Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Regeling bewijzen van luchtwaardigheid

Geldend van 15-03-2014 t/m heden

Regeling houdende regels inzake de afgifte, wijziging, overdracht, vernieuwing, en verlenging van bewijzen van luchtwaardigheid en enkele overige bepalingen (Regeling bewijzen van luchtwaardigheid)

§ 1. Algemeen

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • AR: Airworthiness Review, beoordeling van de luchtwaardigheid van een luchtvaartuig conform Part M, subpart I, van verordening (EG) nr. 2042/2003;

  • algemene luchtvaart: luchtvaart met vleugelvliegtuigen met een maximale startmassa van 5700 kg of minder, helikopters met een maximale startmassa van 2730 kg of minder, ballonnen, heteluchtschepen en (motor)zweefvliegtuigen;

  • BvL-acceptatiekeuring: inspectie van een luchtvaartuig in het kader van de afgifte van een bewijs van luchtwaardigheid, naar aanleiding waarvan de minister wordt geadviseerd over de luchtwaardigheid van dat luchtvaartuig;

  • BvL-verlengingsinspectie: inspectie van een luchtvaartuig in het kader van de verlenging van een bewijs van luchtwaardigheid, naar aanleiding waarvan de minister wordt geadviseerd over de luchtwaardigheid van dat luchtvaartuig;

  • erkend bedrijf: bedrijf dat door de minister op grond van artikel 17 van het Besluit luchtvaartuigen 2008 is erkend;

  • exportinspectie: inspectie van een luchtvaartuig op luchtwaardigheidseisen van het importerende land in het kader van de export van het luchtvaartuig, naar aanleiding waarvan de minister wordt geadviseerd over de luchtwaardigheid van dat luchtvaartuig;

  • FAA: Federal Aviation Administration, de Amerikaanse luchtvaartautoriteit;

  • geaccepteerd type-ontwerp: type-ontwerp dat naar het oordeel van de minister voldoet aan een ontwerp dat is goedgekeurd conform ICAO Annex 8 door de staat van ontwerp, zijnde een verdragsland, door middel van een civiel goedgekeurd type-ontwerp;

  • gemachtigde: door een erkend bedrijf aangewezen personeelslid, dat gemachtigd is een BvL-acceptatiekeuring, een BvL-verlengingsinspectie of een exportinspectie uit te voeren en het rapport daarover voorzien van een verklaring als bedoeld in artikel 9, onderdeel b, te ondertekenen;

  • maximale startmassa: massa die een luchtvaartuig mag hebben wanneer het zich van het aardoppervlak verheft;

  • minister: Minister van Infrastructuur en Milieu;

  • orphan aircraft: reeds in het Nederlandse luchtvaartuigregister ingeschreven luchtvaartuig waarvan het ICAO-BvL door de minister is vervangen door een speciaal-BvL, als gevolg van het intrekken door de staat van ontwerp van zijn verklaring tot ondersteuning van het ontwerp;

  • Transport Canada: de Canadese luchtvaartautoriteit;

  • verdragsland: land waarmee in het kader van de volgende verdragen een overeenkomst is gesloten inzake de wederzijdse erkenning van bewijzen van luchtwaardigheid: het op 13 september 1995 te ’s-Gravenhage tot stand gekomen Verdrag tussen de Verenigde Staten van Amerika en het Koninkrijk der Nederlanden inzake de bevordering van de veiligheid van de luchtvaart (Trb. 1996, 3), de op 17 december 2009 te Brussel tot stand gekomen Luchtvervoersovereenkomst tussen Canada en de Europese Gemeenschap en haar lidstaten (Trb. 2010, 211) en, de op 22 april 1960 te Parijs gesloten Multilaterale Overeenkomst inzake bewijzen van luchtwaardigheid van ingevoerde luchtvaartuigen (Trb. 1961, 117);

  • Verdrag van Chicago: het op 7 december 1944 te Chicago tot stand gekomen verdrag inzake de internationale burgerluchtvaart (Trb. 1973, 109).

