Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Tijdelijke subsidieregeling IGRAC[Regeling vervallen per 01-01-2016.]

Geldend van 07-09-2011 t/m 31-12-2015

Tijdelijke subsidieregeling International Groundwater Resources Assesment Centre (Tijdelijke subsidieregeling IGRAC)

De Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu,

Gelet op de artikelen 2, aanhef en onderdeel d, 3 en 4 van de Kaderwet subsidies Verkeer en Waterstaat;

Besluit:

Artikel 1 [Vervallen per 01-01-2016]

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • IGRAC: International Groundwater Rescources Assesment Centre

  • minister: Minister van Infrastructuur en Milieu;

  • subsidieontvanger: De stichting International Groundwater Rescources Assesment Centre IGRAC, gevestigd te Delft;

  • wet: Algemene wet bestuursrecht.

Artikel 2 [Vervallen per 01-01-2016]

De minister kan voor de periode van 1 januari 2011 tot en met 31 december 2015 op aanvraag eenmalig subsidie verstrekken aan de subsidieontvanger voor het verrichten van activiteiten door IGRAC als bedoeld in artikel 6 van het verdrag tussen de United Nations Educational, Scientific and Cultural Organisation (UNESCO) en het Koninkrijk der Nederlanden inzake het vestigen en functioneren van het ‘International Groundwater Resources Assesment Centre’ in Nederland als een categorie II instituut onder auspiciën van UNESCO.

Artikel 3 [Vervallen per 01-01-2016]

Afdeling 4.2.8 van de wet is van toepassing, met uitzondering van artikel 4:60.

Artikel 4 [Vervallen per 01-01-2016]

Het subsidieplafond voor de boekjaren 2011 tot en met 2015 bedraagt € 2.500.000,–.

Artikel 5 [Vervallen per 01-01-2016]

Als subsidiabele kosten worden uitsluitend in aanmerking genomen de naar het oordeel van de minister noodzakelijke, rechtstreeks aan de activiteiten als bedoeld in artikel 2 toe te rekenen en door de subsidieontvanger gemaakte en betaalde kosten.

Artikel 6 [Vervallen per 01-01-2016]

De aanvraag tot subsidie wordt uiterlijk 1 oktober 2011 schriftelijk ingediend bij de minister.

Artikel 7 [Vervallen per 01-01-2016]

Onverminderd artikel 4:35 van de wet kan de minister de subsidieverlening geheel of gedeeltelijk weigeren indien naar zijn oordeel de aanvraag niet voldoet aan artikel 6.

Artikel 8 [Vervallen per 01-01-2016]

  • 1 De minister beslist binnen dertien weken na ontvangst van de subsidieaanvraag.

  • 2 In de beschikking wordt vermeld:

    • a. een omschrijving van de activiteiten waarvoor subsidie wordt verleend;

    • b. de looptijd van de subsidie;

    • c. het bedrag waarop de subsidie ten hoogste kan worden vastgesteld;

    • d. de inhoud van het controleprotocol.

Artikel 9 [Vervallen per 01-01-2016]

De subsidieverlening geschiedt onder de voorwaarde dat voor het deel van de subsidie dat ten laste van een nog niet vastgestelde begroting komt voldoende gelden ter beschikking worden gesteld.

Artikel 10 [Vervallen per 01-01-2016]

  • a. Onverminderd de artikelen 4:68, 4:69 en 4:70 van de wet is de subsidieontvanger verplicht tot:

  • b. het onverwijld doen van een schriftelijke melding aan de minister zodra aannemelijk is dat de gesubsidieerde activiteiten niet, niet tijdig of niet geheel zullen worden verricht of dat niet, niet tijdig of niet geheel aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen zal worden voldaan;

  • c. het verlenen van medewerking aan een onderzoek naar de rechtmatige en doelmatige aanwending van de ontvangen subsidiegelden, dat wordt verricht namens of in opdracht van de minister of door de Algemene Rekenkamer en het desverlangd verstrekken van alle informatie aan degene die met dit onderzoek is belast;

  • d. het de minister vooraf schriftelijk op de hoogte stellen in geval bekendheid wordt gegeven aan projecten, producten of standpunten met een politiek gevoelig of belangrijk beleidsmatig karakter;

  • e. het verlenen van medewerking binnen een door de minister te stellen termijn aan een door hem ingesteld evaluatieonderzoek teneinde te beoordelen op welke wijze de subsidieontvanger uitvoering heeft gegeven aan de in artikel 2 omschreven activiteiten;

  • f. het vormen van een egalisatiereserve;

  • g. het in acht nemen van het bij de subsidiebeschikking gevoegde controleprotocol.

