Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Regeling Algemene externe Voorwaarden Rijksgebouwendienst 2011

Geldend van 01-01-2011 t/m heden

Regeling van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 24 november 2010, nr. JA2010026532, Rijksgebouwendienst, Stafafdeling Juridische Advisering, houdende de vaststelling van de Algemene externe Voorwaarden Rijksgebouwendienst (Regeling Algemene externe Voorwaarden Rijksgebouwendienst 2011)

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,

Gelet op artikel 11 van het Besluit Rijksgebouwendienst 1999;

Besluit:

Artikel 1

De Algemene externe Voorwaarden Rijksgebouwendienst 2011 worden vastgesteld overeenkomstig de bij deze regeling behorende bijlage.

Artikel 2

  • 1 De Regeling Algemene externe Voorwaarden Rijksgebouwendienst wordt ingetrokken.

  • 2 Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2011 met dien verstande dat op overeenkomsten tussen de Rijksgebouwendienst en een opdrachtgever, zoals bedoeld in de bijlage, die voor deze datum tot stand zijn gekomen de daarop van toepassing verklaarde algemene voorwaarden van kracht blijven.

  • 3 Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling Algemene externe Voorwaarden Rijksgebouwendienst 2011.

Deze regeling zal met de bijlage in de Staatscourant worden geplaatst.

Den Haag, 24 november 2010

De

Minister

van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,

J.P.H. Donner

Bijlage

Algemene externe Voorwaarden Rijksgebouwendienst 2011

Artikel 1. Algemene bepalingen

  • 1. Deze voorwaarden zijn van toepassing op iedere offerte en overeenkomst tussen de Rijksgebouwendienst en een opdrachtgever, zoals omschreven in het derde lid, waarop de Rijksgebouwendienst deze voorwaarden van toepassing heeft verklaard, voor zover van deze voorwaarden niet door partijen uitdrukkelijk en schriftelijk is afgeweken.

  • 2. Algemene inkoopvoorwaarden of bijzondere inkoopvoorwaarden van de opdrachtgever zijn niet van toepassing.

  • 3. Begripsbepalingen:

    • a. besluit: Besluit Rijksgebouwendienst 1999;

    • b. opdrachtgever: provinciale overheden, gemeentelijke overheden, andere openbare lichamen, ten aanzien van adviezen betreffende de huisvesting, en internationale organisaties, ten aanzien van de zorg voor de huisvesting of daarop betrekking hebbende adviezen;

    • c. offerte: aanbieding van een product of dienstverlening op basis waarvan de opdrachtgever kan beoordelen welke prestatie door de Rijksgebouwendienst wordt aangeboden en welke tegenprestatie door de Rijksgebouwendienst van de opdrachtgever wordt verwacht;

    • d. fase: procesmatig onderdeel van een project volgens de Methode Project Management van de Rijksgebouwendienst;

    • e. fasedocument: schriftelijk document waarin het resultaat van de voorliggende fase wordt geëvalueerd en het resultaat van de komende fase wordt vastgesteld;

    • f. RmR: Regeling Rekenmethodiek Rijksgebouwendienst 2008;

    • g. RTR: Regeling Tarieven Rijksgebouwendienst 2003;

    • h. RTB: Regeling Taakverdeling Rijksgebouwendienst 2007.

Artikel 2. Offertes en overeenkomsten

  • 1. De Rijksgebouwendienst doet de offerte gedurende zes weken gestand, te rekenen vanaf de verzenddatum, tenzij in de offerte een afwijkende termijn is opgenomen.

  • 2. Op 1 april en 1 oktober wordt het rentepercentage door het Ministerie van Financiën, opnieuw vastgesteld. In afwijking van het vorige lid geldt dat een door de Rijksgebouwendienst aangeboden rentepercentage indicatief is en niet gestand wordt gedaan. Het definitieve rentepercentage wordt vastgesteld nadat de overeenkomst tussen de opdrachtgever en de Rijksgebouwendienst tot stand is gekomen en is gelijk aan het op dat moment geldende rentepercentage.

  • 3. De Rijksgebouwendienst baseert zijn offerte op de RmR, de RTR en de RTB, tenzij in de offerte anders is bepaald.