Artikel 2

  • 1 De minister kan toestaan dat bij de aanvraag voor een bewijs van luchtwaardigheid gegevens op microfilms of computer-gegevensdragers worden verstrekt.

  • 2 De aanvrager verstrekt daartoe benodigde apparatuur aan de minister.

  • 3 Deze apparatuur dient binnen enkele seconden een afdruk van het geprojecteerde beeld of de gegevens te kunnen vervaardigen.

§ 2. Toepassingsbereik

Artikel 3

  • 1 Deze regeling is niet van toepassing op amateurbouwluchtvaartuigen en MLA’s.

§ 3. EASA-standaard-BvL en EASA-beperkt-BvL

Artikel 4

Bij een aanvraag voor een EASA-standaard-BvL en een EASA-beperkt-BvL wordt een volledig ingevuld en ondertekend acceptatierapport conform het model als opgenomen in bijlage 1 bij deze regeling betreffende de BvL-acceptatiekeuring gevoegd.

§ 4. ICAO-standaard-BvL

4.1. Algemeen

Artikel 5

Bij een aanvraag voor een ICAO-standaard-BvL worden ten minste ingediend:

  • a. een gewichts- en zwaartepuntsrapport en indien vereist door de van toepassing zijnde luchtwaardigheidseisen, een beladingsschema;

  • b. het vlieghandboek, indien vereist door de van toepassing zijnde luchtwaardigheidseisen;

  • c. de historische gegevens ter vaststelling van de productie, modificatie en onderhoudsstandaard van het luchtvaartuig;

  • d. een nauwkeurige omschrijving van de eventuele afwijkingen ten opzichte van het geaccepteerde type-ontwerp. Indien de aanvrager hieraan niet kan voldoen, worden de gegevens ingediend, aan de hand waarvan de bedoelde afwijkingen kunnen worden vastgesteld; en

  • e. een volledig ingevuld en ondertekend acceptatierapport betreffende de BvL-acceptatiekeuring conform het model als opgenomen in bijlage 1 bij deze regeling.

4.2. Afgifte ICAO-standaard-BvL voor een luchtvaartuig geïmporteerd uit een verdragsland

Artikel 6

  • 1 Voor een luchtvaartuig dat voldoet aan een door de minister geaccepteerd type-ontwerp,dat is ontworpen, gebouwd, beproefd en uitgerust in de Verenigde Staten van Amerika en wordt geïmporteerd uit de Verenigde Staten van Amerika, worden ten behoeve van de afgifte van een ICAO-standaard-BvL de in artikel 5 genoemde gegevens ingediend en worden daarnaast gegevens overgelegd waarmee wordt aangetoond dat het luchtvaartuig:

    • a. is ontworpen, gebouwd, beproefd en uitgerust overeenkomstig de van toepassing zijnde wetten, bepalingen en eisen van de Verenigde Staten van Amerika;

    • b. voldoet aan alle bijzondere eisen die op de datum van de aanvraag voor een ICAO-standaard-BvL van toepassing zijn, voor zover die eisen ter kennis zijn gebracht van de Verenigde Staten van Amerika;

    • c. is voorzien van een door de FAA afgegeven BvL voor export naar Nederland dat niet eerder is afgegeven dan 60 dagen onmiddellijk voorafgaand aan de datum van de aanvraag voor een ICAO-standaard-BvL.

  • 2 Voor een luchtvaartuig dat voldoet aan een door de minister geaccepteerd type-ontwerp,dat is ontworpen, gebouwd, beproefd en uitgerust in Canada en wordt geïmporteerd uit Canada worden ten behoeve van de afgifte van een ICAO-standaard-BvL de in artikel 5 genoemde gegevens ingediend en worden daarnaast gegevens overgelegd waarmee wordt aangetoond dat het luchtvaartuig:

    • a. is ontworpen, gebouwd, beproefd en uitgerust overeenkomstig de van toepassing zijnde wetten, bepalingen en eisen van Canada;

    • b. voldoet aan alle bijzondere eisen die op de datum van de aanvraag voor een ICAO-standaard-BvL van toepassing zijn;

    • c. is voorzien van een door Transport Canada afgegeven BvL voor export naar Nederland dat niet eerder is afgegeven dan 60 dagen onmiddellijk voorafgaand aan de datum van de aanvraag voor een ICAO-standaard-BvL.

