Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Regeling overige pyrotechnische artikelen

Geldend van 17-10-2016 t/m heden

Regeling van de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer van 11 oktober 2010, nr. BJZ2010027165, houdende regels betreffende overige pyrotechnische artikelen (Regeling overige pyrotechnische artikelen)

De Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,

Gelet op richtlijn nr. 2007/23/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 23 mei 2007 betreffende het in de handel brengen van pyrotechnische artikelen (PbEU L 154) en de artikelen 9.2.2.1, 9.2.2.4, 9.2.3.2 en 21.6 van de Wet milieubeheer;

Besluit:

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen

Artikel 1

  • 1 In deze regeling wordt verstaan onder:

    • aangemelde instantie: aangemelde instantie als bedoeld in artikel 21 van de EU-richtlijn pyrotechnische artikelen;

    • aangewezen instantie: een instantie, aangewezen door de Minister, die conformiteitsbeoordelingsactiviteiten verricht, zoals onder meer het ijken, testen, certificeren en inspecteren;

    • accreditatie: accreditatie zoals gedefinieerd in artikel 2, tiende lid, van de verordening;

    • bevoegde autoriteit: de Minister van Infrastructuur en Milieu;

    • bijlage I bij de EU-richtlijn pyrotechnische artikelen: bijlage I bij de EU-richtlijn pyrotechnische artikelen, naar de tekst zoals deze bij die richtlijn is vastgesteld;

    • bijlage II bij de EU-richtlijn pyrotechnische artikelen: bijlage II bij de EU-richtlijn pyrotechnische artikelen, naar de tekst zoals deze bij die richtlijn is vastgesteld, voor zover het betreft de in het tweede lid genoemde onderdelen van die bijlage, en bijlage II bij de EU-richtlijn pyrotechnische artikelen voor de overige onderdelen van die bijlage;

    • categorie P1 en P2: categorie P1 onderscheidenlijk P2 als bedoeld in artikel 7, derde lid;

    • CE-markering: CE-markering, bedoeld in de artikelen 19 en 20 van de EU-richtlijn pyrotechnische artikelen;

    • conformiteitsbeoordeling: proces waarin wordt beoordeeld of voldaan is aan de essentiële veiligheidseisen;

    • conformiteitsbeoordelingsprocedure: procedure als bedoeld in bijlage II bij de EU-richtlijn pyrotechnische artikelen;

    • distributeur: natuurlijke of rechtspersoon in de toeleveringsketen, niet zijnde de fabrikant of importeur, die pyrotechnische artikelen op de markt aanbiedt;

    • EU-conformiteitsverklaring: verklaring dat een product voldoet aan de eisen van de EU-richtlijn pyrotechnische artikelen als bedoeld in artikel 18, eerste tot en met derde lid, van die richtlijn;

    • richtlijn 2007/23/EG: richtlijn nr. 2007/23/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 23 mei 2007 betreffende het in de handel brengen van pyrotechnische artikelen (PbEU L 154);

    • EU-richtlijn pyrotechnische artikelen: Richtlijn 2013/29/EU van het Europees Parlement en de Raad van 12 juni 2013, betreffende de harmonisatie van de wetgeving van de lidstaten inzake het op de markt aanbieden van pyrotechnische artikelen (herschikking) (PbEU 2013, L 178);

    • fabrikant: natuurlijke of rechtspersoon die een pyrotechnisch artikel vervaardigt of laat ontwerpen of vervaardigen en dat pyrotechnische artikel onder zijn naam of merknaam verhandelt;

    • essentiële veiligheidseisen: essentiële veiligheidseisen, bedoeld in bijlage I bij de EU-richtlijn pyrotechnische artikelen;

    • geharmoniseerde norm: geharmoniseerde norm als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder c, van Verordening (EU), nr. 1025/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 betreffende Europese normalisatie, tot wijziging van de richtlijnen 89/668/EEG en 93/15/EEG van de Raad alsmede de richtlijnen 94/9/EG, 94/25/EG, 95/16/EG, 97/23/EG, 98/34/EG, 2004/22/EG, 2007/23/EG, 2009/23/EG en 2009/105/EG van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van beschikking 87/95/EEG van de raad en besluit nr. 1673/2006/EG van het Europese Parlement en de Raad;

    • grondgebied van de Europese Unie: gebied waarop de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte van toepassing is;

    • harmonisatiewetgeving van de Unie: alle wetgeving van de Unie die de voorwaarden voor het verhandelen van producten harmoniseert;

    • importeur: op het grondgebied van de Europese Unie gevestigde natuurlijke persoon of rechtspersoon die een pyrotechnisch artikel uit een derde land op het grondgebied van de Europese Unie in de handel brengt;

    • in de handel brengen: het voor het eerst op het grondgebied van de Europese Unie op de markt aanbieden van een pyrotechnisch artikel;

    • lidstaat van de Europese Unie: lidstaat van de Europese Unie of een andere staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte;

    • marktdeelnemers: de fabrikant, de importeur en de distributeur;

    • markttoezicht: hetgeen daaronder in hoofdstuk 5 van de EU-richtlijn pyrotechnische artikelen wordt verstaan;

    • markttoezichthouder: de in artikel 5:10, eerste lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht bedoelde ambtenaren, die handelen in het kader van het markttoezicht;

    • minister: Minister van Infrastructuur en Milieu;

    • module B, C2, D, E, G en H: module B, C2, D, E, G en H als bedoeld in bijlage II bij de EU-richtlijn pyrotechnische artikelen;

    • nationale accreditatie-instantie: nationale accreditatie-instantie zoals gedefinieerd in artikel 2, elfde lid, van de Verordening;

    • op de markt aanbieden: het in het kader van een handelsactiviteit, al dan niet tegen betaling, verstrekken van een pyrotechnisch artikel met het oog op de distributie, consumptie of gebruik op de markt van het grondgebied van de Europese Unie;

    • persoon met gespecialiseerde kennis: persoon, aangewezen krachtens artikel 3;

    • primaire verpakking: verpakking waarin zich meer dan één exemplaar bevindt van eenzelfde type pyrotechnische artikelen, bedoeld om in zijn geheel aan de particulier ter beschikking te worden gesteld;

    • pyrotechnisch artikel: artikel dat explosieve stoffen of een explosief mengsel van stoffen bevat die tot doel hebben warmte, licht, geluid, gas of rook dan wel een combinatie van dergelijke verschijnselen te produceren door middel van zichzelf onderhoudende exotherme chemische reacties;

    • pyrotechnisch artikel voor voertuigen: pyrotechnisch artikel dat een onderdeel is van een veiligheidsvoorziening in een voertuig dat pyrotechnische stoffen bevat waarmee die of een andere voorziening wordt geactiveerd.

