Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Reglement Klachtencommissie rechtsbijstand asiel en vreemdelingenbewaring

Geldend van 01-07-2011 t/m heden

Reglement Klachtencommissie rechtsbijstand asiel en vreemdelingenbewaring

Het bestuur van de Raad voor Rechtsbijstand, verder te noemen de Raad,

In aanmerking nemend artikel 8 van de Wet op de rechtsbijstand,

Besluit:

Een commissie in te stellen voor de behandeling van klachten en het doen van ambtshalve onderzoek betreffende de rechtsbijstandverlening door individuele rechtsbijstandverleners aan asielzoekers en vreemdelingen in bewaring alsmede het naar aanleiding hiervan geven van advies tot het treffen van een maatregel.

In het aangehechte reglement is de samenstelling en de werkwijze van de KRAV geregeld.

De Commissies Rechtsbijstand Asiel (en Vreemdelingenbewaring) worden opgeheven met ingang van de inwerkingtreding van dit reglement. De op deze Commissies betrekking hebbende reglementen en andere regelgeving wordt bij gelijke datum ingetrokken.

Utrecht, 24 mei 2011

P.J.M. van den Biggelaar

J. Wijkstra

Klachtencommissie rechtsbijstand asiel en vreemdelingenbewaring (KRAV)

  • A. Algemene bepalingen.

  • B. Samenstelling en werkwijze KRAV.

  • C. Regeling voor de behandeling van klachten en ambtshalve onderzoek door de KRAV.

  • D. Publicatie en verslaglegging.

A. Algemene bepalingen

Artikel 1

Mede ter uitvoering van artikel 8 van de Wet op de Rechtsbijstand heeft het bestuur van de Raad voor de Rechtsbijstand (hierna: de Raad) een Klachtencommissie Rechtsbijstand Asiel en Vreemdelingenbewaring (hierna te noemen: KRAV) ingesteld.

De KRAV zetelt te Utrecht.

Artikel 2

De KRAV kan naar aanleiding van een klacht, dan wel ambtshalve, besluiten om op grond van concrete feiten of omstandigheden een onderzoek in te stellen naar de taakuitoefening van rechtsbijstandverleners die ten tijde van de gewraakte gedraging zijn toegelaten tot de verlening van rechtsbijstand aan asielzoekers en vreemdelingen in bewaring. In de daarvoor in aanmerking komende gevallen adviseert de KRAV de Raad tot het treffen van een maatregel.

Artikel 3

Onder asielrechtsbijstand wordt verstaan de door een toegelaten rechtsbijstandverlener in het kader van een asielaanvraag en de daarmee verband houdende procedures verleende juridische bijstand, alsmede in dit kader verrichte advieswerkzaamheden.

Onder rechtsbijstand aan vreemdelingen in bewaring wordt verstaan de door een toegelaten rechtsbijstandverlener aan in bewaring gestelde vreemdelingen en in het kader van het vreemdelingenpiket en de daarmee verband houdende procedures verleende juridische bijstand, alsmede de in dit kader verrichte advieswerkzaamheden.

Artikel 4

De KRAV informeert terzake van de uitoefening van haar taken, zoals geformuleerd in de artikelen 2 en 3, de Landelijke Adviescommissie Rechtsbijstand Asiel en Vreemdelingenbewaring (verder: de LARAV) jaarlijks, of zoveel vaker als nodig is, omtrent de in haar opvatting relevante algemene aspecten van de kwaliteit van de rechtsbijstand in asiel en vreemdelingenbewaringszaken.

B. Samenstelling en werkwijze KRAV

Artikel 5

  • 1. De KRAV bestaat uit:

    • a. Een voorzitter en een vice-voorzitter,die rechtstreeks zonder te zijn voorgedragen door de Raad zijn benoemd;

    • b. Advocaat-leden, die na te zijn voorgedragen door de Nederlandse Orde van Advocaten, door de Raad zijn benoemd. De Raad kan voor deze advocaatleden plaatsvervangers benoemen, eveneens voor te dragen voor de Nederlandse Orde van Advocaten;

    • c. Een lid en een plaatsvervangend lid, die door de Raad zijn benoemd uit de kring van de LARAV, alsmede

    • d. Een lid en een plaatsvervangend lid die, na te zijn voorgedragen door VluchtelingenWerk Nederland, door de Raad zijn benoemd.