  • 4. Indien in de offerte van de Rijksgebouwendienst aangeboden wordt om de werkzaamheden uit te voeren in nader omschreven fasen is de Rijksgebouwendienst gehouden om voor de aanvang en voor het einde van iedere fase een fasedocument ter goedkeuring aan de opdrachtgever voor te leggen.

  • 5. De Rijksgebouwendienst verricht slechts werkzaamheden voor zover deze zijn vastgelegd in een schriftelijke overeenkomst tussen de Rijksgebouwendienst en de opdrachtgever.

  • 6. De schriftelijke instemming van de opdrachtgever met een offerte van de Rijksgebouwendienst wordt met een in het voorgaande lid bedoelde overeenkomst gelijkgesteld.

Artikel 3. Positie Rijksgebouwendienst

  • 1. De Rijksgebouwendienst is een baten-lastendienst die in organisatorische zin ressorteert onder het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.

  • 2. Als uitgangspunten bij de advisering en de werkzaamheden die in opdracht van de Rijksgebouwendienst worden uitgevoerd zijn mede van toepassing de zorg voor het geïnvesteerd vermogen in vastgoed en het algemeen regeringsbeleid, zoals op de terreinen: stedenbouw, architectuur, monumenten, kunst, aanbesteding, veiligheid, integriteit en duurzaam bouwen

Artikel 4. Tarieven

  • 1. De in rekening te brengen tarieven worden, indien de opdrachtgever geen deel uitmaakt van de rechtspersoon staat, verhoogd met omzetbelasting.

  • 2. Overschrijding van geoffreerde tariefbedragen is slechts toegestaan voor zover daarover met de opdrachtgever nadere afspraken zijn gemaakt. Van overschrijding doet de Rijksgebouwendienst, voordat die situatie zich voordoet, mededeling aan de opdrachtgever en treden partijen met elkaar in overleg over de voortzetting van de werkzaamheden en de in dat verband te maken aanvullende afspraken.

Artikel 5. Declaratiewijze tarieven

  • 1. De declaraties, op basis van de werkelijk bestede tijd en de daarbij behorende tarieven, worden tweemaandelijks door de Rijksgebouwendienst verzonden. Bij kortlopende overeenkomsten kan van deze termijn worden afgeweken.

  • 2. De declaratie dient binnen 30 dagen na de factuurdatum door de opdrachtgever te zijn voldaan.

  • 3. Na beëindiging van de werkzaamheden zendt de Rijksgebouwendienst een eindafrekening aan de opdrachtgever.

  • 4. Dit artikel blijft buiten toepassing indien en voor zover verrekening van de tarieven met de opdrachtgever plaats vindt op grond van enige andere regeling of overeenkomst met de opdrachtgever.

Artikel 6. Tussentijdse beëindiging door de opdrachtgever

  • 1. De opdrachtgever kan de opdracht tussentijds beëindigen.

  • 2. Ingeval van tussentijdse beëindiging van de opdracht is de opdrachtgever verplicht aan de Rijksgebouwendienst te vergoeden:

    • a. de honorering naar de stand van de werkzaamheden;

    • b. de gemaakte kosten;

    • c. de kosten voortvloeiend uit de eventueel door de Rijksgebouwendienst voor de vervulling van de opdracht reeds in redelijk aangegane verbintenissen met derden.

  • 3. Bovendien betaalt de opdrachtgever 10% van het resterende deel van de honorering die de opdrachtgever verschuldigd zou zijn geweest bij volledige vervulling van de opdracht door de Rijksgebouwendienst. Niettemin kan, indien de billijkheid dit klaarblijkelijk eist, de Rijksgebouwendienst vergoeding van zijn werkelijke schade als gevolg van de tussentijdse beëindiging eisen, respectievelijk de opdrachtgever een beperking tot die werkelijke kosten verlangen, indien die kosten meer dan 150%, respectievelijk minder dan 50% bedraagt van het zojuist bedoelde 10%-forfait.

  • 4. De in het voorgaande lid genoemde verplichtingen gelden niet indien de opdracht tussentijds wordt ontbonden wegens een aan de Rijksgebouwendienst toe te rekenen ernstige tekortkoming.