  • 3 Voor een luchtvaartuig dat voldoet aan een door de minister geaccepteerd type-ontwerp,dat is ontworpen, gebouwd, beproefd en uitgerust op het grondgebied van een overeenkomstsluitende staat als bedoeld in de Multilaterale Overeenkomst inzake bewijzen van luchtwaardigheid van ingevoerde luchtvaartuigen (Trb. 1961, 117) en die binnen het raam van die overeenkomst wordt geïmporteerd, worden ten behoeve van de afgifte van een ICAO-standaard-BvL de in artikel 5 genoemde gegevens ingediend en worden daarnaast gegevens overgelegd waarmee wordt aangetoond dat het luchtvaartuig:

    • a. is ontworpen, gebouwd, beproefd en uitgerust overeenkomstig de van toepassing zijnde regelgeving en eisen van de staat waarin dat is gebeurd;

    • b. voldoet aan de van toepassing zijnde minimum eisen die zijn vastgesteld overeenkomstig het Verdrag van Chicago;

    • c. voldoet aan alle overige bijzondere eisen, die op de datum van de aanvraag voor een ICAO-standaard-BvL van toepassing zijn, voor zover die eisen ter kennis zijn gebracht van de overeenkomstsluitende staten.

    • d. is voorzien van een door de exporterende staat afgegeven BvL of een BvL voor export naar Nederland, dat niet eerder is afgegeven dan 60 dagen onmiddellijk voorafgaand aan de datum van de aanvraag voor een ICAO-standaard-BvL.

Artikel 7

  • 1 Voor een luchtvaartuig dat voldoet aan een door de minister geaccepteerd type-ontwerp, dat in de Verenigde Staten van Amerika is vervaardigd en dat uit een andere staat waarmee de minister een overeenkomst heeft gesloten, aangaande wederzijdse erkenning van bewijzen van luchtwaardigheid, wordt geïmporteerd, worden ten behoeve van de afgifte van een ICAO-standaard-BvL de in artikel 5 genoemde gegevens ingediend, de in artikel 6, eerste lid, onderdeel a en b bedoelde gegevens overgelegd en door de aanvrager nog de volgende bescheiden ingediend:

    • a. het destijds afgegeven Amerikaanse BvL voor export;

    • b. een BvL, of een BvL voor export naar Nederland, afgegeven door de staat waaruit het luchtvaartuig wordt geïmporteerd, niet eerder dan 60 dagen, onmiddellijk voorafgaande aan de datum van de aanvraag voor een ICAO-standaard-BvL.

  • 2 Voor een luchtvaartuig dat voldoet aan een door de minister geaccepteerd type-ontwerp, dat in Canada is vervaardigd en dat uit een andere staat waarmee de minister een overeenkomst heeft gesloten, aangaande wederzijdse erkenning van bewijzen van luchtwaardigheid, wordt geïmporteerd, worden ten behoeve van de afgifte van een ICAO-standaard-BvL, de in artikel 5 genoemde gegevens ingediend, de in artikel 6, tweede lid, onderdelen a en b bedoelde gegevens overgelegd en door de aanvrager nog de volgende gegevens ingediend:

    • a. het destijds afgegeven Canadese BvL voor export;

    • b. een BvL of een BvL voor export naar Nederland, afgegeven door de staat waaruit het luchtvaartuig wordt geïmporteerd, niet eerder dan 60 dagen, onmiddellijk voorafgaande aan de datum van de aanvraag voor een ICAO-standaard-BvL.

