Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Inschrijvingsvoorwaarden advocatuur 2011 krachtens de Wet op de Rechtsbijstand[Regeling materieel uitgewerkt per 06-01-2013.]

Geldend van 06-01-2011 t/m heden

Inschrijvingsvoorwaarden advocatuur 2011 krachtens de Wet op de Rechtsbijstand

Inleiding

Uitgangspunt van de Wet op de rechtsbijstand is dat advocaten die rechtsbijstand in de zin van de wet willen verlenen zich daartoe inschrijven bij de Raad voor Rechtsbijstand.

Het bestuur van de Raad voor Rechtsbijstand (verder: de Raad) kan op grond van de artikelen 14 en 15 van de Wrb voorwaarden aan de inschrijving verbinden die betrekking hebben op de organisatie van het kantoor waar de rechtsbijstandverlener werkzaam is, de verslaglegging van de advocaat omtrent de door hem/haar verleende bijstand, het minimum en het maximum aantal zaken waarvoor een advocaat jaarlijks kan worden toegevoegd en de deskundigheid van de advocaat op bepaalde rechtsterreinen. Deze voorwaarden zijn algemeen verbindend.

De Raad stelt als voorwaarde voor het toevoegen van (beginnende) advocaten op basis van de Wrb dat het verzoek om inschrijving door de Raad volledig is behandeld en is ingewilligd.

De Raad kan op grond van art. 16 Wrb uitsluitend in bijzondere gevallen een niet-ingeschreven advocaat toevoegen. Dit is het geval indien een rechtzoekende uitdrukkelijk en gemotiveerd om toevoeging van de niet-ingeschreven advocaat verzoekt of indien voor de verlening van rechtsbijstand op een bepaald rechtsterrein onvoldoende advocaten met de desbetreffende specialistische deskundigheid zijn ingeschreven. Het verstrekken van een toevoeging aan een niet-ingeschreven advocaat dient een uitzondering te blijven. Een advocaat die op grond van art. 16 Wrb vaker dan sporadisch een verzoek om toevoeging indient dient zich op grond van de Wrb te laten inschrijven.

In ieder geval zal aan een niet-ingeschreven advocaat geen toevoeging worden verleend indien hij toevoeging verzoekt op een terrein waarop in de door de Raad vastgestelde inschrijvingsvoorwaarden deskundigheidseisen worden gesteld.

Naast de algemene inschrijvingsvoorwaarden kent de Raad een afzonderlijke regeling en deskundigheidsvereisten voor Strafrecht, Psychiatrische patiëntenrecht, Vreemdelingenrecht, Asiel- en Vluchtelingenrecht, Internationale kinderontvoering alsmede voor de verlening van rechtsbijstand in zaken van (kinder)straf-, vreemdelingen- en psychiatrische patiëntenpiket.

Artikel 1. Kantoororganisatie, verhouding met de Raad (artikel 15 lid 1 sub c Wrb)

  • a. De advocaat dient een regeling te hebben getroffen ten aanzien van de organisatie van zijn kantoor in overeenstemming met de eisen van een goede praktijkuitoefening, waarin naar het oordeel van de Raad voor Rechtsbijstand voldoende voorzien is in:

    • telefonische bereikbaarheid tijdens kantooruren, inbegrepen het gebruik van een telefoonbeantwoorder en van een fax

    • alsmede de bereikbaarheid per e-mail. De advocaat geeft de Raad zijn e-mailadres op;

    • de aanwezigheid tijdens kantooruren van de advocaat en/of van een secretariaat;

    • vervanging van de advocaat bij ziekte en vakanties.

  • b. Ten behoeve van de gegevens met betrekking tot het aanvragen en declareren van toevoegingen en piketten voorziet de advocaat in de naar het oordeel van de Raad noodzakelijke inrichting.

    De advocaat richt zijn toevoegingsaanvragen en declaraties zorgvuldig en volledig in, met inachtneming van de regels die bij of krachtens de wet, of op basis van algemene voorschriften of specifieke aanwijzingen van de Raad zijn gesteld.

    De advocaat is open en duidelijk in de informatie die hij bij zijn aanvragen en declaraties verschaft. Hij vermeldt uit eigen beweging bijzonderheden die voor de beslissing van de Raad van belang zouden kunnen zijn.

    De advocaat vraagt geen toevoegingen aan voor zaken waarvoor geen toevoegingen kunnen worden verleend, bijvoorbeeld voor het treffen van betalingsregelingen, voor zaken waarvoor geen of volstrekt ontoereikende gronden bestaan of een wettelijke termijn is verstreken. Indien daar gezien het aantal zaken waarin dit toch is gebeurd een gerede aanleiding voor is, kan de Raad voor Rechtsbijstand de advocaat waarschuwen dat zijn inschrijving hiervoor kan worden doorgehaald.

  • c. Voor deelname aan een piketregeling dient de rechtsbijstandverlener tijdens kantooruren, tijdens weekend en feestdagen per (mobiele) telefoon, per telefax dan wel per e-mail bereikbaar te zijn.

  • d. De advocaat die deelneemt aan het strafpiket moet volgens het hem meegedeelde piketrooster beschikbaar zijn en behoort zich op de dagen dat hij dienst heeft tussen 7.00 uur en 20.00 goed bereikbaar en beschikbaar te kunnen houden voor het aannemen van meldingen. Kan hij daaraan niet voldoen dan regelt hij vooraf waarneming. In sporadische gevallen (voltooide levensdelicten, gijzelingen en ontvoeringen) kan ook buiten voornoemde tijdstippen een piketmelding aan de advocaat worden doorgegeven.

    Indien de advocaat werkzaam is in een strafpiket-regio waarvoor de piketcentrale meldingen doorgeeft, moet hij beschikken over een mobiele telefoon met internettoegang ten behoeve van het bevestigen van meldingen vanuit de piketcentrale.

    Een advocaat die niet aan deze voorwaarden heeft voldaan, kan nadat hem eerst een waarschuwing is gegeven van het strafpiket-rooster worden verwijderd. De Raad doet van de waarschuwing en van het besluit tot verwijdering van het rooster schriftelijk mededeling aan de Deken in het arrondissement waarin de advocaat is gevestigd.