Artikel 7. Tussentijdse beëindiging door de Rijksgebouwendienst

  • 1. De Rijksgebouwendienst kan de opdracht tussentijds beëindigen ingeval van een onvoorziene gebeurtenis, zoals bedoeld in artikel 14 en ingeval van wanprestatie van de opdrachtgever. Voorts kan de Rijksgebouwendienst de opdracht tussentijds beëindigen wegens gewichtige redenen.

  • 2. De Rijksgebouwendienst is niettemin gehouden de kosten voor de opdrachtgever als gevolg van de beëindiging te beperken.

  • 3. De opdrachtgever is verplicht aan de Rijksgebouwendienst te vergoeden:

    • a. de honorering naar de stand van de werkzaamheden;

    • b. de gemaakte kosten;

    • c. de kosten voortvloeiend uit de eventueel door de Rijksgebouwendienst voor de vervulling van de opdracht reeds in redelijkheid aangegane verbintenissen met derden.

  • 4. Indien de opdracht door de Rijksgebouwendienst tussentijds wordt beëindigd wegens wanprestatie van de opdrachtgever of wegens van diens zijde ingebrachte gewichtige redenen, heeft de Rijksgebouwendienst bovendien het recht om zijn daaruit voortvloeiende kosten als schade op de opdrachtgever te verhalen, of – naar keuze van de Rijksgebouwendienst – een vergoeding te eisen volgens de maatstaf van artikel 6, derde lid.

Artikel 8. Kostenraming

  • 1. Indien de overeenkomst tussen de Rijksgebouwendienst en de opdrachtgever betrekking heeft op een investeringsproject doet de Rijksgebouwendienst een gespecificeerde opgave van de te verwachten investeringskosten, echter niet eerder dan na de afronding van de definitiefase.

  • 2. Indien de overeenkomst tussen de Rijksgebouwendienst en de opdrachtgever betrekking heeft op de realisatie van een investeringsproject vormen de werkelijk gemaakte investeringskosten de basis van de berekening van de gebruiksvergoeding dan wel van de berekening van het bedrag dat door de opdrachtgever dient te worden betaald aan de Rijksgebouwendienst (à fonds perdu) dan wel de combinatie daarvan.

  • 3. Overschrijding van geoffreerde investeringsbedragen is slechts toegestaan voor zover daarover met de opdrachtgever nadere afspraken zijn gemaakt. Van overschrijdingen doet de Rijksgebouwendienst, voordat die situatie zich voordoet, mededeling aan de opdrachtgever en treden partijen met elkaar in overleg over de voortzetting van de werkzaamheden en de in dat verband te maken aanvullende afspraken.

Artikel 9. Planning

  • 1. Iedere offerte bevat een planning met betrekking tot de aangeboden werkzaamheden. De mate van gedetailleerdheid van de planning is afhankelijk van de aard van de opgedragen werkzaamheden.

  • 2. De Rijksgebouwendienst en de opdrachtgever verrichten hun werkzaamheden op basis van de in het eerste lid bedoelde planning of op basis van een tussen partijen overeengekomen herziene planning.

  • 3. Indien, door welke omstandigheid dan ook, de planning bijstelling behoeft, stelt de Rijksgebouwendienst een herziene planning op, op basis van de gegevens die op dat moment beschikbaar zijn. De herziening van de planning behoeft de schriftelijke instemming van de opdrachtgever.

  • 4. Indien een bijstelling van een planning aanleiding geeft tot bijstelling van de financiële uitgangspunten of schade oplevert voor één of beide partijen dient te worden voorzien in een aanvullende overeenkomst, waarbij als beginsel geldt dat de schade aan partijen wordt toegerekend naar rato van toerekenbaarheid, tenzij sprake is van een omstandigheid zoals bedoeld in artikel 14.

Artikel 10. Informatie en Organisatie

  • 1. De Rijksgebouwendienst en de opdrachtgever overleggen over de voortgang van de opgedragen werkzaamheden.

  • 2. De wijze waarop tussen de Rijksgebouwendienst en de opdrachtgever het overleg wordt vormgegeven is afhankelijk van de aard van de werkzaamheden. In de offerte, of in voorkomende gevallen in het fasedocument, wordt de vormgeving van het overleg opgenomen.

Artikel 11. Uitbesteden werkzaamheden

  • 1. De Rijksgebouwendienst is, nadat de opdrachtgever daartoe toestemming heeft gegeven, gerechtigd om werkzaamheden, die normaal door de Rijksgebouwendienst zelf worden uitgevoerd, of delen daarvan uit te besteden aan derden. De opdrachtgever zal zijn toestemming niet dan op redelijke gronden weigeren.

