Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Openstellingsbesluit LNV-subsidies 2011[Regeling vervallen per 01-01-2012.]

Geldend van 24-12-2011 t/m 31-12-2011

Besluit van de Staatssecretaris van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie van 29 november 2010, no. 167535, houdende openstelling subsidieaanvragen en vaststelling subsidieplafonds (Openstellingsbesluit LNV-subsidies 2011)

De Staatssecretaris van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie

Gelet op de artikelen 2, 4 en 7 van de Kaderwet LNV-subsidies en de artikelen 1:3, 1:7, 1:8, 1:13, 1:15 en 1:17 van de Regeling LNV-subsidies,

Besluit:

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen [Vervallen per 01-01-2012]

Artikel 1 [Vervallen per 01-01-2012]

In dit besluit wordt verstaan onder:

  • FAB-randen:randen op productiepercelen gericht op het aantrekken van natuurlijke vijanden ten behoeve van natuurlijke plaagbeheersing in het naastgelegen akkerbouwgewas, met uitzondering van snijmaïs, bestaande uit enkel en alleen FAB-planten;

  • FAB-planten: eenjarige of meerjarige bloemen en kruiden, bruikbaar voor het aantrekken van natuurlijke vijanden;

  • Minister: Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie

  • monitoring:

    • a. registratie van de bewerkingen en omschrijving van de ten behoeve van de aanleg en onderhoud van de FAB-rand uitgevoerde werkzaamheden, en

    • b. registratie van de gegevens van toepassing van gewasbeschermingsmiddelen gerelateerd aan de aanwezigheid van natuurlijke vijanden in de FAB-rand en de aanwezigheid van plaaginsecten in het aangrenzend perceel. Deze gegevens bestaan uit:

      • 1. datum van de bespuiting;

      • 2. merknaam en werkzame stof van het gewasbeschermingsmiddel;

      • 3. dosering; en

      • 4. toegepaste spuitdoppen;

  • regeling: Regeling LNV-subsidies;

  • scouting: registratie van de verhouding van aanwezige plaaginsecten ten opzichte van natuurlijke vijanden in het naast de FAB rand gelegen perceel;

  • verordening (EG) nr. 2200/96: verordening (EG) nr. 2200/96 van de Raad van 28 oktober 1996 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sectoren groenten en fruit (PbEG L 297);

  • verordening (EG) nr. 73/2009: verordening (EG) Nr. 73/2009 van de Raad van 19 januari 2009 tot vaststelling van gemeenschappelijke voorschriften voor regelingen inzake rechtstreekse steunverlening aan landbouwers in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en tot vaststelling van bepaalde steunregelingen voor landbouwers, tot wijziging van Verordeningen (EG)nr. 1290/2005, (EG) nr. 247/2006, (EG) nr. 378/2007 en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1782/2003 (PbEU L 30).

Artikel 2 [Vervallen per 01-01-2012]

Hoofdstuk 2. Concurrerende landbouw [Vervallen per 01-01-2012]

Titel 1. Beroepsopleiding en voorlichting [Vervallen per 01-01-2012]

Artikel 3 [Vervallen per 01-01-2012]

  • 2 De aanvragen, bedoeld in het eerste lid, kunnen worden ingediend in de periode van 17 januari 2011 tot en met 30 november 2011.

Artikel 4 [Vervallen per 01-01-2012]

  • 1 Aanvragen tot verlening van een subsidie als bedoeld in artikel 3, eerste lid, kunnen uitsluitend worden ingediend voor de in artikel 2:3, tweede lid, onderdelen a, b, c, d en g, van de regeling genoemde typen bedrijfsconsulten of de in het derde lid van dat artikel genoemde opleidingen, trainingen of voorlichtingsbijeenkomsten, en uitsluitend voor zover deze activiteiten betrekking hebben op:

    • a. de bedrijfseconomische gevolgen van de omschakeling naar, aanpassing of uitbreiding van de biologische productiemethode;

    • b. de markt- en afzetperspectieven voor de ondernemer bij omschakeling naar, de aanpassing of uitbreiding van de biologische productiemethode;

    • c. de implementatie van de regelgeving voor de biologische productiemethode in de bedrijfsvoering;

    • d. de aanpassingen in het bedrijfssysteem ten behoeve van de biologische productiemethode;

    • e. de financieringsmogelijkheden van de voor omschakeling naar, de aanpassing of uitbreiding van de biologische productiemethode benodigde investeringen;

    • f. het verwerven van technische kennis en vaardigheden van de biologische productiemethode, of

    • g. het verwerven van technische kennis en vaardigheden voor het uitoefenen van een of meer andere activiteiten dan de primaire agrarische activiteit met dien verstande dat de aanvrager de primaire agrarische activiteit blijft voortzetten.

  • 2 In afwijking van artikel 3, eerste lid, kunnen geen aanvragen worden ingediend door landbouwondernemingen die lid zijn van een erkende telersvereniging als bedoeld in artikel 11 van Verordening (EG) nr. 2200/96, tenzij door desbetreffende ondernemingen wordt aangetoond dat geen steun wordt ontvangen als bedoeld in artikel 15 of 16 van die verordening voor kosten die uit hoofde van artikel 2:3, tweede lid, onderdelen a, b, c, d, en g, van de regeling kunnen worden gesubsidieerd.

Artikel 5 [Vervallen per 01-01-2012]

Per landbouwonderneming kan slechts één aanvraag tot subsidieverlening worden ingediend.

Artikel 6 [Vervallen per 01-01-2012]

Er worden geen voorschotten verleend.

Artikel 7 [Vervallen per 01-01-2012]

De subsidie bedraagt 50% van de totale kosten van het bedrijfsconsult, training of opleiding, met dien verstande dat de subsidie per dagdeel ten hoogste € 250 bedraagt en de subsidie in totaal ten hoogste € 1500 bedraagt.

Artikel 8 [Vervallen per 01-01-2012]

Het subsidieplafond bedraagt € 450.000.

Titel 2. Bedrijfsadviesdiensten [Vervallen per 01-01-2012]

Artikel 9 [Vervallen per 01-01-2012]

Artikel 10 [Vervallen per 01-01-2012]

Er worden geen voorschotten verleend.

Artikel 11 [Vervallen per 01-01-2012]

De subsidie bedraagt 50% van de kosten van een bedrijfsadvies en ten minste € 250.

Artikel 12 [Vervallen per 01-01-2012]

Het subsidieplafond bedraagt € 600.000.

Titel 3. Kennisverspreiding (praktijknetwerken) [Vervallen per 01-01-2012]

Artikel 13 [Vervallen per 01-01-2012]

  • 1 Aanvragen tot verlening van een subsidie voor de uitvoering van een project als bedoeld in artikel 2:11, eerste lid, van de regeling kunnen worden ingediend door samenwerkingsverbanden van landbouwondernemingen, met dien verstande dat een samenwerkingsverband uit minimaal twee deelnemers bestaat.

  • 2 Aanvragen tot verlening van een subsidie voor de uitvoering van een project als bedoeld in artikel 2:11, eerste lid, van de regeling kunnen worden ingediend door samenwerkingsverbanden van landbouwondernemingen onderling of met agro-MKB-ondernemingen of kennisinstellingen, met dien verstande dat een samenwerkingsverband uit minimaal acht deelnemers bestaat.

  • 5 De aanvragen, bedoeld in het eerste en tweede lid, kunnen worden ingediend in de periode van 15 september 2011 tot en met 28 oktober 2011.

Artikel 14 [Vervallen per 01-01-2012]

De door de Minister ingestelde beoordelingscommissie brengt na de beoordeling van de aanvragen, bedoeld in artikel 13, advies uit aan de Minister in de vorm van een rangschikking, waarbij aanvragen hoger zijn gerangschikt naarmate:

  • a. het gekozen thema en de gekozen aanpak van het project inhoudelijk meer vernieuwend zijn;

  • b. het project een meer duurzaam karakter heeft;

  • c. de samenstelling van het samenwerkingsverband beter past bij het project;

  • d. de kennis en ervaring effectiever worden verspreid.

Artikel 15 [Vervallen per 01-01-2012]

  • 1 De subsidie bedraagt voor aanvragen om subsidie als bedoeld in artikel 13, eerste lid, 80% van de subsidiabele kosten en ten hoogste € 40.000.

  • 2 De subsidie bedraagt voor aanvragen om subsidie als bedoeld in artikel 13, tweede lid, 70% van de subsidiabele kosten, en bedraagt ten minste € 100.000 en ten hoogste € 250.000.

Artikel 16 [Vervallen per 01-01-2012]

Het subsidieplafond bedraagt:

Artikel 17 [Vervallen per 01-01-2012]

Artikel 1:19, derde lid, van de regeling is van toepassing.

Titel 4. Demonstratieprojecten [Vervallen per 01-01-2012]

Artikel 18 [Vervallen per 01-01-2012]

  • 2 De aanvragen, bedoeld in het eerste lid, kunnen uitsluitend worden ingediend door landbouwondernemingen, in een samenwerkingsverband van ten minste 50 landbouwondernemingen.

  • 3 De aanvragen, bedoeld in het eerste lid, kunnen worden ingediend in de periode van 17 januari 2011 tot en met 31 januari 2011 of in de periode van 1 november 2011 tot en met 15 november 2011.

  • 4 Aanvragen tot verlening van een subsidie voor de uitvoering van een project als bedoeld in artikel 2:14, eerste lid, van de regeling kunnen ook worden ingediend voor projecten die betrekking hebben op de thema’s, bedoeld in artikel 2:15, eerste lid, onderdeel g, voor zover deze projecten zich richten op vernieuwingen die een bijdrage leveren aan het bereiken van de doelstellingen, genoemd in artikel 2 van het convenant Schone en Zuinige Agrosectoren.

  • 5 De aanvragen, bedoeld in het vierde lid, kunnen uitsluitend worden ingediend door landbouwondernemingen of een samenwerkingsverband van landbouwondernemingen onderling, dan wel met agro-MKB ondernemingen, bosbouwondernemingen of MKB ondernemingen werkzaam in de voedselindustrie, met dien verstande dat de landbouwondernemingen werkzaam zijn in de sectoren: veehouderij, akkerbouw, tuinbouw open teelt, bloembollen, bolbloemen, paddenstoelen of glastuinbouw.

  • 6 De aanvragen, bedoeld in het vierde lid, kunnen worden ingediend in de periode van 15 april tot en met 12 mei 2011.