  • e. De advocaat dient de zaken waarin hij is toegevoegd persoonlijk te behandelen dan wel de aan hem toebedeelde piketdiensten persoonlijk te verrichten, behoudens gevallen waarin sprake is van overmacht, ziekte, op dezelfde dag geplande zittingen in andere zaken of andere zwaarwegende redenen. In dat geval zorgt de advocaat voor waarneming. Indien een andere advocaat voor hem waarneemt, blijft ook de toegevoegde advocaat aanspreekbaar op de kwaliteit van de verleende rechtsbijstand.

  • f. Het is niet toegestaan om toevoegingen aan te vragen ten behoeve van een andere advocaat of rechtsbijstandverlener, bijvoorbeeld voor een niet ingeschreven advocaat of voor een advocaat die niet aan specifieke deskundigheidseisen voldoet of het maximum aantal toevoegingen heeft bereikt.

  • g. De advocaat behandelt de zaken waarin hij gefinancierde rechtsbijstand verleent zorgvuldig en doelmatig.

  • h. De advocaat laat medewerkers van het kantoor die geen advocaat zijn, in toegevoegde zaken geen andere dan ondersteunende werkzaamheden, zijnde geen rechtsbijstand, verrichten. Bij overdracht van een dossier aan een andere advocaat wordt om mutatie van de toevoeging verzocht. De advocaat draagt daarbij zorg voor een volledige en zorgvuldige overdracht van de bij de toevoeging(-saanvraag) behorende bescheiden.

  • i. De advocaat die op grond van de Advocatenwet geschorst is, stelt het centraal kantoor van de Raad onmiddellijk schriftelijk op de hoogte en draagt zorg voor overdracht van zijn toevoegingszaken. Hij meldt daarbij aan de Raad welke advocaat in zaken waarin nog geen toevoeging verleend is in zijn plaats moet worden toegevoegd.

  • j. De advocaat voert in zaken waarin hij is toegevoegd een deugdelijke tijdregistratie. Daarin wordt de aan rechtsbijstand bestede tijd op juiste en verantwoorde wijze bijgehouden op datum en naar verrichting. Indien gebruik wordt gemaakt van vaste tijdseenheden, mogen deze niet groter zijn dan zes minuten. In een urenspecificatie moet minimaal onderscheid gemaakt worden tussen correspondentie, telefoon, conferentie, procedure, studie en een korte aanduiding worden gegeven met wie is gesproken of gecorrespondeerd.

  • k. De advocaat bevordert dat voor een rechtzoekende die daarvoor in aanmerking komt een toevoeging wordt verleend. Indien een advocaat niettemin in een specifiek geval met een rechtzoekende, die voor een toevoeging in aanmerking komt en daarop door de advocaat is gewezen, schriftelijk overeen komt dat door de rechtzoekende geen gebruik wordt gemaakt van gesubsidieerde rechtsbijstand en dat in plaats daarvan de zaak op betalende basis zal worden behandeld, kan hij zijn werkzaamheden niet op toevoegingsbasis declareren. Indien een toevoeging is verleend, wordt deze aan de Raad ter intrekking toegezonden.

  • l. In wederzijds belang behoren (medewerkers van) de Raad en advocaten te streven naar een onderlinge verhouding die berust op welwillendheid en vertrouwen.

    Een advocaat die zich bij herhaling schuldig maakt aan onbehoorlijk of onheus optreden, zowel jegens medewerkers van de Raad of de piketcentrale als in bredere zin door zich in strijd met de algemeen geldende normen van fatsoen en redelijkheid in de beroepsuitoefening te gedragen, kan – nadat hij op dit gedrag is aangesproken door een leidinggevende van de Raad – van deelname aan het stelsel voor de verlening van gesubsidieerde rechtsbijstand worden uitgesloten.

  • m. De advocaat onthoudt zich van gedragingen die met de doelstelling van deze voorwaarden in strijd komen.

Artikel 2. Entreetoets Nederlandse Orde van Advocaten en auditverklaring (artikel 15 lid 1 sub c Wrb)

  • a. De advocaat die op of na 1 januari 2010 aan de Raad om inschrijving verzoekt of heeft verzocht moet, als de Nederlandse Orde van Advocaten aan hem een nieuw kantoornummer heeft toegekend en van hem vraagt een entreetoets af te leggen, bij zijn inschrijvingsverzoek de Raad voor Rechtsbijstand in het bezit stellen van een verklaring van de Raad van Toezicht in het arrondissement waarin hij kantoor houdt. Uit deze verklaring moet blijken dat de advocaat de entreetoets van de Nederlandse Orde van Advocaten met goed gevolg heeft afgelegd.

  • b. Indien de advocaat zijn advocatenkantoor of een samenwerkingsverband van meerdere advocaten verlaat om elders zelfstandig de praktijk voort te zetten, moet hij, als de Nederlandse Orde van Advocaten hem heeft verzocht een entreetoets af te leggen de Raad voor Rechtsbijstand in het bezit stellen van een verklaring van de Raad van Toezicht van het arrondissement waarin hij kantoor houdt. Uit deze verklaring moet blijken dat de advocaat de entreetoets van de Nederlandse Orde van Advocaten met goed gevolg heeft afgelegd.

  • c. Indien de advocaat zijn advocatenkantoor of een samenwerkingsverband van meerdere advocaten verlaat om bij een ander kantoor de praktijk voort te zetten en dat kantoor niet beschikt over een eerder afgegeven auditverklaring of een verklaring waaruit blijkt dat de entreetoets met goed gevolg is afgelegd, kan de Raad besluiten dat aan deze advocaat een verklaring kantoororganisatie wordt toegezonden. Deze wordt na invulling en ondertekening door de Raad getoetst. Indien de verstrekte gegevens akkoord worden bevonden, volgt registratie voor het gehele kantoor. Indien de ingevulde verklaring kantoororganisatie daartoe reden geeft, kan de Raad besluiten dat het kantoor alsnog een auditverklaring moet overleggen.

  • d. Indien de Raad voor 1 januari 2010 op grond van de toen geldende inschrijvingsvoorwaarden aan de advocaat heeft verzocht om een auditverklaring over te leggen en deze verklaring op 1 januari 2010 nog niet bij de Raad was ingediend, behoort deze verklaring in 2011 binnen de door de Raad gestelde termijn overgelegd te worden.

  • e. De advocaat dient bereid te zijn de door de Nederlandse Orde van Advocaten en de Raad overeengekomen kwaliteitssystemen na te leven en zich te onderwerpen aan intercollegiale toetsing.

