Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Regeling dierlijke bijproducten 2011[Regeling vervallen per 01-07-2013.]

Geldend van 01-01-2012 t/m 30-06-2013

Regeling van de Staatssecretaris van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie, van 1 maart 2011, nr. 187181, houdende voorschriften over dierlijke bijproducten (Regeling dierlijke bijproducten 2011)

De Staatssecretaris van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie,

Gelet op:

verordening (EG) nr. 999/2001 van het Europees Parlement en de Raad van 22 mei 2001 houdende vaststelling van voorschriften inzake preventie, bestrijding en uitroeiing van bepaalde overdraagbare spongiforme encefalopathieën (PbEG L 147);

verordening (EG) nr. 1069/2009 van het Europese Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 tot vaststelling van gezondheidsvoorschriften inzake niet voor menselijke consumptie bestemde dierlijke bijproducten en afgeleide producten en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1774/2002 (PbEU L 300);

verordening (EG) nr. 142/2011 van de Commissie van 25 februari 2011 tot uitvoering van Verordening (EG) nr. 1069/2009 van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van gezondheidsvoorschriften inzake niet voor menselijke consumptie bestemde dierlijke bijproducten en afgeleide producten en tot uitvoering van Richtlijn 97/78/EG van de Raad wat betreft bepaalde monsters en producten die vrijgesteld zijn van veterinaire controles aan de grens krachtens die richtlijn;

Gelet op de artikelen 17, 23, 81c, eerste en derde lid, 81d, 81g, eerste, vierde en vijfde lid, 94, 94a en 94b van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren en artikel 28, eerste en tweede lid, van de Kaderwet diervoeders;

Gelet op de artikelen 2, derde lid, 5, tweede lid, 7, tweede lid, en 8, tweede lid, van het Besluit dierlijke bijproducten, artikel 2, onderdeel c, van het Besluit uitvoer dieren en producten van dierlijke oorsprong, artikel 5 van het Besluit inzake het in de handel brengen van dieren en producten en de toepassing van maatregelen met betrekking tot in Nederland gebracht dieren en producten en artikel 3 van het Besluit identificatie en registratie van dieren;

Besluit:

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen [Vervallen per 01-07-2013]

Artikel 1.1 [Vervallen per 01-07-2013]

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • a. basisverordening: verordening (EG) nr. 1069/2009 van het Europese Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 tot vaststelling van gezondheidsvoorschriften inzake niet voor menselijke consumptie bestemde dierlijke bijproducten en afgeleide producten en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1774/2002 (PbEU L 300);

  • b. uitvoeringsverordening: verordening (EG) nr. 142/2011 van de Commissie van 25 februari 2011 tot uitvoering van Verordening (EG) nr. 1069/2009 van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van gezondheidsvoorschriften inzake niet voor menselijke consumptie bestemde dierlijke bijproducten en afgeleide producten en tot uitvoering van Richtlijn 97/78/EG van de Raad wat betreft bepaalde monsters en producten die vrijgesteld zijn van veterinaire controles aan de grens krachtens die richtlijn (PbEU L 54);

  • c. verordening (EG) nr. 999/2001: verordening (EG) nr. 999/2001 van het Europees Parlement en de Raad van 22 mei 2001 houdende vaststelling van voorschriften inzake preventie, bestrijding en uitroeiing van bepaalde overdraagbare spongiforme encefalopathieën (PbEG L 147);

  • d. verordening (EG) nr. 834/2007: verordening (EG) nr. 834/2007  van de Raad van 28 juni 2007 inzake de biologische productie en de etikettering van biologische producten en tot intrekking van Verordening (EEG) nr. 2092/91 (PbEU L 189);

  • e. wet: Gezondheids- en welzijnswet voor dieren;

  • f. aangifteplichtige: eigenaar of houder als bedoeld in artikel 81g van de wet;

  • g. besluit: Besluit dierlijke bijproducten;

  • h. Minister: Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie;

  • i. VWA: Voedsel en Waren Autoriteit.

Hoofdstuk 2. Europese voorschriften [Vervallen per 01-07-2013]

Artikel 2.1. [bevoegde autoriteit] [Vervallen per 01-07-2013]

De Minister is de bevoegde autoriteit van Nederland, bedoeld in de basisverordening en in de uitvoeringsverordening.

Artikel 2.2. [VWA] [Vervallen per 01-07-2013]

  • 1 Toestemmingen en erkenningen als bedoeld in de basisverordening en in de uitvoeringsverordening worden aangevraagd bij de VWA.

  • 2 De inkennisstelling, bedoeld in het eerste lid van artikel 23, eerste lid, van de basisverordening en de op grond van artikel 23 aan de bevoegde autoriteit te verstrekken informatie wordt gezonden aan de VWA.

  • 3 De informatie, bedoeld in artikel 22, tweede lid, van de basisverordening en de documenten, bedoeld in artikel 37, tweede lid, van de basisverordening, worden op verzoek van de VWA aan de VWA ter beschikking gesteld.