  • 3 Voor een luchtvaartuig dat voldoet aan een door de minister geaccepteerd type-ontwerp, dat is vervaardigd in een overeenkomstsluitende staat als bedoeld in de Multilaterale Overeenkomst inzake bewijzen van luchtwaardigheid van ingevoerde luchtvaartuigen (Trb. 1961, 117) en dat uit een andere staat waarmee de minister een overeenkomst heeft gesloten aangaande wederzijdse erkenning van bewijzen van luchtwaardigheid, wordt geïmporteerd, worden ten behoeve van de afgifte van een ICAO-standaard-BvL, de in artikel 5 genoemde gegevens ingediend, de in artikel 6, derde lid, onderdelen a tot en met c bedoelde gegevens overgelegd en door de aanvrager nog de volgende bescheiden ingediend:

    • a. het destijds door de staat, waarin het luchtvaartuig is vervaardigd, afgegeven export-BvL;

    • b. een BvL, of een BvL voor export naar Nederland, afgegeven door de staat waaruit het luchtvaartuig wordt geïmporteerd, niet eerder dan 60 dagen, onmiddellijk voorafgaande aan de datum van de aanvraag voor een ICAO-standaard-BvL.

4.3. Afgifte ICAO-standaard-BvL voor een luchtvaartuig geïmporteerd uit een niet-verdragsland

Artikel 8

Voor een luchtvaartuig dat is vervaardigd in een staat, waarmee Nederland een overeenkomst heeft gesloten inzake wederzijdse erkenning van bewijzen van luchtwaardigheid en dat wordt geïmporteerd uit een staat waarmee de minister geen overeenkomst heeft gesloten inzake wederzijdse erkenning van bewijzen van luchtwaardigheid, worden ten behoeve van de afgifte van een ICAO-standaard-BvL, de in artikel 5 genoemde gegevens ingediend en daarnaast de volgende documenten overgelegd:

  • a. het destijds door de staat, waarin het luchtvaartuig is vervaardigd, afgegeven BvL voor export;

  • b. documenten waaruit blijkt dat het luchtvaartuig in overeenstemming is met het door de minister geaccepteerd type-ontwerp, dan wel met een aanvullend type-certificaat dat voor het type-ontwerp is afgegeven;

  • c. documenten waaruit blijkt dat de van toepassing zijnde luchtwaardigheidsaanwijzingen als bedoeld in artikel 9 zijn uitgevoerd; en

  • d. documenten waaruit blijkt dat het luchtvaartuig na inspectie luchtwaardig is bevonden en geschikt voor veilige operatie.

4.4. Luchtwaardigheidsaanwijzingen

Artikel 9

Voorafgaand aan de afgifte van een ICAO-standaard-BvL worden de verplichte luchtwaardigheidsaanwijzingen van het land van ontwerp en de Nederlandse bijzondere luchtwaardigheidsaanwijzingen opgevolgd.

§ 5. Export-BvL

Artikel 10

Bij een aanvraag voor een export-BvL worden de volgende gegevens ingediend:

  • a. een verklaring van de bevoegde autoriteit van de staat van invoer waarin wordt vermeld welke luchtwaardigheidseisen van toepassing zijn, alsmede de eventuele afwijkingen van de luchtwaardigheidseisen die door de staat van invoer worden geaccepteerd;

  • b. een volledig ingevuld en ondertekend inspectierapport conform het model als opgenomen in bijlage 1 bij deze regeling betreffende de exportinspectie, die niet eerder is uitgevoerd dan 60 dagen voorafgaande aan de datum van de aanvraag voor een export BvL, waaruit blijkt en waarin wordt verklaard dat het luchtvaartuig in overeenstemming is met de onder a. genoemde luchtwaardigheidseisen.