  • 2. De verantwoording voor de kwaliteit van de geleverde prestatie van derden blijft volledig berusten bij de Rijksgebouwendienst.

Artikel 12. Eigendom stukken

  • 1. Bij de Rijksgebouwendienst berusten alle (intellectuele) eigendomsrechten op de adviezen, modellen, technieken, instrumenten, mede omvattende software, en andere schriftelijke stukken die door of in opdracht van de Rijksgebouwendienst tot stand komen bij de uitvoering van een overeenkomst, voor zover de Rijksgebouwendienst de bedoelde rechten verwerft.

  • 2. De opdrachtgever verkrijgt het recht om deze stukken te vermenigvuldigen, openbaar te maken en te gebruiken alleen voor het met de overeenkomst beoogde doel en ten behoeve van de eigen organisatie, zulks onverlet het bepaalde in artikel 13.

Artikel 13. Geheimhouding

  • 1. De Rijksgebouwendienst en de opdrachtgever nemen strikte vertrouwelijkheid in acht ten aanzien van de kennis en informatie over elkaars organisatie, werkzaamheden en werkwijze.

  • 2. Het gebruik van kennis of informatie voor externe publicitaire doeleinden of voor reclame-uitingen is aan de ene partij slechts toegestaan na schriftelijke instemming van de andere bij de overeenkomst betrokken partij of partijen.

  • 3. De opdrachtgever is gerechtigd om uit het oogpunt van veiligheid voorwaarden te stellen aangaande de personen die in opdracht van de Rijksgebouwendienst werkzaamheden verrichten. Met de voorwaarden wordt rekening gehouden voor zover zij bekend zijn op het moment waarop de offerte wordt uitgebracht. Aanvullende of later gestelde voorwaarden kunnen voor de Rijksgebouwendienst, indien voldoening daaraan door de opdrachtgever wordt geëist, leiden tot een herziening van de offerte of de overeenkomst.

Artikel 14. Onvoorziene gebeurtenis

  • 1. Onder een onvoorziene gebeurtenis wordt verstaan een gebeurtenis of een reeks van gebeurtenissen waarvan het moment van plaatsvinden niet kon worden voorzien of waarvan de toedracht zich aan de voorspelbaarheid heeft onttrokken.

  • 2. In deze voorwaarden wordt onder onvoorziene gebeurtenis in ieder geval verstaan:

    • a. veranderende omstandigheden waardoor investeringskosten (-ramingen) sterk afwijken van eerder geraamde kosten;

    • b. een stagnerende verwerving van de locatie;

    • c. werkstaking;

    • d. natuurrampen;

    • e. onder curatele stelling, het faillissement en de surseance van betaling van derden die bij de uitvoering van de overeengekomen werkzaamheden zijn betrokken;

    • f. stagnatie in bestemmingsplanprocedures;

    • g. niet of later verkrijgen van diverse vormen van vergunningen of beschikkingen, indien door de aanvrager daarvan voldaan is aan de vormvoorschriften en aan de termijnvoorschriften;

    • h. niet verzekerde ongelukken tijdens de bouw;

    • i. grondvervuiling;

    • j. vervuiling van de locatie of het werk als gevolg van een calamiteit;

    • k. archeologische vondsten en vondsten van munitie;

    • l. gewijzigde bouwregelgeving;

    • m. elke andere omstandigheid, waaronder overmacht, waardoor de normale gang binnen de Rijksgebouwendienst wordt belemmerd ten gevolge waarvan de nakoming van de overeenkomst in redelijkheid niet van de Rijksgebouwendienst kan worden verlangd.

  • 3. Indien een onvoorziene gebeurtenis daartoe aanleiding geeft zijn de Rijksgebouwendienst en de opdrachtgever gerechtigd om de overeenkomst voortijdig te beëindigen of de overeenkomst zodanig te herzien dat daardoor het effect van de onvoorziene gebeurtenis wordt weggenomen. Ingeval van voortijdige beëindiging van de overeenkomst zijn de artikelen 6 en 7 van toepassing.Ingeval van herziening van de overeenkomst zijn de Rijksgebouwendienst en de opdrachtgever gehouden om zich naar redelijkheid in te spannen om tot overeenstemming te komen.