Artikel 2.3. [algemene verplichtingen en beperkingen] [Vervallen per 01-07-2013]

Het is verboden in strijd te handelen met de artikelen 4, eerste en tweede lid, en 6 van de basisverordening.

Artikel 2.4. [verwijdering en gebruik] [Vervallen per 01-07-2013]

  • 1 Het is verboden in strijd te handelen met de artikelen 11, eerste lid, 12, 13 en 14 van de basisverordening en de artikelen 5 tot en met 7 van de uitvoeringsverordening.

  • 2 Het is verboden in strijd te handelen met artikel 8, eerste lid, en bijlage V van verordening (EG) nr. 999/2001.

  • 3 Het verbod, bedoeld in het tweede lid, is niet van toepassing op weefsels als bedoeld in artikel 8, tweede lid, van verordening (EG) nr. 999/2001.

Artikel 2.5. [kleurstof en mengstof] [Vervallen per 01-07-2013]

  • 1 Het kleuren, bedoeld in bijlage V, punt 3, bij verordening (EG) nr. 999/2001, geschiedt door middel van kleuring met de kleurstoffen methyleen blauw, patent-blauw E131 of briljant-blauw E133 of door middel van een nadere door de Minister goedgekeurde kleurstof.

  • 2 Organische meststoffen en bodemverbeteraars, bedoeld in bijlage XI, hoofdstuk II, afdeling 1, punt 2, bij de uitvoeringsverordening, worden gemengd met vaste of droge mest, waarbij ten minste 60% van het mengsel uit vaste of droge mest bestaat.

Artikel 2.6. [afwijkingen algemeen] [Vervallen per 01-07-2013]

Het is verboden in strijd te handelen met de artikelen 11 tot en met 15 van de uitvoeringsverordening.

Artikel 2.7. [biodynamische preparaten] [Vervallen per 01-07-2013]

In afwijking van artikel 2.4 is het toegestaan om voor het maken en uitrijden van biodynamische preparaten als bedoeld in artikel 12, eerste lid, onderdeel c), van verordening (EG) nr. 834/2007, gebruik te maken van mest, niet gemineraliseerde guano en de inhoud van het maag-darmkanaal als bedoeld in artikel 9, onderdeel a, van de basisverordening, hoorn en hoeven als bedoeld in artikel 10, onderdeel n, en horens als bedoeld in artikel 10, onderdeel b, onder iii, van de basisverordening, de blaas, alsmede van de schedel en darmen voor zover dit niet betreft gespecificeerd risicomateriaal als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel g, van verordening (EG) nr. 999/2001.

Artikel 2.8. [onderzoek en andere specifieke doeleinden] [Vervallen per 01-07-2013]

  • 1 In afwijking van artikel 2.4, eerste lid, is het toegestaan categorie 3-materiaal als bedoeld in artikel 10, van de basisverordening, te gebruiken voor onderzoek en onderwijs in het voortgezet onderwijs als bedoeld in artikel 2 van de Wet op het voortgezet onderwijs. Bijlage VI, hoofdstuk I, afdeling I, punt 1, 4 en 5, bij de uitvoeringsverordening, zijn bij dit gebruik niet van toepassing. Verwijdering dient plaats te vinden overeenkomstig artikel 14, onderdeel a, b of f van de basisverordening.

  • 2 In afwijking van artikel 2.4, eerste lid, is het dierenartsen toegestaan sectie te verrichten op dierlijke bijproducten, mits het gebruik van het materiaal uitsluitend plaatsvindt in de praktijkruimte van de dierenarts. Verwijdering dient plaats te vinden overeenkomstig bijlage VI, hoofdstuk I, afdeling 1, punt 4, van de uitvoeringsverordening.

  • 3 In afwijking van artikel 2.4, eerste lid, is het veterinaire laboratoria die erkend zijn op grond van de Regeling erkenning en aanwijzing veterinaire laboratoria toegestaan dierlijke bijproducten en afgeleide producten te gebruiken voor diagnose en onderzoek. Verwijdering dient plaats te vinden overeenkomstig bijlage VI, hoofdstuk I, afdeling 1, punt 4, van de uitvoeringsverordening.

Artikel 2.9. [bijzondere vervoederingsdoeleinden] [Vervallen per 01-07-2013]

  • 1 In afwijking van artikel 2.4, eerste lid, is het toegestaan het in artikel 18, eerste en tweede lid, van de basisverordening bedoelde materiaal dat is verkregen van dieren van de eigen dierentuin te vervoederen aan eigen dierentuindieren.

  • 2 In afwijking van artikel 2.4, eerste lid, is het toegestaan keukenafval en etensresten, als bedoeld in artikel 10, onderdeel p, van de basisverordening te vervoederen aan pelsdieren.

  • 3 Het is de eigenaar of de houder van andere landbouwhuisdieren dan pelsdieren verboden keukenafval en etensresten of voedermiddelen die keukenafval bevatten of daarvan afkomstig zijn, voorhanden te hebben.

