Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Circulaire Vliegreizen

Geldend van 29-04-2011 t/m heden

Circulaire Vliegreizen

Aan: de Ministers
Onderwerp: Vliegreizen
Doelstelling: Bekend maken van beleid
Juridische grondslag: geen
Datum: 5 april 2011

Inleiding

In deze circulaire wordt het beleid op het gebied van vliegreizen bekend gemaakt.

Als ambtenaren een buitenlandse dienstreis maken, dan bestaat recht op vergoeding van de kosten, als daarbij althans gebruik gemaakt is van door het bevoegd gezag aangewezen vervoermiddelen. (Artikel 6 Reisbesluit buitenland). Bij het gebruik van vliegreizen is in de praktijk veelal geen sprake meer van het letterlijk vergoeden van door de ambtenaar gemaakt kosten, maar zorgt het bevoegd gezag, meestal via een (intern) reisbureau, dat de reis rechtstreeks ten laste van de werkgever geboekt wordt.

Dienstreizen worden gemaakt in opdracht van het bevoegde gezag. Het is evident, dat het bevoegd gezag daarbij verantwoordelijk is voor het aanwijzen van vervoermiddelen die voldoen aan een kwalitatief acceptabel veiligheidsniveau.

EU zwarte lijst

Om de veiligheid in Europa verder te verbeteren, besliste de Europese Commissie in samenspraak met de luchtvaartinspectiediensten in de verschillende lidstaten – om luchtvaartmaatschappijen waarvan werd aangetoond dat ze niet veilig zijn, niet langer te laten opereren binnen het Europese luchtruim.

Een en ander is vastgelegd in VERORDENING (EG) Nr. 2111/2005 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD van 14 december 2005. In de verordening is het vormen van een lijst van luchtvaartmaatschappijen afgesproken waaraan een exploitatieverbod binnen Europa is opgelegd en de informatievoorziening daarover. Deze zogenoemde ‘zwarte lijst’ is openbaar, wordt periodiek geactualiseerd en is te vinden op: http://ec.europa.eu/transport/air-ban/list_nl.htm

Uniform beleid

Het beleid op het gebied van vliegreizen houdt in dat bij het ‘aanwijzen’ van vliegvervoer op grond van het Reisbesluit buitenland in principe geen gebruik gemaakt wordt van vliegmaatschappijen die vermeld staan op de ‘zwarte lijst’. Dit geldt ook voor het gebruik van vliegvervoer buiten Europa.

Deze beleidsmaatregel zal veelal betekenen, dat de bestaande praktijk kan worden voortgezet, aangezien de reisbureaus op de hoogte zijn van het bestaan van deze lijst en daar ook gebruik van maken. Van belang is, dat de vervoerskeuze in eerste instantie bepaald wordt op basis van de persoonlijke veiligheid van de individuele ambtenaar en niet door economische motieven. Bovendien worden de meeste buitenlandse dienstreizen die ambtenaren maken zonder meer gemaakt met vliegmaatschappijen die niet op de ‘zwarte lijst’ staan omdat deze ofwel binnen Europa worden gemaakt ofwel bij aankomst buiten Europa geen vervolgvlucht met regionale vliegmaatschappijen wordt gemaakt.

Uitzonderingen

Het zal niet altijd lukken om het beleid op het gebied van vliegreizen strikt toe te passen. Zeker bij vluchten buiten Europa zal regelmatig gebruik gemaakt moeten worden van regionale vliegtuigmaatschappijen, die mogelijk geheel buiten het gezichtsveld van de Europese luchtvaartautoriteiten opereren. Ook kan het zijn, dat ter plekke geen alternatief luchtvervoer mogelijk is, dan met een maatschappij die op de ‘zwarte lijst’ staat. Bovendien kunnen alternatieve vervoersmogelijkheden (trein, auto, e.d.) binnen regio’s hogere veiligheidsrisico’s met zich meebrengen, dan vervoer per vliegtuig ook al staan deze op de ‘zwarte lijst’.

Er worden daarom geen uitzonderingsgronden benoemd, waarbij zou mogen worden afgeweken van het beleid. Het is immers niet doenlijk om situaties te benoemen waarin van het beleid afgeweken kan worden. Het bevoegd gezag blijft verantwoordelijk voor het ‘aanwijzen’ van het te gebruiken vervoer.

Van belang is, dat de vervoerskeuze in eerste instantie bepaald wordt op basis van de persoonlijke veiligheid van de individuele ambtenaar en niet door economische motieven.

De

minister

van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,
namens deze:

J.J.M. Uijlenbroek,

Directeur-generaal Organisatie en Bedrijfsvoering Rijk.