Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Deelregeling programmeringssubsidies Fonds Podiumkunsten

Geldend van 12-08-2016 t/m heden

Deelregeling programmeringssubsidies Fonds Podiumkunsten

Paragraaf 1. : Algemeen

Artikel 1.1. Definities

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • band: een groep muzikanten, ensemble of andersoortig muzikaal samenwerkingsverband dat regelmatig in vaste samenstelling optreedt, dan wel een solo-muzikant of dj;

  • bestuur: de raad van bestuur van de stichting Nederlands Fonds voor Podiumkunsten+;

  • festival: reeks van onderling samenhangende activiteiten die gedurende een in de tijd beperkte periode onder een gemeenschappelijk noemer worden georganiseerd;

  • Fonds Podiumkunsten: de stichting Nederlands Fonds voor Podiumkunsten+;

  • Nederland: Het Koninkrijk der Nederlanden, bestaande uit Nederland inclusief Bonaire, Sint-Eustatius en Saba en Aruba, Curaçao en Sint Maarten.

Artikel 1.2. Subsidievormen

Het bestuur kan subsidie verstrekken in een of meer van de volgende vormen:

  • a) programmeringssubsidie reguliere programmering in theater- en concertzalen;

  • b) programmeringssubsidie kleinschalige of incidentele programmering;

  • c) programmeringssubsidie festivals;

  • d) programmeringssubsidie podia popmuziek;

  • e) programmeringssubsidie incidentele concerten popmuziek;

  • f) programmeringssubsidie festivals popmuziek.

Artikel 1.3. Beperking

Het bestuur kan een aanvraag geheel of gedeeltelijk weigeren als op enig moment voor een bepaalde activiteit meerdere subsidies zouden worden ontvangen op basis van deze regeling.

Artikel 1.4. Aanvraag of verzoek

  • 1 Een aanvraag of verzoek wordt ingediend met behulp van een door het bestuur opgesteld formulier voor de betreffende subsidievorm.

  • 2 Het bestuur kan een of meer aanvraagrondes per subsidievorm vaststellen. De bijbehorende indiendata worden bekendgemaakt via de website van het Fonds Podiumkunsten.

  • 3 Een aanvraag of verzoek wordt alleen in behandeling genomen als het volledig ingevulde aanvraagformulier tijdig is ontvangen door het Fonds Podiumkunsten en vergezeld gaat van de op het formulier vermelde bijlagen.

  • 4 Het bestuur kan digitale indiening mogelijk maken. Het bepaalde in lid een tot en met drie is van overeenkomstige toepassing.

Artikel 1.5. Procedure

  • 1 Het bestuur kan advies vragen over ingediende verzoeken om aanwijzing of aanvragen om subsidie. Adviseurs beoordelen de aan hen voorgelegde aanvragen en verzoeken met inachtneming van het bepaalde in deze regeling.

  • 2 Het bestuur informeert de aanvrager binnen 13 weken na de uiterlijke indiendatum schriftelijk over zijn besluit. Als voor de motivering van het besluit wordt verwezen naar een over de aanvraag uitgebracht advies wordt de tekst van het advies aan de aanvrager toegezonden.

Artikel 1.6. Subsidieplafond

  • 1 Het bestuur kan een of meer subsidieplafonds vaststellen voor de in deze regeling opgenomen subsidievormen.

  • 2 Het bestuur kan eerder vastgestelde subsidieplafonds verhogen of verlagen.

  • 3 Besluiten als bedoeld in het eerste en tweede lid worden bekendgemaakt via de website van het Fonds Podiumkunsten.

Artikel 1.7. Verdeling budget

  • 1 Aanvragen die aan de voorwaarden voldoen om voor subsidie in aanmerking te komen worden onderverdeeld in drie categorieën:

    • a: honoreren;

    • b: honoreren voor zover het budget dat toelaat; en

    • c: niet honoreren.

  • 2 Als een subsidieplafond ontoereikend is om alle aanvragen in de categorieën a en b te honoreren, plaatst het bestuur de aanvragen in categorie b in een rangorde op basis van de criteria voor de betreffende aanvragen.

  • 3 Het bestuur honoreert eerst de aanvragen in categorie a voor het geadviseerde subsidiebedrag en vervolgens de aanvragen in categorie b voor het geadviseerde subsidiebedrag in volgorde van de rangorde totdat het subsidieplafond is bereikt. De resterende aanvragen worden afgewezen.

