Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Aanwijzing executie-indicator en formulier risicoprofiel

Geldend van 01-01-2011 t/m heden

Aanwijzing executie-indicator en formulier risicoprofiel

Samenvatting

Deze aanwijzing geeft regels over het gebruik van de executie-indicator en het formulier risicoprofiel bij volwassen en jeugdige gedetineerden.

Achtergrond

Executie-indicator

Ernstige zedendelicten, ernstige geweldsdelicten en mensenhandel: controle query

De Minister van Veiligheid en Justitie heeft het OM gevraagd om de executie-indicator in elk geval te plaatsen bij een veroordeling voor een ernstig zedendelict, een ernstig geweldsdelict en mensenhandel. Hiermee wordt gewaarborgd dat het OM door DJI wordt betrokken bij het verlenen van vrijheden aan gedetineerden die voor deze delicten onherroepelijk zijn veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf. De Penitentiaire maatregel biedt hiervoor de basis. Als het OM een executie-indicator heeft geplaatst bij een vonnis of arrest, moet DJI het OM altijd om advies vragen alvorens een besluit te nemen over verlof of detentiefasering. Voor jeugdigen geldt ingevolgde het Reglement Justitiële jeugdinrichtingen een overeenkomstige regeling. Bij jeugdigen geldt de executie-indicator zowel voor de onvoorwaardelijke jeugddetentie als voor de onvoorwaardelijke PIJ-maatregel.

De executie-indicator is een aantekening van het OM bij het aanbieden ter executie van een vonnis of arrest aan de Minister. De beslissing om een executie-indicator te plaatsen wordt echter om praktische redenen zoveel mogelijk al genomen bij de vordering inbewaringstelling. Bij het vrijgeven voor executie van vonnissen en arresten vindt controle plaats op de plaatsing van de executie-indicator bij een veroordeling voor een ernstig zedendelict, een ernstig geweldsdelict en mensenhandel. Dit geldt zowel voor veroordelingen tot onvoorwaardelijke gevangenisstraf als voor veroordelingen tot onvoorwaardelijke jeugddetentie of de onvoorwaardelijke PIJ-maatregel. Het OM heeft ter ondersteuning van de controle bij vrijgeven voor executie een query ontwikkeld. De bedrijfsprocessensystemen GPS en NIAS worden nog aangepast, zodat de plaatsing en de controle daarop bij vrijgeven oor executie ook door automatisering worden ondersteund.

Huiselijk-geweldzaken en kindermishandelingszaken: controle door beoordelaar

Ook in de Aanwijzing huiselijk geweld en eergerelateerd geweld en in de Aanwijzing opsporing en vervolging inzake kindermishandeling wordt het gebruik van de executie-indicator voorgeschreven. Dit betekent dat de beoordelaar in een ernstige huiselijk-geweldzaak of een ernstige kindermishandelingszaak altijd de executie-indicator plaatst, zodra tegen de verdachte(n) een vordering inbewaringstelling wordt ingediend (mogelijk begin detentie). De controle hierop door de beoordelaar moet handmatig plaatsvinden.

Voorwaardelijke invrijheidstelling: facultatief

Aan de aanwijzing is een nieuwe bijlage toegevoegd: het standaardformulier advies inzake voorwaardelijke invrijheidstelling. Dit formulier wordt door het OM gebruikt ter uitvoering van de Wet voorwaardelijke invrijheidstelling (in werking getreden op 1 juli 2008). Als het parket wil adviseren over het opleggen van bijzondere voorwaarden bij de voorwaardelijke invrijheidstelling plaatst het ook de executie-indicator. In dat geval wordt het advies aan het parket niet gevraagd door de Minister maar door de Centrale Voorziening voorwaardelijke invrijheidstelling (v.i.) van het OM.

