Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Regeling buitengebruikstelling en ontmanteling nucleaire inrichtingen

Geldend van 01-08-2017 t/m heden

Regeling van de Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie en de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 23 februari 2011, nr. WJZ/11005409, houdende regels inzake buitengebruikstelling en ontmanteling van nucleaire inrichtingen en inzake de aanvraag om goedkeuring voor de wijze waarop financiële zekerheid wordt gesteld voor de kosten van buitengebruikstelling en ontmanteling van nucleaire inrichtingen waarin kernenergie kan of kon worden vrijgemaakt (Regeling buitengebruikstelling en ontmanteling nucleaire inrichtingen)

De Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie en de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;

Gelet op de artikelen 20, 26, derde lid, 30b, 30d, tweede lid, 30e, 30f, tweede lid, en 44a, derde lid, van het Besluit kerninstallaties, splijtstoffen en ertsen;

Besluiten:

Paragraaf 1. Algemeen

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • doelkaspositie: eindbedrag dat bij de aanvang van de buitengebruikstelling en de ontmanteling van een inrichting, waarin kernenergie kan of kon worden vrijgemaakt, beschikbaar moet zijn ter dekking van de kosten die voortvloeien uit de buitengebruikstelling en de ontmanteling van die inrichting, vermeerderd met een bedrag dat nodig is ter dekking van de onzekerheden in de berekening van die kosten;

  • inrichting: inrichting als bedoeld in artikel 15, onder b, van de wet;

  • Minister: Minister van Infrastructuur en Milieu;

  • radioactieve afvalstof: radioactieve afvalstof als bedoeld in artikel 1 van het Besluit stralingsbescherming.

Paragraaf 2. Inhoud ontmantelingsplan

Artikel 2

Een ontmantelingsplan van de houder van een vergunning voor het oprichten van een inrichting bevat in ieder geval:

  • a. een meting van de activiteit van de radionucliden op het terrein waarop de inrichting wordt gevestigd;

  • b. een beschrijving van de wijze waarop bij het ontwerp en de bouw van de inrichting wordt voorkomen dat de toekomstige buitengebruikstelling en ontmanteling van die inrichting wordt bemoeilijkt.

Artikel 3

  • 1 Een ontmantelingsplan van de houder van een vergunning voor het in werking brengen of in werking houden van een inrichting bevat in ieder geval:

    • a. een beschrijving van de plaats en de activiteit van de radionucliden die zich bevinden in de inrichting en op het terrein waarop de inrichting is gevestigd en die niet tijdens de normale bedrijfsvoering zijn ontstaan;

    • b. een inventarisatie en categorisering van de radioactieve afvalstoffen, de splijtstof of erts bevattende afvalstoffen en de afvalstoffen, bedoeld in artikel 1.1 van de Wet milieubeheer, die in de inrichting aanwezig zijn of vrijkomen bij de buitengebruikstelling en de ontmanteling van de inrichting;

    • c. een beschrijving van de wijze waarop de vergunninghouder van plan is de in de inrichting aanwezige splijtstoffen af te voeren en zich te ontdoen van de afvalstoffen, bedoeld onder b, waaronder begrepen een beschrijving van de behandeling en de conditionering van die afvalstoffen en van het beheer van de splijtstof of erts bevattende afvalstoffen en de afvalstoffen, bedoeld in artikel 1.1 van de Wet milieubeheer;

    • d. een beschrijving van de meetstrategieën en meetmethoden die worden toegepast om te bepalen of de ontmanteling van de inrichting is voltooid;

    • e. een beschrijving van de voorzieningen voor het behoud van kennis en informatie, bedoeld in artikel 5, eerste lid;

    • f. een globale beschrijving van de maatregelen die worden getroffen tijdens de buitengebruikstelling en de ontmanteling van de inrichting en die relevante gevolgen hebben voor de kosten die voortvloeien uit het buiten gebruik stellen of het ontmantelen, waaronder in ieder geval een globale beschrijving van de maatregelen die worden getroffen om:

      • 1°. schade te voorkomen dan wel te beperken;

      • 2°. de veiligheid van de omgeving van de inrichting te waarborgen.

  • 2 De houder van een vergunning voor het in werking brengen of in werking houden van een inrichting zorgt er, ten genoegen van de Autoriteit, voor dat de mate van detaillering van de gegevens, bedoeld in het eerste lid, toeneemt naarmate de leeftijd van de inrichting toeneemt.