Artikel 18a [Vervallen per 01-01-2012]

  • 1 Aanvragen tot verlening van een subsidie voor de uitvoering van een project als bedoeld in artikel 2:14, eerste lid, van de regeling kunnen worden ingediend voor projecten die betrekking hebben op één of meer van de thema’s, bedoeld in artikel 2:15, eerste lid, onderdelen f, p, r, s, t, of u, van de regeling voor zover het project zich richt op een gebiedsgericht coherent plan waarin sprake is van onderlinge samenwerking, afstemming en kennisdeling van de inzet van maatregelen binnen de bestaande bedrijfsprocessen van het samenwerkingsverband, bedoeld in het achtste lid van dit artikel, en op vernieuwingen die een bijdrage leveren aan de prioriteiten als bedoeld in artikel 16 bis van Verordening (EG) nr. 1698/2005.

  • 2 De aanvragen, bedoeld in het eerste lid, kunnen uitsluitend worden ingediend door een samenwerkingsverband van landbouwondernemingen onderling, danwel met stichtingen, verenigingen of overheidsinstanties, met dien verstande dat ten minste 10 landbouwondernemingen deelnemen aan het samenwerkingsverband.

  • 4 De aanvragen, bedoeld in het eerste lid, kunnen uitsluitend worden ingediend door samenwerkingsverbanden waarvan de deelnemende landbouwondernemingen zijn gevestigd in de gebieden die binnen de begrenzing vallen zoals aangegeven in bijlagen 2a, 2b, 2c en 2d.

  • 5 De aanvragen kunnen worden ingediend in de periode van 15 maart tot en met 29 maart 2011.

Artikel 19 [Vervallen per 01-01-2012]

In afwijking van artikel 2:2, onderdeel a, van de regeling komen de kosten voor de aankoop van zaaizaad ten behoeve van FAB-randen als bedoeld in artikel 18, eerste lid, en ten behoeve van de uitvoering van de projecten bedoeld in artikel 18a, eerste lid, in aanmerking voor subsidie.

Artikel 20 [Vervallen per 01-01-2012]

De door de Minister ingestelde beoordelingscommissie brengt na de beoordeling van de aanvragen advies uit in de vorm van een rangschikking.

Artikel 21 [Vervallen per 01-01-2012]

  • 1 In aanvulling op artikel 2:16, onderdeel a, punt 2, van de regeling draagt een project als bedoeld in artikel 18, eerste lid, meer bij aan het bevorderen van nieuwe kennis of technologieën in de gehele sector indien:

    • a. het samenwerkingsverband groter is;

    • b. er meer regionale spreiding is van deelnemende landbouwondernemingen;

    • c. er meer regionale en landelijke samenwerking is tussen de landbouwondernemingen in het samenwerkingsverband ten behoeve van kennisuitwisseling en demonstraties.

  • 2 In aanvulling op artikel 2:16 van de regeling wordt een project als bedoeld in artikel 18, vierde lid, hoger gerangschikt, naarmate het project meer bijdraagt aan de voor de sectoren, genoemd in artikel 18, vierde lid, relevante convenantafspraken als bedoeld in de artikelen 6 tot en met 8 van het convenant Schone en Zuinige Agrosectoren.

Artikel 22 [Vervallen per 01-01-2012]

  • 1 De subsidie, bedoeld in artikel 18, eerste lid, wordt uitsluitend verleend indien uit het op het project toegesneden communicatieplan volgt dat de resultaten van de scouting en de resultaten van de monitoring openbaar worden gemaakt.

  • 2 De subsidie, bedoeld in artikel 18a, eerste lid, wordt uitsluitend verleend indien uit het op het project toegesneden communicatieplan volgt dat uit het project te trekken conclusies met betrekking tot de meerwaarde die een samenwerkingsverband al dan niet levert aan de realisatie van de prioriteiten als bedoeld in artikel 16 bis van Verordening (EG) nr. 1698/2005 door een verbeterde coherente aanpak in planvorming en uitvoering, waaronder begrepen de meerwaarde van de zelfsturing van het samenwerkingsverband voor wat betreft de deelname van landbouwers aan het samenwerkingsverband, de continuïteit in deelname en de gezamenlijke inzet van maatregelen binnen de bestaande bedrijfsprocessen van het samenwerkingsverband, openbaar worden gemaakt.

Artikel 23 [Vervallen per 01-01-2012]

  • 3 De subsidie bedraagt voor aanvragen om subsidie als bedoeld in artikel 18, vierde lid, ten hoogste 50% van de subsidiabele kosten.

  • 4 Indien het project wordt uitgevoerd door een samenwerkingsverband van landbouwondernemingen, bedraagt de subsidie voor aanvragen om subsidie als bedoeld in artikel 18, vierde lid, in afwijking van het derde lid ten hoogste 70% van de subsidiabele kosten.

Artikel 23a [Vervallen per 01-01-2012]

De subsidie bedraagt voor aanvragen om subsidie als bedoeld in artikel 18a, eerste lid, 100% van de subsidiabele kosten.

Artikel 24 [Vervallen per 01-01-2012]

  • 2 In aanvulling op het subsidieplafond, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, geldt een additioneel subsidieplafond van het Productschap Tuinbouw van € 202.000 voor projecten ingediend door glastuinbouwondernemingen, met dien verstande dat per project ten hoogste 20% van het subsidiebedrag ten laste komt van het additionele subsidieplafond.

Artikel 24a [Vervallen per 01-01-2012]

Het subsidieplafond voor aanvragen om subsidie als bedoeld in artikel 18a, eerste lid, bedraagt:

  • 1°. € 2.375.000 voor samenwerkingsverbanden die gevestigd zijn in het gebied zoals begrensd in bijlage 2a;

  • 2°. € 2.685.000 voor samenwerkingsverbanden die gevestigd zijn in het gebied zoals begrensd in bijlage 2b;

  • 3°. € 2.150.000 voor samenwerkingsverbanden die gevestigd zijn in het gebied zoals begrensd in bijlage 2c;

  • 4°. € 1.576.000 voor samenwerkingsverbanden die gevestigd zijn in het gebied zoals begrensd in bijlage 2d.

Artikel 25 [Vervallen per 01-01-2012]

Artikel 1:19, derde lid, van de regeling is van toepassing.

Titel 5. Onderzoek en ontwikkeling (samenwerking bij innovatieprojecten) [Vervallen per 01-01-2012]

Artikel 26 [Vervallen per 01-01-2012]

  • 1 Aanvragen tot verlening van een subsidie als bedoeld in artikel 2:32, eerste lid, van de regeling kunnen worden ingediend door samenwerkingsverbanden van landbouwondernemingen onderling of met agro-MKB-ondernemingen, met dien verstande dat de landbouwondernemingen werkzaam zijn in de melkvee-, vleesvee-, schapen-, geiten-, varkens-, kalveren-. paarden-, pluimvee-, inclusief eenden- en kalkoenenhouderij, of konijnenhouderij.

  • 2 Aanvragen tot verlening van subsidie als bedoeld in artikel 2:32, eerste lid, van de regeling kunnen tevens worden ingediend door samenwerkingsverbanden van landbouwondernemingen onderling of met agro-MKB-ondernemingen, met dien verstande dat de landbouwondernemingen werkzaam zijn in de bijenhouderij, glastuinbouw, paddenstoelenteelt, akkerbouw, opengrondstuinbouw of teelt van plantaardig uitgangsmateriaal.

  • 3 Aanvragen tot verlening van een subsidie als bedoeld in artikel 2:32, eerste lid, van de regeling kunnen worden ingediend door samenwerkingsverbanden van landbouwondernemingen onderling of met agro-MKB-ondernemingen, met dien verstande dat het innovatieproject past binnen één of meerdere van de nieuwe uitdagingen: klimaatverandering, waterbeheer, hernieuwbare energie en biodiversiteit.

  • 4 Aanvragen tot verlening van een subsidie als bedoeld in artikel 2:32, eerste lid, en artikel 2:36aa, van de regeling kunnen, in afwijking van artikel 2:32, tweede lid, van de regeling, uitsluitend worden ingediend door samenwerkingsverbanden van landbouwondernemingen en agro-MKB-ondernemingen tezamen, met dien verstande dat de landbouwondernemingen werkzaam zijn in de veehouderij.

  • 5 De aanvragen, bedoeld in het eerste en tweede lid, kunnen worden ingediend in de periode van 1 februari 2011 tot en met 25 februari 2011.

  • 6 De aanvragen, bedoeld in het derde lid, kunnen worden ingediend in de periode van 1 juni 2011 tot en met 15 juli 2011.

  • 7 De aanvragen, bedoeld in het vierde lid, kunnen worden ingediend in de periode van 3 oktober 2011 tot en met 28 oktober 2011.

Artikel 27 [Vervallen per 01-01-2012]

Artikel 28 [Vervallen per 01-01-2012]

Per samenwerkingsverband kan slechts een aanvraag worden ingediend.

Artikel 29 [Vervallen per 01-01-2012]

  • 2 De subsidie bedraagt voor aanvragen van subsidie als bedoeld in artikel 26, vierde lid, 35% van de subsidiabele kosten en ten hoogste € 150.000.

Artikel 30 [Vervallen per 01-01-2012]

Het subsidieplafond bedraagt:

Titel 5a. Onderzoek naar emissiearm veevoeder [Vervallen per 01-01-2012]

Artikel 30a [Vervallen per 01-01-2012]

Aanvragen tot verlening van een subsidie voor de uitvoering van een onderzoeksproject als bedoeld in artikel 2:36b, eerste lid, van de Regeling kunnen worden ingediend in de periode 21 maart 2011 tot en met 20 mei 2011.

Artikel 30b [Vervallen per 01-01-2012]

Het subsidieplafond bedraagt voor aanvragen als bedoeld in artikel 30a € 1.000.000.

Titel 6. Bedrijfsmodernisering [Vervallen per 01-01-2012]

§ 1. Investeringen op het terrein van energiebesparing [Vervallen per 01-01-2012]

Artikel 31 [Vervallen per 01-01-2012]

  • 2 De aanvragen kunnen worden ingediend in de periode van 1 april 2011 tot en met 13 mei 2011.

Artikel 32 [Vervallen per 01-01-2012]

Er worden geen voorschotten verleend.

Artikel 33 [Vervallen per 01-01-2012]

  • 1 De subsidie voor de in artikel 31, eerste lid, bedoelde investeringen wordt vastgesteld overeenkomstig hetgeen daaromtrent is bepaald in bijlage 1 bij dit besluit met betrekking tot de daarin onderscheiden landbouwondernemingen of samenwerkingsverbanden.

  • 2 De volledige aanvraag tot subsidievaststelling wordt uiterlijk 1 jaar na subsidieverlening ingediend.

Artikel 34 [Vervallen per 01-01-2012]

Het subsidieplafond bedraagt € 3.825.000.

§ 2. Marktintroductie energieinnovaties [Vervallen per 01-01-2012]

Artikel 35 [Vervallen per 01-01-2012]

  • 2 De aanvragen kunnen worden ingediend:

    • a. in de periode van 1 februari 2011 tot en met 15 maart 2011, of

    • b. in de periode van 15 september 2011 tot en met 28 oktober 2011.