Spreekwaardige delicten: controle door beoordelaar

De aanwijzing is tevens aangepast aan de inwerkingtreding van de Wet ter versterking van de positie van het slachtoffer per 1 januari 2011. Bij spreekwaardige delicten, zoals omschreven in art. 51 e lid 4 van het Wetboek van Strafvordering, hebben slachtoffers en nabestaanden een wettelijk recht op informatievoorziening, zowel over het verloop van de strafzaak als over de executiefase na onherroepelijke veroordeling. In een strafzaak met een verdenking wegens een spreekwaardig delict zal de beoordelaar daarom eveneens de executie-indicator plaatsen.

De controle hierop door de beoordelaar moet handmatig plaatsvinden. Het plaatsen van de executie-indicator stelt het OM in staat om DJI desgevraagd te adviseren over te verlenen vrijheden na onherroepelijke veroordeling, en slachtoffers en nabestaanden die dat wensen te informeren als vrijheden worden verleend.

Vrijheden tijdens voorlopige hechtenis: adviesaanvaag aan het OM verplicht

Zolang er sprake is van voorlopige hechtenis, ook tijdens appel of cassatie, moet het OM per definitie door DJI worden betrokken bij het verlenen van vrijheden. Een voorlopig gehechte verdachte die nog niet is veroordeeld in eerste aanleg komt alleen in aanmerking voor incidenteel verlof. Incidenteel verlof kan door DJI worden verleend in geval van bijzondere omstandigheden. DJI kan daarbij bewaking voorschrijven. Over de aanvragen voor incidenteel verlof aan de voorlopig gehechte gedetineerde moet DJI advies vragen aan het vervolgend parket. Ná veroordeling in eerste aanleg, in appel of cassatie, kunnen voorlopig gehechte gedetineerden ook in aanmerking komen voor detentiefasering: andere vormen van verlof dan incidenteel verlof en deelname aan een penitentiair programma. Omdat zij echter nog steeds verdachte zijn zal het OM ook dan door DJI om advies gevraagd moeten worden. De adviesaanvraag wordt in dat geval gericht aan het vervolgend ressortsparket.

Risicoprofiel

De aanwijzing bevat ook regels over het gebruik van het formulier risicoprofiel. Dit formulier is opgebouwd uit een aantal vragen die verband houden met het / de strafbare feit(en) en vragen over de persoon van de verdachte. Het formulier is bedoeld voor de Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI), in verband met het vervoer dan wel de plaatsing van de in bewaring gestelde verdachte. Het risicoprofiel kan al bij de vooraankondiging van de voorgeleiding aan DJI worden ingevuld op het uniform voorgeleidingenformulier (zie de Instructie aanmeldingen voorgeleidingen en uniform voorgeleidingenformulier), maar het formulier risicoprofiel kan ook met het bevel bewaring naar de inrichting worden gestuurd waar de in bewaring gestelde verdachte inmiddels is geplaatst.

1. Het risicoprofiel

1.1. Het doel van het formulier risicoprofiel

Het formulier risicoprofiel verschaft DJI beheersgegevens over de verdachte, voor zover deze bij het OM bekend zijn. Bijvoorbeeld over fysieke of psychische gesteldheid, eventuele medicatie, gedrag en medeverdachten. Maar ook de vraag of er al dan niet een uitleveringsverzoek is voor deze verdachte kan worden ingevuld.. Deze gegevens zijn van belang bij het vervoer dan wel de plaatsing van de in bewaringgestelde verdachte.

1.2. Het gebruik van het formulier risicoprofiel

In beginsel wordt voor iedere voorgeleide verdachte een formulier risicoprofiel ingevuld. Wanneer er geen bijzonderheden bekend zijn, wordt dit aangegeven worden op het formulier. Zijn er wel bijzonderheden, dan wordt dit aangegeven op het invulveld.

