Start van deze paginaSkip navigatie, ga direct naar de Inhoud
  • Vorige

  • Volgende

Beleidslijn Sanctiemaatregelen 2011

Geldend op 02-05-2012


  • Beleidslijn Sanctiemaatregelen 2011
  • Hoofdstuk 1. Inleiding

  • 1.1. Algemeen

  • Deze Beleidslijn strekt tot vervanging van de Beleidslijn Sanctiemaatregelen 2007 die door de inwerkingtreding per 1 januari 2009 van de Mediawet 2008 (Stb. 2008, 583) (laatstelijk gewijzigd bij wet van 10 december 2009 Stb. 2009, 552), en de inwerkingtreding per 1 juli 2009 van Hoofdstuk 5 van de Algemene wet bestuursrecht niet meer actueel is.

    De Mediawet 2008 kent in het bijzonder in de artikelen 7.12 en 7.14 aan het Commissariaat bevoegdheden toe om sancties op te leggen, waarbij het Commissariaat bevoegd is om onder afweging van de betrokken belangen te reageren op een overtreding van een bij of krachtens de Mediawet 2008 gesteld voorschrift, ofwel door middel van een bestraffende sanctie met de bedoeling de overtreder leed toe te voegen, ofwel door middel van een herstelsanctie (zoals de in artikel 7.12, derde lid, geregelde last onder dwangsom) teneinde overtreding te voorkomen of ongedaan te maken.

    Aan deze Beleidslijn ligt de aan het rechtszekerheids- en het gelijkheidsbeginsel ontleende bedoeling ten grondslag een inzicht te geven in de criteria die bij overtreding van de bij of krachtens de Mediawet 2008 gestelde voorschriften bij het opleggen van bestuurlijke sancties zullen worden gehanteerd.

    Deze Beleidslijn ziet niet op maatregelen tot het nemen waarvan het Commissariaat op grond van de Mediawet 2008 verplicht is en waarbij aan het Commissariaat geen vrijheid om belangen af te wegen toekomt (zie bijvoorbeeld de artikelen 2.47, eerste lid onder a, 2.67, eerste lid, onder a, of 3.4, eerste lid: van de Mediawet 2008: verplichte intrekking van een aanwijzing of een toestemming).

    Bij bestraffende sancties worden naast het oogmerk de overtreder in zijn belangen te treffen tevens doeleinden van speciale en generale preventie nagestreefd.

    Aan de in deze Beleidslijn gehanteerde terminologie komt, tenzij uitdrukkelijk het tegendeel wordt bepaald, dezelfde betekenis toe als welke daaraan op grond van het bij of krachtens de Mediawet 2008 en de Algemene wet bestuursrecht bepaalde toekomt.

  • 1.2. Relevante bepalingen

  • Met betrekking tot de bevoegdheden van het Commissariaat tot het opleggen van bestuurlijke sancties zijn de volgende algemene bevoegdheidsbepalingen van de Mediawet 2008 in het bijzonder van belang:

  • Titel 7.2. Toezicht en handhaving
  • Artikel 7.11
    • 2. Met het toezicht op de naleving zijn belast de leden van het Commissariaat en de bij besluit van het Commissariaat aangewezen medewerkers van het Commissariaat.

    • 3. Van een besluit als bedoeld in het tweede lid wordt mededeling gedaan door plaatsing in de Staatscourant.

  • Artikel 7.12
    • 2. De bestuurlijke boete bij overtreding van het bepaalde in artikel 2.34, eerste lid, bedraagt 10% van het totale bedrag aan gelden dat gemiddeld in de kalenderjaren voorafgaande aan de overtreding tijdens de lopende erkenningsperiode aan de omroepvereniging ter beschikking is gesteld voor de verzorging van media-aanbod voor de landelijke publieke mediadienst.

  • Artikel 7.14
    • 1. Bij overtreding van het bepaalde bij of krachtens deze wet of artikel 5:20 van de Algemene wet bestuursrecht kan het Commissariaat, naast of in plaats van het opleggen van een bestuurlijke boete en een last onder dwangsom:

      • a. de in artikel 2.51 bedoelde uren van de desbetreffende instelling voor ten hoogste twaalf weken intrekken;

      • b. de in de artikelen 2.49, eerste lid, 6.1 en 6.5 bedoelde uren van de desbetreffende instelling verminderen of intrekken; en

      • c. de uren intrekken of verminderen die de Ster op grond van artikel 2.95 op de programmakanalen van de landelijke publieke mediadienst ter beschikking heeft.