  • 4 Indien het bestuur een subsidieplafond verhoogt, wordt eerst het subsidiebedrag van een aanvraag die wegens ontoereikendheid van het budget gedeeltelijk was gehonoreerd alsnog verhoogd tot het geadviseerde subsidiebedrag.

  • 5 Het bepaalde in de voorgaande leden geldt niet voor subsidievormen als bedoeld in de paragrafen 7 en 8, waarvoor geldt dat het subsidie in dat geval wordt verdeeld op volgorde van ontvangst van de complete aanvraag, en voor de subsidievormen als bedoeld in de paragrafen 3 en 6, waarvoor geldt dat alle aanvragers eenzelfde percentage van het subsidiebedrag ontvangen waarop zij recht zouden hebben als het budget wel toereikend zou zijn.

Artikel 1.8. Algemene weigeringsgronden

Het bestuur kan, onverminderd het bepaalde in artikel 4:35 van de Algemene wet bestuursrecht, subsidie weigeren:

  • a. als de aanvraag onvoldoende concreet is met betrekking tot de uit te voeren activiteiten;

  • b. als reeds tweemaal eerder voor dezelfde activiteit subsidie is aangevraagd;

  • c. als de aanvrager geen rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid is;

  • d. als de aanvrager in de voorgaande twee jaar niet heeft voldaan aan een of meer aan een subsidie verbonden voorwaarden of verplichtingen, waaronder in elk geval ook vallen het juist en tijdig afronden van de gesubsidieerde activiteiten, het tijdig melden van relevante veranderingen in de uitvoering en het juist en tijdig verantwoorden van de activiteiten;

  • e. als de aanvrager reeds een instellingssubsidie van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap of een meerjarige activiteitensubsidie van het Fonds Podiumkunsten ontvangt;

  • f. als de aanvrager niet voldoet aan de voor de betreffende instelling gebruikelijke normen met betrekking tot good governance op het terrein van goed bestuur, adequaat toezicht en transparante verantwoording.

Paragraaf 2. : Programmeringssubsidie reguliere programmering in theater- en concertzalen

Artikel 2.1. Doel

Het bestuur verstrekt programmeringssubsidies voor voorstellingen en concerten in theater- of concertzalen om bij te dragen aan een gevarieerd en kwalitatief hoogwaardig podiumkunstenaanbod in Nederland.

Artikel 2.2. Aanvrager

  • 1 Een aanvraag kan worden gedaan door een rechtspersoon die artistiek en financieel eindverantwoordelijk is voor de programmering van een of meer theater- of concertzalen.

Artikel 2.3. Subsidieaanvraag

  • 1 Een aanvraag kan worden gedaan voor:

    • a) het programmeren van een of meer concertzalen waarin uitsluitend muziek wordt getoond of

    • b) het programmeren van een of meer theaterzalen waarin dans, theater of muziektheater wordt getoond, eventueel in combinatie met muziek.

  • 2 Het indienen van een aanvraag is alleen mogelijk als de aanvrager kan aantonen dat

    • a) minimaal een van de zalen waarvoor wordt aangevraagd een capaciteit van meer dan 200 bezoekers heeft en

    • b) in de zalen waarvoor wordt aangevraagd minimaal 100 professionele voorstellingen of concerten per jaar plaatsvinden en

    • c) ten minste 20% van de geprogrammeerde voorstellingen of concerten dankzij een financiële bijdrage van een Nederlandse overheid tot stand is gekomen dan wel ten minste 20% van de geprogrammeerde voorstellingen of concerten afkomstig is uit het buitenland.

  • 3 Als een rechtspersoon verantwoordelijk is voor het programmeren van zowel een of meer theaterzalen als een of meer concertzalen, kan zij twee losse aanvragen indienen met betrekking tot deze zaal of zalen. In dat geval dient elke aanvraag afzonderlijk aan het bepaalde in deze paragraaf te voldoen.

  • 4 Als peiljaar geldt het kalenderjaar voorafgaand aan het jaar waarin de subsidieaanvraag wordt ingediend.

  • 5 Een aanvraag moet betrekking hebben op twee kalenderjaren.

  • 6 Aanvragen worden in één gezamenlijke ronde behandeld die eens per twee jaar plaatsvindt.

Artikel 2.4. Beoordeling

  • 1 Aanvragen worden beoordeeld aan de hand van de volgende criteria:

    • a) artistieke positie van de aanvrager;

    • b) publieksfunctie van de aanvrager;

    • c) inbedding in de omgeving.