    • technische specificatie: een document dat de technische vereisten voorschrijft waaraan een pyrotechnisch artikel moet voldoen;

    • terugroepen: maatregel waarmee wordt beoogd een pyrotechnisch artikel te doen terugkeren dat al aan de eindgebruiker ter beschikking is gesteld;

    • uit de handel nemen: maatregel waarmee wordt beoogd te voorkomen dat een pyrotechnisch artikel op de markt wordt aangeboden;

    • verordening: Verordening (EG) nr. 765/2008 van het Europees parlement en de Raad van 9 juli 2008 tot vaststelling van de eisen inzake accreditatie en markttoezicht betreffende het verhandelen van producten en tot intrekking van Verordening (EEG) nr. 339/93;

  • 2 De in het eerste lid, in de begripsomschrijving van bijlage II bij de EU-richtlijn pyrotechnische artikelen, bedoelde onderdelen van die bijlage zijn:

    • a. Module B, de onderdelen 7, tweede alinea, tot en met 9;

    • b. Module C2, de onderdelen 2 tot en met 4.2, voor zover deze onderdelen betrekking hebben op het ter beschikking houden van de EU-conformiteitsverklaring;

    • c. Module D, de onderdelen 3.4, 4.2 tot en met 4.4, 6 en 7;

    • d. Module E, de onderdelen 3.5, 4.2 tot en met 4.4, 6 en 7.

Artikel 2

Deze regeling is van toepassing op pyrotechnische artikelen behorend tot categorie P1 of P2, met uitzondering van de volgende pyrotechnische artikelen:

  • a. pyrotechnische artikelen die bestemd zijn voor niet-commercieel gebruik door strijdkrachten, politie of brandweer;

  • b. uitrusting die valt onder het toepassingsgebied van richtlijn nr. 96/98/EG van de Raad van de Europese Unie van 20 december 1996 inzake uitrusting van zeeschepen (PbEU 1997, L 46);

  • c. pyrotechnische artikelen die bestemd zijn voor gebruik in de lucht- en ruimtevaartindustrie;

  • d. pyrotechnische artikelen die vallen onder de reikwijdte van het Warenwetbesluit speelgoed 2011;

  • e. explosieven als bedoeld in de Wet explosieven voor civiel gebruik;

  • f. munitie als bedoeld in de Wet wapens en munitie.

Artikel 3

  • 1 De minister wijst personen met gespecialiseerde kennis aan die vanwege de uitoefening van hun functie pyrotechnische artikelen behorend tot categorie P2 mogen gebruiken.

  • 2 De aanwijzing kan geschieden voor een of meer daarbij aangegeven categorieën van pyrotechnische artikelen.

  • 3 Pyrotechnische artikelen behorend tot categorie P2 mogen vanwege de uitoefening van hun functie tevens worden gebruikt door personen die ter uitvoering van de EU-richtlijn pyrotechnische artikelen daartoe zijn aangewezen door een bevoegde instantie in een andere lidstaat van de Europese Unie.

Artikel 4

  • 1 Het is verboden pyrotechnische artikelen behorend tot categorie P1 aan het grote publiek aan te bieden, behalve wanneer pyrotechnische artikelen voor voertuigen ingebouwd zijn in een voertuig of in een verwijderbaar voertuigonderdeel.

  • 2 Het is verboden pyrotechnische artikelen behorend tot categorie P1 te verkopen of anderszins ter beschikking te stellen aan consumenten jonger dan 18 jaar.

  • 3 Het is verboden pyrotechnische artikelen behorend tot categorie P2, indien bestemd voor gebruik door een ander dan een persoon met gespecialiseerde kennis, binnen het grondgebied van Nederland te brengen, op te slaan, te vervaardigen, voorhanden te hebben of aan een ander ter beschikking te stellen.

  • 4 Het is verboden aan een ander dan een persoon met gespecialiseerde kennis pyrotechnische artikelen behorend tot categorie P2 te verkopen of anderszins ter beschikking te stellen.

  • 5 Het is een persoon met gespecialiseerde kennis verboden anders dan in de uitoefening van zijn functie pyrotechnische artikelen behorend tot categorie P2 op te slaan, voorhanden te hebben of te gebruiken.

  • 6 Het is verboden pyrotechnische artikelen binnen het grondgebied van Nederland te brengen, op te slaan, te vervaardigen, toe te passen, voorhanden te hebben, aan een ander ter beschikking te stellen of te gebruiken indien de betrokken artikelen niet voldoen aan het bepaalde bij deze regeling.

Artikel 5

Het is verboden een pyrotechnisch artikel te gebruiken in strijd met het doel waarvoor het artikel is vervaardigd.

Artikel 6

  • 1 Een wijziging van artikel 10 of 11 van de EU-richtlijn pyrotechnische artikelen, van bijlage IIbij de EU-richtlijn pyrotechnische artikelen, met uitzondering van de onderdelen, genoemd in artikel 1, tweede lid, en van bijlage III of IV bij de EU-richtlijn pyrotechnische artikelen gaat voor de toepassing van deze regeling gelden met ingang van de dag waarop aan de betrokken wijzigingsrichtlijn of het betrokken wijzigingsbesluit uitvoering moet zijn gegeven, tenzij bij ministerieel besluit, dat in de Staatscourant wordt bekendgemaakt, een ander tijdstip wordt vastgesteld.

  • 2 De minister doet meteen na het van kracht worden van een wijziging als bedoeld in het eerste lid, daarvan mededeling in de Staatscourant.

Hoofdstuk 2. In de handel brengen

§ 1. Algemene bepalingen

Artikel 7

  • 1 De fabrikant brengt pyrotechnische artikelen in een bepaalde categorie onder op grond van toepassing, doel en gevaar, met inbegrip van hun geluidniveau.

  • 2 Een aangemelde instantie bevestigt de categorisering als onderdeel van de conformiteitsbeoordelingsprocedure.

  • 3 De categorieën luiden als volgt:

    • Categorie P1: pyrotechnische artikelen die weinig gevaar opleveren;

    • Categorie P2: pyrotechnische artikelen die uitsluitend bestemd zijn om door personen met gespecialiseerde kennis te worden gehanteerd of gebruikt.

Artikel 7a

Pyrotechnische artikelen die in overeenstemming zijn met geharmoniseerde normen of delen daarvan, waarvan de referentienummers in het Publicatieblad van de Europese Unie zijn bekendgemaakt, worden geacht in overeenstemming te zijn met de essentiële veiligheidseisen die door die normen of delen daarvan worden bestreken.

Artikel 8

De fabrikant waarborgt dat pyrotechnische artikelen worden ontworpen en vervaardigd overeenkomstig de essentiële veiligheidseisen.

Artikel 8a

  • 1 De fabrikant stelt de technische documentatie, bedoeld in bijlage II bij de EU-richtlijn pyrotechnische artikelen, op en laat de toepasselijke conformiteitsbeoordelingsprocedure uitvoeren overeenkomstig artikel 15.

  • 2 Wanneer met de conformiteitsbeoordelingsprocedure is aangetoond dat het pyrotechnische artikel aan de toepasselijke eisen voldoet, stelt de fabrikant een EU-onformiteitsverklaring op en brengt hij de CE-markering aan.

  • 3 De fabrikant bewaart de technische documentatie en de EU-conformiteitsverklaring gedurende tien jaar nadat het pyrotechnische artikel in de handel is gebracht.

Artikel 8b

De fabrikant zorgt ervoor dat hij beschikt over procedures om de conformiteit van zijn serieproductie met de EU-richtlijn pyrotechnische artikelen te blijven waarborgen. Er wordt in die procedures terdege rekening gehouden met veranderingen in het ontwerp of in de kenmerken van het pyrotechnische artikel en met veranderingen in de geharmoniseerde normen of andere technische specificaties waarnaar in de EU-conformiteitsverklaring van het pyrotechnische artikel is verwezen.