  • f. De advocaat dient tevens bereid te zijn de normen die door de Raad ten aanzien van bepaalde rechtsgebieden gesteld worden in best practice guides na te leven. Er zijn samen met de Orde best practice guides ontwikkeld op het terrein van asielrecht, vreemdelingenbewaring, arbeidsrecht, echtscheiding en gedwongen opname en behandeling van psychiatrische patiënten.

Artikel 3. Verslaglegging (artikel 15 lid 1 sub d Wrb)

De advocaat dient desgevraagd informatie te verstrekken over de afhandeling van zaken in het kader van afleggen van verantwoording aan de Raad. Deze informatieplicht kan ook worden aangewend met betrekking tot de evaluatie van door de Raad gevoerd beleid. Desgevraagd dient de advocaat verslaglegging te doen over de wijze waarop aan de inschrijvingsvoorwaarden is voldaan.

Artikel 4. Aanvang praktijk

De advocaat – met inbegrip van de advocaat die voorwaardelijk is ingeschreven op het landelijk tableau – kan door de Raad worden ingeschreven indien hij voldoet aan de inschrijvingsvoorwaarden genoemd in de artikelen 1 tot en met 3.

Artikel 5. Minimum/maximum (artikel 15 lid 1 sub a Wrb)

  • a. Om te voorkomen dat de kwaliteit van de rechtsbijstand in het gedrang komt, door onder meer het te snel en te veel aanvragen van toevoegingen of door het onvoldoende tijd en aandacht besteden aan zaken, worden aan een advocaat jaarlijks niet meer toevoegingen afgegeven dan het equivalent van 250 ‘eenheden’. Hieronder worden mede begrepen de ambtshalve toevoegingen.

    De Raad zal bij het beoordelen van het maximum-aantal toevoegingen rekenen in ‘eenheden’ teneinde rekening te kunnen houden met de specifieke opbouw van de praktijk.

    Een afgegeven toevoeging van 6 punten of meer telt voor 1 eenheid, een afgegeven toevoeging van minder dan 6 punten, maar meer dan 2, telt voor 0,67 eenheid en een afgegeven lichte adviestoevoeging telt voor 0,33 eenheid1.

  • b. Indien een advocaat het maximum aantal toevoegingen heeft bereikt, zullen in het betreffende kalenderjaar geen toevoegingen meer aan hem worden afgegeven. De advocaat kan in het volgend kalenderjaar opnieuw om inschrijving verzoeken. Als hij in het jaar daarop opnieuw toevoeging verzoekt in zaken waarin in het vorig jaar vanwege het bereiken van het maximum aan hem toevoegingen zijn geweigerd, zal -indien de toevoeging alsnog wordt verleend- de ingangsdatum in het jaar van de nieuwe aanvraag liggen.

  • c. De Raad zal een advocaat die het maximum binnen een half jaar heeft bereikt – na hem voorafgaand te hebben gehoord – voor goed van de verlening van gesubsidieerde rechtsbijstand uitsluiten. De advocaat wordt tevens van de AC- en de piketroosters verwijderd.

    Het is niet toegestaan de gevolgen van uitschrijving te ontgaan door andere advocaten toevoegingen te laten aanvragen.

  • d. De advocaat kan in 20112maximaal 2000 punten declareren. Hij stemt er mee in dat punten boven dit aantal niet worden uitbetaald.

  • e. Advocaten die het maximum aantal toevoegingen hebben bereikt en zijn ingeroosterd op een AC, zullen in opdracht van de Raad van het rooster verwijderd worden.

  • f. Indien een lichte adviestoevoeging wordt omgezet in een reguliere toevoeging zal deze laatste bij de berekening van het maximum worden meegeteld op basis van het aantal punten waarmee de zaak volgens het Bvr 2000 wordt gewaardeerd.

  • g. In geval van schorsing van de advocaat wordt het maximum-aantal toevoegingen naar evenredigheid met de duur van de schorsing verminderd.

Artikel 6. Deskundigheid op bepaalde rechtsterreinen (art. 15 lid 1 sub b Wrb)

De Raad stelt ten aanzien van een vijftal rechtsgebieden bijzondere deskundigheidsvereisten in. Het betreft hier rechtsgebieden die ofwel specialistische kennis vereisen, ofwel vereisen dat de advocaat zich verdiept in en beperkt tot een aantal samenhangende rechtsgebieden. De inschrijving op deze rechtsgebieden moet worden aangevraagd door middel van een afzonderlijk formulier. De gestelde vereisten gelden voor de toelating dan wel de voortzetting van de inschrijving. Als de advocaat niet is ingeschreven voor het betreffende rechtsgebied, is het hem niet toegestaan zaken op het betreffende rechtsgebied te behandelen of daarvoor toevoeging te verzoeken.

De Raad toetst steekproefsgewijs of de ingeschreven advocaat heeft voldaan aan de gestelde eisen voor het onderhouden van zijn deskundigheid op bovengenoemde terreinen waarvoor bijzondere voorwaarden gelden.

In 2012 wordt gecontroleerd of de advocaat in 2010 en 2011 aan de voorwaarden heeft voldaan.

Voor de toetsing van de voorwaarden ten aanzien van het behalen van opleidingspunten en werkgroepdeelname geldt het uitgangspunt dat de advocaat via een toegezonden formulier behoort te reageren als niet aan de vereisten is voldaan.

Onder degenen die niet via het formulier hebben gereageerd, zal een steekproefsgewijze controle worden gehouden.

Indien voor een specifiek rechtsterrein minimumeisen aan het aantal zaken worden gesteld, controleert de Raad aan de hand van zijn eigen gegevens over afgegeven toevoegingen of wordt voldaan aan het minimum. Als het aantal toevoegingen lager uitvalt dan het minimum, neemt de Raad telefonisch contact met op met de advocaat. Besproken wordt dan of hij zijn inschrijving wil voorzetten en wat daarvoor nodig is. De advocaat kan zijn ervaring desgewenst aantonen door opgave van het aantal betalende zaken. In 2011 voert de Raad een toets uit op het aantal strafzaken.