    • 2. De bevoegdheden, bedoeld in het eerste lid, heeft het Commissariaat ook wanneer de raad van bestuur het Commissariaat heeft verzocht de uren van de desbetreffende instelling te verminderen of in te trekken omdat:

      • a. aan een instelling die media-aanbod voor de landelijke publieke omroepdienst verzorgt voor twee achtereenvolgende jaren een sanctie als bedoeld in artikel 2.154 is opgelegd; of

      • b. een omroepvereniging of de educatieve media-instelling naar de mening van de raad van bestuur onvoldoende uitvoering geeft aan de bereidheid tot samenwerking ten behoeve van de landelijke publieke mediadienst.

  • Daarnaast kent de Mediawet 2008 nog een aantal specifieke bepalingen waarin bevoegdheden van het Commissariaat tot het opleggen van bestuurlijke sancties zijn opgenomen.

    Op het toezicht en de handhaving door het Commissariaat van de Mediawet 2008 is tevens het bepaalde in Hoofdstuk 5 (Handhaving) van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing.

  • Hoofdstuk 2. Sanctiemaatregelen

    • 2.1 Bij een overtreding kunnen aan de overtreder, met inachtneming van het bij of krachtens de Mediawet bepaalde, één of meer van de navolgende bestuurlijke sancties tegelijk worden opgelegd:

      • a. bestuurlijke boete;

      • b. last onder dwangsom;

      • c. vermindering van uren;

      • d. intrekking van uren;

      • e. (gedeeltelijke) intrekking van een toestemming, aanwijzing of ontheffing;

      • f. (verzoek tot) vermindering of beëindiging van bevoorschotting.

    • 2.2 Bij de beoordeling van de vraag of en, zo ja, welke sanctiemaatregel dient te worden getroffen, houdt het Commissariaat rekening met de ernst van de overtreding en de mate waarin deze aan de belanghebbende kan worden verweten. Het Commissariaat houdt bij de beoordeling rekening met relevante omstandigheden waaronder de overtreding is gepleegd.

    • 2.3 Een sanctie inhoudende het verminderen of intrekken van uren of de intrekking conform artikel 3.4, tweede lid, onder b, van de Mediawet 2008 van de toestemming van een commerciële media-instelling wordt, behoudens bijzondere gevallen, slechts opgelegd indien sprake is van het herhaaldelijk of langdurig niet voldoen aan de voorschriften die bij of krachtens de Mediawet 2008 voor de overtreder gelden, dan wel in het geval van een overtreding waarbij sprake is van grove onachtzaamheid of (voorwaardelijk) opzet.

    • 2.4 Voor de vaststelling van de hoogte van een bestuurlijke boete hanteert het Commissariaat, met inachtneming van het in artikel 7.12 van de Mediawet 2008 neergelegde boetemaximum, de volgende berekeningsmethodiek.

      Voor het bepalen van de ernst van een overtreding zijn de te handhaven normen allereerst onderverdeeld in drie categorieën (A, B en C) met verschillende bandbreedtes.

      In dit kader wordt vervolgens, voor wat de impact van een overtreding betreft, een onderscheid gemaakt tussen media-instellingen met een landelijk, regionaal of lokaal publieksbereik c.q. verspreidingsniveau.

      De plaatsing van de betrokken overtreding binnen de in de boetecategorieën weergegeven bandbreedtes is afhankelijk van de aard, de ernst en voorzover relevant de duur van de overtreding.

      Aan de hand van boeteverhogende en boeteverlagende omstandigheden wordt vervolgens beoordeeld of, en zo ja in welke mate, de overtreding verwijtbaar is, en wordt zodoende de hoogte van de op te leggen boete vastgesteld.

      De vaststelling van de boetecategorie laat de mogelijkheid onverlet dat door toepassing van artikel 2.13 en/of door de aanwezigheid van boeteverhogende en boeteverlagende factoren buiten de berekeningsmethodiek en/of de bandbreedte van de desbetreffende boetecategorie wordt getreden.