  • 2 Aanvullend kan in de beoordeling worden gekeken naar de bijdrage die aanvragen leveren aan de pluriformiteit en spreiding van het podiumkunstenaanbod binnen Nederland. Daarbij worden de aanvragen in drie groepen ingedeeld:

    • Aanvragen die betrekking hebben op een of meer zalen waarin uitsluitend muziek wordt geprogrammeerd ('concertzalen');

    • Aanvragen die betrekking hebben op een of meer zalen met een gemengde programmering waarvan de grootste zaal meer dan 400 stoelen telt (‘grote theaterzalen’);

    • Aanvragen die betrekking hebben op een of meer zalen met een gemengde programmering waarvan de grootste zaal tussen de 201 en 400 stoelen telt ('middelgrote theaterzalen');

    waarbij binnen elk van deze groepen wordt gestreefd naar een evenwichtig gespreid netwerk van in het kader van deze paragraaf door het Fonds Podiumkunsten ondersteunde aanvragers.

Artikel 2.5. Hoogte subsidie

  • 1 Het subsidie bedraagt minimaal € 25.000 en maximaal € 50.000 per jaar.

  • 2 De hoogte van het subsidie wordt vastgesteld op basis van de aard en omvang van de activiteiten.

  • 3 Het bestuur kan een maximum subsidiebedrag per aanvrager per jaar vaststellen.

Artikel 2.6. Samenloop

Een subsidieaanvraag op grond van artikel 2.2 kan geen betrekking hebben op een zaal die al is aangewezen als kernpodium in het kader van paragraaf 6.

Paragraaf 3. : Programmeringssubsidie kleinschalige of incidentele programmering

Artikel 3.1. Doel

Het bestuur verstrekt programmeringssubsidies voor het op kleine schaal of incidenteel programmeren van voorstellingen en concerten om bij te dragen aan een gevarieerd podiumkunstenaanbod in Nederland.

Artikel 3.2. Verzoek tot aanwijzing

  • 1 Instellingen die in aanmerking willen komen voor subsidie in het kader van deze paragraaf, kunnen een verzoek doen aan het bestuur om aangewezen te worden.

  • 2 Een verzoek tot aanwijzing als bedoeld in het eerste lid kan worden gedaan door een rechtspersoon die artistiek en financieel eindverantwoordelijk is voor de programmering van een reeks concerten op een of meer locaties en kan aantonen op elk van deze locaties een reeks van minimaal 6 subsidiabele voorstellingen of concerten per kalenderjaar te realiseren.

  • 3 Verzoeken tot aanwijzing worden in één gezamenlijke ronde behandeld die eens per twee jaar plaatsvindt en betrekking heeft op twee kalenderjaren.

Artikel 3.3. Beoordeling

  • 1 Verzoeken tot aanwijzing worden beoordeeld aan de hand van de volgende criteria:

    • a) visie op de artistieke positie van de aanvrager;

    • b) visie op de publieksfunctie van de aanvrager;

    • c) bijdrage aan de pluriformiteit;

    • d) bijdrage aan geografische spreiding.

  • 2 Op basis van de aard en omvang van de programmering wordt een aanvrager ingedeeld in categorie 1, 2 of 3.

Artikel 3.4. Subsidieaanvraag

  • 1 Subsidie wordt na afloop van ieder kalenderkwartaal verstrekt op basis van een aanvraag van een in het kader van deze paragraaf aangewezen instelling.

  • 2 Een aanvraag kan worden gedaan door het indienen van de relevante financiële gegevens op een door het bestuur te bepalen wijze.

  • 3 Aanvragen moeten zijn ontvangen op de laatste dag van de kalendermaand volgend op het kwartaal waarvoor subsidie wordt aangevraagd.

  • 4 Het bestuur kan bij de subsidieverstrekking bepalen dat deze plaatsvindt onder de voorwaarde dat de aanvrager over een of meer door het bestuur te bepalen voorstellingen of concerten aanvullende informatie instuurt waarmee kan worden aangetoond dat de activiteit werkelijk heeft plaatsgevonden en voldoet aan de eisen om voor subsidie in aanmerking te komen.

Artikel 3.5. Subsidiabele activiteiten

Voor subsidie komen in aanmerking voorstellingen of concerten op het terrein van professionele podiumkunsten die openbaar toegankelijk zijn en waarvoor betaalde entree geldt.

Artikel 3.6. Hoogte subsidie

  • 1 Het subsidie bedraagt de helft van het tekort per voorstelling of concert.

  • 2 Voor een aanvrager uit categorie 1 wordt het tekort als volgt vastgesteld: de betaalde uitkoopsommen of brutogages maal 150% minus de gerealiseerde inkomsten uit entreegelden exclusief BTW.