Artikel 6a. Deskundigheidsvereisten voor de rechtsbijstandverlening in strafzaken

De vereisten voor de toelating tot de inschrijving in strafzaken zijn:
  • 1. met succes voltooid hebben van het onderdeel strafrecht in de beroepsopleiding van de NOVA (of toelating als raio), en

  • 2. nder begeleiding van een reeds op het terrein van het strafrecht ingeschreven rechtsbijstandverlener behandeld hebben van 5 strafzaken.

De vereisten voor de voortgezette inschrijving in strafzaken zijn:
  • 1. de behandeling van tenminste tien zaken op dit rechtsgebied in het afgelopen jaar, waaronder jeugdstrafzaken; de Raad gaat hierbij uit van toevoegingen. De advocaat kan desgewenst aantonen dat hij dit aantal zaken heeft gedaan door ook betalende zaken aan te geven; en

  • 2. het desgevraagd kunnen overleggen van certificaten van het behalen van tenminste 8 studiepunten per 2 jaar op het terrein van strafrecht in het kader van de permanente beroepsopleiding, te verhogen met tenminste 4 punten op het terrein van kinder-/jeugdstrafrecht3, dan wel op het terrein van civiele jeugdmaatregelen. Dit opleidingsvereiste geldt niet voor stagiaires gedurende de looptijd van hun stage.

De vereisten voor de toelating tot het strafpiket zijn:

Voor de toelating tot het strafpiket gelden de bovengenoemde algemene voorwaarden alsmede:

  • 1. het met succes gevolgd hebben van een door de Raad goedgekeurde piketcursus4,

  • 2. het onder begeleiding van een reeds voor het strafpiket ingeschreven rechtsbijstandverlener behandeld hebben van 6 piketzaken, waarvan tenminste 1 kinder-/jeugdzaak, en waarvan tevens tenminste 3 zaken tot en met de behandeling door de rechter-commissaris.

Artikel 6b. Deskundigheidsvereisten voor de rechtsbijstandverlening aan psychiatrische patiënten

De vereisten voor de toelating tot het verlenen van rechtsbijstand aan psychiatrische patiënten zijn:
  • 1. het voltooid hebben van de stage, en

  • 2. het met succes gevolgd hebben van een door de Raad goedgekeurde opleiding5 op het gebied van het psychiatrische patiëntenrecht, en

  • 3. onder begeleiding van een reeds op het terrein van het psychiatrische patiëntenrecht ingeschreven rechtsbijstandverlener behandeld hebben van 5 zaken, waarvan tenminste 1 maal een inbewaringstelling en 1 maal een rechterlijke machtiging.

De vereisten voor de voortgezette inschrijving tot het verlenen van rechtsbijstand aan psychiatrische patiënten zijn:
  • 1 de behandeling van tenminste 15 zaken in het afgelopen jaar op basis van een toevoeging6, en

  • 2 het desgevraagd kunnen overleggen van certificaten van het behalen van tenminste 6 studiepunten per twee jaar op het gebied van het psychiatrische patiëntenrecht, en

  • 3 actieve deelname aan werkgroepen of regionale bijeenkomsten betreffende het psychiatrische patiëntenrecht. Jaarlijks dient tenminste de helft van het aantal bijeenkomsten te worden gevolgd, met een minimum van twee.

  • 4 te handelen naar de eisen van zorgvuldige en doelmatige rechtsbijstandverlening. In dat kader volgt de advocaat in zijn praktijkvoering de eisen die voortvloeien uit minimumnormen. Minimumnormen zijn opgenomen in de Best Practice Guide Gedwongen opname en behandeling van psychiatrische patiënten/cliënten en in de criteria die vastgesteld voor de peer review BOPZ. Na invoering van het systeem van peer review zijn de laatstgenoemde criteria doorslaggevend

  • 5 verplichte medewerking aan peer review, onder meer door het invullen van voorleggers en het inzenden van dossiers.

De vereisten voor de deelname aan het psychiatrische patiëntenpiket zijn:
  • 1. dat wordt voldaan aan de vereisten voor de toelating en de voortgezette inschrijving, en

  • 2. dat minimaal 1 maal per jaar aan het piket wordt deelgenomen en bij voorkeur 2 maal per jaar.

    In verband met het noodzakelijke onderhouden van de ervaring wordt waar nodig een wachtlijst voor deelname gehanteerd. Belangstellenden voor toelating tot het het psychiatrische patiëntenpiket worden op datum van aanmelding geregistreerd. Nieuwe toelating vindt pas plaats als het aantal zaken per deelnemende rechtsbijstandverlener in een jaar gemiddeld niet onder 15 toevoegingen daalt. Mogelijke toelating wordt door de Raad aangekondigd als het volgen van een cursus, die vereist is voor de toelating, mogelijk is. Om zich te laten registreren op de wachtlijst behoeft de rechtsbijstandverlener nog niet aan de gestelde inschrijvingsvereisten te voldoen. Wel moet de rechtsbijstandverlener de stage voltooid hebben.

Artikel 6c. Deskundigheidsvereisten voor de verstrekking van toevoegingen in vreemdelingenzaken

De vereisten voor de verstrekking van toevoegingen in vreemdelingenzaken zijn:
  • 1. toelating tot het verlenen van rechtsbijstand op grond van de Inschrijvingsvoorwaarden Vreemdelingenrecht dan wel

  • 2. het voldoen aan de voor deelname aan de piketregeling gestelde deskundigheidseisen.

In bijlage 1 zijn de Inschrijvingsvoorwaarden voor vreemdelingenrecht, vreemdelingenpiket en vreemdelingenbewaringszaken opgenomen.

Artikel 6d. Deskundigheidsvereisten voor de verstrekking van toevoegingen in asiel- en vluchtelingenzaken

De vereisten voor de verstrekking van toevoegingen in asiel- en vluchtelingenzaken zijn:
  • 1. toelating tot het verlenen van rechtsbijstand op grond van de Inschrijvingsvoorwaarden voor Asiel- en vluchtelingenrecht.

In bijlage 2 zijn de Inschrijvingsvoorwaarden voor het Asiel- en vluchtelingenecht opgenomen.