Artikel 8c

  • 1 Met een met redenen omkleed verzoek kan de bevoegde autoriteit een of meer van de volgende maatregelen van de fabrikant vergen:

    • a. het uitvoeren van steekproeven op in de handel gebrachte pyrotechnische artikelen;

    • b. het onderzoeken van klachten;

    • c. het onderzoeken van niet-conforme pyrotechnische artikelen;

    • d. het onderzoeken van teruggeroepen pyrotechnische artikelen;

    • e. het bijhouden van een register met betrekking tot de onder b, c, en d bedoelde onderzoeken;

    • f. het op de hoogte houden van de distributeurs betreffende de genomen maatregelen.

  • 2 De bevoegde autoriteit kan het in het eerste lid bedoelde verzoek doen als dit gezien de risico’s van de pyrotechnische artikelen passend wordt geacht.

  • 3 De fabrikant voert de maatregelen uit met het oog op de bescherming van de gezondheid en veiligheid van de consumenten.

Artikel 8d

De fabrikant zorgt ervoor dat door hem in de handel gebrachte pyrotechnische artikelen zijn geëtiketteerd overeenkomstig de artikelen 24 en 25.

Artikel 8e

Indien de fabrikant van mening is of redenen heeft om aan te nemen dat een door hem in de handel gebracht pyrotechnisch artikel niet in overeenstemming is met de eisen bij of krachtens deze regeling:

  • a. neemt hij onmiddellijk alle corrigerende maatregelen die nodig zijn om het pyrotechnische artikel in overeenstemming te brengen met deze eisen of, zo nodig, uit de handel te nemen of terug te roepen, en

  • b. brengt hij, indien het artikel een risico vertoont, de bevoegde autoriteiten van de lidstaten waar hij het artikel op de markt heeft aangeboden, hiervan onmiddellijk op de hoogte. Indien hij het artikel in Nederland op de markt heeft aangeboden, brengt hij de bevoegde autoriteit hiervan onmiddellijk op de hoogte. Bij het op de hoogte brengen van deze autoriteiten beschrijft de fabrikant in het bijzonder uitvoerig de niet-conformiteit en alle genomen corrigerende maatregelen.

Artikel 8f

  • 1 Op een met redenen omkleed verzoek van de bevoegde autoriteit of bevoegde autoriteiten van andere lidstaten:

    • a. verstrekt de fabrikant aan deze bevoegde autoriteit of autoriteiten alle benodigde informatie en documentatie om de conformiteit van pyrotechnische artikelen met eisen van deze regeling aan te tonen, en

    • b. verleent de fabrikant medewerking aan alle genomen maatregelen om de risico’s van de door hem in de handel gebrachte pyrotechnische artikelen uit te sluiten.

  • 2 De informatie en documentatie wordt op papier of elektronisch ter beschikking gesteld van de autoriteit, bedoeld in het eerste lid. Deze wordt gesteld in een taal die de autoriteit goed kan begrijpen. Informatie en documentatie gericht aan de bevoegde autoriteit wordt in de Nederlandse of Engelse taal gesteld.

Artikel 8g

Indien een importeur of distributeur pyrotechnische artikelen onder zijn eigen naam of merknaam in de handel brengt, of reeds in de handel gebrachte pyrotechnische artikelen zodanig wijzigt dat de conformiteit met de essentiële veiligheidseisen in gedrang komt, wordt hij als fabrikant beschouwd en voldoet hij aan de verplichtingen die overeenkomstig deze regeling aan de fabrikant worden gesteld.

Artikel 9

De importeur brengt alleen pyrotechnische artikelen in de handel die aan de eisen van deze regeling voldoen.

Artikel 9a

Alvorens een pyrotechnisch artikel in de handel wordt gebracht:

  • a. vergewist de importeur zich ervan dat de fabrikant de conformiteitsbeoordelingsprocedure heeft uitgevoerd;

  • b. zorgt de importeur ervoor dat de fabrikant de technische documentatie heeft opgesteld;

  • c. zorgt de importeur ervoor dat het pyrotechnische artikel is voorzien van de CE-markering en vergezeld gaat van de voorgeschreven documenten; en

  • d. zorgt de importeur ervoor dat de fabrikant het pyrotechnische artikel heeft geëtiketteerd overeenkomstig de artikelen 24 en 25.

Artikel 9b

De importeur die van mening is, of redenen heeft om aan te nemen, dat een pyrotechnisch artikel niet in overeenstemming is met de essentiële veiligheidseisen:

  • a. brengt het pyrotechnisch artikel niet in de handel alvorens het in overeenstemming is gebracht met de essentiële veiligheidseisen, en

  • b. brengt de fabrikant en de markttoezichthouder op de hoogte, indien het pyrotechnische artikel een risico vertoont.

Artikel 9c

  • 1 De importeur voldoet aan de aan hem gestelde eisen ingevolge de artikelen 24 en 25.

Artikel 9d

De importeur zorgt, gedurende de periode dat hij voor het pyrotechnische artikel verantwoordelijk is, voor zodanige opslag- en vervoersomstandigheden ervan dat de conformiteit van het pyrotechnische artikel met de essentiële veiligheidseisen niet in het gedrang komt.

Artikel 9e

  • 1 Op een met redenen omkleed verzoek van de bevoegde autoriteit kan van de importeur één of meer van de volgende maatregelen worden gevergd:

    • a. het uitvoeren van steekproeven op in de handel gebrachte pyrotechnische artikelen;

    • b. het onderzoeken van klachten;

    • c. het onderzoeken van niet-conforme pyrotechnische artikelen;

    • d. het onderzoeken van teruggeroepen pyrotechnische artikelen;

    • e. het bijhouden van een register met betrekking tot de onder b, c, en d bedoelde onderzoeken;

    • f. het op de hoogte houden van de distributeurs betreffende de genomen maatregelen.

  • 2 De bevoegde autoriteit kan het verzoek doen als dit gezien de risico’s van het pyrotechnische artikel passend wordt geacht.

  • 3 De importeur voert de maatregelen uit met het oog op de bescherming van de gezondheid en veiligheid van de consumenten.

Artikel 9f

Indien een importeur van mening is of redenen heeft om aan te nemen dat een door hem in de handel gebracht pyrotechnisch artikel niet in overeenstemming is met de eisen gesteld bij deze regeling:

  • a. neemt hij onmiddellijk alle corrigerende maatregelen die nodig zijn om dat pyrotechnische artikel in overeenstemming te brengen met deze eisen of zo nodig uit de handel te nemen of terug te roepen; en

  • b. brengt hij, indien het pyrotechnische artikel een risico vertoont de bevoegde autoriteiten van de lidstaten waar hij het artikel op de markt heeft aangeboden, hiervan onmiddellijk op de hoogte. Indien hij de artikelen in Nederland op de markt heeft aangeboden, brengt hij de bevoegde autoriteit onmiddellijk op de hoogte. Bij het op de hoogte brengen van deze autoriteiten beschrijft de importeur in het bijzonder uitvoerig de niet-conformiteit en alle genomen corrigerende maatregelen.

Artikel 9g

De importeur houdt gedurende tien jaar nadat het pyrotechnische artikel in de handel is gebracht, een kopie van de EU-conformiteitsverklaring ter beschikking van de markttoezichthouder en zorgt ervoor dat de technische documentatie op verzoek aan de markttoezichthouder kan worden verstrekt.