  • 2. Alle leden zijn in de uitoefening van hun taak in het kader van de KRAV onafhankelijk, en functioneren in zoverre zonder last of ruggespraak.

Artikel 6

  • 1. De leden van de KRAV worden benoemd voor een periode van vier jaar.

  • 2. Aftredende leden zijn éénmaal herbenoembaar voor een nieuwe periode van vier jaar.

Artikel 7

  • 1. De KRAV wordt voorgezeten door de voorzitter of de vicevoorzitter.

  • 2. De KRAV heeft een secretaris. De secretaris neemt niet deel aan de besluitvorming.

  • 3. De Raad kan een adjunct-secretaris benoemen.

  • 4. De voorzitter, de vice-voorzitter, de overige leden en plaatsvervangende leden van de KRAV, alsmede haar secretaris en adjunt-secretaris, worden benoemd en ontslagen door Raad.

Artikel 8

De KRAV komt tenminste éénmaal per jaar voltallig bijeen, en overigens zo vaak als nodig.

Artikel 9

Een voor het onderzoek van klachten fungerende commissie is samengesteld uit:

  • a. De voorzitter of de vice voorzitter;

  • b. drie personen, genoemd artikel 5 eerste lid, onder b;

  • c. een van de personen genoemd in artikel 5, eerste lid onder c of d;

Artikel 10

De in artikel 9 bedoelde commissies behandelen klachten met betrekking tot rechtsbijstandverleners die ingeschreven zijn bij de Raad voor Rechtsbijstand en die toegelaten zijn tot de rechtsbijstandverlening aan asielzoekers en in bewaring gestelde vreemdelingen. Tevens stelt de KRAV zo nodig ambtshalve onderzoek in terzake van de wijze waarop de rechtsbijstandverleners die tot de hiervoor genoemde groepen behoren hun taak hebben vervuld. Naar aanleiding van de behandelde klachten en ingestelde onderzoeken brengt zij aan de Raad advies uit.

Artikel 11

Klachtwaardig is in beginsel elk handelen of nalaten van een rechtsbijstandverlener dat in strijd is met de voor een behoorlijke asielrechtsbijstand en rechtsbijstand aan in bewaring gestelde vreemdelingen geldende normen van beroepsuitoefening.

Bij de beoordeling van klachten en het ambtshalve in te stellen onderzoeken neemt de KRAV mede tot richtsnoer wat dienaangaande is opgenomen in de publicatie ‘Bij de hand in asielzaken’ en de Best Practice Guide over Vreemdelingenbewaring.

Artikel 12

De voorzitter, de leden van de KRAV, haar secretaris, en zij die de KRAV administratief ondersteunen, en hun plaatsvervangers zijn verplicht tot geheimhouding van alle hen in het kader van hun werk voor de KRAV bekend geworden gegevens waarvan zij het vertrouwelijke karakter kennen of redelijkerwijs moeten vermoeden.

C. Regeling voor de behandeling van klachten en ambtshalve onderzoek door de KRAV

Artikel 13

Het horen als bedoeld in artikel 26, en het uitbrengen van advies als bedoeld in dat artikel, geschiedt door de fungerende commissie die met het onderzoek is belast.

Artikel 14

Het instellen van een onderzoek naar de taakuitoefening door een advocaat laat de mogelijkheid onverlet dat de commissie de klager tevens naar de bevoegde Deken van de Orde van Advocaten verwijst, dan wel ambtshalve aan die Deken verzoekt terzake een onderzoek in te stellen.

Verschoning

Artikel 15

Elk van de leden van de KRAV kan zich verschonen op grond van feiten of omstandigheden, waardoor zijn onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.