Artikel 6e. Deskundigheidsvereisten voor de verstrekking van toevoegingen in zaken betreffende internationale kinderontvoering:

De vereisten voor de verstrekking van toevoegingen in kinderontvoeringszaken zijn:
  • 1 Succesvol hebben deelgenomen aan een cursus op het gebied van internationale kinderontvoering;

  • 2 Kennis van het Haags Kinderontvoeringsverdrag van 25 oktober 1980 (HKOV), de Uitvoeringswet inzake internationale ontvoering van kinderen van 2 mei 1990, de Verordening Brussel II Bis en het Haags Kinderbeschermingsverdrag van 1996 (HKBV)

  • 3 Ervaring als advocaat in internationale kinderontvoeringszaken, dat wil zeggen als advocaat 3 internationale kinderontvoeringszaken behandeld hebben;

  • 4 Op de hoogte blijven van de (rechts)ontwikkelingen op het gebied van internationale kinderontvoering door het bijwonen van relevante congressen, cursussen, lezingen etc. en het op de hoogte blijven van relevante jurisprudentie.

Artikel 7. Voorschotten (art. 35 en 36 Bvr 2000)

De advocaat ontvangt het op basis van het Besluit vergoedingen rechtsbijstand 2000 verstrekte voorschot persoonlijk en is persoonlijk aansprakelijk voor de onverwijlde terugbetaling c.q. verrekening met de vergoedingen in zaken op basis waarvan het voorschot is berekend, in geval de inschrijving wordt doorgehaald. De advocaat die in loondienst heeft gewerkt, kan zich er niet op beroepen dat voorschotten aan zijn patroon/kantoor zijn uitbetaald.

Artikel 8. Doorhaling inschrijving

  • 1 De inschrijving van de advocaat kan door de Raad worden doorgehaald:

    • a) op eigen verzoek;

    • b) wanneer hij de hoedanigheid van advocaat verliest;

    • c) gedurende de tijd dat hij op grond van een tuchtrechtelijke beslissing of anderszins onherroepelijk is geschorst in de uitoefening van zijn beroep;

    • d) indien de advocaat niet voldaan heeft dan wel niet langer voldoet aan de voor de inschrijving gestelde voorwaarden;

    • e) indien naar het oordeel van de Raad genoegzaam is gebleken dat de rechtsbijstandverlening door de advocaat niet voldoet aan redelijkerwijs te stellen eisen van doelmatigheid of zorgvuldigheid;

    • f) indien naar het oordeel van de R aad genoegzaam is gebleken dat de advocaat herhaaldelijk onjuiste informatie heeft verstrekt ten behoeve van het vaststellen van de vergoeding;

    • g) indien de advocaat niet voldoet aan de eisen gesteld aan de wijze van indiening van een aanvraag om een toevoeging;

      indien de advocaat niet voldoet aan de eisen gesteld aan de inrichting en de wijze van indiening van een aanvraag om vaststelling van de vergoeding.

  • 2. Doorhaling van de inschrijving voor een specifiek rechtsgebied kan plaatsvinden indien de advocaat niet langer voldoet aan de bij deze regeling gestelde (deskundigheids)vereisten .

  • 3. De deken van de Nederlandse Orde van Advocaten in het arrondissement waar de betreffende advocaat kantoor houdt, wordt over een uitschrijving, anders dan op eigen verzoek, geïnformeerd.

Utrecht, op 28 december 2010

Was getekend

P.J.M. van de Biggelaar,

directeur stelsel.

J. Wijkstra,

directeur bedrijfsvoering.

Bijlage 1

Vreemdelingenrecht, vreemdelingenpiket en vreemdelingenbewaringszaken

1. Onvoorwaardelijke inschrijving vreemdelingenrecht

De advocaat die wil worden ingeschreven om rechtsbijstand te verlenen op het terrein van het vreemdelingenrecht (niet zijnde asielrechtsbijstand) dient te voldoen aan de algemene inschrijvingsvoorwaarden en bovendien dient hij terzake:

  • a) met succes de beroepsopleiding van de Orde voltooid te hebben. Deze eis geldt niet voor advocaten die werden beëdigd voordat de beroepsopleiding in 1989 werd ingevoerd.

  • b) een certificaat van succesvolle deelname te overleggen aan door de Raad landelijk erkende cursussen op het gebied van het vreemdelingenrecht in de drie jaar voorafgaand aan het verzoek tot deelname7;

  • c) onder begeleiding van een reeds op het terrein van het vreemdelingenrecht ingeschreven rechtsbijstandverlener tenminste 10 zaken betreffende het vreemdelingenrecht behandeld te hebben;

  • d) de ontwikkelingen op het terrein van het vreemdelingenrecht te volgen, middels het lidmaatschap van een door de Raad, na zonodig daartoe voorafgaand advies te hebben gevraagd van de Landelijke Adviescommissie Rechtsbijstand Asiel en Vreemdelingenbewaring goedgekeurde werkgroep8;

  • e) uitdrukkelijk de verplichting te hebben aanvaard om deelnemers (advocaten en juristen in loondienst) te begeleiden die voorwaardelijk voor het terrein van het vreemdelingenrecht zijn ingeschreven.

2. Voorwaardelijke inschrijving vreemdelingenrecht

De advocaat die voorwaardelijk wil worden ingeschreven om rechtsbijstand te verlenen op het terrein van het vreemdelingenrecht (niet zijnde asielrechtsbijstand) dient terzake:

  • a) te voldoen aan de hierboven onder 1 genoemde voorwaarden, met uitzondering van de onder c en e genoemde voorwaarden;

  • b) te worden begeleid door een reeds op het terrein van het vreemdelingenrecht onvoorwaardelijk ingeschreven advocaat.

Indien voldaan wordt aan de gestelde voorwaarden kan de Raad overgaan tot een voorwaardelijke inschrijving voor een periode van 1 jaar.

Na afloop van de periode van voorwaardelijke inschrijving gaat de Raad uitsluitend tot onvoorwaardelijke inschrijving over indien uit rapportage van de advocaat en diens begeleider is gebleken dat aan de hierboven onder 1 genoemde voorwaarden en de bij de voorwaardelijke inschrijving gestelde voorwaarden wordt voldaan.

