Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Instellingsbesluit NCP 2011[Regeling vervallen per 05-07-2014.]

Geldend van 05-10-2013 t/m 04-07-2014

Besluit van de Staatssecretaris van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie van 24 maart 2011, nr. WJZ / 11037742, houdende instelling van het Nationaal Contact Punt voor de OESO-richtlijnen voor multinationale ondernemingen (Instellingsbesluit NCP 2011)

De Staatssecretaris van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie,

Handelende in overeenstemming met de Ministers van Buitenlandse Zaken, van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en van Infrastructuur en Milieu;

Gelet op artikel 2 van de Wet vergoedingen adviescolleges en commissies;

Besluit:

Artikel 1 [Vervallen per 05-07-2014]

In dit besluit wordt verstaan onder:

  • a. de minister: de Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking;

  • b. het NCP: het Nationaal Contact Punt voor de OESO-richtlijnen voor multinationale ondernemingen.

Artikel 2 [Vervallen per 05-07-2014]

  • 1 Er is een Nationaal Contact Punt voor de OESO-richtlijnen voor multinationale ondernemingen (NCP).

  • 2 Het NCP heeft tot taak:

    • a. het uitdragen van de OESO-richtlijnen voor multinationale ondernemingen;

    • b. het behandelen van meldingen van vermeende schendingen van (onderdelen van) de richtlijnen.

Artikel 3 [Vervallen per 05-07-2014]

  • 1 Het NCP bestaat uit een voorzitter en ten hoogste vier andere leden.

  • 2 De leden worden door de minister benoemd voor een termijn van ten hoogste vier jaar en zijn herbenoembaar.

  • 3 De minister draagt zorg voor openbaarmaking van een vacature in het NCP.

  • 4 De leden worden, na overleg met de Ministers van Economische Zaken, van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en van Infrastructuur en Milieu en met vertegenwoordigers van bedrijven en maatschappeljke organisaties, benoemd op grond van deskundigheid op het gebied van de OESO-richtlijnen voor multinationale ondernemingen, bemiddelingsbekwaamheid en maatschappelijke kennis en ervaring.

  • 5 De leden brengen op persoonlijke titel hun kennis en ervaring in en treden niet op als vertegenwoordiger van een specifieke belangengroep.

  • 6 De voorzitter en de andere leden kunnen door de minister, na overleg met de Ministers van Economische Zaken, van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en van Infrastructuur en Milieu, worden geschorst en ontslagen wegens ongeschiktheid of onbekwaamheid voor de functie of wegens andere zwaarwegende in de persoon van de betrokkenen gelegen redenen. Ontslag vindt voorts plaats op eigen verzoek.

  • 7 Aan de voorzitter van het NCP wordt een vaste vergoeding per maand toegekend, ter hoogte van 21,65% van het maximumbedrag van salarisschaal 15 van bijlage B van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984. Aan de leden van het NCP wordt een vaste vergoeding per maand toegekend, ter hoogte van 17,05% het maximumbedrag van salarisschaal 15 van bijlage B van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984.

Artikel 4 [Vervallen per 05-07-2014]

  • 1 Het NCP bestaat voorts uit ten hoogste vier adviserende leden.

  • 2 De adviserende leden vertegenwoordigen de minister en de Ministers van Economische Zaken, van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en van Infrastructuur en Milieu. De drie laatstbedoelde adviserende leden worden benoemd door de minister op voordracht van onderscheidenlijk de Ministers van Economische Zaken, van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en van Infrastructuur en Milieu.

Artikel 5 [Vervallen per 05-07-2014]

De minister voorziet in het secretariaat van het NCP.

Artikel 6 [Vervallen per 05-07-2014]

  • 1 Het NCP stelt zijn eigen werkwijze vast met inachtneming van hetgeen in de OESO-richtlijnen voor multinationale ondernemingen is opgenomen ten aanzien van die werkwijze. Het NCP zorgt voor de bekendmaking van zijn werkwijze.

  • 2 De werkwijze beschrijft volgens welke procedure een melding door het NCP wordt behandeld en bevat in elk geval de behandeltermijnen en een beschrijving van de wijze waarop de scheiding tussen de verschillende onderdelen van een NCP-procedure wordt gewaarborgd, informatie wordt verkregen en met verkregen informatie wordt omgegaan.

  • 3 Het beheer van de bescheiden betreffende de werkzaamheden van het NCP geschiedt op overeenkomstige wijze als bij het Ministerie van Buitenlandse Zaken. De bescheiden worden na beëindiging van de werkzaamheden van het NCP bewaard in het archief van dat ministerie.

Artikel 7 [Vervallen per 05-07-2014]

  • 1 Tenzij effectieve toepassing van de richtlijnen het meest gebaat is bij vertrouwelijkheid stelt het NCP, na behandeling van een melding, daarover een verklaring op en zendt die aan de minister.

  • 2 Binnen één maand na ontvangst voegt de minister, na overleg met de minister(s) wie het mede aangaat, zijn bevindingen bij de verklaring en maakt deze bekend aan het NCP.

  • 3 Het NCP zendt de verklaring tezamen met de bevindingen van de minister aan de betrokkenen bij een melding en maakt deze bekend.

Artikel 8 [Vervallen per 05-07-2014]

  • 1 Het NCP stelt jaarlijks een verslag op van zijn werkzaamheden, bevindingen en resultaten conform de instructies van de OESO. Het NCP zendt dit jaarverslag aan de minister, die het aanbiedt aan de OESO.

  • 2 Op verzoek van de minister brengt de voorzitter mondeling verslag uit van de werkzaamheden van het NCP.

Artikel 9 [Vervallen per 05-07-2014]

De minister zendt elke vier jaar een verslag aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal ten behoeve van de beoordeling van het functioneren van het NCP.

Artikel 10 [Vervallen per 05-07-2014]

Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 april 2011.

Artikel 11 [Vervallen per 05-07-2014]

Dit besluit wordt aangehaald als: Instellingsbesluit NCP 2011.

Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Den Haag, 24 maart 2011

De

Staatssecretaris

van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie,

H. Bleker