  • 4 Het verbod, bedoeld in het derde lid, is niet van toepassing op het voorhanden hebben van keukenafval en etensresten die zijn ontstaan in de eigen huishouding van de eigenaar of houder van andere landbouwhuisdieren dan pelsdieren, indien deze uitsluitend verpakt voorhanden worden gehouden in afwachting van afvoer, op zodanige wijze dat zij onbereikbaar zijn voor landbouwhuisdieren.

  • 5 Het is verboden keukenafval en etensresten of voedermiddelen die keukenafval en etensresten bevatten of daarvan afkomstig zijn te vervoeren naar plaatsen waar andere landbouwhuisdieren dan pelsdieren worden gehouden of af te leveren aan eigenaren of houders van andere landbouwhuisdieren dan pelsdieren.

Artikel 2.10. [verplichtingen exploitanten] [Vervallen per 01-07-2013]

Het is verboden in strijd te handelen met de artikelen 21 tot en met 29 en artikel 44, derde lid, van de basisverordening en de artikelen 8 tot en met 10 en 17 tot en met 20 van de uitvoeringsverordening.

Artikel 2.11. [verzameling, vervoer en verwijdering] [Vervallen per 01-07-2013]

  • 1 In afwijking van artikel 2.4, eerste lid, en artikel 2.10, is het toegestaan om gezelschapsdieren te begraven, als bedoeld in artikel 19, eerste lid, onderdeel a, van de basisverordening, mits:

    • a. de dode gezelschapsdieren rechtstreeks als afval worden verwijderd door begraving op een terrein dat ter beschikking staat van de eigenaar of houder van desbetreffende dode dieren, dan wel op een plaats die ingevolge een besluit van het college van burgemeester en wethouders daarvoor is toegelaten, en

    • b. de begraving van de kadavers plaatsvindt overeenkomstig de voorwaarden zoals bedoeld in artikel 15, onderdeel a, van de uitvoeringsverordening.

  • 2 In afwijking van artikel 2.4, eerste lid, en artikel 2.10, is het toegestaan om bijproducten van bijen en bijenteelt te verwijderen door verbranding of begraving ter plaatse, als bedoeld in artikel 19, eerste lid, onderdeel f, van de basisverordening.

  • 3 In afwijking van artikel 2.4, eerste lid, en artikel 2.10, is het tot 1 januari 2013 toegestaan om met toepassing van artikel 19, eerste lid, onderdeel d, van de basisverordening categorie 3-materiaal tot een maximale hoeveelheid van 20 kilogram per week te verzamelen, te vervoeren en te verwijderen overeenkomstig de voorwaarden zoals opgenomen in Bijlage VI, Hoofdstuk IV, van de uitvoeringsverordening.

Artikel 2.12. [vervoer binnen Nederland] [Vervallen per 01-07-2013]

  • 1 Het is toegestaan mest zonder handelsdocument of gezondheidscertificaat te vervoeren, mits die mest:

    • a. rechtstreeks wordt vervoerd tussen twee punten op hetzelfde agrarische bedrijf, voor zover deze zich in Nederland bevinden, of

    • b. overeenkomstig de bij of krachtens het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet gestelde regels wordt vervoerd tussen agrarische bedrijven en gebruikers, voor zover die zich in Nederland bevinden.

  • 2 Het is toegestaan om dierlijke bijproducten en afgeleide producten die binnen Nederland worden vervoerd, tijdens het vervoer vergezeld te laten gaan van een ander handelsdocument als bedoeld in bijlage VIII, hoofdstuk III, punt 4, bij de uitvoeringsverordening.

Artikel 2.13. [uitzondering registratie] [Vervallen per 01-07-2013]

Geen registratie is vereist voor het hanteren of produceren van jachttrofeeën en dergelijke en voor het hanteren of verwijderen van onderzoeks- of diagnosemonsters voor onderwijsdoeleinden, als bedoeld in artikel 20, vierde lid, van de uitvoeringsverordening.

Artikel 2.14. [nationale gidsen voor goede praktijken] [Vervallen per 01-07-2013]

De Minister keurt de nationale gidsen als bedoeld in artikel 30 van de basisverordening goed. Een aanvraag om een nationale gids goed te keuren wordt ingediend bij de VWA.

Artikel 2.15. [handel] [Vervallen per 01-07-2013]

  • 1 Het is verboden in strijd te handelen met de artikelen 31, 32, 34, 35 en 36 van de basisverordening en de artikelen 21 tot en met 24 van de uitvoeringsverordening.

  • 2 Het is toegestaan om wei als bedoeld in bijlage X, hoofdstuk II, afdeling 4, deel II, onderdeel 3, subonderdeel b, onder i, van de uitvoeringsverordening in Nederland te leveren en gebruiken als voedermiddel mits voldaan is aan de voorwaarden in bijlage X, hoofdstuk II, afdeling 4, deel II, onderdeel 3, subonderdeel b, onder i, van de uitvoeringsverordening.