3. Voorwaarden voor de deelname aan het vreemdelingenpiket en voor de behandeling van toevoegingen in vreemdelingenbewaringszaken

De advocaat die wil deelnemen aan het vreemdelingenpiket en/of bewaringszaken wil behandelen op basis van een toevoeging dient terzake:

  • a) te zijn ingeschreven of voorwaardelijk te zijn ingeschreven op het terrein van het vreemdelingenrecht;

  • b) onder begeleiding van een reeds op het terrein van het vreemdelingenrecht ingeschreven rechtsbijstandverlener tenminste 4 zaken te hebben behandeld, waarvan tenminste:

    • i) 2 piketdiensten

    • ii) 2 bewaringszaken op basis van een toevoeging

  • c) te verklaren dat hij zich houdt aan het piketreglement vreemdelingen, voor zover daartoe een regeling is opgesteld;

  • d) te handelen naar de eisen van zorgvuldige en doelmatige rechtsbijstandverlening aan vreemdelingen in de piketfase en in vreemdelingenbewaring. In dat kader volgt de advocaat in zijn praktijkvoering de eisen die voortvloeien uit de minimumnormen die zijn opgenomen in de Best Practice Guide Veemdelingenbewaring.

  • e) desgevraagd aan de Klachtencommissie rechtsbijstand in vreemdelingenpiket en vreemdelingenbewaring dossiers ten behoeve van klachtbehandeling en ambtshalve onderzoek beschikbaar te stellen;

  • f) de vreemdeling in een zo’n vroeg mogelijk stadium, bij voorkeur voor het gehoor tot inbewaringstelling doch uiterlijk binnen 24 uur na ontvangst van de piketmelding, te bezoeken.

4 Voorwaarden voortzetting inschrijving vreemdelingenrecht en (indien van toepassing) piket/vreemdelingenbewaring

Om ingeschreven te blijven dient een (voorwaardelijk) ingeschreven advocaat in ieder jaar van inschrijving:

  • b) de directe beschikking te hebben over een fysiek exemplaar van de geactualiseerde Vreemdelingencirculaire dan wel de directe beschikking te hebben over internet (waarop de geactualiseerde Vreemdelingencirculaire te vinden is op o.a. www.overheid.nl);

  • b) zodanige maatregelen te nemen dat bij afwezigheid de vervanging wordt verzorgd door een op het terrein van het vreemdelingenrecht ingeschreven advocaat;

  • c) lid te zijn van een door de Raad goedgekeurde werkgroep;

  • d) zich op de hoogte te blijven houden van actuele ontwikkelingen op het terrein van het vreemdelingenrecht, onder andere door het jaarlijks volgen van een op het terrein van het vreemdelingenrecht toegesneden cursus of deelnemen aan een activiteit, welke in het kader van de permanente opleiding wordt gewaardeerd met tenminste 4 punten9. Desgevraagd behoort de advocaat certificaten te kunnen overleggen waaruit dit aantal punten blijkt;

  • e) jaarlijks tenminste 10 zaken op het terrein van het vreemdelingenrecht te behandelen. Indien voortzetting van de inschrijving vreemdelingenpiket / vreemdelingenbewaring wordt beoogd, dienen van deze 10 zaken ten minste deel uit te maken:

    • i) 2 piketdiensten

    • ii) 2 bewaringszaken op basis van een toevoeging

  • f) ten genoegen en op verzoek van de door de Raad aan te tonen op welke wijze wordt voldaan aan de inschrijvingsvoorwaarden.

Indien niet aan deze voorwaarden voldaan is, zal de Raad de rechtsbijstandverlener van verdere deelneming aan de (piket)regeling c.q. als deskundige op het terrein uitschrijven. Uitsluiting dan wel uitschrijving geschiedt op basis van artikel 17 lid 2 Wet op de rechtsbijstand.

5. Afwijkingsbevoegdheid

De Raad kan, na zonodig daartoe advies te hebben ingewonnen van Landelijke Adviescommissie Rechtsbijstand Asiel en Vreemdelingenbewaring, in uitzonderlijke gevallen afwijken van de hierboven onder 1, 2, 3 en 4 genoemde voorwaarden.

Hierbij kan bijvoorbeeld worden gedacht aan afwijking van de ervaringseis. Een dergelijke afwijking kan geboden zijn bij een drastische afname van de vraag. Alvorens de Raad besluit tot een afwijking van deze voorwaarden zal advies worden ingewonnen van de Landelijke Adviescommissie Rechtsbijstand Asiel en Vreemdelingenbewaring (LARAV).

7. Klachtencommissie Rechtsbijstand Asiel en Vreemdelingenbewaring

De Raad kan een commissie instellen zoals bedoeld in artikel 8 van de Wet op de rechtsbijstand. De commissie adviseert, hetzij naar aanleiding van een klacht, hetzij op eigen initiatief, de Raad over maatregelen te nemen tegen advocaten die rechtsbijstand hebben geboden op het terrein van het vreemdelingenrecht en vreemdelingenbewaring. In een afzonderlijk reglement worden de werkzaamheden van en de behandeling van klachten door de commissie geregeld. De ingeschreven advocaat verplicht zich te onderwerpen aan het genoemde reglement.

Bijlage 2

Asiel- en Vluchtelingenrecht

1. Onvoorwaardelijke inschrijving:

De advocaat die wil worden ingeschreven om rechtsbijstand te verlenen aan asielzoekers dient te voldoen aan de algemene inschrijvingsvoorwaarden en bovendien dient hij terzake:

  • a) met succes de beroepsopleiding van de Orde voltooid te hebben. Deze eis geldt niet voor advocaten die werden beëdigd voordat de beroepsopleiding in 1989 werd ingevoerd.

  • b) een certificaat van succesvolle deelname te overleggen aan door de Raad landelijk erkende cursussen op het gebied van het asiel -, vluchtelingen -, en vreemdelingenrecht in de drie jaar voorafgaand aan het verzoek tot deelname10;

  • c) onder begeleiding van een reeds op het terrein van het asiel- en vluchtelingenrecht ingeschreven rechtsbijstandverlener te hebben behandeld van tenminste 1211 zaken betreffende het asiel – en vluchtelingenrecht, waarvan tenminste:

    • i) 6 asielprocedures waarin in het kader van het voornemen een zienswijze is gegeven;

    • ii) 6 asielprocedures waarin beroep is ingesteld bij de rechtbank en de gronden zijn aangevuld c.q. hoger beroep bij de Raad van State en ter terechtzitting pleidooi is gehouden.