2. De executie-indicator

De executie-indicator wordt in artikel 1 sub c Penitentiaire maatregel gedefinieerd als ‘de aantekening van het openbaar ministerie bij het aanbieden van een vonnis ter executie aan onze Minister waarin wordt aangegeven dat het openbaar ministerie wil adviseren over te nemen besluiten inzake de verschillende vormen van te verlenen vrijheden aan de betreffende gedetineerde.’ De regeling ziet uitsluitend op de tenuitvoerlegging van de onvoorwaardelijke gevangenisstraf. Bij de verlofverlening tijdens de TBS met dwangverpleging is het OM niet betrokken. Dit is een exclusieve verantwoordelijkheid van de Minister en het onafhankelijke Adviescollege Verloftoetsing TBS.

Voor jeugdigen geldt de definitie bepaald in artikel 1 sub b Reglement justitiële jeugdinrichtingen: ‘de aantekening van het openbaar ministerie bij het aanbieden van een vonnis ter executie aan Onze Minister waarin wordt aangegeven dat het openbaar ministerie wil adviseren over te nemen beslissingen inzake de verschillende vormen van te verlenen vrijheden en deelname aan een scholings- en trainingsprogramma aan de betrokken jeugdige.’

In het Verloftoetsingskader justitiële jeugdinrichtingen van DJI is geregeld op welke wijze het verlof voor de jeugdige wordt aangevraagd en hoe advies wordt verkregen van het OM. De regeling is bij jeugdigen van toepassing op de tenuitvoerlegging van onvoorwaardelijke jeugddetentie en de onvoorwaardelijke PIJ-maatregel. De beslissing wordt voor advies voorgelegd aan de jeugdofficier of advocaat-generaal, belast met jeugdzaken. De in deze aanwijzing beschreven instructies zijn tevens van toepassing op jeugdige personen. Voor penitentiaire inrichting dient dan te worden gelezen: jeugdinrichting, en voor onvoorwaardelijke gevangenisstraf dient te worden gelezen: onvoorwaardelijke jeugddetentie of onvoorwaardelijke PIJ-maatregel.

De executie-indicator is een aan de onherroepelijk veroordeelde gedetineerde gekoppeld instrument en wordt dus persoonsgericht gebruikt. Ook bij de aansluitende executie van vervolgvonnissen blijft de executie-indicator dus van kracht. De executie-indicator vervalt pas als het OM deze intrekt of bij uiteindelijke invrijheidstelling. Het OM informeert DJI wanneer de executie-indicator wordt ingetrokken.

2.1. Het doel van de executie-indicator

Met het plaatsen van een executie-indicator bij een bepaalde persoon geeft het parket aan dat het om advies gevraagd wil worden alvorens DJI een beslissing neemt over te verlenen vrijheden aan de onherroepelijk veroordeelde gedetineerde, en alvorens de Centrale voorziening v.i. van het OM een beslissing neemt over de eventuele bijzondere voorwaarden die worden verbonden aan voorwaardelijke invrijheidstelling. Gaat het om vrijheden tijdens voorlopige hechtenis – dus zolang de uitspraak nog niet onherroepelijk is – dan wordt het OM per definitie door DJI om advies gevraagd. Vóór veroordeling in eerste aanleg wordt het eerstelijnsparket dat de zaak in behandeling heeft door DJI om advies gevraagd. Na veroordeling in eerste of tweede aanleg, dus tijdens appel of cassatie, wordt het ressortsparket dat de zaak in behandeling heeft door DJI om advies gevraagd. Het OM zorgt ervoor dat DJI zo nodig naar het juiste parket wordt verwezen.

Bij een standaardzaak zal het OM geen behoefte hebben aan het geven van advies over te verlenen vrijheden en kan DJI zonder betrokkenheid van het OM bepalen of en wanneer vrijheden worden verleend.

De Minister heeft het OM gevraagd de executie-indicator in elk geval te plaatsen bij een veroordeling voor een ernstig zedendelict, een ernstig geweldsdelict en mensenhandel. Zo is gewaarborgd dat het OM in deze gevallen door DJI wordt betrokken bij te nemen beslissingen over het verlenen van verschillende vormen van vrijheden tijdens de tenuitvoerlegging na onherroepelijke veroordeling.

