Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Tijdelijke stimuleringsregeling veilig werken door gedragsverandering[Regeling vervallen per 01-01-2013.]

Geldend van 20-10-2010 t/m 31-12-2012

Regeling van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 11 oktober 2010, nr. G&VW/VW/2010/19703, houdende regels ter stimulering van de arbeidsveiligheidscultuur in MKB-ondernemingen (Tijdelijke stimuleringsregeling veilig werken door gedragsverandering)

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

Gelet op artikelen 3, eerste lid, en 5 van de Kaderwet SZW-subsidies;

Besluit:

Artikel 1. Begripsbepalingen [Vervallen per 01-01-2013]

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • adviseur: een natuurlijk persoon, niet zijnde een werknemer van de MKB-ondernemer, dan wel een rechtspersoon die in het kader van de uitoefening van beroep of bedrijf werkzaam is op het gebied van het verbetering van de veiligheid op de werkvloer door middel van gedragsbeïnvloeding of cultuurverandering;

  • minister: de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;

  • MKB-ondernemer: natuurlijk persoon of rechtspersoon, niet zijnde een rechtspersoon die krachtens publiekrecht is ingesteld, die een onderneming in stand houdt met ten minste 1 werknemer en ten hoogste 250 werknemers.

Artikel 2. Subsidie arbeidsveiligheid [Vervallen per 01-01-2013]

De minister verstrekt, overeenkomstig de regels van deze regeling, op aanvraag subsidie als bijdrage in de kosten van een adviseur voor het stellen van een diagnose, het opstellen van een advies of het uitvoeren van een ondersteuningstraject, gericht op het op gang brengen van een gedragsverandering bij management en medewerkers, met als doel veiliger werken en het ontstaan van een cultuur waarin minder gevaarlijke incidenten en ongevallen voorkomen.

Artikel 3. Subsidiabele kosten [Vervallen per 01-01-2013]

  • 1 Als subsidiabele kosten worden slechts in aanmerking genomen de kosten van een adviseur voor:

    • a. het stellen van een diagnose met betrekking tot gedragspatronen of cultuurpatronen die aanleiding geven, dan wel kunnen geven tot onveilig werken binnen de onderneming van de aanvrager;

    • b. het opstellen van een advies over de wijze waarop gedragspatronen of cultuurpatronen veranderd kunnen worden, opdat binnen de onderneming van de aanvrager veiliger gewerkt zal worden;

    • c. het uitvoeren van een ondersteuningstraject, waarbij maatregelen worden genomen op het gebied van gedragsinterventies of cultuurinterventies op de werkvloer, opdat binnen de onderneming van de aanvrager veiliger gewerkt zal worden.

  • 2 Tot de subsidiabele kosten worden in ieder geval niet gerekend, de kosten voor:

    • a. de aanschaf of huur van (veilige) arbeidsmiddelen;

    • b. fysieke aanpassingen binnen de onderneming gericht op het verhogen van arbeidsveiligheid;

    • c. het opstellen of implementeren van een arbocatalogus;

    • d. het opstellen, dan wel het verbeteren van een risico-inventarisatie en -evaluatie.

Artikel 4. Weigeren van de subsidie [Vervallen per 01-01-2013]

  • 1 Subsidie wordt in ieder geval niet verleend:

    • a. voor zover in de offerte opgenomen kosten naar het oordeel van de minister niet redelijk zijn;

    • b. indien met betrekking tot de adviseur minder dan drie referenties van drie verschillende opdrachtgevers worden overgelegd;

    • c. indien ten tijde van de behandeling van de subsidieaanvraag voor de subsidieaanvrager of zijn onderneming surseance van betaling, of faillissement is aangevraagd;

    • d. voor kosten die gemaakt zijn voorafgaande aan, dan wel na afloop van het tijdsbestek van 26 weken, bedoeld in artikel 13, eerste lid;

    • e. voor aan de subsidieaanvrager in rekening gebrachte btw;

    • f. indien aan de subsidieaanvrager al eerder op grond van deze regeling subsidie is verleend.

  • 2 De subsidie kan worden geweigerd indien de adviseur naar het oordeel van de minister over onvoldoende kwaliteit beschikt om de werkzaamheden te verrichten waarvoor subsidie wordt aangevraagd.

