Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Subsidieregeling pilots startgroepen voor peuters[Regeling vervalt per 01-08-2018.]

Geldend van 08-04-2015 t/m heden

Regeling van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 6 juni 2011, nr. WJZ/303439 (2774), houdende subsidie ten behoeve van pilots van startgroepen voor peuters (Subsidieregeling pilots startgroepen voor peuters)

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

Gelet op artikel 70 van de Wet op het primair onderwijs en artikel 4 van de Wet overige OCW-subsidies;

Besluit:

Artikel 1. Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

Artikel 2. Reikwijdte

De minister kan subsidie verstrekken aan een bevoegd gezag voor het bevorderen van opbrengstgericht werken in een startgroep, waarin het verzorgen van voorschoolse educatie geschiedt door opbrengstgericht werken als onderdeel van een doorlopende leerlijn van de startgroep tot en met de school.

Artikel 3. Toepassing Regeling OCW-subsidies

Artikel 4 van de Regeling OCW-subsidies is niet van toepassing op subsidieverstrekking op grond van deze regeling.

Artikel 4. Aanvraag tot subsidieverstrekking

  • 1 Een aanvraag tot subsidieverstrekking voor het schooljaar 2011–2012 kan worden ingediend door een bevoegd gezag ten aanzien van ten hoogste één van zijn scholen die geen taal- of rekenzwakke school en geen zwakke of zeer zwakke school is. Voor de aanvraag wordt gebruik gemaakt van het daarvoor bestemde format zoals dat is gepubliceerd op www.duo.nl. De aanvraag gaat vergezeld van:

    • a. een intentieverklaring van de gemeente en de houder van een peuterspeelzaal of kindercentrum waarbij gebruik wordt gemaakt van het daarvoor bestemde format dat als bijlage is opgenomen bij het format, bedoeld in de aanhef, en

    • b. een document waaruit een gezamenlijke samenwerkingsvisie blijkt van het bevoegd gezag van de school en de houder van de peuterspeelzaal of de houder van het kindercentrum voor ten minste de schooljaren 2009–2010 en 2010–2011.

  • 2 Een aanvraag tot subsidieverstrekking voor de schooljaren 2012–2013, 2013–2014 en 2014–2015 kan worden ingediend door het bevoegd gezag van de school ten aanzien waarvan subsidie werd verstrekt voor het schooljaar 2011–2012. De aanvraag gaat vergezeld van de voortgangsrapportage, bedoeld in artikel 13, vierde lid.

Artikel 5. Aanvraagtermijnen

  • 1 Een aanvraag, bedoeld in artikel 4, eerste lid, dient vóór 1 september 2011 door de minister te zijn ontvangen. Aanvragen die vóór 1 september 2011 zijn ontvangen, maar niet aan alle voor de aanvraag geldende eisen voldoen, en aanvragen die later dan 31 augustus 2011 door de minister worden ontvangen, worden afgewezen.

  • 2 Een aanvraag, bedoeld in artikel 4, tweede lid, dient vóór 1 juni 2012 door de minister te zijn ontvangen. Aanvragen die vóór 1 juni 2012 zijn ontvangen, maar niet aan alle voor de aanvraag geldende eisen voldoen, en aanvragen die later dan 31 mei 2012 door de minister worden ontvangen, worden afgewezen.

Artikel 6. Te subsidiëren activiteiten

  • 1 De subsidie wordt verstrekt voor:

    • a. de inzet van een personeelslid van het bevoegd gezag van de school op de startgroep als begeleider voorschoolse educatie;

    • b. het ontwikkelen van de wijze waarop in de startgroep vorm wordt gegeven aan opbrengstgericht werken;

    • c. de scholing van de begeleider voorschoolse educatie en beroepskracht voorschoolse educatie in het opbrengstgericht werken met kinderen die twee of drie jaar oud zijn;

    • d. begeleiding van de directeur van de school, de leraren van de school, de begeleider voorschoolse educatie en de beroepskracht voorschoolse educatie ten behoeve van samenhang van de voorschoolse educatie en het onderwijsaanbod op de school, om op die manier een doorlopende leerlijn te bewerkstelligen;

    • e. de kosten in verband met het studieverlof van degene die scholing krijgt als bedoeld in onderdeel c en als bedoeld in het tweede lid; en

    • f. de kosten ter grootte van 1 dagdeel in verband met de inzet van de beroepskracht voorschoolse educatie die niet reeds worden vergoed door de gemeente.