Artikel 4

Een ontmantelingsplan dat wordt overgelegd bij de aanvraag om een vergunning voor het buiten gebruik stellen en het ontmantelen van een inrichting bevat in ieder geval:

  • a. de gegevens, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onder a tot en met d;

  • b. een beschrijving van de voorzieningen voor het behoud van kennis en informatie, bedoeld in artikel 5, tweede lid;

  • c. een beschrijving van de rapportagemomenten, bedoeld in artikel 8;

  • d. een beschrijving van de organisatorische maatregelen, bedoeld in artikel 9;

  • e. een beschrijving van de meetstrategieën en meetmethoden die worden toegepast om effectieve doses vast te stellen, die worden ontvangen door een lid van de bevolking of een werknemer als gevolg van de buitengebruikstelling of de ontmanteling van de inrichting;

  • f. een aanduiding van het aantal medewerkers dat is belast met de buitengebruikstelling en de ontmanteling en een beschrijving van de verantwoordelijkheidsverdeling tussen die medewerkers;

  • g. een beschrijving van de procedures waaraan de medewerkers, belast met de buitengebruikstelling en de ontmanteling van de inrichting, moeten voldoen, waarbij in ieder geval procedures worden omschreven met betrekking tot het interne toezicht op de buitengebruikstelling en de ontmanteling en met betrekking tot gevallen waarin wordt afgeweken van de geplande werkzaamheden;

  • h. indien artikel 3 van het Asbestverwijderingsbesluit 2005 van toepassing is: een asbestinventarisatierapport als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b, van dat besluit.

Paragraaf 3. Buitengebruikstelling en ontmanteling

Artikel 5

  • 1 De houder van een vergunning voor het in werking brengen of het in werking houden van een inrichting treft voorzieningen om radiologische kennis en informatie over de inrichting die relevant is voor de buitengebruikstelling en de ontmanteling te behouden. Deze voorzieningen omvatten in ieder geval een boekhouding van verrichte handelingen met splijtstoffen en radioactieve stoffen.

  • 2 De houder van een vergunning voor het buiten gebruik stellen en het ontmantelen van een inrichting treft voorzieningen om radiologische kennis en informatie die nodig is om aan te tonen dat de ontmanteling is voltooid, te behouden totdat de vergunning voor het ontmantelen is ingetrokken.

Artikel 6

De houder van een vergunning voor het in werking brengen, het in werking houden, het buiten gebruik stellen of het ontmantelen van een inrichting gaat bij het opstellen en het actualiseren van het ontmantelingsplan uit van de laatste stand van de techniek.

Artikel 7

De houder van een vergunning voor het buiten gebruik stellen en het ontmantelen van een inrichting waarin kernenergie kan of kon worden vrijgemaakt, voert de in die inrichting aanwezige splijtstoffen af zo snel als redelijkerwijs mogelijk is.

Artikel 8

De houder van een vergunning voor het buiten gebruik stellen en het ontmantelen van een inrichting rapporteert aan de Autoriteit omtrent de voortgang van de buitengebruikstelling en de ontmanteling en omtrent belangrijke wijzigingen van de maatregelen, bedoeld om schade te voorkomen of te beperken. Hij rapporteert in ieder geval onmiddellijk nadat:

  • a. alle splijtstoffen zijn afgevoerd;

  • b. belangrijke systemen definitief zijn uitgeschakeld.

Artikel 9

De houder van een vergunning voor het buiten gebruik stellen en het ontmantelen van een inrichting treft organisatorische maatregelen om te waarborgen dat schade tijdens de buitengebruikstelling en de ontmanteling van de inrichting wordt voorkomen dan wel beperkt en dat wordt voldaan aan de eisen die aan de buitengebruikstelling en de ontmanteling worden gesteld.

Paragraaf 4. Aantonen voltooiing van de ontmanteling

Artikel 10

  • 1 De houder van een vergunning voor het ontmantelen van een inrichting stelt een eindrapport op waarin hij aantoont dat de ontmanteling is voltooid.

  • 2 Het eindrapport bevat in ieder geval:

    • a. de resultaten van metingen van de activiteit en de activiteitsconcentratie, bedoeld in artikel 1 van het Besluit stralingsbescherming, op het terrein waarop de inrichting was gevestigd en in het grondwater dat zich bevindt onder en in de directe nabijheid van het terrein waarop de inrichting was gevestigd;

    • b. een beschrijving van de wijze waarop de inrichting buiten gebruik is gesteld en is ontmanteld;

    • c. een beschrijving van de wijze waarop de vergunninghouder zich heeft ontdaan van de splijtstoffen, de radioactieve afvalstoffen en de splijtstof of erts bevattende afvalstoffen die zijn ontstaan bij de buitengebruikstelling en de ontmanteling;

    • d. voor zover de beschrijving, bedoeld onder c, afwijkt van de inventarisatie, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onder b: een onderbouwing van die afwijking.