Artikel 11 [Vervallen per 01-01-2016]

  • 1 Voorts kan de minister bij de beschikking tot subsidieverlening verplichtingen opleggen met betrekking tot:

    • a. het geven van bekendheid aan de gesubsidieerde projecten en producten alsmede aan de resultaten ervan;

    • b. het zonder vergoeding aan de minister of een door de minister aangewezen derde verstrekken van door de minister benodigde, op gesubsidieerde projecten en producten gerichte informatie;

    • c. het verkrijgen van andere financiële middelen;

    • d. het uitbrengen van een verslag omtrent de voortgang van de uitvoering van de activiteiten steeds na afloop van een periode van twaalf maanden; en

    • e. andere verplichtingen die de minister wenselijk acht ter verwezenlijking van het doel van de subsidie.

  • 2 Tevens draagt de subsidieontvanger er zorg voor dat:

    • a. een administratie wordt gevoerd die zodanig is ingericht dat een gescheiden administratie van kosten en baten wordt gevoerd voor de gesubsidieerde activiteiten enerzijds en de overige activiteiten anderzijds; en

    • b. een onderzoek als bedoeld in artikel 4:79, eerste lid, van de wet wordt uitgevoerd en dat dit onderzoek geschiedt met inachtneming van hetgeen daarover is bepaald in het controleprotocol.

Artikel 12 [Vervallen per 01-01-2016]

  • 1 De minister kan ambtshalve en gelijktijdig met de beschikking tot subsidieverlening een beschikking tot bevoorschotting verstrekken.

  • 2 Het voorschot wordt uitgekeerd in termijnen waarvan de hoogte en de tijdstippen in de beschikking tot bevoorschotting worden bepaald met dien verstande dat de voorschotverlening ten hoogste 100 procent van de verleende subsidie bedraagt.

  • 3 De minister verleent geen voorschot indien de subsidieontvanger niet heeft voldaan aan ingevolge de subsidieverlening voor hem geldende verplichtingen, dan wel indien de subsidieontvanger failliet is verklaard of hem surseance van betaling is verleend of op hem de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen van toepassing is verklaard, dan wel een verzoek daartoe bij de rechtbank is ingediend.

Artikel 13 [Vervallen per 01-01-2016]

De subsidieontvanger behoeft toestemming van de minister voor:

  • a. het oprichten van dan wel deelnemen in een rechtspersoon;

  • b. het wijzigen van de statuten;

  • c. het ontbinden van de rechtspersoon; of

  • d. het doen van aangifte tot faillissement of het aanvragen van surseance van betaling.

Artikel 14 [Vervallen per 01-01-2016]

De subsidieontvanger dient de aanvraag tot subsidievaststelling, waarop paragraaf 4.2.8.5 van de wet van toepassing is, in binnen zes maanden volgend op het boekjaar 2015.

Artikel 15 [Vervallen per 01-01-2016]

  • 1 De minister geeft een beschikking tot subsidievaststelling binnen tweeëntwintig weken na ontvangst van de aanvraag tot subsidievaststelling.

  • 2 Indien de beschikking niet binnen tweeëntwintig weken kan worden gegeven, stelt de minister betrokkenen daarvan in kennis en noemt hij daarbij een redelijke termijn waarbinnen de beschikking wel tegemoet kan worden gezien.

  • 3 De minister is bevoegd tot ambtshalve vaststelling van de subsidie indien de subsidieontvanger niet tijdig de aanvraag tot vaststelling heeft ingediend.

Artikel 16 [Vervallen per 01-01-2016]

De omvang van de egalisatiereserve aan het einde van het laatste boekjaar wordt bestemd ten gunste van het ministerie van Infrastructuur en Milieu ingeval van beëindiging van de subsidieverstrekking. De subsidieontvanger draagt in het laatste geval zorg voor storting van het bedrag binnen een door de minister te stellen termijn.

Artikel 17 [Vervallen per 01-01-2016]

Met het toezicht op de naleving van de aan de subsidie verbonden verplichtingen zijn belast de directeur en medewerkers van de auditdienst van het Ministerie van Infrastructuur en Milieu en, zo nodig, andere bij besluit van de minister aangewezen personen.

Artikel 18 [Vervallen per 01-01-2016]

  • 1 Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

  • 2 Deze regeling vervalt met ingang van 1 januari 2016, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de subsidies die voor die datum zijn verleend.

Artikel 19 [Vervallen per 01-01-2016]

Deze regeling wordt aangehaald als: Tijdelijke subsidieregeling IGRAC.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De

Staatssecretaris

van Infrastructuur en Milieu,

J.J. Atsma