Artikel 2.16. [invoer, doorvoer en uitvoer] [Vervallen per 01-07-2013]

  • 1 Het is verboden in strijd te handelen met artikel 41 en 43, van de basisverordening en de artikelen 25 tot en met 28 en 31, van de uitvoeringsverordening.

  • 3 Het is verboden om verwerkte dierlijke eiwitten en producten die dergelijke eiwitten bevatten als bedoeld in bijlage IV, onderdeel III, subonderdeel E, bij verordening (EG) nr. 999/2001, die niet bestemd zijn voor dierlijke voeding, buiten Nederland te brengen naar een derde land, tenzij is voldaan aan de voorwaarden genoemd in bijlage IV, onderdeel III, subonderdeel E, bij verordening (EG) nr. 999/2001.

  • 4 Het verbod, bedoeld in het tweede lid, is niet van toepassing op de invoer van dierlijke bijproducten voor diagnose en onderzoek, mits de Minister daarvoor toestemming heeft verleend.

Artikel 2.17. [verzending] [Vervallen per 01-07-2013]

  • 1 Het is verboden in strijd te handelen met artikel 48, van de basisverordening en de artikelen 11 en 12, van de uitvoeringsverordening.

  • 2 Een melding van een voorgenomen verzending naar een andere lidstaat en een aanvraag voor een verzending naar Nederland als bedoeld in artikel 48, eerste lid wordt gezonden aan de VWA.

  • 3 Van de verzending van producten als bedoeld in artikel 48, derde lid, onderdelen a en b naar een andere lidstaat, wordt mededeling gedaan aan de VWA.

  • 4 Van de ontvangst van een zending producten als bedoeld in artikel 48, derde lid, onderdelen a en b uit een andere lidstaat, wordt op elektronische wijze mededeling gedaan aan de VWA.

Artikel 2.18. [toestemming] [Vervallen per 01-07-2013]

Het verbod, bedoeld in de artikelen 2.2, 2.4, eerste lid, 2.6, 2.10, 2.15, 2.16, eerste lid en 2.17, eerste lid, geldt niet in zoverre met toestemming van de minister wordt afgeweken van de in die artikelen genoemde bepalingen van de basisverordening en uitvoeringsverordening, op een wijze als voorzien in de toestemming, de basisverordening en de uitvoeringsverordening.

Hoofdstuk 3. Nationale bepalingen [Vervallen per 01-07-2013]

Paragraaf 1. Aanwijzen, aanmelden, aanbieden, bewaren en ophalen van categorie 1- en 2-materiaal [Vervallen per 01-07-2013]

Artikel 3.1. [aanwijzen categorie 1- en 2-materiaal] [Vervallen per 01-07-2013]

Als categorie 1-materiaal of categorie 2-materiaal, bedoeld in artikel 81g, van de wet, wordt aangewezen categorie 1-materiaal of categorie 2-materiaal als bedoeld in artikel 8 onderscheidenlijk artikel 9, van de basisverordening met uitzondering van:

  • a. keukenafval en etensresten als bedoeld in artikel 8, onderdeel f, van de basisverordening;

  • b. categorie 1- en categorie 2-materiaal dat wordt gebruikt voor de vervaardiging van afgeleide producten als bedoeld in artikel 33, van de basisverordening.

  • c. dierlijke bijproducten als bedoeld in artikel 17, eerste lid en artikel 18, eerste en tweede lid, van de basisverordening, die worden gebruikt voor de daar genoemde activiteiten, mits ten aanzien van deze dierlijke bijproducten toestemming is verleend voor de in voornoemde artikelleden genoemde activiteiten;

  • d. dode gezelschapsdieren die worden verwijderd door begraving overeenkomstig artikel 2.11, eerste lid.

  • e. kadavers van paarden en gezelschapsdieren, mits de kadavers overeenkomstig artikel 13, onderdeel a, subonderdeel i of onderdeel b, subonderdeel i, van de basisverordening worden verbrand of meeverbrand;

  • f. kadavers van pelsdieren, mits de kadavers worden onthuid in een inrichting of bedrijf die op grond van artikel 24, eerste lid, onderdeel h, van de basisverordening voor het uitvoeren van die activiteit is erkend.

  • g. dierlijke bijproducten die bij een uitbraak van een meldingsplichtige ziekte met toepassing van 19, eerste lid, onderdeel c, van de basisverordening worden verwijderd door verbranding of begraving ter plaatse;

  • h. bijproducten van bijen en bijenteelt die worden verwijderd overeenkomstig artikel 19, eerste lid, onderdeel f, van de basisverordening;

  • i. mest, niet-gemineraliseerde guano en de inhoud van het maag-darmkanaal.

Artikel 3.2. [aangifteplicht] [Vervallen per 01-07-2013]

  • 1 De aangifteplichtige doet van categorie 1-materiaal of categorie 2-materiaal als bedoeld in artikel 3.1 zo spoedig mogelijk doch uiterlijk op de eerste werkdag, volgend op de dag waarop dat materiaal is ontstaan, aangifte bij de ondernemer waarvoor op grond van artikel 81f, eerste lid, van de wet een werkgebied is vastgesteld en binnen wiens werkgebied het materiaal zich bevindt.

