Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Instellingsbesluit Onafhankelijke Toetsingscommissie Onderwijs Bewijs II

Geldend van 19-12-2010 t/m heden

Besluit van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 9 december 2010, nr. KENNIS/255227, houdende instelling van een onafhankelijke commissie voor de toetsing van projectvoorstellen in het kader van het actieprogramma Onderwijs Bewijs II (Instellingsbesluit Onafhankelijke toetsingscommissie Onderwijs Bewijs II)

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

Handelende in overeenstemming met de Minister van Economie, Landbouw en Innovatie en de Minister van Financiën;

Besluit:

Artikel 1. Begripsbepalingen

In dit besluit wordt verstaan onder:

  • a. ministers: de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, de Minister van Economie, Landbouw en Innovatie en de Minister van Financiën;

  • b. actieprogramma Onderwijs Bewijs: een Europese aanbesteding in de vorm van een prijsvraag, die voor de winnaars leidt tot een opdracht tot het uitvoeren van het ingediende onderzoeksvoorstel.

  • c. commissie: de Onafhankelijke toetsingscommissie Onderwijs Bewijs II, bedoeld in artikel 2;

  • d. stuurgroep: een stuurgroep, bestaande uit de vertegenwoordigers van de ministers.

Artikel 2. Instelling en taak

  • 1 Er is een Onafhankelijke toetsingscommissie Onderwijs Bewijs II.

  • 2 De commissie heeft tot taak:

    • a. de ministers te adviseren omtrent de verlening van opdrachten in het kader van het actieprogramma;

    • b. de indieners van projectvoorstellen te beoordelen op basis van de door de ministers vastgestelde selectiecriteria;

    • c. de in het kader van het actieprogramma ingediende projectvoorstellen te beoordelen op basis van de door de ministers vastgestelde gunningcriteria;

    • d. op te treden als jury in de gevallen waarin de ministers een prijsvraag in het kader van het actieprogramma hebben uitgeschreven;

    • e. de ministers desgevraagd te adviseren over de toewijzing van het voor het actieprogramma beschikbare budget aan elk van de thema’s.

Artikel 3. Samenstelling

  • 1 De commissie bestaat uit:

    • a. een voorzitter, tevens lid,

    • b. één lid met deskundigheid op het gebied van het primair onderwijs

    • c. één lid met deskundigheid op het gebied van het voortgezet onderwijs en

    • c. twee leden met een staat van dienst in wetenschappelijk onderzoek.

  • 2 De leden zijn geen ambtenaren, werkzaam bij de bij het actieprogramma aangesloten ministeries.

  • 3 De leden worden benoemd en ontslagen door de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap in overeenstemming met de Minister van Economie, Landbouw en Innovatie en de Minister van Financiën.

Artikel 4. Instellingsduur

  • 1 De commissie wordt ingesteld met ingang van 1 juli 2010 en wordt opgeheven per 1 juli 2011.

  • 2 De periode, bedoeld in het eerste lid, kan met ten hoogste twee jaar worden verlengd.

Artikel 5. Leden

  • 1 Tot leden van de commissie worden benoemd:

    • a. de heer R. Dijkgraaf, tevens voorzitter,

    • b. mevrouw P. Meurs,

    • c. mevrouw A. Thomassen,

    • d. de heer J. van de Logt,

    • e. De heer J. Peschar.

  • 2 De commissie wordt bijgestaan door:

    • a. Een adviserend lid, mevrouw H. Borking, werkzaam bij het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;

    • b. een secretaris, werkzaam bij AgentschapNL, die in overleg met de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap wordt aangewezen. De secretaris is geen lid van de commissie.

  • 3 De benoeming geschiedt voor de duur van de commissie.

Artikel 6. Werkwijze

De commissie stelt haar eigen werkwijze vast.

Artikel 7. Onpartijdigheid

Een lid van de commissie neemt niet deel aan de voorbereiding en vaststelling van een advies indien hij een persoonlijk belang heeft bij het advies.

Artikel 8. Aanwijzing deskundige

De ministers kunnen gezamenlijk een deskundige aanwijzen, die het recht heeft de vergaderingen van de commissie bij te wonen.

Artikel 9. Informatieplicht

De commissie verstrekt aan elk van de ministers desgevraagd de voor de verlening van opdrachten gewenste inlichtingen.

Artikel 10. Verantwoording

  • 1 De commissie stelt jaarlijks uiterlijk in oktober een verslag op van haar werkzaamheden in het afgelopen jaar. Dit verslag gaat over de periode juli-juni.

  • 2 Op verzoek van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap stelt de commissie tevens een evaluatieverslag op, waarin zij aandacht besteedt aan de doelmatigheid en doeltreffendheid van haar taakvervulling.

  • 3 Het jaarverslag en, indien gevraagd door de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, het evaluatieverslag worden niet door de commissie openbaar gemaakt, maar uitsluitend aan de ministers uitgebracht.

Artikel 11. Vergoeding

  • 1 De voorzitter en de andere leden van de commissie ontvangen een vaste vergoeding per jaar. De toepasselijke salarisschaal voor de voorzitter en de andere leden is schaal 18, nr. 10, van bijlage B van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984. De arbeidsduurfactor voor de voorzitter is 90 werkuren per jaar en voor de overige leden 80 werkuren per jaar.

  • 2 De voorzitter en de andere leden van de commissie ontvangen een vergoeding van reis- en verblijfkosten op de voet van het Reisbesluit binnenland en het Reisbesluit buitenland.

Artikel 12. Archiefbescheiden

De commissie draagt zo spoedig mogelijk na beëindiging van haar werkzaamheden of, zo de omstandigheden daartoe aanleiding geven, zoveel eerder, de bescheiden betreffende die werkzaamheden over aan het archief van de directie Concernondersteuning van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.

Artikel 14. Inwerkingtreding

Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 juli 2010.

Artikel 15. Citeertitel

Dit besluit wordt aangehaald als: Instellingsbesluit Onafhankelijke Toetsingscommissie Onderwijs Bewijs II.

Dit besluit zal in de Staatscourant worden geplaatst.

De

Minister

van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

J.M. van Bijsterveldt-Vliegenthart