  • 3 Voor een aanvrager uit categorie 2 of 3 wordt het rekentekort als volgt berekend: de betaalde uitkoopsommen of brutogages minus de gerealiseerde inkomsten uit entreegelden exclusief BTW.

  • 4 Per categorie geldt het volgende maximum per kalenderjaar:

    categorie 1: € 5.000;

    categorie 2: € 15.000;

    categorie 3: € 25.000.

Artikel 3.7. Samenloop

Een aanvrager kan niet op grond van artikel 3.2 worden aangewezen als deze reeds een andere subsidie op basis van deze regeling ontvangt voor het betreffende tijdvak.

Paragraaf 4. : Programmeringssubsidie festivals

Artikel 4.1. Doel

Het bestuur verstrekt programmeringssubsidies als bijdrage in de programmeringskosten van festivals om bij te dragen aan het bereiken van een zo groot mogelijk publiek met podiumkunstuitingen met voldoende artistiek-inhoudelijke kwaliteit in Nederland.

Artikel 4.2. Aanvrager

Een aanvraag kan worden gedaan door een rechtspersoon zonder winstoogmerk die primair gericht is op het vanuit een artistiek-inhoudelijk uitgangspunt organiseren van een festival met een substantieel aandeel professionele podiumkunsten.

Artikel 4.3. Subsidieaanvraag

  • 1 Een aanvraag moet betrekking hebben op de programmering van twee edities van een festival.

  • 2 Op het moment van indiening van de aanvraag moet minimaal al een keer eerder een editie hebben plaatsgevonden van het festival waarvoor subsidie wordt aangevraagd.

  • 3 Aanvragen worden in één gezamenlijke ronde behandeld die eens per twee jaar plaatsvindt en betrekking heeft op twee kalenderjaren.

Artikel 4.4. Beoordeling

Aanvragen worden ten opzichte van elkaar afgewogen aan de hand van de volgende criteria:

  • a) kwaliteit van het programmeringsprofiel op het gebied van podiumkunsten;

  • b) positionering en inbedding in de omgeving;

  • c) ondernemerschap;

  • d) bijdrage aan pluriformiteit;

  • e) bijdrage aan geografische spreiding.

Artikel 4.5. Hoogte subsidie

  • 1 De subsidie bedraagt € 12.500, € 25.000, € 37.500 of € 50.000 per festivaleditie, maar nooit meer dan de kosten die direct samenhangen met de programmering die het festival verzorgt.

  • 2 De hoogte van het subsidie wordt gebaseerd op de gegevens uit de aanvraag en wordt als volgt vastgesteld:

    a. Bij festivals die 7 dagen of korter duren waar minder dan 100 uitvoeringen plaatsvinden:

     

    – Programmeringskosten tot € 100.000

    € 12.500

    – Programmeringskosten € 100.000 en hoger

    € 25.000

    b. Bij festivals die 7 dagen of korter duren waar 100 of meer uitvoeringen plaatsvinden:

     

    – Programmeringskosten tot € 100.000

    € 12.500

    – Programmeringskosten € 100.000 tot € 300.000

    € 25.000

    – Programmeringskosten € 300.000 en hoger

    € 37.500

    c. Bij festivals die 8 dagen of langer duren waar minder dan 100 uitvoeringen plaatsvinden:

     

    – Programmeringskosten tot € 100.000

    € 25.000

    – Programmeringskosten € 100.000 en hoger

    € 37.500

    d. Bij festivals die 8 dagen of langer duren waar 100 of meer uitvoeringen plaatsvinden:

     

    – Programmeringskosten tot € 100.000

    € 25.000

    – Programmeringskosten € 100.000 tot € 300.000

    € 37.500

    – Programmeringskosten € 300.000 en hoger

    € 50.000

  • 3 Het bestuur kan een lager subsidiebedrag toekennen als gegevens over de recente edities daartoe aanleiding geven.

  • 4 De subsidie wordt verstrekt voor 24 maanden.

Artikel 4.6. Samenloop

Een programmeringssubsidie festivals kan alleen worden verstrekt aan aanvragers die in het betreffende jaar geen andere subsidie op basis van deze regeling ontvangen.