Behandeling van klachten

Artikel 16

Bevoegd tot het indienen van een klacht tegen een rechtsbijstandverlener is ieder aan wie asielrechtsbijstand of rechtsbijstand in het kader van de vreemdelingenbewaring is of wordt verleend alsmede diens vroegere of huidige (rechts)hulpverlener. Indien de bijstand in de klachtprocedure wordt verleend door anderen, is de KRAV bevoegd een machtiging te verlangen.

Artikel 17

  • 1. Een klacht over een rechtsbijstandverlener wordt uiterlijk binnen één jaar nadat de gewraakte gedraging heeft plaatsgevonden schriftelijk bij de KRAV ingediend, onder vermelding van de personalia en de woon- of verblijfplaats van de klager.

  • 2. In verband met datgene wat in het eerste lid is bepaald, worden klachten die bij een andere instelling zijn ingediend geacht ook bij de KRAV te zijn ingediend, dit met uitzondering van bij organen van de Nederlandse Orde van Advocaten ingediende klachten.

  • 3. Wanneer de klacht na afloop van de in dit artikel genoemde termijn wordt ingediend, blijft niet-ontvankelijkheid achterwege, indien aannemelijk is dat de klacht is ingediend zo spoedig als redelijkerwijze kon worden verlangd.

Artikel 18

De indiener van de klacht en de rechtsbijstandverlener kunnen zich bij de behandeling van de klacht door een derde laten bijstaan of doen vertegenwoordigen. Het bepaalde in de laatste volzin van artikel 16 is mede van toepassing.

Artikel 19

De KRAV bevestigt de ontvangst van de klacht binnen twee weken na ontvangst aan de klager en deelt dit met gelijke post aan de rechtsbijstandverlener mede.Aan de rechtsbijstandverlener wordt een kopie van het klaagschrift gezonden. In de bevestigingsbrieven wordt tevens meegedeeld dat de KRAV in een later stadium zal besluiten of de klacht al dan niet in behandeling wordt genomen.

Artikel 20

  • 1. Binnen een maand na ontvangst van de klacht besluit de voorzitter of de vice-voorzitter of de klacht al dan niet in behandeling wordt genomen. Een klacht wordt niet in behandeling genomen wanneer deze naar het oordeel van de voorzitter of de vice-voorzitter kennelijk niet-ontvankelijk of kennelijk ongegrond is.

  • 2. Het besluit de klacht in behandeling te nemen, dan wel deze kennelijk niet-ontvankelijk of kennelijk ongegrond te verklaren, wordt, met inachtneming van de in het eerste lid bedoelde termijn, zo spoedig mogelijk schriftelijk aan de klager en de rechtsbijstandverlener meegedeeld. Indien de klacht kennelijk niet-ontvankelijk of kennelijk ongegrond wordt verklaard wordt tevens een afschrift aan de Raad gezonden.

Artikel 21

  • 1. Een klacht is onder meer kennelijk ongegrond indien zonder nader onderzoek kan worden vastgesteld:

    • a. dat de rechtsbijstandverlener al hierom geen verwijt treft, omdat er geklaagd wordt over feiten of omstandigheden die overduidelijk geheel buiten zijn of haar invloedssfeer liggen;

    • b. dat het verwijt van geringe ernst is, èn de verweten gedraging het verloop van de asielprocedure of de situatie van de vreemdeling in bewaring verblijvende vreemdeling, dan wel de beroepsprocedure waarin de rechtsbijstandverlener voor de vreemdeling is opgetreden, redelijkerwijs niet heeft kunnen beïnvloeden;

    • c. de feiten en omstandigheden waarop de klacht gestoeld is, overduidelijk niet hebben plaatsgevonden.

  • 2. Een klacht is onder meer kennelijk niet-ontvankelijk indien:

    • a. deze niet binnen de in artikel 17 genoemde termijn is ingediend;

    • b. deze niet de personalia van de klager en/of zijn woon- of verblijfplaats bevat;

    • c. deze geen betrekking heeft op asielrechtsbijstand of de rechtsbijstand aan vreemdelingen in bewaring, zoals omschreven in artikel 4;

    • d. deze niet is gericht tegen een rechtsbijstandverlener als omschreven in artikel 3.