  • 2 De subsidie voor het schooljaar 2011–2012 wordt tevens verstrekt voor:

    • a. de scholing, die voor 1 december 2011 is afgerond, van de begeleider voorschoolse educatie en de directeur van de school, specifiek gericht op de ontwikkeling van kinderen van 2 of 3 jaar;

    • b. de scholing, bedoeld in artikel 4, derde lid, van het Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie, die voor 1 december 2011 is afgerond, van degene ten aanzien van wie de subsidieontvanger voornemens is hem werkzaam te laten zijn als begeleider voorschoolse educatie.

Artikel 7. Subsidiebedrag

  • 1 Het subsidiebedrag voor het schooljaar 2011–2012 bedraagt per school € 61.128,–.

  • 2 Het totale subsidiebedrag voor de schooljaren 2012–2013, 2013–2014 en 2014–2015, bedraagt per school € 153.384,–.

  • 3 Het subsidiebedrag voor het schooljaar 2015–2016 bedraagt per school € 51.128,–.

Artikel 8. Besteding subsidie

  • 1 Het eventueel niet voor de activiteiten, bedoeld in artikel 6, aangewende deel van de subsidie voor het schooljaar 2011–2012 kan, mits die activiteiten volledig zijn uitgevoerd, in het schooljaar 2011–2012 worden besteed aan andere activiteiten van het bevoegd gezag waarvoor bekostiging wordt verstrekt.

  • 2 Het eventueel niet voor de activiteiten, bedoeld in artikel 6, aangewende deel van de subsidie voor de schooljaren 2012–2013 tot en met 2015–2016 kan, mits die activiteiten volledig zijn uitgevoerd, in de schooljaren 2014–2015 en 2015–2016 worden besteed aan andere activiteiten van het bevoegd gezag waarvoor bekostiging wordt verstrekt.

Artikel 9. Verdeelcriteria subsidie schooljaar 2011–2012

  • 1 Door middel van een loting door een notaris na 1 september 2011 wordt bepaald aan welke bevoegde gezagsorganen de minister subsidie voor het schooljaar 2011–2012 verstrekt. Per categorie als bedoeld in het tweede lid, vindt rangschikking van de aanvragen die voldoen aan alle voor de aanvraag geldende eisen plaats in de volgorde van de trekking. Per categorie wordt subsidie verstrekt overeenkomstig die rangschikking, en met inachtneming van het maximale aantal scholen, bedoeld in het derde lid.

  • 2 Bij de loting worden de volgende categorieën aanvragen onderscheiden:

    • a. aanvragen ten aanzien van een school in de gemeente Almere;

    • b. aanvragen ten aanzien van een school in de gemeente Amsterdam;

    • c. aanvragen ten aanzien van een school in de gemeente Den Haag;

    • d. aanvragen ten aanzien van een school in de gemeente Rotterdam;

    • e. aanvragen ten aanzien van een school in de gemeente Utrecht;

    • f. aanvragen ten aanzien van een school in een gemeente met een inwoneraantal van 100.000 of meer op 1 januari 2011, anders dan een gemeente als bedoeld in de onderdelen, a tot en met e, en anders dan een gemeente in de krimpregio’s, bedoeld in de onderdelen i, j en k;

    • g. aanvragen ten aanzien van een school in een gemeente met een inwoneraantal van 30.000 tot 100.000 op 1 januari 2011, anders dan een gemeente in de krimpregio’s, bedoeld in de onderdelen i, j en k;

    • h. aanvragen ten aanzien van een school in een gemeente met minder dan 30.000 inwoners op 1 januari 2011, anders dan een gemeente in de krimpregio’s, bedoeld in de onderdelen i, j en k;

    • i. aanvragen ten aanzien van een school in de krimpregio Noordoost Groningen;

    • j. aanvragen ten aanzien van een school in de krimpregio Parkstad Limburg;

    • k. aanvragen ten aanzien van een school in de krimpregio Zeeuws-Vlaanderen.

  • 3 Het maximale aantal scholen waarvoor subsidie wordt verstrekt is:

    • per categorie, bedoeld in het tweede lid, onderdelen a tot en met e, twee scholen,

    • voor de categorie, bedoeld in het tweede lid, onderdeel f, negen scholen, met een maximum van een school per gemeente,

    • voor de categorie, bedoeld in het tweede lid, onderdeel g, vijf scholen, met een maximum van een school per gemeente,

    • voor de categorie, bedoeld in het tweede lid, onderdeel h, drie scholen, met een maximum van een school per gemeente,

    • per categorie, bedoeld in het tweede lid, onderdelen i tot en met k, een school.