Artikel 9h

  • 1 Op een met redenen omkleed verzoek van de bevoegde autoriteit of van de bevoegde autoriteiten van andere lidstaten:

    • a. verstrekt de importeur deze autoriteit of autoriteiten alle benodigde informatie en documentatie om de conformiteit van het pyrotechnische artikel met de eisen uit deze regeling aan te tonen; en

    • b. verleent de importeur medewerking aan alle genomen maatregelen om de risico’s van de door hem in de handel gebrachte artikelen uit te sluiten.

  • 2 De informatie en documentatie wordt op papier of elektronisch ter beschikking van de autoriteit, bedoeld in het eerste lid, gesteld. Deze wordt gesteld in een taal die de autoriteit goed kan begrijpen. Informatie en documentatie gericht aan de bevoegde autoriteit wordt in de Nederlandse of Engelse taal gesteld.

Artikel 10

De distributeur die pyrotechnische artikelen op de markt aanbiedt, neemt de nodige zorgvuldigheid in acht ten aanzien van de eisen van deze regeling.

Artikel 10a

Alvorens een pyrotechnisch artikel op de markt aan te bieden, controleert de distributeur of:

Artikel 10b

De distributeur die van mening is of redenen heeft om aan te nemen dat een pyrotechnisch artikel niet in overeenstemming is met de essentiële veiligheidseisen:

  • a. biedt het pyrotechnische artikel niet op de markt aan voordat het in overeenstemming is gebracht met de essentiële veiligheidseisen, en

  • b. brengt, indien het pyrotechnische artikel een risico vertoont, de fabrikant, de importeur en de markttoezichthouder hiervan op de hoogte.

Artikel 10c

De distributeur zorgt gedurende de periode dat hij voor het pyrotechnische artikel verantwoordelijk is, voor zodanige opslag- en vervoersomstandigheden ervan dat de conformiteit van het artikel met de essentiële veiligheidseisen niet in het gedrang komt.

Artikel 10d

Indien een distributeur van mening is, of redenen heeft om aan te nemen, dat een door hem op de markt aangeboden pyrotechnisch artikel niet in overeenstemming is met de eisen uit deze regeling:

  • a. ziet hij erop toe dat de nodige corrigerende maatregelen worden genomen om dat artikel in overeenstemming te brengen of zo nodig uit de handel te nemen of terug te roepen; en

  • b. brengt hij, indien het artikel een risico vertoont, de bevoegde autoriteiten van de lidstaten waar hij het artikel op de markt heeft aangeboden hiervan onmiddellijk op de hoogte. Indien hij de artikelen in Nederland op de markt heeft aangeboden, brengt hij de bevoegde autoriteit hiervan onmiddellijk op de hoogte. Bij het op de hoogte brengen van deze autoriteiten beschrijft de distributeur in het bijzonder uitvoerig de niet-conformiteit en alle genomen corrigerende maatregelen.

Artikel 10e

  • 1 Op een met redenen omkleed verzoek van de bevoegde autoriteit of de bevoegde autoriteiten van andere lidstaten:

    • a. verstrekt de distributeur deze autoriteit alle benodigde informatie en documentatie om de conformiteit van het pyrotechnische artikel aan te tonen; en

    • b. verleent de distributeur medewerking aan alle genomen maatregelen om de risico’s van de door hem op de markt aangeboden artikelen uit te sluiten.

  • 2 De informatie en documentatie wordt op papier of elektronisch ter beschikking van de autoriteiten, genoemd in het eerste lid, gesteld.

§ 1a. Identificatie van de marktdeelnemers

Artikel 10f

  • 1 Op verzoek van de markttoezichthouder verstrekken de marktdeelnemers de volgende informatie:

    • a. welke marktdeelnemer pyrotechnische artikelen aan hen heeft geleverd; en

    • b. aan welke marktdeelnemer zij pyrotechnische artikelen hebben geleverd.

  • 2 Marktdeelnemers houden de informatie, genoemd in het eerste lid, ten minste tien jaar nadat het pyrotechnische artikel aan de marktdeelnemers is geleverd, dan wel nadat de marktdeelnemer het pyrotechnische artikel heeft geleverd, ter beschikking van de markttoezichthouder.

§ 1b. Eisen aan de marktdeelnemers omtrent traceerbaarheid

Artikel 10g

  • 1 De fabrikant etiketteert pyrotechnische artikelen met een registratienummer dat wordt toegewezen door de aangemelde instantie die de conformiteiteitsbeoordeling krachtens artikelen 14 en 15 verricht.

  • 2 Pyrotechnische artikelen worden voorzien van een etiket met een registratienummer dat, naast het registratienummer, bedoeld in het eerste lid, de volgende elementen bevat:

    • a. het viercijferige identificatienummer van de aangemelde instantie die het volgende heeft opgesteld:

      • 1°. de verklaring van EU-typeonderzoek in overeenstemming met de conformiteitsbeoordelingsprocedure, bedoeld in artikel 15, onder a (module B); of

      • 2°. de verklaring van overeenstemming, overeenkomstig de conformiteitsbeoordelingsprocedure, bedoeld in artikel 15, onder b (module G);

    • b. de afkorting in hoofdletters van de pyrotechnische artikelen waarvoor de conformiteit is gecertificeerd, luidende:

      • 1°. P1 voor pyrotechnische artikelen uit de categorie P1;

      • 2°. P2 voor pyrotechnische artikelen uit de categorie P2.

  • 3 De structuur van het registratienummer is ‘XXXX-YY-ZZZZ’, waarbij XXXX verwijst naar het element, genoemd in het tweede lid, onderdeel a, YY naar het element, genoemd in het tweede lid, onderdeel b, en ZZZZ naar het element, genoemd in het eerste lid.

Artikel 10h [Vervallen per 17-10-2016]

Artikel 10i

Fabrikanten en importeurs van pyrotechnische artikelen:

  • a. houden een register bij met alle registratienummers van pyrotechnische artikelen die zij hebben vervaardigd of ingevoerd, vergezeld van de handelsnaam, het algemene type en, indien van toepassing, het subtype, en de plaats van vervaardiging. Deze informatie wordt voor ten minste tien jaar nadat het artikel in de handel is gebracht bijgehouden;

  • b. dragen het register over aan de Minister indien zij hun activiteiten staken;

  • c. verstrekken aan de bevoegde autoriteiten en markttoezichtautoriteiten van alle lidstaten, op hun met redenen omkleed verzoek, het register, genoemd onder a.

§ 1c. Eisen aan marktdeelnemers omtrent risico-uitsluiting

Artikel 10j

  • 1 Indien de marktdeelnemer van de markttoezichthouder verneemt dat een pyrotechnisch artikel, dat weliswaar in overeenstemming is met de essentiële veiligheidseisen en overige bepalingen van deze regeling, toch een risico vormt voor de gezondheid of veiligheid van personen of voor andere aspecten van de bescherming van algemene belangen:

    • a. neemt hij alle passende maatregelen om ervoor te zorgen dat dit pyrotechnische artikel dat risico niet meer meebrengt wanneer het pyrotechnische artikel in de handel wordt gebracht, of

    • b. neemt hij, binnen een door de markttoezichthouder vast te stellen termijn, dit pyrotechnische artikel uit de handel of roept hij dit terug.