Artikel 36 [Vervallen per 01-01-2012]

De subsidie voor de in artikel 35, eerste lid, bedoelde investeringen bedraagt 40% van de subsidiabele kosten en ten hoogste € 1.500.000.

Artikel 37 [Vervallen per 01-01-2012]

Het subsidieplafond voor subsidies voor investeringen als bedoeld in artikel 35, eerste lid, bedraagt:

Artikel 38 [Vervallen per 01-01-2012]

  • 2 De aanvragen kunnen worden ingediend:

    • a. in de periode van 1 februari 2011 tot en met 15 maart 2011, of

    • b. in de periode van 15 september 2011 tot en met 28 oktober 2011.

Artikel 39 [Vervallen per 01-01-2012]

De subsidie voor de in artikel 38, eerste lid, bedoelde investeringen bedraagt 40% van de subsidiabele kosten en ten hoogste € 1.500.000, met dien verstande dat de subsidiabele kosten worden gemaximeerd op € 100/m2 opervlak voor het gesloten en bjibehorende open gedeelte of het totale oppervlak semi-gesloten kas.

Artikel 40 [Vervallen per 01-01-2012]

Het subsidieplafond voor subsidies voor investeringen als bedoeld in artikel 38, eerste lid, bedraagt:

Artikel 40a [Vervallen per 01-01-2012]

  • 1 Aanvragen tot verlening van een subsidie voor een investering in energieinnovaties als bedoeld in bijlage 2, hoofdstuk 2, punt A, onderdeel a, van de regeling kunnen worden ingediend door glastuinbouwondernemingen, die, niet zijnde als samenwerkingsverband of als onderdeel van een samenwerkingsverband als bedoeld in bijlage 2, hoofdstuk 2, punt B, onderdeel b of c, van de regeling, op grond van het Openstellingsbesluit LNV-subsidies 2008 subsidie voor een investering in energieinnovaties als bedoeld in bijlage 2, hoofdstuk 2, punt A, onderdeel a, van de regeling verleend hebben gekregen, voor zover het betreft aanvragen voor investeringen in een spuitkruis en gas- of oliescheidingsapparatuur.

  • 2 De aanvragen, bedoeld in het eerste lid, kunnen worden ingediend in de periode van 15 november 2011 tot en met 18 november 2011.

  • 3 De subsidie voor de investeringen, bedoeld in het eerste lid, bedraagt 40% van de subsidiabele kosten en ten hoogste € 1.400.000.

  • 4 Het subsidieplafond voor subsidies voor investeringen als bedoeld in het eerste lid bedraagt € 2.800.000.

Artikel 41 [Vervallen per 01-01-2012]

In afwijking van artikel 35, eerste lid, en artikel 38, eerste lid, kunnen geen aanvragen worden ingediend door glastuinbouwonderneming of samenwerkingsverbanden daarvan, indien deze ondernemingen lid zijn van een erkende telersvereniging als bedoeld in artikel 11 van Verordening (EG) nr. 2200/96, tenzij wordt aangetoond dat geen steun wordt ontvangen als bedoeld in artikel 15 of 16 van die verordening voor kosten die uit hoofde van bijlage 2, hoofdstuk 2, van de regeling kunnen worden gesubsidieerd.

Artikel 42 [Vervallen per 01-01-2012]

Indien subsidie wordt verleend aan een samenwerkingsverband van een of meer glastuinbouwondernemingen en een of meer andere landbouwondernemingen en het aandeel van de met de investering opgewekte energie dat door die landbouwonderneming of -ondernemingen aan de glastuinbouwonderneming of glastuinbouwondernemingen wordt geleverd minder is dan 100% van de energiecapaciteit die met gebruik van de investering kan worden opgewekt, wordt de overeenkomstig artikel 36 vastgestelde subsidie naar rato van dat aandeel verlaagd.

Artikel 43 [Vervallen per 01-01-2012]

De door de Minister ingestelde beoordelingscommissie brengt na de beoordeling van de aanvragen, bedoeld in artikel 35, eerste lid, en 38, eerste lid, advies uit aan de Minister in de vorm van een rangschikking, waarbij de aanvragen hoger zijn gerangschikt naarmate de energieinnovatie naar het oordeel van de commissie:

  • meer bijdraagt aan klimaatneutrale glastuinbouw door een zo laag mogelijk gebruik van primaire energie en een zo laag mogelijke CO² -uitstoot;

  • meer teelttechnisch en economisch perspectief heeft en meer perspectief biedt voor toepassing door andere ondernemingen, of

  • een hoger niveau van doorontwikkeling vertegenwoordigt gericht op teelttechnische of economische inpasbare systemen.

§ 3. Investeringen in technieken ter vermindering van de uitstoot fijn stof [Vervallen per 01-01-2012]

Artikel 44 [Vervallen per 01-01-2012]

  • 2 De aanvragen kunnen worden ingediend in de periode van 3 januari 2011 tot en met 15 april 2011.

Artikel 45 [Vervallen per 01-01-2012]

Er worden geen voorschotten verleend.

Artikel 46 [Vervallen per 01-01-2012]

Aanvragen tot subsidievaststelling kunnen worden ingediend tot een jaar na subsidieverlening.

Artikel 47 [Vervallen per 01-01-2012]

In afwijking van artikel 1:15, derde lid, van de regeling komt niet-verrekenbare BTW niet voor subsidie

in aanmerking.

Artikel 48 [Vervallen per 01-01-2012]

De subsidie bedraagt 60% van de subsidiabele kosten.

Artikel 49 [Vervallen per 01-01-2012]

Het subsidieplafond bedraagt € 20.000.000.

§ 4. Investeringen in integraal duurzame stallen en houderijsystemen [Vervallen per 01-01-2012]

Artikel 49a [Vervallen per 01-01-2012]

  • 1 Aanvragen tot verlening van een subsidie voor een investering in een integraal duurzame stal of houderijsysteem als bedoeld in Bijlage 2, Hoofdstuk 4, punt A, van de regeling kunnen worden ingediend door landbouwondernemingen die werkzaam zijn in de melkvee-, vleesvee-, schapen-, geiten-, varkens-, kalveren-, pluimvee-, inclusief eenden- en kalkoenenhouderij, of konijnenhouderij, met uitzondering van de varkens- en pluimveehouderijen gelegen in extensiveringsgebieden als bedoeld in artikel 1 van de Reconstructiewet.

  • 3 De aanvragen kunnen worden ingediend in de periode van 1 juli 2011 tot en met 15 augustus 2011.

Artikel 49b [Vervallen per 01-01-2012]

  • 1 De door de Minister ingestelde beoordelingscommissie brengt na de beoordeling van de aanvragen, bedoeld in artikel 49a, advies uit aan de Minister in de vorm van een rangschikking.

  • 2 Overeenkomstig artikel 1:4 van de regeling wordt een aanvraag hoger gerangschikt naarmate:

    • a. de integraal duurzame stal of houderijsysteem waarin wordt geïnvesteerd in de beginfase van marktintroductie verkeert;

    • b. de investering in de integraal duurzame stal of houderijsysteem meer economisch of technisch perspectief heeft;

    • c. er voor de investering in de integraal duurzame stal of houderijsysteem een betere verhouding tussen de prijs en kwaliteit bestaat, gezien het aangevraagde subsidiebedrag en de verbetering van het dierenwelzijn;

    • d. er voor de investering in de integraal duurzame stal of houderijsysteem een betere verhouding tussen de prijs en kwaliteit bestaat, gezien het aangevraagde subsidiebedrag en de verbetering van het milieu, diergezondheid of arbeidsomstandigheden;

    • e. de landbouwonderneming ten hoogste 3000 meter is verwijderd van een gebied als omschreven in bijlage 3 bij dit besluit, en

    • f. de landbouwonderneming al dan niet in het bezit is van de in voorkomend geval noodzakelijke vergunningen voor de uitvoering van het investeringsplan dan wel deze vergunningen heeft aangevraagd op het moment van de aanvraag tot subsidieverlening.

  • 3 Aanvragen tot subsidieverlening die op grond van het tweede lid inhoudelijk gelijk zijn gewaardeerd en niet kunnen worden verleend in verband met overschrijding van het subsidieplafond, worden door loting gerangschikt.

Artikel 49c [Vervallen per 01-01-2012]

De subsidie bedraagt 40% van de subsidiabele kosten, met dien verstande dat de subsidie ten hoogste € 250.000 bedraagt.

Artikel 49d [Vervallen per 01-01-2012]

  • 1 Het subsidieplafond bedraagt € 6.500.000.

  • 2 In aanvulling op het subsidieplafond, bedoeld in het eerste lid, geldt een additioneel subsidieplafond ten bedrage van € 1.767.200 voor aanvragers gevestigd in Limburg.

Artikel 49e [Vervallen per 01-01-2012]

  • 1 Aanvragen tot subsidievaststelling kunnen worden ingediend tot 27 september 2013.

Artikel 49f [Vervallen per 01-01-2012]

De extra kosten, bedoeld in Bijlage 2, Hoofdstuk 4, punt C, van de regeling betreffen de kosten die worden gemaakt naast de norminvesteringen met betrekking tot dierenwelzijn en, voor zover van toepassing met betrekking tot milieu of diergezondheid, in een gangbare stal, als bedoeld in de kwantitatieve informatie veehouderij.

§ 5. Verdergaande verduurzaming land- en tuinbouw in het kader van nieuwe uitdagingen (POP NU) [Vervallen per 01-01-2012]

Artikel 49g [Vervallen per 01-01-2012]

  • 1 Een aanvraag tot verlening van een subsidie voor een investering in een machine of installatie als bedoeld in bijlage 2, hoofdstuk 7, punt A, categorie 1, 2 of 4, van de regeling kan worden ingediend in de periode van 1 juli 2011 tot en met 29 juli 2011.

  • 2 Per landbouwonderneming, bedoeld in bijlage 2, hoofdstuk 7, punt B, wordt één aanvraag ingediend, die betrekking kan hebben op één of meerdere machines of installaties onderscheiden in de categorieën 1, 2 en 4, bedoeld in bijlage 2, hoofdstuk 7, punt A, van de regeling.

  • 3 Landbouwondernemingen die in het jaar 2010 voor machines of installaties onderscheiden in bijlage 2, hoofdstuk 7, punt A, subsidie hebben ontvangen komen niet voor subsidie in aanmerking.

  • 4 Op de rangschikking van de aanvragen is artikel 1:5 van toepassing.

Artikel 49h [Vervallen per 01-01-2012]

Er worden geen voorschotten verleend.

Artikel 49i [Vervallen per 01-01-2012]

Aanvragen tot subsidievaststelling kunnen worden ingediend tot en met 26 september 2014 en per landbouwonderneming bedoeld in bijlage 2, hoofdstuk 7, punt B kan in die periode maximaal één aanvraag gedaan worden.

