Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Besluit UWV-subsidie 2011 ’Ervaren gezondheid en arbeidsparticipatie (fase 1)’[Regeling vervallen per 25-10-2013.]

Geldend van 01-11-2011 t/m 24-10-2013

Besluit UWV-subsidie 2011 ‘Ervaren gezondheid en arbeidsparticipatie (fase 1)’

Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen,

Gelet op de Beleidsregels subsidiëring UWV 2011;

Besluit:

Artikel 1 [Vervallen per 25-10-2013]

  • 1 UWV stelt als subsidiethema vast: ‘Ervaren gezondheid en arbeidsparticipatie (fase 1)’, zoals nader uitgewerkt in de bijlage bij dit besluit.

  • 2 Het budget voor het in het eerste lid genoemde thema bedraagt maximaal € 50.000,–.

  • 3 Verleende subsidie zal ten laste komen van het Arbeidsongeschiktheidsfonds.

Artikel 2 [Vervallen per 25-10-2013]

Subsidievooraanmeldingen kunnen van 31 oktober 2011 tot uiterlijk 14 november 2011, 16.00 uur worden ingediend.

Artikel 3 [Vervallen per 25-10-2013]

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst.

Artikel 4 [Vervallen per 25-10-2013]

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit UWV-subsidie 2011 ’Ervaren gezondheid en arbeidsparticipatie (fase 1)’.

Dit besluit wordt met de toelichting in de Staatscourant geplaatst.

Amsterdam, 20 oktober 2011

A. Paling,

Waarnemend voorzitter Raad van bestuur.

Bijlage [Vervallen per 25-10-2013]

Subsidiethema 2011–2012 ‘ervaren gezondheid en arbeidsparticipatie (fase 1)’ [Vervallen per 25-10-2013]

Aanleiding en context van het subsidiethema [Vervallen per 25-10-2013]

Hoe mensen met gezondheidsbeperkingen hun eigen gezondheid ervaren, is vaak nog bepalender voor werkhervatting dan de feitelijk vastgestelde beperkingen. Vanuit gezondheidsonderzoek is bekend dat, gegeven een bepaalde aandoening met een bepaalde ernst, de ene persoon zich ‘gehandicapter’ voelt in het dagelijkse leven dan de andere persoon. Dit fenomeen zien wij bijvoorbeeld terug in de claimbeoordeling voor de WIA. Bij deze claimbeoordeling wordt op geobjectiveerde wijze vastgesteld welke beperkingen mensen hebben in de mogelijkheden voor het verrichten van werk. Het kan daarbij gaan om lichamelijke beperkingen, om psychische beperkingen en/of om beperkingen in het aantal uren of de tijdstippen waarop men kan werken. Als blijkt dat er nog functies bestaan waarin de geconstateerde functionele beperkingen geen probleem vormen en waarmee men nog een deel van het oude inkomen kan verwerven, krijgt men geen of geen volledige arbeidsongeschiktheidsuitkering. Tenzij het werk al is aangepast bij de werkgever waar men ziek werd, moet men op zoek naar een nieuwe functie bij de oude of een nieuwe werkgever. Dit lukt niet iedereen. Soms omdat men geen geschikt werk kan vinden (een vraag-aanbod probleem), maar soms ook omdat men zelf vindt of voelt dat de gezondheid het niet toelaat om te werken. Dit laatste betekent niet per definitie dat men geen enkel type werk denkt aan te kunnen, maar kan wel betekenen dat men bang is dat het werk de klachten verergert of dat men er (te) veel voor over moet hebben (bijvoorbeeld opleiding nodig, lange reistijd, geen energie meer voor andere zaken). Mensen die ‘op papier’ in staat zijn te werken, maar dit zelf niet zo ervaren, vinden we niet alleen bij de groep die een claimbeoordeling WIA (of WAO/WAZ) heeft doorlopen, maar ook binnen de WW en het vangnet/Ziektewet. Ook binnen de WWB geeft een deel van de mensen aan om gezondheidsredenen niet te kunnen werken. Re-integratie van mensen met ervaren gezondheidsbelemmeringen is daarmee een probleem binnen de gehele keten van werk en inkomen. Om gericht interventies in te kunnen zetten om mensen naar werk te begeleiden is het van belang te weten hoe het komt dat sommige mensen, ondanks vastgestelde mogelijkheden om te werken, zelf menen dat ze door hun gezondheid niet in staat zijn om te werken.