  • 2 De marktdeelnemer zorgt ervoor dat de door hem genomen corrigerende maatregelen worden toegepast op alle betrokken pyrotechnische artikelen die hij in de Europese Unie op de markt heeft aangeboden.

§ 2. Verbodsbepalingen

Artikel 11

  • 1 Het is verboden pyrotechnische artikelen in de handel te brengen, voorhanden te hebben of aan een ander ter beschikking te stellen die niet voldoen aan de essentiële veiligheidseisen.

  • 2 Het is verboden pyrotechnische artikelen in de handel te brengen, voorhanden te hebben of aan een ander ter beschikking te stellen indien die niet zijn onderworpen aan de conformiteitsbeoordelingsprocedure, overeenkomstig de artikelen 14 en 15.

  • 3 Het is verboden pyrotechnische artikelen in de handel te brengen, voorhanden te hebben, aan een ander ter beschikking te stellen of te gebruiken anders dan met inachtneming van de voorschriften gesteld bij of krachtens de artikelen 23 tot en met 25 met betrekking tot de aanduiding en het bezigen van vermeldingen.

  • 4 Het is voor fabrikanten verboden te handelen in strijd met bijlage II bij de EU-richtlijn pyrotechnische artikelen.

  • 5 Het is verboden pyrotechnische artikelen in de handel te brengen zonder dat hiervoor, overeenkomstig artikel 23a, een EU-conformiteitsverklaring is opgesteld.

Artikel 12

  • 1 Artikel 11 is niet van toepassing op pyrotechnische artikelen die niet in overeenstemming zijn met de bepalingen van de EU-richtlijn pyrotechnische artikelen en die worden getoond en gebruikt op handelsbeurzen, tentoonstellingen en demonstraties voor het verhandelen van pyrotechnische artikelen, mits is voldaan aan het bepaalde in het derde lid.

  • 2 Pyrotechnische artikelen als bedoeld in het eerste lid mogen pas verkocht worden nadat ze in overeenstemming zijn gebracht met de bepalingen van de in het eerste lid genoemde richtlijn.

  • 3 Op pyrotechnische artikelen als bedoeld in het eerste lid:

    • a. wordt een zichtbaar teken aangebracht waaruit duidelijk de naam en de datum van de handelsbeurs, tentoonstelling of demonstratie blijken;

    • b. is aangegeven dat de artikelen niet in overeenstemming zijn met de bepalingen van de EU-richtlijn pyrotechnische artikelen, en niet verkocht mogen worden.

Artikel 13

  • 1 Artikel 11 is niet van toepassing op pyrotechnische artikelen die voor onderzoeks-, ontwikkelings- en testdoeleinden zijn geproduceerd en niet met de bepalingen van de EU-richtlijn pyrotechnische artikelen in overeenstemming zijn. Deze artikelen mogen vrij circuleren en worden gebruikt, mits is voldaan aan het bepaalde in het derde lid.

  • 2 Pyrotechnische artikelen als bedoeld in het eerste lid mogen niet beschikbaar worden gesteld of worden gebruikt voor andere doeleinden dan voor ontwikkeling, tests en onderzoek.

  • 3 Op pyrotechnische artikelen als bedoeld in het eerste lid wordt een zichtbaar teken aangebracht waaruit duidelijk blijkt dat ze niet in overeenstemming zijn met de bepalingen van de EU-richtlijn pyrotechnische artikelen en niet beschikbaar zijn voor andere doeleinden dan voor ontwikkeling, tests en onderzoek.

§ 3. Conformiteitsbeoordelingsprocedure

Artikel 14

  • 1 Pyrotechnische artikelen worden onderworpen aan een conformiteitsbeoordelingsprocedure overeenkomstig bijlage II van de EU-richtlijn pyrotechnische artikelen.

  • 2 De fabrikant voldoet aan de verplichtingen die uit hoofde van bijlage II bij de EU-richtlijn pyrotechnische artikelen aan hem worden gesteld.

  • 3 De aangewezen instantie voldoet aan de verplichtingen die uit hoofde van bijlage II bij de EU-richtlijn pyrotechnische artikelen aan haar worden gesteld.

Artikel 15

De fabrikant kiest een van de navolgende conformiteitsbeoordelingsprocedures, volgens welke de door hem gekozen aangemelde instantie de conformiteitsbeoordelingsprocedure uitvoert:

  • a. EU-typeonderzoek (module B) en naar keuze van de fabrikant een van de volgende procedures:

    • 1°. conformiteit met het type op basis van interne productiecontrole plus productcontroles onder toezicht met willekeurige tussenpozen (module C2);

    • 2°. conformiteit met het type op basis van de kwaliteitsborging van het productieproces (module D); of

    • 3°. conformiteit met het type op basis van productkwaliteitsborging (module E);

  • b. conformiteit op basis van eenheidskeuring (module G).

Artikel 16 [Vervallen per 19-01-2016]

Artikel 17 [Vervallen per 19-01-2016]

Artikel 18 [Vervallen per 19-01-2016]

Artikel 19 [Vervallen per 19-01-2016]

Artikel 20 [Vervallen per 19-01-2016]

Artikel 21 [Vervallen per 19-01-2016]

Artikel 22 [Vervallen per 19-01-2016]

§ 4. CE-markering en EU-conformiteitsverklaring

Artikel 23

  • 1 De CE-markering wordt zichtbaar, leesbaar en onuitwisbaar op het pyrotechnische artikel aangebracht. Wanneer dit gezien de aard van het artikel niet mogelijk of niet gerechtvaardigd is, wordt de CE-markering aangebracht op de verpakking en in de begeleidende documenten.

  • 2 De CE-markering wordt aangebracht voordat het pyrotechnische artikel in de handel wordt gebracht.

  • 3 Indien de aangemelde instantie betrokken is geweest bij de productiecontrolefase, wordt de CE-markering gevolgd door het identificatienummer van die aangemelde instantie.

  • 4 Het identificatienummer, bedoeld in het derde lid, wordt aangebracht door de aangemelde instantie zelf, dan wel overeenkomstig haar instructies door de fabrikant.

  • 5 De CE-markering en, indien van toepassing, het identificatienummer van de aangemelde instantie, kunnen worden gevolgd door een ander teken dat een bijzonder risico of gebruik aanduidt.

Artikel 23a

  • 1 In de EU-conformiteitsverklaring wordt vermeld dat is aangetoond dat aan de essentiële veiligheidseisen is voldaan.

  • 2 De EU-conformiteitsverklaring:

    • a. komt qua structuur overeen met het model van bijlage III bij de EU-richtlijn pyrotechnische artikelen;

    • b. bevat de in de desbetreffende modules van bijlage II bij de EU-richtlijn pyrotechnische artikelen vermelde elementen;

    • c. wordt voortdurend bijgewerkt;

    • d. wordt vertaald in de taal of talen zoals gevraagd door de lidstaat waar het pyrotechnische artikel in de handel wordt gebracht of op de markt wordt aangeboden.

  • 3 De EU-conformiteitsverklaring die betrekking heeft op het pyrotechnische artikel dat binnen het grondgebied van Nederland in de handel wordt gebracht of op de markt worden aangeboden, is gesteld in de Nederlandse taal.