  • 2 Indien met de ondernemer een vaste ophaaldag is overeengekomen als bedoeld in artikel 3.3, tweede en derde lid, doet de aangifteplichtige in afwijking van het eerste lid uiterlijk op de werkdag voorafgaand aan de dag dat het materiaal wordt opgehaald aangifte van het desbetreffende materiaal.

  • 3 De aangifte, bedoeld in het eerste en tweede lid, geschiedt telefonisch of elektronisch onder opgave van de soort en de hoeveelheid materiaal alsmede van de plaats waar het zich bevindt.

Artikel 3.3. [ophaalverplichting] [Vervallen per 01-07-2013]

  • 1 Categorie 1-materiaal en 2- materiaal als bedoeld in artikel 3.1. wordt door de ondernemer binnen wiens werkgebied het materiaal zich bevindt uiterlijk opgehaald op de eerste werkdag volgend op de dag waarop het materiaal door de aangifteplichtige is aangemeld.

  • 2 In afwijking van het eerste lid, kunnen de ondernemer binnen wiens werkgebied het materiaal zich bevindt en de aangifteplichtige overeenkomen dat kadavers met een gewicht tot 25 kilogram ten minste een keer in de twee weken op een vaste werkdag worden opgehaald.

  • 3 In afwijking van het eerste en tweede lid kunnen de ondernemer binnen wiens werkgebied het materiaal zich bevindt en de aangifteplichtige overeenkomen dat kadavers van pluimvee ten minste een keer in de vier weken op een vaste werkdag worden opgehaald.

Artikel 3.4. [bewaren materiaal door aangifteplichtige] [Vervallen per 01-07-2013]

  • 1 De aangifteplichtige van categorie 1-materiaal of categorie 2-materiaal als bedoeld in artikel 3.1 draagt er zorg voor dat het materiaal tot het moment waarop het wordt opgehaald:

    • a. op een zodanige manier wordt bewaard dat het materiaal niet vrij toegankelijk is voor anderen dan de aangifteplichtige en de ondernemer die het materiaal ophaalt;

    • b. voor zover het kadavers betreft, het materiaal op een zodanige manier is afgedekt dat het is onttrokken aan het oog voor passanten en niet bereikbaar is voor vogels, knaagdieren, honden en katten en de afdekking door het verwerkingsbedrijf dat het materiaal ophaalt eenvoudig te verwijderen is.

  • 2 De aangifteplichtige draagt er zorg voor dat, wanneer materiaal overeenkomstig artikel 3.3, tweede lid, ten minste een keer in de twee weken wordt opgehaald, het materiaal tot het moment dat het wordt opgehaald, wordt bewaard:

    • a. bij een omgevingstemperatuur van ten hoogste 10°C, voor zover het kadavers van landbouwhuisdieren als bedoeld in artikel 3, onderdeel 6, van verordening (EG) nr. 1069/2009 tot een gewicht van 25 kilogram betreft;

    • b. bij een inwendige temperatuur van ten hoogste 15°C, voor zover het bloed betreft;

    • c. bij een omgevingstemperatuur van ten hoogste 10°C of een inwendige temperatuur van ten hoogste 15°C, voor zover het categorie 1-materiaal of categorie 2-materiaal als bedoeld in artikel 3.1 betreft, niet zijnde materiaal als bedoeld in de onderdelen a en b.

  • 3 De aangifteplichtige draagt er zorg voor dat, wanneer materiaal overeenkomstig artikel 3.3, derde lid, ten minste een keer in de vier weken wordt opgehaald, het materiaal tot het moment dat het wordt opgehaald, wordt bewaard bij een omgevingstemperatuur van ten hoogste 5°C.

  • 4 Materiaal dat ontstaat op slachterijen en dat niet op de dag waarop het is ontstaan wordt opgehaald, wordt tot het moment waarop dit materiaal wordt opgehaald bewaard:

    • a. bij een inwendige temperatuur van ten hoogste 15°C, voor zover het bloed betreft;

    • b. bij een omgevingstemperatuur van ten hoogste 10°C of een inwendige temperatuur van ten hoogste 15°C, voor zover het categorie 1-materiaal of categorie 2-materiaal als bedoeld in artikel 3.1 betreft, niet zijnde materiaal als bedoeld in de onderdelen a en b.

Artikel 3.5. [plaats van aanbieden] [Vervallen per 01-07-2013]

  • 1 De aangifteplichtige deponeert categorie 1-materiaal of categorie 2-materiaal als bedoeld in artikel 3.1 op de dag dat het door de ondernemer wordt opgehaald op een zodanige plaats dat het vanaf de verharde openbare weg binnen het vrije bereik ligt van de laadkraan van het vervoermiddel waarmee het materiaal wordt opgehaald, waarbij het uitgangspunt is dat het vervoermiddel niet verder dan één wagenlengte op het erf behoeft te komen.