Daarnaast zal op grond van de Aanwijzing huiselijk geweld en eergerelateerd geweld ook in ernstige huiselijk-geweldzaken waarin tegen de verdachte de inbewaringstelling wordt gevorderd altijd de executie-indicator worden geplaatst. Op grond van de Aanwijzing opsporing en vervolging inzake kindermishandeling zal naar analogie ook in ernstige kindermishandelingszaken waarin tegen de verdachte(n) de inbewaringstelling wordt gevorderd altijd de executie-indicator worden geplaatst. De controle hierop door de beoordelaar moet handmatig plaatsvinden.

Het parket van het OM kan de executie-indicator ook plaatsen als het wil adviseren over het opleggen van bijzondere voorwaarden bij de voorwaardelijke invrijheidstelling (v.i.). In dat geval wordt het advies uitgebracht aan de Centrale Voorziening v.i. van het OM.

Bij het geven van advies aan DJI moet de executieofficier of executie-advocaat-generaal altijd gebruik maken van het in de bijlagen gevoegde adviesformulier. Met name bij een negatief advies is een inhoudelijke onderbouwing van groot belang voor het nemen van een zorgvuldige beslissing door de directeur van de inrichting of de selectiefunctionaris en de motivering van die beslissing. De motivering speelt een belangrijke rol als tegen de beslissing bezwaar of beroep wordt ingesteld.

Voor het geven van advies aan de Centrale voorziening v.i. van het OM is eveneens een adviesformulier beschikbaar. Dit formulier moet tijdig aan de Centrale Voorziening v.i. worden geretourneerd, in verband met de uiterlijke datum waarop een vordering tot uitstel of afstel (achterwege laten) van de v.i. ingediend kan worden.

DJI en de Centrale voorziening v.i. van het OM moeten de met inachtneming van het advies genomen beslissingen altijd terugkoppelen aan het parket. Alleen als terugkoppeling consequent en tijdig plaatsvindt is het OM in staat om slachtoffers en nabestaanden die dat wensen te informeren over de (geleidelijke) terugkeer van de onherroepelijk veroordeelde gedetineerde in de samenleving en de eventuele bijzondere voorwaarden die bij de voorwaardelijke invrijheidstelling zijn opgelegd.

2.2. Het gebruik van de executie-indicator

De officier van justitie of parketsecretaris zal in de meeste gevallen al bij de (voorbereiding van de) voorgeleiding van de verdachte voor de rechter-commissaris of kinderrechter beslissen over het wel of niet plaatsen van de executie-indicator. Bij deze beslissing maakt het OM gebruik van de checklist executie-indicator (bijlage 3). Beslist de officier van justitie of parketsecretaris dat hij betrokken wil worden bij de tenuitvoerlegging na onherroepelijke veroordeling en bij het opleggen van bijzondere voorwaarden bij de voorwaardelijke invrijheidstelling, dan faxt de preventievenadministratie het formulier executie-indicator (bijlage 2) samen met het door de rechter gegeven bevel bewaring naar de penitentiaire inrichting waar de verdachte is aangemeld/wordt ingesloten. DJI weet dan dat de executie-indicator is geplaatst en verwerkt dit in het persoonsdossier van de gedetineerde. De plaatsing van de executie-indicator wordt door het OM ook geregistreerd in het bedrijfsprocessensysteem. Een uitdraai van het formulier executie-indicator (bijlage 2) en van de checklist executie-indicator (bijlage 3) wordt bovendien altijd toegevoegd aan het strafdossier (preventievenmapje), zodat ook in een later stadium voor een ander dan de degene die de executie-indicator heeft geplaatst duidelijk is dat, en met welke reden, de executie-indicator is geplaatst. Registratie in het bedrijfsprocessensysteem en documentatie in het strafdossier (preventievenmapje) vindt ook plaatst als de vordering inbewaringstelling wordt afgewezen of als de inbewaringstelling meteen wordt geschorst.

