Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Besluit nadere vaststelling organisatie en taakverdeling AZ

Geldend van 24-04-2013 t/m heden

Besluit nadere vaststelling organisatie en taakverdeling AZ

De Minister-President, Minister van Algemene Zaken,

Gelet op het Besluit Organisatiestructuur van Algemene Zaken van 12 juli 2011;

Overwegende dat een duidelijke organisatie en toewijzing van taken binnen het ministerie van Algemene Zaken van belang is voor de bedrijfsvoering;

Besluit:

Artikel 1. Kabinet Minister-President, secretariaat Ministerraad

Het Kabinet Minister-President, secretariaat Ministerraad te belasten met:

  • a. Adviseren en ondersteunen van de Minister-President, Minister van Algemene Zaken, bij de uitvoering van de hem opgedragen taken;

  • b. Verzorgen van het secretariaat van de Raad van Ministers, alsmede de secretariaten van de onderraden, indachtig het reglement van de orde van de Ministerraad (ROMR);

  • c. Coördinatie van aangelegenheden met betrekking tot de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten. Zoals bedoeld in de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 2002.

Artikel 2. Directoraat-Generaal Rijksvoorlichtingsdienst

Het Directoraat-Generaal Rijksvoorlichtingsdienst te belasten met de volgende taken:

  • 1. Geven van voorlichting over het algemeen regeringsbeleid, over het publieke optreden van de Minister-President, Minister van Algemene Zaken en over het Ministerie van Algemene Zaken, met inbegrip van:

    • a. woordvoering kabinetsbeleid en Minister-President, Minister van Algemene Zaken;

    • b. publicitaire voorbereiding en begeleiding van de Minister-President, Minister van Algemene Zaken bij inkomende en uitgaande bezoeken, werkbezoeken en publieke optredens;

    • c. advisering ten behoeve van het publieke optreden van de Minister-President, Minister van Algemene Zaken;

    • d. verzorging interne informatievoorziening ten behoeve van de Minister-President, Minister van Algemene Zaken en ambtelijke departementsleiding;

    • e. afstemming en coördinatie van actuele perscontacten;

    • f. verzorging interne communicatie binnen het Ministerie van Algemene Zaken.

  • 2. Geven van voorlichting over het Koninklijk Huis zoals geregeld in het Koninklijk Besluit van 13 december 1965 (Stb. 1965, 554) en het ministerieel besluit van 21 december 1965, met inbegrip van:

    • a. advisering van leden van het Koninklijk Huis inzake publiciteitsaangelegenheden;

    • b. voorbereiding en uitvoering van de berichtgeving betreffende het Koninklijk Huis;

    • c. publicitaire ondersteuning en begeleiding van de leden van het Koninklijk Huis.

  • 3. Coördineren, adviseren en faciliteren inzake interdepartementaal overheidsvoorlichtings- en communicatiebeleid, met inbegrip van:

    • a. voorzitterschap en secretariaat van de Voorlichtingsraad;

    • b. levering van beleidsmatige bijdragen aan de ontwikkeling van het strategisch overheidsvoorlichtings- en communicatiebeleid;

    • c. ondersteuning ten behoeve van de Minister-President, Minister van Algemene Zaken bij algemene vraagstukken over de overheidscommunicatie.

Artikel 3. Dienst Publiek en Communicatie

De Dienst Publiek en Communicatie te belasten met de ondersteuning van de rijksoverheid bij het gezamenlijk verbeteren van de communicatie met publiek en professionals en het ontwikkelen en in stand houden van gemeenschappelijke voorzieningen ten behoeve van de overheidscommunicatie, in welk verband de volgende taken in het bijzonder zijn te noemen:

  • a. Advisering, begeleiding van en regievoering op (crossmediale) campagnes als onderdeel van de overheidscommunicatie;

  • b. Advisering, begeleiding en regievoering van media-inkoop voor de overheid, inclusief advisering over de optimale mediastrategie en gebruik van zendtijd op radio en televisie zoals toegewezen aan de Minister van Algemene Zaken op basis van de Mediawet 2008 ten behoeve van de overheidsvoorlichting;

  • c. Productie, of regievoering op de productie, van beeldmateriaal ten behoeve van de overheidscommunicatie;

  • d. Advisering over de inzet van beeldmateriaal als onderdeel van de overheidscommunicatie;

  • e. Ontwikkeling, verspreiding en borging van kennis op het terrein van overheidscommunicatie en communicatieonderzoek (kennismanagement) en het gezamenlijk verbeteren van de kwaliteit door middel van gerichte advisering en ontwikkeling en uitvoering van professionaliseringsprogramma’s;

  • f. Bemiddeling tussen vraag en aanbod van communicatiecapaciteit binnen de overheid (communicatiepool);