  • 2 Bij geschillen tussen de aangifteplichtige en de ondernemer over de plaats van deponering zal, met inachtneming van hetgeen in het eerste lid is gesteld, de plaats worden bepaald door de Minister.

  • 3 Het eerste lid is niet van toepassing indien de aangifteplichtige en de ondernemer zijn overeengekomen dat het materiaal op een bepaalde plaats wordt gedeponeerd. Het materiaal wordt in dat geval telkens op die plaats gedeponeerd.

  • 4 De aangifteplichtige draagt er zorg voor dat categorie 1-materiaal en categorie 2-materiaal als bedoeld in artikel 3.1 zodanig wordt aangeboden dat:

    • a. het van elkaar gescheiden is en te onderscheiden is van ander materiaal;

    • b. het categorie 1-materiaal onderscheidenlijk categorie 2-materiaal door de ondernemer apart kan worden geladen.

  • 5 Materiaal als bedoeld in artikel 3.4, tweede en vierde lid, wordt aangeboden in vaten die passen in de laadinrichting van het vervoermiddel van de ondernemer. De aangifteplichtige draagt er zorg voor dat op de vaten duidelijk is aangegeven welk type materiaal zij bevatten.

Artikel 3.6. [overdracht materiaal] [Vervallen per 01-07-2013]

De overdracht van categorie 1-materiaal of categorie 2-materiaal als bedoeld in artikel 3.1. door de aangifteplichtige aan de ondernemer geschiedt door overlading van dat materiaal in het daarvoor bestemde vervoermiddel.

Artikel 3.7. [wijze bewaren categorie 3-materiaal] [Vervallen per 01-07-2013]

  • 1 De eigenaar of houder van categorie 3-materiaal draagt er zorg voor dat het materiaal tot het moment waarop het wordt opgehaald op een zodanige manier wordt bewaard dat:

    • a. het niet vrij toegankelijk is voor anderen dan de houder of eigenaar en het bedrijf dat het materiaal ophaalt;

    • b. het materiaal wordt bewaard bij een omgevingstemperatuur van ten hoogste 10°C, tenzij het materiaal binnen twaalf uur na het ontstaan wordt opgehaald om overeenkomstig artikel 14 van de basisverordening te worden verwerkt of verwijderd.

  • 2 Het eerste lid, onderdeel b, is niet van toepassing op categorie 3-materiaal dat wordt verwerkt in een op grond van artikel 24 van de basisverordening erkende biogasinstallatie of composteerinstallatie.

Artikel 3.8. [I&R-register] [Vervallen per 01-07-2013]

  • 2 De ondernemer, bedoeld in het eerste lid, meldt binnen drie werkdagen de identificatiecode van het merk, bedoeld in het eerste lid, aan de Minister.

  • 3 De aantekeningen in het register, bedoeld in het eerste lid, worden ten minste twee jaar bewaard.

Paragraaf 2. Schadeloosstelling [Vervallen per 01-07-2013]

Artikel 3.9. [vaststelling schadeloosstelling] [Vervallen per 01-07-2013]

  • 1 De schadeloosstelling, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel a, van het besluit wordt vastgesteld op het door de Minister te betalen bedrag van het werkelijke nadeel dat de ondernemer als gevolg van de wijziging van het werkgebied, dan wel van de te verwerken soorten categorie 1-materiaal of categorie 2-materiaal, lijdt.

  • 2 Het te betalen bedrag, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel b, van het besluit wordt vastgesteld op het door de Minister te bepalen bedrag van het werkelijke voordeel dat de ondernemer als gevolg van de wijziging van het werkgebied, dan wel van de te verwerken soorten categorie 1-materiaal of categorie 2-materiaal, heeft.

Artikel 3.10. [betaling schadeloosstelling] [Vervallen per 01-07-2013]

De betaling van de schadeloosstelling, bedoeld in artikel 3.9, eerste lid, geschiedt binnen zes maanden na de gebiedswijziging dan wel na de wijziging van de te verwerken soorten categorie 1-materiaal en 2-materiaal.

Paragraaf 3. Vergoedingen [Vervallen per 01-07-2013]

Artikel 3.11. [berekening werkelijke kosten] [Vervallen per 01-07-2013]

De werkelijke kosten, bedoeld in artikel 5, eerste lid, van het besluit zijn de op jaarbasis door de ondernemers te maken kosten van het ophalen, vervoeren, verwerken of verwijderen van het categorie 1-materiaal en categorie 2-materiaal, bedoeld in artikel 3.1, verminderd met de waarde van dit materiaal voorafgaand aan verwerking en het door de Minister vast te stellen percentage van de winst, die de ondernemer bij de verwerking van dit materiaal maakt.