Artikel 49j [Vervallen per 01-01-2012]

De subsidie voor een machine of installatie als bedoeld in bijlage 2, hoofdstuk 7, punt A, van de regeling bedraagt per categorie:

  • a 35% van de subsidiabele kosten, met dien verstande dat de subsidie per categorie ten hoogste € 100.000 bedraagt;

  • b tenminste € 5.000.

Artikel 49k [Vervallen per 01-01-2012]

Het subsidieplafond voor investeringen in machines of installaties als bedoeld in bijlage 2, hoofdstuk 7, punt A, van de regeling bedraagt:

  • a. € 5.000.000 voor categorie 1;

  • b. € 5.000.000 voor categorie 2;

  • c. € 5.000.000 voor categorie 4.

§ 6. Jonge landbouwers [Vervallen per 01-01-2012]

Artikel 49l [Vervallen per 01-01-2012]

  • 2 Een jonge landbouwer kan slechts één aanvraag indienen.

Artikel 49m [Vervallen per 01-01-2012]

Aanvragen tot subsidievaststelling kunnen worden ingediend tot en met 19 december 2014.

Artikel 49n [Vervallen per 01-01-2012]

Er worden geen voorschotten verleend.

Artikel 49o [Vervallen per 01-01-2012]

Het subsidieplafond bedraagt € 15.000.000.

Artikel 49p [Vervallen per 01-01-2012]

  • a. De subsidiabele kosten bedragen nooit meer dan € 100.000.

  • b. De subsidie bedraagt ten minste € 5000 en ten hoogste 25% van de subsidiabele kosten.

Titel 7. Voedselkwaliteitsregelingen [Vervallen per 01-01-2012]

Artikel 50 [Vervallen per 01-01-2012]

Aanvragen tot verlening van een subsidie als bedoeld in artikel 2:55, eerste lid, van de regeling kunnen worden ingediend in de periode van 15 september 2011 tot en met 30 december 2011.

Artikel 51 [Vervallen per 01-01-2012]

Het subsidieplafond bedraagt € 250.000.

Artikel 52 [Vervallen per 01-01-2012]

Een landbouwonderneming kan per Skal-certificaat één aanvraag indienen.

Titel 8. Herstructureringssteun Q-koorts 2010 [Vervallen per 01-01-2012]

Artikel 53 [Vervallen per 01-01-2012]

  • 1 Aanvragen tot verstrekking van een subsidie als bedoeld in artikel 2:69k regeling worden ingediend in de periode van 1 januari 2011 tot en met 30 september 2011.

  • 2 Aanvragen kunnen worden ingediend door ondernemingen die zodanig ernstig zijn getroffen door maatregelen ter bestrijding van de Q-koorts dat zij als rechtstreeks gevolg daarvan zijn aan te merken als onderneming in moeilijkheden als bedoeld in artikel 2:69c, eerste lid, van de regeling.

Artikel 54 [Vervallen per 01-01-2012]

Het subsidieplafond bedraagt € 1.500.000.

Artikel 55 [Vervallen per 01-01-2012]

Onverminderd artikel 2:69p van de regeling is de rente op de lening, bedoeld in artikel 2:69k, eerste lid, van de regeling marktconform en niet hoger dan de wettelijke rente voor handelstransacties.

Artikel 56 [Vervallen per 01-01-2012]

Artikel 1:13, tweede lid, van de regeling, is niet van toepassing.

Artikel 57 [Vervallen per 01-01-2012]

  • 2 Binnen vier maanden na afronding van de maatregelen in het herstructureringsplan, bedoeld in artikel 2:69n van de regeling, dient de subsidieontvanger een eindverslag in dat ten minste bevat:

Titel 9. Garantstelling [Vervallen per 01-01-2012]

Artikel 58 [Vervallen per 01-01-2012]

Aanvragen voor garantstellingen als bedoeld in Hoofdstuk 2, Titel 12, paragraaf 1, van de regeling kunnen worden ingediend in de periode van 3 januari 2011 tot en met 30 december 2011.

Artikel 59 [Vervallen per 01-01-2012]

Het subsidieplafond bedraagt:

Artikel 59a [Vervallen per 01-01-2012]

Aanvragen voor garantstellingen als bedoeld in hoofdstuk 2, titel 12, paragraaf 2, van de regeling kunnen worden ingediend vanaf de dag van inwerkingtreding van deze regeling tot en met 31 maart 2011.

Artikel 59b [Vervallen per 01-01-2012]

  • 2 Het in het eerste lid bedoelde plafond is tevens van toepassing op aanvragen die in 2009 en 2010 zijn ingediend.

Titel 10. Overige bepalingen [Vervallen per 01-01-2012]

Artikel 59c [Vervallen per 01-01-2012]

  • 1 Indien een vergunning die van toepassing is op de investering, bedoeld in bijlage 2, hoofdstuk 3, van de regeling, vanwege omstandigheden die aantoonbaar buiten de invloedssfeer van de subsidieaanvrager liggen, niet tijdig is verkregen om voor de investering, overeenkomstig artikel 49, eerste lid, van het Openstellingsbesluit LNV-subsidies 2009, voor 30 september 2011 een aanvraag tot subsidievaststelling in te dienen, wordt in artikel 49, eerste lid, van het Openstellingsbesluit LNV-subsidies 2009 ’30 september 2011’ gelezen als: 28 september 2012.

  • 2 Indien een vergunning die van toepassing is op de investering, bedoeld in artikel 2:42 van de regeling, vanwege omstandigheden die aantoonbaar buiten de invloedssfeer van de subsidieaanvrager liggen, niet tijdig is verkregen om voor de investering, overeenkomstig artikel 54 van het Openstellingsbesluit LNV-subsidies 2009, voor 30 september 2011 een aanvraag tot subsidievaststelling in te dienen, wordt in artikel 54 van het Openstellingsbesluit LNV-subsidies 2009 ’30 september 2011’ gelezen als: 28 september 2012.

Artikel 59d [Vervallen per 01-01-2012]

  • 1 Voor de toepassing van artikel 59c, eerste en tweede lid, dient de subsidieaanvrager een verzoek tot uitstel van het indienen van de aanvraag tot subsidievaststelling in bij Dienst Regelingen, waarbij de subsidieaanvrager aantoont dat de vergunning, bedoeld in artikel 59c, eerste of tweede lid, niet tijdig is verkregen vanwege omstandigheden die buiten zijn invloedssfeer liggen.

  • 2 Het verzoek, bedoeld in het eerste lid, is uiterlijk op 30 december 2011 in het bezit van Dienst Regelingen.

Hoofdstuk 3. Natuur, landelijk erfgoed en recreatie [Vervallen per 01-01-2012]

Titel 1. Nationale en grensoverschrijdende parken [Vervallen per 01-01-2012]

Artikel 60 [Vervallen per 01-01-2012]

Aanvragen tot verlening van een subsidie als bedoeld in artikel 3:34 van de regeling kunnen worden ingediend in de periode van 3 januari 2011 tot en met 30 december 2011.

Artikel 61 [Vervallen per 01-01-2012]

Het subsidieplafond bedraagt ten aanzien van aanvragen door:

  • a. de IVN Vereniging voor natuur- en milieueducatie: € 1.478.444,09;

  • b. Stichting Samenwerkingsverband Nationale Parken: € 300.000.

Titel 2. Versterking natuur- en bosbeheer bij bos- en landgoedeigenaren [Vervallen per 01-01-2012]

Artikel 62 [Vervallen per 01-01-2012]

  • 2 Het subsidieplafond bedraagt € 200.000.

Titel 3. Behoud zeldzame landbouwhuisdierrassen [Vervallen per 01-01-2012]

Artikel 63 [Vervallen per 01-01-2012]

  • 1 Aanvragen tot verlening van een subsidie als bedoeld in artikel 3:61 van de regeling kunnen worden ingediend in de periode van 3 januari 2011 tot en met 27 februari 2011.

  • 2 Het subsidieplafond bedraagt € 300.000.

Hoofdstuk 4. Visserij [Vervallen per 01-01-2012]

Titel 1. Maatregelen van gemeenschappelijk belang [Vervallen per 01-01-2012]

§ 1. Innovatieprojecten [Vervallen per 01-01-2012]

Artikel 64 [Vervallen per 01-01-2012]

  • 1 Aanvragen tot verlening van een subsidie voor innovatieprojecten als bedoeld in artikel 4:15, eerste lid, van de regeling kunnen worden ingediend in de periode van 1 maart 2011 tot en met 31 maart 2011.

  • 2 De subsidie bedraagt 60% van de subsidiabele kosten en ten hoogste € 350.000,–.

  • 3 Het subsidieplafond bedraagt € 1.500.000,–.

Artikel 65 [Vervallen per 01-01-2012]

Een aanvraag tot voorschotverlening gaat vergezeld van een liquiditeitsoverzicht of een overzicht van gemaakte en betaalde kosten.

§ 2. Collectieve acties [Vervallen per 01-01-2012]

Artikel 66 [Vervallen per 01-01-2012]

Aanvragen tot verlening van een subsidie voor de uitvoering van een project, bedoeld in artikel 4:22, eerste lid, van de regeling kunnen worden ingediend in de periode van 1 maart 2011 tot en met 31 maart 2011.

Artikel 67 [Vervallen per 01-01-2012]

De subsidie bedraagt:

Artikel 68 [Vervallen per 01-01-2012]

Het subsidieplafond bedraagt € 4.500.000,–.

Artikel 69 [Vervallen per 01-01-2012]

Een aanvraag tot voorschotverlening gaat vergezeld van een liquiditeitsoverzicht of een overzicht van gemaakte en betaalde kosten.

§ 3. Duurzame ontwikkeling visserijgebieden [Vervallen per 01-01-2012]

Artikel 70 [Vervallen per 01-01-2012]

  • 4 Geen subsidie wordt verstrekt voor activiteiten waarvan de subsidiabele kosten in totaal minder bedragen dan € 100.000.

Artikel 71 [Vervallen per 01-01-2012]

Artikel 1:2, tweede lid, van de regeling is niet van toepassing op aanvragen als bedoeld in artikel 70 met dien verstande dat de activiteiten waarvoor subsidie wordt verleend niet zijn aangevangen voor 1 januari 2007.

Artikel 72 [Vervallen per 01-01-2012]

Een aanvraag tot voorschotverlening gaat vergezeld van een liquiditeitsoverzicht of een overzicht van de gemaakte en betaalde kosten.

Titel 2. Investeringen in vissersvaartuigen [Vervallen per 01-01-2012]

§ 1. Investeringen in koelvriesinstallaties [Vervallen per 01-01-2012]

Artikel 73 [Vervallen per 01-01-2012]

  • 2 Geen subsidie als bedoeld in het eerste lid wordt verleend indien de te vervangen koelvriesinstallatie niet voldoet aan het vereiste, bedoeld in artikel 5, eerste lid, onderdeel c, sub iv, van de in het eerste lid genoemde verordening.