      Boetecategorie A

      Overtredingen van het bepaalde bij of krachtens de artikelen:

      2.1, 2.34, 2.50, 2.52, 2.58, 2.88, 2.88a, 2.89, 2.90, 2.91, 2.94, 2.95, 2.96, 2.97, 2.106, 2.107, 2.108, 2.109, 2.110, 2.111, 2.112, 2.113, 2.114, 2.132, 2.133, 2.134, 2.135, 2.136, 2.137, 2.138, 2.138a, 2.139, 2.141, 2.142, 2.151, tweede lid, 2.164, derde lid, 3.1, 3.2, 3.5, 3.5a, 3.7, 3.8, 3.9, 3.10, 3.11, 3.13, 3.15, 3.16, 3.17, 3.18, , 3.19a, 3.19b, 3.194.1, 4.6, 5.1, 5.2, 5.3, 5.4, 6.13, 6.14, 6.15, 6.20, 6.21, 7.18 Mediawet 2008 en 5:20 Algemene wet bestuursrecht.

      Boetecategorie B

      Overtredingen van het bepaalde bij of krachtens de artikelen:

      2.35, 2.49, 2.70, 2.71, 2.72, 2.92, 2.93, 2.99, 2.115, 2.116, 2.117, 2.118, 2.119, 2.124, 2.171, 2.172, 3.6, 3.20 t/m 3.26, 3.29, 3.29b, 3.29c, 3.29d, 6.4, 6.6, 6.9, 6.10, 6.23, 6.24 en 6.27 Mediawet 2008.

      Boetecategorie C

      Overtreding van enig ander bij of krachtens de Mediawet 2008 gesteld voorschrift waarvan het Commissariaat belast is met bestuursrechtelijke handhaving.

      Als de overtreder een publieke landelijke media-instelling of een commerciële media-instelling met een bereik boven 500.000 huishoudens betreft, worden de volgende bandbreedtes in acht genomen.

      Boetecategorie landelijk
        

      Categorie A

      Categorie B

      Categorie C

      I

      Zeer ernstige overtreding

      € 135.000–€ 225.000

      € 80.000–€ 135.000

      € 20.000–€ 35.000

      II

      Ernstige overtreding

      € 35.000–€ 135.000

      € 20.000–€ 80.000

      € 6.000–€ 20.000

      III

      Lichte overtreding

      0–€ 35.000

      0–€ 20.000

      0–€ 6.000

      Indien het een overtreding door een commerciële mediadienst op aanvraag betreft welke via open internet verspreidt, worden de hierboven genoemde bandbreedtes in acht genomen.

      In voorkomende gevallen kan ten aanzien van de in de vorige zin genoemde mediadiensten van deze bandbreedtes worden afgeweken.

      Voor commerciële mediadiensten op aanvraag die niet via het open internet hun diensten aanbieden geldt het technisch bereik, conform de in dit artikel 2.4 en de artikelen 2.5 en 2.6 uiteengezette systematiek voor andere commerciële media-instellingen.

    • 2.5 Als de overtreder een publieke regionale media-instelling of een commerciële media-instelling met een bereik van tussen de 25.000 en 500.000 huishoudens betreft, worden de volgende bandbreedtes in acht genomen.

      Boetecategorie regionaal
        

      Categorie A

      Categorie B

      Categorie C

      I

      Zeer ernstige overtreding

      € 27.000–€ 45.000

      € 16.000–€ 27.000

      € 4.000–€ 7.000

      II

      Ernstige overtreding

      € 7.000–€ 27.000

      € 4.000–€ 16.000

      € 1.200–€ 4.000

      III

      Lichte overtreding

      0–€ 7.000

      0–€ 4.000

      0–€ 1.200

    • 2.6 Als de overtreder een publieke lokale media-instelling of een commerciële media-instelling met een bereik van minder dan 25.000 huishoudens betreft, worden de volgende bandbreedtes in acht genomen.

      Boetecategorie lokaal
        

      Categorie A

      Categorie B

      Categorie C

      I

      Zeer ernstige overtreding

      € 6.750–€ 11.250

      € 4.000–€ 6.750

      € 1.000–€ 1.750

      II

      Ernstige overtreding

      € 1.750–€ 6.750

      € 1.000–€ 4.000

      € 300–€ 1.000

      III

      Lichte overtreding

      0–€ 1.750

      0–€ 1.000

      0–€ 300

    • 2.7 Een zeer ernstige overtreding is een overtreding waarbij sprake is van een of meer van de volgende omstandigheden:

      • een publieke media-instelling heeft de beginselen van non-commercialiteit, bijvoorbeeld het dienstbaarheidsverbod, en onafhankelijkheid in aanzienlijke mate geschonden;