Door middel van een literatuuronderzoek heeft Kenniscentrum UWV al laten inventariseren welke mogelijke uiteenlopende oorzaken ten grondslag liggen aan ervaren gezondheidsbelemmeringen (ook wel negatieve gezondheidsbeleving genoemd). Dit subsidieonderzoek was getiteld ‘Gezondheidsbeleving: wat is bekend en wat zijn witte vlekken?’ en is in 2011 afgerond. Het voorliggende project bouwt voort op dat literatuuronderzoek en de bevinding dat met name kennis over subgroepen en over effectiviteit van interventies van belang is om interventies gericht in te kunnen zetten ten behoeve van werkhervatting voor mensen met ervaren gezondheidsbelemmeringen.

Parallel aan het literatuuronderzoek heeft het Gildenetwerk (een netwerk van publieke en private partners dat een bijdrage wil leveren aan de kennis over wat werkt op het terrein van re-integratie) een project uitgevoerd rondom ervaren gezondheidsbelemmeringen van werkzoekenden. Vanuit dit project zijn drie klanttypen onderscheiden. De indeling in deze drie typen sluit aan bij de factoren die samenhangen met ervaren gezondheidsbelemmeringen, en bij de ervaring uit de praktijk dat bepaalde elementen van interventies specifiek bij bepaalde klanttypen werkzaam zijn om werkhervatting te stimuleren. De drie onderscheiden klanttypen van werkzoekenden met ervaren gezondheidsbelemmeringen zijn: (1) klanten met multiproblematiek die naast ervaren gezondheidsbelemmeringen ook een ongezonde leefstijl en/of slechte leefomstandigheden hebben, (2) klanten met weerstand tegen verandering die vastzitten in een negatieve spiraal waar angst een grote rol in speelt, en (3) klanten die worden geconfronteerd met plotseling feitelijk gezondheidsverlies waardoor zij hun leven moeten veranderen (hun oude functie niet meer kunnen voortzetten), en die zich als slachtoffer neigen op te stellen.

Doelstelling en vraagstellingen van het subsidiethema [Vervallen per 25-10-2013]

In vervolg op het hiervoor genoemde literatuuronderzoek start een nieuw subsidieproject rondom ervaren gezondheid en arbeidsparticipatie. Het uiteindelijke doel van dit nieuwe project is professionals in de keten van werk en inkomen handvatten te bieden om de invloed van door klanten ervaren gezondheidsbelemmeringen die arbeidsparticipatie hinderen te verminderen of de ervaren belemmeringen weg te nemen, en hen zo efficiënter naar werk te begeleiden. Dit doen we in twee fasen. Fase 1 betreft de voorliggende startnotitie. In deze fase staat kennisvergroting centraal. Fase 2 zal medio 2012 starten en valt buiten voorliggende startnotitie. In fase 2 staan deskundigheidsbevordering/implementatie en de (kosten-)effectiviteit van een passende interventie centraal.

Fase 1 leidt tot de volgende kennisvragen:

  • a) Hoe ziet de best bruikbare indeling in klanttypen voor toepassing in het kader van de bevordering van arbeidsparticipatie en re-integratie van klanten met ervaren gezondheidsbelemmeringen eruit, uitgaande van de drie klanttypen uit het Gildeproject ‘Negatieve gezondheidsbeleving’?

  • b) Hoe kunnen de bevindingen uit het Gildeproject ‘Negatieve gezondheidsbeleving’ omgezet worden in een concept-werkwijzer voor praktijkprofessionals in de keten van werk en inkomen, die bruikbaar is voor de bevordering van arbeidsparticipatie en re-integratie van verschillende typen klanten met ervaren gezondheidsbelemmeringen?