Artikel 5. Hoogte van de subsidie [Vervallen per 01-01-2013]

  • 1 De subsidie bedraagt 75% van de kosten van een adviseur tot een maximum van € 4125,– , met dien verstande dat geen subsidie wordt verleend indien de te verlenen subsidie € 1875,– of minder bedraagt.

  • 2 De in het eerste lid vermelde bedragen zijn exclusief btw.

  • 3 Subsidie wordt slechts verleend voor de werkelijke, ten laste van de subsidieaanvrager gebleven kosten van een adviseur.

Artikel 6. Subsidieplafond [Vervallen per 01-01-2013]

Het subsidieplafond voor subsidie op grond van deze regeling bedraagt voor de kalenderjaren 2010 en 2011 tezamen: € 1,215 miljoen.

Artikel 7. Aanvraagtijdvak [Vervallen per 01-01-2013]

  • 1 Uitsluitend de subsidieaanvragen die zijn ontvangen tijdens een door de minister vastgesteld aanvraagtijdvak worden in behandeling genomen.

  • 2 Het aanvraagtijdvak voor de kalenderjaren 2010 en 2011 is gelegen in de periode vanaf de datum van inwerkingtreding van deze regeling tot en met 31 december 2011.

Artikel 8. Subsidieaanvrager [Vervallen per 01-01-2013]

  • 1 De subsidie wordt aangevraagd door een in Nederland gevestigde MKB-ondernemer die direct belang heeft bij het advies of het ondersteuningsproject van de adviseur.

  • 2 De subsidie wordt verleend aan de subsidieaanvrager.

Artikel 9. Subsidieaanvraag [Vervallen per 01-01-2013]

  • 1 De subsidieaanvraag wordt bij het Agentschap SZW ingediend met gebruikmaking van het door het Agentschap SZW beschikbaar gestelde:

    • a. aanvraagformulier;

    • b. model van de de-minimis verklaring;

    • c. model van de portfolio van de adviseur.

  • 2 Het aanvraagformulier en het model van de de-minimis verklaring worden door de subsidieaanvrager volledig ingevuld en ondertekend. Het model van de portfolio van de adviseur wordt door de adviseur volledig ingevuld en ondertekend.

  • 3 Naast de documenten, bedoeld in het tweede lid, wordt bij de subsidieaanvraag gevoegd de offerte van de adviseur, waaruit blijkt wat de aard en de omvang van de door die adviseur te verrichten activiteiten zijn en welke kosten daarvoor in rekening worden gebracht.

  • 4 De documenten, bedoeld in het tweede en derde lid, worden ingediend bij het Agentschap SZW.

Artikel 10. Behandeling aanvragen [Vervallen per 01-01-2013]

  • 1 Voor het bepalen van het bereiken van het subsidieplafond worden de subsidieaanvragen op volgorde van binnenkomst behandeld, waarbij alleen volledige subsidieaanvragen in behandeling worden genomen. Van een volledige subsidieaanvraag is sprake indien wordt voldaan aan artikel 9.

  • 2 Wanneer de subsidieaanvrager op grond van artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht in de gelegenheid is gesteld zijn subsidieaanvraag aan te vullen, geldt als datum van binnenkomst de datum van ontvangst van de volledige subsidieaanvraag.

  • 3 Indien subsidieverlening op grond van de volledige subsidieaanvragen die op dezelfde datum zijn binnengekomen leidt tot overschrijding van het subsidieplafond wordt, ingeval de volgorde van binnenkomst van die subsidieaanvragen niet kan worden vastgesteld, in afwijking van het eerste lid, met betrekking tot die aanvragen de volgorde door loting vastgesteld. De loting wordt verricht door het Agentschap SZW. Het Agentschap SZW nodigt de subsidieaanvrager wiens subsidieaanvraag in de loting betrokken wordt uit om aanwezig te zijn bij de loting.

Artikel 11. Subsidieverlening en ambtshalve vaststelling [Vervallen per 01-01-2013]

  • 1 De minister beslist binnen 8 weken na ontvangst van de subsidieaanvraag.

  • 2 De beschikking tot subsidieverlening vermeldt de datum waarop de subsidiabele activiteiten uiterlijk zijn verricht.

  • 3 De minister verleent bij de beschikking tot subsidieverlening een voorschot van 100% van de te verlenen subsidie.