Paragraaf 5. : Programmeringssubsidie nieuwe festivals [Vervallen per 12-08-2016]

Artikel 5.1. Doel [Vervallen per 12-08-2016]

Artikel 5.2. Aanvrager [Vervallen per 12-08-2016]

Artikel 5.3. Subsidieaanvraag [Vervallen per 12-08-2016]

Artikel 5.4. Beoordeling [Vervallen per 12-08-2016]

Artikel 5.5. Hoogte subsidie [Vervallen per 12-08-2016]

Artikel 5.6. Samenloop [Vervallen per 12-08-2016]

Paragraaf 6. : Programmeringssubsidie podia popmuziek

Artikel 6.1. Doel

Het bestuur verstrekt programmeringssubsidies voor concerten van Nederlandse bands in gespecialiseerde zalen om bij te dragen aan de ontwikkeling in de popmuziek in Nederland.

Artikel 6.2. Verzoek tot aanwijzing

  • 1 Instellingen die in aanmerking willen komen voor subsidie in het kader van deze paragraaf, kunnen een verzoek doen aan het bestuur tot aanwijzing van een specifieke zaal waarvoor de instelling zowel artistiek als financieel verantwoordelijk is.

  • 2 Een verzoek tot aanwijzing als bedoeld in het eerste lid kan worden gedaan door een rechtspersoon zonder winstoogmerk.

  • 3 Aanwijzing in het kader van deze paragraaf kan eenmaal per jaar worden aangevraagd op een door het bestuur vast te stellen moment en vindt plaats voor onbepaalde tijd.

Artikel 6.3. Beoordeling verzoek

  • 1 Om aangewezen te worden is vereist dat een instelling kan aantonen te beschikken over een vaste zaal met voldoende faciliteiten en daar een brede programmering te verzorgen die overwegend gericht is op popmuziek, voldoende professioneel te werken, en voor concerten die subsidiabel zouden zijn op basis van deze paragraaf sprake is van redelijke toegangsprijzen, redelijke gages en voldoende publieksbereik.

  • 2 De instelling wordt aangewezen als:

    • Kernpodium C als zij in het voorgaande jaar in de zaal waarop het verzoek betrekking heeft minimaal 10 concerten van subsidiabele bands heeft georganiseerd en de zaalcapaciteit minimaal 200 en maximaal 350 bezoekers is;

    • Kernpodium B als zij in het voorgaande jaar in de zaal waarop het verzoek betrekking heeft minimaal 20 concerten van subsidiabele bands heeft georganiseerd en de zaalcapaciteit meer dan 350 bezoekers is;

    • Kernpodium A als zij in het voorgaande jaar was aangewezen als Kernpodium B, in dat jaar meer dan 100 concerten heeft georganiseerd in de zaal waarop het verzoek betrekking heeft waarvan minimaal 25 van subsidiabele bands, het gemiddeld aantal bezoekers bij deze concerten boven het gemiddelde ligt van Kernpodia B en de zaalcapaciteit minimaal 450 bezoekers is.

Artikel 6.4. Subsidieaanvraag

  • 1 Subsidie wordt na afloop van iedere kalendermaand verstrekt op basis van een aanvraag van een in het kader van deze paragraaf aangewezen instelling.

  • 2 Een aanvraag kan worden gedaan door het indienen van de relevante gegevens op een door het bestuur te bepalen wijze.

  • 3 Aanvragen moeten zijn ontvangen op de laatste dag van de kalendermaand volgend op de maand waarvoor subsidie wordt aangevraagd.

  • 4 Het bestuur kan bij de subsidieverstrekking bepalen dat deze plaatsvindt onder de voorwaarde dat de aanvrager over een of meer door het bestuur te bepalen concerten aanvullende informatie instuurt waarmee kan worden aangetoond dat het concert werkelijk heeft plaatsgevonden en voldoet aan de eisen om voor subsidie in aanmerking te komen.

Artikel 6.5. Subsidiabele activiteiten

  • 1 Voor subsidie komen in aanmerking concerten:

    • a. waarbij een of meer Nederlandse bands optreden;

    • b. die zijn opgenomen in het publiciteitsmateriaal van de betreffende zaal;

    • c. die openbaar toegankelijk zijn;

    • d. die plaatsvinden op het podium;

    • e. waarvoor de toegangsprijs minimaal € 2,50 bedraagt;

    • f. niet zijnde benefietconcerten of concerten voor een goed doel.