De officier van justitie (of de advocaat-generaal, zie 2.3) kan ook op een later moment beslissen dat hij betrokken wil worden bij de tenuitvoerlegging na onherroepelijke veroordeling en bij het opleggen van bijzondere voorwaarden bij de voorwaardelijke invrijheidstelling, bijvoorbeeld bij de aanpassing van de tenlastelegging. De administratieve handelingen zoals hiervoor beschreven worden dan op een later moment uitgevoerd. Ook in niet-preventievenzaken kan blijken dat de executie-indicator (alsnog) moet worden geplaatst.

Bij vrijgeven voor executie – dus na veroordeling door de rechter in eerste respectievelijk tweede lijn – zal de administratie controleren of de executie-indicator is geplaatst in de op grond van deze aanwijzing voorgeschreven gevallen: bij een veroordeling tot onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor een ernstig zedendelict, een ernstig geweldsdelict en mensenhandel, bij een veroordeling tot onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor (overige) spreekwaardige delicten en bij een veroordeling tot onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor een ernstige huiselijk-geweldzaak of een ernstige kindermishandelingszaak. In afwachting van automatiseringsondersteuning in de bedrijfsprocessensystemen van het OM is hiervoor een controle query beschikbaar. De directeuren bedrijfsvoering van de parketten en de directeur bedrijfsvoering van de Landelijke Ressortelijke Organisatie zijn ervoor verantwoordelijk dat de controle query door de administratie wordt gebruikt. Wordt bij de controle vastgesteld dat de executie-indicator alsnog geplaatst moet worden of juist kan worden ingetrokken, dan wordt deze informatie onder verantwoordelijkheid van de executie-officier (of de executie-advocaat-generaal, zie 2.3) door de administratie van het parket doorgegeven aan de inrichting waar betrokkene voorlopig is gehecht/gedetineerd. In niet-preventievenzaken wordt deze informatie samen met het vonnis of arrest doorgegeven aan het CJIB (Unit OM Executie).

Wanneer het parket een verzoek van het CJIB ontvangt om processtukken aan de reclassering te verzenden (de reclassering heeft die stukken nodig voor het opmaken van een advies over de v.i.), moet bij het parket direct worden bekeken wat de status is van de executie-indicator. Of de executie-indicator aan staat of niet, wordt vervolgens meegedeeld aan de Centrale voorziening v.i. van het OM. De Centrale voorziening v.i. zal in dat geval aan het CJIB doorgeven dat het parket een adviesaanvraag moet ontvangen. Als de executie-indicator uit staat, wordt deze adviesprocedure voor het parket in beginsel niet gestart. Als de executie-indicator aan staat, moet een uitdraai van het formulier executie-indicator (bijlage 2) ook worden gevoegd bij de processtukken die naar de reclassering worden verzonden. De reclassering kan dan namelijk contact opnemen over de door de reclassering en het OM (gezamenlijk) uit te brengen adviezen.

2.3. Ressortsparket

Een uitdraai van het formulier executie-indicator (bijlage 2) en van de checklist executie-indicator (bijlage 3) is altijd toegevoegd aan het strafdossier (het preventievenmapje). In afwachting van de aanpassing van de geautomatiseerde bedrijfsprocessensystemen van het OM is dit de enige manier om het ressortsparket op de hoogte te brengen van de door het eerstelijnsparket geplaatste executie-indicator. De advocaat-generaal kan uiteraard ook beslissen tot het alsnog plaatsen van de executie-indicator. In dat geval moeten de advocaat-generaal en de administratie de aandachtspunten als beschreven in de paragrafen 2.1. en 2.2 in acht nemen.