Artikel 10. Tweede loting subsidie schooljaar 2011–2012

Indien ingevolge de loting, bedoeld in artikel 9, geen subsidie kan worden verstrekt voor het maximale aantal scholen, bedoeld in artikel 9, derde lid, kan een tweede loting door een notaris plaatsvinden voor subsidieverstrekking voor het schooljaar 2011–2012. Aan deze tweede loting doen de aanvragen mee van de bevoegde gezagsorganen, waaraan ingevolge de loting, bedoeld in artikel 9, geen subsidie wordt verstrekt. De rangschikking van de aanvragen vindt plaats in de volgorde van de trekking. Subsidieverstrekking vindt plaats overeenkomstig die rangschikking.

Artikel 11. Verdeelcriteria subsidie schooljaren 2012–2013 tot en met 2015–2016

Subsidie voor de schooljaren 2012–2013 tot en met 2015–2016 kan slechts worden verstrekt indien uit de voortgangsrapportage, bedoeld in artikel 13, vierde lid, naar het oordeel van de minister voldoende voortgang en voldoende resultaat blijkt.

Artikel 12. Subsidieverstrekking

De minister beslist binnen 13 weken na het verstrijken van de aanvraagtermijnen, bedoeld in artikel 5, op een aanvraag tot subsidieverstrekking door middel van een beschikking waarin zowel de verlening als de vaststelling is opgenomen.

Artikel 13. Subsidieverplichtingen

  • 1 De subsidieontvanger:

    • a. zet middelen van de bekostiging op grond van de Wet op het primair onderwijs in, ten behoeve van de vroegschoolse educatie, om de aansluiting van de startgroep op de groepen 1 en 2 van de basisschool te bevorderen;

    • b. werkt mee aan onderzoek naar de opbrengsten van de startgroep.

  • 2 De subsidieontvanger draagt er tevens, in samenwerking met de gemeente, de houder van de peuterspeelzaal dan wel het kindercentrum, zorg voor dat:

    • a. de activiteiten, bedoeld in artikel 6, eerste lid, onderdelen a tot en met e, worden uitgevoerd;

    • b. er ieder schooljaar voor de duur van de subsidieverstrekking een startgroep is die voldoet aan de volgende eisen:

      • het aanbod in de startgroep omvat per week ten minste vijf dagdelen van ten minste 2,5 uur of per week ten minste 12,5 uur,

      • de startgroep wordt begeleid door één beroepskracht voorschoolse educatie en één begeleider voorschoolse educatie,

      • in de startgroep wordt opbrengstgericht gewerkt, overeenkomstig de wijze, bedoeld in artikel 6, eerste lid, onderdeel b;

    • c. de gezamenlijke visie en doelen ten aanzien van de doorlopende leerlijn van de school, peuterspeelzaal en kindercentrum tot uitdrukking komen in de activiteiten binnen de startgroep en de groepen 1 tot en met 3 van de basisschool;

    • d. er overeenstemming is over de wijze waarop de regie wordt uitgevoerd ten aanzien van de startgroep;

    • e. de directeur, de leraren van de school, de beroepskracht voorschoolse educatie en de begeleider voorschoolse educatie elkaars expertise benutten;

    • f. de inzet vanuit het bevoegd gezag van de school van een begeleider voorschoolse educatie er niet toe leidt dat op het kindercentrum dan wel de peuterspeelzaal de som van het aantal uren voorschoolse educatie dat wordt verzorgd door de individuele beroepskrachten voorschoolse educatie van het kindercentrum dan wel de peuterspeelzaal lager is dan de som van dat aantal uren vóór 1 september 2011.

  • 3 Degene die subsidie ontvangt voor het schooljaar 2011–2012 draagt tevens zorg voor de activiteiten, bedoeld in artikel 6, tweede lid, met dien verstande dat de activiteit, bedoeld in artikel 6, tweede lid, onderdeel b, niet verplicht is indien degene ten aanzien van wie de subsidieontvanger voornemens is hem werkzaam te laten zijn als begeleider voorschoolse educatie al voldoet aan de voorwaarden, bedoeld in artikel 4, eerste, tweede en derde lid, van het Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie.

  • 4 Degene die subsidie ontvangt voor het schooljaar 2011–2012 zendt vóór 1 juni 2012 een voortgangsrapportage aan de minister waarbij gebruik gemaakt wordt van het daarvoor bestemde format dat is gepubliceerd op www.duo.nl.

Artikel 14. Melding

De melding, bedoeld in artikel 9 van de Regeling OCW-subsidies, geschiedt aan Dienst Uitvoering Onderwijs van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.

Artikel 15. Betaling

De subsidie wordt betaalbaar gesteld in maandelijkse gelijke delen.

Artikel 16. Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en vervalt met ingang van 1 augustus 2018.

Artikel 17. Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling pilots startgroepen voor peuters.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De

Minister

van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

J.M. van Bijsterveldt-Vliegenthart