  • 2 Een band wordt aangemerkt als Nederlandse band als minimaal de helft van de leden woonachtig is in Nederland op basis van een geldige verblijfstitel

  • 3 Een concert komt alleen in aanmerking voor subsidie als het totaal van de betaalde brutogages of uitkoopsommen voor de Nederlandse bands binnen de volgende normen vallen:

    • minimaal € 225,– als het concert één Nederlandse band betreft en het optreden plaatsvindt in combinatie met een optreden van een band waarvan meer dan de helft van de leden niet woonachtig is in Nederland of minimaal € 450,– als het concert uitsluitend één Nederlandse band betreft en maximaal € 2.300,–;

    • minimaal € 575,– en maximaal € 2.550,– als het concert twee Nederlandse bands betreft;

    • minimaal € 800,– en maximaal € 2.800,– als het concert drie Nederlandse bands betreft;

    • minimaal € 1.025,– en maximaal € 3.050,– als het concert vier Nederlandse bands betreft.

  • 4 Als de instelling is aangewezen als Kernpodium A geldt in plaats van het in het vorige lid genoemde maximale bedrag voor de betaalde brutogages of uitkoopsommen het bedrag dat het product is van de entreeprijs van het concert maal de bezoekerscapaciteit van de betreffende zaal.

Artikel 6.6. Hoogte subsidie

  • 1 Het subsidie per concert bedraagt maximaal 50% van het totaal van de betaalde uitkoopsommen of brutogages voor Nederlandse bands na verhoging met € 400,–, tenzij dit meer dan € 1.000 is, in welk geval het subsidie per concert maximaal € 1.000,– bedraagt.

  • 2 Het subsidie per concert is gelijk aan het verschil tussen de betaalde uitkoopsommen of brutogages voor alle bands verhoogd met € 400,– en de gerealiseerde inkomsten uit entreegelden met inachtneming van het in het eerste lid opgenomen maximum.

  • 3 Het bestuur kan een maximum subsidiebedrag per aanvrager per kalenderjaar vaststellen.

Artikel 6.7. Verplichtingen

  • 1 Een instelling organiseert:

    • minimaal 10 subsidiabele concerten per kalenderjaar als de instelling is aangewezen als Kernpodium C;

    • minimaal 20 subsidiabele concerten per kalenderjaar als de instelling is aangewezen als Kernpodium B;

    • minimaal 25 subsidiabele concerten per kalenderjaar als de instelling is aangewezen als Kernpodium A.

  • 2 Het publieksbereik van alle subsidiabele concerten ligt:

    • niet meer dan 25% onder het gemiddelde van de gezamenlijke Kernpodia B als de instelling is aangewezen als Kernpodium B of onder het gemiddelde van de gezamenlijke Kernpodia C als de instelling is aangewezen als Kernpodium C;

    • boven het gemiddelde van de gezamenlijke Kernpodia B als de instelling is aangewezen als Kernpodium A.

Artikel 6.8. Tijdelijke uitbreiding

  • 1 Instellingen die zijn aangewezen in het kader van deze paragraaf kunnen aanvullend subsidie ontvangen voor concerten die voldoen aan de voorwaarden uit artikel 6.5, eerste en tweede lid, maar die niet plaatsvinden op het podium maar buiten de eigen locatie en daar herkenbaar zijn als onderdeel van de programmering van de betreffende instelling.

  • 2 De subsidie per concert bedraagt nooit meer dan 50% van het totaal van de betaalde uitkoopsommen of brutogages voor Nederlandse bands na verhoging met € 400,–, tenzij dit meer dan € 1.000 is, in welk geval de subsidie maximaal € 1.000,– per concert bedraagt.

  • 3 De subsidie per concert is gelijk aan het verschil tussen de betaalde uitkoopsommen of brutogages voor alle bands verhoogd met € 400,– en de gerealiseerde inkomsten uit entreegelden met inachtneming van het in het tweede lid opgenomen maximum.

  • 4 Het fonds kan een concert als niet-subsidiabel aanmerken als de betaalde gage niet redelijk is.

  • 5 Aan een aangewezen instelling wordt in het kader van dit artikel nooit meer dan € 2.500 subsidie per kalenderjaar verstrekt.

Artikel 6.9. Samenloop

Een verzoek tot aanwijzing op grond van artikel 6.2 kan geen betrekking hebben op een zaal voor de activiteiten waarvan reeds een subsidie is toegekend in het kader van paragraaf 2 of 3.

Paragraaf 7. : Programmeringssubsidie incidentele concerten popmuziek

Artikel 7.1. Doel

Het bestuur verstrekt programmeringssubsidies voor het incidenteel organiseren van concerten van Nederlandse bands om bij te dragen aan de ontwikkeling in de popmuziek in Nederland.