      • een publieke media-instelling heeft het beginsel van rechtmatige besteding van middelen of het beginsel van transparantie in de financiële verantwoording in aanzienlijke mate geschonden;

      • geboden die zijn te converteren in percentages zijn voor slechts 1/2 of minder behaald;

      • verboden die zijn te converteren in percentages, zijn met meer dan 2/10 overschreden;

      • de overtreding is structureel van aard;

      • een programma geheel of gedeeltelijk bestaande uit nieuws, actualiteiten of politieke informatie is gesponsord;

      • de overtreding beslaat meer dan 10% van de duur van het programma;

      • sluikreclame met zeer grote nadruk;

      • andere omstandigheden die de overtreding naar oordeel van het Commissariaat zeer ernstig maken, waaronder onder meer overtredingen ten aanzien van kwetsbare groepen in de samenleving;

      • het in zeer ernstige mate niet naleven van de medewerkings- en inlichtingenplicht;

      • een herhaalboete van een (zeer) ernstige overtreding.

    • 2.8 Een ernstige overtreding is een overtreding waarbij sprake is van een of meer van de volgende omstandigheden:

      • een publieke media-instelling heeft de beginselen van non-commercialiteit, bijvoorbeeld het dienstbaarheidsverbod, en onafhankelijkheid in meer dan beperkte mate geschonden;

      • een publieke media-instelling heeft het beginsel van rechtmatige besteding van middelen of het beginsel van transparantie in de financiële verantwoording in meer dan beperkte mate geschonden;

      • geboden die zijn te converteren in percentages zijn voor meer dan 1/2 maar minder dan 4/5 behaald;

      • verboden die zijn te converteren in percentages zijn met een percentage tussen de 1/20 en 2/10 overschreden;

      • overtredingen die de toegang tot de kabel betreffen;

      • sluikreclame met grote nadruk;

      • andere omstandigheden die de overtreding naar oordeel van het Commissariaat ernstig maken;

      • het in ernstige mate niet naleven van de medewerkings- en inlichtingenplicht;

      • een herhaalboete van een lichte overtreding.

    • 2.9 Een lichte overtreding is een overtreding waarbij sprake is van een of meer van de volgende omstandigheden:

      • een publieke media-instelling heeft de beginselen van non-commercialiteit, bijvoorbeeld het dienstbaarheidsverbod, en onafhankelijkheid in beperkte mate geschonden;

      • een publieke media-instelling heeft het beginsel van rechtmatige besteding van middelen of het beginsel van transparantie in de financiële verantwoording in beperkte mate geschonden;

      • geboden die zijn te converteren in percentages zijn niet geheel, doch voor minstens 4/5 behaald;

      • verboden die zijn te converteren in percentages zijn overschreden, doch met minder dan 1/20;

      • sluikreclame met geringe nadruk;

      • andere omstandigheden die de overtreding naar oordeel van het Commissariaat licht maken;

      • het in beperkte mate niet naleven van de medewerkings- en inlichtingenplicht.

    • 2.10 Het Commissariaat bepaalt de bandbreedte van de desbetreffende boetecategorie aan de hand van de omstandigheden als genoemd in 2.7, 2.8 en 2.9. Bij de vaststelling van de hoogte van de boete binnen de bij de overtreding horende bandbreedte wordt uitgegaan van het midden van die bandbreedte.

    • 2.11 Met uitzondering van de overtredingen die de toegang tot de kabel betreffen, wordt in geval een overtreding een radioprogramma betreft, de naastgelegen lagere bandbreedte in de boetecategorie gekozen. In het geval er reeds sprake is van een lichte overtreding, dan wordt de hoogte van de boete, behoudens mogelijke boeteverhogende omstandigheden, vastgesteld in de onderste helft van de bandbreedte.

    • 2.12 Bij de vaststelling van de hoogte van de boete neemt het Commissariaat boeteverhogende en boeteverlagende omstandigheden in aanmerking.

      Boeteverhogende omstandigheden zijn onder meer:

      • de omstandigheid dat er sprake is van recidive van overtreding van eenzelfde aard;

      • de omstandigheid dat de overtreder in het verleden genoegzaam op de hoogte is gebracht van de toepassing van regelgeving;

      • de omstandigheid dat er sprake is van grove onachtzaamheid of (voorwaardelijk) opzet;

      • de omstandigheid dat met de overtreding een wederrechtelijk geldelijk of op geld waardeerbaar voordeel is verkregen;

      • een groot geografisch bereik van de aanbieder van een omroepnetwerk;

      • de omstandigheid dat er sprake is van een herhaalboete bij een voortdurende overtreding.

