten de EU, of zich daar binnen drie maanden gaat vestigen. Hiertoe zal de leverancier de woonplaats moeten vaststellen aan de hand van het identificatiebewijs. Het nummer van het identificatiebewijs dient de leverancier op de factuur of de cheque te vermelden. Op het moment dat de leverancier de omzetbelasting terugvraagt van de Belastingdienst moet worden voldaan aan alle hiervoor beschreven voorwaarden voor de toepassing van het nultarief. Daarbij maakt het geen verschil of de bescheiden door de reiziger zelf aan de leverancier worden aangeleverd dan wel dat de reiziger gebruik maakt van een faciliterend bedrijf dat zorgt voor de verzameling van de benodigde bescheiden en deze vervolgens verstrekt aan de leverancier. De vereiste bescheiden kunnen ook worden gearchiveerd bij een faciliterend bedrijf mits zij beschikbaar zijn en toegankelijk blijven voor controle bij de leverancier door de Belastingdienst.

Overigens is de terugbetaling van de omzetbelasting aan de reiziger een civielrechtelijke aangelegenheid tussen de particuliere reiziger en diens leverancier.

2.2. Cheques [Vervallen per 07-05-2013]

Leveranciers kunnen bij toepassing van het nultarief deelnemen aan een zogenoemd cheque-systeem dat wordt uitgegeven door faciliterende ondernemers. In plaats van een factuur, kopie-factuur of soortgelijk bescheid ontvangen de reizigers bij hun aankopen van de deelnemende leveranciers een cheque, waarop de gegevens van de goederen zijn vermeld. De cheque (eventueel samen met aanvullende bescheiden) dient te voldoen aan de factuurvereisten. De cheque is vormvrij.

Met de cheque kunnen reizigers direct na de uitvoer van de goederen over het terug te geven bedrag beschikken. Als de cheque en de goederen door een reiziger bij de uitvoer uit de EU aan de douane worden aangeboden, kunnen de ambtenaren de cheque aan de achterzijde voorzien van de vereiste ambtelijke verklaring, kantoorstempel en handtekening. Desgevraagd moet de reiziger daarbij inzage geven in de bescheiden die op de aankoop van de goederen betrekking hebben. Na behandeling geven de ambtenaren de cheque aan de reiziger terug. Daarna kan de reiziger de cheque bij een door de faciliterende ondernemer aangewezen uitbetalingskantoor innen. Door tussenkomst van de faciliterende ondernemer keert de cheque bij de leverancier terug. Deze kan de aldus behandelde cheques vervolgens voor de toepassing van het nultarief overleggen als bewijs van uitvoer van de daarop vermelde goederen.

De reiziger ontvangt de cheque terug als deze niet kan worden voorzien van de vereiste ambtelijke verklaring ( bijv. omdat deze niet of niet volledig is ingevuld of de daarop gegeven omschrijving van de goederen niet in overeenstemming is met de aangeboden goederen).

3. Ingetrokken regeling [Vervallen per 07-05-2013]

Het besluit van 1 augustus 1994, nr. VB 94/2257, zoals dit laatstelijk is gewijzigd bij besluit van 13 november 2007, nr. CPP2007/1150M, Stcrt. nr. 227, is vanwege het beschrijvende karakter ingetrokken met de inwerkingtreding van dit besluit.

4. Inwerkingtreding [Vervallen per 07-05-2013]

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst.

Dit besluit wordt in de Staatscourant gepubliceerd.

Den Haag, 5 november 2011

De

Staatssecretaris

van Financiën,

F.H.H. Weekers