Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Onderlinge regeling ex artikel 38, eerste lid, Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden, [...] tussen de landen bij de implementatie van verdragen

Geldend van 10-10-2010 t/m heden

Onderlinge regeling ex artikel 38, eerste lid, Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden, inzake de samenwerking tussen de landen bij de implementatie van verdragen

Nederland, Aruba, Curaçao en Sint Maarten,

Overwegende, dat de landen vorm wensen te geven aan de samenwerking, bedoeld in artikel 27, tweede lid, van het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden, bij het treffen van maatregelen die noodzakelijk zijn voor de implementatie van verdragen;

Komen het volgende overeen:

Artikel 1

  • 1 Indien is besloten dat een verdrag dient te gelden voor het gehele Koninkrijk en implementatiemaatregelen noodzakelijk zijn voordat het verdrag bekrachtigd kan worden, stelt elk van de landen zo spoedig mogelijk een implementatieplan op.

  • 2 Indien een land wenst dat een ander verdrag waarvoor implementatiemaatregelen noodzakelijk zijn voor dat land gaat gelden, kan het een implementatieplan opstellen.

Artikel 2

In een implementatieplan wordt in ieder geval vermeld:

  • a. welke maatregelen getroffen moeten worden voordat het verdrag voor het land bekrachtigd kan worden;

  • b. binnen welke termijn deze maatregelen getroffen kunnen worden;

  • c. of de uitvoering van het verdrag substantiële gevolgen kan hebben voor de begroting van het land; en

  • d. of er rapportageverplichtingen voortvloeien uit het verdrag.

Artikel 3

Bij het opstellen van een implementatieplan wordt zoveel mogelijk het model gevolgd dat als bijlage bij deze onderlinge regeling is gevoegd.

Artikel 4

  • 1 Een implementatieplan dat door Aruba, Curaçao of Sint Maarten is opgesteld of aangepast, wordt door tussenkomst van de Gevolmachtigde Minister gezonden aan de andere Gevolmachtigde Ministers en aan de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van Nederland.

  • 2 Een implementatieplan dat is opgesteld of aangepast door Nederland wordt door tussenkomst van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties gezonden aan de Gevolmachtigde Ministers van Aruba, Curaçao en Sint Maarten.

Artikel 5

  • 1 Elk land verstrekt desgevraagd gegevens over de wijze waarop het land voornemens is een verdrag te implementeren.

  • 2 Indien een land bijstand noodzakelijk acht bij het uitvoeren van het implementatieplan wordt een gemotiveerd verzoek voor deze bijstand bij het implementatieplan gevoegd.

  • 3 Het aangezochte land meldt het verzoekende land zo spoedig mogelijk of aan het verzoek al dan niet gevolg kan worden gegeven.

  • 4 Een verzoek om bijstand kan niet worden geweigerd indien de belangen van het Koninkrijk worden geraakt door het uitblijven van tijdige en juiste implementatie door het verzoekende land, tenzij:

    • a. de gevraagde bijstand niet beschikbaar is;

    • b. de gevraagde bijstand niet binnen de gevraagde termijn geleverd kan worden; of,

    • c. in redelijkheid de bijstand niet kan worden verleend.

  • 5 Het aangezochte land verstrekt in ieder geval zo spoedig mogelijk de ontwerp-regeling die is opgesteld ten behoeve van de implementatie van het desbetreffende verdrag in het aangezochte land.

  • 6 In het geval alle aangezochte landen een beroep doen op de weigeringsgronden vermeld in het vierde lid en het verzoekende land niet in staat blijkt tijdig uitvoering te geven aan het implementatieplan, wordt deze omstandigheid door de landen in de raad van ministers van het Koninkrijk mede in de overwegingen betrokken inzake het al dan niet treffen van een algemene maatregel van bestuur of een rijkswet als bedoeld in artikel 27, derde lid, van het Statuut.

Artikel 6

  • 1 De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van Nederland treedt in overleg met de beleidsverantwoordelijke minister van Aruba, Curaçao of Sint Maarten, indien naar zijn oordeel onvoldoende voortgang wordt gemaakt met de uitvoering van een implementatieplan, en een algemene maatregel van rijksbestuur of een rijkswet als bedoeld in artikel 27, derde lid, van het Statuut, wordt overwogen. Het overleg is gericht op het alsnog uitvoeren van het implementatieplan binnen een redelijke termijn.

  • 2 De uitvoering van een implementatieplan vordert in elk geval onvoldoende, indien de daarin gestelde termijnen voor uitvoering zijn overschreden en er geen gemotiveerde aanpassing van het implementatieplan is toegezonden conform artikel 4.

  • 3 Alvorens een ontwerp van een algemene maatregel van rijksbestuur, of een rijkswet, als bedoeld in artikel 27, derde lid, van het Statuut aan de raad van ministers van het Koninkrijk wordt voorgelegd, wordt het betreffende land door de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van Nederland in de gelegenheid gesteld om terstond zelf de noodzakelijke implementatiemaatregelen te treffen.