      Boeteverlagende omstandigheden zijn onder meer:

      • de interpretatie van de geschonden norm is niet eerder in het toezichtsbeleid van het Commissariaat betrokken;

      • de omstandigheid dat de overtreding heeft plaatsgevonden hoewel de overtreder voorzorgsmaatregelen had getroffen;

      • de omstandigheid dat de overtreder inmiddels adequate maatregelen heeft genomen ter voorkoming van herhaling van de overtreding;

      • een beperkt geografisch bereik van de aanbieder van een omroepnetwerk.

    • 2.13 De in de artikelen 2.4 tot en met 2.12 neergelegde berekeningsmethodiek voor de bepaling van de hoogte van boetes fungeert als leidraad en niet als dwingend voorschrift. In daarvoor naar het oordeel van het Commissariaat in aanmerking komende omstandigheden kan van die methodiek worden afgeweken.

    • 2.14 Het Commissariaat kan aan de overtreder nogmaals een bestuurlijke boete opleggen indien de overtreding na een eerdere bestuurlijke boete voortduurt. Alvorens een dergelijke herhaalboete wordt opgelegd, stelt het Commissariaat de overtreder bij schriftelijke kennisgeving in de gelegenheid om binnen een redelijke termijn alsnog de overtreding te staken. Een dergelijke schriftelijke kennisgeving kan achterwege blijven, indien het voor de overtreder duidelijk is of behoort te zijn dat ook na de eerdere bestuurlijke boete nog steeds van hem verwacht wordt dat hij de overtreding staakt, en hij gelet op het tijdsverloop sedert de eerdere boete in redelijkheid in staat is geweest om alsnog aan de overtreden norm te voldoen.

    • 2.15 Voor een overtreding van artikel 5:20, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht wordt geen boete opgelegd dan nadat de overtreder bij schriftelijke kennisgeving in de gelegenheid is gesteld om binnen een redelijke termijn alsnog aan de vordering tot medewerking te voldoen (verzuimherstel).

      Indien ook na oplegging van een boete nog steeds niet is voldaan aan de vordering tot medewerking, zal een nieuwe vordering worden gedaan. In het geval dat wederom niet wordt voldaan aan de vordering wordt de overtreder niet nogmaals een verzuimherstel geboden.

    • 2.16 Het Commissariaat kan bij overtreding van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 2.132 tot en met 2.134 en 6.10 tot en met 6.14 en 6.20 aan de overtreder een last onder dwangsom opleggen. Titel 5.1 en Afdeling 5.3.2 van de Algemene wet bestuursrecht zijn daarop van toepassing.

  • Hoofdstuk 3. Procedure bij bestraffende sancties

    • 3.1 Het Commissariaat kan ambtshalve of op verzoek van een belanghebbende overgaan tot een onderzoek aangaande bestuursrechtelijke handhaving door middel van bestraffende sancties van het bepaalde bij of krachtens de Mediawet 2008 of artikel 5:20 van de Algemene wet bestuursrecht. Daarop zijn de Titels 5.1, 5.2 en 5.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing.

    • 3.2 Zonodig wint het Commissariaat over de vermoedelijke overtreding informatie in bij de belanghebbende(n). Aan een verzoek om informatie moet worden voldaan op de wijze die door het Commissariaat is aangegeven.

      Indien het Commissariaat vaststelt dat een overtreding is begaan, maakt het Commissariaat daarvan een rapport op zoals bedoeld in artikel 5:48 van de Algemene wet bestuursrecht.

    • 3.3 Het Commissariaat stelt de belanghebbende(n) bij aangetekend schrijven in kennis van zijn voornemen tot het opleggen van de sanctie en van de gronden waarop dit voornemen berust.

      Daarbij wordt tevens het in artikel 3.2 genoemde rapport aan de belanghebbende toegezonden.

    • 3.4 Het Commissariaat stelt de belanghebbende(n) bij de in artikel 3.4 bedoelde kennisgeving in de gelegenheid om op een binnen vier weken te houden hoorzitting zijn zienswijze naar voren te brengen op het voornemen ten aanzien van de sanctiemaatregel. Ingeval een belanghebbende zijn zienswijze alleen schriftelijk wil toelichten, stelt het Commissariaat hem daartoe in de gelegenheid gedurende vier weken na de kennisgeving als bedoeld in artikel 3.4. Het Commissariaat kan, indien daartoe gronden zijn, deze termijn op verzoek van de belanghebbende(n) verlengen met twee weken.