3. De executie-indicator ten behoeve van informatieverstrekking over de executiefase

3.1. Informatieverstrekking aan slachtoffers en nabestaanden als wettelijke plicht

Slachtoffers en nabestaanden hebben sinds 1 januari 2011 in bepaalde gevallen een wettelijk recht op informatieverstrekking, vanaf de behandeling van de pre-aangifte tot en met de executiefase (tenuitvoerlegging na onherroepelijke veroordeling). Als sprake is van een spreekwaardig delict zoals omschreven in artikel 51 e lid 4 van het Wetboek van Strafvordering zal het OM daarom altijd een executie-indicator plaatsen. Op deze manier kunnen OM en DJI waarborgen dat ook informatie wordt verstrekt over de executiefase aan slachtoffers en nabestaanden die dat wensen. De verplichtingen die het OM heeft naar slachtoffers en nabestaanden in alle schakels van het strafproces tot en met de executiefase, worden geregeld in de Aanwijzing slachtofferzorg.

Ook in andere gevallen dan bij spreekwaardige delicten kan het OM de executie-indicator gebruiken om slachtoffers of nabestaanden te informeren over de (geleidelijke) terugkeer in de samenleving van de onherroepelijk veroordeelde dader. Het doel van de informatieverstrekking is in dat geval primair te voorkomen dat slachtoffers of nabestaanden onverwachts weer worden geconfronteerd met de dader. Zoals hiervoor aangegeven zal het OM daarom ook in ernstige huiselijk-geweldzaken en in ernstige kindermishandelingszaken de executie-indicator altijd plaatsen.

3.2. Informatievoorziening over de executiefase aan burgemeesters

De informatievoorziening aan burgemeesters over de terugkeer in de samenleving van bepaalde categorieën (zeer) ernstige zeden- en geweldsdelinquenten valt buiten het bereik van deze aanwijzing. Voor de uitvoering hiervan is de Minister verantwoordelijk.

Bijlage 1. Formulier risicoprofiel

Bijlage 248290.png

Bijlage 2. Formulier executie-indicator

Arrondissementsparket / ressortsparket:

Telefoonnummer:

Faxnummer:

De officier van justitie / advocaat-generaal van het hierboven genoemde arrondissementsparket / ressortsparket deelt mede dat hij met toepassing van artikel 1 onder c, Penitentiaire maatregel/artikel 1 onder b, Reglement justitiële jeugdinrichtingen, advies uit wil brengen over te nemen beslissingen van DJI inzake de verschillende vormen van te verlenen vrijheden na onherroepelijke veroordeling en dat hij wil adviseren over het opleggen van bijzondere voorwaarden bij de voorwaardelijke invrijheidstelling door de Centrale Voorziening v.i. van het OM.

Naam:

Voorna(a)m(en):

Geboortedatum/plaats:

Parketnummer:

VIP-nummer:

De officier van justitie / advocaat-generaal zal zo spoedig mogelijk op de hoogte worden gebracht van alle beslissingen die, mede op basis van zijn adviezen, worden genomen.

Bijlage 3. Checklist executie-indicator (artikel 1 sub c pm/artikel 1 sub b rjj)

Arrondissementsparket/ ressortsparket

Telefoon

Fax

Parket / ressortnummer

VIP-nummer

Naam

Voornaam

Geboren op

Te

Thans verblijvende te

Is er maatschappelijke onrust te verwachten bij (tijdelijke) terugkeer van de gedetineerde in de maatschappij?

(bijvoorbeeld omdat het slachtoffer zich door confrontatie met de verdachte / veroordeelde bedreigd zal voelen)

JA / NEE / ONBEKEND*

Wordt betrokkene verdacht van / is betrokkene veroordeeld voor een ernstig zedendelict, een ernstig geweldsdelict of mensenhandel?

JA / NEE*

Wordt betrokkene verdacht van / is betrokkene veroordeeld voor een (overig) spreekwaardig delict als omschreven in artikel 51 e lid 4 Wetboek van Strafvordering?

Wordt betrokkene verdacht van /is betrokkene veroordeeld voor ernstig huiselijk geweld (waaronder begrepen eergerelateerd geweld) of ernstige kindermishandeling?