  • 3 Aanvragen als bedoeld in het eerste lid, kunnen worden ingediend door eigenaren van vissersvaartuigen die geregistreerd zijn in het Nederlands visserijregister, met een bruto tonnage groter dan of gelijk aan 1230 brutoton.

Artikel 74 [Vervallen per 01-01-2012]

  • 1 In afwijking van artikel 4:36 van de regeling verdeelt de Minister het totale beschikbare subsidiebedrag op basis van de in de in aanmerking komende aanvragen opgenomen subsidiabele kosten evenredig over al die aanvragen.

Artikel 75 [Vervallen per 01-01-2012]

In afwijking van artikel 4:37, eerste lid, van de regeling voert de subsidieontvanger de activiteiten waarvoor subsidie is verleend uit binnen twee jaar en zes maanden na de datum van subsidieverlening.

Artikel 76 [Vervallen per 01-01-2012]

Een aanvraag tot voorschotverlening gaat vergezeld van een overzicht van gemaakte en betaalde kosten.

Artikel 77 [Vervallen per 01-01-2012]

Artikel 4:39, derde lid, van de regeling is niet van toepassing op aanvragen als bedoeld in artikel 73, eerste lid.

Artikel 78 [Vervallen per 01-01-2012]

Aanvragen tot verlening van subsidie als bedoeld in artikel 73, eerste lid, kunnen worden ingediend in de periode van 1 februari tot en met 28 februari 2011.

Artikel 79 [Vervallen per 01-01-2012]

Het subsidieplafond bedraagt € 5.000.000.

Artikel 79a [Vervallen per 01-01-2012]

De aanvraag tot subsidievaststelling gaat vergezeld van een accountantsverklaring.

§ 2. Investeringen in weegapparatuur [Vervallen per 01-01-2012]

Artikel 79b [Vervallen per 01-01-2012]

  • 1 Aanvragen voor de vaststelling van subsidie voor de aanschaf en installatie van elektronische weegapparatuur als bedoeld in artikel 4:39a, eerste lid, van de regeling, kunnen worden ingediend in de periode van 1 juli 2011 tot en met 1 mei 2012.

  • 2 Het subsidieplafond bedraagt € 600.000,–.

Artikel 79c [Vervallen per 01-01-2012]

In afwijking van artikel 1:2, tweede lid, van de regeling kan subsidie worden verleend voor activiteiten die zijn aangevangen voor de subsidievaststelling op voorwaarde dat de activiteiten zijn aangevangen na 1 juni 2011.

Artikel 79d [Vervallen per 01-01-2012]

Er worden geen voorschotten verleend.

§ 3. Investeringen in elektronische registratie- en meldapparatuur en in satellietvolgapparatuur [Vervallen per 01-01-2012]

Artikel 79e [Vervallen per 01-01-2012]

  • 1 Aanvragen voor de vaststelling van subsidie voor de aanschaf en installatie van elektronische registratie- en meldapparatuur, van satellietvolgapparatuur of van een geïntegreerde combinatie van deze apparatuur als bedoeld in artikel 4:39g, eerste lid, van de regeling kunnen worden ingediend in de periode van 1 juli 2011 tot en met 1 februari 2012.

Artikel 79f [Vervallen per 01-01-2012]

In afwijking van artikel 1:2, tweede lid, van de regeling kan subsidie worden verleend voor activiteiten die zijn aangevangen voor de subsidievaststelling op voorwaarde dat de activiteiten zijn aangevangen na 1 juni 2011.

Artikel 79g [Vervallen per 01-01-2012]

Er worden geen voorschotten verleend.

§ 4. Investeringen in duurzame vistuigen [Vervallen per 01-01-2012]

Artikel 79h [Vervallen per 01-01-2012]

  • 1 Aanvragen tot verlening van een subsidie als bedoeld in artikel 4:34 van de regeling kunnen worden ingediend door eigenaren van een vissersvaartuig, dat staat ingeschreven in het visserijregister bedoeld in artikel 4 van het Besluit registratie vissersvaartuigen 1998, voor het moderniseren en aanbrengen van voorzieningen aan boord van een vissersvaartuig door middel van:

    • a. de omschakeling van de visserij met de boomkor naar visserij met de hydrorig of sumwing;

    • b. jig-installaties;

    • c. uitrusting voor de krabbenvisserij.

  • 2 Aanvragen als bedoeld in het eerste lid kunnen worden ingediend in de periode van 1 november 2011 tot en met 30 november 2011.

  • 3 Het subsidieplafond bedraagt € 2.000.000.

Artikel 79i [Vervallen per 01-01-2012]

De aanvraag tot subsidieverlening, bedoeld in artikel 79h, eerste lid, gaat vergezeld van offertes of prijsopgaven voor de aan te schaffen apparatuur, de werkzaamheden ten behoeve van de installatie en de werkzaamheden ten behoeve van de noodzakelijke aanpassingen aan het vissersvaartuig.

Artikel 79j [Vervallen per 01-01-2012]

De subsidie bedraagt 40% van de subsidiabele kosten en ten hoogste € 100.000.

Titel 3. Investeringen in aquacultuur [Vervallen per 01-01-2012]

Artikel 80a [Vervallen per 01-01-2012]

  • 1 Aanvragen tot verlening van subsidie als bedoeld in artikel 4:40 van de regeling kunnen worden ingediend in de periode van 1 september 2011 tot en met 30 september 2011.

  • 2 Het subsidieplafond bedraagt € 1.800.000.

Artikel 80b [Vervallen per 01-01-2012]

Een aanvraag tot voorschotverlening gaat vergezeld van een overzicht van gemaakte en betaalde kosten.

Titel 4. Garantstelling visserij [Vervallen per 01-01-2012]

Artikel 80ba [Vervallen per 01-01-2012]

  • 1 Aanvragen tot verstrekking van een garantstelling als bedoeld in artikel 4:53 van de regeling kunnen worden ingediend in de periode van 1 november 2011 tot en met 31 december 2011.

Titel 5. Maatregelen voor de kust- en binnenvisserij [Vervallen per 01-01-2012]

Artikel 80bb [Vervallen per 01-01-2012]

  • 1 Aanvragen tot verstrekking van een tegemoetkoming als bedoeld in artikel 4:68 van de regeling kunnen worden ingediend in de periode van 7 november tot en met 19 december 2011.

  • 2 Het subsidieplafond voor aanvragen als bedoeld in artikel 4:68 bedraagt € 700.000.

Artikel 80bc [Vervallen per 01-01-2012]

Er worden geen voorschotten verleend.

Hoofdstuk 4a. Onderwijs [Vervallen per 01-01-2012]

Artikel 80c [Vervallen per 01-01-2012]

Aanvragen tot verlening van een subsidie voor een lectoraat als bedoeld in artikel 4a:3 van de regeling, kunnen worden ingediend in de periode van 1 juli 2011 tot 15 september 2011.

Artikel 80d [Vervallen per 01-01-2012]

In aanvulling op artikel 4a:10 van de regeling, bedraagt de subsidie voor aanvragen om subsidie als bedoeld in artikel 80c, ten hoogste € 240.000.

Artikel 80e [Vervallen per 01-01-2012]

De duur van de subsidieverlening bedraagt maximaal 4 jaar.

Artikel 80f [Vervallen per 01-01-2012]

Het subsidieplafond bedraagt € 960.000.

Hoofdstuk 5. Overige bepalingen en slotbepalingen [Vervallen per 01-01-2012]

Artikel 81 [Vervallen per 01-01-2012]

De volgende subsidieplafonds worden, voor zover van toepassing, naar rato verhoogd:

  • a. de subsidieplafonds, bedoeld in de artikelen 34, 37, onderdeel a, en 40, onderdeel a, met het bedrag of bedragen overgebleven door het niet bereiken van een of meerdere van deze subsidieplafonds;

  • b. de subsidieplafonds, bedoeld in de artikelen 37, onderdeel b, en 40, onderdeel b, met het bedrag overgebleven door het niet bereiken van een van deze subsidieplafonds of met het bedrag of bedragen overgebleven door het niet bereiken van een of meerdere van de in onderdeel a bedoelde subsidieplafonds;

  • c. de subsidieplafonds, bedoeld in artikel 30, onderdeel a en onderdeel b, met het bedrag overgebleven door het niet bereiken van een van deze subsidieplafonds;

  • d. de subsidieplafonds, bedoeld in artikel 49e, met het bedrag of de bedragen overgebleven door het niet bereiken van een of meerdere van deze subsidieplafonds.

Artikel 82 [Vervallen per 01-01-2012]

  • 1 Als beoordelingscommissie bedoeld in de artikelen 14, 20, 27 en 43 wordt ingesteld de beoordelingscommissie concurrerende landbouw.

  • 2 De beoordelingscommissie, bedoeld in het eerste lid, bestaat uit de heer drs. J.P.J. Lokker en de heer ir. J.T.G.M. Koolen.

  • 4 De beoordelingscommissie, bedoeld in het derde lid, bestaat uit de heer ir. H.W van der Mheen, mevrouw dr. ir. K. van de Braak, de heer J. Smit en de heer W.L.M. Schermer Voest.

  • 5 De heer W.L.M. Schermer Voest is voorzitter van de beoordelingscommissie, bedoeld in het derde lid, en mevrouw L.S. Laan MSc is secretaris van de beoordelingscommissie, bedoeld in het derde lid.

Artikel 82a [Vervallen per 01-01-2012]

Artikel 83 [Vervallen per 01-01-2012]

  • 2 De verlening en vaststelling van een subsidie die is aangevraagd onder het Openstellingsbesluit LNV-subsidies 2010 wordt afgehandeld op grond van het recht zoals dat gold voorafgaand aan de intrekking van dat besluit.

Artikel 84 [Vervallen per 01-01-2012]

Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 2011.

Artikel 85 [Vervallen per 01-01-2012]

Dit besluit wordt aangehaald als: Openstellingsbesluit LNV-subsidies 2011.

Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De

Staatssecretaris

van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie,

H. Bleker

Bijlage 1. Hoogte van het subsidiepercentage en de subsidiabele kosten bij investeringen op het terrein van energiebesparing als bedoeld in artikel 31, eerste lid [Vervallen per 01-01-2012]

Eerste energieschermen, niet zijnde gevelschermen of (teeltkundig vereiste) verduisteringsschermen of wettelijk verplichte lichtafschermingsschermen (artikel 31, eerste lid, onderdeel a):
Bij uitbesteden materieel en installatie

Onderneming

Subsidiepercentage

Maximum subsidiabele investeringskosten per m2 geïnstalleerd

Maximale subsidiabele investeringskosten

Energie-extensieve glastuinbouwonderneming kleiner dan of gelijk aan 1 ha beteelde oppervlakte onder glas/kunststof

25%

€ 7,00

€ 70.000,–

Energie-extensieve glastuinbouwonderneming groter dan 1 ha beteelde oppervlakte onder glas/kunststof

25%

€ 5,20

€ 260.000,–

Bij enkel uitbesteden materieel (installatie door eigen arbeid)

Onderneming

Subsidiepercentage

Maximum subsidiabele investeringskosten per m2 geïnstalleerd

Maximale subsidiabele investeringskosten

   

Materieel

Eigen arbeid forfaitair

 

Energie-extensieve glastuinbouwonderneming kleiner dan of gelijk aan 1 ha beteelde oppervlakte onder glas/kunststof

25%

€ 3,10

€ 3,90

€ 70.000,–

Energie-extensieve glastuinbouwonderneming groter dan 1 ha beteelde oppervlakte onder glas/kunststof

25%

€ 1,40

€ 3,80

€ 260.000,–

Tweede energieschermen, niet zijnde gevelschermen of (teeltkundig vereiste) verduisteringsschermen of wettelijk verplichte lichtafschermingsschermen (artikel 31,eerste lid, onderdeel b):
Bij uitbesteden materieel en installatie

Onderneming

Subsidiepercentage

Maximum subsidiabele investeringskosten per m2 geïnstalleerd

Maximale subsidiabele investeringskosten

Energie-extensieve of energie-intensieve glastuinbouwonderneming kleiner dan of gelijk aan 1 ha beteelde oppervlakte onder glas/kunststof

25%

€ 7,00

€ 70.000,–

Energie-extensieve of energie-intensieve glastuinbouwonderneming groter dan 1 ha beteelde oppervlakte onder glas/kunststof

25%

€ 5,20

€ 260.000,–

Bij enkel uitbesteden materieel (installatie door eigen arbeid)

Onderneming

Subsidiepercentage

Maximum subsidiabele investeringskosten per m2 geïnstalleerd

Maximale subsidiabele investeringskosten

   

Materieel

Eigen arbeid forfaitair

 

Energie-extensieve of energie-intensieve glastuinbouwonderneming kleiner dan of gelijk aan 1 ha beteelde oppervlakte onder glas/kunststof

25%

€ 3,10

€ 3,90

€ 70.000,–

Energie-extensieve of energie-intensieve glastuinbouwonderneming groter dan 1 ha beteelde oppervlakte onder glas/kunststof

25%

€ 1,40

€ 3,80

€ 260.000,–

Klimaatcomputer (artikel 31, eerste lid, onderdeel c):

Onderneming

Subsidiepercentage

Maximale subsidiabele investeringskosten

 

Energie-extensieve glastuinbouwonderneming

25%

€ 50.000,–

 
Meerinvestering kasdek met antireflectie gecoat kasdekglas (artikel 31, onderdeel d):

Onderneming

Subsidiepercentage

Maximum subsidiabele investeringskosten per m2

Maximale subsidiabele investeringskosten

Energie-extensieve of energie-intensieve glastuinbouwondernemingen

25%

€ 10,00

€ 500.000,–

Warmtebuffersysteem (artikel 31, eerste lid, onderdeel e):

Onderneming

Subsidiepercentage

Buffercapaciteit

Maximale subsidiabele investeringskosten

Energie-extensieve glastuinbouwonderneming

25%

Tot 60 m3

€ 50.000,–

Energie-extensieve glastuinbouwonderneming

25%

Tot 125 m3

€ 70.000,–

Energie-extensieve glastuinbouwonderneming

25%

Tot 250 m3

€ 90.000,–

Energie-extensieve glastuinbouwonderneming

25%

250 m3 of groter

€ 100.000,–

Verticale ventilatoren (artikel 31, onderdeel f):

Onderneming

Subsidiepercentage

Maximum subsidiabele investeringskosten per m2 geïnstalleerd

Maximale subsidiabele investeringskosten

Energie-extensieve of energie-intensieve glastuinbouwondernemingen kleiner dan of gelijk aan 1 ha beteelde oppervlakte onder glas/kunststof

25%

€ 4,–

€ 40.000,–

Energie-extensieve of energie-intensieve glastuinbouwondernemingen groter dan 1 ha beteelde oppervlakte onder glas/kunststof

25%

€ 3,–

€ 150.000,–

Energieclusters (artikel 31, eerste lid, onderdeel g):

Onderneming

Subsidiepercentage

Maximale subsidiabele investeringskosten voor de warmteaansluiting

Maximale subsidiabele investeringskosten voor de CO2-aansluiting

Per aangesloten energie-extensieve of energie-intensieve glastuinbouwonderneming

25%

€150.000,–

€ 50.000,–

Hogedruk vernevelingssysteem voor kaskoeling (artikel 31, eerste lid, onderdeel h):

Onderneming

Subsidiepercentage

Maximum subsidiabele investeringskosten per m2 geïnstalleerd

Maximale subsidiabele investeringskosten

Energie-extensieve of energie-intensieve glastuinbouwondernemingen kleiner dan of gelijk aan 1 ha beteelde oppervlakte onder glas/kunststof

25%

€ 6,50

€ 65.000,–

Energie-extensieve of energie-intensieve glastuinbouwondernemingen groter dan 1 ha beteelde oppervlakte onder glas/kunststof

25%

€ 5,00

€ 250.000,–

Gevelscherm, niet zijnde verduisteringsscherm (artikel 31, eerste lid, onderdeel i):
Bij uitbesteding materiaal en installatie

Onderneming

Subsidiepercentage

Maximum subsidiabele investeringskosten per m2 geïnstalleerd

Maximale subsidiabele investeringskosten

Energie-extensieve of energie-intensieve glastuinbouwonderneming kleiner dan of gelijk aan 1 ha beteelde oppervlakte onder glas/kunststof

25%

€ 15,–

€ 50.000,–

Energie-extensieve of energie-intensieve glastuinbouwonderneming groter dan 1 ha beteelde oppervlakte onder glas/kunststof

25%

€ 10

€ 150.000,–

Bij enkel uitbesteden materiaal (installatie door eigen arbeid)

Onderneming

Subsidiepercentage

Maximum subsidiabele investeringskosten per m2 geïnstalleerd

Materieel eigen arbeid forfaitair

Maximale subsidiabele investeringskosten

Energie-extensieve of energie-intensieve glastuinbouwonderneming kleiner dan of gelijk aan 1 ha beteelde oppervlakte onder glas/kunststof

25%

€ 7,–

€ 8,–

€ 50.000,–

Energie-extensieve of energie-intensieve glastuinbouwonderneming groter dan 1 ha beteelde oppervlakte onder glas/kunststof

25%

€ 6,–

€ 4,–

€ 150.000,–

Energiebesparend ventilatiesysteem met voorverwarming en/of warmte terugwinning (artikel 31, eerste lid, onderdeel j):

Onderneming

Subsidiepercentage

Maximum subsidiabele investeringskosten per m2 geïnstalleerd zonder warmteterugwinning

Maximale subsidiabele investeringskosten zonder warmteterugwinning

Energie-extensieve of energie-intensieve glastuinbouwondernemingen

25%

€ 15,–

€ 750.000,–

Onderneming

Subsidiepercentage

Maximum subsidiabele investeringskosten per m2 geïnstalleerd met warmteterugwinning

Maximale subsidiabele investeringskosten met warmteterugwinning

Energie-extensieve of energie-intensieve glastuinbouwondernemingen

25%

€ 20,–

€ 1.000.000,–

Meerinvestering diffuus glas (artikel 31, eerste lid, onderdeel k):

Onderneming

Subsidiepercentage

Maximale subsidiabele investeringskosten per m2 geïnstalleerd

Maximale subsidiabele investeringskosten

Energie-extensieve of energie-intensieve glastuinbouwondernemingen kleiner dan of gelijk aan 1 ha beteelde oppervlakte onder glas/kunststof

25%

€ 12.,–

€ 120.000

Energie-extensieve of energie-intensieve glastuinbouwonderneming groter dan 1 ha beteelde oppervlakte onder glas/kunststof

25%

€ 10,–

€ 500.000

Biomassa gestookte ketelinstallatie (artikel 31, onderdeel l):

Onderneming

Subsidiepercentage

kW benutbare warmte

Maximale subsidiabele investeringskosten per kW benutbare warmte

Maximale subsidiabele investeringskosten

Energie-extensieve of energie-intensieve glastuinbouwonderneming

25%

0 t/m 500

€ 800,–/kW

€ 400.000,–

Energie-extensieve of energie-intensieve glastuinbouwonderneming

25%

> 500 t/m 1500

€ 600,–/kW

€ 900.000,–

Energie-extensieve of energie-intensieve glastuinbouwonderneming

25%

> 1500

€ 400,–/kW

€ 1.500.000,–

Aansluiting op een energie- of CO2netwerk (artikel 31, onderdeel m):

Onderneming

Subsidiepercentage

Maximale subsidiabele investeringskosten voor de warmteaansluiting

Maximale subsidiabele investeringskosten voor de CO2/biogas-aansluiting

per aangesloten energie-extensieve of energie-intensieve glastuinbouwonderneming

25%

€150.000,–

€ 50.000,–

Bijlage 2. Rekenmodel als bedoeld in bijlage 2, hoofdstuk 2, punt a, onderdeel b, van de regeling. Marktintroductie energie-innovaties: beperking van CO2-emmissie door toepassing van een semi-gesloten kas [Vervallen per 01-01-2012]

Bedrijfsnaam:

Eigenaar/indiener:

Bedrijfsadres:

Postcode/plaats:

Bedrijfswebsite:

Correspondentieadres:

Postcode/plaats:

Telefoonnummer:

E-mailadres:

Aanvraagnummer:

De berekeningen zijn gemaakt op grond van de door de aanvrager ingevulde karakteristieken met betrekking tot het verwarmings- en koelingsysteem, de installaties die in kas en ketelhuis worden voorzien en het door de tuinder gewenste kasklimaat.

Als rekenmodel wordt gebruik gemaakt van programmatuur die in het kader van het project Synergie is ontwikkeld ten behoeve van de technische, energetische en economische beoordeling van gesloten kasconcepten. Dit rekenmodel is gebouwd en wordt onderhouden door de Business Unit Glas van Wageningen UR.

Het model rekent op uurbasis de warmte- en koudebehoefte van de door de aanvrager beschreven kasconfiguratie in een gemiddeld Nederlands jaar. Vanuit deze gegevens wordt voor elk uur uitgerekend welke gas-, elektriciteits-, CO2-behoefte en laagwaardig warmtegebruik of -overschot voor deze kas verwacht mag worden.

Deze berekening wordt gemaakt voor de geconditioneerde kas en voor een relevante referentie.