Artikel 3.12. [goedkeuring tarieven] [Vervallen per 01-07-2013]

  • 1 Voor het ophalen en verwerken van categorie 1-materiaal of categorie 2-materiaal als bedoeld in artikel 81g van de wet, worden de volgende door de ondernemer te hanteren tarieven goedgekeurd:

    • a. voor bij de veehouder gestorven dieren, de tarieven zoals opgenomen in bijlage 1 bij deze regeling;

    • b. voor bloed, de tarieven zoals opgenomen in bijlage 2 bij deze regeling;

    • c. voor broederijafval, zijnde categorie 2-materiaal, de tarieven zoals opgenomen in bijlage 3 bij deze regeling;

    • d. voor ander categorie 1-materiaal dan bedoeld in de onderdelen a en b, de tarieven zoals opgenomen in bijlage 4 bij deze regeling;

    • e. voor ander categorie 2-materiaal dan bedoeld in de onderdelen a, b, en c, de tarieven zoals opgenomen in bijlage 5 bij deze regeling.

  • 2 De goedkeuring voor de in het eerste lid en in bijlage 1 tot en met 5 bedoelde tarieven geldt tot 1 januari 2013.

Artikel 3.13. [vergoeding huiden] [Vervallen per 01-07-2013]

  • 1 De vergoeding, bedoeld in artikel 8 van het besluit, bedraagt negentig procent van de netto-opbrengst van de huid, na aftrek van de omzetbelasting.

  • 2 De vergoeding vindt niet plaats indien ingevolge een wettelijk voorschrift de huid moet worden gedestrueerd.

Artikel 3.14. [vergoeding aanmerkelijke kosten bedoeld in artikel 7 van het besluit] [Vervallen per 01-07-2013]

De vergoeding, bedoeld in artikel 7, eerste lid, van het besluit, bestaat uit:

  • a. aantoonbare werkelijke kosten van arbeidsloon voor het aanbrengen van de scheiding tussen destructiemateriaal en ander materiaal, dan wel verpakkingsmateriaal;

  • b. aantoonbare werkelijke kosten van afvoer en verwerking van ander materiaal, dan wel verpakkingsmateriaal;

  • c. aantoonbare werkelijke kosten van reiniging en exploitatie van bedrijfsruimte, die gebruikt wordt voor de scheiding, genoemd onder a, of de afvoer en verwerking, genoemd onder b;

  • d. aantoonbare werkelijke verwerkingskosten, indien blijkt dat het onmogelijk is een fysieke scheiding aan te brengen tussen het destructiemateriaal en het andere materiaal en de verwerking van de twee materialen tezamen een aantoonbare negatieve opbrengst heeft.

Hoofdstuk 4. Wijzigingen in andere regelingen [Vervallen per 01-07-2013]

Artikel 4.1. [Regeling diervoeders 2010] [Vervallen per 01-07-2013]

[Red: Wijzigt de Regeling diervoeders 2010.]

Artikel 4.2. [Regeling preventie, bestrijding en monitoring van besmettelijke dierziekten en zoönosen en TSE’s] [Vervallen per 01-07-2013]

[Red: Wijzigt de Regeling preventie, bestrijding en monitoring van besmettelijke dierziekten en zoönosen en TSE’s.]

Artikel 4.3. [Regeling veterinairrechtelijke voorschriften handel dierlijke producten] [Vervallen per 01-07-2013]

[Red: Wijzigt de Regeling veterinairrechtelijke voorschriften handel dierlijke producten.]

Artikel 4.4. Regeling tijdelijke maatregelen dierziekten [Vervallen per 01-07-2013]

[Red: Wijzigt de Regeling tijdelijke maatregelen dierziekten.]

Artikel 4.5. Regeling identificatie en registratie van dieren [Vervallen per 01-07-2013]

[Red: Wijzigt de Regeling identificatie en registratie van dieren.]

Artikel 4.6. Uitvoeringsregeling Meststoffenwet [Vervallen per 01-07-2013]

[Red: Wijzigt de Uitvoeringsregeling Meststoffenwet.]

Artikel 4.7. Regeling retributies veterinaire en hygiënische aangelegenheden I [Vervallen per 01-07-2013]

[Red: Wijzigt de Regeling retributies veterinaire en hygiënische aangelegenheden I.]

Artikel 4.8. Mandaatbesluit LNV Voedsel en Waren Autoriteit [Vervallen per 01-07-2013]

[Red: Wijzigt het Mandaatbesluit LNV Voedsel en Waren Autoriteit.]

Hoofdstuk 5. Overgangs- en slotbepalingen [Vervallen per 01-07-2013]

Artikel 5.1. [toestemmingen] [Vervallen per 01-07-2013]

Toestemmingen die zijn verleend krachtens de Regeling dierlijke bijproducten 2008, gelden voor zover van toepassing, als toestemmingen die zijn verleend krachtens deze regeling, met dien verstande dat de voorschriften van de basisverordening, de uitvoeringsregeling en deze regeling ten aanzien van die toestemmingen van kracht zijn.

Artikel 5.2. [Intrekking] [Vervallen per 01-07-2013]

De Regeling dierlijke bijproducten 2008 wordt ingetrokken.