  • d) lid te zijn van de Landelijke Werkgroep Rechtshulp aan Vluchtelingen van VluchtelingenWerk;

  • e) desgevraagd aan de Commissie Rechtsbijstand Asielzoekers dossiers beschikbaar te stellen ten behoeve van klachtbehandeling, ambtshalve onderzoek en steekproefsgewijs onderzoek naar de kwaliteit van de asielrechtsbijstand in zijn algemeenheid;

  • f) uitdrukkelijk de verplichting te hebben aanvaard om deelnemers (advocaten en juristen in loondienst) te begeleiden die voorwaardelijk voor het terrein van het asiel – en vluchtelingenrecht zijn ingeschreven;

  • g) te handelen naar de eisen van zorgvuldige en doelmatige asiel – en vluchtelingenrechtsbijstandverlening. In dat kader volgt de advocaat in zijn praktijkvoering de eisen die voortvloeien uit de minimumnormen die zijn opgenomen in de Leidraad voor de asieladvocaat.

2. Voorwaardelijke inschrijving:

De advocaat die voor het eerste jaar voorwaardelijk wil worden ingeschreven om rechtsbijstand te verlenen aan asielzoekers dient ter zake:

  • a) te voldoen aan de hierboven onder 1 genoemde voorwaarde, met uitzondering van de onder c en f genoemde voorwaarden;

  • b) te worden begeleid door een reeds op het terrein van het terrein van het asiel – en vluchtelingenrecht onvoorwaardelijk ingeschreven rechtsbijstandverlener die deelneemt aan de van overheidswege gesubsidieerde rechtsbijstandverlening aan asielzoekers.

Indien voldaan wordt aan de gestelde voorwaarden kan de Raad overgaan tot een voorwaardelijke inschrijving voor een periode van 1 jaar. Deze termijn kan in bijzondere gevallen worden verlengd met een door de Raad te bepalen termijn.

Na afloop van de periode van voorwaardelijke inschrijving gaat de Raad uitsluitend tot onvoorwaardelijke inschrijving over indien uit rapportage van de advocaat en diens begeleider is gebleken dat aan de voorwaarden van lid 1 en de bij de voorwaardelijke inschrijving gestelde voorwaarden wordt voldaan.

3. Deelname aan de spreekuurvoorziening in het AC/Algemene Asielprocedure

Voor deelname aan het rooster op het AC dient de advocaat terzake:

  • a) onvoorwaardelijk of voorwaardelijk tot de verlening van rechtsbijstand op het terrein van het asiel – en vluchtelingenrecht te zijn toegelaten;

  • b) een substantieel deel van de praktijk (minimaal 30 toevoegingen op jaarbasis) dient te bestaan uit asiel – en vluchtelingenzaken. Bij beginnende advocaten op het terrein van het asiel – en vluchtelingenrecht wordt dit aantal voor de eerste maal getoetst aan het einde van het eerste inschrijvingsjaar;

  • c) gebleken moet zijn van actuele kennis van het asiel – en vluchtelingenrecht;

  • d) een schriftelijke verklaring te overleggen van een op het rooster toegelaten rechtsbijstandverlener. Deze toegelaten rechtsbijstandverlener dient te verklaren bereid te zijn de nieuwe rechtsbijstandverlener gedurende minimaal vijf inroosteringen te begeleiden;

  • e) voorafgaand aan de voorwaardelijke inschrijving dient de advocaat ten minste drie maal op het AC mee te lopen met een onvoorwaardelijk toegelaten advocaat.

De Raad kan nadere regels stellen met betrekking tot de frequentie van deelname, de flexibele inzet, de buitenressortelijke inzet en de beschikbaarheid voor een schaduwrooster.

Indien een advocaat op enig moment in het kalenderjaar de grens bereikt van 200 eenheden wordt hij van het rooster op het AC verwijderd. Voor de definitie van het begrip eenheid wordt verwezen naar artikel 5.

De advocaat kan door de Raad bij wijze van maatregel van deelneming aan de spreekuurvoorziening op het AC uitgesloten worden. De deelname eindigt eveneens indien de advocaat niet langer aan de voorwaarden voor de verstrekking van toevoegingen op het terrein van het asiel- en vluchtelingenrecht voldoet.

4. Voortzetting van de inschrijving

Om ingeschreven te blijven dient een (voorwaardelijk) ingeschreven advocaat in ieder jaar van inschrijving:

  • a) tenminste voor het minimum van 10 zaken per jaar op het terrein van het asiel -en vluchtelingenrecht te worden toegevoegd;

  • b) zich op de hoogte te blijven houden van actuele ontwikkelingen op het terrein van het asielrecht – en vluchtelingenrecht, onder andere door het jaarlijks volgen van een op het terrein van het asielrecht toegesneden cursus of deelnemen aan een activiteit, welke in het kader van de permanente opleiding wordt gewaardeerd met tenminste 4 punten12. Desgevraagd behoort de advocaat certificaten te kunnen overleggen waaruit dit aantal punten blijkt;

  • c) lid te zijn van de Landelijke Werkgroep Rechtshulp aan Vluchtelingen van VluchtelingenWerk;

  • d) ten genoegen van de Raad aan te tonen op welke wijze wordt voldaan aan de inschrijvingsvoorwaarden.

Indien niet aan deze voorwaarden voldaan is, zal de Raad de rechtsbijstandverlener als deskundige op het terrein uitschrijven. Uitsluiting dan wel uitschrijving geschiedt op basis van artikel 17 lid 2 van de Wet op de rechtsbijstand.

5. Afwijkingsbevoegdheid

De Raad kan, na zonodig daartoe advies te hebben ingewonnen van de Landelijke Adviescommissie Rechtsbijstand Asiel en Vreemdelingenbewaring, in uitzonderlijke gevallen afwijken van de hierboven onder 1, 2, 3 en 4 genoemde voorwaarden Hierbij

kan bijvoorbeeld worden gedacht aan afwijking van de ervaringseis. Een dergelijke afwijking kan geboden zijn bij een drastische afname van de vraag. Alvorens de Raad

besluit tot een afwijking van deze voorwaarden zal advies worden ingewonnen van de Landelijke Adviescommissie Rechtsbijstand Asiel en Vreemdelingenbewaring (LARAV).

6. Overdracht dossiers

Indien tengevolge van wijziging of beëindiging van de praktijk overdracht van dossiers in asiel- en vluchtelingenzaken aan een andere rechtsbijstandverlener plaats moet vinden, legt de advocaat de wijze waarop deze overdracht is geregeld ter goedkeuring aan de Raad voor.