De vergelijking van de berekende CO2-emissie voor het hierbij ingediende geconditioneerde kasconcept met de referentie leidt tot de conclusie dat de verwachte CO2-emissiereductie ........... bedraagt.

Deel 1. Kasklimaatwensen en kasuitrusting [Vervallen per 01-01-2012]

In de tuinbouw staat de klimatiseringsinstallatie ten dienste van het gewas om een zo gunstig mogelijk kasklimaat te realiseren. Er blijft evenwel, zelfs in geconditioneerde kassen, altijd een spanningsveld tussen het klimaat waarbij het gewas het beste zou groeien en de kosten de gepaard gaan met het realiseren van dat klimaat. Zo wordt in de gangbare tuinbouw weliswaar bij hoge instraling een hoge CO2-concentratie gewenst, maar de dosering wordt toch begrensd om de CO2-gift in overeenstemming te houden met de hoeveelheid warmte die bij de productie van rookgassen vrijkomt. Ook wordt geaccepteerd dat, omwille van een gunstig gascontract, op heel koude dagen de gewenste etmaaltemperatuur niet gerealiseerd wordt. Het model houdt met al deze zaken rekening (middels de begrenzingen van het klimatiseringssysteem (zie deel 2).

De kasklimaatinstellingen die in dit deel moeten worden ingevuld moeten dan ook worden opgevat op dezelfde manier als waarop de instellingen van de kasklimaatcomputer worden gebruikt.

Er staan twee kolommen met invoergegevens en indien de geconditioneerde kas niet de gehele unit beslaat maar slechts een fractie dan komt er nog een derde kolom die aangeeft hoe het klimaat in het niet-geconditioneerde deel gewenst wordt.

In de eerste kolom staan de instellingen die voor de geconditioneerde kas gaan gelden.

De tweede kolom wordt gebruikt om de referentiesituatie te beschrijven. Veel getallen zullen gelijk zijn, maar wellicht wordt in de geconditioneerde kas de temperatuur waarboven gekoeld wordt wat hoger gekozen dan u in de referentie zou hebben gedaan. Ook het gebruik van minimumbuis zal in de geconditioneerde kas vaak minder zijn.

De derde kolom verschijnt in afhankelijkheid van de gesloten kasfractie. De teelt-instellingen in de derde kolom zullen veel gelijkenis vertonen met de instellingen van de tweede kolom.

Elk veld heeft een uitleg, die naar voren komt als de muis erop wordt gelegd. Achterin dit document staan alle toelichtingen bij elkaar geplaatst.

 

Omschrijving

Eenheid

Geconditioneerde afdeling

Referentie

Niet geconditioneerd deel

1

Gesloten kas fractie

%

50

n.v.t.

50

2

Gewas (kies: groente, potplant of snijbloem)

 

groente

groente

groente

3

Kasdek (kies: enkelglas, dubbel of triple)

 

enkelglas

enkelglas

enkelglas

4

Stooktemperatuur dag

°C

18

18

18

5

Stooktemperatuur nacht

°C

17

17

17

6

Koel- of ventilatietemperatuur

°C

27

27

27

7

Pband ventilatie/koeling

°C

2

2

2

8

Maximale ventilatie met buitenlucht

m3/(m2 hr)

0

n.v.t.

n.v.t.

9

Toegestane RV in de kas

%

85

85

85

10

Deksproeiers (kies ja of nee)

 

nee

nee

nee

11

Minimumbuistemperatuur

°C

40

40

40

12

VO van het minimumbuisnet

m2 buis/m2

0,2

0,2

0,2

13

Streefwaarde CO2

ppm

900

900

900

14

Maximale doseercapaciteit

kg/(ha hr)

120

180

180

15

Stralingscrit. voor schaduwscherm

W/m2

1000

1000

1000

16

Schaduwfactor schaduwscherm

%

30

30

30

17

Buitentemp sluiten energiescherm

°C

12

12

12

18

Besparingspercentage v.h. scherm

%

45

45

45

19

Belichtingsintensiteit

Wel/m2

0

0

0

20

Belichtingsschema (kies schema 1, 2 of 3)

 

2

2

2

Belichtingsschema’s [Vervallen per 01-01-2012]

Op deze pagina treft u drie belichtingsschema’s die u kunt gebruiken om de door u gebruikte wijze van belichting vast te leggen. U kunt voor verschillende kasafdelingen verschillende schema’s gebruiken (dus voor de geconditioneerde kasafdeling een ander schema dan voor de referentie of voor de niet-geconditioneerde delen van het nieuw te bouwen of te vernieuwen kascomplex), maar u kunt ook voor alle afdelingen hetzelfde schema gebruiken.

De drie getoonde schema’s zijn voorzien van default instellingen. U kunt ze evenwel naar eigen inzicht aanpassen.

[Schema1] Dit schema wordt gebruikt als u in deel 1 van het formulier belichtingsschema 1 kiest

1

DagnrStartBel

280

 

(→ dit is 6 oktober)

2

DagnrStopBel

80

 

(→ dit is 20 maart en betekent 165 dg belichting)

3

IglobBelUit

150

W/m2 globale straling buiten de kas

4

SavondsUit

20

uur

(belichting is 2 uur uit)

5

SavondsAan

22

uur

 

[Schema2] Dit schema wordt gebruikt als u in deel 1 van het formulier belichtingsschema 2 kiest

1

DagnrStartBel

260

 

(→ dit is 16 september)

2

DagnrStopBel

91

 

(→ dit is 31 maart en betekent 196 dg belichting)

3

IglobBelUit

150

W/m2 globale straling buiten de kas

4

SavondsUit

22

uur

(belichting is 4 uur uit)

5

SavondsAan

2

uur

 

[Schema3] Dit schema wordt gebruikt als u in deel 1 van het formulier belichtingsschema 3 kiest

1

DagnrStartBel

330

 

(→ dit is 25 november)

2

DagnrStopBel

300

 

(→ dit is 26 oktober en betekent 335 dg belichting)

3

IglobBelUit

150

W/m2 globale straling buiten de kas

4

SavondsUit

20

uur

(belichting is 4 uur uit)

5

SavondsAan

24

uur

 

Deel 2. Ketelhuis [Vervallen per 01-01-2012]

Met de installatie van een semi-gesloten kas zal een nieuw ketelhuis worden neergezet of het bestaande ketelhuis worden gerenoveerd. Er zal waarschijnlijk een warmtepomp, een aquifer en een etmaalbuffer voor laagwaardige warmte/kou worden geplaatst en er wordt waarschijnlijk een WK geplaatst. Ook is het denkbaar dat de nieuwe of vernieuwde kas wordt voorzien van additionele CO2-voorziening in de vorm van zuivere- of OCAP-CO2.

In dit deel kunt u de eigenschappen van het nieuwe ketelhuis vastleggen.

Indien het ontwerp om een systeem gaat waarbij de semi-gesloten kas een fractie is van het totale kasoppervlak dat door het nieuw (ingerichte) ketelhuis wordt verwarmd, dan gaat het rekenprogramma er van uit dat de in de zomer verzamelde warmte in de winter zowel op het geconditioneerde deel als op het niet geconditioneerde deel wordt gebruikt (zoals bijvoorbeeld bij Themato).

Als u in het vorige deel hebt aangegeven dat de geconditioneerde kasfractie 100% is, dan betekent dit dat de nieuwe of vernieuwde ketelhuisconfiguratie die hier in deel 2 wordt beschreven uitsluitend wordt ingezet voor (de) geconditioneerde afdeling(en).

Teneinde de gerealiseerde CO2-emissiebeperking te kunnen berekenen dient u ook het referentie-ketelhuis te beschrijven.

Nieuw of vernieuwd ketelhuis      

1

Kasoppervlak

1

ha

   
 

Geconditioneerd oppervlak

0,5

ha

Niet geconditioneerd opp. 0,5 ha

2

Buffercapaciteit

200

m3

200

m3/ha

3

Thermisch warmtepompvermogen

700

kW th

700

kW/ha

4

Efficientie v.d. warmtepomp

45

%

   

5

Capaciteit aquifer

200

m3/uur

400

m3/ha gecond. kas per uur

6

Temp verlies scheidingswisselaar

1

°C

   

7

Bufferinhoud koudebuffer

1500

m3

3000

m3/ha gecond. kas

8

Koude bron laden op

8

°C

   

9

WK-vermogen

60

kW el.

60

kW/ha

10

elektrisch WK-rendement

42

%

   

11

thermisch WK-rendement

55

%

   

12

WK inzetten tijdens piek-uren (ja/nee)

ja

     

13

Zomerse WK-warmte oversch. in aquif.

nee

     
Referentie ketelhuis        

14

Kasoppervlak

1

ha

   

15

Buffercapaciteit

100

m3

100

m3/ha

16

WK-vermogen

0

kW el.

0

kW/ha

17

elektrisch WK-rendement

42

%

   

18

thermisch WK-rendement

55

%

   

19

WK inzetten tijdens piek-uren (ja/nee)

nee

     

Deel 3. Koel- en verwarmkarakteristieken [Vervallen per 01-01-2012]

In de geconditioneerde kasafdeling zijn luchtbehandelingunits geplaatst. Tijdens gebruik van deze units leveren ze een bepaalde koelcapaciteit. Deze is vooral afhankelijk van het temperatuurverschil tussen ingaand water en ingaande lucht en van de hoeveelheid lucht die er doorheen wordt geblazen.

Daarnaast speelt ook de luchtvochtigheid een rol. (Deze kan worden verhoogd door gebruik te maken van een fogging installatie (afhankelijk van de instelling in deel 1)).

Bij het gebruik van de installatie koelsysteem wordt er elektriciteit gebruikt. Vooral voor het circuleren van de lucht, maar ook voor het verpompen van water.

Het elektriciteitsverbruik per eenheid koelvermogen, maar ook het waterdebiet en de opwarming van het water is door dit alles sterk afhankelijk van de gekozen luchtbehandelingunits, het aantal dat daarvan gebruikt wordt en de kasklimaatcondities waaronder gekoeld wordt.

Het is niet waarschijnlijk dat de luchtbehandelingskast-leverancier de prestatie van de koelunit onder al die variabele omstandigheden voorhanden heeft. Laat staan dat die dan ook nog gedocumenteerd zouden zijn.

Omdat de kwaliteit van de koelunits echter een duidelijke invloed heeft op het energiebesparingresultaat van semi-gesloten kassen is het noodzakelijk om toch over zo'n prestatie karakterisering te beschikken.