  • g. Advisering, begeleiding en uitvoering van onderzoeken naar de effectiviteit van campagnes en omgevingsonderzoek ten behoeve van de overheid;

  • h. Uitvoeren van contentbeheer en doorontwikkeling van Rijksportaal;

  • i. Regievoering en optimalisering van de publieksvoorlichting;

  • j. Uitvoeren van contentbeheer, optimalisatie van vindbaarheid en functioneel beheer van websites ten behoeve van overheidscommunicatie;

  • k. Advisering over inzet van online media als onderdeel van de overheidscommunicatie;

  • l. Rijksbrede advisering, begeleiding en inkoop van communicatiebestedingen als Inkoop Uitvoeringscentrum (IUC) en aankoopcentrale voor de categorie communicatie;

  • m. Afbakening van categorie communicatie en inventarisatie communicatiebehoeften als rijksbreed categoriemanager communicatie.

Artikel 4. Bureau van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid

Het Bureau van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid conform het instellingsbesluit WRR te belasten met de ondersteuning van de Raad en zijn leden bij de voorbereiding en totstandkoming van rapporten aan de regering, in welk verband de navolgende in het bijzonder zijn te noemen:

  • a. Uitvoeren van onderzoek op voor het raadswerk relevante gebieden, alsmede het begeleiden van extern onderzoek in opdracht van de Raad;

  • b. Onderhouden van contacten met voor het raadswerk relevante personen in bestuur en wetenschap;

  • c. Bevorderen van de doorwerking van rapporten in zowel de bestuurlijke als de wetenschappelijke sfeer;

  • d. Voorlichting en communicatie met betrekking tot de activiteiten van de Raad.

Artikel 5. Directie Bedrijfsvoering

De Directie Bedrijfsvoering te belasten met de ondersteuning van primaire processen van het ministerie, waaronder medewerker ondersteuning, management ondersteuning en proces ondersteuning, in welk verband de volgende taken in het bijzonder zijn te noemen:

  • a. Het vertalen van de interdepartementale bedrijfsvoeringkaders op de ministeriespecifieke situatie, alsmede het beheren en bewaken van de toepassing van deze kaders;

  • b. Het deelnemen aan de interdepartementale bedrijfsvoering gremia;

  • c. Het adviseren en informeren van het management op de expertisegebieden van bedrijfsvoering;

  • d. Het ondersteunen van en samenwerken met de Directie Concerncontrol;

  • e. Het inhoudelijk beheren van de administraties op alle gebieden van bedrijfsvoering, waaronder de financiële administratie en het ter zake rapporteren (enkelvoudige overzichten);

  • f. De zorg voor het functioneel en technisch beheren van applicaties en systemen voor het ministerie;

  • g. De zorg voor het leveren van operationele (bedrijfsvoering) producten en diensten aan de medewerkers van het ministerie;

  • h. Het ontwikkelen van het Arbeidsomstandighedenbeleid en de organisatie van de bedrijfshulpverlening;

  • i. Het (laten) realiseren van projecten gericht op het doorvoeren van onderhoud, verbetering of vernieuwing op het gebied van bedrijfsvoering.

Artikel 6. Directie Concerncontrol

Concerncontrol te belasten met de taken en verantwoordelijkheden genoemd in het Besluit taak FEZ van 19 december 1991, waaronder:

  • a. Coördinatie van de totstandkoming van de departementale begroting en de meerjarencijfers alsmede de opstelling van de aanvullende begrotingsonderwerpen;

  • b. Zorg dragen voor een ordelijke en controleerbare financiële infrastructuur;

  • c. Toezicht op de doelmatige en rechtmatige besteding van middelen;

  • d. Verzorgen van de begrotingsadministratie;

  • e. Samenstelling van de periodieke overzichten van verplichtingen, uitgaven en ontvangsten;

  • f. Organisatie van het kasbeheer, financieel beheer en materieel beheer;

  • g. Adviseren en ondersteunen met betrekking tot de financieel- en economische en de bedrijfseconomische aspecten;

  • h. Toezicht op administratieve organisatie en beheersing van bedrijfsprocessen.

Artikel 7. Intrekking, inwerkingtreding en bekendmaking

Artikel 8

Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 april 2011

Artikel 9

Dit Besluit wordt aangehaald als: Besluit nadere vaststelling organisatie en taakverdeling AZ .

Dit besluit zal in de Staatscourant worden geplaatst en in afschrift worden gezonden aan de Algemene Rekenkamer, de secretaris-generaal, de in dit besluit genoemde functionarissen, de secretaris van het Departementaal Georganiseerd Overleg en de Ondernemingsraad.

De Minister-President

,

Minister

van Algemene Zaken,

M. Rutte