§ 6. Verlenging ICAO-standaard-BvL, speciaal-BvL orphan aircraft, en herafgifte ARC

6.1. Aanvraag en verlengingstermijn

Artikel 11

  • 1 De eigenaar of houder van een luchtvaartuig dient een aanvraag voor verlenging van de termijn van geldigheid van een ICAO-standaard-BvL dan wel een speciaal-BvL van een orphan aircraft in bij de minister.

  • 2 Bij een aanvraag als bedoeld in het eerste lid worden de volgende bescheiden gevoegd:

    • a. een volledig ingevuld en ondertekend inspectierapport van de BvL-verlengingsinspectie, conform het model als opgenomen in bijlage 2 bij deze regeling, uitgevoerd door een daartoe erkend bedrijf, of

    • b. een inspectierapport van een volledige AR, uitgevoerd door een daartoe door de minister erkende CAMO.

  • 3 Een inspectierapport wordt ten minste 8 dagen voor de vervaldatum van de termijn van geldigheid van het BvL of het ARC ingediend.

Artikel 12

  • 1 De verlenging van de termijn van geldigheid van een ICAO-standaard-BvL dan wel een speciaal-BvL van een orphan aircraft kan tot hoogstens zes maanden na het verstrijken van de op het BvL vermelde termijn van geldigheid geschieden, indien in het inspectierapport een negatief advies wordt gegeven over de luchtwaardigheid van het luchtvaartuig.

  • 2 Bij verlenging van de termijn van geldigheid van een ICAO-standaard-BvL of een speciaal-BvL van een orphan aircraft, of bij herafgifte van een ARC wordt aan de aanvrager van de verlenging een nieuw BvL of ARC gezonden, waaruit blijkt tot en met welke datum het document geldig is.

  • 6 Voor een Nederlands luchtvaartuig dat volledig wordt ingezet voor niet-militaire staatsactiviteiten of diensten wordt het ICAO-standaard-BvL voor ten hoogste 3 jaar geldig gehouden door telkens na 1 en 2 jaar een eenvoudige AR inspectie overeenkomstig Part M.A.901 (f) van verordening (EG) nr. 2042/2003 uit te voeren.

6.2. Steekproeven

Artikel 13

  • 1 De minister kan een steekproef uitvoeren op een BvL-verlengingsinspectie of een AR in het kader van het houden van toezicht op het erkende bedrijf.

  • 2 Op de aanvraag, bedoeld in artikel 11, eerste lid, wordt door de eigenaar of houder van het luchtvaartuig dat behoort tot de algemene luchtvaart, aangegeven op welke datum en op welke plaats in Nederland het luchtvaartuig gereed zal staan voor een mogelijke steekproef.

  • 3 Tussen de datum waarop de aanvraag bij de minister wordt ingediend en de datum van de mogelijke steekproef wordt een termijn van ten minste 8 dagen aangehouden.

  • 4 Voor een luchtvaartuig dat niet behoort tot de algemene luchtvaart worden zo nodig datum, tijdstip en plaats door de minister, na overleg met de eigenaar of houder van het luchtvaartuig, vastgesteld en schriftelijk aan de eigenaar of houder meegedeeld.

  • 5 De eigenaar of houder van het luchtvaartuig neemt zo spoedig mogelijk contact op met de minister als het luchtvaartuig door overmacht niet op de op de aanvraag aangegeven of door de minister vastgestelde plaats of datum gereed kan staan voor een mogelijke steekproef.

§ 7. Wijziging, overdracht, en vernieuwing BvL en ARC

Artikel 14

  • 1 Indien is gebleken dat de gegevens, zoals door de minister zijn vermeld op een BvL of een ARC, onjuist zijn, wordt een BvL of een ARC dat de juiste gegevens vermeldt, aan de eigenaar of houder van het luchtvaartuig gezonden.

  • 2 De eigenaar of houder zendt een eerder ontvangen BvL of ARC binnen een week na de datum van verzending van het in het eerste lid bedoelde gewijzigde exemplaar aan de minister.

