KruimelpadGeldend op 18-01-2012
[Regeling vervalt per 17-12-2015]
De Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie,
Gelezen het verzoek van het Stadsdeel Oost, afdeling Handhaving Leefbaarheid van de gemeente Amsterdam van 13 september 2010 en de daaropvolgende adviezen van de korpschef van de regiopolitie Amsterdam-Amstelland en van de hoofdofficier van justitie te Amsterdam;
Gelet op:
– artikel 142, eerste lid, aanhef en onder b (en derde lid), van het Wetboek van Strafvordering;
– artikel 8, zevende lid, van de Politiewet 1993;
– artikel 36, eerste lid, en artikel 41, tweede lid, van het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar;
– artikel 17, eerste lid, aanhef en onder 2°, van de Wet op de economische delicten.
Besluit:
In dit besluit wordt verstaan onder buitengewoon opsporingsambtenaar: de persoon als bedoeld in artikel 2.
1. De buitengewoon opsporingsambtenaar is bevoegd tot het opsporen van de strafbare feiten behorend tot het domein I Openbare Ruimte, van bijlage A-I van de Circulaire Buitengewoon opsporingsambtenaar.
2. De opsporingsbevoegdheid, bedoeld in het eerste lid, geldt voor het grondgebied van Nederland, voor zover noodzakelijk voor een goede vervulling van de aan de functie gerelateerde taken.
3. De buitengewoon opsporingsambtenaar vermeldt in zijn processen-verbaal en schriftelijke verslagleggingen het in het eerste lid genoemde domein.
1. Als toezichthouder als bedoeld in artikel 36 van het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar is aangewezen de hoofdofficier van justitie bij Arrondissementsparket Amsterdam.
2. Als direct toezichthouder als bedoeld in artikel 36 van het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar is aangewezen de korpschef van de regiopolitie Amsterdam-Amstelland.
1. Het hoofd van de afdeling Handhaving Leefbaarheid van het Stadsdeel Oost van de gemeente Amsterdam brengt jaarlijks, voor 1 april, verslag uit over:
a. het aantal buitengewoon opsporingsambtenaren werkzaam in de in artikel 2 genoemde functie;
b. de door die buitengewoon opsporingsambtenaren verrichte activiteiten;
c. de stand van zaken met betrekking tot de opleiding van die buitengewoon opsporingsambtenaren, waarbij in ieder geval wordt aangegeven hoeveel personen in het verslagjaar zijn aangemeld voor het door de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie goedgekeurde examen en hoeveel personen in dat jaar voor dat examen zijn geslaagd.
2. Dit verslag wordt toegezonden aan in artikel 5 bedoelde toezichthouder en aan het Ministerie van Veiligheid en Justitie, dienst Justis, afdeling BTR, postbus 20300, 2500 EH Den Haag.
De buitengewoon opsporingsambtenaar kan de in artikel 8, eerste en derde lid, van de Politiewet 1993 omschreven bevoegdheden uitoefenen en daarbiij gebruikmaken van handboeien.
De individuele akten van opsporingsbevoegdheid en beëdiging en de overige benoemingsbescheiden van de buitengewoon opsporingsambtenaren in dienst van het Stadsdeel Oost, afdeling Handhaving Leefbaarheid van de gemeente Amsterdam in de functie van handhaver leefbaarheid, worden voor de duur van hun geldigheid of tot daarover nader zal zijn beslist, geacht te zijn akten en overige benoemingsbescheiden afgegeven mede op basis van het onderhavige besluit.