Artikel 7.2. Aanvrager

Een aanvraag kan worden gedaan door een rechtspersoon zonder winstoogmerk die zowel artistiek als financieel verantwoordelijk is voor de programmering van een zaal en daar in het jaar voorafgaand aan dat waarvoor de aanvraag wordt ingediend minimaal 6 concerten op het gebied van popmuziek heeft georganiseerd.

Artikel 7.3. Subsidieaanvraag

  • 1 Aanvragen moeten uiterlijk 4 weken na het plaatsvinden van het laatste concert waarop de aanvraag betrekking heeft zijn ontvangen,

  • 2 Alle concerten moeten in dezelfde zaal en in hetzelfde kalenderjaar hebben plaatsgevonden.

Artikel 7.4. Subsidiabele activiteiten

  • 1 Voor subsidie komen in aanmerking concerten:

    • waarbij één of meer Nederlandse bands optreden aan wie een gage of uitkoopsom is betaald;

    • die zijn opgenomen in het publiciteitsmateriaal van de betreffende zaal;

    • die openbaar toegankelijk zijn;

    • waarvoor de toegangsprijs minimaal € 2,50 bedraagt;

    • niet zijnde benefietconcerten of concerten voor een goed doel.

  • 2 Een band wordt aangemerkt als Nederlandse band als minimaal de helft van de leden woonachtig is in Nederland op basis van een geldige verblijfstitel.

Artikel 7.5. Hoogte subsidie

  • 1 Het subsidie per concert bedraagt nooit meer dan 50% van het totaal van de betaalde uitkoopsommen of brutogages voor Nederlandse bands na verhoging met € 400,–, tenzij dit meer dan € 1.000 is, in welk geval het subsidie maximaal € 1.000,– per concert bedraagt.

  • 2 Het subsidie per concert is gelijk aan het verschil tussen de betaalde uitkoopsommen of brutogages voor alle bands verhoogd met € 400,– en de gerealiseerde inkomsten uit entreegelden met inachtneming van het in het eerste lid opgenomen maximum.

  • 3 Als het totale subsidie voor alle in een aanvraag opgenomen concerten minder zou bedragen dan € 250,– wordt het subsidie op nihil vastgesteld.

  • 4 Aan een aanvrager wordt per kalenderjaar nooit meer dan € 2.500,– subsidie verstrekt.

Artikel 7.6. Samenloop

Een programmeringssubsidie incidentele concerten popmuziek kan alleen worden verstrekt aan aanvragers die in het betreffende jaar geen andere subsidie op basis van deze regeling ontvangen.

Paragraaf 8. : Programmeringssubsidie festivals popmuziek

Artikel 8.1. Doel

Het bestuur verstrekt programmeringssubsidies voor festivals op het gebied van popmuziek waar concerten van Nederlandse bands plaatsvinden om bij te dragen aan de ontwikkeling in de popmuziek in Nederland.

Artikel 8.2. Aanvrager

  • 1 Een aanvraag kan worden gedaan door een rechtspersoon zonder winstoogmerk die vanuit een artistiek-inhoudelijk uitgangspunt een festival organiseert waarbij concerten van Nederlandse bands een substantieel aandeel van de programmering vormen.

  • 2 Een aanvrager kan niet vaker dan eenmaal per jaar subsidie ontvangen op basis van deze paragraaf.

Artikel 8.3. Subsidieaanvraag

  • 1 Aanvragen moeten uiterlijk 8 weken na het plaatsvinden van het festival zijn ontvangen.

  • 2 Het festival waarvoor wordt aangevraagd dient niet vaker dan eenmaal per jaar plaats te vinden, minimaal 4 bands op het gebied van popmuziek te programmeren, openbaar toegankelijk te zijn, een omzet van maximaal € 250.000,– te hebben en geen benefietfestival te zijn.

Artikel 8.4. Subsidiabele activiteiten

  • 1 Voor subsidie komen in aanmerking concerten op het festival van Nederlandse bands.

  • 2 Een band wordt aangemerkt als Nederlandse band als minimaal de helft van de leden woonachtig is in Nederland op basis van een geldige verblijfstitel.

Artikel 8.5. Hoogte subsidie

  • 1 Het subsidie is gelijk aan het gerealiseerde tekort op de totale exploitatie van de betreffende editie van het festival tot een bepaald maximum.

  • 2 Als de aanvraag betrekking heeft op een festival met een omzet groter dan € 25.000 of op een festival dat minimaal 3.000 bezoekers heeft getrokken, bedraagt het subsidie nooit meer dan 50% van de betaalde uitkoopsommen of brutogages voor Nederlandse bands waarvoor het betaalde brutogage of uitkoopsom minimaal € 225,– en maximaal € 2.500,– bedraagt en nooit meer dan € 2.750,– per festival. In alle andere gevallen bedraagt het subsidie nooit meer dan 50% van de betaalde uitkoopsommen of brutogages voor Nederlandse bands en nooit meer dan € 1.500 per festival.