  • 3. Bij de verzuimen bedoeld in lid 2 onder a. en b. wordt de klager in de gelegenheid gesteld deze te herstellen binnen een termijn van twee weken nadat hij daartoe in gelegenheid is gesteld is gesteld.

De voortgezette behandeling

Artikel 22

Indien de voorzitter of de vicevoorzitter naar aanleiding van een klacht tot het instellen van een onderzoek besluit, stelt de secretaris de betrokken rechtsbijstandverlener in de gelegenheid om binnen vier wekennadat hij daartoe op de voet van artikel 20 lid 1 in kennis is gesteld schriftelijk op de klacht te reageren. Tevens verzoekt de secretaris de rechtsbijstandverlener alsdan om toezending van een afschrift van diens volledige dossier.

Artikel 23

De secretaris zendt de indiener van de klacht binnen twee weken na ontvangst een afschrift van de reactie van de rechtsbijstandverlener.

Artikel 24

Indien de voorzitter of de vice voorzitter naar aanleiding van de schriftelijke reactie van de rechtsbijstandverlener besluit dat er aanleiding is om het onderzoek voort te zetten, kan hij de indiener van de klacht en de rechtsbijstandverlener binnen een door haar te stellen termijn de gelegenheid geven schriftelijk te re- en dupliceren.

Artikel 25

  • 1. De secretaris kan op verzoek van de voorzitter of de vice voorzitter anderen dan de klager en de betrokken rechtsbijstandverlener om inlichtingen verzoeken.

  • 2. De fungerende commissie kan de in lid 1 bedoelde personen horen.Het horen kan aan één of meer leden worden opgedragen. De rechtsbijstandverlener en, indien de fungerende commissie dat nodig oordeelt, de klager, krijgen de gelegenheid schriftelijk op de inhoud van de ingewonnen inlichtingen te reageren.

Artikel 26

  • 1. Alvorens de Raad tot het opleggen van een maatregel tegen een rechtsbijstandverlener te adviseren, nodigt fungerende commissie de rechtsbijstandverlener voor een hoorzitting uit.

  • 2. De fungerende commissie nodigt voor die hoorzitting tevens de indiener van de klacht uit.

  • 3. Artikel 18 is van overeenkomstige toepassing.

Artikel 27

  • 1. De fungerende commissie deelt de indiener van de klacht en de rechtsbijstandverlener uiterlijk zes weken na de hoorzitting schriftelijk haar bevindingen mee, waaronder het advies of de Raad maatregelen tegen de rechtsbijstandverlener zou moeten nemen. De Raad wordt met gelijke post een afschrift van deze brief toegezonden.

  • 2. De in het eerste lid gestelde termijn kan éénmalig met een periode van vier weken worden verlengd. Zowel de klager als de rechtsbijstandverlener worden van het uitstel op de hoogte gebracht.

Ambtshalve onderzoek

Artikel 28

  • 1. Een fungerende commissie kan naar aanleiding van haar bekend geworden feiten en omstandigheden ook ambtshalve een onderzoek instellen naar de kwaliteit van de rechtsbijstand van een bepaalde rechtsbijstandverlener. Dit onderzoek kan zowel betrekking hebben op de in een bepaald geval verleende bijstand, als zien op de rechtsbijstand die de betrokken rechtsbijstandverlener in een bepaalde periode in het algemeen heeft verleend.

  • 2. De secretaris brengt de rechtsbijstandverlener op de hoogte van de feiten en omstandigheden die aanleiding gegeven hebben het in het eerste lid bedoelde onderzoek in te stellen.

  • 3. De rechtsbijstandverlener wordt een redelijke termijn verleend zijn zienswijze aan de fungerende commissie kenbaar te maken.

  • 4. De artikelen 18 en 25 zijn van overeenkomstige toepassing.