  • 4 Indien voor een pyrotechnisch artikel uit hoofde van meer dan één handeling van de Europese Unie een EU-conformiteitsverklaring vereist is, wordt één EU-conformiteitsverklaring met betrekking tot al die handelingen van de Europese Unie opgesteld. In die verklaring moet duidelijk worden aangegeven om welke handelingen van de Europese Unie het gaat, met vermelding van de publicatiereferenties ervan.

  • 5 Door de EU-conformiteitsverklaring op te stellen neemt de fabrikant de verantwoordelijkheid voor de conformiteit van het pyrotechnische artikel met de eisen van de EU-richtlijn pyrotechnische artikelen op zich.

§ 5. Etikettering

Artikel 24

  • 1 Pyrotechnische artikelen, niet zijnde pyrotechnische artikelen voor voertuigen, zijn voorzien van:

    • a. de naam, de geregistreerde handelsnaam of geregistreerde merknaam van de fabrikant en het postadres waarop contact met hem kan worden opgenomen,

    • b. indien de fabrikant niet is gevestigd op het grondgebied van de Europese Unie: de gegevens, genoemd onder a, en de naam, geregistreerde handelsnaam of geregistreerde merknaam van de importeur en het postadres waarop contact met hem kan worden opgenomen,

    • c. de naam en het type van het artikel,

    • d. de minimumleeftijdsgrenzen zoals aangegeven in artikel 4, tweede lid,

    • e. de desbetreffende categorie en gebruiksaanwijzingen,

    • f. in voorkomend geval een minimale veiligheidsafstand,

    • g. de netto explosieve massa (NEM),

    • h. het registratienummer van het artikel en het productpartij- of serienummer ervan.

  • 2 De gegevens, bedoeld in het eerste lid, zijn in de Nederlandse taal gesteld, zichtbaar, leesbaar, duidelijk, begrijpelijk en onuitwisbaar.

  • 3 Indien op het pyrotechnische artikel niet voldoende plaats is voor de gegevens, bedoeld in het eerste lid, wordt de informatie op de primaire verpakking weergegeven.

  • 4 Dit artikel is niet van toepassing op de pyrotechnische artikelen, bedoeld in de artikelen 12 en 13.

Artikel 25

  • 1 Het etiket van pyrotechnische artikelen voor voertuigen vermeldt:

    • a. de naam, de geregistreerde handelsnaam of geregistreerde merknaam van de fabrikant en één postadres waarop contact met hem kan worden opgenomen,

    • b. de naam en het type van het pyrotechnische artikel,

    • c. het registratienummer en het product-, partij- of serienummer van de pyrotechnische artikelen, en

    • d. indien noodzakelijk, de veiligheidsvoorschriften.

  • 2 Indien het artikel niet voldoende plaats biedt voor de etiketteringsvoorschriften, bedoeld in het eerste lid, wordt de informatie op de verpakking van het artikel vermeld.

  • 3 Een veiligheidsinformatieblad voor het pyrotechnische artikel voor voertuigen dat is opgesteld volgens bijlage II bij Verordening (EG) nr. 1907/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 18 december 2006 inzake de registratie en beoordeling van en de autorisatie en beperkingen ten aanzien van chemische stoffen (REACH), tot oprichting van een Europees Agentschap voor chemische stoffen en dat rekening houdt met de specifieke behoeften van de professionele gebruikers wordt aan die gebruikers verstrekt in de door hem gevraagde taal.

  • 4 Het veiligheidsinformatieblad mag op papier of elektronisch worden geleverd, op voorwaarde dat de professioneel gebruiker over de nodige middelen beschikt om er toegang toe te hebben.

§ 6. Aangewezen instantie

Artikel 26

  • 1 De Minister kan een instantie, die hiertoe een verzoek heeft ingediend overeenkomstig artikel 26a, aanwijzen die bevoegd is tot het uitvoeren van de conformiteitsbeoordelingsprocedure. De Minister meldt de aangewezen instantie aan overeenkomstig artikel 21 van de EU-richtlijn pyrotechnische artikelen.

Artikel 26a

  • 1 Een instantie die wenst te worden aangewezen in de zin van artikel 26, eerste lid, dient een verzoek tot aanwijzing in bij de Minister.

  • 2 Het verzoek tot aanwijzing gaat vergezeld van:

    • a. een beschrijving van de conformiteitsbeoordelingsactiviteiten, de conformiteitbeoordelingsmodule(s), genoemd in bijlage II bij de EU-richtlijn pyrotechnische artikelen en het pyrotechnische artikel of pyrotechnische artikelen waarvoor de instantie verklaart bekwaam te zijn, en

    • b. het accreditatiecertificaat dat is afgegeven door een nationale accreditatieinstantie, waarin wordt verklaard dat de conformiteitsbeoordelingsinstantie voldoet aan de eisen in 26a tot en met 26i.

Artikel 26b

  • 1 De aangewezen instantie is onafhankelijk van de door haar beoordeelde organisaties en de door haar beoordeelde pyrotechnische artikelen.

  • 2 De aangewezen instantie, haar hoogste leidinggevenden en het personeel dat de conformiteitsbeoordelingstaken verricht, zijn niet de ontwerper, fabrikant, leverancier, installateur, koper, eigenaar, gebruiker of onderhouder van het pyrotechnische artikel, of explosieve stoffen, noch de vertegenwoordiger van een van die partijen. Dit belet echter niet het gebruik van pyrotechnische artikelen of explosieve stoffen die nodig zijn voor de activiteiten van de aangewezen instantie of het gebruik van pyrotechnische artikelen voor persoonlijke doeleinden.

  • 3 De aangewezen instantie, haar hoogste leidinggevenden en het personeel dat de conformiteitsbeoordelingstaken verricht, zijn niet rechtstreeks of als vertegenwoordiger van de betrokken partijen betrokken bij het ontwerpen, vervaardigen of bouwen, verhandelen, installeren, gebruiken of onderhouden van pyrotechnische artikelen of explosieve stoffen. Zij oefenen geen activiteiten, zoals adviesdiensten uit die hun onafhankelijke oordeel of hun integriteit met betrekking tot conformiteitsbeoordelingsactiviteiten waarvoor zij zijn aangewezen in het gedrang kunnen brengen.

  • 4 De aangewezen instantie waarborgt dat activiteiten van haar dochterondernemingen of onderaannemers geen afbreuk doen aan de vertrouwelijkheid, objectiviteit of onpartijdigheid van de conformiteitsbeoordelingsactiviteiten die de aangewezen instantie verricht.

Artikel 26c

  • 1 De aangewezen instantie en haar personeel voeren de conformiteitsbeoordelingsactiviteiten uit met de grootste mate van beroepsintegriteit en met de vereiste technische bekwaamheid op het specifieke gebied.

  • 2 De aangewezen instantie en haar personeel zijn vrij van elke druk en beïnvloeding, met name van financiële aard, die hun oordeel of de resultaten van hun conformiteitsbeoordelingsactiviteiten kunnen beïnvloeden, met name van personen of groepen van personen die belang hebben bij de resultaten van deze activiteiten.

Artikel 26d

  • 1 De aangewezen instantie is in staat alle conformiteitsbeoordelingstaken te verrichten die in bijlage II bij de EU-richtlijn pyrotechnische artikelen aan haar zijn toegewezen en waarvoor zij is aangewezen, ongeacht of deze taak door de aangewezen instantie zelf of namens haar en onder haar verantwoordelijkheid wordt verricht.