  • 3 Als het subsidie op basis van het eerste dan wel tweede lid minder zou bedragen dan € 250,– wordt het subsidie op nihil bepaald.

Artikel 8.6

Een programmeringssubsidie festivals popmuziek kan alleen worden verstrekt aan aanvragers die in het betreffende jaar geen andere subsidie op basis van deze regeling ontvangen.

Paragraaf 9. : Overige bepalingen

Artikel 9.1. Aan het subsidie verbonden verplichtingen

  • 1 De ontvanger van het subsidie meldt onverwijld aan het bestuur van het fonds als:

    • a. de activiteiten waarvoor subsidie is verstrekt niet of niet geheel zullen doorgaan;

    • b. niet of niet geheel aan de aan het subsidie verbonden verplichtingen zal worden voldaan; of

    • c. er aanzienlijke wijzigingen zijn ten opzichte van het plan op basis waarvan subsidie is verstrekt.

  • 2 De ontvanger van het subsidie plaatst het logo of de naam van het Fonds Podiumkunsten op alle publiciteitsuitingen die betrekking hebben op de gesubsidieerde activiteiten en stuurt exemplaren van drukwerk dat betrekking heeft op de officiële programmagegevens aan het Fonds Podiumkunsten.

  • 3 Het bestuur kan bij beschikking andere dan de in het eerste en tweede lid opgenomen verplichtingen aan het subsidie verbinden.

Artikel 9.2. Verantwoording subsidies nieuwe festivals [Vervallen per 12-08-2016]

Artikel 9.3. Verantwoording subsidies reguliere programmering en programmeringssubsidie festivals

Voor subsidies die zijn verstrekt op basis van de paragrafen 2 en 4 stuurt de ontvanger van het subsidie binnen 3 maanden na het verstrijken van de in de beschikking opgenomen einddatum een korte verantwoording in over de verrichte activiteiten waarmee kan worden aangetoond dat de gesubsidieerde activiteiten volgens plan hebben plaatsgevonden.

Artikel 9.4. Intrekking van het subsidie of de aanwijzing

  • 1 Als op enig moment blijkt dat niet is voldaan aan een enige verplichting, kan het bestuur het subsidie lager vaststellen of intrekken.

  • 2 Als blijkt dat een aangewezen instelling niet langer aan de voorwaarden voor aanwijzing voldoet of als blijkt dat niet is voldaan aan een enige verplichting kan het bestuur de aanwijzing intrekken. Intrekking van de aanwijzing kan tegen het einde van een kalenderkwartaal.

  • 3 De instelling wordt vooraf geïnformeerd over een voornemen tot intrekking van het subsidie of van de aanwijzing.

Artikel 9.5. Begrotingsvoorbehoud

Subsidie wordt verleend onder voorbehoud van verstrekking van de bijbehorende middelen door de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.

Artikel 9.6. Inwerkingtreding en overgangsrecht

  • 1 Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

  • 2 Het bestuur kan aanvragers wiens aanvraag om subsidie op basis van paragraaf 3 voor de periode 2011–2012 wordt geweigerd terwijl zij wel subsidie ontvingen in de periode 2009–2010 op basis van de Deelregeling Kleinschalige Podia van het Nederlands Fonds voor Podiumkunsten+ 2009–2010 een subsidie verstrekken voor een periode van maximaal 6 maanden om hen in de gelegenheid te stellen reeds geplande voorstellingen en concerten te realiseren.

  • 3 In afwijking op het bepaalde in paragraaf 6 geldt voor podia die voor 2010 door het bestuur waren aangemerkt als groot podium of kernpodium in het kader van de Deelregeling Nederlands Popmuziek Plan dat zij door het bestuur ambtshalve aangewezen kunnen worden als Kernpodium A, B of C in het kader van deze regeling met ingang van 1 januari 2011.

Artikel 9.7. Intrekking [Vervallen per 22-12-2014]

Artikel 9.8. Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Deelregeling programmeringssubsidies Fonds Podiumkunsten.

Dit besluit zal in de Staatscourant worden geplaatst.

Het bestuur van het Nederlands Fonds voor Podiumkunsten+

,
namens deze:

G. Lawson,

directeur / voorzitter Raad van Bestuur.