Artikel 15

Bij de overdracht van een luchtvaartuig wordt een BvL of een ARC door de voormalige eigenaar of houder van dat luchtvaartuig overgedragen aan de nieuwe eigenaar of houder van dat luchtvaartuig.

Artikel 16

  • 1 Een BvL of een door de minister uitgegeven ARC wordt door de minister vernieuwd, bij verlies of indien het onleesbaar, beschadigd of anderszins onbruikbaar is geworden.

  • 2 Bij verlies wordt bij de aanvraag tot vernieuwing van een BvL of een ARC een afschrift van het proces-verbaal van de aangifte van verlies overgelegd.

  • 3 Indien een BvL of een ARC wegens verlies is vernieuwd en het verloren document wordt teruggevonden, zendt de eigenaar of houder van het luchtvaartuig het teruggevonden BvL of ARC zo spoedig mogelijk aan de minister.

  • 4 Indien een BvL of een ARC anders dan wegens verlies is vernieuwd, zendt de eigenaar of houder van het luchtvaartuig het oorspronkelijke BvL of ARC binnen een week na de datum van verzending van het vernieuwde document aan de minister.

§ 8. BvL-acceptatiekeuring, BvL-verlengingsinspectie, BvL-exportinspectie en AR

8.1. Algemeen

Artikel 17

  • 1 Een BvL-acceptatiekeuring, een BvL-verlengingsinspectie dan wel een exportinspectie wordt uitgevoerd door een erkend bedrijf.

  • 2 Wanneer bijzondere omstandigheden daartoe aanleiding geven kan de minister een BvL-acceptatiekeuring, een BvL-verlengingsinspectie, een exportinspectie dan wel een AR uitvoeren.

  • 3 De minister voert een BvL-acceptatiekeuring, een BvL-verlengingsinspectie dan wel een exportinspectie in ieder geval uit wanneer er geen door hem daartoe erkend bedrijf is.

  • 4 De minister voert een AR in ieder geval uit wanneer er geen daartoe erkende CAMO is.

  • 5 Indien een BvL-acceptatiekeuring, een BvL-verlengingsinspectie, een exportinspectie dan wel een AR door de minister in het buitenland wordt uitgevoerd worden de eventuele kosten van een door hem te verrichten onderzoek in het kader van de inspectie door de eigenaar of houder van het betreffende luchtvaartuig gedragen.

8.2. Inhoud acceptatiekeuringen, verlengingsinspecties en exportinspecties

Artikel 18

  • 1 Degene die bevoegd is tot het uitvoeren van een BvL-verlengingsinspectie of een exportinspectie bepaalt de inhoud van de technische inspectie, met dien verstande dat in de algemene luchtvaart ten minste de ‘check and inspect’-punten van de 100-uursinspectie of jaarlijkse inspectie of een daaraan gelijkwaardige inspectie worden uitgevoerd, indien de laatste inspectie langer dan een half jaar geleden heeft plaatsgevonden.

  • 2 Een acceptatiekeuring wordt uitgevoerd conform de in bijlage 1 opgenomen lijst van items.

  • 3 De BvL-verlengingsinspectie wordt niet eerder dan twee maanden voor het verlopen van de termijn van geldigheid van het bewijs van luchtwaardigheid uitgevoerd.

  • 4 Uiterlijk op de ochtend van de datum van de steekproef, bedoeld in artikel 13, is het inspectierapport conform het model volgens bijlage 2 voor de minister beschikbaar.

§ 8*. Slotbepalingen

Artikel 20

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 oktober 2011.

Artikel 21

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling bewijzen van luchtwaardigheid.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De

Staatssecretaris

van Infrastructuur en Milieu,

J.J. Atsma

Bijlage 2. als bedoeld in artikel 11, derde lid, onderdeel a, en artikel 18, vierde lid.