  • 2 De aangewezen instantie beschikt te allen tijde, voor elke conformiteitsbeoordelingsprocedure en voor elk soort en elke categorie pyrotechnische artikelen waarvoor zij is aangemeld over:

    • a. benodigd personeel met technische kennis en voldoende passende ervaring om de conformiteitsbeoordelingstaken te verrichten;

    • b. beschrijvingen van de procedures voor de uitvoering van de conformiteitsbeoordeling, waarbij de transparantie en de mogelijkheid tot reproductie van deze procedures worden gewaarborgd;

    • c. gepast beleid en geschikte procedures om een onderscheid te maken tussen taken die zij als aangewezen instantie verricht en andere activiteiten; en

    • d. procedures voor de uitoefening van haar activiteiten die naar behoren rekening houden met de omvang van een onderneming, de sector waarin zij actief is, de structuur ervan, de relatieve complexiteit van de producttechnologie in kwestie en het massa- of seriële karakter van het productieproces.

  • 3 Een aangewezen instantie beschikt over de noodzakelijke middelen om de technische en administratieve taken, die zijn verbonden met de conformiteitsbeoordelingsactiviteiten, op passende wijze uit te voeren en heeft toegang tot alle noodzakelijke apparatuur en faciliteiten.

Artikel 26e

Het personeel van de aangewezen instantie dat verantwoordelijk is voor de conformiteitsbeoordelingstaken beschikt over:

  • a. een gedegen technische en beroepsopleiding die alle relevante conformiteitsbeoordelingsactiviteiten omvat waarvoor de instantie is aangewezen;

  • b. een voldoende kennis van de eisen inzake de beoordelingen die de aangewezen instantie verricht en voldoende bevoegdheden om deze beoordelingen uit te voeren;

  • c. voldoende kennis van en inzicht in de essentiële veiligheidseisen, de toepasselijke geharmoniseerde normen en de relevante bepalingen van de harmonisatiewetgeving van de Europese Unie en van deze regeling; en

  • d. de bekwaamheid om certificaten, dossiers en rapporten op te stellen die aantonen dat de beoordelingen zijn verricht.

Artikel 26f

  • 1 De aangewezen instantie waarborgt haar onpartijdigheid en die van haar leidinggevenden en haar personeel dat de conformiteitsbeoordelingstaken verricht.

  • 2 De beloning van leidinggevenden en personeel van de aangewezen instantie hangt niet af van het aantal uitgevoerde beoordelingen of van de resultaten daarvan.

Artikel 26g

De aangewezen instantie heeft een geldige aansprakelijkheidsverzekering.

Artikel 26h

  • 1 Het personeel van een aangewezen instantie is gebonden aan het beroepsgeheim ten aanzien van alle informatie waarvan het kennisneemt bij de uitoefening van de taken van de aangewezen instantie uit hoofde van bijlage II bij de EU-richtlijn pyrotechnische artikelen of deze regeling. De eigendomsrechten worden beschermd.

  • 2 Het beroepsgeheim, genoemd in het eerste lid, geldt niet ten opzichte van de bevoegde autoriteit.

Artikel 26i

  • 1 De aangewezen instantie neemt deel aan of zorgt ervoor dat haar personeel dat de conformiteitsbeoordelingstaken verricht, op de hoogte is van:

    • a. relevante normalisatieactiviteiten, en

    • b. activiteiten van de coördinatiegroep van aangemelde instantie die is opgericht uit hoofde van de desbetreffende harmonisatiewetgeving van de Europese Unie.

  • 2 De aangewezen instantie hanteert de administratieve beslissingen en geproduceerde documenten van de coördinatiegroep, genoemd in het eerste lid, onderdeel b, als algemene richtsnoeren.

Artikel 26j

Een conformiteitsbeoordelingsinstantie die aantoont dat zij voldoet aan de criteria in de ter zaken doende geharmoniseerde normen of delen ervan, waarvan de referentienummers in het Publicatieblad van de Europese Unie zijn bekendgemaakt, wordt geacht aan de eisen, genoemd in de artikelen 26a tot en met 26i, te voldoen, op voorwaarde dat de van toepassing zijnde geharmoniseerde normen de eisen dekken.

Artikel 26k

  • 1 Indien de aangewezen instantie specifieke taken in verband met de conformiteitsbeoordeling uitbesteedt of door een dochteronderneming laat uitvoeren:

    • a. waarborgt zij dat de onderaannemer of dochteronderneming aan de eisen, genoemd in artikelen 26a tot en met 26i, voldoet;

    • b. brengt zij de Minister hiervan op de hoogte;

    • c. neemt zij de volledige verantwoordelijkheid op zich voor de taken die onderaannemers of dochterondernemingen verrichten, ongeacht waar deze gevestigd zijn;

    • d. houdt zij de relevante documenten over de beoordeling van de kwalificaties van de onderaannemer of dochteronderneming en over de door de onderaannemer of dochteronderneming uit hoofde van bijlage II bij de EU-richtlijn pyrotechnische artikelen uitgevoerde werkzaamheden ter beschikking van de Minister.

  • 2 Activiteiten mogen uitsluitend met instemming van de klant worden uitbesteed of door een dochteronderneming worden uitgevoerd.

Artikel 27

  • 1 De aangewezen instantie voert conformiteitsbeoordelingen uit. Zij voldoet aan de eisen die in bijlage II bij de EU-richtlijn pyrotechnische artikelen aan haar worden gesteld.

  • 2 De aangewezen instantie is bij uitvoering van de conformiteitsbeoordelingen, genoemd in het eerste lid, in elk geval bevoegd tot het nemen van de volgende besluiten:

    • a. beslissen omtrent de afgifte van een verklaring van EU-typeonderzoek in het kader van de toepassing van module B, als bedoeld in bijlage II bij de EU-richtlijn pyrotechnische artikelen, onder 6;

    • b. beslissen omtrent de afgifte van een aanvullende goedkeuring in het kader van de toepassing van module B, als bedoeld in bijlage II bij de EU-richtlijn pyrotechnische artikelen, onder 7;

    • c. beslissen omtrent het beoordelen of opnieuw beoordelen van het kwaliteitssysteem in het kader van de toepassing van module D, als bedoeld in bijlage II bij de EU-richtlijn pyrotechnische artikelen, onder 3.3 en 3.5; of van module E, als bedoeld in bijlage II bij de EU-richtlijn pyrotechnische artikelen, onder 3.3.

  • 3 De aangewezen instantie voert de conformiteitbeoordelingen op evenredige wijze uit, waarbij zij voorkomt dat de marktdeelnemers onnodig worden belast. De aangewezen instantie houdt hierbij naar behoren rekening met de volgende aspecten, waarbij zij de striktheid en het beschermingsniveau eerbiedigt die nodig zijn opdat het pyrotechnische artikel voldoet aan de essentiële veiligheidseisen:

    • a. de omvang van de onderneming;

    • b. de sector waarin zij actief is;

    • c. de structuur van de onderneming;

    • d. de relatieve technologische complexiteit van de producten; en

    • e. het massa- of seriële karakter van het productieproces.

Artikel 27a

  • 1 De aangewezen instantie kent registratienummers toe ter identificatie van het pyrotechnische artikel dat aan een conformiteitsbeoordeling is onderworpen en ter identificatie van de fabrikant van dit artikel.