In dit deel wordt vanuit een bench-mark punt (dat bij voorkeur zo dicht mogelijk ligt bij de werkingscondities die representatief zijn voor het gebruik in uw situatie) een karakterisering van het koelsysteem gemaakt die toegesneden is op uw kasklimaatwensen en die het deellastgedrag in beeld brengt. Er worden grafieken gemaakt van het elektriciteitsverbruik als functie van het koelvermogen, het waterdebiet door de koelers en de temperatuur waarmee het water uit de koelers zal komen. Tevens wordt op grond van de koeleigenschappen een karakterisering gemaakt voor het gedrag van deze units bij gebruik voor verwarming.

Koelen

         

Lege Velden

Hiernaast ziet u een invulveld waarin u specificaties van de gebruikte koelunits kunt aangeven. Vanuit deze specificaties maakt het programma relaties voor het elektriciteitsverbruik tijdens het koelen. Hierbij zijn vanuit de benchmark gegevens, rekening houdend met de achterliggende fysische processen (convectie en condensatie), extrapolaties gemaakt.

 

Benchmark punten v.d. Koelunit

     

0

 

1

Koelvermogen[kW]

20

kW

 

0

 

2

Watertemp in [°C]

12

°C

17

0

 

3

Watertemp uit [°C]

22

°C

0

0

 

4

Luchttemperatuur in [°C]

26

°C

21

0

 

5

Luchttemperatuur uit [°C]

16

°C

0

0

 

6

Koelvermogen geldt bij een RV van

85

%

 

0

 

7

Maximaal luchtdebiet [m3/uur]

2000

m3/uur

 

0

 

8

Electr.gebr.vent bij max luchtdeb.

0,3

kW

 

0

 

9

Waterzijdige drukval

1,2

bar

 

0

Vanuit de benchmark punten kan worden berekend dat de ontvochtigingscapaciteit 19,6 liter/uur is.

Dit betekent een latente warmteafvoer van 13,3 kW. De voelbare warmteoverdracht is dus 6,67 kW.

Er worden (vraag 10) 60 van deze units op de gekoelde afdeling van 0,5 ha geplaatst ( 83 m2 per unit).

De voelbare warmteoverdrachtscoëfficiënt blijkt 1,67 kW per °C verschil tussen gemiddelde water- en luchttemperatuur.

Verwarmen [Vervallen per 01-01-2012]

Het programma gaat ervan uit dat de luchtbehandelingkasten ook voor verwarmen worden gebruikt.

Op grond van de warmte-overdrachtgegevens in de koelmodus wordt voor de verwarming verondersteld dat de units 0,045 W ventilatorenergie gebruiken per overgedragen W verwarmingsvermogen.

Dit komt neer op een COP-verwarming van 22,2 (dit is exclusief het verbruik van de warmtepomp).

De combinatie van benchmark-punten en kasklimaat in de geconditioneerde afdeling levert de volgende karakteristieken van de koeler:

Bijlage 248096.png

Hieruit worden de onderstaande tabellen afgeleid waarmee het simulatiemodel zal rekenen.

Elektriciteitsverbruik ventilator

Approach temperatuur als functie van koelvermogen

belasting

Elekverbruik [W/m2]

koelverm

Approachtemperatuur

–1,00

0,00

0,00

0,20

0,10

1,36

32,57

2,42

0,15

1,67

48,86

3,06

0,20

1,92

65,14

3,52

0,25

2,15

81,43

3,87

0,30

2,36

97,71

4,14

0,35

2,55

114,00

4,36

0,40

2,72

130,29

4,53

0,45

2,89

146,57

4,67

0,50

3,04

162,86

4,77

0,55

3,19

179,14

4,85

0,60

3,33

195,43

4,91

0,65

3,47

211,71

4,95

0,70

3,60

228,00

4,97

0,75

3,60

244,29

4,98

0,80

3,60

260,57

4,98

0,85

3,60

276,86

4,96

0,90

3,60

293,14

4,93

0,95

3,60

309,43

4,90

1,00

3,60

325,71

4,85

100,00

3,60

800,00

19,90

Gemiddeld is het uittredend 4,46 °C lager dan de intredende lucht. Voor de pompen wordt met een drukval van 0,69667 bar/(m3/uur) gewerkt.

Deel 4. Overzicht van de resultaten [Vervallen per 01-01-2012]

Hier ziet u de resultaten m.b.t. de teelt en de resultaten qua energieverbruik en CO2-emissie.

Resultaten teelt

Omschrijving

Eenheid

Nieuwe situatie

Referentie- situatie

Gem. teelttemperatuur winterperiode

°C

17,9

17,8

Gem. teelttemperatuur zomerperiode

°C

0,0

0,0

Gem. CO2 concentratie zomerperiode

ppm

677

405

Jaarlijkse CO2-gift

kg/m2

25

37

Jaarlijks aantal energieschermuren

uur

2291

2291

Jaarlijks aantal schaduwschermuren

uur

0

0

Jaarlijks aantal belichtingsuren

uur

0

0

Resultaten warmte, koude en elektra      

Jaarlijkse warmtevraag

MJ/m2

1486

1542

Jaarlijkse laagwaardige warmte naar Aquifer

MJ/m2

372

n.v.t.

Gemiddelde temperatuur naar warme bron

°C

22,3

 

Jaarlijkse laagwaardige warmte uit Aquifer

MJ/m2

361

n.v.t.

Hoogwaardig warmte-overschot

MJ/m2

0

0

Elektriciteit voor belichting

kWh/m2

0

0

Electriciteit voor koeling en verwarming

kWh/m2

12

n.v.t.

Elektriciteitsgebruik Warmtepomp

kWh/m2

45

n.v.t.

Effectieve COP Warmtepomp

2,9

n.v.t.

Resultaten gas en elektra      

Gasinkoop

m3/m2

35

49

Elektra inkoop

kWh/m2

27

1

Elektra verkoop

kWh/m2

12

0

Netto elektra inkoop

kWh/m2

15

1

Resultaten CO2-emissie      

CO2-emissie Ketel

kg/m2

42

87

CO2-emissie WKK voor eigen gebruik

kg/m2

14

0

CO2-emissie WKK voor netlevering

kg/m2

6

0

       
 

kg/m2

62

87

Conclusie CO2 emissiebeperking

   

29%

Bijlage 2a. Friesland [Vervallen per 01-01-2012]

Bijlage 248674.png

Bijlage 2b. Noord-Holland [Vervallen per 01-01-2012]

Bijlage 248675.png

Bijlage 2c. Gelderland [Vervallen per 01-01-2012]

Bijlage 248676.png

Bijlage 2d. Groningen [Vervallen per 01-01-2012]

Bijlage 248677.png

Bijlage 3. N2000-gebieden met een significante stikstofproblematiek als bedoeld in artikel 49b, tweede lid, sub e [Vervallen per 01-01-2012]

Nr.

N2000-gebieden met een significante stikstofproblematiek

55

Aamsveen

47

Achter de Voort, Agelerbroek & Voltherbroek

13

Alde Feanen

17

Bakkeveense Duinen

33

Bargerveen

63

Bekendelle

156

Bemelerberg & Schiepersberg

46

Bergvennen & Brecklenkampse Veld

112

Biesbosch

65

Binnenveld

52

Boddenbroek

41

Boetelerveld

44

Borkeld

144

Boschhuizerbergen

83

Botshol

128

Brabantse Wal

104

Broekvelden, Vettenbroek & Polder Stein

155

Brunssummerheide

153

Bunder- en Elsloërbos

53

Buurserzand & Haaksbergerveen

96

Coepelduynen

69

De Bruuk

139

Deurnsche Peel & Mariapeel

49

Dinkelland

107

Donkse Laagten

25

Drentse Aa-gebied

27

Drents-Friese Wold & Leggelderveld

26

Drouwenerzand

5

Duinen Ameland

84

Duinen Den Helder en Callantsoog

2

Duinen en Lage Land Texel

101

Duinen Goeree & Kwade Hoek

6

Duinen Schiermonnikoog

4

Duinen Terschelling

3

Duinen Vlieland

30

Dwingelderveld

89

Eilandspolder

28

Elperstroomgebied

40

Engbertsdijksvenen

23

Fochteloërveen

67

Gelderse Poort

154

Geleenbeekdal

157

Geuldal

115

Grevelingen

80

Groot Zandbrink

140

Groote Peel

29

Havelte-Oost

72

IJsselmeer

92

Ilperveld, Varkensland, Oostzanerveld & Twiske

133

Kampina & Oisterwijkse Vennen

135

Kempenland-West

88

Kennemerland-Zuid

81

Kolland & Overlangbroek

116

Kop van Schouwen

61

Korenburgerveen

114

Krammer-Volkerak

158

Kunderberg

58

Landgoederen Brummen

50

Landgoederen Oldenzaal

130

Langstraat

136

Leenderbos, Groote Heide & De Plateaux

48

Lemselermaten

147

Leudal

21

Lieftinghsbroek

70

Lingegebied & Diefdijk-Zuid

71

Loevestein, Pompveld & Kornsche boezem

51

Lonnekermeer

131

Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen

145

Maasduinen

117

Manteling van Walcheren

31

Mantingerbos

32

Mantingerzand

97

Meijendel & Berkheide

149

Meinweg

94

Naardermeer

103

Nieuwkoopse Plassen & De Haeck

161

Noorbeemden & Hoogbos

87

Noordhollands Duinreservaat

22

Norgerholt

141

Oeffelter Meent

37

Olde Maten & Veerslootlanden

95

Oostelijke Vechtplassen

118

Oosterschelde

91

Polder Westzaan

134

Regte Heide & Riels Laag

150

Roerdal

18

Rottige Meenthe & Brandemeer

42

Sallandse Heuvelrug

146

Sarsven en De Banen

160

Savelsbos

86

Schoorlse Duinen

142

Sint Jansberg

159

Sint Pietersberg & Jekerdal

99

Solleveld & Kapittelduinen

45

Springendal & Dal van de Mosbeek

60

Stelkampsveld

137

Strabrechtse Heide & Beuven

148

Swalmdal

59

Teeselinkven

38

Uiterwaarden IJssel

82

Uiterwaarden Lek

66

Uiterwaarden Neder-Rijn

68

Uiterwaarden Waal

36

Uiterwaarden Zwarte water en Vecht

129

Ulvenhoutse Bos

15

Van Oordt’s Mersken

39

Vecht en Beneden-Reggegebied

57

Veluwe

132

Vlijmens Ven, Moerputten & Bossche Broek

100

Voornes Duin

1

Waddenzee

34

Weerribben

138

Weerter- en Budelerbergen & Ringselven

98

Westduinpark & Wapendal

122

Westerschelde & Saeftinghe

35

Wieden

43

Wierdense Veld

16

Wijnjeterper Schar

62

Willinks Weust

54

Witte Veen

24

Witterveld

64

Wooldse Veen

90

Wormer- en Jisperveld & Kalverpolder

143

Zeldersche Driessen

105

Zouweboezem

85

Zwanenwater & Pettemerduinen

123

Zwin & Kievittepolder