JA / NEE*

Acht u het gewenst dat het OM anderszins adviseert bij bovenvermeld persoon?

JA / NEE*

Acht u het gewenst dat het OM adviseert inzake het opleggen van bijzondere voorwaarden bij het bereiken van de datum van voorwaardelijke invrijheidstelling?

JA/NEE*

  • * Doorhalen wat niet van toepassing is

  • * Indien JA dan moet bij deze persoon een executie-indicator geplaatst worden

Bijlage 4. Adviesformulier executie-indicator

Arrondissementsparket / Ressortsparket …..

Advies inzake

Naam:

Voorna(a)m(en):

Geboortedatum/plaats :

Parket/ressortnummer:

VIP nummer:

CRV-nummer:

Ik adviseer POSITIEF/NEGATIEF op uw verzoek met kenmerk:

Ik adviseer NEGATIEF op grond van een of meer van de in artikel 4 van de Regeling tijdelijk verlaten van de inrichting genoemde weigeringsgronden:

  • het feit dat de gedetineerde ongewenst is verklaard of dat ten aanzien van deze gedetineerde een procedure tot ongewenstverklaring loopt, en hieraan geen schorsende werking is verleend, of dat vaststaat dat deze gedetineerde na de detentie zal worden uitgezet;

  • risico van ongewenste confrontatie met slachtoffers van of anderszins betrokkenen bij het door de gedetineerde gepleegde misdrijf;

  • gevaar voor de gedetineerde;

  • risico van maatschappelijke onrust;

  • gevaar voor ernstige verstoring van de openbare orde of het plegen van strafbare feiten;

  • het ontbreken van een aanvaardbaar verlofadres;

  • risico voor een niet ongestoord verlof als gevolg van ernstige spanningen in de woon- of leefsfeer van de te bezoeken persoon;

  • het feit dat de gedetineerde na de detentie zal worden uitgeleverd of dat ten aanzien van deze gedetineerde een uitleveringsprocedure loopt, en hieraan is geen schorsende werking verleend;

  • een ernstig vermoeden dat de gedetineerde zal proberen zich aan de detentie te onttrekken;

  • een ernstig vermoeden dat het verlof zal leiden tot alcoholmisbruik, drugmisbruik of een poging tot invoer van contrabande;

  • gebleken onbetrouwbaarheid met betrekking tot het nakomen van afspraken;

  • risico voor een niet ongestoord verlof als gevolg van de gestoorde of agressieve persoonlijkheid van de gedetineerde.

Onderbouwing van het advies:

SVP ONDERBOUWING INVULLEN. MET NAME VAN BELANG BIJ EEN NEGATIEF ADVIES!

Advies verstrekt door : ..... (naam OvJ / AG)

Ik verzoek u mij per omgaande op de hoogte te brengen van het door u genomen besluit naar aanleiding van mijn advies, zodat het OM slachtoffers of nabestaanden die dat wensen tijdig kan informeren.

Bijlage 5. Adviesformulier voorwaardelijke invrijheidstelling

KERNGEGEVENS

Zaaknummer v.i.

99-0000..-..

v.i.-datum

 

Parketnummer(s) waarvoor adviesaanvraag is binnengekomen

 
Gegevens parket

Naam parket

 

Plaats parket

 

Naam opsteller advies

 

Functie opsteller advies

 
Gegevens betrokkene

Achternaam

 

Voorletters

 

Geboortedatum (dd-mm-yyyy)

 

Geboorteplaats

 

Geboorteland (buitenland)

 
   

Indien vreemdeling, verblijfstatus

 
   
UITSTEL / ACHTERWEGE LATEN V.I.

Vorderen UITSTEL v.i. gewenst?

 

Indien uitstel van de v.i. gewenst, gewenste duur van het uitstel:

 

Vorderen geheel ACHTERWEGE LATEN v.i. gewenst?