Artikel 15. Aansprakelijkheid

  • 1. De Rijksgebouwendienst kan door de opdrachtgever aansprakelijk worden gesteld:

    • a. indien sprake is van een toerekenbare tekortkoming en,

    • b. de opdrachtgever de Rijksgebouwendienst schriftelijk in gebreke heeft gesteld en daarbij de Rijksgebouwendienst heeft gesommeerd om de gevolgen van de tekortkoming binnen een redelijke termijn te herstellen en bovendien,

    • c. de Rijksgebouwendienst aan deze sommatie niet of niet tijdig heeft voldaan.

  • 2. Indien sprake is van aansprakelijkheid van de Rijksgebouwendienst, dan is hij gehouden tot vergoeding van de door de opdrachtgever dientengevolge geleden directe schade.

  • 3. Tot de directe kosten behoren in geen geval: bedrijfsschade, productieverlies, omzet- en/of winstderving, waardevermindering van goederen.

  • 4. De door de Rijksgebouwendienst te vergoeden schade is per opdracht beperkt tot een bedrag gelijk aan de tarieven die de opdrachtgever aan de Rijksgebouwendienst verschuldigd zou zijn, met een maximum van € 700.000,–.

  • 5. De in dit artikel opgenomen beperkingen van de aansprakelijkheid gelden niet indien de schade te wijten is aan opzet of grove schuld van de Rijksgebouwendienst.

  • 6. Bij uitbesteding van werkzaamheden vergewist de Rijksgebouwendienst zich ervan dat de partij aan wie wordt uitbesteed zich in voldoende mate heeft verzekerd tegen schaderisico’s die naar redelijkheid en billijkheid aan de opgedragen activiteit kunnen worden toegerekend.

  • 7. De opdrachtgever vrijwaart de Rijksgebouwendienst van mogelijke aanspraken door derden.

  • 8. Elke aansprakelijkheid van de Rijksgebouwendienst vervalt door verloop van vijf jaren vanaf de dag waarop de opdracht door voltooiing of tussentijdse beëindiging is geëindigd.

  • 9. De rechtsvordering uit hoofde van een toerekenbare tekortkoming is niet ontvankelijk indien de opdrachtgever niet met bekwame spoed nadat hij de tekortkoming heeft ontdekt of redelijkerwijs had behoren te ontdekken, schriftelijk en met redenen omkleed de Rijksgebouwendienst in gebreke heeft gesteld.

  • 10. De rechtsvordering uit hoofde van een toerekenbare tekortkoming is niet ontvankelijk indien deze wordt ingesteld later dan vijf jaren vanaf de dag waarop de opdracht door voltooiing of tussentijdse beëindiging is geëindigd.

  • 11. Voor de toepassing van het bepaalde in de leden 8 en 11 wordt als de dag waarop de opdracht is geëindigd, aangemerkt de dag waarop de Rijksgebouwendienst de einddeclaratie ter zake van de opdracht heeft verzonden.

Artikel 16. Geschillen en toepasselijk recht

  • 1. Geschillen in verband met de overeenkomst of afspraken die daarmee samenhangen worden voorgelegd aan de daartoe bevoegde rechter in het arrondissement ’s-Gravenhage tenzij partijen alsnog arbitrage of bindend advies overeenkomen.

  • 2. Een geschil bestaat, indien een van de partijen dat schriftelijk aan de andere partij meedeelt.

  • 3. Op overeenkomsten tussen partijen is het Nederlands recht van toepassing, ook indien het een overeenkomst betreft waaraan geheel of gedeeltelijk buiten Nederland uitvoering wordt gegeven of indien de wederpartij buiten Nederland domicilie heeft.

Artikel 17. Wijziging voorwaarden

  • 1. Wijzigingen van deze voorwaarden treden in werking op het moment zoals bepaald in het besluit waarin de wijzigingen worden vastgesteld en zijn van toepassing op overeenkomsten die na de datum van inwerkingtreding tot stand komen.

  • 2. De Nederlandse tekst van de voorwaarden is steeds bepalend voor de uitleg daarvan.

Den Haag,
24 november 2010
De

Minister

van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,

J.P.H. Donner