7. Klachtencommissie Rechtsbijstand Asiel en Vreemdelingenbewaring

De Raad kan een commissie instellen zoals bedoeld in artikel 8 van de Wet op de rechtsbijstand. De commissie adviseert, hetzij naar aanleiding van een klacht, hetzij op eigen initiatief, de Raad over maatregelen te nemen tegen advocaten die rechtsbijstand hebben geboden op het terrein van het vreemdelingenrecht en vreemdelingenbewaring. In een afzonderlijk reglement worden de werkzaamheden van en de behandeling van klachten door de commissie geregeld. De ingeschreven advocaat verplicht zich te onderwerpen aan het genoemde reglement.

8. Uitsluiting

De Raad kan – ambtshalve of naar aanleiding van een schriftelijke klacht – een toegelaten advocaat een waarschuwing geven of al dan niet tijdelijk van de verdere verlening van rechtsbijstand op het terrein van het asiel – en vluchtelingenrecht uitsluiten dan wel andere maatregelen treffen, indien uit concrete feiten of omstandigheden is gebleken van enig handelen of nalaten in strijd met een zorgvuldige en doelmatige asiel – en vluchtelingenrechtbijstandsverlening. Deze maatregelen gaan gepaard gaan met melding aan de Deken en andere betrokkenen. Het advies daartoe wordt aan de Raad uitgebracht door de Klachtencommissie Rechtsbijstand Asiel en Vreemdelingenbewaring.

III b Voorwaarden voor deelneming van advocaten aan het door de Raad opgesteld rooster voor de verlening van rechtsbijstand in bewaringszaken van asielzoekers en andere personen die aan de grens zijn geweigerd13

Opgemelde voorwaarden zijn:

  • a) De advocaat is toegelaten tot de spreekuurvoorziening op het AC/Algemene Asielprocedure

  • b) De advocaat is indeelbaar op het rooster voor de spreekuurvoorziening.

De advocaat kan door de Raad bij wijze van maatregel van deelname aan het rooster worden uitgesloten. De deelneming eindigt eveneens indien de advocaat niet langer aan de voorwaarden voor de verstrekking van toevoegingen op het terrein van het asiel- en vluchtelingenrecht voldoet.

  • ^ [1]

    Asieltoevoegingen tellen voor 1 eenheid.

  • ^ [2]

    Het maximum aantal te declareren punten wordt voor het jaar 2011 bij wijze van eerste normering op 2000 punten gesteld. De Raad zal in 2011 overwegen of en op welke wijze verdere verlaging van de grens plaatsvindt.

  • ^ [3]

    Als voor de regio waarin de advocaat werkt een apart piketrooster voor jeugdstrafzaken is opgemaakt, hoeft de advocaat die dat niet wil, geen punten voor kinder-/jeugdstrafrecht te halen. Onverminderd geldt dan wel de eis van twaalf studiepunten per twee jaar.

  • ^ [4]

    Per 1 januari 2011 zijn goedgekeurd de strafpiketcursussen van OSR, Haagrecht advocaten, Seebregts en Saey en Maastricht University.

  • ^ [5]

    Goedgekeurd is de piketcursus psychiatrisch patiëntenrecht verzorgd door OSR.

  • ^ [6]

    Met betrekking tot het vereiste onder punt 1 geldt de mogelijkheid van ontheffing indien het zaaksaanbod in het gebied waar de regeling van toepassing is te gering is om aan de voorwaarde te voldoen.

  • ^ [7]

    Verplicht is het volgen van de leergang vreemdelingen van de Opleiding Sociaal recht, bestaande uit de module A regulier vreemdelingenrecht I en de module B regulier vreemdelingenrecht II. Andere cursussen op het terrein van het vreemdelingenrecht kunnen voor erkenning aan de Raad worden voorgelegd. Bij het verzoek moet aannemelijk worden gemaakt dat de cursussen tenminste gelijkwaardig zijn, Indien wordt aangetoond dat de advocaat beschikt over een ruime ervaring op het terrein van het vreemdelingenrecht, dan kan bij hoge uitzondering worden afgeweken van de opleidingseis.

  • ^ [8]

    Als goedgekeurde werkgroep in lid 1 onder d geldt in elk geval de werkgroep rechtsbijstand in vreemdelingenzaken van Forum.

  • ^ [9]

    Voor de voortzetting van de inschrijving vreemdelingenrecht geldt een punteneis van 4 punten per jaar. Indien de advocaat tevens deelneemt aan het vreemdelingenpiket en / of bewaringszaken op basis van een toevoeging behandelt, dan dient hij ééns per twee jaar de Workshop Actualiteiten Vrijheidsbeneming van vreemdelingen van de OSR, of een daarmee vergelijkbare cursus, te volgen. Voor advocaten die tevens zijn toegelaten als specialist asiel - en vluchtelingenrecht en die voor de continuering van deze specialisatie 4 punten hebben ingebracht, geldt dat zij voor de continuering van de inschrijving vreemdelingenrecht aanvullend kunnen volstaan met een opleiding die wordt gewaardeerd met twee punten.

  • ^ [10]

    Verplicht is het volgen van de leergang Vreemdelingen / Vluchtelingenrecht van Opleidingen Sociaal Recht, bestaande uit de module A regulier vreemdelingenrecht I, de module B regulier vreemdelingenrecht II en de module C Vluchtelingenrecht, dan wel het volgen van een leergang die naar het oordeel van de Commissie Rechtsbijstand Asiel naar inhoud en diepgang tenminste gelijkwaardig is. Van de verdiepingscursus B Vreemdelingenrecht kan vrijstelling worden verleend indien een advocaat aantoont te beschikken over ruime ervaring op het gebied van het reguliere vreemdelingenrecht.

  • ^ [11]

    De advocaat dient aan te tonen dat hij het genoemde aantal zaken heeft behandeld.

  • ^ [12]

    Naast cursussen zijn de (andere) activiteiten waarop hier wordt gedoeld: deelneming aan AC-bijeenkomsten georganiseerd door de Raad én de Landelijke werkgroep rechtshulp aan Vluchtelingen van VluchtelingenWerk.

  • ^ [13]

    Dit rooster is opgesteld om rechtsbijstand te kunnen waarborgen bij bewaringszaken ex. artikel 6 Vreemdelingenwet.