Paragraaf 5. Aanvraag om goedkeuring van financiële zekerheid als bedoeld in artikel 15f van de wet

Artikel 11

Indien de houder van een vergunning voor het in werking brengen, het in werking houden, het buiten gebruik stellen of het ontmantelen van een inrichting waarin kernenergie kan of kon worden vrijgemaakt de financiële zekerheid, bedoeld in artikel 15f van de wet, stelt in de vorm van een borgtocht of bankgarantie, bevat de aanvraag om goedkeuring daarvan in elk geval:

  • a. een beschrijving van de onzekerheden in de berekening van de kosten behorende bij de verschillende kostenposten voor de buitengebruikstelling en de ontmanteling;

  • b. gegevens waaruit blijkt hoe kredietwaardig de instelling is waar de borgtocht of bankgarantie wordt gesteld en een beschrijving van de wijze waarop deze kredietwaardigheid in de toekomst wordt geborgd;

  • c. een afschrift van de overeenkomst waarbij de borgtocht of bankgarantie is overeengekomen.

Artikel 12

Indien de houder van een vergunning voor het in werking brengen, het in werking houden, het buiten gebruik stellen of het ontmantelen van een inrichting waarin kernenergie kan of kon worden vrijgemaakt de financiële zekerheid, bedoeld in artikel 15f van de wet, stelt in de vorm van deelname aan een daartoe ingesteld fonds, bevat de aanvraag om goedkeuring daarvan in elk geval:

  • a. de gegevens, bedoeld in artikel 11, onder a;

  • b. gegevens waaruit blijkt hoe kredietwaardig de instelling is waar de doelkaspositie wordt opgebouwd en een beschrijving van de wijze waarop deze kredietwaardigheid in de toekomst wordt geborgd;

  • c. een beschrijving van de wijze waarop in jaarlijkse stappen de doelkaspositie wordt opgebouwd;

  • d. een beschrijving van de onzekerheden met betrekking tot de opbouw van de doelkaspositie, de kans dat deze zich voordoen en de maatregelen om de eventuele gevolgen daarvan te verminderen;

  • e. een afschrift van de statuten van het fonds waaruit de opbouw, het beheer en de uitkering van het fonds blijkt, of, indien die statuten nog niet beschikbaar zijn, het ontwerp daarvoor;

  • f. het beleggingsmandaat voor het fonds;

  • g. gegevens met betrekking tot het toezicht op het fonds;

  • h. een afschrift van de overeenkomsten die de aanvrager met het fonds heeft gesloten.

Artikel 13

Indien de houder van een vergunning voor het in werking brengen, het in werking houden, het buiten gebruik stellen of het ontmantelen van een inrichting waarin kernenergie kan of kon worden vrijgemaakt de financiële zekerheid, bedoeld in artikel 15f van de wet, stelt in de vorm van enige andere voorziening dan bedoeld in de artikelen 11 en 12, bevat de aanvraag om goedkeuring daarvan gegevens waaruit blijkt dat die andere voorziening de kosten van de buitengebruikstelling en ontmanteling dekt op het moment van de aanvang daarvan, waaronder in elk geval:

  • a. de gegevens, bedoeld in de artikelen 11, onder a, en 12, onder c en d;

  • b. gegevens waaruit blijkt hoe kredietwaardig de instelling is die de voorziening verleent;

  • c. een afschrift van de overeenkomsten die de aanvrager heeft gesloten in het kader van deze voorziening.

Artikel 14

  • 1 In afwijking van de artikelen 11, onderdeel c, 12, onderdeel h, en 13, onderdeel c, kan de aanvraag om goedkeuring voor de wijze waarop financiële zekerheid wordt gesteld, indien deze voor 1 juli 2011 wordt ingediend, in plaats van een afschrift van een overeenkomst ook een ontwerp voor een overeenkomst als bedoeld in deze artikelen bevatten.

  • 2 Indien het besluit tot goedkeuring voor de wijze waarop financiële zekerheid wordt gesteld wordt verleend op basis van een ontwerp voor een overeenkomst als bedoeld in het eerste lid, vervalt deze goedkeuring per 1 januari 2012, tenzij de vergunninghouder voor 1 januari 2012 een afschrift van een gesloten overeenkomst overlegt die gelijkluidend is aan het eerder overlegde ontwerp dan wel naar het oordeel van de Minister en de Minister van Financiën in dezelfde mate financiële zekerheid biedt.

Paragraaf 6. Slotbepalingen

Artikel 15

  • 1 Deze regeling treedt, met uitzondering van paragraaf 5, in werking met ingang van 1 juli 2011.

  • 2 Paragraaf 5 treedt in werking met ingang van 1 april 2011.

Artikel 16

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling buitengebruikstelling en ontmanteling nucleaire inrichtingen.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Den Haag, 23 februari 2011

De

Minister

van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie,

M.J.M. Verhagen

De

Staatssecretaris

van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

P. de Kom