BLOK ‘A’

NAAM BEDRIJF/EZT :

BvL-V-INSPECTIERAPPORT nr.:

(niet invullen)

nr.:

datum:

 

NR. ERKENNING/AOC:

GEGEVENS LUCHTVAARTUIG

Type Luchtvaartuig:

Serienummer:

Registratie

PH -

Voortstuwingsinstallatie

Type

Serienummer

Gebruiksgegevens

Motor:

     
       
       
       

Prop/Rotor:

     
       
       
       

VERLOOPDATUM BvL:

Uren na laatste BvL-V-inspectie:

Uren na laatste periodieke inspectie:

Datum laatste BvL-V-inspectie:

Datum laatste periodieke inspectie:

BLOK ‘B’

RESULTAAT INSPECTIE

Plaats inspectie:

Datum inspectie:

Datum advies:

Hierbij wordt verklaard dat de BvL-verlengingsinspectie is uitgevoerd en dat de resultaten hiervan volledig en naar waarheid zijn vermeld.

Naam, stempel en handtekening gemachtigde/EZT:

Alle punten zijn met JA of NVT beantwoord. Geadviseerd wordt het BvL te verlengen.

   

Niet alle punten zijn met JA of NVT beantwoord. Geadviseerd wordt het BvL toch te verlengen.

   

Niet alle punten zijn met JA of NVT beantwoord. Zie toelichting in de bijlage.

   

BLOK ‘C’

BvL-V-INSPECTIERAPPORT nr.:

REGISTRATIE: PH-

 

JA

NEE

OPM

1. KWALITEIT VAN HET ONDERHOUD

a.

Voldoet het onderhoudsprogramma aan de eisen?

     

b.

Voldoet de uitvoering van het onderhoud aan de eisen?

     

2. TECHNISCHE STAAT

a.

Kan verklaard worden dat het luchtvaartuig geen defecten, gebreken of beschadigingen bezit, die een reparatie of belangrijke herstelling noodzakelijk maken?

     

b.

Zijn eventuele defecten, gebreken of beschadigingen middels een reparatie of belangrijke herstelling door bevoegde personen of erkende instanties opgeheven?

     

3. WIJZIGINGEN

a.

Zijn de ontwerpaspecten goedgekeurd?

     

b.

Zijn de geluidsaspecten goedgekeurd?

     

c.

Voldoet de uitvoering aan de eisen?

     

d.

Is voldaan aan de meldingsverplichting voor daartoe in aanmerking komende wijzigingen?

     

4. GEBRUIKSBEPERKINGEN

a.

Kan verklaard worden dat er nu geen gebruiksbeperkingen zijn overschreden?

     

b.

Zijn de benodigde acties na overschrijding van gebruiksbeperkingen door bevoegde personen of erkende instanties ondernomen?

     

5. AANWIJZINGEN

 

Zijn alle aanwijzingen van de minister t.a.v. behoud of herstel van luchtwaardigheid uitgevoerd?

     

6. TECHNISCHE ADMINISTRATIE

 

Voldoet de technische administratie van het uitgevoerde onderhoud, wijzigingen en aanwijzingen aan de eisen?

     

7. ALGEMEEN

 

Kan verklaard worden dat er geen bijzonderheden te melden zijn over het gebruik en onderhoud van het luchtvaartuig?

     

Toelichting:

  • 1. De JA- of NEE-hokjes dienen bij de BvL-V-inspectie alle geparafeerd te worden en voorzien van de datum van de inspectie.

  • 2. Als een vraag niet van toepassing is, dient ‘NVT’ in het JA-hokje gezet te worden.

  • 3. Als een vraag met NEE beantwoord wordt, dient een nummer in de kolom OPM (Opmerkingen) te verwijzen naar een toelichting in een bijlage.

  • 4. Als op een later tijdstip de vraag alsnog met JA kan worden beantwoord, dienen datum en paraaf in het JA-hokje geplaatst te worden.

  • 5. Ook als een vraag direct met JA beantwoord wordt, kan een nummer in de kolom OPM (Opmerkingen) verwijzen naar eventuele opmerkingen in een bijlage.