Artikel 7

Vijf jaar na inwerkingtreding van deze onderlinge regeling wordt gezamenlijk een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van deze regeling in de praktijk opgesteld door Nederland, Aruba, Curaçao en Sint Maarten. Dit verslag wordt ter kennisneming aan de raad van ministers van het Koninkrijk aangeboden.

Artikel 8

Deze onderlinge regeling kan in overeenstemming tussen Nederland, Aruba, Curaçao en Sint Maarten worden gewijzigd.

Artikel 9

Deze onderlinge regeling treedt in werking op het tijdstip van inwerkingtreding van de artikelen I en II van de Rijkswet wijziging Statuut in verband met de opheffing van de Nederlandse Antillen.

Deze onderlinge regeling wordt in de Staatscourant, het Afkondigingsblad van Aruba, het Afkondigingsblad van Curaçao en het Afkondigingsblad van Sint Maarten geplaatst.

Aldus in viervoud opgemaakt en getekend,

Voor Nederland:
De

Minister

van Justitie,

E.M.H. Hirsch Ballin

Voor Aruba:

De Minister-President,

M.G. Eman

Voor Curaçao:

De Gedeputeerde voor Constitutionele Zaken,

S.P. Osepa

Voor Sint Maarten:

De Minister-President,

S.A. Wescot-Williams

Format implementatieplan verdragen

  • 1. [Titel van het verdrag;

    naam van het land waarop dit implementatieplan betrekking heeft;

    strekking op hoofdlijnen van het verdrag;

    eventueel: verplichte implementatietermijn.]

  • 2. [Regelgeving die tot stand moet komen of gewijzigd dient te worden ten gevolge van het verdrag.]1

  • 3. [Andere maatregelen dan regelgeving die getroffen moeten worden als gevolg van de binding aan het verdrag.]2

  • 4. [Indien nuttig hier een algemene toelichting opnemen bij de keuzes m.b.t. de wijze van implementatie.]

  • 5. Heeft de uitvoering van het verdrag naar verwachting substantiële gevolgen voor de begroting ? [Ja/nee]

  • 6. Vloeien uit het verdragen rapportageverplichtingen voort? [Ja/nee] [Zo ja, aangeven welke]

  • 7. Eerstverantwoordelijk ministerie:3 [ ]

  • 8. Overige betrokken ministeries4 [indien onvermijdelijk ook adviesorganen, consultatieprocedures en andere formele betrokkenheid hier noemen, met motivering onvermijdelijkheid]:

  • 9. Verwachte termijn waarbinnen of datum waarop de implementatiemaatregelen getroffen zullen zijn: [ ]

    • planning ministerraadbehandeling: [datum]

    • planning indiening voorstel van landsverordening/wetsvoorstel [datum]

    • inwerkingtreding van de benodigde maatregelen: [datum]5

  • 10. Contactambtenaar eerstverantwoordelijk ministerie:

    naam:

    tel.:

    e-mail:

    directie/afdeling:

       
  • 11. Contactambtenaren overige ministeries:

    naam:

    tel.:

    e-mail:

    directie/afdeling:

       
  • 12. Transponeringstabel

    Artikel, – lid of – onderdeel verdrag ¹

    Te implementeren in (zo mogelijk artikel + regeling)

    Bijzonderheden (voorziene complicaties, belangrijke nationale beleidskeuzen, interdep. afstemming. Indien nieuwe regelgeving ter implementatie niet nodig is de reden daarvan opnemen)

         
         
         
         
         

    ¹ Tussen haakjes kan een korte omschrijving van de strekking van het artikel worden opgenomen.

  • ^ [1]

    Hier zo nodig tevens vermelden of het verdrag of een volkenrechtelijke organisatie die toeziet op de naleving van het verdrag normen stelt over de wijze van implementatie van het verdrag.

  • ^ [2]

    Hier zo nodig tevens vermelden of het verdrag of een volkenrechtelijke organisatie die toeziet op de naleving van het verdrag normen stelt over de wijze van implementatie van het verdrag.

  • ^ [3]

    Indien gewenst kan hier tevens worden vermeld welke directie of afdeling binnen het ministerie eerstverantwoordelijk is.

  • ^ [4]

    Indien gewenst kan hier tevens worden vermeld welke directies of afdelingen van een ander ministerie betrokken worden.

  • ^ [5]

    Onder ‘benodigde maatregelen’ kan afhankelijk van de inhoud van het verdrag verstaan worden een landsverordening of wet, maar ook lagere regelgeving, organisatorische veranderingen, of andere feitelijke handelingen, voor zover noodzakelijk ter implementatie van het verdrag. Voor de planning kan desgewenst gebruik gemaakt worden van de standaard doorlooptijden die gebruikt worden voor het Nederlandse voortgangsbewakingssysteem d.w.z. drie maanden voor behandeling in de Eerste Kamer, zes maanden voor behandeling in de Tweede Kamer, twee maanden voor het nader rapport en het Kabinet van de Koningin en drie maanden voor de Raad van State. Door deze doorlooptijden op te tellen bij de tijd die nodig is voor de ambtelijke voorbereiding, kan een verwachte datum voor de inwerkingtreding in Nederland berekend worden.