  • 4 De subsidie wordt uiterlijk 39 weken na dagtekening van de beschikking tot subsidieverlening ambtshalve vastgesteld. De beschikking tot subsidieverlening vermeldt de datum waarop de subsidie ambtshalve wordt vastgesteld.

Artikel 12. Meldingplicht [Vervallen per 01-01-2013]

De subsidieontvanger is verplicht om onverwijld aan de minister een schriftelijke melding te doen zodra aannemelijk is dat:

  • a. de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend niet, niet tijdig, niet geheel zullen worden verricht;

  • b. de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend niet worden verricht door de adviseur ten aanzien van wie de referenties, bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel b, zijn overgelegd;

  • c. de feitelijk te betalen kosten lager zijn dan de kosten die zijn opgenomen in de bij de subsidieaanvraag overeenkomstig artikel 9, derde lid, ingediende offerte;

  • d. niet, niet tijdig of niet geheel aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen zal worden voldaan; of

  • e. voor de onderneming van de aanvrager surseance van betaling wordt aangevraagd, of dreiging van faillissement bestaat.

Artikel 13. Overige verplichtingen subsidieontvanger [Vervallen per 01-01-2013]

  • 1 De subsidieontvanger is verplicht om binnen het tijdsbestek van 26 weken, te rekenen vanaf de datum van dagtekening van de beschikking tot subsidieverlening, de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend volledig te doen afronden.

  • 2 De subsidieontvanger is verplicht op een daartoe strekkend verzoek van de minister door overlegging van een algemeen aanvaard betalingsbewijs aan te tonen dat de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend, zijn verricht.

  • 3 De subsidieontvanger verleent desgevraagd kosteloos medewerking aan een steekproef door of namens de minister teneinde te onderzoeken of de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend zijn verricht en of is voldaan aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen.

Artikel 14. Begrotingsvoorbehoud [Vervallen per 01-01-2013]

  • 2 In geval van het niet vervullen van de voorwaarde, bedoeld in artikel 4:34, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, worden de op grond van deze regeling verleende subsidiebedragen verlaagd tot het bedrag van de subsidie dat na vaststelling of na goedkeuring van de begroting ter beschikking staat, een en ander naar rato van het aantal subsidieaanvragers aan wie subsidie is verleend en van de hoogte van de verleende subsidiebedragen.

Artikel 15. De-minimis verordening / Europees steunkader [Vervallen per 01-01-2013]

  • 1 Deze regeling valt onder de verordening (EG) nr. 1998/2006 van de Commissie van de Europese Gemeenschappen, waarbij steun die onder de zogenaamde de-minimisdrempel blijft met de gemeenschappelijke markt verenigbaar wordt verklaard.

  • 2 De minister beslist geheel of gedeeltelijk afwijzend op een subsidieaanvraag voor zover dit nodig is om te voldoen aan de de-minimis verordening of een Europees steunkader.

Artikel 17. Mandaat Agentschap SZW [Vervallen per 01-01-2013]

  • 1 Aan de directeur van het Agentschap SZW wordt mandaat verleend om namens de Minister besluiten ter zake van subsidie te nemen in het kader van de uitvoering van deze regeling. De directeur van het Agentschap SZW kan van dit mandaat ondermandaat verlenen aan één of meer onder hem ressorterende functionarissen.

  • 2 Aan de directeur van het Agentschap SZW wordt machtiging verleend om ter voorbereiding van de in het eerste lid bedoelde besluiten of handelingen alle benodigde werkzaamheden te verrichten. De directeur van het Agentschap SZW kan deze machtiging doorgeven aan één of meer onder de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid ressorterende functionarissen.

Artikel 18. Inwerkingtreding [Vervallen per 01-01-2013]

  • 1 Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en vervalt met ingang van 1 januari 2013.

  • 2 In afwijking van het eerste lid blijft de regeling zoals die geldt op 31 december 2012 van toepassing op de afwikkeling van de subsidie van de minister aan de subsidieontvanger.

Artikel 19. Citeertitel [Vervallen per 01-01-2013]

Deze regeling wordt aangehaald als: Tijdelijke stimuleringsregeling veilig werken door gedragsverandering.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Den Haag, 11 oktober 2010

De

Minister

van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

J.P.H. Donner