Artikel 5.3. [titel regeling] [Vervallen per 01-07-2013]

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling dierlijke bijproducten 2011.

Artikel 5.4. [inwerkingtreding] [Vervallen per 01-07-2013]

Deze regeling treedt in werking met ingang van 4 maart 2011.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De

Staatssecretaris

van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie,

H. Bleker

Bijlage 1. als bedoeld in artikel 3.12, eerste lid, onderdeel a [Vervallen per 01-07-2013]

Bij de veehouder gestorven dieren, voor zover het betreft categorie 1-materiaal of categorie 2-materiaal als bedoeld in artikel 8 en artikel 9 van verordening (EG) nr. 1069/2010.

Stoptarieven

Het ophaaltarief bedraagt per stop € 17,60 (excl. BTW). Voor het ophalen van vaten volgens vooraf gemaakte afspraken op geplande dagen, zoals bedoeld in artikel 3.2, tweede lid, geldt een tarief per stop van € 12,94 (excl. BTW.

Eenheidstarieven (in € excl. BTW)

Diersoort

Eenheid

Tarief veehouders

Slachtvarken

Per dier

1,08

Big

Per vat max. 200 l.

3,38

Zeug

Per dier

4,06

Rund > 1 jaar

Per dier

13,53

Kalf

Per dier

1,89

Nuka

Per dier

1,08

Schaap

Per dier

1,08

Schaaplam

Per vat max. 200 l.

3,38

Geit

Per dier

0,57

Geitlam

Per vat max. 200 l.

3,38

Paard

Per dier

9,47

Veulen

Per dier

1,89

Pony

Per dier

4,33

Pluimvee

Per vat max. 200 l.

3,38

Overig

Per vat max. 200 l.

3,38

Overig

Per dier

2,33

Bijlage 2. als bedoeld in artikel 3.12, eerste lid, onderdeel b [Vervallen per 01-07-2013]

Bloed van categorie 1 en 2.

Transport- en verwerkingstarieven (€ excl. BTW)

Transport

Verwerking

Totaal

per ton

per ton

per ton

25,85

25,11

50,96

Bijlage 3. als bedoeld in artikel 3.12, eerste lid, onderdeel c [Vervallen per 01-07-2013]

Broederijafval van categorie 2.

Transport- en verwerkingstarieven (€ excl. BTW)

Categorie

Kg per stop

Transport

Verwerking

Totaal

Kleine leveranciers:

 

per stop

per stop

per stop

Klasse 1

0–100

29,23

4,71

33,94

Klasse 2

101–200

29,23

10,35

39,57

Klasse 3

201–300

29,23

17,47

46,70

Klasse 4

301–400

29,23

24,46

53,69

Klasse 5

401–500

29,23

31,39

60,62

Grote leveranciers:

 

per ton

per ton

per ton

Klasse 6

501–5.000

28,23

67,80

96,03

Klasse 7

> 5.000

19,23

67,80

87,03

Bijlage 4. als bedoeld in artikel 3.12, eerste lid, onderdeel d [Vervallen per 01-07-2013]

Ander materiaal dan bloed of bij de veehouder gestorven dieren, voor zover het betreft categorie 1-materiaal als bedoeld in artikel 8 van verordening (EG) nr. 1069/2010.

Transport- en verwerkingstarieven (€ excl. BTW)

Categorie

Kg per stop

Transport

Verwerking

Totaal

Kleine leveranciers:

 

per stop

per stop

per stop

Klasse 1

0–100

29,23

0,18

29,40

Klasse 2

101–200

29,23

0,52

29,74

Klasse 3

201–300

29,23

0,88

30,11

Klasse 4

301–400

29,23

1,24

30,47

Klasse 5

401–500

29,23

1,58

30,81

Grote leveranciers:

 

per ton

per ton

per ton

Klasse 6

501–5.000

28,23

3,48

31,70

Klasse 7

> 5.000

19,23

3,48

22,70

Bijlage 5. als bedoeld in artikel 3.12, eerste lid, onderdeel e [Vervallen per 01-07-2013]

Ander materiaal dan bloed of bij de veehouder gestorven dieren, voor zover het betreft categorie 2-materiaal als bedoeld in artikel 9 van verordening (EG) nr. 1069/2009.

Transport- en verwerkingstarieven (€ excl. BTW)

Categorie

Kg per stop

Transport

Verwerking

Totaal

Kleine leveranciers:

 

per stop

per stop

per stop

Klasse 1

0–100

29,23

0,17

29,40

Klasse 2

101–200

29,23

0,40

29,63

Klasse 3

201–300

29,23

0,65

29,88

Klasse 4

301–400

29,23

0,91

30,14

Klasse 5

401–500

29,23

1,18

30,40

Grote leveranciers:

 

per ton

per ton

per ton

Klasse 6

501–5.000

28,23

2,55

30,78

Klasse 7

> 5.000

19,23

2.55

21,78