Naar aanleiding van de uitkomsten van deze twee kennisvragen die medio 2012 beschikbaar moeten komen, bekijkt Kenniscentrum UWV hoe fase 2 van het project wordt vormgegeven. Dan zullen ook de precieze kennisvragen rondom deskundigheidbevordering/implementatie van de ontwikkelde werkwijzer en de effectiviteit van een passende interventie worden geformuleerd.

Aanpak op basis van wat al bekend is [Vervallen per 25-10-2013]

Het subsidieproject dient voort te bouwen op of aan te sluiten bij bestaande kennis. We geven in de startnotitie een overzicht van wat tot op heden bekend is en relevant is voor de beantwoording van de kennisvragen. Deze startnotitie is te vinden op UWV Marktplaats (zie de toelichting verderop). Het uitgangspunt is dat de kennisvragen betrekking hebben op klantgroepen en praktijkprofessionals binnen de gehele keten van werk en inkomen.

Inhoudelijke eisen [Vervallen per 25-10-2013]

De aanmelding verloopt via een vooraanmelding en een definitieve aanmelding. UWV stelt inhoudelijke eisen aan de vooraanmelding. Dit zijn ten eerste de eisen die zijn beschreven in de ‘criteria subsidieaanvraag’, te vinden in de ‘Beleidsregels Subsidiëring UWV 2011’. Een tweede set eisen betreft aanvullende criteria ten aanzien van de onderzoeksopzet, opbrengsten en expertise van de aanvrager. De belangrijkste aanvullende criteria zijn dat de subsidieaanvrager:

  • een creatieve en efficiënte methodologie voorstelt voor het opzetten van het onderzoek;

  • een voorstel doet voor een beknopte eindrapportage volgens de gestelde eisen (zie hierna);

  • beschikt over aantoonbare ervaring, kennis en expertise op het gebied van ervaren gezondheidsbelemmeringen (gezondheidsbeleving) en werk en re-integratie, evenals gezondheidsonderzoek in algemene zin en de te gebruiken onderzoeksmethoden (blijkend uit CV);

  • de praktijk van de uitvoering (bijv. gemeenten, UWV) in beeld heeft, en kan aantonen in staat te zijn een vertaalslag van theorie en kennis naar de praktijk te maken (blijkend uit CV).

Indien de genoemde ervaring en expertises niet in één onderzoeksbureau of -instelling verenigd zijn, is het mogelijk om expertises van verschillende onderzoeksinstellingen te combineren en expliciet de samenwerking te zoeken bij de uitvoering van dit subsidieproject. Een dergelijke samenwerking kan door de subsidieaanvrager worden gezocht, maar kan indien wenselijk ook later, voor de definitieve aanmelding, door Kenniscentrum UWV worden georganiseerd. De precieze eisen aan de vooraanmelding en de criteria volgens welke de vooraanmelding wordt beoordeeld, zijn te vinden via UWV Marktplaats (zie de toelichting verderop).

Eisen aan eindproduct [Vervallen per 25-10-2013]

Het project moet leiden tot een beknopt rapport dat uiterlijk 5 maanden na de datum van toekenning van de subsidie opgeleverd moeten worden. In het rapport dient een concept-werkwijzer voor praktijkprofessionals in de keten van werk en inkomen te worden gepresenteerd, met daarbij de verantwoording van hoe tot die concept-werkwijzer is gekomen. Hieronder valt ook een overzicht van eigenschappen, gedragspatronen en andere kenmerken van de klanttypen en een beschrijving van de ideale aanpak voor elk van die klanttypen.

Subsidiebudget [Vervallen per 25-10-2013]

Voor dit thema is een budget van maximaal € 50.000,– beschikbaar. Inschrijving is alleen mogelijk op de combinatie van beide kennisvragen. Er wordt maximaal 1 definitieve subsidieaanvraag gehonoreerd. Indien geen van de aanvragen voldoet aan de vermelde criteria, zal er geen subsidie worden verstrekt.