Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Instellingsbesluit Nederlands Comité voor Ondernemerschap en Financiering[Regeling vervallen per 01-07-2014.]

Geldend van 01-01-2014 t/m 30-06-2014

Besluit van de Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie van 22 augustus 2011, nr. WJZ/11109991, houdende instelling van het Nederlands Comité voor Ondernemerschap en Financiering (Instellingsbesluit Nederlands Comité voor Ondernemerschap en Financiering)

De Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie,

Gelet op artikel 2, eerste lid, van de Wet vergoedingen adviescolleges en commissies;

Besluit:

Artikel 1 [Vervallen per 01-07-2014]

In dit besluit wordt verstaan onder:

  • a. de minister: de Minister van Economische Zaken;

  • b. Comité: het Nederlands Comité voor Ondernemerschap en Financiering.

Artikel 2 [Vervallen per 01-07-2014]

  • 1 Er is een Nederlands Comité voor Ondernemerschap en Financiering.

  • 2 Het Comité heeft tot taak:

    • a. het verankeren en toekomstbestendig maken van microfinanciering in Nederland en het zoeken van verbindingen die daarvoor nodig zijn, met bijvoorbeeld banken, Kamer van Koophandel, Koninklijke Vereniging MKB-Nederland en het onderwijs;

    • b. het vergroten van de (lokale) bekendheid van microfinanciering en het netwerk dat dit aanbiedt;

    • c. het vergroten van het bereik van bestaande microfinancieringsmogelijkheden zowel op het gebied van coaching als krediet bij potentiële en bestaande ondernemers;

    • d. het bijdragen aan een verdere uitrol van de beschikbaarheid van coaching voor (startende) ondernemers;

    • e. het versterken van de relatie tussen de landelijk werkende organisaties en het bevorderen van de aansluiting van nieuwe, kansrijke initiatieven;

    • f. het internationaal (zowel op Europees vlak als daarbuiten) presenteren van de Nederlandse opzet van microfinanciering, alsmede de kennis en ervaring uit het buitenland toepassen op de Nederlandse situatie.

Artikel 3 [Vervallen per 01-07-2014]

  • 1 Het Comité bestaat uit een voorzitter en ten hoogste drie andere leden.

  • 2 De voorzitter en de andere leden worden door de minister benoemd. De voorzitter en de andere leden kunnen door de minister worden geschorst en ontslagen.

  • 3 De leden brengen op persoonlijke titel hun kennis en ervaring in en treden niet op als vertegenwoordiger van een specifieke belangengroep.

Artikel 4 [Vervallen per 01-07-2014]

  • 1 Het Comité stelt zijn eigen werkwijze schriftelijk vast.

  • 2 De minister voorziet in het secretariaat van het Comité.

  • 3 Het beheer van de bescheiden betreffende de werkzaamheden van het Comité geschiedt op overeenkomstige wijze als bij het Ministerie van Economische Zaken. De bescheiden worden na beëindiging van de werkzaamheden van het Comité opgeborgen in het archief van dat ministerie.

  • 4 Het Comité verstrekt desgevraagd aan de minister de voor de uitoefening van zijn taak benodigde inlichtingen. De minister kan inzage vorderen van zakelijke gegevens en bescheiden, voor zover dat voor de vervulling van zijn taak redelijkerwijs nodig is.

Artikel 5 [Vervallen per 01-07-2014]

Met ingang van 1 september 2013 worden tot lid van het Comité benoemd:

  • a. de heer jhr. drs. D. Laman Trip, te Velp, tevens voorzitter;

  • b. Hare Majesteit de Koningin;

  • c. de heer drs. Chr. P. Buijink, te Amsterdam;

  • d. mevrouw H.M.N. Dura – van Oord, te Den Haag.

Artikel 6 [Vervallen per 01-07-2014]

Artikel 7 [Vervallen per 01-07-2014]

  • 1 Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 juli 2011.

  • 2 Dit besluit vervalt met ingang van 1 juli 2014.

Artikel 8 [Vervallen per 01-07-2014]

Dit besluit wordt aangehaald als: Instellingsbesluit Nederlands Comité voor Ondernemerschap en Financiering.

Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst en in afschrift worden gezonden aan betrokkenen.

Den Haag, 22 augustus 2011

De

Minister

van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie,

M.J.M. Verhagen