Artikel 29

Indien de fungerende commissie besluit om het onderzoek voort te zetten, kan zij de betrokken rechtsbijstandverlener schriftelijk om nadere inlichtingen verzoeken.

Artikel 30

Alvorens tot het verstrekken van een advies aan de Raad te besluiten, nodigt de fungerende commissie de rechtsbijstandverlener voor een hoorzitting uit.

Artikel 31

  • 1. De fungerende commissie deelt de rechtsbijstandverlener uiterlijk zes weken na de hoorzitting schriftelijk haar bevindingen mee, waaronder het advies of de Raad maatregelen tegen de rechtsbijstandverleners zou moeten nemen. De Raad wordt met gelijke post een afschrift van deze brief toegezonden.

  • 2. De in het eerste lid gestelde termijn kan éénmalig met een periode van vier weken worden verlengd. De rechtsbijstandverlener wordt van het uitstel op de hoogte gebracht.

Maatregelen

Artikel 32

  • 1. De fungerende commissie kan een klacht gegrond verklaren en de Raad adviseren geen maatregel op te leggen.

  • 2. De fungerende commissie kan verder de Raad adviseren een van de volgende maatregelen op te leggen:

    • a. een waarschuwing;

    • b. een voorwaardelijke uitsluiting van de verlening van gefinancierde rechtsbijstand aan asielzoekers en in bewaring gestelde vreemdelingen;

    • c. een maatregel als bedoeld in artikel 17 lid 2 van de Wet op de Rechtsbijstand, waaronder begrepen algehele uitsluiting, al dan niet tijdelijk, van de verlening van gefinancierde rechtsbijstand aan asielzoekers en in bewaring gestelde vreemdelingen;

    • d. uitsluiting van deelneming aan door of vanwege de Raad georganiseerde spreekuurvoorzieningen en/of piketvoorzienningen.

Artikel 33

  • 1. Bij een voorwaardelijke uitsluiting als bedoeld in artikel 32 aanhef en onder c. legt de Raad alleen voorwaarden op waarvan mag worden aangenomen dat die verbetering zullen bewerkstelligen van de manier waarop de betrokken rechtshulpverlener de praktijk uitoefent. De voorwaarden zullen aan een termijn zijn gebonden.

  • 2. De Raad houdt toezicht op de naleving van de opgelegde voorwaarden. Bevindt de Raad dat de voorwaarden niet of onvoldoende worden nageleefd, deelt hij dat aan de KRAV mede. In het kader van de vraag of op grond daarvan alsnog tot onvoorwaardelijke uitsluiting zal worden geadviseerd kan de fungerende commissie besluiten de betrokken rechtshulpverlener te horen.

Artikel 34

De op de voet van artikel 32 opgelegde maatregelen gaan, indien de rechtshulpverlener advocaat is, gepaard met melding daarvan aan de Deken in het arrondissement waar de advocaat is gevestigd.

Als de Raad naar aanleiding van een daartoe strekkend advies van de fungerende commissie heeft besloten een rechtsbijstandverlener geheel, al dan niet tijdelijk of voorwaardelijk, van de verlening van gefinancierde rechtsbijstand uit te sluiten, worden daarover ook geïnformeerd:

  • a. in asielzaken: het Landelijk Bureau van VluchtelingenWerk Nederland.

  • b. in alle zaken: de vreemdelingenkamer van de arrondissementsrechtbank te 's-Gravenhage.

Artikel 35

De Raad heeft het beleid ten aanzien van tekortschieten in de verlening van zorgvuldige een doelmatige rechtsbijstandverlening uitgewerkt in het ‘Maatregelbeleid Raad voor Rechtsbijstand inzake de rechtsbijstandverlening asiel en vreemdelingenbewaring’.

D. Publicatie en verslaglegging

Artikel 36

Aan het bestaan van dit reglement geeft de Raad zoveel mogelijk bekendheid.

Artikel 37

In het jaarverslag doet de Raad verslag van de klachtbehandeling ingevolge dit reglement.