  • 2 De aangewezen instantie houdt een register bij van de registratienummers van pyrotechnische artikelen waarvoor zij conformiteitcertificaten heeft afgegeven.

  • 3 Bij het bijhouden van het register gebruikt de aangewezen instantie het model en het formaat daarvan dat is vastgelegd in bijlage 1.

  • 4 Het register moet ten minste de in bijlage 1 vermelde informatie over producten bevatten. Deze informatie wordt gedurende tien jaar bewaard na de datum waarop de aangewezen instantie de documenten, bedoeld in artikel 27, heeft afgegeven.

  • 5 Aangewezen instanties werken het register regelmatig bij en maken het bekend via het internet.

  • 6 Wanneer de aanmelding van een conformiteitsbeoordelingsinstantie wordt ingetrokken, draagt deze instantie de registers onverwijld over aan een andere aangemelde instantie of aan de Minister.

Artikel 27b

De aangewezen instantie verleent geen conformiteitscertificaat indien zij vaststelt dat een fabrikant niet heeft voldaan aan de essentiële veiligheidseisen of aan de overeenkomstige geharmoniseerde normen of andere technische specificaties. Zij verlangt dat de fabrikant de passende corrigerende maatregelen neemt.

Artikel 27c

  • 1 De aangewezen instantie verlangt dat de fabrikant passende corrigerende maatregelen neemt, indien zij bij het toezicht op de conformiteit na verlening van een certificaat vaststelt dat pyrotechnische artikelen niet meer in overeenstemming zijn met de essentiële veiligheidseisen, de overeenkomstige geharmoniseerde normen of andere technische specificaties. Zo nodig schorst zij het certificaat of trekt zij dit in.

  • 2 Indien geen corrigerende maatregelen als bedoeld in het eerste lid worden genomen, worden de certificaten naargelang het geval door de aangewezen instantie beperkt, geschorst of ingetrokken.

Artikel 27d

De aangewezen instantie neemt rechtstreeks of via aangestelde vertegenwoordigers deel aan de werkzaamheden van het forum van aangemelde instanties.

Artikel 28

De minister ziet toe op de rechtmatige en doeltreffende uitvoering van deze regeling door de aangewezen instantie.

Artikel 29

  • 1 De aangewezen instantie brengt de Minister onverwijld op de hoogte van:

    • a. elke weigering, beperking, schorsing of intrekking van certificaten;

    • b. omstandigheden die van invloed zijn op de werkingssfeer van of de voorwaarden voor de aanwijzing;

    • c. informatieverzoeken over conformiteitsbeoordelingsactiviteiten die zij van de markttoezichthouder of de marktautoriteiten uit andere lidstaten, ontvangen;

  • 2 Op verzoek van de Minister brengt de aangewezen instantie de Minister op de hoogte van de binnen haar werkingssfeer verrichte conformiteitsbeoordelingsactiviteiten, waaronder grensoverschrijdende activiteiten en uitbestedingen.

  • 3 De aangewezen instantie verstrekt relevante informatie over negatieve conformiteitsbeoordelingsresultaten en op verzoek over positieve conformiteitsbeoordelingsresultaten aan de andere aangemelde instanties die soortgelijke conformiteitsbeoordelingsactiviteiten voor dezelfde pyrotechnische artikelen verrichten.

Artikel 30

De aangewezen instantie beschikt over een behoorlijke administratie waarin de gegevens die samenhangen met en betrekking hebben op de uitvoering van haar taken, op een systematische wijze zijn vastgelegd. Aan de hand van deze gegevens zijn de beoordeelde pyrotechnische artikelen afdoende te identificeren.

Artikel 31

  • 1 Indien is gebleken dat de aangewezen instantie niet langer voldoet aan de eisen, genoemd in 26a tot en met 26i, of haar verplichtingen niet nakomt, kan de Minister de aanwijzing beperken, schorsen of intrekken, afhankelijk van de ernst van het niet-voldoen aan die eisen of het niet-nakomen van die verplichtingen.

  • 2 De Minister stelt de andere lidstaten van de Europese Unie en de Europese Commissie onverwijld op de hoogte van de maatregelen, genoemd in het eerste lid.

  • 3 Wanneer de aanwijzing wordt beperkt, geschorst, of ingetrokken, of de aangewezen instantie haar activiteiten heeft gestaakt:

    • a. stelt deze instantie, ook nadat de aanwijzing is beperkt, geschorst of ingetrokken, de dossiers op verzoek van de Minister, ter beschikking aan de Minister en de markttoezichthouder; of

    • b. draagt deze instantie de dossiers over aan een andere aangemelde instantie.

Artikel 32 [Vervallen per 19-01-2016]

Hoofdstuk 3. Overgangs- en slotbepalingen

Artikel 33

In artikel 4 van de Regeling aanwijzing keuringsinstelling pyrotechnische artikelen wordt na ‘artikelen’ ingevoegd: Vuurwerkbesluit.

Artikel 34

  • 1 Deze regeling treedt in werking met ingang van 4 juli 2013.

  • 4 Pyrotechnische artikelen die voldoen aan deze regeling zoals die vóór inwerkingtreding van de regeling van 15 januari 2016, houdende wijziging van de Regeling overige pyrotechnische artikelen in verband met de implementatie van richtlijn 2013/29/EU van het Europees Parlement en de Raad van 12 juni 2013, betreffende de harmonisatie van de wetgeving van de lidstaten inzake het op de markt aanbieden van pyrotechnische artikelen (herschikking) (PbEU 2013 L 178) en uitvoeringsrichtlijn 2014/58/EU van 16 april 2014 van de Commissie voor het opzetten van een traceerbaarheidssysteem voor pyrotechnische artikelen overeenkomstig Richtlijn 2007/23/EG (PbEU L 115) (Stcr. 2016, nr. 1696) luidde en vóór dat tijdstip in de handel zijn gebracht, mogen ook na dat tijdstip op de markt worden aangeboden.

  • 5 Conformiteitscertificaten, verstrekt uit hoofde van Richtlijn 2007/23/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 mei 2007 betreffende het in de handel brengen van pyrotechnische artikelen, zijn geldig uit hoofde van de EU-richtlijn pyrotechnische artikelen.

Artikel 35

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling overige pyrotechnische artikelen.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

’s-Gravenhage, 11 oktober 2010

De

minister

van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,

J.C. Huizinga-Heringa

Bijlage 1. Het registermodel waarnaar in artikel 27a, derde lid wordt verwezen

Registratienummer

Datum van afgifte van de verklaring van EU-typeonderzoek (module B), de verklaring van overeenstemming (module G) of goedkeuring van het kwaliteits-systeem (module H) en datum waarop de geldigheid verstrijkt, indien van toepassing

Fabri-

kant

Producttype (algemeen) en subtype, indien van toepas-sing

Conformi-teitsmodule voor de productie-fase (1)

Aange-melde instantie die de conformi-teits-beoor-deling van de productiefase uitvoert (1)

Aanvullende informatie

             

1 Altijd in te vullen indien die onder de verantwoordelijkheid valt van de aangemelde instantie die de conformiteitsbeoordelingsprocedure uitvoert. Niet vereist voor conformiteitsbeoordelingsprocedures voor module G en H. Informatie moet worden verstrekt (indien bekend), indien een andere aangemelde instantie is betrokken.