Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Richtlijn motorrijtuig (doen) besturen tijdens ontzegging e.d. 5.15[Regeling vervallen per 01-01-2012.]

Geldend van 01-06-2011 t/m 31-12-2011

Richtlijn motorrijtuig (doen) besturen tijdens ontzegging e.d. 5.15

Beschrijving

Deze richtlijn ziet op een aantal delicten betreffende het ongeoorloofd (doen) besturen van een motorrijtuig. Onder deze richtlijn vallen het rijden tijdens een ontzegging van de rijbevoegdheid (OBM), na een (gedeeltelijke) ongeldigverklaring, na een van rechtswege ongeldigheid op grond van artikel 123b WVW 1994, na een vordering tot overgifte, alsmede na een invordering of inhouding van het rijbewijs.

Aard van de richtlijn

Verkeer

Basisdelicten

  • Motorrijtuig waarvoor bezit rijbewijs niet is vereist (doen) besturen tijdens ontzegging rijbevoegdheid.

  • Motorrijtuig waarvoor bezit rijbewijs is vereist (doen) besturen tijdens ontzegging rijbevoegdheid.

  • Motorrijtuig (doen) besturen in geval van (gedeeltelijk) ongeldig verklaard rijbewijs.

  • Motorrijtuig (doen) besturen na vordering tot overgifte en/of invordering en/of inhouding van het rijbewijs.

  • Motorrijtuig (doen) besturen in geval van een op grond van artikel 123b WVW 1994 van rechtswege ongeldig geworden rijbewijs.

Wettekst

Toelichting: het volgende basisdelict is toegevoegd aan de richtlijn.

Basisdelict motorrijtuig (doen) besturen in geval van een op grond van artikel 123b WVW 1994 van rechtswege ongeldig geworden rijbewijs 5.15.05

Beschrijving

Dit basisdelict ziet op het (doen) besturen van een motorrijtuig in geval van een op grond van artikel 123b WVW 1994 van rechtswege ongeldig geworden rijbewijs

Toepasselijk kader

Commuun en verkeer

Basispunten

31 punten

Strafbeschikking

Indien van toepassing afhankelijk van beleid van het parket

Basisfactoren

Geen

Delictspecifieke factoren

Geen

Wettelijke factoren

Geen

Recidiveregeling

Mate van recidive (5 jaar)

– Geen recidive

+0 %

– 1 maal

+10 %

– Meermalen

+20 % +dagvaarden

Draagkracht

Geen

Speciale regelingen

  • Regeling negeren beslissing

Bijzonderheden

Geen

Toelichting: de volgende regeling is toegevoegd aan de richtlijn.

Regeling negeren beslissing 4.01.05

Beschrijving

Deze regeling heeft betrekking op het negeren van een beslissing. Doel van die beslissing was het voorkomen dat de verdachte een bepaalde handeling zou verrichten. Een voorbeeld betreft de bestuurder die een motorrijtuig bestuurt, terwijl hem of haar de rijbevoegdheid (tijdelijk) is ontnomen door de rechter (OBM), het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (ongeldigverklaring), de politie (vordering tot overgifte / invordering) en/of de officier van justitie (inhouding / OBM). De regeling is ook van toepassing op de bestuurder van een motorrijtuig, indien het rijbewijs van rechtswege zijn geldigheid heeft verloren op grond van artikel 123b WVW 1994. Een ander voorbeeld betreft de ontzegging van de bevoegdheid tot het vliegen of de bevoegdheid tot het geven van luchtverkeersleiding (OBV).

Gezien de ernst van dergelijke normschendingen die worden gepleegd terwijl het bevoegd gezag een specifieke beslissing aan het adres van de verdachte heeft kenbaar gemaakt, is een enkele geldstraf geen passende reactie meer. Toch is, afgemeten naar het gepleegde feit, ook een volledige omrekening naar onvoorwaardelijke gevangenisstraf niet passend. Dientengevolge worden de sanctiepunten gedeeltelijk omgerekend naar onvoorwaardelijke gevangenisstraf, gedeeltelijk naar geldboete.

Uitwerking

De sanctiepunten dienen, indien deze regeling van toepassing is, op de volgende wijze naar sanctie(s) te worden omgerekend:

  • 50% van de punten wordt omgerekend naar geldboete

  • 50% van de punten wordt omgerekend naar onvoorwaardelijke gevangenisstraf

Factoren

Geen

Zie basisdelicten

  • motorrijtuig waarvoor bezit rijbewijs is vereist (doen) besturen tijdens ontzegging rijbevoegdheid.

  • motorrijtuig (doen) besturen in geval van (gedeeltelijk) ongeldig verklaard rijbewijs.

  • motorrijtuig (doen) besturen na vordering tot overgifte en/of invordering en/of inhouding van het rijbewijs.

  • motorrijtuig (doen) besturen in geval van een op grond van artikel 123b WVW 1994 van rechtswege ongeldig geworden rijbewijs.