    • 3.5 Bij de kennisgeving van de hoorzitting wordt aan de betrokkene meegedeeld dat hij niet verplicht is tot antwoorden.

    • 3.6 Indien het voornemen betrekking heeft op een vermoedelijke overtreding die gelijk is aan een vermoedelijke overtreding waarover bij het Commissariaat al een procedure aanhangig is, kan het Commissariaat op verzoek van een belanghebbende de verdere procedure aanhouden tot het moment waarop in de eerdere procedure een beslissing is genomen.

    • 3.7 Schriftelijke stukken kunnen uiterlijk tot tien dagen voor de datum van de hoorzitting bij het Commissariaat worden ingediend.

    • 3.8 Van het verhandelde op de hoorzitting wordt een verslag gemaakt. Het verslag wordt, zo mogelijk met de beslissing van het Commissariaat over de voorgenomen sanctie, aan de belanghebbende(n) toegezonden.

    • 3.9 Het Commissariaat beslist binnen de termijn zoals neergelegd in artikel 5:51, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht over het opleggen van een sanctie.

    • 3.10 Het Commissariaat doet zijn beslissing onverwijld bij aangetekend schrijven aan belanghebbende(n) toekomen.

    • 3.11 Gelijksoortige vermoedelijke overtredingen die zijn begaan door eenzelfde belanghebbende kunnen gevoegd door het Commissariaat worden behandeld, waarbij voor elke overtreding afzonderlijk een sanctie kan worden opgelegd.

    • 3.12 Het Commissariaat kan in een voorkomend geval voor afzonderlijke niet gelijksoortige overtredingen, begaan door dezelfde overtreder, één boete opleggen. Hierbij wordt in dat geval, van de boetes die voor deze overtredingen afzonderlijk opgelegd zouden kunnen worden, de hoogste boete voor het totaal aan overtredingen opgelegd.

    • 3.13 Over een te nemen beslissing op een bezwaarschrift dat gericht is tegen een bestraffende sanctie van het Commissariaat terzake van een overtreding van de artikelen 2.88a, 2.89, 2.90, 2.91, 2.94, 2.95, 2.96, 2.97, 2.106, 2.107, 2.108, 2.109, 3.5a, 3.7, 3.8, 3.9, 3.11, 3.15, 3.16, 3.17, 3.19, 3.19a en 3.19b, van de Mediawet 2008, vraagt het Commissariaat advies aan de Adviescommissie Bezwaarschriften. Het Commissariaat kan over beslissingen op bezwaarschriften gericht tegen andere bestraffende sancties een advies aan de Adviescommissie Bezwaarschriften vragen.

    • 3.14 Indien advies wordt gevraagd, zendt het Commissariaat het bezwaarschrift onmiddellijk na ontvangst door aan de Adviescommissie Bezwaarschriften. Belanghebbende(n) worden schriftelijk door het Commissariaat op de hoogte gebracht van de doorzending.

    • 3.15 Op de advisering door de Adviescommissie Bezwaarschriften is het door het Commissariaat vastgestelde Reglement Adviescommissie Bezwaarschriften van toepassing.

  • Hoofdstuk 4. Slotbepalingen

    • 4.1 Deze regeling treedt in werking twee dagen na kennisgeving daarvan in de Staatscourant, met dien verstande dat Hoofdstuk 2 van deze regeling eerst in werking treedt twee maanden na kennisgeving daarvan in de Staatscourant.

    • 4.2 De Beleidslijn Sanctiemaatregelen 2007 en de Regeling toepasselijkheid beleid onder de Mediawet 2008 voor zover van toepassing op laatstgenoemde Beleidslijn vervallen met ingang van de datum van inwerkingtreding van deze regeling.

    • 4.3 Deze regeling kan worden aangehaald als Beleidslijn Sanctiemaatregelen 2011.

    • 4.4 Deze regeling wordt bekendgemaakt door kennisgeving ervan in de Staatscourant en op de internetsite van het Commissariaat (www.cvdm.nl).

  • Commissariaat voor de Media,

    T. Bahlmann,

    voorzitter.

    M. de Cock Buning,

    commissaris.