 
Gronden: (plaats een X in de rechterkolom indien van toepassing, of verwijder de rijen van niet van toepassing zijnde gronden. De lengte van de toelichting is niet aan een maximum gebonden.)
Plaatsing in een TBS-inrichting en behandeling behoeft voortzetting  

Toelichting:

 
 
Ernstige bezwaren terzake van een misdrijf na aanvang van de detentie  

Toelichting:

 
 
Veroordeling voor een misdrijf na aanvang van de detentie  

Toelichting:

 
 
Gedrag dat meermalen heeft geleid tot een disciplinaire straf  

Toelichting:

 
 
(Poging tot) ontvluchting of onttrekking aan de detentie  

Toelichting:

 
 
Bijzondere voorwaarden perken het recidiverisico onvoldoende in  

Toelichting:

 
 
WOTS-zaak waarbij uitstel/afstel voorwaarde voor overdracht is geweest  

Toelichting:

 
 
ADVIES BIJZONDERE VOORWAARDEN

Opleggen bijzondere voorwaarden bij de v.i. gewenst?

 
Soort voorwaarde(n): (plaats een X in de rechterkolom indien van toepassing, of verwijder de rijen van niet van toepassing zijnde voorwaarden. De lengte van de toelichting is niet aan een maximum gebonden. Let wel op de nummering: Onderstaande indeling correspondeert met het 'Overzicht Bijzondere Voorwaarden'. De 1e drie voorwaarden van dat overzicht zijn niet van toepassing in een v.i.-situatie. Vandaar dat de lijst begint met een nummer 4.)
Vrijheidsbeperkende voorwaarden
Contactverbod  

Namelijk:

 
 
Locatieverbod  

Namelijk:

 
 
Locatiegebod  

Namelijk:

 
 
Gedragsbeïnvloedende voorwaarden

Gedragsinterventies

 

Namelijk:

 
 
Op zorg gerichte voorwaarden
Drugs- en alcoholverbod  

Namelijk:

 
 
Meldingsgebod  

Namelijk:

 
 
Behandeling in een inrichting  

Namelijk:

 
 
Ambulante behandeling  

Namelijk:

 
 
Opname in een (24-uurs)voorziening  

Namelijk:

 
 
Overige voorwaarden

Andere voorwaarden het gedrag van de veroordeelde betreffende

 

Namelijk:

 
 
INFORMATIE OVER CONTACT MET KETENPARTNERS
Reclassering

Is er contact geweest met de adviserende reclasseringsmedewerker?

nee

Zo ja: op welke wijze (bijv. veiligheidshuis, AJB, ...):

Zo nee: korte omschrijving reden: geen directe aanleiding, nu geen verschil van inzicht

terzake aan de orde is;

   

Wijkt het advies af van het advies van de reclassering?

nee

Zo ja: korte omschrijving verschilpunten:

Zo ja: korte omschrijving reden afwijkend advies:

Penitentiaire Inrichting

Is er contact geweest met de PI, dan wel met Bureau Selectiefunctionarissen van DJI?

Ja/nee

Zo ja: op welke wijze

Zo nee: korte omschrijving reden

Wijkt het advies af van het advies van de PI?

ja/nee

Zo ja: korte omschrijving verschilpunten:

Zo ja: korte omschrijving reden afwijkend advies:

EXTRA INFORMATIE
Eventuele extra toelichting op de reden dat de executie-indicator ingeschakeld is:
 
 
 
 
 
Eventuele informatie over slachtoffers:
 
 
 
 
 

Zijn de belangen van deze slachtoffers meegewogen in onderhavig advies?

 
Eventuele informatie over (eerder) opgelegde voorwaarden (in het kader van (deels) vw sanctie, of v.i.) en de afloop daarvan
 
 
 
 

Zijn andere (eerder) opgelegde bijzondere voorwaarden en het verloop van die proeftijd van invloed geweest op dit v.i.-advies?

 
Eventuele andere relevante informatie: